Hans van Manen – Just Dance The Steps

c: Willem Aerts

‘Hoe jong mag je zijn?’ vraagt Hans van Manen zich af. De Nederlandse choreograaf, die binnenkort negentig jaar oud wordt, heeft volgens zeggen nooit serieus nagedacht over stoppen. ‘Omdat ik altijd dacht: Het is nog niet goed genoeg geweest. Het moet beter kunnen.’

Die ambitie is nooit geweken, blijkens het persoonlijke portret Hans van Manen – Just Dance The Steps (52 min.), waarin regisseur Willem Aerts de éminence grise van het Nederlandse ballet van dichtbij observeert, bijvoorbeeld via lange en intieme close-ups, tijdens zijn leven en werk. Van Manen staat midden in het leven, dat voor hem onlosmakelijk met dans en choreografieën is verbonden. Hij dirigeert, stimuleert en corrigeert nog altijd als vanouds.

Een veeleisende man, zoveel is duidelijk, volledig in z’n element. Eerzuchtig ook. Als Van Manen de Eremedaille voor Kunst en Wetenschap van de Huisorde van Oranje krijgt uitgereikt en in de berichtgeving daarover onnauwkeurigheden ontdekt, zorgt hij ervoor dat die worden gecorrigeerd. ‘Ja, ik heb wel een paar dingen rechtgezet’, vertelt hij grinnikend in een treffende scène. Het moest dus zijn: honderdvijftig balletten, internationaal uitgevoerd door negentig gezelschappen.’

Tegelijkertijd sijpelt in deze toch ook wat weemoedige film steeds nadrukkelijker door dat de befaamde choreograaf ook bezig is met afronden. Hij maakt bijvoorbeeld geen nieuwe balletten meer (want hij hoeft zich niet meer te bewijzen), heeft een oude liefde, de fotocamera, al jaren niet meer aangeraakt en gaat na ruim veertig jaar verhuizen. Want trappen lopen is toch wel belastend geworden. ‘Dag huis’, zegt Van Manen quasi-luchtig als hij de deur achter zich dicht trekt.

Hij moet ook nadenken over zijn artistieke nalatenschap. Van Manen schenkt zijn balletten aan het Nationale Ballet en heeft Rachel Beajeaun, de danseres die vroeger zijn muze was, tot beheerder gebombardeerd. Zij moet er zorg voor dragen dat zijn werk voortleeft als hij dat zelf niet meer doet. Beajeaun en andere mensen uit Van Manens directe (werk)omgeving komen tevens offscreen aan het woord over de hand van de meester, die hen nog altijd (bege)leidt.

Zo krijgt deze film het karakter van een krachtig eerbetoon, aan een vitale man voor wie het harnas, waarin hij waarschijnlijk ooit wil sterven, nog altijd als gegoten zit. Totdat het tóch goed genoeg blijkt te zijn geweest.

Cuban Dancer

VPRO

Op het vliegveld danst Alexis Valdes voor de allerlaatste keer met zijn vaste partner en geliefde Yelenia. Daarna krijgt ze een hartstochtelijke zoen. En weg is-ie, naar het beloofde land. De tiener laat Cuba achter zich, het eiland waar hij de laatste jaren aan de Nationale balletschool in Havana studeerde. Het is geen vrijwillig vertrek: Alexis moet simpelweg met de rest van het gezin mee, naar zijn oudere zus die al enkele jaren in de Verenigde Staten verblijft.

Als hij in 2016 in Florida arriveert, begint de Cuban Dancer (97 min.) weer op nul. Alexis spreekt nauwelijks Engels en is aangewezen op de enige taal die hij echt machtig is: die van de dans. De jongen belandt op de prestigieuze HARID Conservatory in Boca Raton, waar hij een professionele balletopleiding krijgt. Terwijl hij daar met harde hand de wetten van het vak krijgt bijgebracht, begint de charismatische balletdanser zich steeds meer thuis te voelen in zijn vaderland. En hij krijgt ook weer een vaste danspartner.

