A Wilderness Of Error

FX

Het is een bloedbad dat nooit werd geclaimd door de beruchte Manson-familie. Slechts een half jaar na eerst de moordpartij op actrice Sharon Tate en haar gezelschap en een dag later de gewelddadige dood van het echtpaar Leno en Rosemary LaBianca vielen drie mannen en een vrouw op 17 februari 1970 de woning van arts Jeffrey MacDonald op Fort Bragg binnen. ‘Acid is great, kill all the pigs’, schreeuwden ze. MacDonalds zwangere vrouw Colette en zijn twee dochters Kimberley (5) en Kristen (2) vonden die avond de dood. Met bloed was het woord ‘pig’ op de muren gekalkt.

Uitgemaakte zaak, zou je zeggen: volgelingen van de gestoorde sekteleider Charles Manson, al dan niet daadwerkelijk door hem aangestuurd. Of was er toch iemand die er belang bij had dat de slachting zou worden toegeschreven aan een stel moordlustige blommenkinderen? De heer des huizes bijvoorbeeld. Een kapitein in het Amerikaanse leger, een Green Beret zelfs. MacDonald kwam er zelf met zeer lichte verwondingen vanaf en werd uiteindelijk buiten bewustzijn op de plaats delict aangetroffen, met een arm over het lijk van zijn echtgenote. Dat schokkende tafereel zet de vijfdelige serie A Wilderness Of Error (234 min.) in gang. Waanzinnige hippiehorror? Of toch, zoals het omstreden boek Fatal Vision van Joe McGinnis en de daarop gebaseerde tv-film in 1983 zonder terughoudendheid beweerden, een koelbloedig gecamoufleerd familiedrama?

‘Wat gebeurt er als het verhaal belangrijker wordt dan wat er echt is gebeurd?’ vraagt documentairemaker Errol Morris, die het boek schreef waarop deze miniserie van Marc Smerling is gebaseerd, zich hardop af. Hij maakte ooit de klassieke true crime-docu The Thin Blue Line (1988), waarmee een man die in de cel zat voor de moord op een politieagent werd vrijgepleit. Morris zou dat kunstje graag nog eens herhalen bij de MacDonald-moorden. Niet dat iedereen erop zit te wachten dat deze zaak (alweer) wordt heropend. ‘Elk jaar wil er weer iemand een touw om mijn benen gooien en me door de poel van bloed van onze familie sleuren’, zegt Colettes broer Bob. En geeft zich er dan toch maar weer aan over. Want net als zijn moeder Mildred en stiefvader Freddy Kassab kan hij wat er toentertijd met zijn zus is gebeurd niet laten rusten.

Achteraf bezien zou je kunnen zeggen dat zij van geboorte af aan al verdoemd was. Twee doodgeboren zusjes genaamd Colette waren haar voorgegaan. En ook nummer drie zou dus niet aan het noodlot ontsnappen. Het is maar één van de talloze naargeestige details in deze intrigerende whodunnit, waarin archiefbeelden en interviews met een aantal belangrijke spelers worden gepaard aan krachtige gedramatiseerde scènes (fraai gematcht ook met audio-opnamen van de rechtszaak), een sjieke soundtrack en enerverende verhaalwendingen. Alleen de twee voornaamste hoofdrolspelers ontbreken: dokter MacDonald die nog altijd stug blijft volhouden dat hij onschuldig is en het voormalige sixtiesmeisje Helena Stoeckley, dat destijds diverse bekentenissen heeft afgelegd en die ook weer net zo gemakkelijk heeft ingetrokken.

Daar staat tegenover dat Errol Morris, geïnterviewd via de interrotron die hij zelf ooit heeft bedacht, een soort sleutelrol krijgt toebedeeld in met name de slotaflevering van deze slimme serie, die twee volstrekt strijdige hypotheses over wat er een halve eeuw geleden op die fatale februarinacht is gebeurd met elkaar laat botsen. Waarbij het de vraag is of A Wilderness Of Errors voor de gevierde documentairemaker Morris een tweede Thin Blue Line wordt. Of toch eerder een variant op The Jinx, de zinderende true crime-serie over moordverdachte Robert Durst waarbij Marc Smerling als producer betrokken was? Smerling heeft nu een al even spraakmakende ontknoping voor ogen.Met Errol Morris, de man die zelf zoveel brisante portretten maakte, in de hoofdrol.

American Murder: The Family Next Door

Netflix

Ze had een droomleven. Knappe echtgenoot, twee bloedjes van kinderen en een baby’tje op komst. Trots deelde de Amerikaanse dertiger Shanann Watts alle wederwaardigheden van haar persoonlijk leven op de sociale media. Van elke kleine gebeurtenis werd een foto of vlog gemaakt. De hele kennissenkring werd zo op de hoogte gehouden van haar ideale bestaan.

Toen Shanann en haar peuterdochters Bella en Celeste op 13 augustus 2018 plotseling uit hun kast van een huis in Frederick, Colorado verdwenen, kwamen daar beelden van ‘cop cams’, beveiligingscamera’s, verhoren en een rechtszitting bij. Net als chats, voicemails en appverkeer met familie en vriendinnen. Zo kwam een geheel andere Shanann in beeld. En een totaal andere Chris.

Al dat materiaal heeft nu zijn weg gevonden naar de unheimische true crime-documentaire American Murder: The Family Next Door (84 min.), die vrijwel volledig bestaat uit ‘found footage’ uit het leven van de familie Watts. Regisseur Jenny Popplewell heeft alleen zeer effectieve muziek toegevoegd en de chronologie gemanipuleerd, zodat er een heel spannende vertelling is ontstaan.

Als kijker voel je je wel een beetje een voyeur bij zoveel bijeengebracht pseudo-geluk en de doffe ellende die daarachter vandaan komt. Zeker als je bedenkt dat de zaak rond de verdwijning van Shanann en haar twee meiden ook weer tot het nodige (sociale) media-gekrakeel heeft geleid. Daarmee is dit in- en intrieste verhaal tevens een naargeestige weerspiegeling van onze exhibitionistische tijd.

Rohwedder: Einigkeit Und Mord Und Freiheit

Netflix

De Rote Armee Fraction eiste de aanslag op. De derde generatie daarvan, om precies te zijn. Als die al ooit heeft bestaan. Namen of gezichten heeft de Duitse politie daarbij nooit weten te verkrijgen. Vaststaat dat Detlev Karsten Rohwedder, de leider van de zogenaamde Treuhand, op 1 april 1991 in koelen bloede werd vermoord. En dat de extreem-linkse terreurbeweging RAF de dood van het ‘imperialistische beest’ claimde met zo’n typisch bombastische verklaring tegen het kapitalisme.

