17 Blocks

Als je één en hetzelfde gezin gedurende twintig jaar filmt – of zichzelf laat filmen – ontdek je onvermijdelijk iets over het leven. Over hoe het de één optilt en een ander op zijn plek houdt. Over hoe het je lam kan slaan, uit het lood of gewoon, keihard, op je bek. En over hoe de plek waar je wordt geboren – de familie, buurt en stad – kan bepalen wie je bent en wordt, of juist helemaal niet.

Als filmmaker Davy Rothbart in 1999 op Emmanuel Sanford-Durant (9) en z’n oudere broer Smurf (15) stuit, hun zus Denice ontmoet en alleenstaande moeder Cheryl leert kennen, kan hij op geen enkele manier vermoeden wat de toekomst in petto heeft voor hen. Of toch wel. Het samengestelde gezin woont immers in het zuiden van Washington D.C., een frontlinie in de Amerikaanse ‘war on drugs’ die slechts 17 Blocks (98 min.) verwijderd is van het Capitool.

Duizend uur beeldmateriaal wordt daar verzameld, die voor deze doorleefde documentaire moest worden teruggebracht tot dik anderhalf uur. Hele en halve levens, verteld in luttele minuten. Hoogtepunten, dieptepunten en het ‘gewone’ leven. Emmanuel heeft bijvoorbeeld een studerende vriendin en wil brandweerman worden. Smurf hangt rond op de beruchte straathoeken, zit zo nu en dan vast en zet ondertussen enkele kinderen op de wereld. En Denice wordt eveneens op jonge leeftijd (alleenstaande) moeder.

Als het noodlot toeslaat – en dat lijkt het onherroepelijk te doen in dit soort levens – en letterlijk overal in huis bloedspatten achterlaat, nemen de zaken in de familie Sanford een dramatische wending. Waarbij Cheryl, de vrouw die haar kinderen een stabiele basis wilde meegeven, worstelt met schuldgevoelens en haar toevlucht zoekt tot middelen die de situatie alleen maar kunnen verergeren. Rothbart slaat dit proces van zeer dichtbij gade en documenteert tevens hoe de Afro-Amerikaanse familie het tij probeert te keren.

Het is nu twintig jaar geleden dat de baanbrekende tv-serie The Wire het rauwe leven rond de ‘corners’ in grote Amerikaanse steden en de zieke drugseconomie die daaromheen is ontstaan op indringende wijze agendeerde. Dit jaar verscheen bovendien het ‘vervolg’ We Own This City, over de bijbehorende politiecorruptie. Een documentaire zoals 17 Blocks brengt diezelfde ontwikkelingen terug tot menselijke proporties en laat treffend zien hoe drugs en geweld een spoor van vernieling kunnen trekken door een gewone familie.

Waarbij het natuurlijk nog maar de vraag is of de tijd wel alle wonden kan helen. Want zo is het leven: een aaneenschakeling van losse gebeurtenissen die pas achteraf, bezien vanuit de achteruitkijkspiegel, een verhaal blijken te vormen. En als er al een happy end komt, staat dit op voorhand zeker niet vast.

The Martha Mitchell Effect

Netflix

Martha Mitchell is de vrouw van John. John Mitchell is de minister van justitie van Dick. Tricky Dick is de bijnaam van Richard. Richard Nixon is de president. De president van de Verenigde Staten is afgetreden vanwege Watergate. En het Watergate-schandaal zou er nooit zijn geweest zonder Martha.

Tenminste, dat laatste wordt beweerd door Richard Nixon, de man die er al een halve eeuw mee wordt geassocieerd. Martha Mitchell beweert op haar beurt overigens dat Nixon ervoor heeft gezorgd dat haar huwelijk is stukgelopen. En haar voormalige echtgenoot John kon ze geen van tweeën de baas en moest dat uiteindelijk met enkele jaren gevangenisstraf bekopen.

