Advocate

Philippe Bellaïche / Homemadedocs

Het is een duivels dilemma, maar advocaat Lea Tsemel lijkt geen moment te twijfelen. Ze staat de 13-jarige Palestijnse jongen Ahmad bij. Hij zou in Pisgat Ze’ev, een wijk van Jeruzalem, een Joodse leeftijdsgenoot hebben neergestoken. Als de zaak wordt afgewikkeld vóórdat Ahmad veertien wordt, de minimumleeftijd waarop je in Israël kunt worden veroordeeld tot gevangenisstraf, kan hij ervan afkomen met jeugddetentie. Dan moet Ahmad alleen wel bekennen dat hij van plan was om de Joodse jongen te vermoorden, iets wat hij ten enen male ontkent.

Tsemel, een Israëlische ijzervreetster die van het verdedigen van politieke gevangenen haar levensmissie heeft gemaakt, laat de zaak voorkomen. Dat kan haar jonge cliënt duur komen te staan. Hoewel de puber tijdens een verhoor flink onder druk is gezet om te bekennen, blijft Tsemel een onwankelbaar vertrouwen houden in het Israëlische rechtssysteem. Ze wil bovendien voorkomen dat het imago van Palestijnse jongeren met een (valse) bekentenis verder wordt bezoedeld. Maar rechtvaardigt dat doel het risico dat ze neemt voor haar jeugdige cliënt?

In de messcherpe documentaire Advocate (109 min.) observeren Rachel Leah Jones en Philippe Bellaïche van héél dichtbij hoe Tsemel en haar Palestijnse collega Tareq Barghout, samen met de ouders van Ahmad, de verdediging van de jongen opzetten. Ahmad zelf is met animatie onherkenbaar gemaakt. Tussen de beraadslagingen en zittingen door wordt tevens het levensverhaal van de idealistische advocate zelf verteld, dat meteen dienst doet als een beknopte historie van het Israëlisch-Palestijnse conflict. Haar werk maakte van Tsemel en haar echtgenoot Michel Warschawski, die zich als journalist ook sterk maakt voor de Palestijnse zaak, paria‘s in hun eigen gemeenschap.

‘Zij kan ook geen einde maken aan de bezetting, ook al is ze er zelf waarschijnlijk van overtuigd dat dit nog tijdens haar leven gaat gebeuren, en mede dankzij haar’, zegt dochter Talila, die zich blijft verbazen over haar moeders strijdbaarheid. ‘Ik ben bereid om de prijs daarvoor te betalen, zodat er ruimte blijft voor een vrouw zoals zij.’ In de onderhavige casus is het echter wel de vraag of diezelfde Lea haar hand niet heeft overspeeld. Waarvoor de dertienjarige Ahmad nu wellicht de rekening krijgt gepresenteerd, in de vorm van een fikse gevangenisstraf.

Man On Wire

In de Oscar-winnende documentaire Free Solo stelt Alex Honnold zijn leven in de waagschaal voor een zelf opgelegd bovenmenselijk doel. Zonder enige vorm van zekering, free solo, wil hij de negenhonderd meter hoge bergwand El Capitan beklimmen. Als hij daarin slaagt, valt hem eeuwige roem ten deel. Anders wacht de peilloze diepte en een roemloze dood.

Ruim veertig jaar eerder wilde Philippe Petit, de hoofdpersoon van de eveneens Oscar-winnende documentaire Man On Wire (94 min.) uit 2008, koste wat het kost een soortgelijke megalomane prestatie leveren. In 1974 probeerde hij als koorddanser de Twin Towers van het New Yorkse World Trade Center te bedwingen. Via een koord tussen de twee torens, op ruim vierhonderd meter hoogte, liep de Fransman van de ene naar naar de andere kant.

Omdat hoogmoed niet altijd voor de val hoeft te komen, kan hij het nog steeds navertellen. ‘Het feit dat koorddansen wordt omringd door de dood maakt het fantastisch’, zegt Petit, een man die zichzelf graag hoort spreken en grote woorden bepaald niet schuwt, in dat karakteristieke Engels met een Franse inslag. ‘Want daardoor moet je het héél serieus nemen. Een heel klein foutje of een fractie van een seconde niet opletten, kan je je leven kosten.’

Behalve de waaghals zelf komen in deze boeiende film ook enkele handlangers aan het woord. Zij faciliteerden ‘de coup’ en riskeerden daarmee problemen met de wet. Want legaal was het natuurlijk niet om van de ene naar de wolkenkrabber te dansen. En wat als het fout zou aflopen? Philippe Petit had echter geen keuze. Hij was voorbestemd voor de Twin Towers – of zij voor hem. ’Hij kon niet meer verder leven als hij niet had geprobeerd om die torens te veroveren’, zegt zijn vriendin Annie. ‘Het voelde alsof ze speciaal voor hem waren gebouwd.’

