Tortelduifjes

Human

Voor wie nog twijfelde of de spichtige man met die baard en dat lange haar, die in de openingsscène van Tortelduifjes 20 min.) een duif uit z’n kooitje haalt en met Amsterdamse tongval tegen het dier kletst, misschien ‘Dennis van de Dierenwinkel’ zou kunnen zijn, haalt Ester Gould direct zijn vaste bluesy muziekje uit de veelgeprezen serie Schuldig (2016) weer van stal.

Haar ontwapenende hoofdpersoon zet ondertussen een container en een plant buiten, zodat zijn zaak in de Amsterdamse Vogelbuurt weer open kan. Als de telefoon gaat, nadat hij ook de dieren in zijn winkel heeft begroet, neemt de man die zo’n tien jaar geleden een cultheld werd op vertrouwde toon op. ‘Dierenspeciaalzaak Ambulia’, klinkt ‘t, alsof de tijd heeft stilgestaan. ‘Goedemorgen, met Dennis.’

Alleen staat de vader van Dennis van den Burg niet meer achter toonbank. Die is enige tijd geleden overleden. Dat is heel snel gegaan. ‘Dus toen was het wel stil, ja’, constateert Dennis mismoedig. Een eenzaam bestaan lonkte. Totdat hij Swindey ontmoette. Op een vrijdagmiddag. In de winkel, natuurlijk. Zij was eenzaam en op zoek naar twee vogels. Ze vond een liefdevolle paradijsvogel.

Samen doen ze nu het hartverwarmende verhaal van hun late liefde, dat door Gould vanzelfsprekend is afgehecht met een sfeervolle soundtrack. Zingt Nick Cave daar bijvoorbeeld dat hij niet gelooft in een interveniërende God? Je zou er bijna (weer) van gaan geloven. Zoals ook de liefdevolle manier waarop de twee over elkaar vertellen – en hoe ze kijken als de ander dan spreekt – raakt.

‘O-o, wat ken een mens een sachte aap worden’, zegt Dennis zelf treffend in Tortelduifjes, als zijn liefde met Swindey definitief is bezegeld. Deze lekker onschuldige Schuldig-nabrander is dan al een kostbaar kleinood geworden voor de donkere dagen van het jaar. Een kerstverhaal, dat helemaal niet in december speelt en toch meer dan genoeg hoop en troost biedt voor een zalig uiteinde.

Woestijn Van De Werkelijkheid

IDFA

Een normale reactie op een compleet gestoorde samenleving. Tot die slotsom komen enkele hoofdpersonen aan het einde van deze indringende film over psychoses. ‘Normale’ mensen sluiten zich regelmatig af voor de wereld en gebruiken dan ‘convenient fictions’. Bij mensen met een psychose komt de werkelijkheid echter vaak keihard binnen.

Regisseur Luuk Bouwman, die in de afgelopen jaren bekroonde documentaires zoals Gerlach en De Propagandist maakte, laat zich in de weldadig vormgegeven interviewfilm Woestijn Van De Werkelijkheid (internationale titel: The Desert Of The Real, 108 min.) door zes Nederlanders meenemen naar hun psychose en de navolgende behandeling en herstelperiode.

Naar de eerste tekenen bijvoorbeeld. De waarneming dat jouw lichaam anders aanvoelt. Het idee dat je diepte ziet in een tweedimensionale wereld. De gedachte dat sommige situaties helemaal in scène zijn gezet. Het beeld van ongedierte uit een afvoerputje. Of de stellige overtuiging dat jij een gerespecteerde dirigent bent – terwijl je dit in feite nog nooit hebt gedaan.

‘Er wordt over me geluld’, vertelt Eloy, zelf jarenlang als behandelaar werkzaam in de psychiatrie, over wat hij bijvoorbeeld dacht bij de aanblik van een zwerm vogels. ‘En dat sluit je af. Want je denkt: dat is onzin, het zijn meeuwen. En dan vliegt zo’n meeuw naar de dakgoot. Daar zitten nog twintig meeuwen. Dan begint dat gekakel. En het gaat allemaal over mij.’

