‘Dit is het bewijs dat moslims de glorie en de kracht hebben door de wil van de almachtige God’, zegt Youssef trots in de camera. ‘Jullie zijn zwak en nietig. Dit is voor jullie, vijanden van Allah.’ Samen met zijn kompanen is de jongen in Spanje explosieven aan het maken. ‘Jullie wilden ons omkopen met jullie banen en jullie verhalen’, vult Mohamed aan. ‘Die boeien ons niet. De almachtige God heeft ons gekozen uit miljoenen mensen om jullie bloed te laten huilen.’ Even later poseert hun vriend Younes, die nog danig van zich zal doen spreken, trots met een bomgordel. ‘Die zegt boem!’
De grootspraak van de jongens – mannen kun je het nauwelijks noemen – heeft bijna iets aandoenlijks. Bijna. Hun intenties zijn helder: dood en verderf willen ze zaaien in ‘het land van de ongelovigen’. Allerlei snode plannen zijn al de revue gepasseerd: de Sagrada Familia, Camp Nou of de Eiffeltoren. Vanuit een huis in de Catalaanse gemeente Alcanar bereiden ze hun operatie voor. Intussen maken de jongelingen even jolige als macabere filmpjes. Op 17 augustus 2017 barst de bom. Niet op een openbare plek, maar in het appartement waar ze zelf aan de slag waren.
Toch zal het groepje geradicaliseerde moslims, dat zich spiegelt aan Islamitische Staat, wel degelijk toeslaan: met een wit busje rijdt één van hen op de Ramblas, de bekende wandelpromenade in het centrum van Barcelona, in op winkelende mensen. Dertien willekeurige burgers worden gedood, honderden raken gewond. In de grimmige driedelige documentaireserie 800 Metros (156 min.) reconstrueert Elías Léon met deskundigen, slachtoffers en direct betrokkenen minutieus deze terreurdaad, die met behulp van filmpjes van de daders, beveiligingscamerabeelden en een digitale maquette inzichtelijk wordt gemaakt. Aflevering 1 richt zich op de voorgeschiedenis. In deel 2 staat de dodenrit zelf centraal. En het slot belicht een schietpartij in het nabijgelegen Cambrils waartoe de terroristische cel daarna a l’improviste is overgegaan.
Het is een onrustbarend verhaal. Over ogenschijnlijk doodnormale jongeren, die zijn opgegroeid in een westers land, langzamerhand in de ban raken van een extremistische ideologie en in naam daarvan hun toevlucht nemen tot onmenselijke daden. Het duurt daarna niet lang voordat die, uit puur opportunisme, worden geclaimd door IS. Ze zijn ook koren op de molen van Spanjaarden die sowieso weinig op hebben met de integratie van mensen met een buitenlandse afkomst. En dan worden de slachtoffers en nabestaanden van de ‘martelaren’ na de gruweldag ook nog eens aan hun lot overgelaten.
Het is een beetje de goden verzoeken: om als voormalig sterspeler van FC Barcelona de baan van coach te accepteren op het moment dat die club definitief door zijn hoeven lijkt te zakken. En om tijdens dat proces ook nog eens een cameraploeg toe te laten, dat ook. De kans dat de ultieme jongensdroom uitloopt op een gigantisch fiasco is immers levensgroot. Misschien tekent het echter de absolute winnaar in Ronald Koeman dat hij de uitdaging toch aangaat en dat afbreukrisico dan maar op de koop toeneemt.
Niet dat Koeman heel veel heeft te vrezen van regisseur Chiel Verbakel. Die geeft hem in de negendelige serie Força Koeman (280 min), uitgebracht in drie korte seizoenen, alle ruimte om zijn eigen verhaal te doen. Waarbij de hartproblemen, die hij in mei 2020 ondervond, hem zouden hebben aangespoord om nu eindelijk voor zijn droomclub te kiezen. Aan het woord komen verder Koemans vrouw Bartina, broer Erwin, moeder Marijke en kinderen Ronald junior, Tim en Debbie. Zij geven een leuk inkijkje in hoe de familie Koeman de terugkeer naar de Catalaanse hoofdstad beleeft, waar al zoveel zoete herinneringen liggen. Dat gevoel wordt nog eens versterkt met idyllische shots van de stad, vergezeld van traditionele muziek.
