Messi: La Cinta Olvidada

ESPN / Disney+

Lionel Messi had de beste voetballer kunnen worden die Spanje ooit heeft gehad. Hoe vaak zou hij wereldkampioen zijn geworden, met zijn vaste maatjes van FC Barcelona, Xavi en Iniesta, aan zijn zijde? Het zal echter anders lopen: de kleine Leo wordt de grote held van zijn geboorteland Argentinië, de enige echte opvolger van Diego Maradona – die hij inmiddels ook wel heeft overvleugeld.

Als tiener is Messi, die op z’n dertiende al naar Barcelona is verkast, echter buiten beeld geraakt bij de nationale jeugdteams van Argentinië. De Spaanse voetbalbond staat tegelijk klaar om hem in te lijven. Dat is Messi’s agent Horacio Gaggioli toch te gortig. Hij vraagt journalist Jaume Marcet van Barça TV om een videoband samen te stellen met hoogtepunten van de behendige en watervlugge linkspoot.

Messi: La Cinta Olvidada (internationale titel: Messi: The Forgotten Tape, 24 min.) is het verhaal van die VHS-tape. Claudio Vivas, de assistent-trainer van het Argentijnse nationale elftal is direct overtuigd. Hij laat de compilatievideo zien aan bondscoach Marcelo Bielsa. ‘Laat eens zien, speel wat af’, zegt die, herinnert Vivas zich. ‘Maar speel hem op normale snelheid af.’ De assistent kan zijn eigen ogen ook nauwelijks geloven. ‘Marcelo, dit is normale snelheid. Ik drukte alleen op afspelen.’

De Mythe Messi is geboren. Een speler die sneller denkt en handelt dan gewone stervelingen, waaronder gerenommeerde voetbaltrainers, kunnen bevatten. Zelfs nu hij tegen de veertig loopt. In deze alleraardigste korte docu van Nicolás Salazar is de jonge Messi te zien, een dartele tiener die iedereen helemaal doldraait – en die zijn voormalige jeugdtrainers en medespelers nog altijd in verrukking brengt.

Een heerlijk klein verhaal over een grote voetballer, in de markt gezet dus met een videoband. Omdat zien in zijn geval nu eenmaal automatisch tot geloven leidt. Ineens krijgt de Argentijnse voetbalbond dus haast. Op 1 juni 2004 wordt ‘Leonel André Mecci Cuccittini’ opgeroepen voor een nationaal elftal van zijn geboorteland. Argentijnse voetbalfans krijgen daarna nog volop gelegenheid om zijn naam te leren spellen.

Ultras: Pasion Y Muerte

HBO Max

Op 13 januari 1991 bereikt de alsmaar verder ontsporende rivaliteit tussen Boixos Nois, de harde kern van FC Barcelona, en de beruchte Brigadas Blanquiazules van stadgenoot Espanyol een nieuw dieptepunt: de Espanyol-supporter Frederic Rouquier gaat de boeken in als het eerste dodelijke slachtoffer in de geschiedenis van georganiseerd supportersgeweld in Spanje. Het gaat vermoedelijk om een wraakactie: een maand eerder is Boixos Nois-lid Sergi Segarra ernstig gewond geraakt.

Rouquier heeft een karakteristiek profiel, met extreemrechtse antecedenten. Hij is afkomstig uit Frankrijk, heeft een verleden in het Front National en werkt sinds enige tijd in een Spaanse winkel waar skinheadkleding wordt verkocht. Daarmee past hij prima in een subcultuur, die in 1982 is ontstaan nadat Britse hooligans het WK in Spanje bezochten en die in Spanje regelmatig wordt gelinkt aan neonazi’s en fascisten. Rouquiers dood staat centraal in de eerste aflevering van de driedelige serie Ultras: Pasion Y Muerte (internationale titel: Ultras: Passion And Death, 133 min.).

Daarna zoomt regisseur Pedro García Campos in op een volgend ijkpunt binnen de Spaanse hooliganscene waarin relschoppende kaalkoppen in bomberjacks en legerkistjes de dienst uitmaken. Afwisselend steken zij hun middelvinger op, maken de Hitlergroet of gaan op de vuist (en erger). Bij een wedstrijd tussen Atletico Madrid en Real Sociedad wordt op 9 december 1998 Aitor Zabaleta, een 28-jarige fan uit San Sebastián, doodgestoken door een lid van Frente Atletico. De fatale steekpartij dreigt de spanningen tussen Baskenland en de rest van Spanje te verergeren.

In de laatste aflevering van deze grimmige, door geanonimiseerde ultra’s bevolkte en met reconstructies aangeklede miniserie belicht Campos een massale vechtpartij in 2014, tussen Frente Atletico en de radicale supportersgroep Riazor Blues van Deportivo La Coruna. Die kost de Galicische fan ‘Jimmy’ leven kost. Als hij aan de rand van een brug hangt, wordt ie met flessen op zijn hoofd geslagen. Jimmy valt bewusteloos in een rivier. En Jan en alleman kan via talloze filmpjes van het geweld meegenieten. Zijn dood geldt als de eerste Spaanse ‘voetbalmisdaad in het digitale tijdperk’.

Met zijn focus op het hooliganisme, waarbij oudgediende José Luis Ochaita van Real Madrids omstreden Ultra Sur nog de rol van spijtoptant op zich neemt, wordt Ultras: Pasion Y Muerte bijna het tegendeel van de documentaire Ultras (2026), waarin Ragnhild Ekner juist voorbij het geweld kijkt en de rol van supportersgroepen als sociaal netwerk benadrukt. Campos komt bovendien tot de conclusie dat het einde nog lang niet in zicht is. De ongeregeldheden verplaatsen zich naar kleinere clubs en naar buiten het stadion. Rivaliserende clans spreken nu ook rustig in de bossen af.

Le Bus: Les Bleus En Grève

Netflix

Tijdens het wereldkampioenschap van 2010 in Zuid-Afrika barst de bom die al enkele jaren onder het Franse voetbalelftal ligt: nadat spits Nicolas Anelka uit de selectie wordt verwijderd, weigeren de andere spelers om te trainen. Zo escaleert een kwestie waarover in eigen land dan al kranten worden volgeschreven. Uiteindelijk druipt Frankrijk na de eerste ronde met de staart tussen de benen af. En de spelers krijgen de zwarte piet toebedeeld. De kwestie ligt echter een stuk genuanceerder, blijkt uit de fascinerende reconstructie Le Bus: Les Bleus En Grève (81 min.).

‘Deze leugen duurt al vijftien jaar’, zegt voormalig aanvoerder Patrice Évra. ‘Ik nam mijn verantwoordelijkheid en ik wil dat Raymond Domenech, de bondscoach, dat ook doet.’ En die blijkt inderdaad bereid tot een interview. Domenech heeft bovendien al die jaren een dagboek bijgehouden, dat de filmmakers Jérôme Fritel en Christophe Astruc nu in z’n geheel mogen inzien. En daarin maakt hij van zijn hart geen moordkuil. ‘Ik zag Pat Évra’, schrijft de geplaagde coach, die zijn eigen spelers soms als ‘klootzakken’ of ‘idioten’ omschrijft. ‘Hij kan maar beter zwijgen…’

Nauwgezet ontleden Fritel en Astruc met verder ook de spelers William Gallas en Bacary Sagna, Domenechs ex-partner Estelle Denis, perschef François Manardo, conditietrainer Robert Duverne en minister van Sport Roselyne Bachelot hoe de situatie rond het elftal, dat met kanonnen als Henry, Anelka en Ribéry een serieuze kanshebber voor de wereldtitel leek, steeds verder escaleert. De bom barst definitief na een aanvaring tussen Domenech en Anelka, tijdens de rust van de wedstrijd tegen Mexico. ‘Rot op, vuile klootzak!’ kopt de sportkrant L’Équipe.