Bouwman begeleidt zulke herinneringen, opgeroepen in de natuurlijke omgeving van zijn gesprekspartners, met een collage van vervreemdende taferelen, waarin de hoofdpersonen verzeild raken. Geobserveerd op beeldschermen, in meldkamers en via beveiligingscamera’s. Onwerkelijke scènes uit een parallel leven, in een vaak ronduit unheimische wereld.

‘Het is niet dat ik dacht: het gaat niet goed met mij’, vertelt filosoof Wouter daarbij. ‘Juist het omgekeerde.’ Hij voelde zich de hoofdpersoon van een film die over hem werd gemaakt. Een soort omgekeerde Truman Show. En Wouter mocht onderweg dan ‘de poort naar de eeuwigheid’ hebben ontdekt, maar daarvoor moest hij dan wel van een heel hoog gebouw springen.

Hun onbegrepen gedrag leidt bij enkele hoofdpersonen tot een gedwongen opname. Zij zijn een gevaar geworden voor hun omgeving en/of zichzelf en moeten zich te langen leste gewonnen geven. In die afgeschermde wereld wachten dan medicatie, therapie, isolatie, dwang en eenzaamheid op hen. Totdat die verbinding met de werkelijkheid weer is gelegd.

Dat vereist soms ook gewoon doen wat er van je wordt verwacht, vindt Ine. ‘Als je je verzet tegen het systeem blijf je opgesloten.’ En buiten is er dan weer het leven in een wereld die je niet altijd begrijpt, accepteert of op waarde schat. Een leven dat in Wouters ogen bovendien onmetelijk saai is. Hij vindt z’n eigen solowereld nog altijd betekenisvol en véél spannender.

Bouwman maakt hun eenzame tocht naar de diepste diepten, de weg omhoog en de blik naar achteren, opzij en voren die daarop volgt van binnenuit zicht- en invoelbaar. Die psychose heeft in elk geval ieders leven veranderd. Het is een deuk of litteken geworden, maar soms ook een kans gebleken. Om met nieuwe ogen naar zichzelf en de wereld te kijken.

Woestijn Van De Werkelijkheid confronteert de kijker zo ook met zijn eigen perceptie van de werkelijkheid en hoe die is gevormd, beïnvloed of zelfs aangetast door z’n eigen achtergrond, waarneming en staat van zijn. Psychose of niet.

Milou’s Strijd Gaat Door

familiefoto / NTR

‘Ik ben Milou’, zegt de hoofdpersoon bij de start van deze indringende film. ‘Je hoort mijn stem, maar ik leef niet meer. Omdat ik het belangrijk vind dat mijn verhaal verteld wordt, is mijn stem met kunstmatige intelligentie nagemaakt. Daarvoor zijn oude geluidsopnamen van mij gebruikt.’

Alles wat ze nu met de kijker deelt heeft Milou overigens ooit zelf gezegd of geschreven, vertelt haar AI-alter ego. De bijbehorende foto’s komen uit het familiealbum. En de tekeningen en social media-filmpjes heeft ze, in de jaren voordat in 2023 euthanasie aan haar werd verleend, zelf gemaakt. ‘Alleen deze introductie niet’, voegt ‘Milou’ daar nog aan toe. ‘Die is geschreven door Bart, de regisseur.’

En die neemt de vertelling vervolgens meteen bij de hand met zijn eigen voice-over: ‘Maar hoe kan het dat Milou, een meisje van zeventien, zodanig psychisch lijdt dat ze euthanasie krijgt?’ Waarna de titel van deze documentaire in beeld verschijnt, Milou’s Strijd Gaat Door (103 min.), en de zoektocht naar het antwoord op die vraag kan beginnen. Als er al een eenduidig antwoord bestaat…

Milou was het nichtje van producent Rob Hüsken, de beste vriend van documentairemaker Bart Hölscher. Samen hebben zij nu, tegemoet komend aan de laatste wens van Milou, een film gemaakt, waarin de lijdensweg van de tiener uit Bavel nog eens pijnlijk gedetailleerd wordt gereconstrueerd met Milou’s ouders Mireille en Louis, haar vriendinnen Lisa en Nyssa en enkele behandelaars.

