O.J.: Made In America

ABC

Het zou een kantelpunt in de moderne Amerikaanse historie zijn geweest, het moment waarop de Verenigde Staten definitief in de greep raakten van reality-televisie. Het was 12 juli 1994, ruim drie jaar na de geruchtmakende zaak rond de zwarte taxichauffeur Rodney King die voor de camera in elkaar was getrimd door enkele kordate cops van de Los Angeles Police Department. De stad barstte bijna uit elkaar van de raciale spanningen. En toen was er ineens voormalig footballster en all american hero O.J. Simpson.

Een zwart icoon dat werd verdacht van de moord op zijn witte vrouw (Nicole Brown) en een/haar nieuwe vriend (Ron Goldman, het slachtoffer dat in deze zaak nog wel eens over het hoofd werd gezien). Live op televisie was te zien hoe O.J. er eerst in zijn witte Ford Bronco vandoor ging en zich later overgaf. Er was zelfs een helikopter ingezet voor het live-verslag op televisie. De zaak had alles om een waar mediaspektakel te worden: een celebrity als verdachte, geen onomstotelijk bewijs van zijn schuld (toch?) én een bijrol voor een familie die we later nog veel beter zouden leren kennen: de Kardashians.

Begin 2016 werd de zaak tegen O.J. helemaal uitgewerkt in de puike dramaserie The People Vs. O.J. Simpson, met glansrollen voor John Travolta, Sarah Paulson en Cuba Gooding Jr. Documentairemaker Ezra Edelman moet vloekend voor de televisie hebben gezeten. Slechts enkele maanden later zou zijn vijfdelige documentaireserie O.J.: Made In America (474 min.) worden uitgebracht. Wat kon die nog toevoegen aan de gefictionaliseerde versie van de geruchtmakende moordzaak? Veel, heel veel, zo bleek. Een klein jaar later mocht Edelman een plaatsje op zijn schouw vrijmaken voor een Oscar.

Waar de dramaserie de zaak zelf centraal stelt en inzoomt op de larger than life-personages die daarin de hoofdrol claimden, zoals de gewiekste zwarte steradvocaat Johnny Cochran, plaatst de docuserie de rechtszaak rond O.J. Simpson in zijn historische en maatschappelijke context; hoe kon het gebeuren dat juist Simpson, een zwarte man die zich in de voorgaande jaren helemaal los had gemaakt van zijn eigen gemeenschap en was opgenomen in de vrijwel volledig witte high society van Hollywood, hét symbool werd van het verzet van de zwarte gemeenschap tegen haar achtergestelde positie?

Het vonnis in de zaak tegen O.J. Simpson zou voor tweespalt zorgen in Amerika; totale ontzetting versus uitzinnige vreugde. Waarbij de kwestie uiteindelijk louter verliezers kende. Nicole, Ron en hun nabestaanden natuurlijk, maar ook de hoofdpersoon zelf, die weer gewoon zwart in Amerika werd en zich ook als zodanig ging gedragen. In 2008 verdween hij achter slot en grendel vanwege een gewapende overval. Vorig jaar kwam O.J. wegens goed gedrag vervroegd vrij. Niet lang daarna was er alweer stennis.

Pervert Park


Je zult er maar wonen; in een Amerikaans trailer park met maar liefst 120 zedendelinquenten. Of ernaast. De buren noemen het Pervert Park (53 min.), een plek voor mannen en vrouwen die hun straf hebben uitgezeten. Binnen het Florida Justice Transitions-project, een initiatief van een moeder van een veroordeelde ‘sex offender’ die maar geen woonplek kon vinden, proberen ze de laatste stap te zetten naar een plek in de reguliere maatschappij.

In de Verenigde Staten bevat het register van zedendelinquenten meer dan 800.000 namen. Zij moeten uit de buurt blijven van plekken waar regelmatig kinderen komen. Duizend voet om precies te zijn, zo’n driehonderd meter. Bovendien zijn er inmiddels applicaties zoals Offender Locator beschikbaar, waarmee iedere geïnteresseerde kan zien welke viezeriken er in zijn directe omgeving wonen. Met naam, adres en foto erbij.

Ze zien er volstrekt normaal uit, de hoofdpersonen van deze indringende film van het Scandinavische echtpaar Frida en Lasse Barkfors uit 2014. Niet als de seksuele roofdieren of kinderlokkers die je misschien zou verwachten. Neem bijvoorbeeld de trieste vrouw, die jarenlang werd misbruikt door haar vader. Ze vertelt hoe ze zich, onder druk van een man die haar uit de brand zou helpen, vergreep aan haar eigen achtjarige zoon en die kerel via zijn computer liet meekijken. Hartverscheurend huilend: ‘He was my baby.’

Stuk voor stuk nemen de ‘perverts’, in interviews en groepsgesprekken, verantwoordelijkheid voor hun misdrijven. Coming clean, letterlijk. De meesten gaan zichtbaar gebukt onder berouw. Anderen zijn onthutsend eerlijk over zichzelf. Mensen zoals ik moeten in de gaten gehouden worden, zegt een man die in Mexico een vijfjarig meisje verkrachtte zonder omhaal van woorden. ‘Niet om ons te straffen of vernederen, maar om ons te helpen niet opnieuw in de fout te gaan.’

De Barkforsen schorten hun eigen waardeoordelen intussen op en leggen de verhalen van hun hoofdpersonen sereen en met compassie vast. Beschadigde mensen die niets anders wisten of konden dan zelf ook beschadigen. Ze zijn zich bewust van het stigma dat er rond hun daden hangt en besluiten er desondanks rond voor uit te komen. Dat mag je gerust dapper noemen. Daders worden zo weer mens. Die een gigantische misstap hebben begaan, dat wel. Na het zien van Pervert Park wordt het echter vrijwel onmogelijk om heel gemakkelijk ‘castreer ze!’ te blijven roepen.

Dear Zachary: A Letter To A Son About His Father


Een klein monumentje moest het worden, deze film. Voor een overleden vriend. Vermoord, om precies te zijn. In een park in Pennsylvania. Dokter in opleiding Andrew Bagby. 6 November 2001. Vijf kogels en een klap op het achterhoofd. Verdachte: zijn veel oudere ex-vriendin Shirley. Een ‘psychotic bitch’, volgens diverse betrokkenen.

Andrews vriend Kurt Kuenne was net bezig met filmen en interviewen. Had zijn ouders Kate en David al gesproken. Andrews voormalige verloofde. En een enorme stoet familieleden, vrienden, kennissen en studiegenoten. Toen bleek Shirley (tweemaal gescheiden, drie kinderen) enkele maanden zwanger. Van dezelfde Andrew, die ze met voorbedachte rade zou hebben vermoord.

Toen Kuenne dat hoorde, had hij geen keuze meer: zijn film voor familie en vrienden zou worden opgedragen aan Andrews kind. Zachary Andrew Turner, geboren op 18 juli 2002. Zeven maanden na de dood van zijn vader. Ook rond het kleine jongetje zou zich een groot drama afspelen. De persoonlijke tributevideo veranderde in een intrigerende documentaire: Dear Zachary: A Letter To A Son About His Father (91 min.).

