Samsara

Mooov

Halverwege deze spirituele film wordt iedereen geacht om z’n ogen te sluiten. Ze mogen pas weer open als de geluidssymfonie, die dan al stiekem z’n entree heeft gemaakt, helemaal is verstomd. Zo’n kwartier – en ondanks die gesloten ogen: talloze beelden en indrukken – later. De Spaanse visueel kunstenaar Lois Patiño neemt de kijker mee op de zintuiglijke reis die de ziel van een oude vrouw uit Laos maakt nadat zij is gestorven. Op naar een volgend leven.

Zij is naar de dood begeleid door een plaatselijke jongen, Amid. Vanuit een tempel voor Boeddhistische monniken, ondoorgrondelijke jongens in klassieke oranje gewaden, steekt hij dagelijks met een bootje de rivier over om haar een leidraad voor het hiernamaals te kunnen voorlezen uit een Tibetaans dodenboek. De twee hebben elkaar gevonden in een idyllische omgeving, door Patiño vervat in grootse, kleurrijke 16MM-beelden. Vooral de epische watervallen zijn van een bijna onaardse schoonheid.

En dan voltrekt zich de transitie. De film, waarvan niet direct duidelijk wordt wat nu fictie of non-fictie is, heet niet voor niets Samsara (113 min.), het Sanskrietwoord dat staat voor de cyclus van geboorte, leven, dood en reïncarnatie. De oude vrouw begint aan een nieuw leven, op een andere plek in de wereld: in Zanzibar in Tanzania, nabij het strand en de zee. Waar vrouwen met kleurrijke hoofddoeken zeewier verzamelen, een geitje het levenslicht ziet en de Islam ieders ideeën over leven en dood bepaalt.

Het moge duidelijk zijn: Lois Patiño had bij Samsara beslist geen reguliere documentaire voor ogen. Zijn film is een meditatieve ervaring geworden. En dan niet alleen de virtuele reis door ‘de Bardo, de Intermediaire Realiteit’. Ook de levens daaromheen, de kalme aanloop met de jonge monniken in Laos en het iets levendigere vervolg met de vrouwen en het geitje aan de Afrikaanse kust, vereisen innerlijke rust en betalen die dan, aan eenieder die er zich voor openstelt, vast ook terug.

De Wereld In Ter Apel

BNNVARA

Als er één onderwerp is waarbij feiten en fabels voortdurend door elkaar lopen, dan is ‘t wel de Nederlandse asielcrisis. Aan de journalistiek de taak om het kaf van het koren te scheiden en de feiten, en de daarbij betrokken personen, te laten spreken. Waar de miniserie Bij Ons Op Het AZC onlangs het dagelijks leven binnen het asielzoekerscentrum van Zutphen in beeld bracht en de mensen portretteerde die daar verblijven en werken, kiest De Wereld In Ter Apel (212 min.) nu een systeembenadering: hoe werkt het veelbesproken Nederlandse asielbeleid in de praktijk?

De vierdelige serie van Martin Maat en Hans Hermans, het duo dat de afgelopen jaren ook al De Boerenrepubliek en Een Porseleinen Huwelijk uitbracht, start op 21 november 2023, de avond vóór de Tweede Kamerverkiezingen, die een politieke aardverschuiving te weeg brengen. In het veelbesproken aanmeldcentrum in het Groningse dorp, ‘de enige voordeur van Nederland’ brengen 165 asielzoekers dan de nacht door op de vloer van drie wachtkamers. Het is het beschamende sluitstuk van een turbulent jaar, waarin de filmmakers hebben meegekeken in Ter Apel.

Daarna gaat de miniserie terug naar het begin van 2023, als het nog relatief rustig is in het centrum. Stapsgewijs lopen Maat en Hermans in eerste instantie de verschillende elementen van de asielprocedure door, waarbij ze getuige zijn van verhoren door de vreemdelingenpolitie, IND-gehoren en terugkeergesprekken met mensen uit landen als Syrië, Colombia, Somalië, Marokko en Iran. Na afloop delen de makers, die de gebeurtenissen via een voice-over op neutrale toon inkaderen, de uitkomst ervan. Meestal is dat een variant op: de procedure loopt, de uitkomst ervan laat nog op zich wachten.

