Finding Michael

Disney+

Is het meer dan een MacGuffin, een slim geïntroduceerd verhaalelement waarmee Hollywood-vertellingen wel vaker in gang worden gezet? De foto, in 2017 gemaakt op 8500 meter hoogte, waarop een lichaam op een besneeuwde bergwand is te ontwaren. Zou het werkelijk Spencer Matthews’ oudere broer Mike kunnen zijn, die in 1999 als jongste Brit de top van de Mount Everest bereikte en enkele uren daarna spoorloos verdween op de berg?

Spencer wil in elk geval op expeditie naar het Himalaya-gebergte, zodat hij zijn overleden broer eindelijk mee naar huis kan brengen. Dat wordt een heidens karwei. Finding Michael (100 min.) vereist dus een ervaren en uitgebalanceerd zoekteam van klimmers en sjerpa’s. Matthews roept de hulp in van de bekende Nepalese klimheld Nirmal Purja, die eerder de hoofdrol speelde in zijn eigen documentaire, 14 Peaks: Nothing Is Impossible.

Terwijl Team Spencer in deze documentaire van Tom Beard op weg gaat naar de Aziatische bergtop, wordt tevens Mike’s laatste expeditie gereconstrueerd. Ergens onderweg moeten de twee paden elkaar kruisen, waarbij het nog maar de vraag is of Michael Matthews wel zo gemakkelijk kan worden geïdentificeerd als het inderdaad zover komt. Hij ligt er immers al twintig jaar, vlakbij de top waarmee hij zijn naam heeft gevestigd. 

Deze zoektocht, die met dronecamera’s fraai is vastgelegd, voelt enigszins gekunsteld. Alsof die, behalve uit persoonlijke noodzaak, ook wordt ondernomen omdat het gegarandeerd een enerverend beeldverhaal oplevert. Daarbij speelt eveneens een rol dat de hoofdpersoon Spencer Matthews, een bekende televisiepersoonlijkheid in het Verenigd Koninkrijk, regelmatig in een soort verslaggevers- of presentatorrol terechtkomt.

Hij kan uitstekend onder woorden brengen hoe het is om een broer te verliezen en wat het zou betekenen als hij diens lichaam nu definitief zou kunnen bergen, maar op de één of andere manier voelen de emoties die daarbij vrijkomen soms ook wat opgeprikt. Alsof ze geregisseerd zijn in plaats van geregistreerd. Daardoor wordt Finding Michael nooit de ‘tearjerker’ die het verhaal van de twee broers in wezen wel zou kunnen zijn.

The Princess

Piece Of Magic / HBO

Als het verhaal en de tragische afloop daarvan – tijdens een auto-ongeluk op 31 augustus 1997 in een Parijse tunnel, achtervolgd door paparazzi die haar ook na de scheiding van prins Charles zijn blijven opjagen – zo breed is uitgemeten in de pers als bij Lady Diana, blijft het natuurlijk verdomd lastig om nog nieuwe verhaalelementen te ontdekken of het narratief bij te sturen of zelfs om te keren.

Met The Princess (109 min.), een film die volledig bestaat uit archiefmateriaal (nieuwsreportages, interviews, vox-pops en talkshowfragmenten), waagt regisseur Ed Perkins niettemin een dappere poging. Hij concentreert zich volledig op de gekte rond de Britse monarchie in de media en hoe die de verhoudingen tussen de twee echtelieden steeds verder op scherp zet. Totdat hun leven samen, precies halverwege de documentaire, echt ondraaglijk is geworden.

Was het huwelijk tussen de prins van Wales Charles Windsor en het ‘burgermeisje’ Diana Spencer niet sowieso gedoemd om te mislukken? Hij verlangde immers naar zijn oude vlam Camilla Parker Bowles, met wie hij later inderdaad weer een relatie zou krijgen. En viel zij niet gewoon voor de prins, in plaats van voor de man? Zelfs in het live-verslag van hun huwelijk komt Camilla al zijdelings ter sprake, als een zwaard van Damocles dat vanaf het allereerste begin boven hun relatie hangt.