De voetbalinput komt van zaakwaarnemer Rob Jansen, Koemans assistenten Alfred Schreuder en Henrik Larsson, voorganger Pep Guardiola (met wie het heel lekker golfen is) en Frenkie de Jong. De Nederlandse middenvelder is inmiddels kind aan huis bij de Koemannetjes met zijn vriendin Mikki (die, als ze gearmd met Bartina door de stad flaneert, zou kunnen doorgaan voor een echt Koemeisje). De voetbaljongens houden zich veelal op de vlakte of debiteren clichés. Zoals de docuserie over het hier en nu – Koemans komst naar Barcelona en zijn lastige periode als coach – in eerste instantie sowieso niet zoveel nieuws heeft te melden. De problemen rond sterspeler Messi komen bijvoorbeeld nauwelijks aan de orde. En het gedwongen vertrek van diens boezemvriend Luis Suárez blijft al helemaal onbenoemd.
Als aan het eind van het seizoen, in de tweede serie van drie afleveringen die in september 2021 is uitgebracht, Ronald Koemans eigen positie in het gedrang komt, spreekt Kamp Koeman echter honderduit. De coach zelf heeft het gevoel dat de nieuwe voorzitter Laporta hem nodeloos laat bungelen (maar de Nederlander verbindt daar dan zelf ook geen consequenties aan). En Bartina is emotioneel en boos. Ze moeten van Ronald afblijven! Hij bedoelt het tenslotte goed en werkt ook zo hard, volgens zijn echtgenote, die moeite heeft om haar tranen te bedwingen. Uiteindelijk mag de Nederlander, die moedwillig in het openbaar is beschadigd en die zelf via de media ook flink heeft teruggevochten, tóch blijven. ‘De hypocrisie van de topsport’, zegt zaakwaarnemer en huisvriend Rob Jansen ijskoud. Hij doelt op de handelswijze van Barcelona’s nieuwe voorzitter.
Força Koeman kent meer van zulke onthullende momenten: als Koemans vriend, de sportpresentator Lluís Canut, bijvoorbeeld zijn mond voorbij lijkt te praten. Hij beweert te hebben gefungeerd als postillon d’amour tussen Barcelona en de trainer, waarbij het initiatief van de Nederlander schijnt te zijn gekomen. Dat strookt niet helemaal met het beeld dat is geschetst van Koemans overgang van het Nederlandse elftal naar de Spaanse topclub (en dat hier nog eens wordt bevestigd door Rob Jansen). De Barcelona-trein is dus niet zomaar gestopt voor Ronald Koeman, zodat hij er, nadat hij al twee keer ‘nee’ had gezegd, op kon springen. De trainer zou zelf hebben gevraagd of die trein, na Barcelona’s ‘Humillación Histórica’ (een 8-2 verlies tegen Bayern München), bij zijn stationnetje halt wilde houden.
Ook opvallend: Pedri, ‘het grootste talent van Spanje’, lijkt te zijn aangetrokken zonder dat Koeman hem überhaupt kende. Het zijn zulke, al dan niet bedoelde, nieuwtjes die van deze miniserie met een plastic promorandje best een aardige kijkervaring maken. Waarbij de relatie van de Koemannen en –vrouwen met Barcelona – en hun herinneringen aan de vroegere buurman Johan Cruijff – het allerleukst is. Dan worden ze net een gewone familie, met kinderen en kleinkinderen die opa en oma bij hun 35 jarige huwelijk vergasten op een surpriseparty en een zoon die ten overstaan van de gehele Koemanclan te paard in het huwelijk treedt. Dan ook toont Ronald Koeman even de man, of soms zelfs het jongetje, achter de geharde coach, die aan de job van zijn leven is begonnen. Waarvan hij niet weet of ie die, na een veelbewogen seizoen dat ondanks winst van de Spaanse beker in mineur eindigt, ook mag afmaken.
En dan, nadat zijn hoofd wekenlang op het hakblok heeft gelegen en hij aan het vervolg van zijn klus kan beginnen, meldt Messi met betraande ogen dat hij Barca gaat verlaten. En daar pikken de laatste drie afleveringen van Força Koeman, uitgebracht in maart 2022, de draad weer op. Als de Nederlandse trainer weinig vertrouwen voelt bij de clubleiding en steeds verder in het nauw komt. ‘De scheidsrechters zijn anti-Barcelona’, zegt Koeman tegen Bartina nadat hij is weggestuurd bij alwéér een teleurstellende wedstrijd. Clubkenner Simon Kuper stelt dat die slechte resultaten overigens vooral een gevolg zijn van jarenlang wanbeleid.