Maar was de Rote Armee Fraction wel verantwoordelijk voor de brute moord op de man, die de voormalige DDR gereed moest maken voor een plek in de vrijemarkteconomie van het Verenigde Duitsland en die met de bijbehorende bedrijfsliquidaties en massaontslagen vele vijanden had gemaakt? Of ging het in werkelijkheid om een slinkse actie van de Stasi, de binnenlandse veiligheidsdienst van het voormalige Oost-Duitsland?

Die vragen liggen ten grondslag aan de boeiende vierdelige serie Rohwedder: Einigkeit Und Mord Und Freiheit (168 min.), waarin de achterkant van de succesvolle Duitse hereniging, aan het einde van de Koude Oorlog, wordt belicht: roofkapitalisme, corruptie en het verkeerd soort nationalisme. Regisseur Jan Peter Georg Tschurtschenthaler laat in dat kader Treuhand-medewerkers, politici, misdaadbestrijders, DDR-functionarissen, Stasi-agenten, (misdaad)journalisten en ook twee voormalige RAF-leden, van de tweede generatie, aan het woord.

Hij illustreert hun relaas met fascinerende archiefbeelden van de gebeurtenissen rond ‘Die Wende’, oude interviews met Rohwedder en een straffe reconstructie van de schimmige schietactie. Zo wordt het verscheurde land opgeroepen dat een eenheid moest gaan vormen. Binnen dat onverdraagzame klimaat zou Detlev Rohwedder uitgroeien tot een perfecte bliksemafleider, waarop menigeen zijn woede kon koelen en een onbekende schutter uiteindelijk daadwerkelijk het vuur opende.

I Am A Killer: Released

Netflix

Er mag dan geen tweede kans bestaan om een eerste indruk te maken voor Dale Sigler (een beer van een vent met de bijpassende verlopen kop, lijzige ‘southern drawl’ en een lijf bezaaid met tatoeages, waarvoor je graag een straatje omloopt). Dat hoeft nog niet te betekenen dat hij geen tweede kans verdient in zijn leven. Sigler heeft al bijna dertig jaar in een Texaanse gevangenis versleten, nadat hij ooit in eerste instantie de doodstraf had gekregen. Hij hoopt nu opnieuw op clementie: de mogelijkheid om zijn laatste jaren in vrijheid door te brengen.

De nabestaanden van John Zeltner, de man die hij in april 1990 vermoordde tijdens een overval op de fastfoodketen Subway, hebben er geen enkel vertrouwen in. Zeltner was nota bene een oude bekende van wie hij even van tevoren nog een sigaretje had gebietst. Dale, zo twijfelen Zeltners halfbroers geen moment, gaat binnen de kortste keren weer de fout in. Een oudere vrouw die hij tijdens zijn gevangenisstraf heeft leren kennen, en die Dale liefkozend ‘mama Carole’ is gaan noemen, zegt nochtans toe dat hij welkom is bij haar.

En daarmee staan alle pionnen op het bord voor de driedelige true crime-serie I Am A Killer: Released (105 min.), een spin-off van de gelijknamige reeks over ter dood veroordeelden. Regisseur Itamar Klasmer is erbij als Dale voor het eerst Caroles stacaravan betreedt, waar hij in elk geval voor het komende jaar een klein slaapkamertje kan betrekken. Klasmer blijft hem daarna volgen als de inmiddels tot het geloof bekeerde ex-gedetineerde een normaal leven probeert op te bouwen. Intussen heeft Dale nog iets op zijn lever, dat zijn misdrijf in een ander perspectief zet en dat ook heel wat losmaakt bij de familieleden van zijn slachtoffer.

Deze serie brengt die ontwikkelingen betrekkelijk ingetogen in beeld en ontvouwt intussen rustig, op het trage af, wat er volgens Dale Sigler echt is gebeurd in die Subway, waar zijn leven voorgoed veranderde en dat van John Zeltner eindigde, met een heleboel kogels in zijn lijf.

Atlanta’s Missing And Murdered: The Lost Children

Er is nauwelijks een fenomeen te bedenken dat zo tot de verbeelding van een groot publiek spreekt als seriemoordenaars. Geen fijnere antiheld dan een Norman Bates of Hannibal Lecter. En het Amerika van de jaren zeventig en tachtig heeft een ongelofelijke hoeveelheid van zulke bizarre ‘larger than life’-personages opgeleverd. Een kleine halve eeuw later zijn ze nog altijd goed voor nieuwe boeken, speelfilms én documentaires. Na recente series over Ted Bundy (Conversations With A Killer: The Ted Bundy Tapes) en Henry Lee Lucas (The Confession Killer) is het nu bijvoorbeeld de beurt aan één van de weinige zwarte voorbeelden, Wayne Williams.

Hij grijpt in Atlanta’s Missing And Murdered: The Lost Children (285 min.), over de moord op bijna dertig (!) jongens in de hoofdstad van de Amerikaanse staat Georgia, opnieuw de gelegenheid aan om zijn eigen onschuld te bepleiten – en, ook niet onbelangrijk, om weer eens in de spotlights te staan. Die gedachte dringt zich tenminste op als de man doodgemoedereerd vanuit de cel inbelt bij een bijeenkomst waarin de moorden nog eens worden besproken met nabestaanden en betrokkenen. Williams is echter niet de enige die weigert om de officiële lezing van wat er is gebeurd te accepteren. Camille Bell, de bijzonder uitgesproken moeder van de vermoorde Yusef en woordvoerster van de lokale Dwaze Moeders, noemt hem zelfs ‘het dertigste slachtoffer van de Atlanta-moordpartij’.

Die uitspraak kan niet los worden gezien van de getroebleerde historie van de stad, waarin racisme aan de orde van de dag was en de Ku Klux Klan een dubieuze hoofdrol speelde, óók in het plaatselijke politiekorps. Hoewel dat ten tijde van de moorden toch echt werd geleid door een zwarte commissaris. Zoals Atlanta toentertijd ook werd bestuurd door een Afro-Amerikaanse burgemeester. De bewoners van de zwarte achterbuurten hadden desondanks weinig vertrouwen in de lokale autoriteiten en hechtten nog minder geloof aan hun verklaring voor de kindermoorden (die onlangs ook al centraal stonden in het tweede seizoen van de puike dramaserie Mindhunter, over FBI-agenten die seriemoordenaars profileren).

En getuige deze vijfdelige documentaireserie van Sam Pollard, Maro Chermayeff, Jeff Dupre en Joshua Bennett hadden ze daar ook alle reden toe. Keisha Lance Bottoms, de huidige burgemeester van Atlanta, heeft zich zelfs genoodzaakt gezien om de zaak te heropenen, om te bekijken of Wayne Williams inderdaad de afschrikwekkende moordenaar is die zonder al te veel moeite van hem kon worden gemaakt. De man is ook slechts veroordeeld voor zegge en schrijve twee moorden. Hoe zit het dan met de ruim 25 andere slachtoffers? Heeft hij ook hen van het leven beroofd of zijn die zaken hem simpelweg in de schoenen geschoven, zodat ze nu als opgelost te boek staan (of een nóg ongemakkelijkere waarheid kunnen verhullen)? Kortom: staat er ergens in Atlanta een gigantische doofpot?