Tegelijkertijd neemt De Wereld In Ter Apel ook elders in de wereld poolshoogte. In Raqqa bijvoorbeeld, waar het leven door de Syrische burgeroorlog nog altijd volledig ontregeld is. Bij het oerbos tussen Polen en Belarus, waar vluchtelingen, in strijd met Europees en internationaal recht, gedwongen worden teruggestuurd. Op de Middellandse Zee, ‘de dodelijkste grens ter wereld’, waar Artsen Zonder Grenzen vluchtelingen uit gammele boten proberen te redden. En in Ethiopië, waar honderdduizenden gevluchte Somaliërs ‘in de eigen regio’ worden opgevangen.

Hoewel de verwikkelingen in binnen- en buitenland soms echt met elkaar gematcht moeten worden, is de bedoeling duidelijk: de Nederlandse asielcrisis is niet los te zien van ontwikkelingen in de rest van de wereld en dus ook niet zomaar vanuit hier bij te sturen. Intussen loopt de situatie in de loop van 2023 steeds verder uit de hand. Ter Apel kampt met veel te weinig plekken en overlast gevende asielzoekers. In de rest van het land blijft er een schrijnend tekort aan opvanglocaties en is er ook weinig animo om bij te springen. En Den Haag blijft maar bakkeleien over de spreidingswet.

Daarmee krijgt deze serie, die nuchter, kalm en beschrijvend begint, gaandeweg steeds meer drama en urgentie. Als het systeem aan de basis helemaal dreigt vast te draaien. Omdat elders het vermogen of de bereidheid ontbreekt om de maatregelen te nemen die nodig zijn om deze uitdaging, die het kleine Nederland natuurlijk ontstijgt, beheersbaar te houden.

Warnow – Reis Naar Het Noorderlicht

Periscoop Film

Het is zo’n onbezonnen avontuur dat wel tot sterke verhalen moet leiden. Of het ook leuke verhalen zijn, valt alleen nog te bezien. Net zoals op voorhand ook niet zeker is dat iedereen ervan terugkeert. Want hoewel ze niet al te veel zeilervaring hebben, besluit een bont gezelschap van acht muzikale vrijbuiters in 2013 om met hun boot de Warnow naar het Noorderlicht te gaan zeilen. De tocht begint thuis in Schiedam en moet via Engeland en Schotland naar Noorwegen leiden. 

Het plan is om er meteen ook een documentaire van te maken en die dan voor grof geld te verkopen. Zodat ze daar later weer een reis naar Mexico of de Caribische eilanden van kunnen betalen. De realiteit blijkt echter weerbarstiger – en stormachtiger – dan het romantische idee dat de Nederlandse alto’s er van tevoren van hadden. Ten noorden van het Britse kustplaatsje Whitby dreigen ze met hun boot eerst opgeslokt te worden door het woelige water en later te pletter te slaan op de rotsen.

En dan is Warnow – Reis Naar Het Noorderlicht (98 min.), de enerverende documentaire die Wim van der Aar heeft gemaakt van het door henzelf gefilmde beeldmateriaal, de audioquotes die hij uit interviews met enkele opvarenden van de Warnow heeft gehaald en de getuigenissen van mensen die ze op hun dollemanstocht tegenkwamen, nog niet eens halverwege. Tegen die tijd ligt allang de vraag op tafel of de Warnow überhaupt dat beoogde Noorderlicht zal bereiken.

Want hoewel de avonturiers zich maanden hebben voorbereid op de trip, worden ze onderweg toch overvallen door de verraderlijke Noordzee en het leven aan boord. Enkele opvarenden zien al snel scheel van de zeeziekte. En hun boot blijkt toch echt aan de kleine kant voor acht mensen en een hond. De groep dreigt daardoor uit elkaar te vallen en weet slechts met enkele onstuimige concerten op hun pleisterplaatsen de eenheid te bewaren. Voor zolang als het duurt.

Er is duidelijk onheil op komst. Het lijkt alleen de vraag of die zich aandient in de vorm van fatale frictie aan boord of een ongeluk op zee, al dan niet vergezeld van Lord Of The Flies-achtige taferelen. Want uit wie er aan het woord komen in deze documentaire volgt automatisch ook wie er niet aan het woord komen – en de vraag wat er met hen is gebeurd. Van der Aar werkt gestaag toe naar het moment waarop de kaarten worden verdeeld en tekent daarna op wat die voor eenieder in petto hebben.