‘Het was gewoon wachten totdat de gelegenheid daar was voor de president om te zeggen: nu kan ik niet anders’, zegt zaakwaarnemer Rob Jansen als zijn cliënt dan toch ontslag is aangezegd. Wanneer de zeis is gevallen, zijn Verbakel en z’n cameraploeg erbij om de eerste reacties in Huize Koeman op te tekenen, waarbij met name Bartina weer geen blad voor de mond neemt. De hoofdpersoon zelf is alweer bezig met de toekomst: een nieuwe periode als bondscoach van het Nederlands elftal. ‘Dat zou ik wel doen’, zegt de man die natuurlijk nóóit zelf zou solliciteren voor die job. ‘Dat past eigenlijk misschien nog wel het beste bij mij.’ En zo loopt Ronald Koeman, nauwelijks verhuld, toch alvast warm voor een nieuwe episode van Força Oranje.
Ze kwamen, zagen en overwonnen. Daar zit dus niet het verhaal van Dream Team: Birth Of The Modern Athlete (205 min.), een vijfdelige serie over de Amerikaanse basketbalploeg die in 1992 een gouden medaille won op de Olympische Spelen van Barcelona. Die eerste plaats stond op voorhand al min of meer vast.
Voor de eerste keer vaardigden de Verenigde Staten de grote sterren van de NBA af. Het zou een kleine schande zijn geweest als Michael Jordan, Earvin ‘Magic’ Johnson, Larry Bird en de negen andere helden van het Amerikaanse basketbal níet hadden gewonnen. Deze productie van de broers Emmett en Brendan Malloy richt zich dan ook vooral op de dynamiek binnen het team: de rivaliteit bijvoorbeeld tussen de oude heerser van de NBA, Magic Johnson, en de nieuwe troonpretendent, Michael ‘Air’ Jordan. Als twee metershoge alfamannetjes bekampen ze elkaar en stuwen zo het team naar eenzame hoogte
De Malloys baseren hun vertelling op het boek Dream Team van Jack McCallum. Hij bewaarde bovendien audio-opnamen van zijn gesprekken met de leden van de droomploeg, die nu voor het eerst zijn te horen. Deze quotes worden aangevuld met wedstrijdbeelden, achter de schermen-materiaal en actuele interviews met de dreamteamers Magic Johnson, Patrick Ewing, David Robinson en Chris Mullin, aangevuld door enkele insiders. Zij geven heel aardige inkijkjes bij de wonderploeg. Zo besluit Jordan bijvoorbeeld de nacht voor de Olympische finale door te halen voor een spelletje kaart. En de dag van de gouden wedstrijd brengt de sterspeler freewheelend door in het Olympisch stadion en op de golfbaan.
Als ook de laatste tegenstander in Barcelona moeiteloos is verslagen – aan het eind van aflevering 3 al – wacht de prijsuitreiking, waarbij diezelfde Jordan voor een controverse zal zorgen die de totale vercommercialisering van de sport illustreert. Van slachtoffers van (latent) racisme zijn de grote sterren van de NBA in de voorgaande jaren uitgegroeid tot eigen merken, die in de hele wereld weerklank vinden en te gelde kunnen worden gemaakt. Met deze insteek kiest Dream Team slim positie tussen Shut Up And Dribble, de politiek geladen docuserie over de Afro-Amerikaanse basketbalhistorie, en The Last Dance, een meeslepende reeks over het ultieme winnaarstype Michael Jordan en zijn team The Chicago Bulls.
Alleen de laatste episode, over de erfenis van het Dream Team voor het internationale basketbal, voelt wel heel nadrukkelijk als een langgerekte epiloog. De broers Malloy drijven dan erg ver af van hun hoofdrolspelers en het vuur dat hun sport drijft. Als geheel schetst deze serie, over een selecte groep goudhaantjes die alle na-ijver moeten laten varen om samen de wereld te veroveren, echter een treffend beeld van een scharnierpunt in het moderne basketbal.