Daarmee wordt in de eerste helft van deze documentaire het fundament gelegd voor het tweede deel van de film, waarin de openbare discussie aan de orde komt die na Milou’s zelfverkozen ‘humane dood’ losbarstte. Is het wel gewenst dat minderjarigen die ogenschijnlijk ondraaglijk en uitzichtloos psychisch lijden in aanmerking komen voor euthanasie? De meningen van behandelaars lopen daarover uiteen.

Kinder- en jeugdpsychiater Menno Oosterhoff, die Milou’s wens om humaan te kunnen sterven honoreerde, noemt dat besluit ‘één van de moeilijkste beslissingen’ uit zijn leven. Naderhand voelde hij zich bovendien gecriminaliseerd door collega’s, en in hun kielzog ook politici, die de zorgvuldigheid daarvan in twijfel trokken. En hij maakte zich kwaad over de ‘parent blaming’ die er ook uit sprak.

Hölscher neemt de tijd om deze pijnlijke discussie, waarbij Oosterhoffs opponenten alleen via archiefbeelden aan bod komen, te behandelen. Het persoonlijke verhaal van Milou dreigt dan wat op de achtergrond te raken – al maakt hulpverlener Halil nog wel een speciale Blue Tree voor haar en bezoeken Milou’s ouders samen met lotgenoten het beeld Stille Strijd, dat aandacht vraagt voor psychisch lijden bij jongeren.

Op zulke kwetsbare momenten wordt nog eens duidelijk dat het leed dat zij met hun kind moeten dragen eigenlijk te groot is om onderdeel te worden gemaakt van een maatschappelijk debat – hoe legitiem dat verder ook is. Voor de ouders van Milou telt uiteindelijk slechts één ding: dat hun kind niet langer hoeft te lijden en niet aan haar lot wordt overgelaten terwijl ze aanstuurt op een waardig einde.

Averroès & Rosa Parks

Cherry Pickers

Met de bekroonde documentaire Sur L’Adamant (2023), een kalme film over een boot op de Seine waar een dagcentrum voor patiënten van de afdeling psychiatrie van het Saint Maurice-ziekenhuis in Parijs is gevestigd, had Nicolas Philibert na de absolute publieksfavoriet Être Et Avoir (2002) opnieuw een succesfilm te pakken. De Adamant-boot bleek een geschikte locatie voor een kalme, observerende film, boordevol liefde voor de mens en z’n kwetsbaarheden.

Nu heeft dit tedere portret van een veilige wereld, waarin iedereen zichzelf mag zijn, een vervolg gekregen: Averroès & Rosa Parks (143 min.). Twee eigenlijk. Die andere film, La Machine A Écrire Et Autres Sources De Tracasheeft alleen weinig om het lijf. Daarin bezoekt de Franse filmmaker, in het spoor van enkele klusjesmannen van de instelling, bekende personages van de eerste film. Het wordt uiteindelijk niet meer dan een verzameling lange deleted scenes, die weinig toevoegen aan Sur L’Adamant.

Ook deze volwaardige opvolger bestaat uit lange scènes: veelal persoonlijke gesprekken tussen behandelden en behandelaars. De patiënten laten daarbij vaak diep in hun ziel kijken en hun begeleiders zoeken daarna subtiel dan wel direct, maar altijd respectvol, naar wat de mens tegenover hen nodig zou kunnen hebben. Tijdens dit proces krijgen ze samen te maken met depressies, paranoia, hallucinaties, angst, suïcidale gedachten en megalomanie. En dat is intrigerend, intiem en ongemakkelijk tegelijk.

Philibert versnijdt al die gesprekken niet, maar plaatst ze achter elkaar. Dat geeft de film iets heel traags. Veel patiënten, waarvan een enkeling ook in Sur L’Adamant was te zien, krijgen bovendien maar eenmaal de gelegenheid om hun hart te luchten en verdwijnen dan weer van het toneel. Verder bevat de documentaire nog enkele geladen groepsgesprekken. Naar andere scènes blijft ’t echter zoeken. Hysterisch gegil vanaf de gang of een man die op z’n gitaar Ode An Die Freude tokkelt, dat is ‘t wel zo’n beetje.