Zijn film groeit desondanks uit tot een ongegeneerde ode aan het avontuur en zij die, zonder er verder al te diep over na te denken, bereid en in staat zijn om daarvoor alles achter zich te laten. Zonder de garantie dat ze het nog ooit terugzien – of dat zij nog ooit worden teruggezien. Op weg naar een stip op de horizon, die misschien altijd buiten bereik blijft. Omdat de reis nu eenmaal belangrijker is dan de bestemming.

After The Bite

HBO Max

Een toerist laat zich op een surfplank onbekommerd door de golven meevoeren. Een strandwacht speurt met z’n verrekijker de kustlijn af. En een onderzoeker begeeft zich naar het uiterste puntje van z’n boot, nét iets te dicht bij het wateroppervlak. Sinds Steven Spielbergs zenuwslopende filmklassieker Jaws (1975), over een moordlustige witte haai die het toeristische gebied van Cape Cod binnendringt, zijn zulke beelden van hun onschuld ontdaan. Elk ogenblik kan er een haai aanvallen. Vanuit het onderbewuste dringt de iconische muziek van John Williams zich al op. Táda – táda.Táda – táda. Táda – táda – táda – táda…

Inmiddels is de fantasie – uitgemolken in talloze, veelal tamelijk cheape speelfilms – ingehaald door de realiteit. De witte haai is terug bij de Amerikaanse stranden. In de omgeving van Cape Cod, het strijdtoneel van Jaws, wordt het gevreesde dier weer regelmatig gespot in of nabij zwemwater en heeft het ook alweer zijn eerste dodelijke slachtoffer gemaakt. Dit zorgt natuurlijk voor onrust bij de plaatselijke gemeenschap, want haaien zijn behalve gevaarlijk ook slecht voor de business. Daartegenover staan wetenschappers en dierenbeschermers, die zich al jaren sterk maken voor het weer op peil brengen van de walvissen- en zeehondenpopulatie. Dat is hen beter gelukt dan sommige lokale bewoners en vissers lief is. En de witte haai is daarvan een bijproduct.

After The Bite (85 min.) zet deze verschillende zienswijzen genuanceerd naast elkaar en vangt tevens de pracht en praal van de wondere wereld waaruit die voortkomen. Waar haaien op zee worden voorzien van een tracker, zodat ze met een ‘Sharktivity’-systeem kunnen worden gemonitord en in dat kader ook maar meteen een kekke naam – Joanie, Scarface of Candy Cane bijvoorbeeld – krijgen toebedeeld. Tegelijkertijd is er aan land haaienentertainment: tijdens uitzinnige variété-optredens wordt er volop geflirt met de gevaren van het angstaanjagende witte monster. En in de openluchtbioscoop draait, de gimmick voorbij, Jaws.

Met onbestemde beelden van de golvende zee, onderwateropnames en suggestieve muziek speelt regisseur Ivy Meeropol in deze documentaire natuurlijk in op de collectieve Jaws-angst. Die brengt ze tot een climax in een enerverende slotscène, waarbij een stervende bultrug op open zee een zeer divers publiek trekt, waaronder een hongerige haai. Uiteindelijk heeft Meeropol echter vooral oog voor het verhaal achter de mythe: van een ecosysteem dat, door menselijk toedoen, uit evenwicht is geraakt. Nu de aarde opwarmt verwelkomen Amerikaanse kustgebieden daardoor ineens heel andere diersoorten – en de bijbehorende jagers, zoals de vermaledijde witte haai, die hen weer als prooi beschouwen.

Zulke nieuwkomers brengen ook hun eigen virussen mee. Een nieuwe pandemie is daardoor zeker niet uitgesloten, meent Wendy Puryear van Tufts University. ‘Het is gemakkelijk om je te laten leiden door Jaws-achtige scenario’s en om het grotere geheel uit het oog te verliezen. Namelijk dat de gezondheid van een soort ons allemaal aangaat.’ Die onderlinge verbondenheid tussen mens en dier en de uitdagingen daarbij zijn in After The Bite vervat in oogstrelende en soms ook indringende scènes (zoals bijvoorbeeld het verkrijgen van een ‘nose swap’ bij enkele nietsvermoedende zeehonden) en tillen de film mijlenver uit boven het niveau van een après-Jaws shockdoc.