Het is de vraag of Nicolas Anelka, die dan al de reputatie heeft van een enfant terrible, deze woorden ooit zo heeft uitgesproken. Zelfs Raymond Domenech kan zich dat niet herinneren. Feit is wel dat dit beeld zich zet in de media – en dat iemand binnen de groep deze informatie dus moet hebben gelekt naar een journalist. Al snel wordt het Franse team opgeslokt door een bijzonder onguur spelletje Wie Is de Mol?. Bij de buitenwacht domineert intussen het beeld van een stelletje verwende vedetten, dat nergens meer voor is te motiveren, zelfs niet voor een wereldtitel.

Als de spelers hun positie proberen te verduidelijken met een persverklaring, in de hoop de crisis te kunnen bezweren en het WK enigszins te redden, weigert perschef Manardo die echter voor te lezen. Daarna stapt de bondscoach zelf naar voren. ‘Ik dacht als eerste: ze hebben dit niet geschreven’, herinnert Raymond Domenech zich, met kenmerkend dedain. ‘Er staan geen spelfouten in.’ Terwijl het team op zijn bevel wacht in de spelersbus, leest hij de boodschap, die haaks staat op zijn eigen positie, echter met een stalen gezicht voor en is zijn ploeg reddeloos verloren.

Het tekent het dwarse karakter van de onorthodoxe coach, die dan al een tijd op voet van oorlog leeft met de Franse pers en die ook een flinke rol lijkt te hebben gehad in het ontstaan en ontsporen van het conflict. Domenech komt zo frontaal in botsing met de speler die hij zelf heeft laten debuteren bij Les Bleus en vervolgens tot aanvoerder heeft gebombardeerd, Patrice Évra. Als haantjes staan ze tegenover elkaar, in een gevecht waarbij zowel reputaties als de nationale trots sneuvelen.

Ronaldinho Gaúcho

Netflix

Zijn standbeeld wordt in de hens gestoken. Als het Braziliaanse nationale elftal in de kwartfinale van het wereldkampioenschap voetbal van 2006 is uitgeschakeld door Frankrijk, koelen fans van de Seleção hun woede op het bijna acht meter hoge beeld van de grote ster, Ronaldinho.

Het lijkt de ommekeer in de carrière van de begaafde balgoochelaar van FC Barcelona, die al tweemaal is verkozen tot beste speler van de wereld en in 2002 wél wereldkampioen is geworden met Brazilië. ‘Als je niet presteert, betaal je de prijs’, zegt zijn oudere broer en zaakwaarnemer Roberto de Assis Moreira, zelf oud-profvoetballer, bijna schouderophalend in Ronaldinho Gaúcho (internationale titel: Ronaldinho: The One And Only, 165 min.). ‘Zo is het.’

De driedelige docuserie van Luis Ara is dan ruim honderd minuten onderweg. Ronaldinho’s weg naar de top, die hem van de straten van Porto Allegre via Grêmio en Paris Saint-Germain naar Barcelona heeft gebracht is met behulp van gesprekken met de wereldster zelf, fraaie actiebeelden en bijdragen van voetbalgrootheden zoals Ronaldo, Neymar en zijn protegé Messi vaardig opgetekend. Nu, aan het einde van deel twee, kondigt de val van de held zich aan.

‘Ronnie’ is geen schim meer van de frivole speeltuinvoetballer, die iedereen dol draait en de bal vanuit elke denkbare hoek het doel in werkt. Hij is permanent geblesseerd, oogt ongemotiveerd en verliest zich in het uitgaansleven. Barca dirigeert hem naar de uitgang… Het einde van Ronaldinho’s roemruchte carrière lijkt in aantocht, maar moet in aflevering 3 tóch nog een paar keer worden uitgesteld. Totdat elke titel is gewonnen en hij z’n kicksen definitief aan de wilgen kan hangen.

Die geschiedenis is best onderhoudend, maar deze miniserie wordt het meest interessant als de gewezen topspeler een voorzichtig inkijkje geeft in zijn persoonlijk leven: de vroegtijdige dood van zijn vader, de lastige relatie met z’n zoon João Mendes en het verlies van zijn moeder. Hoewel hij ook dan het achterste van zijn tong niet laat zien – ook niet over die geruchtmakende arrestatie in Paraguay in 2020 – verschijnt de mens achter de topsporter even in beeld.

En dan is ie weer weg… En volgt die kenmerkende kamerbrede glimlach, een van het basketbal afgekeken no look-pass of zo’n onnavolgbare solo – waarvan niemand weet waar die eindigt.

Cruijff

Lusus / Box To Box / NTR

Cruijffie, El Salvador of simpelweg Johan. Waar hij ook kwam als voetballer, coach of opiniemaker, Johan Cruijff (1947-2016) veroorzaakte een revolutie. Bij Ajax, Oranje en FC Barcelona – en, helemaal aan het eind van zijn spelerscarrière, zelfs bij Ajax’s aartsrivaal Feyenoord. Een natuurtalent, totaalvoetballer, nummer veertien, rockster, dirigent, rebel, dwarsligger, geldwolf, visionair, bevrijder, leider, familieman, cijfergek, mislukt zakenman, betweter, ruziezoeker, hartpatiënt, baas, vaderfiguur en oneindige inspiratiebron.

Tien jaar na de dood van de bekendste Nederlander van de afgelopen honderd jaar is er de epische vierdelige serie Cruijff (192 min.), een internationale productie van het team achter de iconische documentaires Senna, Amy en Diego Maradona. Met een ontzagwekkende collectie archiefmateriaal en toegang tot familieplakboeken belicht regisseur Sam Blair het wereldwijde fenomeen Cruyff. Intussen probeert hij met zijn echtgenote Danny, kinderen Chantal, Susila en Jordi, en Cruijff-adepten zoals Pep Guardiola, Jan Mulder, Wim Jonk, Xavi Hernandez en Frank Rijkaard die volstrekt ongrijpbare figuur, niet alleen op het veld overigens, definitief vast te pakken.

Blair kan daarbij ook beschikken over de stem van de man zelf. Niet alleen via Cruijffs talloze interviews en media-optredens, maar ook via de persoonlijke geluidsopnames die z’n hoofdpersoon in de laatste fase van zijn leven maakte, om zijn verhaal en filosofie door te geven aan volgende generaties. In zinnen die zijn doorspekt met ingewikkelde redeneringen, omdenken avant la lettre en onvervalste Cruijffismen blikt hij terug op bijna zeventig jaar op z’n zelf gecreëerde barricaden staan. In de woorden van het orakel zelf: je ziet het of je ziet het niet. Maar, voegt hij er dan op onnavolgbare wijze aan toe: wat zie je? En die vraag is dan vast weer – het ultieme Cruijff-woord – ‘logisch’.

Johan Cruijff is ook een typisch Nederlands fenomeen. De ideale exponent van een kikkerlandje, dat altijd en overal wat op heeft aan te merken. Daarmee krijgt ie zelf ook constant te maken. Nadat Cruijff begin jaren zeventig drie keer achter elkaar de Europa Cup I heeft gewonnen met Ajax, een voorheen onmogelijk geachte prestatie, volgt er behalve lof ook kritiek. ‘Laat hem maar oprotten!’, concluderen enkele gewone Amsterdammers bijvoorbeeld als hun absolute sterspeler naar FC Barcelona verkast. Daar groeit hij uit tot de verlosser, de man die Catalonië bevrijdt van het Madrileense juk. Bij de gedachte daaraan houdt voormalig Barcelona-voorzitter Joan Laporta ’t nog steeds niet droog.

Deze ambitieuze miniserie doet zo ook recht aan het mondiale symbool Cruijff, dat door Blair met een scherpe soundtrack, sprekers zoals de Britse schrijver David Winner en psychoanalyticus Hans van den Hooff en een lekker associatieve montage, waarin links worden gelegd met de tijdgeest, cultuur en politieke verhoudingen, nog eens wordt benadrukt. En aan het eind wordt Johan Cruijff in deze vertelling, na de verloren WK-finale van 1974, zowaar alsnog wereldkampioen als ‘zijn’ Spaanse elftal in 2010 een veel te defensief, onCruijffiaans Oranje verslaat. Cruijff is dan allang de totaalproductie geworden die deze gestorven levende legende verdient – en feitelijk ook zelf afdwingt.

