De Kift: Water Wieg Me – Een Muzikale Ode Aan De Droefenis

NTR

Schrijven begint met luisteren. Het opzuigen van verhalen, er vervolgens even op kauwen en ze dan weer op geheel eigen wijze uitspugen. In teksten, in muziek. Ferry Heijne, zanger van de ‘poëtische fanfarepunkband’ De Kift, vaart letterlijk uit om persoonlijke getuigenissen van buitengewone gewone Nederlanders op te tekenen.

Met zijn boot belandt hij in De Kift: Water Wieg Me – Een Muzikale Ode Aan De Droefenis (53 min.) bijvoorbeeld bij Bas. De man rouwt om het verlies van zijn twintigjarige dochter Belle, die enkele jaren geleden tijdens een wandeling in het park werd getroffen door een blikseminslag. Heijne verwerkt diens ervaringen in een verklanking van het gedicht Melopee van Paul van Ostaijen. Over de vergankelijkheid van het bestaan.

‘Langs het hoogriet / Langs de laagwei / Schuift de kano naar zee / Schuift met de schuivende maan de kano naar zee’

In deze fraaie, gestileerde film van Sanne Rovers ontmoet Ferry Heijne verder een Iraakse schrijver die dreigde te verpieteren in een asielzoekerscentrum, een vrouw met liefdesverdriet én een woonboot en een oudere man die voelt dat zijn lichaam stilaan begint te haperen. En onvermijdelijk komt Heijne onderweg ook zichzelf tegen – en zijn vader, die bijkans bij toeval ook jarenlang deel uitmaakte van De Kift.

En als de hoofdpersonen uiteindelijk te horen krijgen wat Ferry en zijn muzikale kompanen, die her en der, als vanzelfsprekend, in het oer-Hollandse decor opduiken om hun muziek ten gehore te brengen, van hun getuigenissen hebben gemaakt, vloeien beeld en muziek helemaal samen tot een lekker melancholische lofzang op het leven.

De Spelende Mens


De speelfilm van het jaar, luidt de slimme tagline van deze korte documentaire van Sanne Rovers, die onlangs de publieksprijs won op het Go Short International Film Festival. Die slogan moet je letterlijk nemen. Als in: spelen – zich met een spel vermaken, bezighouden (Van Dale). En daarin slaagt ook deze speelfilm (Van Dale: film waarin acteurs optreden) zelf.

De Spelende Mens (26 min.) dus. De optredende acteurs houden zich onledig met modelvliegtuigen, hoepelen en voetbal. Ze skateboarden, sjoelen en zwemmen als een zeemeermin. En ze doen in hun landrover mee aan de Warrior 4×4 Challenge, binden als woeste vikingen de strijd met elkaar aan als Larpers van Oneiros en raken zichzelf helemaal kwijt in ‘sjamanistische dansmeditaties’. ‘Voel je vrij om de structuur los te laten en het lichaam verder te laten doorsmelten’, voegt dansinstructeur Marold Emmelkamp die laatsten toe.

En zo laat Spelend Nederland zich in allerlei verschillende gedaanten kennen. Geïnspireerd, sociaal en fanatiek. Alsof je ze vanuit de bosjes, aan de zijlijn of gewoon vanaf een tribune bespiedt. Zonder commentaar worden al die spelers (iemand die een spel speelt, acteur, lid van een ploeg spelers, aldus Van Dale) hier gepresenteerd. Volledig opgeslokt door hun eigen activiteiten, hun momentjes van extase, concentratie en (zelf)overwinning vierend als het leven zelf. Gericht op zichzelf, maar ook op elkaar.

Hoe breng je al die ‘verhalen’ bij elkaar? Niet. Of beter: via beeld (het effectieve camerawerk van Diderik Evers en de virtuoze montage van Albert Markus) en geluid (het weelderige sounddesign van Jesse Koolhaas). De Spelende Mens, naar een idee van Lara Aerts, is een filmische ontdekkingsreis langs ogenschijnlijk zinloze activiteiten, die als succesvol sociaal smeermiddel werken. Geen lineair verteld verhaal. Geen journalistieke exercitie ook.

Spielerei (Van Dale: gespeel, spel(letje), beuzelarij, aardigheidje), zou je kunnen zeggen. Die ervoor zorgt dat je al die naamloze Nederlanders voor even, heel even, in je hart sluit. En je overgeeft aan het succesmomentje van jouw eigen particuliere spel en er een stukkie over schrijft. Dit stukkie.