Gedurende vier jaar volgt Roberto Salinas de Cubaanse tiener en zijn familie. Op de achtergrond speelt de eerst ontdooiende en daarna toch weer bevriezende relatie tussen Cuba en de Verenigde Staten, maar die lijkt nauwelijks vat te krijgen op Alexis en zijn familie. Grote drama’s blijven uit. Cuban Dancer richt zich vooral op de ontwikkeling van de jonge danser, die nog eens wordt geaccentueerd met fraai gestileerde dansscènes in zijn directe leef- of leeromgeving.

Als hij na enkele jaren opnieuw voet zet op zijn geboortegrond – en ook weer oog in oog komt te staan met de bevallige Yelenia – is hij niet meer de jongen die hij ooit was en al een heel eind de danser die hij toen wilde worden.

Crazy Days

Docmakers

Hij moet zich soms als de kapitein van de Titanic voelen: terwijl de tweede Coronagolf Nederland in zijn greep krijgt probeert Riccardo Minasi zijn project bij het Nationale Opera & Ballet drijvende te houden. Samen met een jonge internationale cast bereidt de Italiaanse dirigent zich voor op enkele uitverkochte uitvoeringen van Mozarts fameuze opera Le Nozze De Figaro. Met angst en beven kijken ze uit naar de dinsdagen, naar weer een nieuwe persconferentie die roet in het eten kan gooien.

Intussen ontsmetten ze consciëntieus hun handen en proberen ze ondanks de anderhalve meter afstand gezamenlijk scènes in te studeren. Terwijl ze hun concentratie en enthousiasme proberen vast te houden, kijkt regisseur Sanne Rovers mee tijdens deze Crazy Days (65 min.). Ze laat haar camera door de lege gangen van het operagebouw dwalen, houdt zo nu en dan halt voor een repetitie of fraai gestileerde passage uit de opera en spreekt met de voornaamste spelers.

Corona blijft alomtegenwoordig. Het maakt immers nogal een verschil of je toewerkt naar een serie voorstellingen of naar een livestream (en deze documentaire, die waarschijnlijk door meer mensen zal worden gezien dan de uitvoeringen). De magie van het moment zal in dat laatste geval in het luchtledige, zonder interactie met het publiek, tot stand gebracht moeten worden. En de complete onderneming kan natuurlijk ook nog van het ene op het andere moment worden stopgezet.

Het werken aan Le Nozze De Figaro wordt daarmee een allegorie voor hoe het de kunstensector sowieso is vergaan tijdens de Coronacrisis: ze is volledig overgeleverd aan de grillen van het virus en een overheid die daarop probeert te anticiperen. Dat zorgt voor twijfel, frustratie én teleurstelling. Voor een streamuitvoering is bijvoorbeeld niet de gehele cast nodig. Naarmate de pay-off van hun inspanningen – of het uitblijven daarvan – in zicht komt begint het water hen echt aan de lippen te staan.

Iedereen weet nochtans: wat er ook gebeurt, het orkest speelt door.

Blitzed!: The 80’s Blitz Kids Story

Op de schouders van de gigant David Bowie, als directe reactie op de eerste punkgolf en snakkend naar een eigen signatuur vond een nieuwe generatie Britse jongeren eind jaren zeventig een thuisbasis in de Londense club The Blitz. Daar ontstond een Europese evenknie van het Amerikaanse Studio 54, waar zich een frisse incrowd van kunstenaars, modeontwerpers en muzikanten vormde. De zogenaamde ‘new romantics’. Ze waren arrogant, extravagant en genderfluïde.

Onder deze Blitz Kids – type kijken en bekeken worden – bevonden zich toekomstige pophelden als Boy George (Culture Club), Gary Kemp (Spandau Ballet) en Midge Ure (Ultravox) en de messcherpe modeontwerpers Michele Clapton, Fiona Dealey en Stephen Jones. Die willen in deze joyeuze documentaire van Bruce Ashley en Michael Donald natuurlijk maar al te graag vertellen over de tijd dat zij tot ‘the happy few’ behoorden en een geheel eigen stijl – op het snijpunt van pop, mode en kunst – begonnen uit te dragen. Ze realiseerden zich vrijwel direct: ‘Dit is mijn stam.’