Een film als een trits omvallende dominostenen. Geen idee waar het stopt of heengaat. Ruw gefilmd, snel gemonteerd. En zo gewiekst opgebouwd dat het bijna onkies wordt. Waarbij het persoonlijke perspectief van de maker, de voice-overs aan het adres van Andrews zoon Zachary, zorgt voor een enorme zeggingskracht. En een aangrijpende film die de kring van Andrew Bagby inderdaad volledig ontstijgt en na het ondergaan nog wel even nazindert.

De reportage The Legacy Of Dear Zachary: A Journey To Change Law (15 min.) kan worden beschouwd als een nabrander voor Dear Zachary. Een making of, die ook de nasleep van de film in beeld brengt. Na de documentaire zelf te bekijken dus.

Life And Death Row: The Mass Execution


‘Wie is hier dan de moordenaar?’, wil Stacey Johnson weten. Het is een retorische vraag. Johnson is ter dood veroordeeld vanwege moord – ook al is ie volgens eigen zeggen onschuldig. Binnen een maand wordt hij geëxecuteerd. Net als zeven anderen. Acht executies in tien dagen. Terwijl er in Arkansas al twaalf jaar niemand meer ter dood is gebracht. ‘Nu is het tijd voor gerechtigheid’, stelt gouverneur Asa Hutchinson van de Amerikaanse staat ferm.

Hij zegt er in eerste instantie niet bij dat de voorraad Midazolam, het dodelijke middel dat moet worden geïnjecteerd, zijn houdbaarheidsdatum nadert. En dus dringt de tijd. Voor zowel de familie van slachtoffers (de dochter van een vermoorde vrouw verwoordt het eenvoudig: ‘let’s get it over with’) als de beoogde ‘slachtoffers’ van The Mass Execution, die alles op alles zetten om de executiedatum op zijn minst uit te stellen. Hun zaken staan centraal in de zesdelige documentaireserie Life And Death Row (308 min.), die de komende dinsdagavonden is te zien op NPO2.

Deel 1 introduceert bijvoorbeeld de zaken van drie van de acht ter dood veroordeelde mannen: Stacey Johnson (de enige van de veroordeelden van wie je volgens zijn advocaat redelijkerwijs kunt veronderstellen dat hij onschuldig zou kunnen zijn), Don Davis (die overduidelijk schuldig is en ook berouw toont over zijn gruwelijke daad) en Bruce Ward (die helemaal niets zegt of toont en is gediagnosticeerd met paranoïde schizofrenie). Gezamenlijk vertegenwoordigen zij de veelheid aan mannen, daden en motieven, die in deze indringende serie worden belicht.

De filmmakers pluizen de daden van de te executeren mannen nauwgezet uit, waarbij zowel de aanklagers en politie als de verdediging aan bod komen. Daarnaast concentreren ze zich vooral op de aanloop naar de executie en de emotionele impact die deze laatste (?) dagen hebben op de mannen zelf, hun familieleden én de nabestaanden van hun slachtoffers. Met die brede insteek, waarbij ook nog voor- en tegenstanders van de doodstraf aan het woord komen, schetst Life And Death Row een krachtig en afgewogen beeld van een zeer gecompliceerde en omstreden kwestie: de doodstraf.

En intussen tikt de klok onverbiddelijk door en komt het galgenmaal voor deze ‘dead men walking’ zienderogen dichterbij…

The Staircase

Netflix

Is ze van de trap gevallen of zijn die hoofdwonden doelbewust toegebracht? Die vraag houdt amateurdetectives al sinds 2001 bezig. Eerst was er de achtdelige documentaireserie The Staircase (2004). Daarna volgde in 2013 een uitgebreide update. En nu zijn er weer drie nieuwe afleveringen over de enigmatische Michael Peterson, die wordt verdacht van moord op zijn vrouw Kathleen.

Netflix heeft de onvervalste true crime-klassieker uitgebouwd tot een dertiendelige reeks. Zodat je nog eens van voor af aan kunt beginnen aan de geruchtmakende strafzaak die door de Franse filmmaker Jean-Xavier de Lestrade zo meeslepend is opgetekend. Het is een kwestie die harten verscheurt; de Peterson-kinderen worden uiteen getrokken tussen enerzijds het verdriet om hun dode moeder en anderzijds de bezorgdheid – en zo nu en dan ook de twijfel – over hun vader, de verdachte.

Het jarenlange filmen van De Lestrade is intussen een rol gaan spelen in de zaak zelf. Zonder de documentaireserie waarmee alle aspecten van de rechtsgang tegen Peterson in beeld zijn gebracht, zou de man allang voor de rest van zijn leven achter slot en grendel zijn verdwenen. Zo meent hij tenminste zelf. The Staircase heeft zijn zaak levend gehouden – en hem tegelijkertijd voor het leven getekend. Geen mens maalt meer om de boeken die hij ooit publiceerde of de columns die hij schreef. Hij is Michael Peterson, moordverdachte van beroep.

Als hoofdpersoon van een true crime-documentaire contrasteert hij met de helden van andere klassiekers uit het genre, zoals Randall Adams (The Thin Blue Line Line), Damien Echols (de Paradise Lost-trilogie) en Steven Avery (Making A Murderer). Dat zijn stuk voor stuk mannen die sowieso al in de hoek zaten waar de klappen vielen. Peterson leek zijn schaapjes behoorlijk op het droge te hebben toen hij werd getroffen door het noodlot (of was hij ’t toch gewoon zelf?). Intussen droeg hij natuurlijk wel enkele geheimen met zich mee. Dat was ook voor De Lestrade, die na de Oscar-winnende documentaire Murder On A Sunday Morning (waarin een arme zwarte jongen ten onrechte wordt beschuldigd van moord) nu eens een bevoorrechte verdachte zocht, een onverwachte verrassing.

Met de jaren is The Staircase wel een beetje van toon en inhoud veranderd. Waar de oorspronkelijke serie ’t moest hebben van onverwachte verhaalwendingen en spannende cliffhangers, is het verteltempo in de nieuwe afleveringen wat omlaag gegaan en de nadruk steeds meer komen te liggen op de impact van de zaak op de samengestelde familie Peterson én het functioneren van het Amerikaanse rechtssysteem. Heeft Michael Peterson destijds een eerlijk proces gehad? En heeft dat geresulteerd in een rechterlijke dwaling of toch gewoon gerechtigheid? Daarover verschillen de mening nog altijd, blijkt in de zinderende finale van deze klassieke serie.

Paradise Lost-trilogie


Drie jongetjes, vermoord door drie jongens. De namen van de jongetjes zijn we – tragisch genoeg – allang vergeten. De jongensnamen staan inmiddels in het collectieve geheugen gegrift: Damien Echols, Jason Baldwin en Jessie Misskelley. Ook wel bekend als: The West Memphis Three. Metalliefhebbers. Satanisten. En drievoudige moordenaars. Toch?