Averroès & Rosa Parks wordt daarmee een erg sobere productie, een echte praatfilm. Dat is overigens geen diskwalificatie, want die gesprekken doen er wel toe. Behalve over de mensen zelf en hun begeestering, tristesse of ontreddering gaan ze ook over de psychiatrie. Over het nut ervan, de werkdruk en het medicijngebruik. En, impliciet, over de maakbaarheid van het leven, dat vaker niet dan wel de afslag neemt die je zelf in gedachten had. En Nicolas Philibert beziet dit met begrip en compassie. 

F*ck Normaal

Human

F*ck Normaal (50 min.), houden de deelnemers aan het het Pioneers Programme in Rotterdam elkaar voor. Ze hebben stuk voor stuk een beperking of psychiatrische problemen en willen nu wel eens geaccepteerd worden voor wie ze zijn – ook door zichzelf, overigens.

In de zomer van 2024 gaan ze samen, onder begeleiding van allerlei professionals, een speelfilm maken. Ze nemen daarbij alle belangrijke functies zelf voor hun rekening. Van het bedenken van het verhaal tot de montage van de gemaakte opnames. En in het najaar moet de rode loper worden uitgerold voor een officiële première.

De opdracht lijkt eenvoudig: een verhaal dat zich afspeelt in een wereld waarin iedereen een beperking heeft, ‘ook de dieren’. John Appel legt in deze documentaire vast hoe ze met dat uitgangspunt aan de slag gaan. Iedereen bedenkt en presenteert zijn eigen ideeën, die ze vervolgens stuk voor stuk een plek proberen te geven in de film.

Voordat ze die kunnen gaan draaien, moet er gecast worden. Dat is en blijft lastig . Hoe zorg je er bijvoorbeeld voor dat de degenen die niet gekozen worden dat niet opvatten als een afwijzing van wie ze zijn? Dat is sowieso een thema bij deze mensen, die vaak worden onderschat en wel een steuntje in de rug kunnen gebruiken.

Roxanne Oostdijk, een jonge vrouw die oorspronkelijk uit Roemenië komt, heeft bijvoorbeeld moeite met afwijzingen. De eerste drie jaar van haar leven zat ze in een kindertehuis, daarna werd ze geadopteerd door een Nederlands gezin. Zij zweert nog altijd bij een knuffeldier. ‘Flap blijft bij me’, vertelt ze daarover, ‘en wijst me niet af.’

Joyce van der Velden heeft vanwege een darmaandoening soms zoveel buikpijn dat ze overwoog om een einde aan haar leven te maken. ‘Toen ben ik in transitie gegaan, want ik moet een eigen identiteit ontwikkelen die niet gaat over mijn darmziekte.’ Ze realiseert zich dat dit vreemd klinkt. ‘Maar voor mijn mentale rust heeft het enorm geholpen.’

Hoofdrolspeler Timothy Dos Santos heeft een lichamelijke handicap, maar had moeite om naar zichzelf en anderen te erkennen dat hij ook een verstandelijke beperking heeft. Zijn rol in de film, en de bijbehorende documentaire, dwingen hem nu om zichzelf te tonen aan de wereld. ‘Heel veel mensen gaan mij écht echt zien. Ben je daar klaar voor?’

Appel volgt de deelnemers tijdens het maakproces en probeert tussendoor in korte interviews de mens achter het probleem of de diagnose vandaan te halen. Daarin slaagt hij heel behoorlijk – al blijven die miniportretjes tamelijk schetsmatig. Samen slagen die er wel in om het beeld dat er van mensen zoals zij leeft te nuanceren en bij te stellen.

Intussen weten ze de korte film Pizza Paniek met vereende kracht tot een goed einde te brengen. F*cking goed!, constateren de filmmakers eensgezind na afloop van een project – en de sympathieke documentaire die daarbij hoort – dat ongetwijfeld positief heeft bijgedragen aan hun zelfwaardering.

The Commandant’s Shadow

HBO

Hans Jürgen Höss heeft volgens eigen zeggen ‘een fijne en idyllische jeugd’ gehad. Hij speelde met z’n zusje Inge-Brigitt, bijgenaamd ‘Püppi’, in het zwembad bij hun huis, ravotte met de hond of ging met zijn vader kanoën op de rivier. Als kind had hij er geen idee van dat hij naast het vernietigingskamp Auschwitz woonde – en dat zijn vader Rudolf daarvan de commandant was. Vanuit hun huis konden ze het crematorium zien.