Gezamenlijk hebben zij, constateren ze nu in het sjiek uitgevoerde Blitzed!: The 80’s Blitz Kids Story (90 min.), ook het pad geëffend voor mannen en vrouwen die zich buiten de voor hun gender en geslacht gebaande paden wilden wagen. Van outcast kon je wel degelijk incrowd worden. En tussendoor kwam – om de cirkel helemaal rond te maken – zowaar hun grote inspirator Bowie nog op bezoek in de glamoureuze club van het illustere duo Rusty Egan en Steve Strange. Hij vroeg enkele sleutelfiguren uit de scene bovendien om de videoclip voor zijn hitsingle Ashes To Ashes op te fleuren.

Dat is een mooi verhaal uit de oude doos, waaruit ook de ‘new romantics’ tegenwoordig met liefde en plezier putten. Ze zijn natuurlijk allang ‘old romantics’ geworden. Bevangen door de nostalgie over hun jeugd die ons allemaal ooit overvalt.

Igone – En Als Beloning Zweef Je

Ze brengt de wijnflessen naar de glasbak. Stofzuigt het huis. En laat de hond uit. Vier maanden na haar vertrek bij het Nationale Ballet in september 2019 heeft het gewone leven van Igone de Jongh een aanvang genomen. Ze voelt een leegte in zichzelf en gaat door een soort rouwproces. De ballerina had zich haar afscheid, na 24 gloriejaren, anders voorgesteld. En eigenlijk is ze ook nog niet klaar met dansen.

Thuis maakt ze zich op voor een remonte. Nu eens niet als grote ster in voorstellingen van topchoreografen als Rudi van Dantzig of Hans van Manen, als een superieure vertolker van andermans visie, maar met een zeer persoonlijk stuk, waarin ze haar eigen verhaal vertelt en ook de conversatie aangaat met het publiek. Dat zorgt onvermijdelijk voor elementaire twijfel. ‘Het is ongelooflijk dat gewoon alles weg is’, verzucht ze onderweg. ‘Alsof ik nooit gedanst heb.’

Igone – En Als Beloning Zweef Je (50 min.) is de weerslag van het intieme proces dat De Jongh – ondersteund door echtgenoot Thijs Römer, met de dansers Marijn Rademaker en Thiago Bordin en onder regie van Ruut Weissman (die onlangs zelf ook de hoofdpersoon was van een delicate documentaire) – voor het oog van de camera doormaakt. Waarin ze oude krachten probeert los te maken binnen een nieuwe versie van zichzelf.

Regisseur Simone de Vries lardeert Igone’s persoonlijke queeste met video’s die haar grootvader heeft gemaakt van hoe ze als jonge vrouw met een ongenadig talent opgroeide binnen de balletwereld. Die visualiseren het leven waarvan ze afscheid heeft genomen en dat ze zelf vooral associeert met haar langdurig zieke moeder. Zo ontstaat een gloedvol portret van een vrouw die zoekt naar wie ze is en die zichzelf, via de stiel die haar toch het meest vertrouwd is, opnieuw probeert uit te vinden.

Hans van Manen: Van Oud Naar Jong

NTR

Het Coronavirus is zich stilaan ook in documentaires aan het nestelen. Vanaf het najaar van 2020 beginnen er al films binnen te druppelen waarin COVID-19 een bijrol speelt – of zelfs de hoofdrol opeist. Totdat we dat net zo spuugzat zijn als in het echte leven.

Over een tijd, als die pandemie (hopelijk) tot de voltooid verleden tijd behoort, zullen we ons wellicht opnieuw verbazen over de alomtegenwoordige mondkapjes, de verplichte isolatie en het gesteggel over van overheidswege opgelegde maatregelen. Tot dat moment moeten we accepteren dat al die ongemakken ook in kunstvormen als documentaire en dans de kop opsteken. Want in deze situatie hebben makers maar één keuze: van de nood een deugd maken.

Ook de leden van het Nationale Ballet moeten alle zeilen bijzetten om gemotiveerd, fysiek in vorm en in goede mentale conditie te blijven. Ze verkennen de mogelijkheden van Zoom-trainingen, repeteren in kleine groepjes en experimenteren met online-voorstellingen. De honger naar échte uitvoeringen voor een volle zaal is alleen nauwelijks te stillen. Op zulke momenten is het een zegen dat er een invloedrijke choreograaf binnen handbereik is.