‘Naast prins Charles kan me niks gebeuren’, zegt Diana nochtans tijdens een gezamenlijk interview, als hun liefde nog heel pril is. En ze lijkt het echt te menen. Gaandeweg sluipt er echter ongemak in hun publieke optredens, laat Perkins met een knappe montage zien, als Charles steeds meer in de schaduw komt te staan van zijn bevallige echtgenote. Of wanneer een journalist aan haar vraagt: ‘Wat zegt u ervan als u in de krant leest dat u een vastberaden, bazige vrouw bent?’

Als hun huwelijk in verregaande staat van ontbinding is geraakt, schakelen de Britse tabloids nog een tandje bij. Elke stap die Diana zet, alles wat ze zegt, alles wat ze niet zegt, elke steelse, verlegen of ongemakkelijke blik, iedereen in haar omgeving… is ‘BREAKING NEWS!’. Als horzels stormen fotografen en cameraploegen op alles af waarmee ‘Di’ zich onledig houdt. Ze serveren dat in hapklare brokken aan het volk, dat steeds iets nieuws wil zien van steeds weer dezelfde poppenkast. 

Perkins kneedt alle losse elementen tot een meeslepende vertelling, waarbij de stuwende soundtrack de verschillende verhaallijnen verbindt en een dramatische lading meegeeft. Dat het leven van Lady Diana vrijwel onmogelijk werd gemaakt door de onstilbare honger van (schandaal)pers en publiek kan natuurlijk moeilijk een nieuwe take worden genoemd. The Princess maakt echter zeer overtuigend zicht- en voelbaar hoe dat in zijn werk is gegaan.

Diana’s Decades

EO

Via het vertellen van Diana’s leven kunnen we een beeld schetsen van de laatste decennia van de twintigste eeuw. Met die belofte trapt elke aflevering van Diana’s Decades (140 min.) af. Gevolgd door de constatering: waarin zij zo’n grote rol speelde.

Die zinsnede verraadt zowel de insteek van de driedelige serie – het leven van Lady Di, afgezet tegen haar tijd – als de fixatie op beroemdheid in diezelfde periode. Als de echtgenote van een lid van het Britse koningshuis, simpelweg door wie ze is of wat ze vertegenwoordigt, tot de belangrijkste personen van de wereld wordt gerekend, wat zegt dat dan over die wereld?

Die bredere blik – oog voor maatschappelijke ontwikkelingen, niet alleen voor Diana’s ongelukkige huwelijk met Prins Charles en de geruchtmakende breuk die daarop volgde – doet de serie overigens zeker goed. Behalve haar dansje met John Travolta, knuffel voor een jongetje met AIDS en buitenechtelijke affaire komen zo bijvoorbeeld ook de grimmige Thatcher-jaren, de val van de Muur en de volledig ontsporende celebrity-cultuur, die ‘Dynasty Di’ uiteindelijk de kop zou kosten, moeiteloos tot leven.

Diana’s Decades lijkt goed gedocumenteerd en wordt met behulp van een speelse voice-over vlot verteld, maar moet het wel voornamelijk met secundaire bronnen doen: kennissen, biografen, journalisten, paparazzi, royalty-deskundigen en haar persoonlijke modeontwerper en astroloog. Geen directe familieleden of – natuurlijk niet! – Windsors. Daarmee komt de serie van Nick Angel niet héél dicht bij de persoon Diana Spencer, maar wordt het fenomeen Ladi Di wel heel behoorlijk geduid.

Speelde die werkelijk een grote rol in de wereld van haar tijd? Of was ze simpelweg een perfect canvas, het prinsesje met de ‘gewone’ achtergrond, waarop alle mogelijke Assepoester-fantasieën, sensatielust en monarchie-manie kon worden geprojecteerd?

The Reagans

Showtime

Het was destijds voor veel Nederlanders waarschijnlijk nauwelijks voor te stellen dat de figuur Ronald Reagan, een voormalige acteur die nooit president van de Verenigde Staten (1981-1989) had mogen worden, ooit nostalgische gevoelens zou kunnen oproepen. Nooit meer zou een man immers zo evident ongeschikt zijn voor het ambt dat hij mocht bekleden. En toen, een kleine dertig jaar later, werd Donald Trump gekozen tot president en begon het Republikeinse icoon Reagan steeds meer te lijken op een adequate vertegenwoordiger van betere tijden.

