The Times Of Harvey Milk

Deze Oscar-winnende documentaire uit 1984 valt direct met de deur in huis: Dianne Feinstein, voorzitter van de gemeenteraad van San Francisco, legt op 27 november 1978 een verklaring af voor de verzamelde pers. ‘Zowel burgemeester Moscone als stadsbestuurder Harvey Milk zijn neergeschoten en dood.’ Een golf van ontzetting gaat door de zaal. ‘Nee!’, roept iemand. ‘Jezus Christus!’ Als het rumoer weer een beetje is weggestorven, vervolgt Feinstein haar statement: ‘De verdachte is stadsbestuurder Dan White.’

Beide mannen zijn vermoord in het gemeentehuis. Milk, de eerste openlijke homoseksuele stadsbestuurder van de Verenigde Staten, was pas elf maanden in functie. Hij had zelf al voorzien dat het zo zou kunnen eindigen. Een jaar voor zijn dood maakte hij een audio-opname van zijn laatste wil. ‘Deze opname mag alleen afgespeeld worden als ik ben vermoord’, zegt hij daarop. ‘Ik realiseer me dat iemand die staat waar ik voor sta, een homo-activist, het doelwit kan worden van iemand die onzeker, bezorgd, angstig of gestoord is.’

Harvey Milk beschouwde zichzelf niet zomaar als een kandidaat, zegt hij in de woorden die na zijn gewelddadige dood een nieuwe lading kregen, maar als een werktuig voor het grotere ideaal: een volwaardige plek voor LGBT’ers in de samenleving. Zo wordt hij ook geportretteerd in The Times Of Harvey Milk (88 min.) van Rob Epstein en Richard Schmiechen. Als een typische representant van Frisco’s bijzonder vitale gayscene en als een leider die het gezicht zou worden van de bijbehorende emancipatiebeweging. Want voor homo’s was er nog een wereld te winnen.

Illustratief is een foto van Harvey met de toenmalige president Jimmy Carter, een man die wereldwijd een reputatie zou opbouwen als onvermoeibare voorvechter van mensenrechten. Destijds wilde hij echter helemaal niet op de foto met een homo. Carters vrouw Rosalynn was er zelfs van overtuigd dat de Jood Milk zich moest bekeren tot het christendom. Dan zou die homoseksualiteit ook wel verdwijnen. ‘Ik ben verbaasd dat u mijn hand wilde schudden’, zou Harvey tegen de ‘first lady’ hebben gezegd. ‘Want u heeft geen idee waar die hand al is geweest.’

Harvey Milk beleefde zijn finest hour toen hij een campagne opzette tegen Proposition 6, een initiatiefvoorstel om homo’s uit het onderwijs te weren. Het moment waarop de uitslag van het referendum wordt bekendgemaakt fungeert als omslagpunt voor deze aangrijpende film. Daarna is het rap afgelopen met de gay-politicus, die koelbloedig – of was het toch een vlaag van verstandsverbijstering? – zal worden geliquideerd door zijn collega Dan White, een brandweerman wiens eikenhouten wereld op zijn grondvesten schudde door de Harvey Milks van zijn tijd.

Het leven van Harvey Milk zou nóg een Oscar opleveren: voor acteur Sean Penn, die Harvey vertolkte in de speelfilm Milk.

5B

Het was duidelijk dat honderd procent van de ziektegevallen zou sterven, aldus één van de toenmalige artsen. Toch wilden lang niet alle doktoren en verpleegkundigen deze patiënten behandelen. ‘Ik raak hem met geen vinger aan’, zou een arts tegen een uitgemergelde jongeman hebben gezegd. Natuurlijk, sommige medewerkers van het San Francisco General Hospital waren gewoon bang, maar anderen vonden ook dat die mannen het er zelf naar hadden gemaakt. ‘Homokanker’ kreeg je immers niet zomaar.

En dus moest er begin jaren tachtig een speciale afdeling komen voor AIDS-patiënten. Met artsen en verplegers van 5B (95 min.), waar het gebruikelijke ‘cure’ al snel werd losgelaten ten faveure van ‘care’, blikken Dan Krauss en Paul Haggis terug op de AIDS-uitbraak in de Amerikaanse gaystad bij uitstek, San Francisco. Van professionele distantie kon in elk geen geval sprake zijn, zoveel was hen al snel duidelijk. Deze mannen gingen een wisse dood tegemoet. Hoe kon je hun lijden verlichten en hen op een menswaardige manier naar hun einde begeleiden?