Terug naar Martha: ze was de traditionele Law & Order-man Nixon al meteen een doorn in het oog, vertellen ooggetuigen zoals politiek journalist Helen Thomas, Nixons campagnemedewerker Jeb Magruder en Witte Huis-jurist John Dean in The Martha Mitchell Effect (41 min.). Véél te luidruchtig. Eigenwijs bovendien. Ongeleid projectiel. Een vrouw, kortom, die haar plek niet kende.

In de tijd waarin Martha Mitchell groot werd deelden mannen de lakens uit in het publieke leven. Vrouwen werden geacht om een ceremoniële rol te vervullen en moesten zich in het bijzijn van hun echtgenoot gedragen als een onopvallend decoratiestuk: gedwee positie kiezend achter hun (witte) man, die met zijn Old Boys Network wel eens eventjes de wereld bestierde .

Dat was niets voor Martha Mitchell, een flamboyante verschijning die haar mening nooit onder stoelen of banken stak. Tot afgrijzen van de Republikeinse president, die haar man in 1972 had benoemd tot hoofd van zijn herverkiezingscampagne. Toen de Watergate-affaire losbarstte, werd zij een serieus bedrijfsrisico. Enter Martha Mitchell, ‘politiek gevangene’.

Dit verhaal, dat perspectief op één van de grootste schandalen uit de Amerikaanse politieke geschiedenis, nu precies vijftig jaar geleden, doet er nog altijd toe en wordt door de filmmakers Anne Alverguey en Debra McClutchy puntig opgediend, met smakelijke nieuwsbeelden, televisie-interviews met Martha en offscreen quotes van ‘tout Washington’.

The Martha Mitchell Effect wordt daardoor niet alleen een adequate Watergate-reconstructie, maar ook een treffend beeld van een tijd waarin achter elke succesvolle man een sterke vrouw mocht staan. Tenminste, zolang ze er maar niet achteruit kwam.

I, Sniper

Vice

‘Je hebt het gevoel dat je de families in de steek hebt gelaten.’ Steve Bailey veegt zijn tranen weg. De Amerikaanse agent heeft destijds de auto van het tweetal, met de spotter achter het stuur en zijn scherpschutter in de achterbak, staande gehouden, maar had niet door wie hij voor zich had. Uiteindelijk liet hij ze toch weer verder rijden. ‘We hadden ze’, constateert Bailey geëmotioneerd. ‘Mijn fout.’

De volstrekte willekeur van de moorden maakte het een stuk lastiger om hen in de kraag te grijpen. Natuurlijk, ze hadden een motief. Vooral hij, de 41-jarige Golfoorlog-veteraan John Muhammad. Lee Malvo, de Jamaicaanse tiener die daadwerkelijk de trekker overhaalde, was niet meer dan een werktuig. De dodelijke slachtoffers die ze samen maakten hadden feitelijk maar één ding gemeen: ze waren op het verkeerde moment op de verkeerde plek.

In het najaar van 2002, ruim een jaar na de aanslagen van 11 september 2001 en enkele maanden voor de Amerikaanse inval in Irak, begon het duivelse duo aan zijn beulswerk. Ze zouden uiteindelijk een hele serie dodelijke slachtoffers maken in de omgeving van Washington. Gewone, volstrekt onschuldige mensen. Op laffe wijze afgemaakt. Tankend bij het benzinestation. Zittend voor hun eigen huis. Of rustig het gras maaiend. Vermoord omdat Muhammad zijn woede op de wereld moest koelen en de outcast Malvo als was in diens handen was.

Vanuit de Red Onion State Prison te Virginia doet die laatste nu, via gesprekken met de gevangenistelefoon van maximaal een kwartier, zijn relaas in I, Sniper (308 min.). Daartegenover staan de huiveringwekkende verhalen van overlevenden, nabestaanden en politiemensen die jacht op hen maakten. De filmmakers, onder leiding van regisseur Ursula Macfarlane, hebben zich bovendien toegang verschaft tot ex-geliefden, familieleden en vrienden van het moordduo. Zij kunnen van binnenuit hun totale ontsporing duiden.