Tweeling

Jean Charles Counet / VPRO

De reis begint in Eritrea en leidt via Ethiopië, Soedan en Libië in 2016 naar Europa. Onderweg, op een boot op de Middellandse zee, wordt Merhawit verrast. Niet door het feit dat ze zwanger is, ook niet dat het om twee kinderen gaat, maar wel doordat ze nu al, op de vlucht en in hachelijke omstandigheden, geboren willen worden. Na de bevalling op zee belanden de nieuwe moeder en haar eeneiige Tweeling (91 min.) op het Italiaanse eiland Sicilië. En daar leren ze de Nederlandse documentairemaakster Bregtje van der Haak kennen, die toevallig in Palermo is voor het programma Tegenlicht en op Merwahit en haar baby’s Hiyap en Evenezer wordt geattendeerd door een reportage van CNN.

Van der Haak vraagt of ze hen jaarlijks mag komen filmen, om via deze Afrikaanse vrouw en haar kinderen, en echtgenoot/vader Yohannes in Soedan, het leven van nieuwe Europeanen te documenteren en grip te krijgen op waar zij vandaan komen en wat zij nu in een compleet nieuwe wereld, die soms pijnlijk vijandig reageert, op hun pad vinden. Deze documentaire, opgeknipt in zeven handzame en ook los te bekijken hoofdstukken, is een soort tussenrapportage van dit project, dat moet lopen totdat Merwahits zoons volwassen zijn. Bezien vanuit de traditie van de Up-serie, het klassieke documentaireproject dat sinds 1964 elke zeven jaar verslag doet van het leven van een selecte groep Britten, is dit dan een logisch moment.

In die zeven jaar, waarin Merwahit en haar zoons vaste voet aan de grond krijgen in Duitsland, bouwen de twee vrouwen, die in het begin echt met handen en voeten met elkaar moeten communiceren, een band op en raakt Van der Haak zelf bovendien steeds meer het verhaal ingetrokken. Dat begint met de verwantschap die zij als alleenstaande moeder voelt met de vrouw die in een vreemde wereld helemaal op zichzelf is afgewezen en mondt uit in situaties waarin ze ook zelf, de functionele zelfonthulling voorbij, haar eigen verhaal doet aan Merwahit. Die deelt dan weer haar levensverhaal, geïllustreerd met beelden uit de totalitaire staat Eritrea, en haar toenemende twijfels over de relatie met haar man op afstand.

Met fraaie observerende scènes krijgen Van der Haak en haar crew, die ook een plek verwerft binnen de kleine familie-eenheid, toegang tot het leven van de alleenstaande moeder en haar kinderen. Hoe ze er aan het begin van de eerste dag op de kinderopvang bijvoorbeeld voor zorgt dat de jongens, die nog geen Duits spreken, weten waar het toilet is. En hoe die enkele jaren later al zover zijn dat ze zelfstandig pizza kunnen halen – al komt die niet heelhuids thuis aan. De twee kinderen zijn altijd samen en uiterlijk identiek, maar van binnen – en dat wordt met de jaren steeds duidelijker – heel verschillend. Terwijl Hiyap floreert in contact met andere mensen, duikt Evenezer juist regelmatig weg voor de wereld. Merwahit probeert dat in goede banen te leiden.

Die voorlopige tussenconclusie maakt benieuwd naar wat de toekomst (volgende rapportage wederom over zeven jaar, in 2030?) gaat brengen voor de Eritrese vrouw en haar zoons. Op de valreep heeft de wereld waarin zij zich ogenschijnlijk best thuis zijn gaan voelen alleen nog een onaangename verrassing in petto voor alle betrokkenen – en een ongenadige cliffhanger voor elke kijker die hen intussen een beetje in z’n hart heeft gesloten.

Seaspiracy

Netflix

Als dolfijnen en walvissen sterven, sterft de oceaan. En als de oceaan sterft, sterft de aarde. En als de aarde… juist.

En waardoor sterven die dolfijnen en walvissen nu eigenlijk? Documentairemaker Ali Tabrizi gaat op onderzoek uit. Seaspiracy (89 min.) is de weerslag van een queeste, die hem al snel op het spoor zet van de internationale visserij. Die dunt zowel bewust, via overbevissing, als onbewust, via bijvangst en schadelijke plastic netten, ‘s werelds onderwaterpopulatie uit. Allerlei diersoorten dreigen daardoor uit te sterven. En dat is nog maar het begin van de misstanden en hypocrisie die Tabrizi, al dan niet met verborgen camera, op het spoor komt.