Dat gruwelijke uitgangspunt – het gelukkig gezinnetje Höss, naast een moordmachine zonder gelijke – vormde natuurlijk al het uitgangspunt voor de Oscar-winnende speelfilm The Zone Of Interest (2023). De documentaire The Commandant’s Shadow (103 min.) zorgt voor verdere context. Rudolf Höss’s zoon Hans Jürgen houdt daarin vol dat hij zich als kind geen moment bewust is geweest van wat er zich daar, aan de andere kant van de tuinmuur, afspeelde. Zijn eigen zoon Kai, de kleinzoon van de commandant en zelf pastor in een kerk te Stuttgart, kan zich dat nauwelijks voorstellen. Hij vermoedt dat zijn vader die herinneringen, uit pure zelfbescherming, heeft verdrongen.

In deze film van Daniela Volker gaat Hans Jürgen eindelijk de confrontatie aan. Hij verdiept zich bijvoorbeeld in de memoires van zijn vader. Als hij leest hoe die tijdens het afvoeren van vrouwen en kinderen naar de gaskamers moest denken aan zijn eigen gezin, reageert Hans Jürgen geschokt. Zo komt ’t wel heel dichtbij. Hij reist ook af naar de Verenigde Staten voor een ontmoeting met ‘Püppi’, die hij al ruim een halve eeuw niet heeft gezien. Hun vader was ‘een goed mens’, houdt zij dan staande, ook tegenover zichzelf. Hij was ergens in beland waaruit ie niet meer kon ontsnappen. En hun moeder Hedwig schermde de kinderen af, zodat zij een onbezorgd leventje konden leiden.

Tegenover de verschillende leden van de familie Höss plaatst Volker de Joodse vrouw Anita Lasker-Wallfish, die als celliste een plek veroverde in het kamporkest van Auschwitz en mede daardoor de oorlog overleefde, en haar dochter Maya, die met typische tweede generatie-problematiek kampt. ‘Ik ben de verkeerde moeder voor mijn dochter’, stelt Anita. ‘Ik ben heel simpel. Getraumatiseerd? Vergeet ‘t. Ga door met je leven.’ Maya wil die geschiedenis echter verder onderzoeken en legt in dat kader contact met vader en zoon Höss. Hun ontmoeting vormt de climax van deze stemmige film over verzoening met een verleden waarmee geen mens zich eigenlijk kan verzoenen.

Hans Jürgen en zijn zoon moeten accepteren dat ze afstammen van, in Kais woorden, ‘de grootste massamoordenaar uit de menselijke historie’, Anita en haar dochter dat zelfs hun traumatisch verleden geen enkele garantie biedt voor de toekomst. Want om hen heen zien ze hoe de tegenstellingen weer ouderwets worden opgepookt en ook de zondeboktheorie gewoon weer opgeld doet.

Six Schizophrenic Brothers

Firecracker

In de eerste vijftien jaar na de Tweede Wereldoorlog kregen Don en Mimi Galvin maar liefst tien zoons. Begin jaren zestig werd het Amerikaanse gezin op de valreep ook nog verrijkt met twee meisjes: Margaret en Mary. En die laatste, de jongste dus van in totaal twaalf kinderen, fungeert nu als verteller voor het tragische verhaal van haar familie. Mary Galvin wordt daarbij in de rug gesteund door enkele broers: nummer drie (John), zes (Richard) en acht (Mark). Samen verhalen ze over hun Six Schizophrenic Brothers (168 min.).

Deze vierdelige serie van Lee Phillips is gebaseerd op het indringende boek Hidden Valley Road: Inside The Mind Of An American Family (2020) van Robert Kolker. Over een gezin met een onmogelijk kruis om te dragen. Als na oudste zoon Donald ook nummer twee (Jim) en vier (Brian) als jongvolwassene ernstig gestoord gedrag beginnen te vertonen, wordt duidelijk dat er een genetische kwetsbaarheid zit in de familie Galvin. Uiteindelijk zullen zes zoons ten prooi vallen aan schizofrenie. Ze krijgen last van hallucinaties, horen stemmen en verliezen zich in onwerkelijke angsten.