Deze achtdelige documentaireserie schetst hoe de terreurcampagne van Muhammad en Malvo huishoudt in de betrokken gemeenschap. Er ontstaat bijvoorbeeld een massale klopjacht op een man uit het Midden-Oosten en een kleine witte truck, terwijl de verdachten in werkelijkheid zwart waren en rondreden in een donkere Chevrolet Caprice. Schietend, welteverstaan. Alsof ze op een militaire missie waren. Maar tegen wie of wat? En hoe zijn ze gekomen tot hun ogenschijnlijk willekeurige wraakactie? Is er een levenspad denkbaar dat op een logische manier naar dit soort blinde woede leidt?

I, Sniper is groots aangepakt, dramatisch getoonzet en meeslepend gemonteerd. Een tragische geschiedenis die zich stap voor stap ontvouwt, steeds spannender wordt en onderweg ook aan diepte en betekenis wint. Totdat het drama in zijn volledige omvang zichtbaar is geworden. Geen gemakzuchtige trashy true crime dus, maar een gelaagd psychologisch portret van een jeugdige scherpschutter, diens getormenteerde leermeester en de wereld die zij ongenadig opschudden, met talloze verwoeste levens tot gevolg. Een vrijwel vergeten schokgolf die een kleine twintig jaar later hier en daar nog altijd nadreunt.

A Perfect Candidate

Misschien droomden ze ervan om de Republikeinse James Carville en George Stephanopoulos te worden. Die hadden twee jaar eerder Bill Clinton het Witte Huis in geholpen en waren zelf via de meeslepende weerslag daarvan, de klassieke campagnedocu The War Room, uitgegroeid tot sterren van de Democratische partij. Seniorstrateeg Mark Goodin en communicatiedirecteur Mark Merritt mikten in 1994 op een senaatszetel voor de Amerikaanse staat Virginia.

Ze moesten een al even omstreden kandidaat in het zadel helpen: luitenant-kolonel Oliver North, de centrale figuur van het zogenaamde Iran-Contra-Schandaal. Namens de Regering Reagan had North halverwege de jaren tachtig clandestien wapens geleverd aan de toenmalige aartsvijand Iran. Met de opbrengst werden vervolgens stiekem rechtse Contra-rebellen in Nicaragua gefinancierd. Zijn baas Ronald Reagan werd er ernstig door in verlegenheid gebracht.

‘Ollie’ ziet enkele jaren later niettemin A Perfect Candidate (105 min.) in zichzelf. Een ideale vertolker van het sentiment van de gewone man. En de beide Marks, Goodin en Merritt, halen alles uit de kast om hem namens Virginia naar Washington te brengen. Daarvoor moeten ze één belangrijke horde nemen: de zittende Democratische senator Chuck Robb, een ideale schoonzoon (van voormalig president Lyndon Baines Johnson, om precies te zijn) die de voorgaande jaren echter onder vuur is komen te liggen vanwege een buitenechtelijke affaire met Miss Virginia en vermeend cocaïnegebruik.

Oliver Norths messcherpe huurwoordenaars ruiken bloed. Hoe kunnen ze in debatten en met vileine campagnespots de traditionele ‘liberal’ Robb definitief vloeren en intussen hun eigen populistische kandidaat het beste positioneren om diens plek te confisqueren? Ze kiezen daarbij voor ‘wedge issues’, thema’s waarover veel verschil van mening is, die opvallend modern aandoen: het behouden van de ‘Confederate Flag’, de vooringenomenheid van de mainstream media (MSM) en een verstikkend maatschappelijk klimaat dat we tegenwoordig ‘woke’ zouden noemen.

Terwijl North enthousiast wordt onthaald in het heartland, over zijn persoonlijke band met de Heer spreekt in een kerk en eens lekker gaat schieten (hij zou later niet voor niets president van de NRA worden) laat ook zijn tegenstrever Robb zich niet onbetuigd: ‘Mijn opponent is een documenten-vernietigende, Grondwet-vertrappende, opperbevelhebber-bashende, Ayatollah-liefhebbende, wapenhandelende, misdadigers beschermende, curriculum-verbeterende, Noriega-knuffelende, Zwitsers bankierende, wetbrekende, zwendelende, egoïstische, tweedehands autoverkoper, die het verschil niet kent tussen de waarheid en een leugen.’