In Hans van Manen: Van Oud Naar Jong (49 min.) kijkt regisseur Joost van Krieken mee hoe het Nationale Ballet zich het oeuvre van de oude meester eigen probeert te maken. In veertig jaar maakte hij meer dan honderd choreografieën. ‘Als je kijkt naar zijn balletten, zie je een enorme rijkdom en toch een stilistische eenheid’ stelt directeur Ted Brandsen. ‘Een soort heldere visie over wat dans kan uitdrukken en wat het kan betekenen voor mensen.’

Begeleid door een zoals altijd bevlogen Van Manen, inmiddels bijna negentig, maken de dansers Floor Eimers en Edo Wijnen zich uiteindelijk op voor een online reprise van zijn klassieke werk Déja Vù. Ze weten daarbij ook Rachel Beaujean, de adjunct-artistiek directeur van het Nationale Ballet, aan hun zijde. Zij was jarenlang de muze van Hans van Manen en danste in 1981 met Clint Farha zelf het stuk, dat de laatste twaalf minuten van deze verzorgde dansdocu bestrijkt.

Guy Weizman – Voorheen/Nadien

Tangerine Tree

‘Probeer het niet te begrijpen’, instrueert Guy Weizman zijn performers. Ze zijn uit de hele wereld overkomen naar Groningen om zijn artistieke visie te verwerkelijken. Energie componeren, noemt hij dat. De Israëlisch-Marokkaanse artistiek leider van het Nederlandse theatergezelschap wil geen voorstellingen maken, zegt hij in deze film van Willem Baptist, maar die tijdens het maakproces zelf ontdekken. 

Guy Weizman – Voorheen/Nadien (55 min.) is dan ook geen typische making of-docu van de nieuwste productie van het Noord Nederlands Toneel. Het wordt ‘een poëtische film’ legt één van de medewerkers in een Droste-achtige scène uit aan een participant. En dat is geen woord te veel gezegd: Baptist vangt Weizmans visuele bombardement in bloemrijke, straf gekadreerde beelden, waaronder fraaie shots vanuit vogelperspectief.

Zo visualiseert hij de gedachtewereld van de man die zichzelf een soort ‘Godfather uit een Marokkaanse maffiafamilie’ noemt, zomaar kan gaan delibreren over het ‘butterfly effect’ en ontregelende telefoongesprekken met zijn moeder in Marokko voert. Het wordt een zinnenprikkelende ontdekkingstocht door een brein dat altijd in overdrive lijkt te staan en dat bij een splitsing al gauw het minst begaanbare pad kiest.

Baptist begeleidt de beeldenpracht met enigmatische oneliners van Weizman, die als hij zijn troepen dirigeert ook wel iets wegheeft van een goeroe.

‘Een blinde man wacht niet totdat het licht is om te beginnen met lopen.’ Frons.

‘Het stijgt op of het blijft dood op de grond.’ Punt.

‘Het lichaam liegt niet.’ Pauze. ‘Nooit.’

‘Het gaat om de schoonheid van onze onmacht.’ Uitroepteken.

En dan zorgen de Coronamaatregelen ervoor dat alle plannen in het honderd lopen. ‘Fúúúck!’ schreeuwt Weizman gefrustreerd. Geen première. Alleen een weerslag op video, van een generale repetitie/voorstelling zonder publiek. Inmiddels begint het te dagen: deze film zou wel eens die voorstelling kunnen zijn. Niets meer, niets minder. Die dus niet zomaar is gemaakt, maar ergens onderweg is ontdekt.

Soul Boys Of The Western World

Natuurlijk, dit is zo’n typische banddocu. Die chronologisch uiteenzet hoe de som uiteindelijk – pas na een slordige 24 minuten – meer werd dan de delen. Waarin de grote successen van de helden (True, Gold en natuurlijk Through The Barricades) vanzelfsprekend uitbundig worden gevierd. En die niet geheel toevallig werd uitgebracht toen hun groep, Spandau Ballet, na ruim twintig jaar een onverwachte comeback had gemaakt.