In de jaren zeventig escaleert de situatie volledig bij het gezin dat z’n intrek heeft genomen in een huis aan Hidden Valley Road in Colorado Springs. De ene na de andere zoon ontspoort, soms onder invloed van het gebruik van softdrugs. Don, docent op de luchtmachtacademie, en zijn zorgzame vrouw Mimi kunnen hun zoons al snel niet meer de baas. Ze worden steeds gewelddadiger, een gevaar voor zichzelf en hun directe omgeving. Totdat het komt tot enkele huiveringwekkende incidenten, die een spoor van verwarring, pijn en verdriet door de Galvin-familie trekken.

Er valt best het nodige aan te merken op Six Schizophrenic Brothers. De miniserie wordt bijvoorbeeld enigszins ontsierd door opzichtige true crime-clichés (cliffhangers, duistere reconstructiebeelden en een onheilspellende soundtrack) en platte horror-esthetiek (gebroken spiegels en brandende foto’s bijvoorbeeld). Ook het idee om de zieke broers Don (één), Matthew (negen) en Peter (tien) te interviewen in een soort duistere parkeergarage, waarmee ze in wezen worden gelijkgeschakeld aan de eerste de beste creep uit een trashy crimedocu, getuigt bepaald niet van goede smaak.

Phillips kijkt in eerste instantie ook nauwelijks over de persoonlijke verhalen van de broers heen. Geen aandacht dus voor de mogelijke (erfelijke) oorzaak van de Galvin-problematiek.  De filmmaker concentreert zich liever op de drama’s en excessen; van mishandeling en seksueel misbruik tot zelfdoding en moord. Methodisch werkt hij die individuele verhalen vervolgens uit tot een familieportret, dat zo schrijnend is dat het toch niemand koud zal laten. En uiteindelijk plaatst hij alle gebeurtenissen weer in hun context, waarbij tevens het grotere verhaal, schizofrenie, in beeld komt.

Hoe tragisch ook, de familie Galvin is een zeer geschikt onderzoeksobject om de wetenschappelijke kennis over deze verpletterende aandoening verder uit te diepen. En dat houdt natuurlijk ook niet op bij de kinderen die Don en Mimi tussen 1945 en 1965 op de wereld hebben gezet. Hoe vergaat ’t bijvoorbeeld hun nageslacht? Deze serie, die ondanks al z’n gebreken tóch een indringende kijkervaring wordt, eindigt dan ook bij Mary Galvins kinderen: wat betekent ‘t voor hen, en hun geestesgesteldheid, om Zes Schizofrene Ooms te hebben?

Mary Galvin was bij nader inzien, getuige dit interview, toch niet zo tevreden over de insteek, toon en de vormgeving van de serie.

Longstay

Mok & Uslu BV

In principe is dit het perspectief voor de rest van hun leven, hier op de Longstay (90 min.). Want deze mannen vormen volgens hun begeleiders nog steeds een gevaar voor de samenleving. In 2009 biedt de Pompestichting in het Brabantse dorp Zeeland aan zo’n veertig mensen Langdurig Forensisch Psychiatrische Zorg. Zij hebben ooit TBS opgelegd gekregen, maar worden inmiddels beschouwd als uitbehandeld. Het is de vraag of ze ooit nog naar buiten mogen. De patiënten moeten zich er dus mee verzoenen dat dit hun leven is, achter de hekken van de longstay-afdeling.

‘Ik heb zelf voor longstay gekozen, omdat ik weet dat ik gevaarlijk ben’, vertelt Frank in deze observerende documentaire, waarmee Meral Uslu en Maria Mok een Gouden Tegel hebben gewonnen. Frank weet van zichzelf: buiten gaat ’t mis. Hij wil geen slachtoffers meer maken. ‘Wat heeft het namelijk voor zin om jezelf te belazeren en gewoon net te doen alsof, naar een resocialisatie te gaan en daar naar buiten te stappen en het volgende slachtoffer voor je neus te zien staan?’ zegt hij. ‘Nee, sorry, dat ging er bij mij dus niet in. Dus heb ik gezegd: pas.’