Just Our Heart

Amstelfilm

Rouw is liefde die z’n bestemming is kwijtgeraakt, zegt de boeddhistische schrijfster en rouwdeskundige Joan Halifax, één van de hoofdpersonen van Just Our Heart (105 min.), de nieuwe documentaire van Maartje Nevejan (Ik Ben Er Even Niet / Descending The Mountain). In deze spirituele reis onderzoekt de Nederlandse filmmaakster, die zelf een verlies heeft te dragen en die bij haar kinderen ziet hoe ook de verwording van de aarde tot rouw kan leiden, naar nieuwe rituelen om afscheid te nemen en te treuren.

De film begint direct met zo ongeveer de gemakkelijkst invoelbare vorm van rouw: het verdriet van kinderen die plotseling hun ouders zijn kwijtgeraakt. De vader en moeder van de Belgische zussen Linde (10) en Bente (7) zijn tien maanden eerder omgekomen bij een auto-ongeluk. Theatermaakster Barbara Raes neemt hen mee naar een schip, voor een reis op zee waarbij ze met spel, muziek en andere rituelen hun verlies onder ogen mogen zien en een plek kunnen geven. Dit resulteert in aangrijpende taferelen, zowel voor de verweesde meisjes zelf als hun directe omgeving.

Ook de verliesverhalen van de deelnemers aan een wetenschappelijk studie van de psycholoog Déborah González naar het gebruik van ayahuasca bij rouw zijn onmiddellijk herkenbaar. Bij La Montaña de Montserrat, een berg in de omgeving van Barcelona, verkennen zij met behulp van de hallucinogene thee hun binnenwereld en het verdriet dat daar wild rondgaat, in de hoop dat ze na dit overgangsritueel doorstromen naar een nieuwe fase in de omgang daarmee. Zodat ze, in de woorden van Joan Halifax, kunnen terugkeren naar hun leven. Als een andere persoon, dat wel.

Bij de andere stations die Nevejan aandoet in haar stemmige reis is de rouw abstracter en betreft ie geen verloren mensenlevens maar de verwording van de aarde en de giftige erfenis van het kolonialisme. Ibelisse Guardia Ferraggutti organiseert bijvoorbeeld rouwrituelen voor Moeder Aarde. Op de heilige berg Cerro Rico laat zij oude gebruiken van de inheemse bevolking van Bolivia herleven. Eeuwenlang werd daar zilver gedolven dat vervolgens naar Spanje werd gebracht. Terwijl miljoenen arbeiders stierven, werd volgens haar zo het fundament voor de westerse welvaart gelegd.

Ecoloog Monica Galiano is intussen tot de overtuiging gekomen dat de westerse mens opnieuw moet leren om mens te zijn en te co-creëren met z’n natuurlijke omgeving. ‘Als we onszelf terugplaatsen binnen de familie van de aarde, dan hoeven we onszelf niet meer als een plaag zien’, stelt ze. ‘We zouden dan gewoon tot de kinderen behoren.’ Samen met Joan Halifax fungeert Galiano als getuige-deskundige in Nevejans sfeervolle exploratie, die echt de tijd neemt om diep in de materie door te dringen en zo de verschillende vormen en stadia van verdriet en rouw te verbeelden.

Met z’n beladen thematiek, zweverige beelden en etherische muziek lijkt Just Our Heart wel een trip die niet iedereen zal willen aangaan. Deze film is vooral bestemd voor degenen die hun verbinding met de aarde, het leven en de dood, en zichzelf verder willen verkennen. Teneinde, om Monica Galiano te parafraseren, het anker uit te kunnen werpen op de enige geschikte plek: het hart.

We Beat The Dream Team

HBO

Grant Hill, de directeur het Amerikaanse basketbalteam, heeft één sterk verhaal: hij heeft ooit ‘het beste team uit de geschiedenis van teamsporten’ verslagen.

Dat zit zo: in 1992 besluit de Amerikaanse basketbalfederatie NBA, na een smadelijke nederlaag bij de Olympische Spelen van 1988, om geen amateurteam, met louter talenten, meer te sturen. Voor het eerst wordt er een team met professionals samengesteld. Dit ‘Dream Team’ bevat enkele van de grootste namen uit de basketbalhistorie: Magic Johnson, Larry Bird en – de speler die wordt beschouwd als de Greatest Of All Time (GOAT) van zijn sport – Michael Jordan.

Om de grote sterren te preppen voor de onvermijdelijke gouden medaille bij de Olympische Spelen van Barcelona doet de NBA wel weer een beroep op een team met aanstormende talenten, zoals Penny Hardaway, Chris Webber én Grant Hill. En dit ‘Select Team’, dat dus bestaat uit jonge spelers die bij eerdere edities wellicht zelf naar de Spelen zouden zijn gestuurd, heeft tijdens een oefenwedstrijd dus afgerekend met de allergrootste basketbalsterren van hun tijd.

Ofwel: We Beat The Dream Team (79 min.). En daarvan blijken zelfs beelden te bestaan: Chuck Daly, de coach van de gedroomde helden, liet het trainingspartijtje filmen, zodat ze er nog wat van konden leren. Naderhand zorgde hij er overigens wel voor dat de uitslag snel van het scorebord werd verwijderd – en dat daarvan geen foto’s waren genomen. Anders zouden USA Today en  The New York Times er de volgende ochtend vast mee hebben geopend, beweert assistent-coach PJ Carlesimo.

Met coaches en spelers van beide teams veegt regisseur Michael Tolajian (die ook al betrokken was bij de epische Jordan-serie The Last Dance) de spinnenwebben uit dit vergeten uithoekje van de Dream Team-historie. Dat is in 2012 overigens ook al eens ter sprake gekomen in de documentaire The Dream Team. Daarin beweert Mike Krzyzewski, een andere assistent-coach, dat Daly zijn supersterren opzettelijk heeft laten verliezen. Als de noodzakelijke ‘wake-up call’ op weg naar Olympisch Goud.

En dat is dan weer tegen het zere been van Grant Hill en zijn voormalige teamgenoten, waarvan een deel later ook furore zou maken in de NBA. Zij worden daarmee beroofd van hun meest tot de verbeelding sprekende wapenfeit. Tolajian serveert de verschillende lezingen van wat er is gebeurd uit met enkele geanimeerde sequenties en een hopelijk ludiek bedoelde soundtrack, die het hele terrein tussen de themamuziek van Rocky en Beethovens Ode An Die Freude bestrijkt.

En zo wordt weer een kleine alinea toegevoegd aan het heldenverhaal dat inmiddels. op alle mogelijke manieren, is gewijd aan The Dream Team.

Javier Bardem’s Metamorphoses

Javier Bardem en Penélope Cruz in Jambón Jambón / VPRO

Hoe kan één en dezelfde man transformeren in zoveel verschillende mensen? De angstaanjagende huurmoordenaar Anton Chigurh in No Country For Old Men van de Coen-broers. Een onverbeterlijke charmeur in Woody Allens romantische komedie Vicky Cristina Barcelona. De aan een rolstoel gekluisterde euthanasie-activist Ramon Sampedro in Mar Adentro. Een karikaturale schurk in de James Bond-film Skyfall. En de homoseksuele Cubaanse dichter Reinaldo Arenas in de film die zijn internationale doorbraak betekende, Before Night Falls (2000).

Dat Javier Bardem acteur zou worden leek heel lang zo vanzelfsprekend dat hij er serieus werk van heeft gemaakt om aan dat lot te ontsnappen. Als vijfjarig jongetje stond Bardem, telg van een bekende Spaanse acteursfamilie, voor het eerst op een filmset. Hij vluchtte huilend weg en nam zich daarna, volgens de tv-docu Javier Bardem’s Metamorphoses (53 min.) van regisseur Sergio G. Mondelo, voor om alles te worden in zijn leven, behálve acteur. Die missie is, kunnen we enkele decennia later zonder enige terughoudendheid constateren, glorieus mislukt.