Soul Boys Of The Western World (110 min.) is niettemin een joyeuze viering van hoe de ‘working-class lads’ uit Noord-Londen, na diverse valse starts, ergens in de jaren tachtig de synthesizer ontdekten, zich precies het juiste imago aanmaten en een eigentijdse en poppy draai gaven aan hun voorliefde voor soul. Ze werden er even héél succesvol mee: echte popsterren, de vervulling van al hun jongensdromen. En toen begonnen de steeds verder opgeblazen ego’s, gepersonifieerd door zanger Tony Hadley en songschrijver Gary Kemp, ongenadig te botsen. Vanwege een ordinaire centenkwestie kwamen de bandleden zelfs tegenover elkaar te staan bij de rechter.

Regisseur George Hencken serveert dat al duizenden malen vertelde verhaal over de opkomst, ondergang en wederopstanding van een popgroep aanstekelijk uit, laat het off screen becommentariëren door de individuele bandleden en heeft daarnaast genoeg oog voor de maatschappelijke context in het toenmalige Verenigd Koninkrijk, straf geleid door ‘iron lady’ Margaret Thatcher, om er nét iets meer van te maken dan alleen een routineuze vertelling over een dertien-in-een-dozijn bandje. Ook als je weinig hebt met hun muziek – understatement – en zelfs wel een beetje moet grinniken om hun uitbundige kapsels, zorgvuldige gestylede kostuums en nét iets te kleine speedo’s – bekentenis – houdt deze film je bijna twee uur bij de les.

Slechts enkele jaren na het uitbrengen van deze popdocu uit 2014 was er overigens tóch weer herrie in de tent bij Spandau Ballet. Sindsdien moeten de overjarige glamourboys het doen zonder frontman Tony Hadley. Totdat ook die in zijn portemonnee weer de dringende noodzaak begint te voelen om zich en plein publique te verzoenen met zijn jeugdvrienden. En de camera’s wellicht kunnen gaan draaien voor Soul Boys Of The Western World – The Sequel.

Cunningham

Cherry Pickers

Dans is niet bedoeld om muziek of een verhaal te verbeelden. Dat was tenminste de stellige overtuiging van Merce Cunningham (1919-2009). Voor de Amerikaanse danser en choreograaf vormde dans een geheel eigen taal, die volledig op zichzelf stond en geen andere kunstvormen nodig had om een boodschap uit te drukken. Elke beweging kon dans zijn, iedereen dus een danser.

In de visueel overdonderende film Cunningham (93 min.) concentreert regisseur Alla Kovgan zich volledig op de stiel van haar protagonist, diens baanbrekende werk uit de periode van 1944 tot en met 1972 in het bijzonder. Ze volgt hem middels ingenieus verwerkt archiefmateriaal in zijn artistieke ontwikkeling, die door de man zelf en intimi als componist John Cage, met wie hij veelvuldig samenwerkte, verder wordt ingekaderd.

Cage was ook Cunninghams levenspartner, maar dergelijke biografische verhaallijnen laat Kovgan grotendeels links liggen. Ze concentreert zich liever op ‘s mans avant-gardistische werk. Dat laat ze met veel bravoure uitvoeren op uiteenlopende locaties (en naar verluidt ook in 3D), die ze bovendien op een verbluffende wijze naar haar hand zet. Van verlaten gebouwen, het bos tot een leeg metrostation.

Met die focus op moderne dans, de volstrekt eigenzinnige enscenering daarvan en de keuze om Cunninghams persoonlijk leven buiten beschouwing te laten reikt Kovgan naar aanzienlijke hoogte, maar veroordeelt ze deze gestileerde film ook een beetje tot een select groepje fijnproevers.

Schijnbewegingen: Over Voetbal En Dans

Rudi van Dantzig & Johan Cruijff / NOS Collectie Rudi van Dantzig

Hij oogt als een vis in het water: Johan Cruijff in een balletzaal. Geconcentreerd kijkt de beste Nederlandse voetballer aller tijden toe hoe choreograaf Rudi van Dantzig aan het werk is met Clint Farha, de topdanser van het Nationaal Ballet. Hij herkent de hand van de meester. Van Dantzig geeft het ritme aan en laat zijn protegé zweten. Er wordt urenlang gerepeteerd.