“It was a team like you’d never see ever again.” Relive the magic of the 1992 U.S. Olympic basketball team through their own words with this intimate five-part series. Dream Team: Birth of the Modern Athlete, now streaming only on #ParamountPluspic.twitter.com/oxNaxzGGTs
Met allerlei mensen die vervelende dingen over mij zeggen, antwoordt Neymar zonder dralen. Regisseur David Charles Rodrigues heeft de voetballer zojuist gevraagd hoe hij zelf deze documentaireserie zou beginnen. Het is een treffend moment aan het begin van Neymar: The Perfect Chaos (164 min.). De Braziliaanse sterspeler realiseert zich dat de ‘haat’ die hem vanuit grote delen van de voetbalwereld ten deel valt niet kan ontbreken in een geloofwaardig portret. Tegelijkertijd wordt de bal daarvoor ondubbelzinnig bij hem – en niemand anders – neergelegd.
En inderdaad, in de driedelige serie wordt vervolgens getoond hoe hij steevast theatraal doorrolt na overtredingen – en hoe daar in de halve wereld weer de draak mee wordt gestoken. Ook is te zien hoe hij een tijdlang stelselmatig wordt beschimpt door de fans van zijn eigen club. En natuurlijk mag de breed in de pers uitgemeten beschuldiging van verkrachting, inclusief het filmpje waarmee dat zou worden bewezen, ook niet achterwege blijven. Waarbij Neymar en de zijnen vanzelfsprekend zijn onschuld bepleiten.
Zo tikt deze (auto)biografie alle welbekende pijnpunten in het leven van de flegmatieke aanvaller aan, inclusief zijn veelbesproken vertrek bij FC Barcelona, waarop zijn voormalige ploeggenoten Suárez en – vooral – Messi nog altijd erg zuinig reageren. Nieuwe inzichten levert het doorlopen van zijn carrière verder niet op. Wel enkele fraaie jeugdfilmpjes. Over zijn privéleven geeft de Braziliaan, die zich soms gewoon te midden van zijn vaste entourage aan vrienden laat interviewen, ook niet al te veel prijs. Al komt zijn hele familie, inclusief zijn inmiddels tienjarige zoon Davi Lucca, regelmatig langs.
Het interessantst wordt deze miniserie als ook Neymar Sr. in beeld komt. Vader leidt NR Sports, een bedrijf met ruim tweehonderd medewerkers dat de carrière en het imago van zijn zoon beheert. Zij hebben er gezamenlijk voor gezorgd dat Neymar Jr. een internationaal merk met meer dan tweehonderd miljoen volgers op social media werd. De relatie tussen vader en zoon is desondanks/daardoor afstandelijker geworden, aldus het merk zelf. Professioneel, in zijn woorden. En soms wordt de spanning tussen hen in deze serie echt zichtbaar.
Naarmate Neymar: The Perfect Chaos vordert, komt de nadruk echter steeds meer te liggen op de sportieve prestaties van de Braziliaanse sterspeler, die in de zomer van 2020 met Paris St. Germain opstoomt naar de finale van de Champions League. Dan wordt elke poging om dit portret nog van diepgang of een persoonlijke dimensie te voorzien terzijde geschoven, ten faveure van de gebruikelijke gezwollen wedstrijdimpressies, vergezeld van clichématige quotes van PSG’ers over de wil om te winnen, het belang van teamgeest en het drama dat verliezen heet.
Met die finale, nu toch alweer enkele Coronagolven en anderhalf voetbalseizoen geleden, wordt de serie naar een climax gebracht, waarna alleen nog een tamelijk zijig einde rest. Over de liefde voor de bal en hoe de held die bij kinderen uit zijn geboorteomgeving probeert te stimuleren. En daarmee laadt regisseur Rodrigues meteen de verdenking op zich dat het uiteindelijke doel van deze serie toch in het verlengde ligt van de missie van NR Sports, het bedrijf van de Neymarretjes.
Opa is overleden. Ze kunnen niet naar zijn uitvaart. Daarom hebben Lucia en haar familie, die zich vanuit Barcelona hebben teruggetrokken op het Spaanse platteland, maar zijn favoriete toetje gemaakt. Je moet tenslotte wat. Het is exemplarisch voor hoe de kinderen in de jeugddocu #Lockdocs (17 min.) de gevolgen van de (eerste) lockdown tegemoet treden.