De intrigerende miniserie Atlanta’s Missing And Murdered werpt zulke indringende vragen op, zonder daarbij een duidelijke kant te kiezen of te gaan voor goedkoop effectbejag. De filmmakers laten zowel aanklagers en politieagenten als het verdedigingsteam van Williams aan het woord, waarbij de kijker grotendeels zelf zijn weg zal moeten vinden door het doolhof van tegenstrijdige ‘feiten’ en meningen dat zo ontstaat. Het drama wordt bovendien nadrukkelijk geplaatst binnen de ongemakkelijke raciale historie van de stad, waarbij de zwarte inwoners eraan gewend zijn geraakt dat ze niet worden gezien of gehoord. Zelfs als hun kinderen stelselmatig worden vermoord…

Er is overigens alweer een nieuwe docuserie aangekondigd rond een beruchte seventies-seriemoordenaar (en – verkrachter), The Golden State Killer, gebaseerd op het superspannende boek I’ll Be Gone In The Dark van Michelle McNamara.

Djordy

BNNVARA

‘Ik ga tellen’, zegt de kleuter River. ‘Één-twee-drie-vier…’ Mama gaat zich ondertussen verstoppen. ‘Ik kom!’ roept het meisje en gaat op zoek. ‘Waar is mammie?’ zegt ze vrolijk. Als ze die niet kan vinden, is de lol er echter snel af. Huilen. ‘Je was bang dat ik weg was, hè?’ zegt moeder Cherrisha, nadat ze zich toch heeft laten vinden. ‘Áách, schatje!’ Snikkend valt het meisje haar in de armen. ‘Zullen we dit spelletje dan maar niet meer spelen?’

Het oogt als een onschuldig familietafereel, waarbij het kind verstoppertje spelen toch wat enger vindt dan gedacht. Totdat je de familiegeschiedenis van River hoort. Haar vader is Djordy Latumahina. Hij werd op 8 oktober 2016 geliquideerd in een Amsterdamse parkeergarage. Een ‘vergismoord’, zoals ze het zijn gaan noemen. De 31-jarige deejay en feestorganisator werd voor een ander aangezien. Zijn vriendin Cherrisha Sackman raakte zwaargewond. De toen tweejarige River bleef, min of meer, ongedeerd.

En dan gaat het leven door, omdat het dat nu eenmaal doet. Moeder en dochter kijken filmpjes van papa, gaan een eindje fietsen en eten een ijsje in de speeltuin. En Djordy’s ouders Jozef en Marlou bekijken oude foto’s en halen bij zijn vroegere school liefdevol herinneringen op aan hun zoon. Als je niet beter zou weten, zou je kunnen denken: ze hebben er inmiddels vrede mee. Die stomme persoonsverwisseling met fatale afloop heeft dan toch een plek gekregen.

Als de tv-docu Djordy (43 min.) ruim een kwartier onderweg is, volgt echter alsnog de terugkeer naar die verdomde parkeergarage. Djordy’s echtgenote kan zich de bijna absurde beelden nog zo voor de geest halen. ‘Is het een soort van prank of zo?’ En bij zijn ouders staat die fatale oktoberdag natuurlijk ook op het netvlies gebrand. ‘En dat het niet voor hem bedoeld was, dat maakt het helemaal…’, valt moeder stil. En daarna moesten ze dus toch verder, gebroken en gehavend. Omdat het leven nu eenmaal doorgaat. Moet. Ook zonder Djordy.

Regisseur Mark Schrader doorsnijdt hun getuigenissen met beelden van Djordy als deejay, laat ook diens voetbalvrienden nog aan het woord en brengt het geheel op temperatuur met een tamelijk dwingende soundtrack. Aan de daders en hun opdrachtgever(s) wordt geen woord vuilgemaakt in deze wat onevenwichtige film, die ondanks alles een optimistische ondertoon probeert te houden. Tegelijkertijd maakt Djordy ook tastbaar hoe onwerkelijk zo’n onbedoelde moord is – en hoe werkelijk de gevolgen ervan.

Who Killed Malcolm X?

Netflix

‘Ik ben ten dode opgeschreven’, realiseerde Malcolm X zich in het laatste jaar van zijn leven. Hij was een ‘marked man’. Op 21 februari 1965 zou het daadwerkelijk zover komen: de Afro-Amerikaanse activist werd op 39-jarige leeftijd rücksichtslos neergemaaid. Ook zijn dood – net als die van prominente tijdgenoten als John F. Kennedy, Martin Luther King en Robert Kennedy – zou het onderwerp van eindeloze geruchten en speculaties worden.

Who Killed Malcolm X? (258 min.) is de vraag die ook het leven beheerst van Abdur-Rahman Muhammad, volgens eigen zeggen een ‘regular brother’ die de moord op X nu al zo’n dertig jaar onderzoekt. Hij fungeert als hoofdpersoon van deze zesdelige documentairereeks van Rachel Dretzin en Phil Bertelsen, waarin de dood van de ‘black muslim’ opnieuw tegen het licht wordt gehouden, een verhaal dat menigeen in de zwarte moslimgemeenschap liever zou laten rusten.

Deze boeiende serie komt daarbij onvermijdelijk uit bij de Nation Of Islam van ‘the Honorable Elijah Muhammad’, die de kruimeldief Malcolm Little onder zijn hoede nam en hem binnen korte tijd omvormde tot een leider met de gave des woords, Malcolm X. Daarmee groef die meteen zijn eigen graf: hij werd een bedreiging voor de enigmatische geestelijk leider Muhammad, die leden van Fruit Of Islam, de paramilitaire tak van zijn organisatie, vervolgens zou hebben opgedragen om de charismatische spreker te liquideren.

Dat is tenminste de centrale hypothese van Who Killed Malcolm X?. Waarbij ook de FBI van directeur/meesterintrigant J. Edgar Hoover een cruciale rol zou hebben gespeeld. De enerverende zoektocht naar de moordenaars, en hun opdrachtgevers, is echter ook een dekmantel om met direct betrokkenen, ooggetuigen, politiemedewerkers en historici de opkomst en ondergang van de controversiële figuur Malcolm X nog eens goed in de verf te zetten.

En daarbij valt op dat diens woorden ruim een halve eeuw na dato nog nauwelijks aan kracht en actualiteit hebben ingeboet. In die ferme statements leeft hij voort, als de ultieme vertolker van zwarte onvrede. Waarbij zijn slogans over de positie van ‘the negro’ in de jaren zestig ook prima blijken aan te sluiten bij actuele kwesties zoals Black Lives Matters.