‘En iemand wie keihard traint’, stelt Cruijff op geheel eigen wijze in Schijnbewegingen: Over Voetbal En Dans (59 min.) uit 1988. ‘Dat is bloed, zweet en tranen.’ De toenmalige trainer/coach van Ajax, in die tijd vrijwel altijd met een sigaret in de hand, heeft tegenover Van Dantzig plaatsgenomen voor een tweegesprek onder leiding van Frits Barend, waarin de overeenkomsten tussen voetbal en ballet worden onderzocht. Van Dantzig stelt op zijn beurt dat hij zich regelmatig heeft laten inspireren door het Ajax van Cruijff en Michels.

Voor hedendaagse begrippen zou het dubbelinterview met de twee grootheden soms wel een zetje of wat meer tempo kunnen gebruiken. Het wordt in deze tv-docu, geregisseerd door Piet Erkelens en Pim Marks, echter omlijst door fraaie sequenties van een indrukwekkende solo van Farha (op Bachs Air On G String) en hoogstandjes van topspits Marco van Basten (opgeleukt met lekker campy jaren tachtig-muziek).

Schijnbewegingen wordt bovendien tot een fraaie climax gebracht met een meeslepende parallelmontage van een voorstelling van de excellerende Farha en het Nationaal Ballet en een Europa Cup 2-wedstrijd waarin het Ajax van Van Basten, Menzo en Rijkaard het in de eigen Meer opneemt tegen het Zweedse Malmö FF. Sport en kunst verworden in die apotheose voor heel even tot elkaars evenbeeld.

Naderhand geeft Van Dantzig zijn protegé in de coulissen een welgemeend schouderklopje en wordt in de Ajax-kleedkamer luidkeels ‘Johan Cruijff, Johan Cruijff, Johan Cruijff, Johan Cruijff, Johan Cruijff, Johan Cruuuiiijjjff’ gezongen.

Nureyev

Ineens sta je, 23 jaar oud, op een keerpunt in je leven. 

Je bent geboren tijdens een reis van de Transsiberië Express, op weg naar Wladiwostock, waar je vader is gestationeerd met het Rode Leger. Je groeit op in bittere armoede en weet je via dans uiteindelijk aan je lot te onttrekken. Op je twintigste ben je uitgegroeid tot één van de sterren van het vermaarde Kirov-ballet en word je samen met astronaut Yuri Gagarin beschouwd als het trotse gezicht van de communistische heilstaat.

En dan is het ineens 16 juni 1961. Je hebt met veel succes een periode opgetreden in de decadentste stad van het westen, Parijs. Je hebt er het goede leven geleid en conflicten gehad. Tegen de regels in ga je daar om met gewone westerlingen. Je zou zelfs in homobarren zijn gezien. Dan bereikt je het bericht dat je wordt teruggeroepen naar de Sovjet-Unie.

Je hebt nauwelijks tijd om na te denken. Ga je terug, met het gevaar dat je carrière wellicht rigoureus wordt beëindigd? Óf kies je voor jezelf, in de wetenschap dat je je familie (voorlopig) niet meer ziet en dat zij zullen boeten voor de keuze die jij nu wilt maken? Breek zijn benen, zal de KGB er later geen misverstand over laten bestaan, als jij al hebt gekozen voor defectie.

Je bent 23 en gaat nog ruim dertig jaar leven. Een bestaan waarin je grootse triomfen zult vieren en behoorlijke tegenslagen moet overwinnen, maar waarin je nooit helemaal los zult komen van die ene keuze. Ruim 25 jaar na je dood op 6 januari 1993, aan de gevolgen van de veel gevreesde ziekte die huishoudt onder jou en de jouwen, is er de biopic Nureyev (109 min.).

Over jou, Rudolf. De filmmakers Jacqui en David Morris hebben de archieven helemaal uitgeplozen om jou in volle glorie te kunnen laten zien en bovendien nog ontbrekende sleutelmomenten uit je leven gereconstrueerd met speciaal voor de docu gemaakte moderne dansscènes van Russell Maliphant. En mensen die je hebben gekend of jouw oeuvre, als grootste balletdanser van je generatie, op waarde weten te schatten, geven je levensverhaal (off screen) context.