Waar ze ook mee worden geconfronteerd – een vader die ze niet mogen zien, een moeder met Corona of een broertje dat erg kwetsbaar is – de Nederlandse jongens en meisjes (9-14 jaar) in deze sympathieke jeugdfilm van Sanne Rovers maken er het beste van. Ze hebben deze docu ook grotendeels zelf gemaakt met hun eigen smartphone en gaan via Zoom met elkaar in gesprek over hoe het gaat.
Niet dat ze geen problemen hebben door COVID-19: hoe vier je je verjaardag, hoe kun je afscheid nemen van de basisschool en – het allerbelangrijkste – hoe overleef je de periode dat je favoriete milkshakezaak dicht is? Met een optimistische ondertoon doen ze zelf, ondersteund door Nederlandse documentairemakers, verslag van hun belevenissen als de wereld voor onbepaalde tijd op slot wordt gegooid.
Vanuit Barcelona en omgeving, vanuit het epicentrum van de pandemie in Noord-Italië en gewoon vanuit allerlei plekken in Nederland. Met de onweerstaanbare open blik van een kind, waarvan wij, bewoners van de grote mensenwereld, soms nog wel eens wat kunnen leren.
Als één documentaire heeft bijgedragen aan de mythevorming rond Nederlands beste voetballer aller tijden, dan is het Nummer 14 Johan Cruijff van sportjournalist Maarten de Vos en Cruijffs eigen schoonvader Cor Coster uit 1972. En als één film de mythe rond het fenomeen Cruijff vervolgens ook écht te pakken heeft gekregen, dan is het Johan Cruijff: En Un Momento Dado (93 min.) van Ramón Gieling, een poëtische documentaire uit 2004 waarin de Catalaanse liefde voor ‘el Salvador’ uitbundig wordt bezongen.
De titel verwijst naar een Cruijffiaanse verhaspeling van de Spaanse uitdrukking ‘op een gegeven moment’, die vervolgens als ‘het moment dat je gegeven wordt’ onderdeel is geworden van het Spaanse vocabulaire. Alsof Johan Cruijff in zijn tweede vaderland niet alleen het voetbal opnieuw uitvond, maar ook de taal die daar sinds jaar en dag wordt gesproken. Zoals hij dat natuurlijk ook in Nederland heeft gedaan: niet zozeer door oorspronkelijke vondsten, maar door een combinatie van originele gedachten en een beperkte taalvaardigheid.
In En Un Momento Dado zet Gieling vol in op de betekenis van de man, het fenomeen eigenlijk, voor Catalonië, dat zich altijd een stiefkind van Spanje heeft gevoeld. Gewone fans – van een flamencogitarist die de ‘duende’ in Cruijff waardeert tot een vrouw die in elk vriendje Johan zocht – getuigen over hoe de stervoetballer de Catalanen hun zelfrespect terug gaf. Eindelijk hadden ze iemand die de strijd kon aangaan met – en winnen van – het arrogante Madrid en de verpersoonlijking daarvan, Real Madrid, de voetbalclub die warme banden onderhield met de gevreesde dictator Franco.
In de eerste helft van de film legt Gieling de nadruk op Cruijffs carrière als speler, terwijl de tweede helft in het teken staat van zijn jarenlange trainerschap van FC Barcelona (dat tevens wordt behandeld in de Spaanse film Cruyff: The Last Match). Zijn dienstverband eindigt in eerste instantie met een vertrek door de achterdeur, dat later wordt gerepareerd met een emotioneel eerbetoon. En Un Momento Dado is echter bepaald geen regulier profiel of carrièreoverzicht, de documentaire werkt eerder als een psychologisch portret van een gemeenschap, die zijn metershoge held allerlei gedachten, handelingen en idealen toedicht en ’s mans gebaren en bewegingen met welhaast religieuze devotie nabootst.
De extra tijd, een vol kwartier, is voor Johan zelf, die in dat geheel eigen onnavolgbare Spaans nog één keer uitlegt hoe het (leven) zit. Probeer maar eens níet aan zijn lippen te hangen.