De beelden daarvan zijn bijna veertig jaar later nog altijd hartverscheurend. Toch waren de meningen in de buitenwereld niet mals: homoseksualiteit was bepaald nog niet algemeen geaccepteerd, van het (vermeende) bijbehorende promiscue gedrag werd zelfs schande gesproken. Werd daar op die speciale afdeling soms de homoseksuele levensstijl gepropageerd? En in hoeverre liepen ‘gewone’ Amerikanen gevaar? Die laatste vraag werd nog eens extra pregnant toen één van de verpleegkundigen zich prikte aan een injectienaald en vervolgens HIV-positief bleek.

Krauss en Haggis zoomen in op enkele persoonlijke verhalen van 5B en plaatsen de gebeurtenissen op de speciale ziekenhuisafdeling binnen het politieke klimaat van die veelbewogen jaren. De bekroonde (en homoseksuele) verslaggever Hank Plante herinnert zich bijvoorbeeld nog goed hoe de toenmalige Amerikaanse president Ronald Reagan in 1987 voor de allereerste keer het woord ‘AIDS’ in de mond nam. ‘De epidemie was toen al zes jaar gaande’, zegt hij verbeten. ‘Op het moment dat hij dat woord voor het eerst uitsprak waren er al 21.000 Amerikanen gestorven.’

Die onverschilligheid contrasteert enorm met de onbaatzuchtigheid van de 5B-medewerkers, die in hachelijke tijden de menselijke waardigheid van ‘hun’ patiënten waarborgden en tevens het grote hart vormen van deze aangrijpende film, die in 2019 op het Filmfestival van Cannes de Grand Prix Award won.

The Silence Of Others

In de Jerte-vallei in Extremadura staren enkele beelden in de verte. Ze representeren de slachtoffers van het Franco-regime in Spanje. Kort na de onthulling van het monument, ruim dertig jaar nadat de dictator in 1975 stierf, heeft een onbekende onverlaat de beelden beschoten. Stuk voor stuk dragen ze nu kogelgaten. De verantwoordelijke kunstenaar Francisco Cedenilla beschouwt die als de vervolmaking van zijn werk.

‘Het belangrijkste wat we van Franco moeten onthouden’, zegt Jaime Alonso nochtans doodgemoedereerd, ‘is dat hij nooit verkeerd zat.’ Daarna vertelt de medewerker van de Franco-stichting gedreven hoe de voormalige dictator, die Spanje meer dan vier decennia regeerde, zijn land bevrijdde van communistische tirannie. Geen woord over verdwenen landgenoten, marteling of genocide. Franco’s aanhangers willen nog altijd geen kwaad woord horen over hun leider.

Veel Spanjaarden, waaronder talloze vooraanstaande politici, zwijgen sowieso het liefst over het verleden (en laten bijvoorbeeld ook de straatnamen, met verwijzingen naar gewezen helden van het bewind, het liefst ongemoeid). Zeker de amnestiewet, die ervoor heeft gezorgd dat de beulen van het Franco-regime zich nooit hebben hoeven te verantwoorden voor hun daden, is en blijft taboe. Een groep slachtoffers en nabestaanden laat het er echter niet bij zitten en probeert al sinds 2010 internationaal recht te halen.

The Silence Of Others (91 min.) documenteert hun jarenlange pogingen om, met behulp van een Argentijnse onderzoeksrechter, alsnog gerechtigheid te laten geschieden. De documentaire van Almudena Carracedo en Robert Bahar schetst tevens de achterkant van die queeste om het collectieve zwijgen te beëindigen: het onbeschrijflijke leed dat gebeurtenissen die zich soms een halve eeuw geleden voltrokken nog altijd veroorzaken in de levens van gewone, vaak hoogbejaarde Spanjaarden. Sommige getuigenissen van Franco-slachtoffers gaan werkelijk door merg en been.

In dat verband speelt ook de vraag op of je als dader eigenlijk vergiffenis kunt eisen. Of is het voorbehouden aan het slachtoffer om (eventueel) vergeving te géven? Én: kun je als samenleving werkelijk verder met zoveel lijken in de kast (en onder de grond)? De vraag stellen…