De Amerikaanse filmmakers Joe Berlinger en Bruce Sinofsky besloten de kwestie te gaan onderzoeken. Dit resulteerde in 1996 in Paradise Lost: The Child Murders At Robin Hood Hills (150 min.), een inmiddels klassieke true crime-documentaire. Gaandeweg raakten Berlinger en Sinofsky ervan overtuigd dat de drie alternatieve jongeren onschuldig vastzaten. En dus gingen ze door met filmen.

Vier jaar later verscheen Paradise Lost 2: Revelations (130 min.), alweer een mokerslag van een film. Gevolgd door Paradise Lost 3: Purgatory (121 min.), het voor een Oscar genomineerde derde deel uit 2011. De ter dood veroordeelde Echols en zijn twee jeugdvrienden waren onschuldig, zoveel was duidelijk. Althans volgens de Amerikaanse filmers. Maar wie had die gruwelijke kindermoorden dan op zijn geweten?

Joe Berlinger en Bruce Sinofsky presenteren hun bevindingen als een superspannende whodunnit. Ze spitten al het beschikbare bewijsmateriaal en de verklaringen door en gaan ook zelf op zoek naar antwoorden. Tijdens dit jarenlange proces, dat heeft geresulteerd in drie films van bioscooplengte, stuiten ze op diverse verdachten, waaronder de stiefvader van één van de vermoorde kinderen.

Deze John Mark Byers, een onvervalste redneck met een Jezus-complex die steeds als een dolle hond de camera van Berlinger en Sinofsky opzoekt, is een personage waarvan filmmakers dromen: sinister, profaan en dolkomisch. En gecompliceerder dan je in eerste instantie denkt. Een man die je ’s nachts gedurig wakker houdt: zou hij zijn eigen stiefzoon en diens vriendjes…?

De filmmakers kiezen duidelijk positie in Paradise Lost: de West Memphis Three is onschuldig. Uitroepteken. Daarmee opereren ze in de traditie van Errol Morris, die in (een van) de eerste true crime-klassieker The Thin Blue Line (1988) aantoonde dat Randall Adams de moord op een politieagent niet kón hebben gepleegd, en de makers van de Netflix-hit Making A Murderer, die al jaren Steven Avery proberen vrij te pleiten.

Gaandeweg hebben Berlinger, Sinosfky en hun Paradise Lost-trilogie, die in zijn geheel op YouTube is te bekijken, steun gekregen van prominenten als acteur Johnny Depp, Pearl Jam-zanger Eddie Vedder en de metalband Metallica (die voor het eerst muziek beschikbaar stelde voor een film). Maar mondt wat een opzichtige rechterlijke dwaling lijkt ook daadwerkelijk uit in vrijspraak voor de drie jongens, die dan inmiddels tegen de veertig lopen?

De gestorven jongetjes heetten overigens Steve Branch, Michael Moore en Christopher Byers.

Na de Paradise Lost-trilogie leek de West Memphis-ruif helemaal leeg gegeten. Niets bleek minder waar. In 2012 verscheen West Of Memphis (147 min.) van Amy Berg, een film uit de koker van Lord Of The Rings-regisseur Peter Jackson die kan worden beschouwd als een waardevolle aanvulling op de Paradise Lost-trilogie.

Er is trouwens ook een speelfilm gewijd aan de geruchtmakende kindermoorden in West Memphis, Devil’s Knot met in de hoofdrollen Reese Witherspoon en Colin Firth. Daar ben ik zelf echter nooit aan begonnen.

Tot slot: het is zelfs niet uitgesloten dat er nog een vierde deel van Paradise Lost. In de documentaireserie Life And Death Row: The Mass Execution wordt ook nog even aandacht besteed aan de zaak van The West Memphis Tree. En wie staat er op achtergrond te filmen als eerst Damien Echols en daarna Johnny Depp het woord richt tot een groep anti-doodstrafactivisten? Juist: Joe Berlinger. Zijn vaste partner Bruce Sinofsky zal dat eventuele vierde deel overigens niet meer meemaken. Hij overleed in 2015.

I Am Evidence


Ik ben m’n eigen bewijsmateriaal. Mijn lichaam, bedoel ik. Of: mijn geest. Wat daarvan over is. Van mij. Verkracht voel ik me. Dat ben ik ook. Dubbel. Eerst lichamelijk. En nadien gevoelsmatig. Onderzocht. Ingrijpend. De sporen vastgelegd. En daarna? Niets. Helemaal niets.

Zo ongeveer moet het hebben gevoeld voor de hoofdpersonen van de documentaire I Am Evidence (85 min.) van Trish Adlesic en Geeta Gandbhir. Nadat ze aangifte deden van verkrachting, moesten ze een ingrijpend lichamelijk onderzoek van ettelijke uren ondergaan. Het resultaat daarvan, de zogenaamde rape kit, bevatte het bewijsmateriaal waarmee de dader zou moeten worden gezocht.

Zou. Moeten. Want in schrikbarend veel gevallen liggen diezelfde rape kits, nog steeds dichtgeseald, te verstoffen in een archief. Is het puur een kwestie van tijd- en geldgebrek dat deze sets nooit zijn gebruikt voor politieonderzoek? wil deze pamflettistische film weten. Of spreekt daaruit ook wantrouwen naar de aangiftes van de betrokken vrouwen? Zouden ze er misschien zelf om hebben gevraagd? En kún je eigenlijk wel verkracht worden als prostituee of binnen je relatie?

De oude aangiftes moeten alsnog onderzocht worden, vinden allerlei – vooral vrouwelijke – activisten, politieagenten en officieren van justitie. Een cold case team gaat die in behandeling nemen. In Cleveland vinden ze bijvoorbeeld een DNA-match voor meerdere verkrachtingen. Ze gaan op zoek naar één van de slachtoffers. Danielle werd in januari 1997 verkracht. Met een baby op de arm identificeert ze twintig jaar later alsnog de mogelijke dader. Hij is nog op vrije voeten, melden de onderzoekers erbij.

I Am Evidence toont diverse schrijnende gevallen. Van vrouwen die jaren na dato nog steeds in de knoop zitten met zichzelf, terwijl de betrokken mannen nooit (serieus) zijn onderzocht – laat staan veroordeeld. Soms worden ze zelfs van meerdere zaken verdacht. Al die jaren konden deze mogelijke serieverkrachters blijkbaar ongestoord hun gang gaan. Die wrange conclusie hamert deze traditioneel gemaakte docu er vol overtuiging in. Al had dat ook in wat minder speeltijd gekund.