Als Nummer 14 Johan Cruijff (85 min.) één verdienste heeft, dan is het dat de film uit 1973 de beste Nederlandse voetballer aller tijden in volle glorie laat zien. Johan Cruijff dartelt, kapt, draait, passt, protesteert, pingelt, hakt, versnelt, bikkelt, dirigeert, zet voor, provoceert, kopt, wijst, gaat neer én scoort. Natuurlijk. Altijd in beweging, vaak in slow-motion. En steevast begeleid door muziek: zwierige jazz of de lyrische themamuziek van Tonny Eijk (die eigenlijk alles uitdrukt wat er valt te zeggen over Cruijff).
‘Ik heb van mezelf nog nooit van zijn leven een hele goeie wedstrijd zien spelen’, zegt hij tijdens een interview thuis in Vinkeveen, in de taal die zijn handelsmerk zal worden. ‘Dus helemaal één goeie wedstrijd.’ De jonge Cruijff wijdt uit: ‘Je hebt ook heel vaak dat je voor jezelf een goeie wedstrijd gespeeld heb, maar dat niemand ziet dat je een goeie wedstrijd gespeeld hebt. Plus dat veel mensen zeggen: je heb wel goed gespeeld. Terwijl je in wezen niet goed gespeeld hebt.’
Ook prachtig: hoe Cruijff in deze film van sportjournalist Maarten de Vos (en zijn eigen schoonvader/zaakwaarnemer Cor Coster) thuis de Europa Cup 1-finale van Ajax tegen Inter Milan uit 1972 terugkijkt op televisie en (speciaal voor de documentaire) commentaar geeft bij de close-up beelden die van hem en zijn directe tegenstander, de ouderwetse mandekker Gabriele Oriali, zijn gemaakt. Hij spoelt de videoband zelfs even terug om te demonstreren hoezeer hij steeds, met onreglementaire middelen, in zijn spel wordt gehinderd.
De Cruijff van Ajax was dus al vóór zijn vertrek naar FC Barcelona in 1973 (een periode die poëtisch wordt behandeld in de documentaire Johan Cruijff: En Un Momento Dado en de Spaanse film Cruyff: The Last Match) behoorlijk wereldwijs. Een betweter, zoals critici hem nog vaak zullen noemen. In deze klassieke sportfilm schemert daar zo nu en dan nog eens het jongetje Johan doorheen.
Als hij over zijn, jong overleden, vader vertelt, bijvoorbeeld. Of voorgaat in een trip nostalgia door Betondorp, de wijk waar hij opgroeide en nu zijn moeder, pleegvader en jeugdvrienden tegenkomt. En die ene buurman, die nog altijd in zijn tuin zit te wroeten. Hij pakte vroeger regelmatig Johans bal af. Iets waar de Oriali’s van deze wereld hem om zouden gaan benijden.
Natuurlijk, naar hedendaagse maatstaven is Nummer 14 Johan Cruijff een tamelijk trage documentaire, die ogenschijnlijk willekeurig schakelt tussen interviews met de hoofdpersoon, achter de schermen-scènes en overvloedige wedstrijdbeelden. Tegelijkertijd is de film een wezenlijk onderdeel geworden van De Mythe Cruijff, het definitieve beelddocument over zijn Ajax-periode. Een nostalgisch stemmende weerslag bovendien van een tijd, waarin topsporters ineens een popsterrenstatus konden krijgen.
Aan Johan Cruijff, alweer ruim een jaar geleden overleden, zijn diverse documentaires gewijd. Nummer 14 Johan Cruijff natuurlijk, een zwierige ode aan de grootste Nederlandse voetballer aller tijden uit 1973, met die uit duizenden herkenbare themamuziek van Letty de Jong en good old Tonny Eyk.
Of Johan Cruijff: En Un Memento Dado, een al even poëtische poging van Ramón Gieling uit 2004. Over de liefde van gewone Catalanen voor de Nederlandse verlosser die in 1974 met FC Barcelona eigenhandig een einde maakte aan de heerschappij van aartsrivaal Real Madrid en Catalonië intussen weer wat zelfrespect gaf in de donkere jaren van het Franco-regime.
In de Spaanse documentaire The Last Match (70 min.) uit 2014 blikken voetbalkopstukken als Guardiola, Xavi en Cruijffs zoon Jordi (niet geheel toevallig een Catalaanse naam overigens) terug op zijn ruim veertigjarige relatie met Barcelona als speler, trainer en cultureel fenomeen.