In alle uithoeken van de wereld tekent hij de ellende met gevoel voor drama op. De filmmaker ondersteunt zijn betoog met een indrukwekkende hoeveelheid cijfers, data en statistieken, steekt zijn licht op bij allerlei verwante denkers en organisaties en zoekt de confrontatie met vertegenwoordigers van de visindustrie en belangenverenigingen die deze proberen te reguleren. Want het predicaat ‘duurzame vis’, zeg nou zelf, dat stelt toch geen ene mallemoer voor? De verantwoordelijke club weigert niet voor niets om voor voor Tabrizi’s camera te verschijnen.

Seaspiracy is een bevlogen pamflet om minder – of gewoon: géén – vis te eten. Een film, die dat ideaal ook naar een groot publiek probeert te brengen. Zulke uitgangspunten laten doorgaans niet al te veel subtiliteit en nuance toe. Een complexe mondiale kwestie wordt in deze gelikte film dan ook teruggebracht tot een epische strijd tussen helden en schurken(bedrijven) over het lot van de aarde. Die is vervat in dramatische beelden, wordt begeleid door aanzwellende muziek en werkt toe naar een stevige apotheose. En tot besluit volgt natuurlijk een onvervalste call to action. Aan iedereen die ‘t goed voorheeft met de zeeën en oceanen.

Voorbij De Zee

EO

Veertig jaar na dato werd het notitieboekje gevonden. Van de reis die een jonge Sovjet-schrijfster in 1973 ondernam. Ze deed research voor haar eerste sciencefictionroman. Op de kaft van het boekje staan geografische coördinaten die in de richting van Drenthe wijzen. Naar een stad die toentertijd het toonbeeld van de maakbare samenleving was: Emmen.

‘Gisteren kwam ik aan op mijn utopische eiland’, noteerde deze Valentina B. ‘Het bestaat hier echt, in de westerse wereld.’ Haar woorden lopen als een rode draad door Voorbij De Zee (27 min.). ‘Op deze schijnbare afgelegen plek ligt een stad, geïnspireerd op socialistische waarden. Ze noemen het “Wonderstad”. Een open, groene stad met een dorps gevoel.’

In het kielzog van de schrijfster dwaalt regisseur Anastasija Pirozenko nu door de hedendaagse versie van deze stad, een plaats die tijdens de wederopbouw was voorzien als een dorpse plek met stedelijke voorzieningen. De Emmense woonerven trokken destijds internationaal de aandacht, maar wat is daarvan nu nog over? Veel bewoners sluiten zich op in hun eigen woning.

‘Of het ooit nog een keer een organisch geheel wordt, ik weet het niet’, zegt een voormalige stadsplanner, terwijl hij de toenmalige schetsen voor de gedroomde groene wijken nog eens bekijkt. ‘Is er nog voldoende animo voor al die huizen die ze hier neergeplant hebben?’ Zijn collega reageert: ‘Het is net alsof er geen cohesie meer is tussen de mensen.’

Alle bewoners die Pirozenko in deze poëtische rondgang door de Drentse droom opvoert, waaronder twee Servische vrouwen die een kleine halve eeuw geleden in de plaatselijke nylonfabriek zijn gaan werken, worden nooit meer dan passanten. Pionnen in het woorden- en beeldenspel van de filmmaakster. Zoals ze dat in wezen ook ooit waren voor de mannen achter het sociale experiment.

‘Hoe langer ik hier ben, hoe meer ik denk dat idealisme niet het toevluchtsoord is waar de huidige wereld naar zoekt’, constateert de (fictieve?) schrijfster Valentina B aan het eind van deze nederig stemmende korte documentaire dan ook mismoedig. ‘Utopia is een non-plaats.’ Ze laat een korte stilte vallen. ‘Ach, we leven allemaal in de belofte van een droom.’