Marsh reconstrueert Petits briljante/bezopen actie, waarmee hij in de hele wereld verbazing en bewondering oogst. De filmmaker kan daarbij teruggrijpen op een heel arsenaal archiefmateriaal en vult dit aan met nieuw geschoten beelden. Met die bouwstenen, bijeengehouden door weelderige klassieke muziek, fabriceert hij zowel een overtuigende narratief over ‘the artistic crime of the century’ als een fascinerende karakterschets van een man met meer geldingsdrang dan eigenlijk goed voor hem is.

Zo bezien zijn er inderdaad opvallende parallellen tussen Man On Wire en Free Solo. Er is ook een belangrijk verschil: waar Honnold niets te verliezen lijkt te hebben, wil Petit heel nadrukkelijk winnen.

Jacques Brel, Fou De Vivre

 

Hij leeft voort in zijn tijdloze chansons. Over VesoulRosa of Amsterdam. Jacques Brel kan zijn gehoor veertig jaar na zijn overlijden nog steeds in vervoering brengen. Hij zingt niet, hij vertelt muzikale verhalen. Met zijn gedragen stem, de zwierige gebaren waarmee hij die kracht bijzet en het expressieve hoofd dat grootse emoties communiceert en maar blijft transpireren.

De Belgische chansonnier Jacques Brel móest wel een ster worden, zo lijkt het nu. Maar de documentaire Jacques Brel, Fou De Vivre (90 min.) laat zien dat die conclusie alleen achteraf kan worden getrokken. Vóór het succes was er – gewoon – de twijfel, het onbegrip en de armoe. Jackie Brel had ook gewoon in zijn vaders kartonfabriek kunnen blijven steken. Als lid van de door hem verfoeide Brusselse Burgerij.

‘Waarom ben ik niet gewoon zoals de anderen gebleven? vraagt hij zich vertwijfeld af in deze documentaire van Philippe Kohly als al zijn pogingen, aan het begin van de jaren vijftig, om door te breken in Parijs steeds weer lijken te mislukken. In zijn eigen antwoord klinkt de romanticus door: ‘Omdat ik bang was om vroegtijdig dood te gaan, vroegtijdig oud te worden.’ Zou hij het menen? Of paste zo’n uitspraak ook wel bij wie Brel en plein publique wilde zijn?

In deze biopic, die ‘s mans acteercarrière slechts zijdelings behandelt, krijgt de zanger in elk geval ruim baan en vertelt hij, via talloze oude interviewfragmenten, zijn eigen verhaal. Een dominante verteller kadert die met verve in. Jacques Brel, Fou De Vivre is verder op smaak gebracht met enkele geanimeerde scènes en héél véél prachtig concertmateriaal. Van de zanger in optima forma, die niet zonder zijn publiek kon en eeuwig aan zichzelf bleef twijfelen – tot kotsen aan toe. Of zoals Brel zelf, in misschien wel zijn grootste evergreen, op dramatische toon zingt: Ne Me Quitte Pas.

0,03 Seconde

 

‘Iedereen kent de Olympisch kampioen’, stelt gouden medaille-winnaar Ferry Weertman in 0,03 Seconde (90 min.). ‘Maar hoeveel ken je er die tweede zijn geworden?’ Toch is het een ‘verliezer’ die je hart wint in deze documentaire over vijf zwemmers die vorig jaar deelnamen aan de Olympische Spelen in Rio de Janeiro.

Regisseur Suzanne Raes zet haar geld op de even kwets- als aaibare Femke Heemskerk. De andere helden van deze meeslepende film (titelfavoriet Ranomi Kromowidjojo en haar vriend Ferry, de ambitieuze Sebastiaan Verschuren en Heemskerks lange afstandsmaatje Sharon van Rouwendaal) zijn allemaal gepositioneerd rond de lotgevallen van de met haar vorm en gemoed worstelende Femke.

Heemskerks omgang met haar voormalige coach Marcel Wouda wordt geportretteerd als een liefdesaffaire die door omstandigheden niet kan worden geconsumeerd. Intussen zit ze opgescheept met de barse macho Philippe Lucas als trainer, een Franse variant op schaatscoach Peter Müller (die ooit z’n pupil Marianne Timmer verschalkte).

In een verlaten zwembad in het Franse Narbonne bezwijkt Femke bijna onder Lucas’ gestaalde regime, terwijl haar maatje Sharon er juist sterker en sterker van wordt. De beelden van topsporters die in afzondering gedwongen worden het uiterste uit zichzelf te halen behoren tot de grootste troeven van 0,03 Seconde.

Waarschijnlijk werd de sport zwemmen ook nooit eerder van zo dichtbij vastgelegd. Door het sublieme camerawerk, afgetopt met een weelderig geluidsdecor, is het bijna alsof je als kijker zelf onderdeel wordt van die voortdurende race tegen de klok, coach en concurrentie, die slechts een enkeling kan winnen.

De afloop van alle inspanningen (of wie welke medaille wint) mag dan bekend zijn, maar het hoe en waarom van de weg ernaartoe blijft fascinerend. Zeker omdat Suzanne Raes de opofferingen die de zwemmers en hun directe omgeving zich moeten getroosten voor Rio zo groots en tegelijk intiem in beeld brengt; kleine levens, in dienst van grote prestaties.

En Femke? Die schijnt weer terug te zijn bij Marcel.