Het Beest Van Harkstede

Videoland

‘Ik wou baas over een vrouw wezen.’

‘Dat kon toen die tijd nooit ver genoeg gaan voor me. Liefst met geweld.

’‘Toen was het alleen maar begeren, hebben en vernietigen.’

Was getekend: Willem van Eijk, alias Het Beest Van Harkstede (123 min.). Deze driedelige true crime-serie is gebaseerd op het boek Anatomie Van Een Seriemoordenaar van Sytze van der Zee, die tevens als verteller fungeert, en put regelmatig uit audio-interviews die misdaadverslaggever Peter R. de Vries deed met de beruchte Nederlandse seriemoordenaar.

Regisseur Marc de Leeuw doet de donkere dagen herleven toen Groningen volledig in de ban was van een serie moorden op vrouwen, die op een tippelzone werkten als prostituee. In 2001 kwam Willem van E. in beeld, een man die destijds al jaren TBS achter de rug had vanwege twee lustmoorden in de jaren zeventig en daarna zonder enige vorm van begeleiding weer de nietsvermoedende wereld in was gestuurd.

Met bronnen als zijn ex-vrouw Adrie, familieleden van zijn slachtoffers, een nicht, dorpsgenoten, een maatschappelijk werkster en gedragswetenschappers schetst De Leeuw het beeld van een angstaanjagende man, volgens een psychologisch rapport ‘een antisociale persoonlijkheid met een psychotische kern’. Een toonbeeld van externe attributie bovendien, dat consequent weigert om zich te laten behandelen.

De filmmaker vergezelt de getuigenissen over ‘het beest’ met video-opnames van een politieverhoor, suggestieve archief- en reconstructiebeelden en talloze onheilspellende muziekjes. Een slordige twintig jaar na dato is het nauwelijks te geloven dat hij zo lang ongestoord zijn gang heeft kunnen gaan. Niet in een of andere achterlijke uithoek van de Verenigde Staten. Gewoon hier, in Nederland.

Dat simpele feit geeft deze aardige serie écht extra lading.

The Oslo Killing

Sundance

Wie vermoordde in 1974 de moeder van Maria Nielsen Iranzo? In haar appartement te Oslo werd de zwangere Deense vrouw op schokkende wijze van het leven beroofd. Terwijl haar vierjarige dochtertje toekeek. Het is een ervaring die Maria vanzelfsprekend nooit achter zich heeft kunnen laten. 45 Jaar na dato start ze haar eigen cold case-onderzoek.

De typische true crime-serie The Oslo Killing (250 min.) belicht alle hoeken en gaten van de geruchtmakende zaak, zet daarbij natuurlijk de nodige dwaalsporen uit en plaatst nét voor het einde van elke aflevering ook steeds een lekkere cliffhanger. Vakwerk, zou je kunnen zeggen. Waarbij Maria, ondersteund door haar oom en neef, bovendien een geloofwaardige protagonist is, voor wie de moordzaak een kwestie van levensbelang is.

Het helpt ook dat deze zesdelige serie van Ingrid Wevang en Pia Lykke niet alleen oude feiten en onderzoekspistes lijkt op te warmen, maar echt probeert om met de hedendaagse technieken nieuw bewijsmateriaal te vinden en daarmee verbanden te leggen. Het blijft alleen wel verdomd lastig om licht te brengen in een zaak die al bijna een halve eeuw onopgelost is. Ook al was er de hele tijd wel degelijk een voor de hand liggende verdachte, die nog eens goed onder handen moest worden genomen.

Behalve op nieuw onderzoek en nieuwe getuigenissen richt deze stevige serie zich tevens op de gevolgen van de moord voor het leven van Maria, die opgroeide bij haar Spaanse vader Enrique (de echtgenoot, sowieso altijd een potentiële verdachte in moordmysteries). In haar pogingen om eindelijk klaarheid te brengen in de zaak van haar moeder stuit ze op onbekende feiten, al dan niet gewillige getuigen én de Noorse bureaucratie, die een bevredigende uitkomst ernstig bemoeilijkt.

De Schrijver, De Moordenaar En Zijn Vrouw

Ferdi E. (l) en Tim Krabbé (r) / BNNVARA

Het is één van de meest tot de verbeelding sprekende Nederlandse misdaden van de afgelopen vijftig jaar: de ontvoering van Gerrit Jan Heijn op 9 september 1987. Niet door een bende ordinaire criminelen, maar door een nette Nederlandse mijnheer. Ferdi E., een werkloze vliegtuigbouwkundige. Hij had Heijn vrijwel direct doodgeschoten, maar diens nabestaanden nog maandenlang in spanning gelaten en rücksichtslos afgeperst.

Schrijver Tim Krabbé, die eerder al een boek schreef over de school shooting in Columbine, is direct gefascineerd door het misdrijf. Zeker als de dader een man blijkt te zijn die meer op hem lijkt dan hem lief is. Hij besluit E. te gaan opzoeken in de gevangenis. ‘Ik was benieuwd naar het menselijke van een uniek exces’, zegt hij in deze televisiedocu tegen interviewer Twan Huys. ‘Een monster, roepen ze dan. Wat moet je daarmee? Natuurlijk is dat geen monster. Daarmee schuif je de verantwoordelijkheid af.’

Krabbé wilde koste wat het kost kunnen begrijpen hoe Ferdi E., ogenschijnlijk een doodgewone man, tot zijn daad was gekomen, vertelt hij in De Schrijver, De Moordenaar En Zijn Vrouw (74 min.). Hij komt in contact met de ontvoerder via diens echtgenote Els, met wie de auteur al snel flirterige brieven uitwisselt en zelfs een korte romance heeft. Uiteindelijk zal hij in de gevangenis 142 ontmoetingen hebben met Ferdi en een boek over de kwestie schrijven, Vrienden, dat dit najaar uitkomt.

Huys, die de moordenaar zelf ook regelmatig sprak, bevraagt Krabbé uitgebreid over de kwestie. Dat interview wordt geïllustreerd met oude nieuwsitems, televisie-interviews en de schokkende beelden van hoe E. minutieus zijn eigen gruweldaad reconstrueert voor de politie. Die opzet is meteen ook de beperking van deze docu: het wordt nooit meer dan een aangeklede getuigenverklaring, van iemand die dat bizarre misdrijf ook alleen uit de tweede hand kent.

Een teaser van deze documentaire is hier te zien.

No One Saw A Thing

In het centrum van Skidmore staat tegenover de plaatselijke taverne, dwars op straat, een beige-bruine pickup-truck geparkeerd. Achter het stuur zit (nee: ligt) een bebloede man. Op klaarlichte dag neergeschoten. Naast hem zit een blonde, veel jongere vrouw. Zijn echtgenote Trena. Z’n vijfde. Volgens de overlevering keken zo’n vijftig inwoners van het gehucht in Missouri toe hoe Ken Rex McElroy rücksichtslos werd geliquideerd. Maar niemand heeft iets gezien.