Verteller Sharon Mann loodst de kijker langs de hoogtepunten en dieptepunten uit Bardems carrière en laat zich daarbij influisteren door bronnen als theaterregisseur Juan Carlos Corazza, filmhistoricus Rafael Nieto, Hollywood-correspondent Guillermo de Mulder, regisseur Fernando León De Aranoa, Bardems vriend en producer Alvaro Longoria en zijn neef, de regisseur Miguel Bardem. Javier Bardem zelf laat zich alleen zien via archiefinterviews. Net als die andere helft van het acteurskoppel waarvan hij nu al een kleine twintig jaar deel uitmaakt, Penélope Cruz.

Gaandeweg verplaatst Mondelo zijn aandacht van Javier Bardems filmcarrière naar ’s mans linkse signatuur en activisme. Zijn hoofdpersoon spreekt zich uit over de deplorabele situatie van de Sahrawi’s, de oorspronkelijke bewoners van de Westelijke Sahara die nu al decennia in vluchtelingenkampen leven. Hij ondertekent in 2014 een brief tegen genocide door Israël in Gaza (die hem bijna op een boycot komt te staan). En hij gaat vier jaar later met een boot van Greenpeace naar Antarctica, om zo aandacht te vragen voor klimaatverandering (zoals is te zien in de documentaire Sanctuary).

Wie de man met de vele gezichten achter al die films en acties is, blijft intussen ongewis in dit vaardig vertelde portret van een geboren acteur die zijn lot uiteindelijk met verve heeft aanvaard.

La Singla

La Fábrica Naranja

Het mysterie is onweerstaanbaar: op het hoogtepunt van haar roem verdwijnt de Spaanse flamencodanseres Antonia Singla voorgoed van het toneel. Haar voeten, naar verluidt zo’n anderhalf miljoen peseta’s waard, zullen nooit meer die bezwerende cadans bereiken. Tracatraca… Als een voortsnellende trein. Tracatraca… Tracatraca… Tracatraca… Zelf kan Antonia dat onweerstaanbare ritme overigens alleen zien en voelen, want zij is kort na haar geboorte doof geworden.

Ergens in de jaren zestig komt La Singla (tv-versie: 52 min.) dus tot stilstand. Waarom? vraagt Helena Kaittani zich af in deze documentaire van Paloma Zapata. Wat is er met haar gebeurd? De jonge actrice, ingehuurd als protagonist voor deze film, begint aan een Searching For Sugar Man-achtige zoektocht. En net als in die Oscar-winnende documentaire over de plotsklaps verdwenen singer-songwriter Sixto Rodriguez vertelt ze onderweg het verhaal van haar enigmatische heldin.

Antonia Singla werd geboren in de sloppenwijk El Somorrostro, nabij het strand van Barcelona. Ze had een lastige jeugd. Als Roma-meisje leek ze sowieso al veroordeeld tot een leven vol armoede en geweld, maar zij verloor op heel jonge leeftijd ook nog eens haar gehoor. Ze weigerde daarna heel lang om te spreken. La Singla bleek desondanks geboren om te dansen. Het ritme zat bij haar van binnen en kwam tijdens de flamenco als vanzelf naar buiten. Alsof ze zo haar duivels kon uitdrijven.

Op zeventienjarige leeftijd brak ze internationaal door en stal menigeens hart. Het is niet moeilijk om te zien waarom: op de zwart-wit foto’s en beelden die bewaard zijn gebleven is een ongenaakbare schoonheid te zien die helemaal in haar element is. Daarachter gaat echter een stil en verlegen meisje schuil dat door haar overheersende vader, die zich na jaren afwezigheid weer heeft gemeld toen zijn dochter succesvol werd, volledig van de buitenwereld wordt afgeschermd.

En dan trekt Antonia Singla het gordijn definitief achter zich dicht. Ruim een halve eeuw later probeert een fictieve jonge vrouw, een enigszins gekunstelde ingreep van Paloma Zapata, nu dus te ontdekken wat er met haar is gebeurd en waar zij is gebleven. Met elke ravissante foto of danssequentie die Helena bekijkt, elke flamencoritme dat ze hoort en iedere persoon die ze en route ontmoet komt ze dichter bij haar ‘Sugar Woman’, de mysterieuze La Singla.

Messi’s World Cup: The Rise Of A Legend

Apple TV+

Om te kunnen zeggen dat hij groter is dan Diego Maradona – iets wat hij zelf nooit over zijn lippen zou krijgen – zal Lionel Messi toch echt wereldkampioen moeten worden. In 2022 krijgt hij in Qatar zijn allerlaatste kans. En die grijpt hij met beide handen aan. Aan het eind van dat WK, waarin ook het Nederlands elftal nog moet worden verslagen, staat hij met de cup in handen.

In de vierdelige serie Messi’s World Cup: The Rise Of A Legend (182 min.) wordt het hele toernooi nog eens van voor tot achter doorgenomen: van de smadelijke nederlaag in de openingsmatch tegen Saudi-Arabië via die gewonnen strafschoppenserie tegen Oranje naar de finale tegen Frankrijk. En tussendoor zijn er uitstapjes naar Leo’s jeugd, zijn mislukte vorige WK’s en – natuurlijk – Maradona.

Want ook in deze gladde sportproductie, waarin geen cliché wordt geschuwd, moet ’t weer verplicht over de Argentijnse knuffelbeer ‘Diego’ gaan. ‘Ik zou mezelf nooit durven te vergelijken met hem’, antwoordt Leo braaf als de eeuwige vergelijking weer eens aan de orde wordt gesteld. Hij spreekt sowieso liever met zijn voeten. Want uit zijn mond komen doorgaans weinig voltreffers. 

En ook Messi’s coach Lionel Scaloni, zijn medespelers en deskundigen zoals Gary Lineker en Jorge Valdano komen meestal niet verder dan wat al duizenden malen eerder is gezegd over de Argentijnse supervoetballer, zijn gouden linkerbeen en hoe hij binnen het team functioneert – of ze praten hem ongegeneerd naar de mond. Zoals ze ook, sorry, bij Diego Maradona altijd hebben gedaan.

Pas als de serie in aflevering 3 aanbelandt bij ‘de meest memorabele wedstrijd van het toernooi’, krijgt Messi’s World Cup iets van glans en een rauw randje. De hoofdpersoon zelf moet direct glimlachen als hem naar de match tegen Oranje wordt gevraagd. Hij is van tevoren op scherp gezet met een – enigszins verkeerd uitgelegde – uitspraak van de Nederlandse coach Louis van Gaal.

De wedstrijd zelf mondt mede daardoor uit in een gevecht, waarbij in deze miniserie de nadruk ligt op de Nederlandse misdragingen (terwijl de Argentijnen zich ook bepaald niet onbetuigd lieten). En Messi’s provocerende gebaar richting ‘bad guy’ Van Gaal, nadat hij heeft gescoord, wordt behandeld als genoegdoening – niet als het lichtelijk gênante moment waarop een grootheid even zichzelf verliest.

‘s Mans sneer in de catacomben naar Wout Weghorst ‘¿Qué mira’ bobo?’ – wat zoveel betekent als: waar kijk je naar, idioot? – blijkt met een beat eronder zelfs viral te zijn gegaan. Het incident krijgt in deze serie van Tim Pastore, eerder verantwoordelijk voor Messi Meets America, net zoveel aandacht als de halve finale van Argentinië tegen Kroatië. Dat blijkt niet meer dan een formaliteit: 3-0.

En dan blijft voor de slotaflevering van deze promodocuserie alleen de wedstrijd tegen die andere favoriet over: het Frankrijk van steraanvaller Kylian Mbappé. Het wordt een legendarische WK-finale, door Pastore met veel bombast en drama opgediend. Want het verhaal van Messi’s carrière, constateert sportjournalist Gastón Edul treffend, is nu eenmaal geschreven door een briljante scenarioschrijver.

‘Uiteindelijk ben ik maar een joch uit Rosario’, blijft de held zelf nochtans bescheiden, ‘die ervan houdt om met een bal te spelen.’