Deze vierdelige docuserie van Matt Tyrnauer heet echter niet voor niets The Reagans (218 min.). Meervoud. Want achter deze ‘all American hero’ staat niet zomaar een representatieve echtgenote of glamoureus fotomodel, maar een kleine, vinnige dame: Nancy Davis, een voormalige actrice die haar ‘Ronnie’ naar grote hoogten zou dirigeren en – ondanks een aanzienlijke collectie charmante mantelpakjes – thuis stevig de broek aanhad. Zonder Nancy is Reagans opmars van verdienstelijke bijrolspeler, voorzitter van de acteursvakbond en rondreizend uithangbord voor General Electric tot eerst gouverneur van de staat Californië en daarna Amerikaans president volstrekt ondenkbaar.

Die heldhaftige klim naar ‘this shining city upon a hill’, waarbij Reagan en zijn echtgenote de mythe van Amerika consequent verkozen boven de soms barre realiteit, wordt in deze gedegen dubbelbiografie met een karrenvracht aan fraai archiefmateriaal en een keur aan bronnen gereconstrueerd. Van de onvermijdelijke biografen, journalisten en historici tot insiders zoals James Baker, George Shultz en Stu Spencer. Zij aanschouwden van spuugafstand hoe de Reagans opereerden als politiek tweemanschap.

De teneur van de serie is opvallend kritisch. Tyrnauer zoomt bijvoorbeeld in op hoe Ronald een ommezwaai van links naar rechts maakte, waarbij hij slim inspeelde op ressentiment bij witte Amerikanen, zijn eigen (fictieve) ‘welfare queen’ introduceerde en nauwelijks begrip toonde voor bevolkingsgroepen die zich niet thuis voelden in zijn geïdealiseerde versie van Amerika. Was zijn vader misschien een racist? Zoon Ron Jr, die zich al vaker kritisch heeft uitgelaten over de verrichtingen van zijn ouders, vindt het een lastige vraag. Ook al kan hij zich niet herinneren dat thuis ooit het N-woord werd gebezigd.

Junior kreeg zijn vader in elk geval niet aan z’n verstand gepeuterd dat alleen de rijken profiteerden van Reaganomics en dat zijn rigoureuze bezuinigingen juist de kwetsbaarste Amerikanen troffen. Intussen liet zijn moeder Het Witte Huis opnieuw decoreren en kreeg ze aan de lopende band nieuwe designerjurkjes aangemeten. Zulke kritiek – en die weerklinkt volop in deze soms ronduit ontluisterende reeks – werd door de twee volleerde acteurs gepareerd met een kundig uitgeserveerde grap, een vleugje zelfspot of een aantrekkelijk fotomomentje. The Reagan Show, zoals vervat in de gelijknamige documentaire.

Hoe hard zijn beleid ook uitpakte, bijvoorbeeld voor homoseksuelen met AIDS, Ronald bleef ogen als een goeiige grootvader des vaderlands. En die roestvrijstalen glimlach verliet nooit Nancy’s gezicht. Beiden speelden immers de rol van hun leven. ‘Laat ons naar elkaar uitspreken’, speechte Reagan bijvoorbeeld bij het Amerikaanse vrijheidsbeeld tijdens de presidentscampagne van 1980, ‘dat we in staat zijn om en – als God het ons toestaat – daadwerkelijk “make America great again”.’ Niet voor niets zou die slogan later geleend worden door die andere Republikeinse president, een man die op min of meer dezelfde grondslagen zou gaan regeren. De toon was alleen volledig anders.

White Noise

The Atlantic

‘De alt-right heeft zojuist gewonnen!’ roept Richard Spencer enthousiast in de camera na de verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten in november 2016. De mainstreammedia, ofwel ‘de lügenpresse’, heeft dat helemaal niet zien aankomen, zegt de man die de term alt-right muntte. Tijdens een speech voor zijn achterban, enkele dronken dagen na Trumps onverwachte overwinning, gaat hij lekker los. ‘Wij hebben van onze droom de realiteit gemaakt’, schreeuwt Spencer. Hij sluit af met een omstreden leus: ’Heil Trump!’ En inderdaad, een groot deel van de aanwezigen steekt zijn rechterarm ferm omhoog. Een enkeling antwoordt zelfs met ‘Sieg Heil’.