De met kogels doorzeefde truck fungeert als het macabere centrale decorstuk voor de zesdelige documentaireserie No One Saw A Thing (258 min.), waarin de geruchtmakende moord op McElroy op 10 juli 1981 opnieuw wordt belicht. Het zou gaan om een typisch geval van eigenrichting: de dorpsploerd die al jaren heel Skidmore (437 inwoners) terroriseerde werd publiekelijk kaltgestellt. En veel inwoners van het district Nodaway County zien daarin, bijna veertig jaar later, nog altijd weinig kwaad. ‘Het kon niet anders’, zeggen ze. Of: ‘zijn verdiende loon.’

De langharige Vietnam-veteraan en muzikant Britt Small heeft de trekker in elk geval niet overgehaald, stelt hij in deze hele aardige true crime-serie van Avi Belkin. Al zou hij echt niet hebben geaarzeld om die McElroy ‘een gaatje in zijn hoofd’ te schieten. De zonderlinge Small voedde zijn zoon, die de mensheid in deze serie voor het gemak onderverdeelt in wolven en schapen, volgens eigen zeggen op met drie leefregels: ‘Ken je vijand, laat een vijand nooit levend achter en de kerel met de meeste kogels wint.’ Hij laat een moment stilte vallen. ‘Mijn zoon is alleen een echte messpecialist geworden’, zegt Britt trots. ‘Lang voordat hij leerde schieten wist hij al hoe hij iemand met een mes moest doden.’

In zijn zoektocht naar wie de trekker heeft/hebben overgehaald vangt Belkin zo eveneens iets van de volksaard van een gemeenschap die gewend is om zijn eigen boontjes te doppen. En de ooggetuigen, hier verbeeld met Sergio Leone-achtige extreme close-ups van ogen van Zij Die Het Zagen En Lieten Gebeuren, weten dat ze hun lippen stijf op elkaar moeten houden. McElroys weduwe Trena zegt nochtans te weten wie haar man heeft afgeknald, maar met haar verklaring krijgt ze niemand veroordeeld. En van die verhalen dat er een soort dorpsvergadering is geweest, waarbij het slachtoffer vooraf zou zijn gevonnist, wil ook niemand ook niets weten. En wie kan bewijzen dat zelfs de plaatselijke sheriff bij die bijeenkomst zijn goedkeuring heeft gegeven?

Met fraai archiefmateriaal uit reportages die toentertijd zijn gemaakt (waaronder gesprekken met McElroys vrouw Trena, haar advocaat, dorpelingen en de officier van justitie) en actuele interviews met het leeuwendeel van de belangrijkste personages en enkele, inmiddels volwassen kinderen van het slachtoffer keert filmmaker Belkin de zaak binnenstebuiten. No One Saw A Thing wil echter meer zijn dan een simpele whodunnit, de serie probeert ook de gevolgen van het vigilante-incident voor Skidmore in kaart te brengen. Met het bewaren van dat veelbesproken geheim lijkt het dorp een heuse vloek over zichzelf te hebben afgeroepen.

Het resultaat oogt als een psychologisch portret van een gemeenschap. Van small town America. En van Ons Kent Ons en Ons Dekt Ons. Een wereld die in de decennia na de McElroy-moord het toneel zal worden van de verdwijning van een tiener, handel in crystal meth en een bizarre moord. En dat eerder, ook niet te vergeten, het decor vormde voor barbaarse lynchpartijen van zwarte Amerikanen. Of er werkelijk een rechtstreeks verband is tussen al die verschillende kwesties, valt te betwijfelen. Avi Belkin maakt echter aannemelijk dat de zwijgcultuur rond de executie van Ken Rex McElroy in Skidmore wel degelijk heeft bijgedragen aan een algehele sfeer van medeplichtigheid, die ook jaren na dato nog slachtoffers maakt.

El Caso Alcàsser

‘Hoe leven de gezinnen van die meisjes nu? vraagt Manuel Campo Vidal, de presentator van de Spaanse televisierubriek Noticias zich af, nadat hij zojuist het nieuws heeft gebracht dat er drie lichamen zijn aangetroffen. ‘Zoals gezegd schamen we ons ervoor, maar we moeten bellen, dat is ons werk: Mevrouw Iborra, moeder van Miriam Garcia, wat voor nieuws is er?’

De moeder van de vermiste Miriam heeft natuurlijk ook niets nieuws te melden, maar dat weerhoudt Spaanse media er in 1992 blijkbaar niet van om de familie, live in de uitzending zelfs, lastig te vallen met impertinente vragen. De politie onderzoekt op dat moment nog of de gevonden lichamen inderdaad aan Miriam, Toñi en Desirée toebehoren, de drie verdwenen tieners uit Alcàsser.

De geruchtmakende verdwijningszaak was niets minder dan een zegen voor de Spaanse media. Schaamteloos legden ze het verdriet van de familie vast met hun camera’s, onderwijl natuurlijk steeds hun medeleven betonend. De twee belangrijkste talkshows van het land bouwden voor de gelegenheid zelfs een provisorische televisiestudio in de regio Valencia. ‘De meisjes zijn vermoord’, zegt presentatrice Nieves Herrero bijvoorbeeld op camera, tijdens een smakeloze live-uitzending. ‘Dat, na de reclame.’

Talkshowhost Paco Lobatón, de voornaamste concurrent van Nieves Herrero, kijkt in de vijfdelige true crime-serie El Caso Alcàsser (306 min.), waarin de zaak met vrijwel alle betrokkenen nog eens minutieus wordt doorgelicht, enigszins beschaamd terug op de rol van de journalistiek. Tegelijkertijd spreken de cijfers in zijn voordeel: beide programma’s behoren nog altijd tot de vijf best bekeken programma’s in de Spaanse televisiehistorie. En er zou in de navolgende jaren nog veel vaker worden gescoord met ‘nieuws’ uit de Alcàsser-zaak.

Nu werd de pers ook veelvuldig ingeschakeld door de families van de meisjes, waarbij met name Miriams vader Fernando zich ontwikkelde tot een echte mediapersoonlijkheid. Ruim 25 jaar later blikt ook deze Spaanse evenknie van Paul Marchal terug op de tragedie die zijn leven bepaalde, het politie-onderzoek én zijn eigen naspeuringen, waarmee hij een enorme Dutroux-achtige samenzwering op het spoor meende te zijn. In talkshows mocht hij, ondersteund door de cynische misdaadjournalist Juan Ignacio Blanco, ongehinderd allerlei ongefundeerde beschuldigingen uiten.