Messi Meets America

Apple TV+

De ene na de andere superpass en wondergoal vloeit uit het linkerbeen, dat de wereld al zoveel vreugde en genot heeft geschonken. Toch is het een raai idee dat de beste voetballer van de wereld – misschien wel de beste speler aller tijden – zijn voeten nu laat spreken in een gemankeerde competitie zoals de Amerikaanse Major League Soccer. Op halve kracht steekt Lionel Messi, hoewel slechts één meter zeventig groot, met kop en schouders boven iedereen uit.

Diverse toppers op hun retour gingen hem voor naar het land van de onbegrensde mogelijkheden: Pelé, Johan Cruijff en ook ene David Beckham, die in 2007 van Real Madrid naar LA Galaxy verkaste. Hij heeft nu als postiljon d’amour gefungeerd bij de komst van de Argentijnse superster naar Inter Miami, de club waarvan Beckham al enkele jaren voorzitter is. Het team, dat stijf onderaan staat, krijgt daardoor een flinke oppepper, maar in wezen profiteert de gehele competitie ervan. Alle ogen zijn weer eens gericht op de Verenigde Staten als Messi Meets America (220 min.).

En daar hoort ook een gelikte docuserie bij. Waarin superlatieven natuurlijk tekort schieten om deze unieke speler, club en situatie te beschrijven. Het begint meteen al goed. Serena Williams, LeBron James en Victoria, jawel, Beckham zijn er getuige van hoe Messi, vergezeld door zijn oude strijdmakker Sergio Busquets en in de rug gesteund door coach Tata Martino (die hij nog kent van FC Barcelona en het Argentijnse elftal) zijn debuut voor Inter Miami, als aanvoerder natuurlijk, in blessuretijd opluistert met een fabelachtige treffer. Te mooi om waar te zijn, bijna.

Zo ongeveer zouden ze in een willekeurig wielercriterium de Tour de France-winnaar laten zegevieren of bij het Amerikaanse showworstelen een zinderende apotheose in scène zetten. Maar, alle gekheid op een stokje, de waarheid is soms nu eenmaal vreemder dan fictie. Ook in de navolgende wedstrijden fungeert Leo Messi als dynamo en inspiratiebron voor het tot voor kort zieltogende elftal. En deze productie van executive producer Tim Pastore komt nooit verder dan het enthousiast en met veel bombast uitserveren van deze wedstrijden en de onbetwiste ster daarvan.

Ofwel: Messi’s Inter Miami tegen Amerikaanse varianten op Bal op ’t Dak en Schuppekutterveen: FC Dallas, Philadelphia Union en – oeioei! – Reese Witherspoons Nashville SC. Waarbij steeds ook de plaatselijke supporters en middenstand even worden belicht. Messi Meets America doet ondertussen geen enkele poging om dieper te reiken of de schijnwerper te zetten op waar het misschien wringt of schuurt. De zesdelige serie lijkt dan ook vooral bedoeld als promotool bij het uitrollen van het product Lionel Messi in de groeimarkt Amerika.

Las Cintas De Rosa Peral

Netflix

Volgens de verdediging van Rosa Peral is Albert López de dader. De advocaat van Albert wijst dan weer naar Rosa. En openbaar aanklager Félix Martín is ervan overtuigd dat de twee politiemensen van de Guárdia Urbana in Barcelona het samen hebben gedaan. Hij wil bovendien bewijzen dat het om moord met voorbedachte rade gaat, waarbij ook Rosa’s ex-echtgenoot Rubén nog zijdelings betrokken is geraakt.

Feit is dat Rosa’s huidige partner Pedro Rodriguez, tevens politieman, op 1 mei 2017 dood wordt aangetroffen in een uitgebrande auto. En dat Rosa en Albert stiekem eveneens een relatie hebben gehad is ook geen geheim meer. Toch houdt Rosa Peral, inmiddels veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf, staande dat ze onschuldig is. Een slachtoffer van de omstandigheden – of simpelweg van één of meerdere jaloerse mannen. De zaak steekt in elk geval heel anders in elkaar dan in al die scandaleuze artikelen in de Spaanse media is gesuggereerd.

Daarin is met name haar promiscuïteit hoog opgespeeld. Ze wordt ‘de zwarte weduwe‘ van de stadspolitie genoemd, een femme fatale die dwangmatig mannen verleidt en altijd meerdere potjes op het vuur heeft staan. Uitroepteken. Volgens haar advocaat heeft Rosa op een gegeven moment aan haar gevraagd: ‘Word ik veroordeeld vanwege het aantal bedpartners of vanwege de moord op Pedro?’ Vanuit haar cel probeert haar veelbesproken cliënt in Las Cintas De Rosa Peral (Engelse titel: Rosa Peral’s Tapes, 80 min.) nu het narratief bij te sturen.

Deze documentaire van Carles Vidal Novellas en Manuel Pérez Cáceres, die als bijsluiter voor een zesdelige dramaserie (El Cuerpa En Llamas / Burning Body) over dezelfde kwestie wordt uitgebracht, kan daarbij terugvallen op een registratie van de rechtszaak en laat tevens haar vader Francisco, de aanklagers en enkele journalisten aan het woord. Een eensluidend antwoord over wat er nu precies is gebeurd, wie daarvoor verantwoordelijk is en of de misogyne berichtgeving over Rosa de uitkomst van de rechtszaak heeft beïnvloed geven zij natuurlijk niet.

Zodat het speculeren over deze geruchtmakende driehoeksverhouding met fatale afloop ook na deze gelikte true crime-film gewoon kan blijven doorgaan. Dus: Rosa Peral, een in alle opzichten verdorven vrouw of toch het slachtoffer van een gewelddadige geliefde? Wie het weet, denk te weten of er zomaar een gooi naar doet, mag het zeggen.

The Golden Boy

HBO Max

Het verhaal van Oscar De La Hoya en zijn moeder Cecilia is natuurlijk onweerstaanbaar. Nadat zij al op 38-jarige leeftijd overlijdt aan de gevolgen van borstkanker, wil de jonge Amerikaanse bokser koste wat het kost zijn belofte aan haar gestand doen. Zij heeft hem gevraagd om voor haar de gouden medaille te winnen op de Olympische Spelen van Barcelona in 1992. En Oscar is bereid om zijn leven daarvoor te geven.

Als hij inderdaad met die felbegeerde plak huiswaarts keert, krijgt De La Hoya de bijnaam The Golden Boy (156 min.) toebedeeld. Een nieuwe held met een sprankelende glimlach en een aansprekend signatuurverhaal. Daarachter houdt zich echter nog een ander verhaal schuil, vertelt de voormalige topbokser uit East Los Angeles direct bij aanvang van deze tweedelige sportdocu van Fernando Villena.

De relatie met zijn moeder blijkt ook een rauw randje te hebben. Zij roept zeker niet alleen warme gevoelens op. Bovendien is de popster onder de boksers bepaald niet de ideale schoonzoon waarvoor hij enige tijd wordt gehouden. Eerder een soort Mexicaans-Amerikaanse variant op Douwe Bob, die voor een topsporter ook wel erg vaak de bodem van een fles bereikt – en bovendien een kwaaie dronk heeft.

Ideaal documentairemateriaal, zou je zeggen. Het eerste deel van dit tweeluik richt zich echter met name op De La Hoya’s opkomst als bokser, waarbij ook zijn dramatische gevechten met de Mexicaanse regerend wereldkampioen Julio César Chavez in 1996 hun plek opeisen. Pas in deel twee ruimt Villena meer ruimte in voor de schaduwzijden van zijn protagonist, die op eerste gezicht zo’n succesvol bestaan leidt.

Als er pikante foto’s van Oscar De La Hoya’s escapades met stripper Milana Dravnel in de openbaarheid komen, raakt hij ernstig in opspraak en begint ook zijn carrière langzaam op z’n eind te lopen. Zelf kijkt de prijsvechter in deze gedegen film met weinig tevredenheid terug. Het had zoveel meer kunnen worden, constateert ie met spijt in zijn stem. Als hij nu maar gewoon alles had gegeven.