Zo berust de één in zijn lot, terwijl een ander er maar geen vrede mee kan hebben. Rudy, een goedlachse Antilliaanse man die een kleine twintig jaar geleden een ernstig geweldsdelict pleegde, heeft nog altijd de hoop dat hij ooit vrijkomt. ‘Ik beschouw het toch wel als inhumaan’, zegt zijn advocaat tijdens een rechtszitting over de verlenging van Rudy’s TBS, ‘dat deze cliënt, die toch al heel veel  jaren stabiel is en ook goed functioneert, toch een soort verkapt levenslang heeft gekregen en hem eigenlijk door de kliniek weinig tot geen behandelperspectief wordt geboden.’

‘Wij hebben allemaal een stoornis in het hoofd’, vertelt Willem, die inmiddels bijna veertig jaar vastzit en zich daar ook mee verzoend lijkt te hebben. ‘En dat gaat niet meer weg en is erger geworden door drugs en drank.’ Samen met zijn begeleider Marjo gaat hij op bezoek bij zijn familie. Zij maakt zich er geen zorgen over dat hij er onderweg tussenuit knijpt. ‘Willem is bang dat ie mij uit het oog verliest’, zegt ze vanachter het stuur. ‘Samen uit, samen thuis’, beaamt de man, die soms last heeft van psychoses en stemmen in z’n hoofd en dan erg angstig en wantrouwend kan zijn.

Als vliegen op de muur, hun handelsmerk, kijken en luisteren Uslu (camera) en Mok (geluid) mee op de longstay-unit. Het resultaat is een uniek kijkje achter de hekken. Als er een groep nette dames wordt rondgeleid, een sneeuwballengevecht ontstaat of een tatoeage wordt gezet. Bij het werk, de pedicure of het separeren. Intussen volgen en voeren ze kleine gesprekjes. Over het hebben van een relatie, medicatie innemen, op verlof gaan, drugs gebruiken, ‘getherapeutiseerd’ zijn, stiekem porno kijken en de nieuwe woonlocatie, waar ze met een grotere groep gaan samenleven.

Bij de ene patiënt blijft de achterliggende problematiek goed verborgen en zie je als leek een ogenschijnlijk netjes gesocialiseerde man, bij een ander is vanaf de eerste aanblik duidelijk dat er iets grondig mis is. Meral Uslu en Maria Mok oordelen verder niet en laten elke persoon, hoe beschadigd ook, in z’n waarde. Deze film maakt weer mensen van hen – al is Longstay ook zeker geen pleidooi om iedereen weer een leven buiten de kliniek te gunnen. Want in andere omstandigheden kunnen ze zomaar weer een gevaar zijn. Voor zichzelf, hun directe omgeving én de samenleving als geheel.

Verdwaalde Veteranen

Submarine

Ze komen uit een caravan, van het leger des heils of uit het bos. Daar kwamen ze dan weer terecht door ‘vredesmissies’ in Libanon, Bosnië, Rwanda, Cambodja, Haïti, Irak en/of Afghanistan. En nu hebben ze een plek gevonden bij de Thuisbasis Veteranen in het Drentse Eelde, ver weg van de burgermaatschappij waar ze ooit voor hebben gevochten, maar nu niet meer kunnen aarden. Omdat ze als oud-militairen nu eenmaal altijd ‘aan’ staan.

In deze veilige omgeving voor Verdwaalde Veteranen (72 min.) weten ze hoe ‘t voelt als de structuur en broederschap van het leger definitief zijn weggevallen, herkennen ze ‘veteranenogen’ en kunnen ze ermee dealen als het verleden weer eens een slinkse inhaalmanoeuvre maakt. Zelfs als je daardoor met een bijl tekeer gaat in huis. Dan trekt iedereen zich even terug op zijn kamer, doet de deur op slot en laat de storm uitrazen.

Daar ook is de camera van regisseur Marjoleine Boonstra (SpiegeldromenHet Wonder Van Le Petit Prince en Code Groen), die hun posttraumatische stressstoornis (PTSS) diep in de ogen tuurt en er tegelijkertijd omheen probeert te kijken: naar gebroken en geknakte mannen die hun psyche en leven maar al te graag op orde brengen. Net als hun begeleiders heeft ook de filmmaakster gelukkig soms aan een half woord genoeg.