Zo toont deze typische true crime-serie van Elías León Siminiani vooral de lelijkste kant van de Spaanse media, die een gruwelijke misdaad vooral lijken te zien als een kans om de eigen status of kijkcijfers op te krikken. Nabestaanden, verdachten, advocaten en allerlei soorten ‘deskundigen’ zijn daarbij niet meer dan babbelvee, dat naar behoefte kan worden ingezet. En moddergevechten of ‘trial by media’ zijn nooit ver weg. Intussen komt er maar geen klaarheid in de zaak waarmee het ooit begonnen was: de verdwijning van drie volledig onschuldige tienermeisjes. Ook deze interessante, soms wat langdradige en warrige serie geeft geen definitief antwoord.

Inside The Manson Cult: The Lost Tapes

‘Ik ben Charlie’, zegt Thomas Walleman. ‘En als hij sterft, sterf ik.’ Het hippiemeisje Mary Brunner kijkt bewonderend toe als Walleman vervolgt: ‘Ik heb mijn persoonlijkheid opgegeven en ben geworden wat hij me heeft laten zien dat ik kon zijn.’ ‘En dat is wat?’ wil interviewer Robert Hendrickson weten? Walleman, een kerel met een woeste baard, begint gelukzalig te lachen: ‘Totale liefde.’

Wat Charles Manson bij die onvoorwaardelijke liefde voor ogen had, zou gaandeweg glashelder worden: volledige overgave. Aan hem, welteverstaan, de zelfverklaarde leider van The Family, een verzameling losgeslagen hippies die in 1969 uit moorden werd gestuurd. Ze zouden een achttal willekeurige slachtoffers maken, waaronder de hoogzwangere actrice Sharon Tate, en op de muren van de plaatsen delict opruiende, met bloed geschreven teksten als ‘Rise’ en ‘Death to pigs’ achterlaten. Zo hoopte Charlie een onvervalste rassenoorlog te ontketenen. Geïnspireerd door Helter Skelter van The Beatles.

Dat overbekende horrorverhaal, het symbolische einde van de vrijgevochten jaren zestig, werd al veel vaker verteld. En met elke poging was de kleine crimineel en loverboy avant la lettre Charlie Manson, die in 2017 zijn laatste adem uitblies in de gevangenis, nóg nadrukkelijker de verpersoonlijking van Het Kwaad geworden. Een extatisch lachende ‘creep‘ met hypnotiserende ogen, die zijn volgelingen, de meisjes in het bijzonder, werkelijk alles kon laten doen. Op basis daarvan rijst de vraag: is die onverkwikkelijke episode uit de historie van de tegencultuur nu nog niet voldoende uitgemolken?

De documentaire Inside The Manson Cult: The Lost Tapes (85 min.) van Hugh Ballantyne, die de komende twee woensdagen wordt uitgezonden op Canvas, heeft behalve de gebruikelijke vet aangezette voice-over, berouwvolle ex-volgelingen (‘Snake‘ en ‘Gypsy‘) en tamelijk overbodige reconstructies echter één belangrijke nieuwe troef: beelden die werden gemaakt binnen Mansons volledig doorgedraaide sekte, direct na de door hem geïnstigeerde moorden. Documentairemaker Hendrickson filmde en interviewde volgelingen op de beruchte Spahn Ranch en legde daar de blinde adoratie voor de inmiddels gearresteerde leider vast.

‘Ik ben bereid om voor hem te sterven’, zegt sektelid Lynette ‘Squeakie’ Fromme, die samen met twee andere Manson-groupies voor de camera met allerhande wapens in de weer is, zonder ook maar een spoor van twijfel. In zulke beelden zit de meerwaarde van deze zoveelste Manson-documentaire. De complete verdwazing van normale meisjes, die in handen van Charlie onvervalste moordwapens werden. ‘Je moet er de liefde mee bedrijven’, zegt diezelfde Fromme even later, terwijl ze liefdevol de loop van een geweer betast. In 1975 zal ze proberen om de daad bij het woord te voegen met een aanslag op de Amerikaanse president Ford.

The Family I Had

The Thin Blue Line, Paradise Lost, The Staircase, Making A Murderer en The Jinx behoren inmiddels tot het lexicon van de rechtgeaarde true crime-liefhebber. Met nieuwe loten aan de boom als Casting JonBenét en Mommy Dead And Dearest.

Anderhalf jaar geleden ontdekte ik een werkelijk fascinerende documentaire, die beslist niet in dit rijtje mag ontbreken. Het is een film die, als je het mij vraagt, schromelijk wordt onderschat. The Family I Had (73 min.) vertelt het tragische relaas van de alleenstaande moeder Charity uit Texas, die in 2007 een ronduit verwoestend telefoontje krijgt. Ella, haar dochtertje van vier, blijkt te zijn vermoord. De dader? Haar dertienjarige zoon Paris.

De gewelddadige dood van Ella vormt het startpunt van een troosteloos verhaal, dat als een virtuoze thriller wordt verteld. Elke keer als je denkt dat je de bodem van deze familietragedie hebt bereikt en het vervolg nu wel kunt uittekenen, sturen de co-regisseurs Katie Green en Carlye Rubin je een andere richting in en blijkt die bodem slechts een valluik naar een nieuwe laag misère.

Zo geeft The Family I Had je elke tien minuten een gigantische klap voor je kanis. Na bijna vijf kwartier zoek je bont en blauw, en met een niet meer zo gerust hart, je eigen veilige leventje weer op. Familieleden, zoveel is duidelijk, die heb je inderdaad niet voor het uitkiezen.

The Innocent Man

Netflix

Twee strafzaken die ogenschijnlijk niets met elkaar van doen hebben: de verkrachting van en moord op Debbie Carter in 1982 en de verdwijning van een andere jonge vrouw, Denice Haraway, anderhalf jaar later. Beide misdrijven vonden plaats in Ada, een slaperig stadje in Oklahoma. En in beide zaken werden twee mannen aangeklaagd en veroordeeld. Maar zijn deze vier langgestraften ook werkelijk schuldig? En (wat) hebben de twee verontrustende delicten met elkaar te maken?

De startpositie van de zesdelige documentaireserie The Innocent Man (282 min.), gebaseerd op de enige non fictie-thriller van bestsellerauteur John Grisham, voelt direct vertrouwd: true crime, zoals Amerikaanse documentaireproducenten die tegenwoordig per strekkende meter afleveren. Een enerverende achtbaanrit door het plaatselijke justitiesysteem met bizarre personages, straffe gedramatiseerde scènes en duizelingwekkende plotwendingen en cliffhangers. En, als het enigszins kan: een of meerdere ten onrechte veroordeelden en snode lieden die hen er doelbewust in hebben geluisd.

In dit specifieke geval: mannen die zelf een schuldbekentenis hebben afgelegd en een vrouwelijke getuige met de gave om aan anderen bekentenissen te ontlokken. En ook nu komt het betrokken politiekorps, uit Pontotoc County ditmaal, onder het vergrootglas te liggen. In die zin doet deze serie van Clay Tweel sterk denken aan het in Manitowac County gesitueerde Making A Murderer en moeten er ook vergelijkbare vragen worden beantwoord: zijn er andere verdachten? Hebben zij een logisch motief? En: is de (verplichte) complottheorie geloofwaardig?