En ook de ravage die hij heeft aangericht in zijn privéleven, met allerlei veronachtzaamde vrouwen en kinderen, zit hem duidelijk dwars. ‘De gouden jongen?’ sneert Oscar De La Hoya in deze film, waarmee hij duidelijk schoon schip wil maken. ‘Dat is niet meer dan klinkklare nonsens. Daar ben ik helemaal klaar mee. Het is tijd om te leven.’ Hij specificeert: ‘Het is tijd om in de realiteit te gaan leven.’

Captains Of Zaatari

Trigon Films

Hebben wij echt kans om onze droom waar te maken en profvoetballer te worden? vraagt de Syrische tiener Mahmoud Dagher tijdens een ontmoeting van zijn jeugdvoetbalteam met niemand minder dan Xavi, de oud-speler en coach van FC Barcelona. ‘Jullie hebben alles in eigen hand’, antwoordt die in kenmerkende sporttaal. ‘Het hangt van jullie zelf af. Jullie zijn op het cruciale moment in je leven aanbeland, waarop je kunt zeggen: ik wil voetballer worden.’

Dat is nét iets gemakkelijker gezegd dan gedaan. Mahmoud en zijn teamgenoten zijn afkomstig uit een vluchtelingenkamp in Jordanië en nemen deel aan de AlKass International Cup in Qatar. Net als andere tieners dromen ze ervan om de nieuwe Messi of Cristiano Ronaldo te worden en een plek te veroveren bij een Europese topclub, zoals het Bayern München van Robert Lewandowski, Thomas Müller en Arjen Robben dat even verderop ontspannen traint.

Als de Syrische jongens zich in de kijker weten te spelen bij het onder 17-toernooi in Doha, hoeven ze niet terug naar Kamp Za’atari. Samen met zijn beste vriend Fawzi Qatleesh fantaseerde Mahmoud daar nog over een plek in het Syrische nationale elftal. Tot zijn grote verdriet werd Fawzi nét voor het toernooi echter te oud bevonden. In een ontroerende scène van Captains Of Zaatari (74 min.) droeg hij zijn aanvoerdersband vervolgens over aan Mahmoud.

Voor het oog van hun verwanten in Jordanië, die via een gammele televisie meekijken, krijgen de talenten nu de kans om zich te onderscheiden. De Egyptische documentairemaker Ali Elarabi registreert dit van beide kanten: hoe de jongens proberen te scoren en de achterblijvers in het kamp intens meeleven. Ook als Mahmoud het woord neemt. ‘Toen ik vluchteling werd, werd ik meteen van al mijn kansen beroofd. Maar ik zal nooit toelaten dat ook mijn dromen worden gestolen.’

En daarmee heeft hij meteen de kern te pakken van deze zeer geslaagde coming of age-docu, waarin voetbal uiteindelijk niet meer dan een voertuig is naar de wereld van de boezemvrienden Fawzi en Mahmoud. Zoals voetbal voor hen juist het voertuig úit die wereld moet worden.

Messi

102 Distribution

‘Luister goed: jij wordt de beste voetballer van de wereld’, zegt oma tegen de kleine Lionel in de documentaire Messi (90 min.) uit 2014. Want zo werkt mythevorming: als je weet hoe het verhaal afloopt – ook al wisten ze toentertijd natuurlijk nog niet dat de held in 2022 de wereldtitel zou bemachtigen – dan kun je gerust een scène voor twee acteurs schrijven over de jeugd van de beste voetballer van zijn (of elke) generatie, waarin zijn grootmoeder deze gedenkwaardige woorden uitspreekt tegen haar kleinzoon. En of die dan ooit daadwerkelijk uit haar mond zijn gekomen, doet er dan in wezen niet meer toe.

Zoals het ook niet uitmaakt of de arts, die ‘Leo’ en zijn ouders bezoeken vanwege een groeihormoontekort, ooit daadwerkelijk heeft gezegd dat hij desondanks groter wordt dan Diego Maradona, het Argentijnse icoon waartegen Lionel Messi al zijn hele carrière, tenminste tot die wereldtitel, heeft moeten opboksen. Daarmee krijgt dit verhaal – en een goed verhaal moet je nu eenmaal niet dood checken – alleen maar meer cachet. Deze documentaire van Álex de la Iglesias bevat echter wel héél veel van zulke nagespeelde scènes, vermengd overigens met onweerstaanbare (jeugd)beelden van de dartelende linkspoot.

Messi zelf, althans de volwassen versie daarvan, komt niet aan het woord. Alleen de dertienjarige uitgave, als hij net naar Spanje is verkast, om voor FC Barcelona te gaan spelen. En die zegt dan dat Maradona zijn grote idool is, maar ook dat hij zelf niet op hem lijkt. Verder laat hij vooral zijn voeten spreken. Dat wordt ruimschoots gecompenseerd door anderen. Die hebben zich verzameld in een typisch mediterraan restaurant en bespreken daar in kleine groepjes het leven van de held van deze film. Aan één tafel zitten bijvoorbeeld familie, vrienden en leraren, aan een andere zetelen jeugdtrainers en medespelers bij de Argentijnse clubs Grandoli en Newell’s Old Boys.

Elders in deze hybride van docu, drama en lofzang zitten Barcelona-iconen zoals Gerard Piqué, Javier Mascherano en Andrés Iniesta gebroederlijk bij elkaar, om de loftrompet te steken over de ploeggenoot die hen al aan zoveel trofeeën heeft geholpen. Aan een privétafel prikken bovendien de voormalige verlosser van Barcelona, Johan Cruijff, en een gewezen topspits van Argentinië, Jorge Valdano, samen een vorkje. Ze raken verzeild in een fascinerende dialoog over de brille van de voetballer Lionel Messi. En aan weer een andere tafel legt oud-bondscoach César Luis Menotti intussen uit hoe je zo’n speler inpast in je team.

Uiteindelijk komen al deze passanten uit Messi’s leven natuurlijk ook te spreken over de eeuwige vergelijking met Diego Maradona. Met behulp van split screen worden de overeenkomsten tussen de twee grootheden en hun signatuurdoelpunten fraai in beeld gebracht. Als persoon heeft Messi altijd wat schril afgestoken bij de driftkikker Maradona, die bovendien in 1986 namens zijn land de wereldcup omhoog mocht houden. Dat is onlangs tijdens het wereldkampioenschap van 2022 ruimschoots gecompenseerd. Messi vloog zo nu en dan op z’n Maradona’s uit de bocht en mocht na afloop bovendien poseren met zijn eigen wereldbeker.

Hij was tijdens dit toernooi ook weer diverse malen, na alwéér een doelpunt, te aanschouwen in die karakteristieke pose: dankbaar naar boven kijkend, intussen beide wijsvingers in de lucht stekend. Sinds het veer-in-de-reet portret Messi weten we: hij kijkt niet naar de Heer, maar naar zijn oma in de hemel. Die altijd al wist dat hij de beste zou worden.

Super League: The War For Football

Apple TV+

Europese voetbalgrootmachten kunnen het zich eigenlijk niet meer permitteren om te verliezen. De financiële huishouding van topclubs zoals Real Madrid, Manchester City en Juventus is gebaseerd op zoveel vaste inkomsten dat ze een verplicht aantal topwedstrijden per jaar moeten spelen. In de Champions League kan het echter nog steeds gebeuren, al lijkt alles erop gericht om de kans daarop te minimaliseren, dat een potentiële winnaar voortijdig strandt tegen een kleinere club.

Om elke vorm van toeval of risico voortaan helemaal uit te sluiten, ontwikkelt een select gezelschap topclubs in 2020 een geheim plan voor een eigen competitie, die alleen toegankelijk is voor de allerrijksten (en dus: allerbesten): de Super League. Dat is tegen het zere been van zo’n beetje elke andere Europese club en de organisator van de Champions League, de UEFA. ‘Een fluim in het gezicht van iedereen die van voetbal houdt en van onze samenleving’, noemt Aleksander Ceferin, de Sloveense voorzitter van de Europese voetbalbond, het idee zelfs. Hij slaat een opmerkelijk populistische toon aan, die toch echt op gespannen voet staat met de staat van dienst van zijn eigen organisatie. ‘Wij zullen niet toestaan dat ze het voetbal van ons afpakken.’ 