Don Baker ziet het allemaal misprijzend aan. De journalist van The Washington Post fungeert in deze fijne campagnefilm van R.J. Cutler en David Van Taylor uit 1996 als de stem van de rede, een man die met dichtgeknepen neus het politieke theater aanschouwt en becommentarieert. Wellicht voelt hij ook een heel klein beetje compassie met North, die bepaald geen natuurtalent lijkt. Geen politicus bijvoorbeeld die zo klunzig een brok in zijn keel kan veinzen als ‘Ollie’. Voor het duo Goodin en Merritt kan hij niettemin een belangrijk voertuig naar politiek sterrendom zijn.

Us Kids

Cargo Films

‘No way to prevent this, says only nation where this regularly happens’, kopt de satirische website The Onion steevast na elke uitbarsting van vuurwapengeweld in de Verenigde Staten. Zoals het leeuwendeel van de politici dan ‘thoughts & prayers’ offreert, de National Rifle Association (NRA) roept dat alleen een ‘good guy with a gun’ die ‘bad guy with a gun’ een halt toe kan roepen en voorstanders van strengere wapenwetten tevergeefs echte hervormingen eisen. En dan wordt het al snel weer stil. Tot de volgende geweldseruptie.

Deze rituele dans werd ook weer met verve opgevoerd na de zogenaamde Parkland-school shooting in Florida op 14 februari 2018, waarbij veertien leerlingen en drie schoolmedewerkers de dood vonden. De overlevenden, scholieren van de Marjorie Stoneman Douglas High School, namen er alleen geen genoegen mee. Ze begonnen zich uit te spreken voor stringentere wapenwetten en tegen het grote geld dat politici al sinds jaar en dag aannemen van de wapenindustrie. Hun activiteiten mondden op 24 maart uit in de March Of Our Lives, die in Washington en bijna negenhonderd andere Amerikaanse steden een enorme mensenmassa op de been bracht en van leerling Emma Gonzalez – ze hield zes minuten en twintig seconden, precies de tijd die de schutter nodig had, haar mond op het podium – een soort ster maakte.

In Us Kids (96 min.) volgt regisseur Kim A. Snyder, die eerder een korte en een lange documentaire maakte over de gruwelijke moordpartij op de Sandy Hook-basisschool in Newtown, hoe het de groep Parkland-leerlingen in de achttien maanden na de tragedie vergaat. Ze worden al snel omgeven door scepsis (wat weten die jonkies nou?) en verdachtmakingen (het zijn acteurs, marionetten van die vervloekte ‘liberals’) en op sommige plekken zelfs opgewacht door zwaarbewapende verdedigers van het ‘second amendment’, het artikel uit de Amerikaanse grondwet dat het recht om een wapen te dragen beschermt. Gezichten van de beweging zoals David Hogg en Cameron Kasky worden – opnieuw – doelwit van destructieve krachten als ze de NRA de genadeklap proberen toe te brengen.

Bijzonder aangrijpend is het verhaal van Samantha Fuentes, die gewond raakte bij de schietpartij en zag hoe haar klasgenoot Nick Dworet, een talentvolle zwemmer, voor haar ogen stierf. Terwijl ze contact onderhoudt met diens jongere broer Alex, die zelf ook verwondingen opliep bij de school shooting, probeert ze het podium dat haar door de tragische gebeurtenissen wordt geboden zo goed mogelijk te benutten. Tot kotsen aan toe. Want tegelijkertijd kampt ze met de trauma’s die ook sommige andere participanten steeds meer parten beginnen te spelen.

