This Is A Robbery: The World’s Biggest Art Heist

Netflix

Rond het Isabella Stewart Gardner Museum kon het jaarlijkse ‘Carnaval’ elk ogenblik losbarsten. Terwijl de rest van Boston, ‘de Ierse hoofdstad van de Verenigde Staten’, zich op zondag 18 maart 1990 opmaakte voor de Saint Patrick’s Day-parade, ontdekten medewerkers van het museum echter dat er was ingebroken. Dertien kunstwerken bleken gestolen. Van illustere namen als Rembrandt, Vermeer en Manet. ‘De grootste kunstroof ooit’, schreeuwden kranten en televisiezenders. Geschatte schade: ettelijke honderden miljoenen dollar.

De bewakers van het Gardner-museum waren, gekneveld met duct tape, achtergelaten in de kelder. Ze verklaarden dat ze die nacht werden overweldigd door enkele als agent vermomde mannen. Toch lijkt de kraak van de vierdelige serie This Is A Robbery: The World’s Biggest Art Heist (210 min.) bij nadere beschouwing een stuk minder professioneel dan je op basis van de buit zou verwachten. De rovers hebben enkele kostbare schilderijen gewoon laten hangen en zijn ogenschijnlijk tamelijk klunzig te werk gegaan. En aan wie kun je zulke wereldberoemde werken eigenlijk verpatsen?

Hoewel er verdachten te over zijn – één van de beveiligers, een beruchte kunstdief en de plaatselijke georganiseerde misdaad, de Ieren dan wel de Italianen – is de zaak ruim dertig jaar na dato nog altijd niet (helemaal) opgelost. Regisseur Colin Barnicle loopt met direct betrokkenen, politieagenten, journalisten, advocaten en kunstkenners de verschillende onderzoekspistes af en probeert verdachten weg te strepen, om zo bij de echte daders te komen. Als die daadwerkelijk in beeld lijken te komen, resteert er nog één vraag: waar is de gestolen kunst?

Van een vaardig vertelde whodunnit, waarin met de regelmaat van de klok een potentiële rover achter de tralies of onder de zoden verdwijnt, wordt deze miniserie zo een zoektocht naar de verdonkeremaande werken: liggen ze ergens bij een pseudo-Soprano in de achterbak? Hangen ze aan de muur bij een kunstconnaisseur zonder scrupules? Of zijn ze allang weggerot in het één of ander vochtig magazijn? Én, als ze ooit nog voor de dag komen, is het dan vooral als handig ‘verlaat de gevangenis zonder te betalen’-kaartje?

Van een slim opgebouwde rondleiding door het doolhof dat is opgetrokken rond de Gardner-roof wordt This Is A Robberty uiteindelijk ook een aansprekend portret van de penoze van Boston. De serie eindigt daardoor een stuk grimmiger dan de oorspronkelijke inbraak in het museum deed vermoeden.

Sons Of Honour

Witfilm

Kun je de zonen van ‘mannen van eer’ zodanig herprogrammeren dat ze niet in de voetsporen van hun vaders treden? De Italiaanse jeugdrechter Roberto di Bella probeert de nieuwste generatie van de ‘Ndrangheta, de beruchte maffia van Calabrië, met een alternatieve straf te laten zien dat een leven buiten de georganiseerde misdaad wel degelijk mogelijk is.

Sophia Luvarà, die zelf in de Italiaanse regio opgroeide, volgt enkele Sons Of Honour (86 min.) tijdens hun tijd in het jeugdtehuis, dat soms bijna oogt als een willekeurige studentenflat. Bevolkt door louter stoere jongens, dat wel, die door de filmmaakster worden bevraagd over hun jeugd, familie en achtergrond. Hoe en wanneer daalden ze af in de onderwereld? En hebben ze überhaupt ooit een andere wereld gekend?

Luvarà doorsnijdt de scènes met de (nu nog?) kleine crimineeltjes met getuigenissen en brieven die Di Bella gedurende zijn loopbaan heeft ontvangen. Daarmee wordt de volle omvang van de ‘Ndrangheta-problematiek duidelijk. De rechter wordt bijvoorbeeld regelmatig benaderd door moeders die hem letterlijk smeken om hun kinderen weg te halen uit de maalstroom van geweld die hun familie nu al generaties in z’n greep heeft.

Dat blijkt ook in deze broeierige film, die nooit helemaal lijkt te ontvlammen, weer gemakkelijker gezegd dan gedaan. Hoewel de jongeren op zich misschien wel schoon schip willen maken, is het de vraag of ze dat nog kunnen. Je kunt de jongen weliswaar uit de ‘Ndrangheta proberen te halen, maar krijg je de ‘Ndrangheta daarmee ooit echt uit de man?

Fear City: New York Vs. The Mafia

Netflix

Bonanno, Colombo, Gambino, Genovese en Luchese. De namen spreken nog altijd tot de verbeelding. Ooit maakten deze vijf illustere maffiafamilies de dienst uit in New York. Ze waanden zich onaantastbaar. Tótdat de FBI begin jaren tachtig besloot om ‘the mob’ echt met wortel en tak uit te roeien – of op z’n minst een héél gevoelige slag toe te brengen. Niet alleen de soldaten en kapiteins zouden eraan moeten geloven, ook hun onverstoorbare bazen. Maar hoe grijp je mannen in de kraag, die er altijd voor zorgen dat ze zelf geen vuile handen maken?

In de driedelige docuserie Fear City: New York Vs. The Mafia (154 min.) reconstrueert Sam Hobkinson met voormalige mobsters, speciale agenten van de FBI én voormalig crimefighter Rudy Giuliani (die zelf tegenwoordig dienst doet als een soort consigliere van Donald Trump) hoe de maffia in de tweede helft van de twintigste eeuw als een parasiet vrijwel de gehele samenleving ziek had gemaakt en hoe politie en justitie zich vervolgens met afluisterapparatuur en informanten toegang probeerden te verschaffen tot de bedorven kern van die parasiet: de zogenaamde Commissie, bestaande uit de vijf familiebazen.

Spannend geënsceneerde en uitgelichte interviews met talloze direct betrokkenen, die graag nog eens terugblikken op hun rol in het kat- en muisspel, vormen de kern van dat relaas. Hobkinson, die eerder de witte boorden-thriller The Kleptocrats regisseerde, brengt deze gesprekken tot leven met een slimme combi van authentiek archiefmateriaal en nieuwe illustratiebeelden, bandopnamen van maffiose gesprekken, straffe vormgeving en dampende soul- en funkmuziek. Alsof die hele operatie, gericht op een stel volbloed gangsters die zo leken te zijn weggelopen uit The Godfather, Goodfellas of The Sopranos, toch ook een heel coole onderneming was.

Fear City wordt zo een levendige vertelling over de totale verwevenheid van onder- en bovenwereld in New York, waarbij zijdelings ook nog een zekere vastgoedman uit die stad komt bovendrijven, en de pogingen van enkele gedreven G-mannen om de hele boel te ontwarren, de betrokken georganiseerde misdaad-organisaties definitief te ontmantelen en de leiders ervan heen te zenden met een enkeltje gevangenis. Zo gemakkelijk gaven beruchte mannen van eer als Fat Tony, John Gotti en Big Paul Castellano zich echter niet gewonnen. Voordat ze zich voor de rechter hoefden te verantwoorden, was er al een maffia-oorlog uitgebroken.