De Zee Die Denkt

NTR

Ik snap er niets van. En Gert de Graaff is de eerste om toe te geven dat De Zee Die Denkt (99 min.) inderdaad géén documentaire is. Niet echt, tenminste. Toch won zijn film in 2000 de Joris Ivens Award op het documentairefestival IDFA. Dat is op zichzelf een mindfuck, die perfect past bij de film. Want nee, in deze ‘documentaire’ wordt geen gruwelijke misstand in de één andere uithoek van de wereld aan de kaak gesteld, is er geen protagonist die allerlei ontberingen doorstaat om zichzelf vervolgens helemaal opnieuw uit te vinden (alhoewel?) en probeert ook niemand met nieuw bewijsmateriaal een veroordeelde vrij te pleiten. Om maar eens wat clichés op te hoesten over/van het genre, waaraan ik een groot deel van mijn leven spendeer.

Dit is een filosofische queeste naar wat het ik is, doet en kan. Denk ik. Ik dus. En of dat ik wel bestaat. Mijn ik. En hoe dan? Via onze weerspiegeling op het scherm? En wanneer? Ik? Het heeft allemaal te maken met perspectief. En daarmee speelt De Graaff, die al jaren in heel het land lessen beeldtaal geeft en op die manier voortleeft in talloze televisieprogramma’s, films en documentaires van anderen, alsof zijn leven ervan afhangt. En misschien is dat ook wel zo. Rick de Leeuw, zanger en toenmalig frontman van een band waarop ikzelf toevallig totaal verliefd was, Tröckener Kecks, zorgt voor dat perspectief. Althans, zo lijkt ‘t. De Leeuws ‘rol’ was volgens De Graaff oorspronkelijk overigens bedoeld voor Sean Connery.

Scenarioschrijver Bart, een rol van Bart Klever, heeft echter ook een hoofdrol voor zichzelf bedacht. Dat gaat ongeveer zo: ‘Ik introduceer mijzelf als hoofdpersoon en speel mijzelf’, typt Bart op het beeldscherm. ‘Bart dus. Wat hij doet dat typ ik en wat hij typt dat doe ik.’ Terwijl Bart aan het typen is, horen we een fluitketel langzaam op stoom komen. Bart typt: ’18. INT – KAMER BART – DAG. We horen de ketel in de k…’ Intussen zwerft de camera van de kamer naar de keuken, waar diezelfde Bart thee gaat inschenken. Hij fluit er een beetje bij. Tegelijkertijd zijn er nog altijd typegeluiden te horen. In beeld is nu een deel van het beeldscherm te zien, waarop de keukenscène is uitgetikt. Bart typt door: ‘Hij fluit een deuntje.’

Ik kan me voorstellen dat je, jij dus, of ook gewoon ik, nu het spoor bijster bent. Dat kan aan mij liggen. Of aan Rick. Bart. Of Gert. Niet aan Sean. Aan een ik, dat wel. Mensen lopen ermee weg of lopen erbij weg, stelt De Graaff zelf over deze film, waaraan hij dertien jaar werkte en naar verluidt anderhalf miljoen gulden besteedde. Aan een kamer waarin niets helemaal is zoals het lijkt, opstellingen die op de meest ingenieuze manieren spelen met het waarnemingsvermogen en 40.000 liter water, om maar eens wat te noemen. De optelsom is een zoektocht naar geluk (toch?), die is vergeven van de zinsbegoochelingen, valkuilen en kleine openbaringen. Een spiegelpaleis, waarin je gegarandeerd de weg kwijtraakt – en terugvindt. Op een gegeven moment dacht ik zelfs: waar kijk ik naar? Naar mezelf misschien?

Alles is illusie! constateert de scenarioschrijver op een gegeven moment wanhopig. Ik moest intussen denken aan Churchill: ‘It is a riddle wrapped in a mystery inside an enigma.’ Of beter: aan hoe David Ferrie, een personage uit de film JFK, gebaseerd op een man die betrokken zou zijn geweest bij de moord op Kennedy, een complot dus, waarvan ook ik niet weet of het er ooit is geweest, die quote verbasterde tot: ‘It’s a mystery wrapped in a riddle inside an enigma!’ Ik had het zelf echt niet beter kunnen zeggen.