Us Kids is een empathisch portret van een groep activisten tegen wil en dank. Zij vertegenwoordigen een nieuwe generatie Amerikanen, die de hoop op een betere wereld nog niet heeft verloren. Snyder weet hun tragische strijdbaarheid perfect te vangen en geeft die bovendien kleur met een eigentijdse soundtrack met bijdragen van onder anderen Andra DayLCD Soundsystem en Michael Kiwanuka (waarbij ook Sam Fuentes zelf nog enkele hartroerende liedjes ten gehore brengt).

Intussen is er enkele jaren later, alle inspanningen van de kids ten spijt, nog altijd weinig veranderd. Of het moet zijn dat de NRA onlangs zijn faillissement heeft aangevraagd. De cynische oneliner van The Onion zorgt echter nog steeds regelmatig voor een grimlach in ‘Merica.

The Dissident

Het begint bijna een trend te worden: meerdere Amerikaanse documentaires over één en hetzelfde onderwerp, die binnen een kort tijdsbestek worden uitgebracht. Na concurrerende films over Trump-fluisteraar Roy Cohn, misbruik in de Amerikaanse turnwereld en zangeres Whitney Houston zijn er nu twee ambitieuze producties over de moord op de Saoedische journalist Jamal Khashoggi: eerst Kingdom Of Silence van Rick Rowley, geproduceerd door het bedrijf van Alex Gibney. En nu The Dissident (117 min.) van Bryan Fogel, die met zijn vorige film Icarus, over het Russische dopingschandaal, een Oscar won.

Fogels voornaamste troeven zijn Jamal Khashoggi’s verloofde Hatice Cengiz en zijn jongere vriend Omar Abdulaziz Akzahrani, die samen met hem (online) de strijd aanbond met het huidige Saoedische regime. Behalve hun herinneringen aan de man en aan wat zij aan zijn zijde meemaakten hebben ze ook audio-opnamen van persoonlijke telefoongesprekken en appverkeer beschikbaar gesteld. Die geven echt inzicht in Khashoggi’s belevingswereld en hoe hij steeds nadrukkelijker de hete adem van de wraakzuchtige Saoedische kroonprins Mohammad bin Salman (MBS) in zijn nek begint te voelen.

Ook het gevecht op sociale media om de befaamde dissident monddood te maken of juist een stem te geven krijgt een prominente plek en is met animaties meeslepend verbeeld in deze sowieso bijzonder vet vormgegeven film. Deze tweede Khashoggi-docu concentreert zich daarnaast vooral op het onderzoek naar de marteling en moord, met daarin ook een prominente rol voor enkele medewerkers van het Turkse justitieapparaat. Zij hebben de gruwelijke gebeurtenissen op 2 oktober 2018 op het Saoedische consulaat in Istanboel tot in detail uitgespit.

Khashoggi’s complexe levensloop, zijn positie in de recente historie van Saoedi-Arabië en de ingewikkelde relatie van dat land met de Verenigde Staten (van president Donald Trump) worden in Kingdom Of Silence, dat de kwestie meer met een helikopterview bekijkt, echt beter uitgediept. De Jamal Khashoggi van The Dissident lijkt vooral een typische Hollywood-held: een koene ridder, zonder smetjes of krasjes, die zich met gevaar voor eigen lijf en leden verzet tegen dictatoriale tendensen in zijn geboorteland. Hoewel ook Bryan Fogel dus een knap gemaakte en enerverende documentaire over deze onverkwikkelijke kwestie heeft afgeleverd, verdient Rick Rowleys film daardoor toch de voorkeur.

Kingdom Of Silence

Showtime

Hij was gaandeweg verworden tot persona non grata in het land dat hij jarenlang had gediend en vertegenwoordigd. Toen Jamal Khashoggi na zijn verbanning uit Saoedi-Arabië in 2017 venijnige columns over het nieuwe regime begon te publiceren voor de Amerikaanse krant The Washington Post, was hij ook zijn leven niet meer zeker. Wetende hoe dat uiteindelijk op 2 oktober 2018 zou eindigen, in een geïmproviseerde martelkamer op de Saoedische ambassade te Istanboel, grenst zijn moed om zich toch te blijven uitspreken aan het ongelooflijke.