Evil Genius: The True Story Of America’s Most Diabolical Bank Heist

Netflix

Het is een angstaanjagend tafereel: op een parkeerplaats zit een man met een bom om zijn nek. Hij heeft zojuist een bank overvallen. Agenten en experts van het explosievenopruimingsdienst houden hem omsingeld. Opeens begint het ding te piepen. Het zal toch niet? En dan gaat de bom af…

Werd pizzabezorger Brian Wells uit Erie, Pennsylvania slachtoffer van een sinister complot? Of was hij op die gruwelijke 28e augustus in 2003 betrokken bij een bezopen plan, dat helemaal verkeerd liep? Dat is de beginvraag van de documentaireserie Evil Genius: The True Story Of America’s Most Diabolical Bank Heist (192 min.), die The Pizzabomber Mystery als uitgangspunt neemt en al snel op de verknipte Marjorie Diehl-Armstrong en haar entourage van ‘deplorables’ stuit.

Alle elementen voor een bingehit in de trant van Making A Murderer, Netflix’s true crime-sensatie uit 2015, lijken aanwezig: een lijk in een vrieskist, volledig vervuilde hoardershuizen, een geplande vadermoord en een cast met bizarre personages. Toch zal Evil Genius vermoedelijk niet zo’n hype worden als de serie rond de (ten onrechte?) voor moord veroordeelde Stephen Avery, waarvan dit jaar zowel vervolgafleveringen als een tegenhanger (Convicting A Murderer, verteld vanuit het perspectief van de aanklagers) wordt verwacht.

Regisseur Barbara Schroeder heeft Evil Genius – een weinig subtiele titel overigens voor een film die handelt over een vrouw die in werkelijkheid kampt met serieuze psychische problematiek, een bipolaire stoornis – gestructureerd als een Hollywood-thrillerserie, met slim opgebouwde spanning, onaangekondigde verrassingen die het verhaal op zijn kop zetten en cliffhangers waarmee de aandacht vervolgens moet worden vastgehouden. Dat werkt: het opzienbarende verhaal laat zich hap-slik-weg verorberen.

Schroeder worstelt alleen een beetje met de rol van co-regisseur Trey Borzillieri, die de zaak blijkbaar al jaren onderzoekt en intussen een verwrongen vriendschap met Diehl-Armstrong heeft opgebouwd. In ruil voor een interview voor de camera regelt hij bijvoorbeeld een advocaat voor de vrouw, die nog altijd voor haar recht vecht en daarvoor ook ‘zijn film’ gebruikt. Hij neemt op zijn beurt elk gesprek met haar (stiekem?) op en benadert achter haar rug andere getuigen, die haar lezing van het verhaal tegenspreken.

Zijn handelswijze roept zo nu en dan ethische vragen op. Borzillieri fungeert daarnaast als verteller, maar verdwijnt soms ook hele perioden uit het verhaal en moet er dan weer tamelijk gekunsteld ingefietst worden. Aan het eind neemt hij de kijker nadrukkelijk bij de hand als de serie aanstuurt op een stevige climax, die je uiteindelijk toch wat onbevredigd achterlaat. Want zowel in de zaak zelf als in Diehl-Armstrongs intrigerende achtergrond zijn nog wel wat losse eindjes blijven liggen.

A Dangerous Son

HBO

Ethan is tien, soms ronduit onhandelbaar en af en toe zelfs bijzonder agressief. Dat zorgt voor hachelijke situaties. Als hij op de snelweg bijvoorbeeld ineens woedend aan het haar van zijn moeder gaat hangen. Stacy weet de auto ternauwernood op de weg te houden. Haar zoon is geen rotjoch. Hij heeft een psychiatrische stoornis. Echte hulp blijft echter uit. Totdat het straks helemaal fout gaat. Moet ze daarop gaan zitten wachten?

De verwijten zijn dan gemakkelijk te voorspellen; het moet aan zijn opvoeding liggen. Zoals Nancy Lanza te horen kreeg. Haar zoon Adam schoot twintig kinderen en zes medewerkers dood op een basisschool in Newtown. En dus moest zij wel een hele slechte moeder zijn. Ze kon zich toen overigens niet meer verdedigen; ook Nancy werd geslachtofferd op die fatale veertiende december in 2012.

Voor Liza Long vormde de verpletterende school shooting op de Sandy Hook-basisschool de aanleiding om haar gevoelens te vervatten in een opiniestuk, dat direct viral ging: ‘I am Adam Lanza’s mother’. Ze schreef daarna het boek The Price Of Silence: A Mom’s Perspective On Mental Illness en fungeert nu als één van de duiders in de documentaire A Dangerous Son (85 min.), waarin enkele ouders en hun getormenteerde kinderen worden geportretteerd.

Deze schrijnende film van regisseur Liz Garbus, van wie over enkele weken een documentaireserie over de journalistieke strijd van The New York Times met president Trump (The Fourth Estate) wordt uitgezonden op NPO2, vraagt aandacht voor de gebrekkige ondersteuning van jongeren met een psychiatrische stoornis. In de afgelopen decennia is de zorg voor zulke kwetsbare mensen grondig uitgekleed. Niet alleen in Amerika overigens.

Garbus laat genadeloos zien wat dat in de praktijk betekent: kinderen die worden geteisterd door een autismespectrumstoornis, schizofrenie of een bipolaire stoornis, moeten er samen met hun steeds wanhopigere ouders op de een of andere manier voor zien te zorgen dat de situatie niet helemaal uit de hand loopt. Totdat ze eindelijk van die wachtlijst af mogen en (tijdelijk) kunnen worden opgevangen.

Gespannen en steeds moedelozer proberen de ouders zich staande te houden en zichzelf en hun kinderen (tegen zichzelf) te beschermen. A Dangerous Son maakt hun onmacht tastbaar en houdt meteen een pleidooi voor betere psychiatrische zorg. Of zoals Liza Long het kernachtig verwoordt: treatment before tragedy.

The China Hustle


Zelfs de poortwachters hebben geen idee. Dat zeggen ze tenminste. Toonaangevende accountants zetten moeiteloos hun handtekening onder de boekhouding van onbekende Chinese bedrijven, maar geven niet thuis als er wordt gevraagd naar de werkelijkheid achter die cijfers. Tot zover de officiële controle, waarop beleggers dachten te kunnen vertrouwen.

Intussen krijgen handige jongens vrij spel om Chinese bedrijven op slinkse wijze naar de Amerikaanse beurs te manoeuvreren en daar te presenteren met jaarcijfers die écht te goed zijn om waar te kunnen zijn. Probeer dat echter maar eens wijs te maken aan iemand met dollartekens in de ogen.

Je kunt zulke zwendel aan de kaak stellen. En als je dat slim doet, is dat weer een businessmodel op zichzelf, blijkt uit The China Hustle (84 min.). Shortselling noemen ze ‘t, volgens die geheel eigen logica van de financiële sector; je zet je geld erop dat de aandelen van een dubieus bedrijf snel zullen kelderen en loopt daarmee dan zelf binnen.

