Blue Monday

Chester / KRO-NCRV

Zij kijken recht in de camera. En wij als kijkers een héél klein beetje in hun ziel. ‘Ik ben wel heel erg geneigd te geloven dat dit voor mij de juiste zoektocht en de juiste weg is’, zegt Jerry Allon, een dertiger die wil weten wie zijn biologische vader is. ‘En als dan blijkt dat het allemaal een platte ziekte is die mij gewoon maar op een spoor zet waar ik eigenlijk niet op had moeten zitten, zou ik dat wel erg vinden.’ Hij denkt hardop verder en concludeert vervolgens: ‘Dan ben ik toch zieker dan ik dacht.’

Dat is ook het lastige van psychoses, constateert hij in Blue Monday (55 min.), een documentaire van Ingrid Kamerling (die tevens werkzaam is als psycholoog en eerder al het thematisch verwante Rusteloze Zielen, Scènes uit de TBS maakte). Je overtuigingen blijven in eerste instantie doorgaans dicht bij de realiteit en gaan er dan steeds meer langs lopen, Totdat je, zo heeft Jerry ervaren, helemaal vast zit in een horrorwereld. Los van de psychiatrische problematiek zelf moet dat een enorme mindfuck zijn. Als je jezelf al niet meer kunt vertrouwen…

Chester heeft soortgelijke ervaringen. Hij kent beide kanten van de medaille. De euforie: ‘Het is alsof je ineens door hebt hoe het universum werkt.’ En het diepe, diepe dal: ‘Ik dacht letterlijk dat ik in de hel was, om gemarteld te worden.’ Joyce is dan weer geneigd om zichzelf pijn te doen en heeft bij de stemmen die ze hoort ook nog eens elementaire vragen: ‘Wanneer is iets een psychose en wanneer is iets een spirituele crisis?’ Van de medische wereld heeft ze op dat vlak weinig te verwachten. Die willen de stemmen simpelweg wegdrukken met medicatie. ‘Ze vragen nooit: wat zeggen de stemmen?’

Kamerling geeft haar hoofdpersonen in Blue Monday alle gelegenheid om hun diepste zielenroerselen te delen en dringt zo echt door tot hun belevingswereld, die ze verder vervat in lange close-up shots en stemmige beelden van bovenaf of met opmerkelijk veel hoofdruimte. De drie hoofdpersonen maken daardoor een kwetsbare en onthechte indruk, die nog eens wordt versterkt door het weelderige geluidsdecor en de stemmige muziek. Het is duidelijk: Jerry, Chester en Joyce voeren elk hun eigen eenzame strijd, die bij anderen vaak voor onbegrip zorgt.

Aan het eind van de tunnel lijkt echter licht te gloren. Tijdens de film beginnen ze heel voorzichtig weer contact te maken met de buitenwereld, waarvoor zij soms zo vreemd lijken – en die voor hen ook vaak vreemd aanvoelt.

Rusteloze Zielen: Scènes Uit De TBS

VPRO

Een hand speelt met een streng haar. Één enkel oog in een extreme close-up. Het oog zingt. ‘Couldn’t look you in the eye.’ Creep, Radioheads eerste hit. Ook de lippen vallen in. ‘I wish I was special. So fuckin’ special’. Een jonge vrouw, één met de woorden van zanger Thom Yorke. ‘But I’m a creep. I’m a weirdo. What the hell am I doing here?’ Ze wordt afgebroken voordat ze ‘I don’t belong here’ kan zingen.

Zij is ter beschikking gesteld. Veel meer dan die mond, de hand en dat oog krijgen we niet te zien van haar. ‘Ik ben geen lelijk persoon. Ik zie er wel goed uit’, zegt ze, buiten beeld. ‘Maar soms als ik in de spiegel kijk, zie ik weer helemaal dat verminkte gezicht. En omdat ik ooit eens een keer slachtoffer was, voordat dit allemaal begon in de TBS, ben ik dader geworden.’

De korte documentaire Rusteloze Zielen: Scènes Uit De TBS (25 min.) van Ingrid Kamerling richt zich niet op het dagelijks bestaan van TBS-patiënten, hun leefomstandigheden of het nut van de opgelegde maatregel. Dit is een zinnenprikkelende film over hoe enkele patiënten van de Utrechtse Van der Hoeven Kliniek in het reine willen komen met het verleden en hun leven ten goede proberen te keren. 

Óók, of júist, als ze een verpletterende boodschap hebben gekregen. ‘Je moet je richten op een leven binnen’ kreeg een andere jonge vrouw te horen. ‘Je komt nooit meer buiten.’ Het waren niet eens de stemmen in haar hoofd die spraken. Die haar eerder tot brandstichting hadden aangezet. En die haar nu vertellen dat de theaterdocent haar eigenlijk niet op het podium wil en steeds minder tekst zal geven.

Terwijl ze eigenlijk snakt naar dat spel. ‘Als je lang in TBS zit, word je niet meer aangeraakt. En als we samen spelen, raken we elkaar ook heel veel aan. En dat is gewoon heel fijn.’ En, ook niet onbelangrijk: de stemmen vallen stil. Even. Het geeft haar, en de andere deelnemers aan een theaterproject, wellicht de kans om binnenbrandjes te blussen en een nieuw beter ik te exploreren.