Tegelijkertijd toont Kingdom Of Silence (98 min.) ook hoe gecompliceerd Khashoggi’s leven was. Tijdens zijn lange loopbaan raakte hij bijvoorbeeld bevriend met de jonge Osama Bin Laden en was hij zowel voorstander van de omstreden Irak-oorlog als van de Arabische Lente. Als prominente journalist en opiniemaker onderhield hij bovendien nauwe banden met een bepaalde tak van de Saudische koninklijke familie, die geleidelijk aan uit de gratie zou raken. Net als hijzelf. Jamal Khashoggi werd zo de verpersoonlijking van het voortdurende gekonkel in het Saoedische koninkrijk en de giftige relatie van het land met de altijd weer berekenend opererende Verenigde Staten.

Met zijn echtgenote en Saoedische en Amerikaanse vrienden, collega’s, diplomaten en politici belicht documentairemaker Rick Rowley zowel het leven van de man als de ontwikkeling van zijn land. Waarbij Khashoggi steeds nadrukkelijker in het vizier kwam van kroonprins en minister van defensie Mohammad bin Salman, voor het gemak ook wel MBS genoemd. Als in: MBS wilde hem een kopje kleiner maken. Hij zag uiteindelijk zijn kans schoon omdat er in de Verenigde Staten een man aan de macht was, die het Saoedische bewind geen enkele beperking meer oplegde, zolang het maar voor olie en dollars bleef zorgen. ‘Het gaat mij om Amerika’, aldus president Trump. ‘We gaan niet honderden miljarden dollars aan orders opgeven, zodat Rusland of China die van ons kunnen afpikken. Voor mij is het heel simpel: America first.’

De cynische Amerikaanse diplomaat David Rundell windt er in deze sterke documentaire, die uiteindelijk afstevent op een onontkoombare dramatische climax, ook al geen doekjes om. ‘We hebben politieke en economische redenen om een relatie te onderhouden met Saoedi-Arabië. Saoedi-Arabië is een strategische partner. En dat is uiteindelijk belangrijker dan de dood van één enkel mens.’

Inmiddels is er een tweede grote documentaire uitgebracht over de Khashoggi-affaire, The Dissident van Oscar-winnaar Bryan Fogel. Deze film concentreert meer op de moordzaak zelf en plaatst die slechts beperkt in de recente Saoedische historie en relatie met de Verenigde Staten.

Dick Johnson Is Dead

Netflix

Dick Johnson gaat dood. Net als zijn echtgenote Catie Jo. Sterker: die is al dood. Een heup gebroken en daarna verder in het slop geraakt. Alzheimer ook. Dick wordt op straat verpletterd door een computer die uit het raam valt. Of hij dondert met een genadeloze klap van de trap. Of hij wordt op straat door een werkeman per ongeluk voor zijn kop geslagen met een stuk hout. Of…

‘Het is net Groundhog Day’, zegt hij zelf. Zijn dochter filmt Dick Johnson op weg naar de dood. Ze oefent dat einde alvast met hem, als het ware. Zodat zij, Kirsten Johnson, aan het idee kan wennen, waarschijnlijk. En dus wordt dit in wezen kleine verhaal, van een man die stilaan afscheid moet nemen van het bestaan, op een glorieuze wijze aangekleed met fatale ongelukken en ravissante sequenties, waarin Dicks idee van de hemel (of wat zijn dochter zich daarbij voorstelt) wordt verbeeld.

Als de voormalig psychiater begint te kampen met vergeetachtigheid (‘Ik val uit elkaar’) besluit hij bovendien om zijn huis in Washington te verlaten en bij haar in te trekken in New York. ‘We lijken wel gek’, zegt Kirsten. ‘Maar het probleem is dat ik anders niet bij je in de buurt ben’, meent haar vader. ‘Zo is het’, beaamt zij. ‘Ik ruil dit huis zo in om bij jou te zijn’, zegt Dick met de liefste glimlach van de wereld. ‘Geen twijfel over mogelijk. Daar hoef ik niet over na te denken.’ Kirsten klinkt ontroerd: ‘Dat gevoel heb ik ook.’