Populair word je daar niet mee, getuige deze ontluisterende film over de wereld van het grote geld. Illustratief is het venijn van Dick Fuld, de CEO van de bank Lehman Brothers. Net voor de financiële crisis van 2008 die door zijn eigen bank in gang werd gezet, zei hij over deze beurscowboys: ‘Ruk hun hart eruit en eet ze op voor ze doodgaan.’ Maar Fuld belazerde de kluit natuurlijk net zo goed.

De shortseller Dan David probeert ondertussen de klok te luiden over de misstanden in zijn bedrijfstak, maar in de politiek lijkt niemand te willen luisteren – laat staan dat ze willen weten waar de klepel hangt. De gedreven David fungeert als protagonist voor deze stevige witte boorden-thriller van Jed Rothstein. Goliath heeft in diezelfde film vele (gladgeschoren) gezichten.

The China Hustle is beslist onderhoudend, maar wordt nooit zo spannend als klassiekers in het genre zoals Enron: The Smartest Guys In The Room (van Alex Gibney, tevens producent van deze documentaire, die een carbon kopie lijkt van zijn eigen werk, inclusief sturende voice-over) en Oscar-winnaar Inside Job. Of komt dat vooral omdat we inmiddels gewend zijn geraakt aan de schimmige businessmodellen van de Firma Gebakken Lucht?

De Zaak Gebroeders R.

KRO-NCRV

‘Dit is het leven wat wij gekozen hebben’, zegt de stem op vertrouwelijke toon. ‘Je wordt niet zomaar rijk. En als wij eenmaal rijk zijn, dan mag je best een beetje arrogant zijn, weet je wel.’ Aan het woord zijn de gebroeders R. Ze worden verdacht van drie geruchtmakende roofmoorden, in Drenthe in 2012.

Het onderzoeksteam van het Openbaar Ministerie meent een motief te hebben gehoord in de stiekem gemaakte geluidsopnames van de verdachten: geld. Ze horen er ook een gevaar op recidive in. In de woorden van de broers weerklinkt in elk geval geen berouw. Dit is moord in koelen bloede, daarover zijn de aanklagers het snel eens. Op mensen die bij toeval op het verkeerde moment op de verkeerde plaats waren.

De advocatenteams van Admilson en Marcos R., waaronder de befaamde Wim Anker, zien tegelijkertijd mogelijke verzachtende omstandigheden; de broers zijn geadopteerd vanuit Brazilië. Zijn ze daardoor misschien getraumatiseerd? En heeft Admilson tijdens zijn uitzending naar Afghanistan als militair wellicht PTSS opgelopen en is dat dan de oorzaak van de ‘explosie van geweld’, die niemand zag aankomen?

Maria Mok en Meral Meslu, die eerder films maakten over de Friese advocatentweeling Anker en  hun verdediging van de beruchte zedendelinquent Robert M., zetten de voorbereidingen van de aanklagers en verdedigers op de rechtszaak recht tegenover elkaar in De Zaak Gebroeders R. (60 min.) en werken zo toe naar de zitting waarbij wordt beslist of de broers (levenslang) achter slot en grendel moeten of toch worden behandeld voor een psychiatrische stoornis.

Hun aanpak is sober: geen interviews, muziek of mooifilmerij. Mok en Uslu registreren als een vlieg op de muur, brengen de zaak terug tot zijn essentie en presenteren die zonder enige opsmuk. Bijzonder is daarbij hoeveel toegang het filmende duo heeft gekregen. Ook de gesprekken van de beide verdachten met hun advocaten, tijdens een observatie in de gevangenis in Vught, zijn gewoon gefilmd. Daar zit de meerwaarde van deze tot het bot uitgeklede documentaire, die de achterkant van een gruwelijke drievoudige moord treffend in beeld brengt.

Dat we deze film ook te zien krijgen, is overigens geen vanzelfsprekendheid. De uitzending is een paar keer uitgesteld omdat de zaak nog liep. Bovendien heeft het Openbaar Ministerie na bezwaren van de nabestaanden de medewerking aan de documentaire ingetrokken en via een kort geding tevergeefs geprobeerd om het gebruik van de beelden van het OM, dat toen nog gewoon meewerkte aan de film, te verbieden.

No Stone Unturned


Binnen enkele seconden was het voorbij. Ray Houghton had zojuist gescoord voor Ierland en leek zijn land in de openingswedstrijd van het WK langs de Italianen te schieten. Iedereen in The Heights Bar in de kleine plattelandsgemeenschap Loughinisland was opgetogen; hoe ver zou de Ierse nationale ploeg kunnen reiken tijdens dit wereldkampioenschap voetbal? En toen, op die fatale achttiende juni in 1994, barstte het geweervuur los. Enkele ogenblikken later waren er zes plaatselijke mannen dood. Stuk voor stuk katholiek.

Sir Patrick Mayhew, de Britse staatssecretaris voor Noord-Ierland, sprak de daders na de uitvaart stevig toe: ‘je wordt gepakt en zult heel veel jaren in de cel doorbrengen.’ Na zulke ferme taal zou je een gigantische klopjacht op de twee voortvluchtige schutters verwachten. Die werd de nabestaanden ook beloofd: de politie zou letterlijk elke steen omdraaien om de daders te vinden. Bijna 25 jaar na dato maakt No Stone Unturned (110 min.) van Alex Gibney, één van Amerika’s succesvolste documentairemakers, die belofte eindelijk echt waar.

Tijdens zijn diepgravende onderzoek naar de nog altijd onopgeloste moorden belandt Gibney midden in ‘the Troubles’, de pijnlijke strijd om Noord-Ierland in de tweede helft van de twintigste eeuw. Moest dat worden opgenomen in Ierland, zoals katholieke republikeinen wilden? Of onderdeel blijven van het Verenigd Koninkrijk, wat de protestantse loyalisten voorstonden? Paramilitaire groepen zoals de IRA (Irish Republican Army) en de UVF (Ulster Volunteer Force) bestreden elkaar te vuur en te zwaard. En gewone burgers, zelfs als ze ogenschijnlijk ver van de frontlinie in Belfast woonden, werden er het slachtoffer van.

De zoektocht naar de daders van het lukrake geweld tijdens The Loughinisland Massacre, en het drijfzand waarin die vastliep, staat centraal in deze spannende documentaire. Gibney komt talloze pijnlijke en weggemoffelde feiten op het spoor, die hij met gevoel voor suspense en drama uitserveert. Die belofte aan de nabestaanden is nooit ook maar een Penny waard geweest, zo wordt glashelder. Het is moeilijk om er niet boos van te worden. No Stone Unturned blaast met verve het stof van een aloude politieke wijsheid: the cover-up is worse than the crime. Bijna dan.

Dat deze kwestie, bijna 25 jaar na dato, nog altijd veel emoties losmaakt, bleek vorig jaar enkele dagen voor aanvang van het Tribeca Film Festival, waar de documentaire in première zou gaan. Vanwege ‘outstanding legal isssues’ werd de film teruggetrokken. Die complicaties zijn inmiddels – blijkbaar – uit de weg geruimd.