Je mag er trots op zijn, op die film. Die je laat zien als de wervelwind die je was. En toont hoe, als je dagen al zijn geteld, alsnog de kans komt om, al is het maar voor heel even, de klok terug te draaien.

Dance Or Die


‘Iedereen vecht zijn eigen oorlog’, zegt Ahmad Joudeh bij de start van Dance Or Die (54 min.), een indringende film van Roozbeh Kaboly, die al diverse reportages voor Nieuwsuur maakte over de ontheemde danser. ‘Toen ik besloot om danser te worden, begon mijn oorlog.’ Even later loopt hij door Yarmouk, het volledig kapot geschoten Palestijnse vluchtelingenkamp in de Syrische stad Damascus waar hij opgroeide. Dan weerklinkt geweervuur. ‘Ze schieten op ons’, reageert hij laconiek. ‘Maar ze kunnen me niet raken.’

Ze hebben hem ooit in zijn benen proberen te schieten, stelt Ahmad zonder omhaal van woorden. Omdat hij de plaatselijke kinderen wilde leren dansen. Als reactie heeft hij een levensmotto in zijn nek laten tatoeëren: ‘dans of sterf’. Waarna hij de daad bij het woord voegt en, te midden van de onvoorstelbare ravage die de Syrische burgeroorlog heeft aangericht, een stijlvolle kleine dansvoorstelling geeft. Pure schoonheid, te midden van totale vernietiging. Hij zal in deze film op nog meer opmerkelijke plekken dansen, zoals bijvoorbeeld in een verweesde parkeergarage.

Ahmad Joudeh woont inmiddels anderhalf jaar in Nederland, danst bij het Nationale Ballet en begint zo langzamerhand een graag geziene gast in voorstellingen en televisieprogramma’s over de hele wereld te worden. Het leven lacht hem ogenschijnlijk toe; binnen de balletwereld heeft hij zijn plek en geestverwanten gevonden. Intussen blijft hij natuurlijk gewoon ‘een danser’, zo’n beetje het ergste wat zijn traditionele vader kon bedenken. Een schande voor de familie. Homoseksueel waarschijnlijk. Het huwelijk van zijn ouders ging eraan kapot.

Vanuit Amsterdam probeert Joudeh de relatie met zijn moeder thuis te onderhouden. En dan blijkt plotseling ook zijn vader in Europa te zijn aanbeland, waar hij zijn zoon, een internationale ster inmiddels, maar al te graag wil ontmoeten. Slaagt vader erin om zich te verzoenen met zijn zoon? Dat kleine verhaal, van een kind dat geaccepteerd wil worden door zijn ouder, vormt het hart van deze fraaie film, die een grote en schokkende wereldgebeurtenis en het leven daarna terugbrengt naar de menselijke maat.

Dancer


Als de openingsscène van een film over een balletdanser wordt begeleid door een klassieker van de metalband Black Sabbath, dan weet je dat het niet om zomaar een danser gaat. Dat klopt. Hij heet Sergei Polunin en lijkt daadwerkelijk de Iron Man van het internationale ballet.

De meeslepende documentaire Dancer (77 min.), die donderdag wordt uitgezonden door Het Uur Van De Wolf, wrikt de deur open bij de Oekraïense ‘bad boy of ballet’ en komt zo voorbij het dwarse gedrag, de opzichtige tatoeages en nonchalant geëtaleerd drugsgebruik.

Filmmaker Steven Cantor gaat op zoek naar de twintiger die zijn jeugd heeft geofferd voor zijn gave. Terwijl hij als jongetje naar een exclusieve balletschool in Kiev werd gestuurd, vertrokken zijn vader en oma naar respectievelijk Portugal en Griekenland om te werken, zodat die opleiding ook kon worden betaald. Niet veel later lag het hele gezin Polunin aan diggelen.

In Dancer stelt Sergei zich de vraag of ’t het allemaal waard was en wat dansen eigenlijk nog betekent in zijn leven. Leeft hij zijn eigen droom of die van een ander?