Terwijl de successerie over de (onterechte) veroordeling van Steven Avery en Brendan Dassey, die in 2015 uitgroeide tot de standaard voor hedendaagse true crime, erg prekerig en langdradig wordt in het onlangs verschenen tweede seizoen, blijft The Innocent Man behoorlijk op koers en tempo. Het verhaal is wel erg gecompliceerd. Filmmaker Tweel probeert de chronologie en verbanden tussen de twee moordzaken te verduidelijken met een tijdlijn en heeft de ontwikkelingen zoveel mogelijk ondergebracht in afgebakende hoofdstukken. Kijkers moeten niettemin goed bij de les blijven. Na bijna vijf uur moord laat het overkoepelende verhaal zich niet zomaar in enkele zinnen samenvatten.

Aan het eind zet Tweel ‘gelukkig’ de voornaamste argumenten uit het pleidooi van het advocatenteam van de (ten onrechte) veroordeelden nog maar eens netjes op een rij, waarna amateurdetectives in de huiskamer zelf op zoek mogen naar gaten en losse eindjes in dat betoog.

The Thin Blue Line


Als één film true crime, het documentairegenre dat al enkele jaren furore maakt, heeft gedefinieerd, dan is het The Thin Blue Line (101 min.) van Errol Morris. Zonder deze klassieker uit 1988 zijn latere genretoppers als Making A Murderer en The Staircase, waarin een filmmaker op geheel eigen wijze een geruchtmakende strafzaak onderzoekt, eigenlijk ondenkbaar.

In deze revolutionaire film buigt de gevierde Amerikaanse documentairemaker zich over de moord op politieman Robert Wood, die in 1976 is neergeschoten bij een verkeerscontrole. Zijn de fatale kogels toen afgevuurd door de passagier van de aangehouden auto, Randall Adams, die in ‘88 al ruim elf jaar zit te verpieteren in een Texaanse dodencel? Of heeft een ander, te weten de pas zestienjarige chauffeur David Harris, misschien de trekker overgehaald?

Morris’ conclusies zullen uiteindelijk de hele rechtsgang op zijn kop zetten. De manier waarop hij eerst aan de hand van getuigenverklaringen de strafzaak ontleedt en vervolgens zijn pleidooi opbouwt van wat er in werkelijkheid kan zijn gebeurd, is ronduit virtuoos. Hij maakt daarbij veelvuldig gebruik van reconstructies, een stijlvorm die pas later gemeengoed zal worden in documentaire, en geeft ook de bedwelmende muziek van componist Philip Glass een prominente plek.

De geïnterviewden kijken ondertussen recht in de camera. Alsof ze getuigen in een virtuele rechtszaak, waarbij de kijker als jurylid fungeert. Morris ontwikkelde in dat kader later de zogenaamde interrotron, een camera-opstelling waarbij zijn gesprekspartners via een spiegel in de cameralens de interviewer, en daarmee diens publiek, recht in de ogen kunnen kijken. Ook daarmee was de voormalige privé-detective zijn tijd ver vooruit. Tegenwoordig zijn er goedkope setjes te koop, waarmee hetzelfde effect kan worden bewerkstelligd,

Het tekent de grensverlegger Errol Morris en plaatst ook deze klassieke film. The Thin Blue Line was dertig jaar geleden zo’n beetje alles wat documentaires toentertijd niet waren; een gestileerde vertelling van een regisseur met een unieke signatuur die op zoek naar de waarheid zijn geheel eigen werkelijkheid creëerde – in plaats van een ongepolijste weerslag van wat er zich toevallig voor de camera afspeelde. Een documentaire ook, die bij een groot publiek aan de man kon worden gebracht als ‘de eerste film die daadwerkelijk een moord oplost’.

The Jinx: The Life And Deaths Of Robert Durst


Verdacht van drie afzonderlijke moorden, maar nooit veroordeeld. Ook al heeft Robert Durst toegegeven dat hij één van de lijken in stukken heeft gezaagd en vervolgens in het water heeft gedumpt. Dat is het fascinerende uitgangspunt van de Amerikaanse true crime-klassieker The Jinx: The Life And Deaths Of Robert Durst (268 min.) uit 2015, die in eigen land een ongelofelijke mediahype veroorzaakte.

Meer zou je eigenlijk niet moeten willen weten over deze opzienbarende zesdelige serie, die in zijn geheel online is te bekijken. En ga ook vooral niet googelen op Durst, zijn steenrijke New Yorkse vastgoedfamilie of de moorden waarvan hij wordt verdacht, waaronder die op zijn echtgenote Kathleen McCormack. Je zou op informatie kunnen stuiten die de overrompelende kijkervaring kan vergallen. The Jinx bekijk je bij voorkeur zonder enige verdere voorkennis.

Feit is – voor de nieuwsgierige aagjes onder ons, die zich toch niet kunnen bedwingen – dat Robert Durst een hoofdpersoon is om van te dromen: charmant, gelaagd en totaal onvoorspelbaar. En soms ronduit angstaanjagend. In regisseur Andrew Jarecki, die eerder al de prachtige documentaire Capturing The Friedmans maakte, treft Durst echter een waardig opponent, die samen met hem op zoek gaat naar de waarheid. Daarbij gaan de handschoenen uit en – spoiler alert! – blijven de zendersetjes aan.

Dat is dan ook écht alles wat je hoeft te weten over deze superspannende miniserie, waarin Durst en Jarecki elkaar, zichzelf én de kijker de ene na de andere vernietigende vuistslag geven. Want The Jinx: The Life And Deaths Of Robert Durst is zowel ‘too good to be true’ als ‘too true to be good’.

Dear Zachary: A Letter To A Son About His Father


Een klein monumentje moest het worden, deze film. Voor een overleden vriend. Vermoord, om precies te zijn. In een park in Pennsylvania. Dokter in opleiding Andrew Bagby. 6 November 2001. Vijf kogels en een klap op het achterhoofd. Verdachte: zijn veel oudere ex-vriendin Shirley. Een ‘psychotic bitch’, volgens diverse betrokkenen.

Andrews vriend Kurt Kuenne was net bezig met filmen en interviewen. Had zijn ouders Kate en David al gesproken. Andrews voormalige verloofde. En een enorme stoet familieleden, vrienden, kennissen en studiegenoten. Toen bleek Shirley (tweemaal gescheiden, drie kinderen) enkele maanden zwanger. Van dezelfde Andrew, die ze met voorbedachte rade zou hebben vermoord.