Wild Wild Country

Netflix

Ooit heette het dorp in Oregon Antelope. Het lag in ‘the middle of nowhere’, in het afgelegen Noordwesten van de Verenigde Staten, en herbergde zo’n vijftig inwoners, veelal oude van dagen. Conservatieve Amerikanen, die het goed hadden met elkaar. Totdat de Bhagwan-beweging uit India in 1981 even verderop met veel bombarie een eigen stad bouwt. Niet veel later is Antelope helemaal onder de voet gelopen en omgedoopt tot Rajneeshpuram, ofwel City Of Rajneesh.

Die nieuwe stad moet het centrum worden van de wereldwijde beweging van Bhagwan Sri Rajneesh, die over de hele wereld zijn eigen communes heeft opgericht, waaronder ook in Amsterdam. Duizenden ‘sannyasins’, in die karakteristieke roze, paars en bordeauxrode kleding, prediken in naam van de enigmatische goeroe gemeenschapszin, meditatie en vrije liefde. De oorspronkelijke bewoners van Antelope zien de komst van ‘de sekte’  met lede ogen aan. Een confrontatie is onvermijdelijk.

De zesdelige serie Wild Wild Country (400 min.) van de broers Chapman Way en Maclain Way reconstrueert met enkele hoofdrolspelers, onder wie Bhagwans roestvrijstalen rechterhand Ma Anand Sheela, kopstukken van de beweging en dorpsbewoners, de clash tussen de commune en Antelopers, die zowel met wapens als in de rechtszaal wordt uitgevochten. Bhagwan zelf, ook wel Osho genaamd, houdt zich veelal afzijdig en laat Sheela, die al snel als een bordeauxrode lap op een stier werkt bij de dorpelingen, de kastanjes uit het vuur halen. Dat doet ze met overtuiging, binnen en buiten de wet.

Het verhaal van het escalerende conflict tussen de Rasjneeshees en hun directe omgeving alterneert in deze wel erg lang uitgevallen serie met het grotere verhaal van de Bhagwan-beweging, die z’n vleugels uitslaat naar Hollywood en steeds meer op een traditionele sekte begint te lijken. Dat verhaal wordt met een karrenvracht prachtig archiefmateriaal tot leven gebracht. Intussen vertoont Osho, die zelfs voor zijn meest vertrouwde medewerkers een raadsel blijft, steeds irrationeler gedrag en komt hij ook nog eens lijnrecht tegenover Sheela te staan.

Wild Wild Country doet geen serieuze poging om de onbenaderbare spirituele leider te duiden en concentreert zich ook niet op het dagelijks leven binnen de Bhagwan-gemeenschap. Deze intrigerende serie richt zich vooral op de machinaties rond, en uiteindelijk ook binnen, de beweging. De ideale samenleving, die de Rajneeshees dachten te hebben opgezet, blijkt natuurlijk net zo onvolmaakt als willekeurig welke andere maatschappijvorm waarin één enkele man – en dan ook nog het prototype Indiase goeroe, met een groot vermogen tot zelfpersiflage – ‘t volledig voor het zeggen heeft. Met alle problemen, excessen en conflicten van dien.

Maroesja Perizonius maakte in 2004 een film over haar ervaringen als Nederlands kind in de Bhagwan-beweging. In de egodocumentaire Communekind confronteert ze haar moeder met de keuzes die zij maakte en die ervoor zorgden dat Maroesja een tijd, gescheiden van haar moeder, moest leven in een kindercommune in Engeland. Ze schreef er ook een boek over, De Droom Van Mijn Moeder.

In 2025 laat Perizonius daar Children Of The Cult, een pijnlijke exercitie over seksueel geweld tegen véél te jonge meisjes binnen de Bhagwan-beweging, op volgen.

Gimme Shelter


Alsof de Duivel ermee speelt… Deze klassieke popdocu uit 1970 start met de welhaast demonische klassieker Jumpin’ Jack Flash, opgenomen tijdens een Rolling Stones-concert in New York. Na een absolute killerriff van Keith Richards fleemt Mick Jagger de wereldberoemde openingszinnen in de microfoon: ‘I was born in a cossfire hurricane and I howled at my ma in the driving rain.’

Met zichtbaar plezier kijken Jagger en de andere Stones de beelden terug in de montageruimte. Meteen daarna krijgen ze een radioverslag te horen van de tragische gebeurtenis waarmee de bijbehorende tournee en de weerslag daarvan, de documentaire Gimme Shelter (91 min.) van de gebroeders Albert en David Maysles en Charlotte Zwerin zal eindigen: Altamont.

Tijdens de Stones-show op dat festival, waar ook The Flying Burrito Brothers en Jefferson Airplane optraden, zou een man sterven. Hells Angels, die waren ingehuurd om de boel te beveiligen, staken de concertganger Meredith Hunter neer. Een tragische gebeurtenis die, samen met de moorden van de Manson Family, tegenwoordig wordt gezien als een kwaadaardige afrekening met de sixties.

Je voelt de gehele film aankomen dat het uit de hand gaat lopen op de Altamont Speedway. Voor een band die uitbundig flirtte met zijn Sympathy For the Devil, zou dat eigenlijk niet als een verrassing mogen komen. Toch is Mick Jagger, in een klassiek geworden scène van Gimme Shelter, duidelijk ontdaan als hij voor het eerst de beelden van Hunters gewelddadige dood te zien krijgt.

Als je wilt zien of horen wat een geweldige rock n’ roll-band The Rolling Stones (ooit) waren, luister dan naar de klassieke rocksong waaraan deze documentaire zijn naam ontleent of kijk naar de documentaire Crossfire Huricane van Brett Morgen.

Flint Town

Netflix

Ooit waren ze met 300 politieagenten. Nu zijn er nog maar 98. Op niet minder dan 100.000 burgers. Er rijden maximaal 9 politieauto’s tegelijkertijd door Flint, Michigan om de stad in de gaten te houden, zo becijfert één van die 98 agenten. Ze geven zelf bovendien grif toe dat hun korps en de inwoners van Flint, dat al decennia tot Amerika’s gewelddadigste steden behoort, op voet van oorlog met elkaar staan. En dan blijkt ook het drinkwater in de stad nog eens te zijn vergiftigd met lood…

Een stad in nood vraagt om drastische maatregelen. De eerste vrouwelijke burgemeester Karen Weaver laat er na haar verkiezing in november 2015 geen gras over groeien en ontslaat direct de korpschef. De nieuwe commissaris, crimefighter Tim Johnson, krijgt de opdracht om de stad terug te veroveren. Met een speciaal samengesteld arrestatieteam bindt hij de strijd aan met de wild om zich heen grijpende criminaliteit. Dat is het uitgangspunt van de achtdelige documentaireserie Flint Town (334 min.) van Drea CooperZackary Canepari en Jessica Dimmock, waarin enkele leden van het belaagde politiekorps worden gevolgd tijdens hun dagelijkse bezigheden. Intussen worden er, om de spanning nog wat verder op te voeren, elders in het land (dodelijke) aanslagen gepleegd op politieagenten.