Daarmee speelt Ceferin, slim dan wel oprecht, in op het sentiment van gewone voetballiefhebbers: dat het internationale voetbal steeds meer doorgestoken kaart wordt, waarbij de rijke clubs zich niets aan de anderen gelegen laten liggen en zo de volkssport voetbal wel eens de doodssteek zouden kunnen toebrengen. Aleksander Ceferin voelt zich in het bijzonder verraden door Juventus-voorzitter Andrea Agnelli. De man die hij beschouwde als een persoonlijke vriend heeft achter zijn rug geprobeerd om het hart uit de UEFA te snijden. En de Italiaan en zijn medestanders zijn dan weer van mening dat de voetbalbond een ideale kans laat lopen om het voetbal, dat volgens hen minder populair aan het worden is, grondig te vernieuwen.

Juist daar zit ook de kracht van de vierdelige serie Super League: The War For Football (232 min.), van Jeff Zimbalist (Favela RisingThe Two Escobars en The Line). De verschillende hoofdrolspelers komen hoogstpersoonlijk aan het woord en krijgen de ruimte om hun gezichtspunt over het voetlicht te brengen. Daarmee kan de miniserie – die is opgebouwd rond de ontwikkelingen tijdens vier turbulente dagen in april 2021, waarop het idee van de Super League uitlekte en vervolgens in het gezicht van de bedenkers ontplofte – bijna doorgaan voor een sportvariant op een productie van Brook Lapping, het Britse productiehuis dat zich profileert met documentaires over grote geopolitieke onderwerpen en daarbij de machthebbers zelf aan het woord laat.

Zimbalist heeft zowel de voorzitters van Real Madrid, Juventus en Barcelona als hun tegenpolen bij de UEFA, de Spaanse voetbalbond La Liga en clubs als Paris Saint-Germain, Bayern München en Ajax voor de camera gekregen. Samen met kritische volgers van het internationale voetbal en vertegenwoordigers van supporters geven zij inzicht in een keiharde business, waarbinnen ‘sugar daddy’s’, kiene ondernemers en dubieuze staten zich hebben opgeworpen als de nieuwe eigenaars van clubs die ooit van gewone voetballiefhebbers waren. Een wereld ook waarin de sport zelf nauwelijks ter zake lijkt te doen en werkelijk alle bestuurders, die van de UEFA en de wereldvoetbalbond FIFA beslist niet uitgezonderd, een berg boter op het hoofd hebben.

Dat is intrigerende materie: een soort Succession of House Of Cards binnen de voetballerij, waarbij ongegeneerde machtspolitiek, überkapitalisme en broedermoord – allemaal in het belang van de sport natuurlijk – voor allerlei enerverende verwikkelingen zorgen. Zimbalist bouwt daarmee een scherpe, kek vormgegeven en meeslepende vertelling, waarin de strijd om de Super League werkt als een breekijzer om de deur naar de bestuurskamer van de internationale voetballerij open te wrikken. Daar wikt en beschikt een op zichzelf betrokken herensociëteit over de toekomst van de sport die zichzelf nog altijd wijsmaakt dat ze van het gewone volk is.

A Way To B

Doxy

Even voor de helderheid, stelt Xavi Duacastilla, één van de leden van het Catalaanse danscollectief Liant la Troca: ‘We zijn niet uit op medelijden, we maken kunst. Als je moet huilen door de kunst, huil dan vooral. Maar als je huilt omdat je iemand in een rolstoel ziet dansen, dan: fuck off!’

Want Liant la Troca mag dan voor een belangrijk deel bestaan uit dansers met een lichamelijke beperking, hun performances doen qua kracht, intensiteit en emotionele zeggingskracht voor geen gezelschap onder. Jos de Putter en Clara van Gool geven de creaties van choreograaf Jordi Cortès Molina, vaak uitgevoerd in de openbare ruimte van Barcelona, dan ook een prominente plek in de film A Way To B (98 min.), een vlammende hybride van dans en documentaire.

Achter de imposante dansers gaan aangrijpende verhalen schuil, van mensen die op hun levenspad echt meer drempels moeten nemen dan veel anderen. Neem bijvoorbeeld Jaume Girbau, een man zonder onderlijf. Jaren na zijn geboorte vertelde zijn moeder dat de artsen hem in eerste instantie niet aan haar wilden laten zien. ‘Hij is geboren met een bepaalde handicap, vertelden ze haar. “Het is maar beter dan u hem nog niet ziet.” Alsof ik één of ander verschrikkelijk monster was.’

Of Dessi Cascales, die in de openingsscène van deze film een moeilijk te vatten en desondanks zeer indringende monoloog afsteekt. Deze vrouw met cerebrale parese kan zich bijna alleen met behulp van haar man Philip Heinrich verstaanbaar maken en wordt mede daardoor regelmatig veel te laag ingeschat. Philip heeft echter een degeneratieve ziekte, waardoor Dessi bang is dat hij straks alleen nog zijn moedertaal Duits kan spreken. Daarom besluit ze om zelf op taalles te gaan. 

Via fraai gestileerde, gepassioneerd uitgevoerde en gloedvol geregistreerde performances, collectief te scharen onder de noemer ‘Danza Integrada’, leggen de leden van Liant la Troca hun ziel bloot. Kwetsbaar en krachtig tegelijk. Gewone mensen die, ondanks/dankzij hun imperfecte lichaam, komen tot volwaardige kunst. A Way To B wordt daarmee automatisch een hartveroverend pleidooi voor inclusiviteit, zonder dat die boodschap er verder opzichtig in hoeft te worden gehamerd.

JC

Nationaal Archief / Anefo / Jac de Nijs

Terwijl het Nederlands elftal op het wereldkampioenschap voetbal van 1974 ten onder gaat tegen West-Duitsland, in slowmotion en begeleid door stemmige muziek, filosofeert de belangrijkste speler op het veld, Johan Cruijff, hardop over het bestaan van een hogere macht en of zoiets als geluk en ongeluk eigenlijk wel bestaat.

In het vliegtuig op weg naar huis, als de ster van het Nederlands elftal even alleen is met zijn vrouw Danny, wordt hij vervolgens aangesproken door een verslaggever. ‘Johan, als ik even mag storen: kun jij tegen je verlies?’ De professional in Cruijff geeft beleefd antwoord en gaat daarna in op hoe hij zich nu voelt. Hij dankt God op zijn blote knieën dat het toernooi afgelopen is, zegt hij. ‘Want het was onmenselijk zwaar.’

De fraaie archieffilm JC (63 min.), die wordt uitgebracht ter gelegenheid van Johan Cruijffs 75e verjaardag, is dan halverwege. Met prachtig archiefmateriaal, begeleid door een audiocollage van interviewfragmenten, portretteert regisseur David Kleijwegt de beste voetballer die Nederland ooit heeft voortgebracht. Diens eerste periode bij Ajax is dan achter de rug, hij kan aan zijn tweede grote liefde FC Barcelona beginnen.

Kleijwegt heeft van deze film nochtans geen regulier carrièreoverzicht gemaakt. Hij zwerft eerder intuïtief door het publieke leven van het Nederlandse icoon en vindt in allerlei situaties – de kleedkamer, het trainingsveld, tussen supporters, het strand, in reclames, de biljarttafel, thuis met Danny en allerlei televisieprogramma’s – de Cruijff die we al van haver tot gort kennen en die tóch nog nieuwe kanten van zichzelf prijsgeeft.

Behalve de lefgozer, topspits, sierlijkheid zelve, aanvoerder, leider, betweter, kapsoneslijder, denker, coach en woordkunstenaar Johan Cruijff vangt Kleijwegt, die eerder een soortgelijke film over Willem van Hanegem maakte, ook de tijd waarin de amateursport voetbal in de ban raakte van het grote geld, de televisie ineens kleur kreeg, Mies Bouman dienst deed als een soort moeder des vaderlands, gewone stervelingen Bekende Nederlander werden en ‘Cruijffie’ uitgroeide tot ‘Johan’.