Ons Bier

KRO-NCRV

‘Ik bepaal hier wat er gebeurt’, zegt Johan Nijhof tegen de medewerkers van het reclamebureau AlienTrick dat hij heeft ingehuurd om het imago van Huttenkloas, ‘een misdadig lekker biertje’, een ferme oppepper te geven. ‘Daar ben ik heel duidelijk in.’ Dus of hij zijn compagnon Ruud van der Gevel meeneemt naar de volgende afspraak, kan de Twentse brouwer nog niet zeggen…

De documentaire Ons Bier (55 min.) is nauwelijks een kwartier onderweg en de oplettende kijker weet genoeg: dit kon wel eens gedoe worden. Het twistpunt ligt dan ook al vast: welke plek krijgt de stoel waarop de oorspronkelijke Huttenkloas, een Twentse rover en moordenaar uit de achttiende eeuw, volgens de overlevering is geradbraakt en ter dood is gebracht in het nieuwe logo? Past die stoel überhaupt nog wel bij het tintelfrisse imago van de brouwer?

Huttenkloas, zoveel is duidelijk, moet worden klaargestoomd voor de 21e eeuw, met nieuwe apparatuur en een moderne attitude. ‘Facebooken, dat moeten we ook gaan doen’, constateren Johan en Ruud, die er toch bij is, onderweg naar het kantoor van AlienTrick, waar ze het merk Huttenkloas opnieuw gaan ‘positioneren binnen het bierlandschap’. Dit gaat gepaard met een bijdetijds logo, waarin de veelbesproken stoel een minder prominente plek heeft gekregen.

Het oubollige, ongetwijfeld smakelijke biertje krijgt zo een hipster-imago aangemeten. Documentairemaker Michiel van Erp zou er enkele jaren geleden wel raad mee hebben geweten en van de Huttenkloasen stoethaspels in een kneuterige komedie hebben gemaakt. En Frans Bromet had het meningsverschil ongetwijfeld echt op de spits gedreven. Oliver van der Zee, de maker van deze aandoenlijke tv-film, zoekt echter een, overigens heel vermakelijke, redelijke middenweg.

Waarbij na afloop wel een beetje het gevoel blijft hangen dat het verhaal nog niet is afgerond. Vaart Huttenkloas uiteindelijk wel bij al die vernieuwingsdrift? Een iets langere adem had Ons Bier wellicht goed gedaan.

In The Absence

Een kapitein verlaat als allerlaatste het zinkende schip. Dat geldt evenwel niet voor de man die de lakens uitdeelt op de Zuid-Koreaanse veerboot Sewol. Als hij op de ochtend van 16 april 2014 de boot verlaat, bevindt meer dan de helft van zijn ruim 450 passagiers zich nog gewoon aan boord. Blijf zitten waar je zit, hebben ze te horen gekregen. En die boodschap zal het leeuwendeel van hen fataal worden.

De scheepsramp wordt in de korte documentaire In The Absence (28 min.) van YI Seung-Jun gereconstrueerd met een combinatie van nieuwsbeelden, het audioverkeer van/tussen de scheepscrew, de kustwacht en het gezag aan wal, beeldmateriaal van beveiligingscamera’s en filmpjes en SMS’jes naar het thuisfront van de passagiers, waaronder een klas van ruim driehonderd studenten.

Terwijl de Sewol steeds verder overhelt naar het water – een angstaanjagend beeld – duurt het ongelofelijk lang voordat de ernst daarvan doordringt tot de plaatselijke autoriteiten, die vooral bezig lijken te zijn met hun eigen bureaucratie en beeldvorming. Zo voltrekt zich en plein publique een ramp, die nog jaren zal na-ijlen en niet zonder politieke consequenties kan blijven.

De hele tragedie van deze beklemmende film is vervat in die ene ongemakkelijke scène: van de kapitein die door reddingswerkers van het gekapseisde schip wordt geholpen en zichzelf zo in veiligheid brengt. 

Het Beest Van Harkstede

Videoland

‘Ik wou baas over een vrouw wezen.’

‘Dat kon toen die tijd nooit ver genoeg gaan voor me. Liefst met geweld.

’‘Toen was het alleen maar begeren, hebben en vernietigen.’

Was getekend: Willem van Eijk, alias Het Beest Van Harkstede (123 min.). Deze driedelige true crime-serie is gebaseerd op het boek Anatomie Van Een Seriemoordenaar van Sytze van der Zee, die tevens als verteller fungeert, en put regelmatig uit audio-interviews die misdaadverslaggever Peter R. de Vries deed met de beruchte Nederlandse seriemoordenaar.