Het is sowieso een ‘hell of a job’ voor het groentje dat recht van de politieacademie de straat op wordt gestuurd, de agente die het eigenlijk wel gezien heeft en wil overstappen naar de FBI, en haar vriend, een cynisch geworden smeris van de oude stempel, om politieagent te zijn in Flint. Op hun tenen lopen ze voortdurend achter de feiten aan, worden gedurig onder het vergrootglas van de Black Lives Matter-beweging gelegd en proberen intussen te voorkomen dat ze voortijdig opbranden. De camera kijkt mee terwijl de mannen en vrouwen in blauw patrouilleren, onderzoeken en arresteren in het door armoede en geweld geteisterde Flint. Conflicten met de plaatselijke bevolking liggen voortdurend op de loer. Hoe win je het gevecht om de stad, zonder dat die zijn ziel verliest?

Nee, die pet past echt niet iedereen, zo onderstreept deze serie, die thematisch sterk verwant is met de documentaire The Force(waarover ik enkele weken geleden hier al schreef), nog maar eens. Zeker omdat de geportretteerde politieagenten, vanwege dreigende bezuinigingen, voortdurend ontslag boven het hoofd hangt. Wie zijn ze nog als ze geen ‘cop’ meer kunnen zijn? Flint Town neemt ruim de tijd, dik 5,5 uur, om de kleine verhalen van die agenten op straat af te zetten tegen het grotere verhaal van een verscheurde stad, dat wordt verteld door plaatselijke verslaggevers, gewone (boze) burgers en de politiechef zelf. Binnen dat spanningsveld, tussen gloedvol verwoord beleid en de keiharde realiteit, kan de gewone diender het eigenlijk nooit goed doen.

De industriestad Flint in Michigan vormde ook het decor voor Roger & Me, de eerste documentaire van Michael Moore. Amerika’s bekendste documentairemaker startte zijn carrière in 1989 met een film over de desastreuze gevolgen van het besluit van autogigant General Motors om de fabriek in zijn geboortestad te sluiten. Met een camera in de aanslag ging Michael Moore op zoek naar GM’s CEO Roger Smith om hem ter verantwoording te roepen.

The Act Of Killing


Als je iemand een bijzonder ongemakkelijke filmavond wilt bezorgen, schotel hem dan zonder al te veel voorinformatie The Act Of Killing(2012) voor. Ik heb tweemaal een avond – en de bijbehorende nacht en dagen daarna – laten vergallen door de bikkelharde film van Joshua Oppenheimer en begin nooit meer aan een derde kijkbeurt. Terwijl ik dit intik, spuug ik tussen twee vingers door op de grond. Beloofd. Uit puur zelfbehoud overigens.

Tegelijkertijd zou ik iedereen die de film nog niet heeft gezien aanraden om er direct een paar uurtjes voor vrij te maken. The Act Of Killing, de zogenaamde director’s cut zelfs (159 min.). Zorg dan wel voor tissues, een emmertje en enkele hulplijnen, want een walgelijkere kijk op de wrede inborst van dé mens – nee, laten we het comfortabel houden – van sómmige mensen zul je niet snel meer krijgen.
Oppenheimer heeft voormalige Indonesische massamoordenaars, die het land halverwege de jaren zestig enthousiast zuiverden van communisten en andere onwelgevallige landgenoten, gevraagd of ze de hoofdrol willen spelen in een overdadig aangeklede speelfilm over hun eigen heldendaden. De inmiddels bejaarde mannen happen enthousiast toe en kruipen nog eenmaal in de rol van hun leven.

Waar de gemiddelde kijker – hopelijk – een stel voormalige criminelen met een nauwelijks ontwikkeld moreel besef ziet, die tegenwoordig zowaar een soort macabere fanbasis lijken te hebben, menen ze zelf dat die film hen eindelijk die welverdiende roem zal brengen. De camera biedt hen tevens de mogelijkheid om hun vakkennis over te dragen, want hoe kun je nu eigenlijk het beste prikkeldraad om iemands nek wikkelen en waar moet je die dan aantrekken? Wacht, ze demonstreren het wel even.

The Act Of Killing is zo’n film die je nooit meer vergeet – al zou je eigenlijk niets liever willen. Oppenheimer filmde tegelijkertijd overigens ook het aangrijpende The Look Of Silence (2014), een documentaire met een conventionelere opzet, waarin de kant van de slachtoffers van de Indonesische genocide wordt belicht. Ook die film klapt er genadeloos in. Beide documentaires werden genomineerd voor een Oscar en sleepten diverse prijzen in de wacht.

Joshua Oppenheimer is na het filmen van zijn indrukwekkende tweeluik uit Indonesië vertrokken en zal daar ook niet snel terugkeren. ‘Ik kan Indonesië waarschijnlijk zonder problemen in’, vertelde hij halverwege 2015 in een interview met The New York Times. ‘Ik weet alleen niet zeker of ik het land ook weer levend kan verlaten.’

Fatum (Room 216)

VPRO

Zou regisseur Ramón Gieling zich tekort gedaan voelen als we zijn documentaire Fatum (Room 216), die in première ging op het IDFA en waarvan dinsdag de ingekorte televisieversie (54 min.) wordt uitgezonden op NPO2, scharen onder de noemer ‘true crime’? Gieling stelt namelijk heel wat in het werk om van Fatum, het Romeinse woord voor noodlot, geen routineuze thriller te maken.

Dat begint al met het motto van de film: ‘Some reflections on the notion of love and death’. Verder zijn er de regelmatig terugkerende citaten uit Het Hooglied, waarmee het dramatische verhaal dat zich op beeld ontvouwt psychologisch wordt geduid, en de verstilde beelden van zogenaamde ’schuldige omgevingen’, die dat verhaal op naargeestige wijze illustreren.  En dan is er nog het geladen muziekstuk Fatum van componist Paul M. van Brugge, die door twee musici, in beeld bovendien, wordt ingespeeld.

Die extra elementen, waarvan je wenkbrauwen wellicht spontaan de lucht ingaan, zijn echter niet meer dan de – enigszins pretentieuze – omlijsting van de kern van deze spannende documentaire: een verhoor van de militaire commandant Russell Williams uit Canada, die in 2010 in verband werd gebracht met de verdwijning van maar liefst vier vrouwen. ‘Zeg maar Russ’ oogt als een vriendelijke en nette burgerman, die vanzelfsprekend graag wil meewerken aan het onderzoek.

In kamer 216 wordt Williams opgewacht door de voorkomende rechercheur Jim Smyth en drie camera’s, die het gehele gesprek vanuit verschillende hoeken van de verhoorkamer vastleggen. Smyth gaat uiterst behoedzaam te werk, legt zijn gesprekspartner tijdens het gesprek van bijna tien uur beleefd allerlei vragen en hypothesen voor en draait hem intussen vakkundig de duimschroeven aan. Dat spannende psychologische spel, waarbij kat en muis elkaar op zo onopvallend mogelijke wijze achterna zitten, drijft deze film, die moeiteloos aansluiting vindt bij het populairste documentairegenre van dit moment (true crime) en er een mooie aanvulling op is.

