The Australian Dream

Sport belichaamt de essentie van wat een samenleving definieert, zegt één van de sprekers in The Australian Dream (106 min.). Daarmee vertolkt hij ongetwijfeld ook de mening van de Britse filmmaker Daniel Gordon, die inmiddels meerdere meeslepende sportdocu’s op zijn conto heeft staan, zoals 9,79, Hillsborough en The Fall. Films waarvoor de sport zelf uiteindelijk niet meer is dan een decor voor verhalen over hypocrisie, mediahypes en/of discriminatie.

Gordons nieuwste film speelt zich af binnen de Australian Football League, ‘rugby Ozzy style’, en heeft in de goedlachse sterspeler Adam Goodes van The Sydney Swans een aansprekende protagonist. De populaire footballer, in 2014 verkozen tot Australiër van het jaar, komt ineens publiekelijk onder vuur te liggen als hij zich begint te verzetten tegen het openlijke racisme (‘aap’) waarmee hij als aboriginal soms wordt bejegend.

Via ‘Goodesy’ belicht Gordon de uiterst ongemakkelijke relatie van Australië met zijn oorspronkelijke bewoners. Wat voor gewone Aussies Onafhankelijkheidsdag heet, wordt door aboriginals bijvoorbeeld beschouwd als Invasiedag. Terwijl de rest van het land ongegeneerd feestviert, rouwen zij om een cultuur die na 60.000 jaar rücksichtslos om zeep is geholpen en bewenen ze hun doden, gewonden en verminkten.

Die geschiedenis heeft ook een verpletterend effect op hun zelfbeeld. ‘De kans dat een inheems kind in de gevangenis belandt is groter dan dat het de middelbare school afmaakt’, stelt de prominente journalist Stan Grant, zelf van Wiradjuri-afkomst, tijdens een geruchtmakende speech. Als kind probeerde hij in bad altijd zijn kleur eraf te wassen, vertelt hij in deze onthutsende documentaire.

Hoewel The Australian Dream zich aan het andere eind van de wereld afspeelt, gaat de film ontegenzeggelijk ook over ons. Over hoe ook Nederland nog altijd moeite heeft om z’n eigen koloniale geschiedenis te accepteren. En over hoe we blijven steggelen over Zwarte Piet en racisme in voetbalstadions.

Radiohead: Meeting People Is Easy


Als je er al je hele leven van droomt om eens met een wereldberoemde band de wereld rond te toeren, neem dan beslist Meeting People Is Easy(93 min.) tot je. Geloof me, deze documentaire van Grant Gee over Radiohead werkt als een ontmoedigingscursus en geneest je vast voorgoed van die behoefte.

Het is nu twintig jaar geleden dat de Britse groep zijn derde langspeler OK Computer uitbracht, een plaat die in de hele wereld werd onthaald als een absoluut meesterwerk. Tot afgrijzen van de band zelf. Niet veel later ging Radiohead op wereldtournee. En Gee’s camera mocht mee. Nooit eerder (of later) werd het leven ‘on the road’ zo genadeloos opgetekend.

Het Engelse vijftal laat het zich eerst nog braaf aanleunen; de overspannen loftuitingen, schijninterviews, tijdvretende fotosessies, ongemakkelijke ontmoetingen met hysterische fans, zenuwslopende clipopnames, kunstjes in televisieprogramma’s waarnaar ze zelf nooit zouden kijken, meetings met plaatselijke platenmaatschappijmedewerkers en tergend trage reisuren. Alsof het nooit, echt nooit, genoeg is.

Gaandeweg begint de alternatieve popgroep uit Oxford te morren en komt voorzichtig in verzet. Vanuit het besef dat deze lopende band, niet voor niets de muziekindustrie genoemd, pas halt houdt als je he-le-maal bent leeg getrokken en alles uit je handen laat vallen – of dreigt om dat te doen. Als een vijfkoppige zombie gaat Radiohead uiteindelijk ruim een jaar later huiswaarts.

Je kunt Grant Gee verwijten dat hij zijn roze bril bewust thuis heeft gelaten en elk willekeurig tafereel grijsgrauw inkleurt. Dat levert nochtans onvergetelijke scènes op – zoals het moment waarop zanger Thom Yorke tegen heug en meug het popblad NME bedankt voor het uitroepen van OK Computer tot album van het jaar – die bovendien wonderwel aansluiten bij de atmosfeer van Radioheads zwaarmoedige muziek.

Meeting People Is Easy is een soort eindeloze treurmars door de hele godganse popwereld, die je langzaam maar zeker, in het kielzog van Radiohead zelf, helemaal verzwelgt. De vervreemdende videotrack bij de collectie lijfliederen waarmee een complete generatie alto’s is opgegroeid in de jaren negentig.