Regisseur Marc de Leeuw doet de donkere dagen herleven toen Groningen volledig in de ban was van een serie moorden op vrouwen, die op een tippelzone werkten als prostituee. In 2001 kwam Willem van E. in beeld, een man die destijds al jaren TBS achter de rug had vanwege twee lustmoorden in de jaren zeventig en daarna zonder enige vorm van begeleiding weer de nietsvermoedende wereld in was gestuurd.

Met bronnen als zijn ex-vrouw Adrie, familieleden van zijn slachtoffers, een nicht, dorpsgenoten, een maatschappelijk werkster en gedragswetenschappers schetst De Leeuw het beeld van een angstaanjagende man, volgens een psychologisch rapport ‘een antisociale persoonlijkheid met een psychotische kern’. Een toonbeeld van externe attributie bovendien, dat consequent weigert om zich te laten behandelen.

De filmmaker vergezelt de getuigenissen over ‘het beest’ met video-opnames van een politieverhoor, suggestieve archief- en reconstructiebeelden en talloze onheilspellende muziekjes. Een slordige twintig jaar na dato is het nauwelijks te geloven dat hij zo lang ongestoord zijn gang heeft kunnen gaan. Niet in een of andere achterlijke uithoek van de Verenigde Staten. Gewoon hier, in Nederland.

Dat simpele feit geeft deze aardige serie écht extra lading.

Holwerd Aan Zee

Human

De mooiste scène van Holwerd Aan Zee (50 min.) heeft feitelijk niets van doen met het centrale thema van de film – en toch ook weer alles. Een busje van Coop Holwerd Verbeek rijdt achteruit richting de hoofdingang van de supermarkt. Medewerkers, in die karakteristieke oranje-zwarte uniformen, vormen aan beide zijden van de ingang een ontvangstcomité. De achterklep van het busje gaat open. Familieleden dragen de kist van Bindert Verbeek de supermarkt in, waar de lokale gemeenschap de laatste eer kan bewijzen aan de voormalige kruidenier.

Even daarvoor heeft Bindert in deze fijne documentaire van Kees Vlaanderen nog onverhuld zijn trots uitgesproken over zijn zoon Marco, één van de vier initiatiefnemers van het ambitieuze vernieuwingsproject Holwerd Aan Zee en hem een bijzonder liefdevol klopje op de rug gegeven. Voor dit in het Friese dorp zelf ontwikkelde plan moet de dijk worden doorbroken en wordt er een rechtstreekse verbinding met de Waddenzee gelegd. Van een gemeente die al sinds jaar en dag met krimp heeft te maken, willen de vier mannen weer een bruisende gemeenschap maken. En Bindert had dat nog zo graag willen meemaken.

Om het revolutionaire plan te realiseren is visie, passie én een open blik nodig. Marco Verbeek had bijvoorbeeld ‘niks’ met kunst toen ze werden benaderd door Joop Mulder van Sense Of Place, tevens de man achter het Oerol-festival. ‘En toen ging-ie vertellen wat het oplevert aan bezoekers’, vertelt Verbeek glunderend. ‘Toen dacht ik: oh leuk, kunst!’ Intussen wordt, in het kader van het kunstwerk Wachten Op Hoog Water, met zorg een ‘volle vrouw’ van de Friese kunstenaar Jan Ketelaar op het Holwerdse strand geplaatst.

De Mannen Van Holwerd – een inspecteur van de voedsel- en warenautoriteit, een aardappelboer, een beleidsambtenaar en een kruidenier – zijn inmiddels zelf ook vereeuwigd. Als iconen van de gewone man die zijn leven in eigen hand neemt. Portretfotograaf Linette Raven heeft hen op ware grootte afgebeeld op een denkbeeldige sluis van aardappelkistjes. Gaandeweg krijg je steeds meer sympathie voor de vier mannen en het idee waarvoor ze letterlijk stad en land afreizen en ook bij de Waddenvereniging, het Goed Geld Gala van de Postcode Loterij en de Europese Unie in Brussel terechtkomen. Op zoek naar 65 miljoen euro.

Het is een aansprekend en vaardig verteld verhaal over kleine mensen die groot durven te denken, bereid zijn om over hun eigen belang heen te kijken en onverwijld kiezen voor de toekomst van hun kinderen en kleinkinderen. In een Holwerd, waar krimp plaats heeft gemaakt voor groei. En dat direct aan zee ligt, natuurlijk.