Boonstra laat hen zien binnen de omgeving waar ze nu leven: in de keuken, met agressieve metalmuziek. Bij een nabijgelegen meertje opdrukkend, elke keer net een keertje meer, en daarna ontspannen in het water. En in een kapel, in een intieme dialoog met hun God. Hoewel de thuisbasis ongetwijfeld rust brengt, kan een enkel beeld of geluid zomaar een herinnering triggeren, hen terugbrengen naar een tijd van dood en verderf.

Zij maakt die herbelevingen tastbaar, door ze letterlijk in hun huidige leven en omgeving te plaatsen. Deze sensitieve film wordt zo bijna een zintuiglijke ervaring. Gewone burgers krijgen daardoor de kans om even in de belevingswereld te stappen van een getraumatiseerde veteraan, die bepaalde ervaringen, (schuld)gevoelens en ‘moordlust’ maar niet kan kwijtspelen – en daardoor zijn baan, huis en/of gezin is kwijtgeraakt.

Schrijfster Céline Linssen heeft zulke ervaringen, dat verlies vooral, bovendien in woorden weten te vatten, die door acteur Pierre Bokma aan de buitenwereld worden toevertrouwd. Al die bouwstenen tillen Marjoleine Boonstra’s film uit boven de individuele ervaring, naar dat universele gevoel van de gewonde soldaat. Van iemand, zoals één van de veteranen ‘t treffend uitdrukt, die keihard moet werken om normaal te doen.

Nikki

Videoland

Het lijkt soms een klein wonder als het wél goed gaat met Nikki (112 min.). In de jaren dat documentairemaker Monique Nolte (Het Beste Voor Kees) de tiener volgt zit ze namelijk voortdurend tussen twee vuren. Tussen vader Fred, die grote delen van haar leven buiten beeld is en meteen stress veroorzaakt als hij wel even, letterlijk, ‘in the picture’ verschijnt. En moeder Karin, die beslist het beste voorheeft met Nikki, maar ook kampt met borderline.

Op de basisschool gaat het desondanks best goed met het meisje. Ze krijgt een HAVO-advies en meldt zich vol goede moed op het Christelijk Lyceum Zandvliet in Den Haag. Daar blijven haar resultaten, mede door opvallend hoog verzuim, echter toch achter en begint al het tumult in haar jonge bestaan als KOPP-kind, een kind van ouders met psychische problemen, zich te wreken. Hoezeer Karin haar daartegen ook probeert te beschermen.

Monique Nolte nestelt zich met haar camera jarenlang in de omgeving van moeder en dochter en sluit ook aan bij sleutelmomenten op school of met hulpverleners. Zo vangt ze van zeer nabij de ontwikkelingen in het leven van de opgroeiende tiener. In dat opzicht doet Nikki enigszins denken aan Alicia (2017), de verpletterende film van Maasja Ooms over een meisje dat helemaal verdwaald raakt in de Nederlandse jeugdzorg, met buitengewoon tragische gevolgen.

Zo schrijnend is deze observerende documentaire niet – al komt ie soms gevaarlijk dichtbij. Nolte maakt ook uitgesproken artistieke keuzes: ze kiest bijvoorbeeld voor het incorporeren van geanimeerde sequenties, die droom- en angstbeelden van haar hoofdpersoon tastbaar maken. Het is de vraag of de film die nodig heeft. Bij sommige aangrijpende scènes kan de kijker zelf ook wel bedenken wat er in het hoofd van de puber omgaat.

Dit laat onverlet dat ook deze film regelmatig aanvoelt als een stomp in de maagstreek. Nikki moet zich door het ene na het andere loyaliteitsconflict banen en ervoor zorgen dat ze onderweg zichzelf niet kwijtraakt. Het is de tragiek van een jong meisje met een moeder die volgens eigen zeggen een gat van binnen heeft dat door anderen moet worden gevuld en een papa die niet weet hoe hij vader moet zijn. Hoe kan een kind in zo’n omgeving opgroeien tot een (psychisch) gezonde volwassene?