Cold Blooded: The Clutter Family Murders

Sundance

Als er al zoiets als een startpunt kan worden vastgesteld voor het true crime-genre, dan ligt dat in 1966 bij het legendarische non-fictieboek In Cold Blood, waarin Truman Capote de huiveringwekkende moord op de Clutter-familie in 1959 minutieus reconstrueert en de moordenaars Dick Hickock en Perry Smith volgt totdat ze enkel jaren later ter dood worden gebracht. Intussen probeert hij, de flamboyante intellectueel uit het mondaine New York, hén, een diabolisch tweetal uit het Amerikaanse heartland, te doorgronden.

Hoewel het boek een internationale bestseller werd, ging Capote er helemaal aan kapot – aan zijn haat/liefde voor Smith in het bijzonder. Hij zou nooit meer een fatsoenlijk boek publiceren. Dat gegeven, van de gevierde schrijver die volledig ten onder gaat aan zijn (gruwelijke) werk, vormde de basis voor twee speelfilms binnen een jaar: Capote (een topzware film, met een Oscar-winnende Philip Seymour Hoffman) en Infamous (de betere speelfilm van de twee, waarin Daniel Craig een ijzingwekkende Perry Smith vertolkt).

In Cold Blood zelf werd natuurlijk ook meermaals verfilmd. Dan is het de vraag of het Clutter-terrein inmiddels niet zo grondig is afgegraasd dat ook nog een uitputtende documentaire een beetje te veel van het goede wordt. Cold Blooded: The Clutter Family Murders (168 min.), waarvan Canvas vanavond het eerste deel uitzendt, slaagt er evenwel in om onontgonnen terrein aan te boren met nieuwe getuigen, een overdaad aan bewijsmateriaal én interviews met familieleden van de Clutters, die nooit eerder voor de camera verschenen.

Regisseur Joe Berlinger leverde met de grandioze Paradise Lost-trilogie, waarin hij samen met Bruce Sinofsky gedurende vijftien jaar de satanische (?) moord op drie jongetjes onderzocht, al een onvervalste true crime-evergreen af en pluist nu nauwgezet de ‘klassieke moorden’ in Kansas uit. Dat levert geen verrassende nieuwe inzichten op – wie die daders zijn, is immers al een halve eeuw bekend – maar zorgt wel degelijk voor duiding. Van de moorden zelf en het gebrek aan een logische verklaring daarvoor, maar ook van de emotionele impact ervan. Die werd niet eerder zo indringend in kaart gebracht.

The Force

Netflix

‘Dit land is in essentie gesticht op wantrouwen jegens de overheid’, zegt politiechef Whent tegen zijn manschappen. ‘Wij zijn het meest zichtbare uithangbord van die overheid. We rijden rond in een zwart-witte auto met knipperende lichten en dragen een uniform met een blinkende ster. We geven jullie veel gezag en een wapen. Het is redelijk dat mensen verwachten dat je uitlegt waarom je doet wat je doet.’

Herfst 2014. Sean Whent is hoofdcommissaris nummer zes van de Californische stad Oakland in tien jaar. Zijn korps, waar een ‘giftige machocultuur’ zou heersen, ligt op alle mogelijke manieren onder vuur. Vanwege corruptie, machtsmisbruik en excessief geweld. De knop moet om volgens de nieuwe leider. Hij wil geen foute agenten meer en een einde aan de ‘blue wall of silence’. Wangedrag dient voortaan direct te worden gemeld.

Whents ferme taal wordt in de navolgende periode op alle mogelijke manieren op de proef gesteld, getuige de enerverende documentaire The Force (92 min.), waarin het politiekorps van de door raciale spanningen verscheurde Amerikaanse stad twee jaar lang wordt gevolgd. Terwijl activisten van de Black Lives Matter-beweging elke misstap van het korps met mobieltjes proberen vast te leggen, wapenen de agenten zich met bodycams, die de beelden leveren waarmee hun kant van het verhaal kan worden bevestigd.

Oakland oogt in deze ‘fly on the wall’-docu van Peter Nicks als de frontlinie van een oorlog tussen staat en volk om het hart van Amerika. The Force kiest daarbij het perspectief van de politie, van de gewone diender die in deze betonnen jungle moet zien te overleven. Zonder dat de film daarmee ook automatisch partij kiest voor het blauw op straat. De schandalen die het korps ook onder het bewind van Whent blijven teisteren worden eveneens belicht in deze krachtige film, waarmee een verrassend nieuw licht wordt geworpen op – kwinkslag-alarrumm! – de klassieke slogan ‘may the force be with you’.

Donordrama

donordrama

 

Er is blijkbaar behoefte aan en wie zijn wij dan om daar niet aan te voldoen? In zijn voorstelling Ruwe Pit (2001) vat cabaretier Theo Maassen op geheel eigen wijze de kapitalistische basisgedachte samen. Vanuit dat uitgangspunt is het niet zo vreemd dat er zoiets als een levendige handel in menselijke organen is ontstaan.

Joost van der Valk en Mags Gavan, het filmende stel dat ook al met verve doordrong tot de wereld van de Haagse Crips-gang en de beruchte Molukse motorclub Satudarah, begeeft zich in de internationale orgaanhandel. Als potentiële afnemers van een ‘gedoneerde’ nier. Met een eigen Facebook-pagina, flink gevulde portemonnee én meerdere verborgen camera’s.

Van der Valk fungeert als verteller in Donordrama (47 min.), Gavan doet zich voor als de vrouw die een nier nodig heeft – voor haar zus, zo stellen ze het verhaal al snel bij. Hun zoektocht brengt hen in schimmige kringen in India en Bangladesh. Letterlijk schimmig overigens, want het leeuwendeel van handelaren, doktoren en advocaten waarmee ze op weg naar een transplantatie moeten dealen is onherkenbaar gemaakt.

Gaandeweg dringt het duo ook door tot enkele donoren, voor wie het verkopen van een orgaan bittere noodzaak was om het hoofd boven water te houden en die sinds de operatie nog dagelijks kampen met de gevolgen daarvan, lichamelijke klachten en sociale uitsluiting. Als tegenhanger portretteren Van der Valk en Gavan de Friese man Lammert die, vanwege het tekort aan donornieren in Nederland, al heel lang wacht op een transplantatie en zienderogen aftakelt.

Gewone mensen die, gedwongen door de omstandigheden, producent en consument worden van een product dat je eigenlijk niet wilt verhandelen. Ze worden bijeen gebracht door handige handelslieden, die vakkundig vraag en aanbod op elkaar afstemmen – en ook best een centje willen bijverdienen. Want er is, blijkt maar weer eens uit deze schrijnende documentaire, blijkbaar behoefte aan…