Toen Kuenne dat hoorde, had hij geen keuze meer: zijn film voor familie en vrienden zou worden opgedragen aan Andrews kind. Zachary Andrew Turner, geboren op 18 juli 2002. Zeven maanden na de dood van zijn vader. Ook rond het kleine jongetje zou zich een groot drama afspelen. De persoonlijke tributevideo veranderde in een intrigerende documentaire: Dear Zachary: A Letter To A Son About His Father (91 min.).

Een film als een trits omvallende dominostenen. Geen idee waar het stopt of heengaat. Ruw gefilmd, snel gemonteerd. En zo gewiekst opgebouwd dat het bijna onkies wordt. Waarbij het persoonlijke perspectief van de maker, de voice-overs aan het adres van Andrews zoon Zachary, zorgt voor een enorme zeggingskracht. En een aangrijpende film die de kring van Andrew Bagby inderdaad volledig ontstijgt en na het ondergaan nog wel even nazindert.

De reportage The Legacy Of Dear Zachary: A Journey To Change Law (15 min.) kan worden beschouwd als een nabrander voor Dear Zachary. Een making of, die ook de nasleep van de film in beeld brengt. Na de documentaire zelf te bekijken dus.

Life And Death Row: The Mass Execution


‘Wie is hier dan de moordenaar?’, wil Stacey Johnson weten. Het is een retorische vraag. Johnson is ter dood veroordeeld vanwege moord – ook al is ie volgens eigen zeggen onschuldig. Binnen een maand wordt hij geëxecuteerd. Net als zeven anderen. Acht executies in tien dagen. Terwijl er in Arkansas al twaalf jaar niemand meer ter dood is gebracht. ‘Nu is het tijd voor gerechtigheid’, stelt gouverneur Asa Hutchinson van de Amerikaanse staat ferm.

Hij zegt er in eerste instantie niet bij dat de voorraad Midazolam, het dodelijke middel dat moet worden geïnjecteerd, zijn houdbaarheidsdatum nadert. En dus dringt de tijd. Voor zowel de familie van slachtoffers (de dochter van een vermoorde vrouw verwoordt het eenvoudig: ‘let’s get it over with’) als de beoogde ‘slachtoffers’ van The Mass Execution, die alles op alles zetten om de executiedatum op zijn minst uit te stellen. Hun zaken staan centraal in de zesdelige documentaireserie Life And Death Row (308 min.), die de komende dinsdagavonden is te zien op NPO2.

Deel 1 introduceert bijvoorbeeld de zaken van drie van de acht ter dood veroordeelde mannen: Stacey Johnson (de enige van de veroordeelden van wie je volgens zijn advocaat redelijkerwijs kunt veronderstellen dat hij onschuldig zou kunnen zijn), Don Davis (die overduidelijk schuldig is en ook berouw toont over zijn gruwelijke daad) en Bruce Ward (die helemaal niets zegt of toont en is gediagnosticeerd met paranoïde schizofrenie). Gezamenlijk vertegenwoordigen zij de veelheid aan mannen, daden en motieven, die in deze indringende serie worden belicht.

De filmmakers pluizen de daden van de te executeren mannen nauwgezet uit, waarbij zowel de aanklagers en politie als de verdediging aan bod komen. Daarnaast concentreren ze zich vooral op de aanloop naar de executie en de emotionele impact die deze laatste (?) dagen hebben op de mannen zelf, hun familieleden én de nabestaanden van hun slachtoffers. Met die brede insteek, waarbij ook nog voor- en tegenstanders van de doodstraf aan het woord komen, schetst Life And Death Row een krachtig en afgewogen beeld van een zeer gecompliceerde en omstreden kwestie: de doodstraf.

En intussen tikt de klok onverbiddelijk door en komt het galgenmaal voor deze ‘dead men walking’ zienderogen dichterbij…

The Staircase

Netflix

Is ze van de trap gevallen of zijn die hoofdwonden doelbewust toegebracht? Die vraag houdt amateurdetectives al sinds 2001 bezig. Eerst was er de achtdelige documentaireserie The Staircase (2004). Daarna volgde in 2013 een uitgebreide update. En nu zijn er weer drie nieuwe afleveringen over de enigmatische Michael Peterson, die wordt verdacht van moord op zijn vrouw Kathleen.

Netflix heeft de onvervalste true crime-klassieker uitgebouwd tot een dertiendelige reeks. Zodat je nog eens van voor af aan kunt beginnen aan de geruchtmakende strafzaak die door de Franse filmmaker Jean-Xavier de Lestrade zo meeslepend is opgetekend. Het is een kwestie die harten verscheurt; de Peterson-kinderen worden uiteen getrokken tussen enerzijds het verdriet om hun dode moeder en anderzijds de bezorgdheid – en zo nu en dan ook de twijfel – over hun vader, de verdachte.

Het jarenlange filmen van De Lestrade is intussen een rol gaan spelen in de zaak zelf. Zonder de documentaireserie waarmee alle aspecten van de rechtsgang tegen Peterson in beeld zijn gebracht, zou de man allang voor de rest van zijn leven achter slot en grendel zijn verdwenen. Zo meent hij tenminste zelf. The Staircase heeft zijn zaak levend gehouden – en hem tegelijkertijd voor het leven getekend. Geen mens maalt meer om de boeken die hij ooit publiceerde of de columns die hij schreef. Hij is Michael Peterson, moordverdachte van beroep.

Als hoofdpersoon van een true crime-documentaire contrasteert hij met de helden van andere klassiekers uit het genre, zoals Randall Adams (The Thin Blue Line Line), Damien Echols (de Paradise Lost-trilogie) en Steven Avery (Making A Murderer). Dat zijn stuk voor stuk mannen die sowieso al in de hoek zaten waar de klappen vielen. Peterson leek zijn schaapjes behoorlijk op het droge te hebben toen hij werd getroffen door het noodlot (of was hij ’t toch gewoon zelf?). Intussen droeg hij natuurlijk wel enkele geheimen met zich mee. Dat was ook voor De Lestrade, die na de Oscar-winnende documentaire Murder On A Sunday Morning (waarin een arme zwarte jongen ten onrechte wordt beschuldigd van moord) nu eens een bevoorrechte verdachte zocht, een onverwachte verrassing.

Met de jaren is The Staircase wel een beetje van toon en inhoud veranderd. Waar de oorspronkelijke serie ’t moest hebben van onverwachte verhaalwendingen en spannende cliffhangers, is het verteltempo in de nieuwe afleveringen wat omlaag gegaan en de nadruk steeds meer komen te liggen op de impact van de zaak op de samengestelde familie Peterson én het functioneren van het Amerikaanse rechtssysteem. Heeft Michael Peterson destijds een eerlijk proces gehad? En heeft dat geresulteerd in een rechterlijke dwaling of toch gewoon gerechtigheid? Daarover verschillen de mening nog altijd, blijkt in de zinderende finale van deze klassieke serie.