Het komt Richard Spencer ook op eigen kritiek vanuit eigen kring te staan. Later zal hij, als organisator van een helemaal uit de gelopen demonstratie in Charlottesville, nog verder onder vuur komen te liggen en gaandeweg komt hij, hoezeer hij dat zelf ook ontkent, steeds meer alleen te staan. In White Noise (94 min.) volgt regisseur Daniel Lombroso de met onmiskenbaar narcisme behepte Spencer en twee andere sleutelfiguren uit de extreemrechtse beweging tijdens de eerste ambtsperiode van Donald Trump. Hij krijgt daarbij opmerkelijk veel toegang tot mensen die door een groot deel van de samenleving worden beschouwd als racist of neonazi.

‘Fuck islam’, kalkt YouTubester Lauren Southern met lippenstift op haar eigen wangen, in een geheel eigen variant op een make-up tutorial. Ze oogt overigens in alles als een typische influencer. Alleen haar ideeën en de manier waarop ze die uitdrukt zijn nogal extreem. Waar een gemiddelde vlogger eens uitgebreid gaat shoppen, onderneemt Southern bijvoorbeeld een, overigens hopeloos naïeve, trip naar Rusland om daar Poetins inmenging in de Amerikaanse verkiezingen te ‘onderzoeken’. En wat te denken van haar kwalificatie van groepsverkrachting als inherent democratisch? ‘Het is in essentie negen stemmen tegen één over wat ze willen doen.’

Of Southerns omzwervingen door de alt-right wereld werkelijk (alleen) een uitdrukking zijn van diepgewortelde ideeën of toch ook een manier om zichzelf te manifesteren en de winkel draaiende te houden? Die vraag dringt zich tevens op bij Mike Cernovich, een mediapersoonlijkheid die zich eerst manifesteerde als expert op het gebied van male dominance (en het als een teken van kracht ziet dat hij nog altijd alimentatie ontvangt van zijn eerste vrouw). Daarna maakte hij carrière als complotdenker, nationalist en Trump-propagandist. En nu zou hij de politiek eigenlijk het liefst (een heel eind) links laten liggen, om zijn brood te gaan verdienen met de online-verkoop van ‘mindset supplements’.

Via zijn hoofdpersonen, stuk voor stuk aandachtszoekers van het zuiverste water, geeft Lombroso een fascinerende inkijk in de belevingswereld van radicaal-rechtse entrepreneurs. Tussendoor vangt hij zo nu en dan ook de twijfel en frustraties, die ze in het openbaar niet laten zien. Hun levenskeuze heeft ook iets tragisch: (jonge) mensen die hun bestaansrecht volledig ontlenen aan de handel in boosheid en eigenlijk geen andere route meer zien naar een succesvol bestaan. Als Richard Spencer bijvoorbeeld speculeert over de toekomst klinkt hij als een klein jongetje dat wil dat de hele wereld om hem draait. ‘In de etnostaat die ik nooit zal meemaken, maar mijn kleinkinderen wel, zal er een Richard Spencer-boulevard zijn.’

Interview With A Murderer

Zoals hier het land te klein leek na de al dan niet onterechte veroordelingen van Kees H., Lucia de B. en Ernest L. werd Groot-Brittannië aan het eind van de vorige eeuw opgeschrikt door enkele spraakmakende justitiële dwalingen. Behalve The Birmingham Six en The Guildford Four, die verantwoordelijk werden gehouden voor terroristische aanslagen van de IRA, was er ook een geruchtmakende zaak rond The Bridgewater Four.

Vier mannen werden opgepakt voor de moord op een dertienjarige krantenjongen, Carl Bridgewater, in 1978 en zouden uiteindelijk bijna twintig jaar achter slot en grendel doorbrengen. Totdat een grootscheepse mediacampagne in 1997 eindelijk tot de onvermijdelijke vrijspraak leidde.

Al die tijd was er een andere verdachte, ene Bert Spencer. Een man die vlak na de arrestatie van The Bridgewater Four zelf in de cel belandde en nooit werd veroordeeld voor de kindermoord, die tot op de dag van vandaag onopgelost is gebleven.

Spencer wil maar al te graag zijn kant van het verhaal vertellen en heeft daarom zelf contact opgenomen met criminoloog David Wilson. Voor de camera gaan ze de confrontatie met elkaar aan in de Britse true crime-documentaire Interview With A Murderer (80 min.), die in eigen land nogal wat stof deed opwaaien en vanavond wordt uitgezonden door Canvas.