Afgelopen week liet Studio Sport in de documentaire Johan Cruijff: The Unknown overigens met prachtige beelden al zien hoe goed de Nederlandse speler ooit was.

Louis

Dutch Filmworks/Doxy

Sinds zijn aanstelling als coach van het Nederlands elftal is Louis van Gaal, al dan niet bewust, bezig aan een enorm charmeoffensief. De bullebak, schoolmeester en betweter van weleer hebben plaatsgemaakt voor ‘the wise old man’ Louis van Gaal. Die is ongetwijfeld ook met de beste intenties tegenover Geertjan Lassche gaan zitten, om de ‘totale mens’ Van Gaal eens goed te kunnen laten zien. Een man die ook geliefde, vader, weduwnaar, pensionado, opa en kankerpatiënt is, om maar eens wat te noemen.

Tegenover Louis van Gaal staat echter een filmmaker met een knap en omvangrijk oeuvre (HemelbestormersZwart IJs en de serie Frontberichten), een man met een fascinatie voor sterke en eigenzinnige personages. Als iemand Van Gaal kan tackelen, is hij ‘t. Niet sinds pak ‘m beet Alleman en André Hazes: Zij Gelooft In Mij had een Nederlandse documentaire bovendien zoveel potentie om een groot publiek te bereiken als Louis (128 min.). De film werd aangekeild met ‘breaking news’, kreeg een première met rode loper en BN’ers en moet nu een bioscoophit worden.

‘Mijn vak is mensen te snappen’, oppert Lassche bij de start tegenover zijn hoofdpersoon, die graag showt hoe goed hij kan golfen. ‘Maar dat is jouw vak ook.’ Waarna ze samen de scharnierpunten in ‘s mans lange en turbulente loopbaan doornemen, via ontmoetingen met mensen die daarin een cruciale rol speelden: Edgar Davids (Ajax), Luis Figo (FC Barcelona), Frank en Ronald de Boer (Nederlands Elftal, 2000-2001), Mounir El Hamdaoui (AZ), Uli Hoeness (Bayern München), Arjen Robben (Nederlands Elftal, 2012-2014) en Wayne Rooney (Manchester United).

Het aardige van die tweegesprekken is dat ze niet louter loftuitingen aan het adres van de coach bevatten. Soms zit er ook een zekere spanning in. De gebroeders De Boer, als Jut en Jul op de achterbank van Van Gaals auto gezet, denken bijvoorbeeld wel te weten waar het misging tijdens zijn eerste bondscoachschap. Daar moeten ze de man zelf alleen nog van overtuigen. En ook het bijpraten met Bayern-voorzitter Hoeness, die hem na een succesvolle periode ontsloeg, heeft soms echt iets ongemakkelijks. Dat kleeft ook wel aan Louis van Gaal: het schuurt altijd wel een beetje.

Als hij zijn biografie mag aanbieden bij het Ajax van Ten Hag, resulteert dit in een werkelijk kostelijke scène. Want Van Gaal neemt, ongevraagd natuurlijk, meteen de gelegenheid te baat om spelers als Ziyech en Onana de les te lezen. Deze film bevat diverse van zulke ‘coachsituaties’, die alleen met een mengeling van bewondering en gêne zijn te aanschouwen. ‘Je hebt gelijk’, zegt Lassche bijvoorbeeld, als hij samen met zijn protagonist een videoverbinding tot stand probeert te brengen in diens Portugese woning. ‘Natuurlijk heb ik gelijk’, antwoordt die, geheel ‘in character’.

‘Was die boosheid echt?’ vraagt de filmmaker na beelden van één van Van Gaals fameuze woede-uitbarstingen. ‘Dat is een domme vraag,’ is het barse antwoord. Toch lijkt er van echte frictie tussen de twee nauwelijks sprake. Samen lopen ze ook zijn persoonlijk leven door, waarbij z’n vrouw Truus, broer Gerard en Renate en Brenda, de volwassen dochters die hij kreeg met zijn jong overleden eerste echtgenote Fernanda, een sleutelrol spelen. Zij zorgen voor verdere (emotionele) duiding bij kerngebeurtenissen uit Louis’ verleden, die met foto- en videobeelden uit het privé-archief worden geïllustreerd.

En net als dit portret op het niveau van een weliswaar smeuïge, schurende en ontroerende trip nostalgia dreigt te blijven steken, dienen zich twee nieuwe uitdagingen aan voor Louis van Gaal: ernstige gezondheidsproblemen en het aanbod om opnieuw Oranje te coachen. Met deze bouwstenen, die emotioneel helemaal verknoopt raken met elkaar, werkt Lassche naar een geladen climax, waarbij hij opvallend veel toegang krijgt tot zijn hoofdpersoon. Zowel bij diens behandeling in het ziekenhuis als bij zijn derde klus met het Nederlands elftal.

Het wordt de aangrijpende apotheose van deze ‘totaalfilm’ over Louis van Gaal, zo’n archetypische ‘man you hate to love and love to hate’ – al is dat laatste er bepaald niet gemakkelijker op geworden door Geertjan Lassches hartveroverende portret.

800 Metros

Netflix

‘Dit is het bewijs dat moslims de glorie en de kracht hebben door de wil van de almachtige God’, zegt Youssef trots in de camera. ‘Jullie zijn zwak en nietig. Dit is voor jullie, vijanden van Allah.’ Samen met zijn kompanen is de jongen in Spanje explosieven aan het maken. ‘Jullie wilden ons omkopen met jullie banen en jullie verhalen’, vult Mohamed aan. ‘Die boeien ons niet. De almachtige God heeft ons gekozen uit miljoenen mensen om jullie bloed te laten huilen.’ Even later poseert hun vriend Younes, die nog danig van zich zal doen spreken, trots met een bomgordel. ‘Die zegt boem!’

De grootspraak van de jongens – mannen kun je het nauwelijks noemen – heeft bijna iets aandoenlijks. Bijna. Hun intenties zijn helder: dood en verderf willen ze zaaien in ‘het land van de ongelovigen’. Allerlei snode plannen zijn al de revue gepasseerd: de Sagrada Familia, Camp Nou of de Eiffeltoren. Vanuit een huis in de Catalaanse gemeente Alcanar bereiden ze hun operatie voor. Intussen maken de jongelingen even jolige als macabere filmpjes. Op 17 augustus 2017 barst de bom. Niet op een openbare plek, maar in het appartement waar ze zelf aan de slag waren.

Toch zal het groepje geradicaliseerde moslims, dat zich spiegelt aan Islamitische Staat, wel degelijk toeslaan: met een wit busje rijdt één van hen op de Ramblas, de bekende wandelpromenade in het centrum van Barcelona, in op winkelende mensen. Dertien willekeurige burgers worden gedood, honderden raken gewond. In de grimmige driedelige documentaireserie 800 Metros (156 min.) reconstrueert Elías Léon met deskundigen, slachtoffers en direct betrokkenen minutieus deze terreurdaad, die met behulp van filmpjes van de daders, beveiligingscamerabeelden en een digitale maquette inzichtelijk wordt gemaakt. Aflevering 1 richt zich op de voorgeschiedenis. In deel 2 staat de dodenrit zelf centraal. En het slot belicht een schietpartij in het nabijgelegen Cambrils waartoe de terroristische cel daarna a l’improviste is overgegaan.

Het is een onrustbarend verhaal. Over ogenschijnlijk doodnormale jongeren, die zijn opgegroeid in een westers land, langzamerhand in de ban raken van een extremistische ideologie en in naam daarvan hun toevlucht nemen tot onmenselijke daden. Het duurt daarna niet lang voordat die, uit puur opportunisme, worden geclaimd door IS. Ze zijn ook koren op de molen van Spanjaarden die sowieso weinig op hebben met de integratie van mensen met een buitenlandse afkomst. En dan worden de slachtoffers en nabestaanden van de ‘martelaren’ na de gruweldag ook nog eens aan hun lot overgelaten.