Kleine Germanen – Eine Kindheid In Der Rechten Szene

’In de dierenwereld is het net als bij de mensen’, leest opa bij het haardvuur voor aan zijn kleindochter Elsa. ‘Er zijn trotse en nobele dieren zoals de adelaar. En er is schurftig ongedierte zoals ratten. De eerste soort moet je respecteren, maar hoed je voor die anderen, want zij tasten ons prachtige land aan.’

Niet veel later is de kleine blonde Elsa in een gevecht op leven en dood verwikkeld met zo’n kolossale rat. Hij beschikt over een joekel van een neus, draagt een zwarte hoed en heeft opvallende pijes, de pijpenkrullen die kenmerkend zijn voor orthodoxe Joden. Vanzelfsprekend wint Elsa. Zij behoort immers tot een superieur ras.

De geanimeerde scènes rond vertelster Elsa, gebaseerd op het verhaal van een vrouw die in een nationaalsocialistische traditie werd opgevoed en daarna al snel in neonazistische kringen belandde, vormen de rode draad van Kleine Germanen – Eine Kindheid In Der Rechten Szene (86 min.), waarin Duitse en Oostenrijkse kopstukken van extreemrechts worden geportretteerd.

In die contreien houdt bijvoorbeeld ook Sigrid Schüssler zich regelmatig op. ‘Ik ben moeder van vier kinderen’, zegt ze. ‘Dat is mijn voornaamste bezigheid.’ Daarnaast spreekt de goedlachse Duitse vrouw volgens eigen zeggen wel eens bij openbare manifestaties van Pegida en aanverwante clubs. Wat ik nog meer doe? vraagt ze vervolgens lachend. ‘Ik sta voor de rechter.’

De volgende scène maakt duidelijk waarom Schüssler regelmatig wordt aangeklaagd. ‘Luister niet naar de Lügenpresse’, schreeuwt ze tijdens een manifestatie tegen haar gehoor. ‘Kijk wat er gebeurt. Hoe ze op school liegen tegen je kinderen. Hoe die kapot worden gemaakt door een walgelijke, onnatuurlijke, veel te vroege seksualisering. Hoe de homocultus in dit land wordt omarmd!’

Het is één van de weinige keren dat de filmmakers Mohammad Farrokhmanesh en Frank Geiger het lelijke gezicht van radicaal-rechts laten zien in deze intrigerende documentaire. Ze leggen de Pegida-leden en Identitairen niet op de pijnbank, maar laten hen vanuit zichzelf vertellen. Over hun opvoeding, levenswijze en normen en waarden.

Die bedachtzame aanpak, waarbij deskundigen off screen verdere duiding geven, contrasteert soms met de tamelijk vet aangezette animatie-verhaallijn rond Elsa, waarin de personages wél het achterste van hun tong laten zien en de ingehuurde stemacteurs zich nogal eens schuldig maken aan overacting. Archetypische nazi’s, zoiets.

Dit laat onverlet dat Kleine Germanen treffend een wereld inzichtelijk maakt, die meestal buiten beeld blijft. Niet via de gebruikelijke harde confrontaties, maar op een empathische manier: hoe zijn deze ogenschijnlijk volstrekt normale mensen tot zo’n extreem gedachtegoed gekomen? En kunnen zij zichzelf nog bevrijden uit dat nest van adelaars (dat bedreigd wordt door ratten)?

De Kleine Man, Tijd En De Troubadour

EO

‘De kleine man voorzag dat er ruzie zou komen’, stelt Sipa Labakhua in de autobiografische voorstelling De Kleine Man, Tijd En De Troubadour (55 min.) van het poppentheater waarmee hij door zijn geboorteland Abchazië trekt. ‘Hij waarschuwde de zijnen, tevergeefs.’ Na de val van de Sovjet-Unie aan het begin van de jaren negentig ontstond er oorlog in de voormalige deelrepubliek waar Labakhua opgroeide en zijn vader, de kleine man, toentertijd een politieke functie bekleedde.

In deze bespiegelende roadmovie volgt Ineke Smits de zelfverklaarde troubadour door het land aan de Zwarte Zee, dat is getekend door de strijd met Georgië. Ze doorsnijdt zijn ontmoetingen met gewone burgers – van een jonge kunstenares die niets begrijpt van patriottisme tot twee zangeressen van traditionele Abchazische liederen – met passages uit zijn surrealistische voorstelling. ‘Dit is een parabel over de tijd die slaapt’, zegt Labakhua daarover in gesprek met zijn publiek. ‘Hij slaapt nog steeds, maar vermoordde mijn vader, hij verzwolg hem. Mijn manier om met slapende tijd om te gaan, is door ermee te spelen.’

Spelenderwijs werpt de poppenspeler, in eendrachtige samenwerking met Smits, elementaire vragen op over hoe we als mensen worden bepaald door onze oorsprong. Is dit land, met z’n Sovjet-flats, idyllische natuur en oorlogsruïnes, nog hun thuis? vraagt Labakhua zich af, terwijl hij door het land rijdt, een agressieve hond afschudt en steeds dichter bij zijn vader, de kleine man, komt. En waardoor wordt een thuisland überhaupt gekenmerkt? Na een lange tocht concludeert de troubadour voor zichzelf. ‘Mijn land is mijn kunst en mijn thuis is mijn talent. Daar zijn geen grenzen.’

Het Wonder Van Le Petit Prince

De Kleine Prins werd een vriend voor het leven. Nadat haar zus Pirkko verdronk, was Kerttu Vuolab uit Samiland als dertienjarig meisje naar een kostschool in Ivalo gestuurd. De taal waarmee ze in het afgelegen Vuovdaguoika opgroeide, Sami, werd daar niet gesproken. Ze moest en zou Fins leren. ‘Het voelde alsof iemand mijn keel had doorgesneden’, zegt Kerttu nu. ‘Mij werd de mond gesnoerd nog voordat ik iets had gezegd.’

Toen ontdekte ze het boek Le Petit Prince van Antoine de Saint-Exupéry. ‘Het bood me vriendschap en troost.’ Het was alsof Kerttu via de woorden van de Sain-Exupéry met zichzelf kon praten en zich kon laven aan de inherente wijsheid ervan. Met een eigen vertaling van het boek, in de taal van de hooglanden van Samiland, zou ze er later bovendien haar bedreigde taal en cultuur mee revitaliseren.

Na de Bijbel is Le Petit Prince het meest vertaalde boek ter wereld. De klassieker is inmiddels in meer dan 375 talen uitgebracht. In Het Wonder Van Le Petit Prince (88 min.) portretteert Marjoleine Boonstra vertalers uit alle windstreken. Zij vervatten het moderne sprookje in zieltogende talen als Nawat of Tamazight, die in respectievelijk El Salvador en de Sahara worden gesproken en ernstig in hun voortbestaan worden bedreigd.

Boonstra geeft haar hoofdpersonen alle ruimte in deze bespiegelende film. Ze laat hen kalm – of traag, afhankelijk van je kijktempo – hun eigen verhaal doen. Van een veelbewogen persoonlijk leven, hun cultuur die vertrapt of ondergesneeuwd dreigt te worden en dat ene boek van De Saint-Exupéry, waaruit ze ook liefdevol, in hun eigen taal natuurlijk, voorlezen. Omdat de wereld, zo lijkt deze verstilde documentaire te betogen, gebaat is en blijft bij ‘culturele en taalkundige diversiteit’.