‘Soms hebben mensen het gevoel dat het op een bepaald ogenblik niet meer hoeft’, snijdt zij, een kwartier verderop in de film, als hij al lang en breed bij haar inwoont en zienderogen achteruit gaat, een lastig thema aan. ‘Daarvoor hou ik te veel van het leven’, stelt Dick. Kirsten houdt echter aan: ‘Dus je wilt wel blijven leven tot het punt waarop mam was, toen ze niet meer kon communiceren?’ Hij haalt zijn beste glimlach weer voor de dag. ‘Ik denk het wel. Maar je mag me ook euthanaseren. Overleg het eerst even met me.’

Met een lichte toets koersen vader en dochter in deze bijzonder grappige, buitengewoon vertederende en zeldzaam aangrijpende documentaire zo af op een ronduit briljante slotscène. Waarbij op voorhand natuurlijk al vaststond dat deze film maar op één manier kan eindigen: Dick Johnson Is Dead (90 min.).

The Swamp

Matt Gaetz (l) & Thomas Massie (r) / HBO

‘Ik ben deze speld ‘precious’ gaan noemen’, zegt het Republikeinse volksvertegenwoordiger Thomas Massie terwijl hij de officiële speld die aantoont dat hij lid is van het Amerikaanse congres laat zien. ‘Als je ooit Lord Of The Rings of The Hobbit hebt gezien, weet je dat zo’n ding beïnvloedt hoe je denkt. Je komt hier als een hobbit, doet die speld op en wordt binnen de kortste keren Gollem.’

En als je besluit om het spel met lobbyisten, partijleiders en donoren niet mee te spelen, zoals diezelfde Massie probeert, word je al snel een buitenbeentje in Washington en komt er ook geen geld meer jouw kant op. Zodat direct je herverkiezing, elke twee jaar voor een congreslid, in gevaar komt. Zo houdt The Swamp (115 min.) zichzelf in stand en verliest de volksvertegenwoordiging intussen elke geloofwaardigheid bij gewone Amerikanen.

Donald Trump afficheerde zich niet voor niets met de campagneslogan ‘drain the swamp’, een voornemen dat toen hij eenmaal was verkozen trouwens meteen in de prullenbak belandde. Daarmee geconfronteerd zit zelfs Matt Gaetz, Trumps grootste fan in het parlement en de belangrijkste hoofdpersoon van deze slimme en vermakelijke film van Morgan Pehme en Daniel DiMauro (die eerder Get Me Roger Stone maakten), even met zijn mond vol tanden.

De blitse Gaetz, tandpastasmile en gebeeldhouwd kapsel, is een man met vele gezichten. Enerzijds is hij een overtuigd pleitbezorger van initiatieven met Democraten om de campagnefinanciering te hervormen en het congres te revitaliseren, anderzijds fungeert hij als een Republikeinse bloedhond die zeker tijdens het impeachmentproces tegen Trump steeds weer ten strijde trekt tegen de verfoeide tegenpartij.

Als een verliefde puber belt hij vervolgens ‘zijn’ president om de lof daarvoor in ontvangst nemen. Een ideale protagonist kortom voor deze antropologische kijk op het Amerikaanse politieke systeem, dat aan alle kanten piept en kraakt en, daarover zijn de opgevoerde Democraten en Republikeinen het wel eens, zou moeten worden vrijgemaakt van extreme partijpolitiek en de nefaste invloed van het grote geld.

Die reduceren op zichzelf integere parlementariërs tot voortdurend om een financiële bijdrage bedelende en binnen de lijntjes kleurende kwezels. Maar wie heeft er de politieke moed om, in de woorden van Thomas Massie (die een stem tegen Trump eerder dit jaar overigens moest bekopen met een tegenstrever in de voorverkiezingen van zijn partij), die vermaledijde congresspeld in de Doemberg te gooien?