‘In de bajes zit je om wat je gedaan hebt…’, vertelt een doek in Delfts blauw. ‘In de TBS om wat je te doen hebt…’ Het is een opdracht waarmee ieder voor zich worstelt. Kamerling slaat dat proces van heel dichtbij gade en dringt zo door tot het zielenleven van haar personages, terwijl ze hen toch niet nodeloos onder het vergrootglas legt. Een nerveus tappende voet, voortdurend wrijvende vingers en een licht trillende haardos. Impressies uit levens in de pauzestand, die toch niet stil kunnen blijven staan.

Rusteloze Zielen: Scènes Uit De TBS is hier te bekijken.

Bedlam

PBS

‘Budi-budi-boop!’, ratelt Johanna. ‘Ik hou van iedereen’, voegt ze eraan toe. ‘Budi-budi-boop! Mijn waarheid zal me vrijmaken.’ Een arts van de psychiatrische Eerste Hulp in Los Angeles probeert haar ondertussen vragen te stellen, maar de 23-jarige vrouw raast in een manisch tempo door. ‘Budi-budi-boop! Ik zag hoe Michael Jackson stierf. Budi-budi-boop. Ik ben niet wie ik ben, begrijp je wel?’

Medicatie wil Johanna echter niet. Als blijkt dat er echt niet met haar valt te praten, krijgt ze uiteindelijk, onder enige dwang, tóch een spuit toegediend. Die brengt haar even onder zeil. De jonge Amerikaanse vrouw is gediagnosticeerd met een bipolaire stoornis en zit midden in een psychotische episode.

Een jaar later oogt dezelfde Johanna een stuk rustiger. Na een periode van in en uit het ziekenhuis is ze nu weer thuis. En flink aangekomen, dat ook. Waarschijnlijk als gevolg van de medicijnen die ze voorgeschreven heeft gekregen. Met die pillen is Joanna nu al enkele maanden gestopt, vertelt ze echter monter aan haar bezorgde vader.

Als de Amerikaanse filmmaker Kenneth Paul Rosenberg, zelf ooit opgeleid tot psychiater, haar weer een jaar later opnieuw thuis opzoekt, zijn de gevolgen daarvan direct zichtbaar: Johanna heeft zichzelf helemaal volgetekend met viltstift, haar woning is een bende en ze dendert weer in een nét iets te hoog tempo door de dag.

Het is een even pijnlijk als vertrouwd beeld, dat enkele malen terugkeert in de documentaire Bedlam (84 min.): van gewone mensen met een psychiatrische aandoening die even lijken op te krabbelen en dan toch weer een terugval hebben. Hun bipolaire stoornis of schizofrenie laat zich nooit definitief de kop indrukken.

In veel westerse landen belanden zulke ‘verwarde mensen’ tegenwoordig eerder op straat of in de cel dan op een plek waar ze echt worden behandeld, stelt Rosenberg. Hij plaatst dat in z’n historische kader: het sociale vangnet dat ooit was opgetuigd, is vanaf de jaren zeventig op een zodanige manier toegetakeld dat het tegenwoordig letterlijk levensgrote gaten bevat.

De filmmaker weet waar hij over praat: zijn eigen zus heeft tientallen jaren met ernstige psychiatrische problemen gekampt. En Rosenbergs gezin met haar. Dat familieverhaal verweeft hij in Bedlam best soepel met pogingen om de psychiatrische zorg te verbeteren en de lotgevallen van enkele doktoren en patiënten die hij gedurende enkele jaren geregeld heeft opgezocht met de camera.

Zoals Johanna, de verpersoonlijking van die bijzonder weerbarstige problematiek. ‘Wat het zo lastig maakt is dat je je een tijd behoorlijk normaal voelt’, zegt ze tegen het eind van de film, weer helemaal bij zinnen. ‘En dan ineens heb je een terugval.’

Thuishaven

Nederlandse Filmacademie

In de psychiatrie mag je als patiënt nog geen schilderijtje aan de muur hangen, zo wil het verhaal. Uiteindelijk moet het vizier immers altijd gericht blijven op een leven buiten de instellingsmuren. En dus is het niet de bedoeling dat je je tijdens de behandeling thuis gaat voelen.

De 55 bewoners van het Judith van Swethuis in Amsterdam zijn echter uitbehandeld en proberen, met de mogelijkheden en onmogelijkheden die hen zijn gegeven, zo goed en zo kwaad als dat gaat te leven. In Thuishaven (25 min.), zijn afstudeerfilm voor de Nederlandse Filmacademie, observeert Niels Beth hen in hun kleine, beschermde wereld.

Hij vangt zo enkele indringende inkijkjes in het (samen) leven met een beperking. Als bewoner Joost, die tot dan versuft in zijn stoel heeft gehangen, tijdens een bijeenkomst van de religiegroep bijvoorbeeld ineens de telefoon opneemt en een geanimeerd gesprek begint, leidt dit tot irritatie bij de man die op dat moment voorgaat in het gebed.

Hij maant Joost het gesprek te stoppen. ‘Hans, Hans, ik zit midden in een vergadering’, probeert deze zijn (denkbeeldige?) gesprekspartner af te breken, terwijl zijn tics intussen steeds heviger worden. ‘Nee, in een gebed zitten we’, reageert de voorganger geërgerd, waarna hij de draad weer probeert op te pakken. ‘Met David bidden we…’

Met zulke treffende scènes kleurt Beth het leven van de bewoners van het Judith van Swethuis overtuigend in. Hun begeleiders Tanja en Jeffrey fungeren daarbij als verteller. Dat is op zich wat ongemakkelijk: er wordt – overigens met respect en in vrij algemene termen – wel óver de bewoners van het huis gesproken, maar niet mét hen. Waarschijnlijk illustreert die keuze echter vooral het sociale onvermogen van de hoofdpersonen.