Patrice: The Movie

ABC News Studios

Het leven lacht Patrice Jetter toe. De Afro-Amerikaanse vrouw, rond de zestig inmiddels, kan er niet over uit: ze heeft een fijne job als klaarover, kan helemaal wegdromen bij haar uitbundig aangeklede modeltreinenbaan en vormt samen met lief Garry Wickham bovendien een aandoenlijk kunstschaatsduo.

Dat leven is zo bijzonder dat ze er een film aan heeft gewijd: Patrice: The Movie (102 min.), geregisseerd door Ted Passon. Patrice heeft daarvoor tekeningen gemaakt van haar eigen leven. Ze gebruikt die als decor om haar eigen geschiedenis, met kinderen in de rol van haar ouders en andere sleutelfiguren uit haar kleurrijke bestaan, na te spelen. In een docu die laat zien dat het leven met een beperking ten volle kan worden geleefd – ook al was (en is) het lang niet altijd gemakkelijk.

Één ding zit de uitgesproken Patrice nog wel dwars. Garry en zij zijn verplicht aan het latten. Want als ze zouden trouwen raken zij hun uitkering kwijt. De twee voelen zich gestraft voor gevoelens die iedereen heeft. Ze mogen zelfs niet samen in een huis wonen. Patrice en Garry besluiten dus een soort huwelijksceremonie te organiseren, waarbij ze elkaar een ring gaan overhandigen. Die waren slechts twintig dollar per stuk, bij de Walmart. Want ze moeten wel op de centjes letten.

‘Ze kunnen de rambam krijgen’, zegt Garry strijdbaar. ‘Ze kunnen misschien tegenhouden dat we gaan trouwen of samenwonen, maar niet dat we van elkaar houden.’ Terwijl de twee zich voorbereiden op de ceremonie en de bijbehorende geldproblemen, nog eens verergerd door een kapotte rolstoelbus, proberen te tackelen, starten ze dus ook een campagne op tegen deze ‘huwelijksstraf’. Met hulp van hun autistische vriendin Elizabeth, die even gevoelig als doortastend en vindingrijk blijkt.

En daarmee heeft deze onweerstaanbare feel good-docu meteen een missie. Passon fietst er zo tegelijk, zonder dat zijn film ook maar een ogenblik topzwaar wordt, een groter thema in: de achtergestelde positie van Amerikanen met een functiebeperking. Een mensenrechtenkwestie waarvoor Patrice, Garry en hun vrienden de perfecte pleitbezorgers zijn. Hartveroverende personages, die voor een lach en een traan zorgen en van deze documentaire een héérlijke kijkervaring maken.

The Last Days Of Kabul

LOOKSfilm / Filippo Genovese

Aan het eind van de eerste aflevering van deze driedelige serie valt de Afghaanse hoofdstad Kaboel voor het eerst. De Taliban, fundamentalistische moslims die het land vijf jaar lang met ijzeren hand hebben geregeerd, worden afgezet door de Amerikanen. Die zijn een ‘war on terror’ gestart nadat Osama bin Ladens terreurorganisatie Al-Qaeda op 11 september 2001 een aanslag heeft gepleegd, waarbij de Twin Towers in New York zijn gesneuveld. Bin Laden woont dan al een tijdje in bij de Taliban.

De ‘bevrijding’ van Afghanistan in 2001 is het sluitstuk van ruim twintig jaar onrust in het Aziatische land. Na een inval van de Sovjets, die vervolgens worden verjaagd door Moedjahedien-strijders, raakt het land verzeild in een permanente burgeroorlog. Ergens onderweg, in vluchtelingenkampen in buurland Pakistan, wordt de basis gelegd voor wat de Taliban zal worden. En die laat zich niet definitief verjagen. Twintig jaar later, op 15 augustus 2021, valt Kaboel opnieuw en komen de Taliban weer aan de macht.

In The Last Days Of Kabul (uitzendtitel: De laatste dagen van Kaboel, 180 min.) nemen Bence Máté en Lucio Mollica de tijd om de aanloop naar de tweede machtsovername van de moslimfundamentalisten te schetsen met insiders uit binnen- en buitenland. Hun voornaamste troeven zijn ex-president Ashraf Ghani (2014-2021), een in het westen opgeleide diplomaat, en z’n vicepresident, de omstreden krijgsheer Abdul Rashid Dostum. Die opmerkelijke tandem symboliseert Afghanistans verscheurdheid, die het vrijwel onmogelijk maakt om echte vooruitgang te boeken.

Te midden van alle onenigheid moet Ghani een vrij en democratisch Afghanistan vormgeven. Daarnaast krijgt ie ook te dealen met de wispelturige Amerikanen en dienst hij zich de Taliban, in deze miniserie vertegenwoordigd door medeoprichter Sayed Abdul Wasi Motasim, van het lijf te houden. Als de Amerikaanse regering van Donald Trump, via diens zalvend lachende ambassadeur Zalmay Khalilzad, begin 2020 in Doha een zeer omstreden deal sluit met de (voormalige) vijand, zijn Ashraf Ghani’s dagen geteld.

Máné en Mollica nemen deze ontwikkelingen ook door met vooraanstaande Afghaanse vrouwen, zoals de mensenrechtenactiviste Asila Wardak en minister van vrouwenzaken Hasina Safi. De hoop die zij hebben als Kaboel voor het eerst valt in 2001 is twintig jaar later, aan het einde van deze stevig doortimmerde miniserie, totaal vervlogen. ‘Ik kon nog maar aan één ding denken’, vertelt de journaliste Farahnaz Forotan bijvoorbeeld, als haar begint te dagen wat er op stapel staat. ‘Hoe gaan de Taliban me aanvallen?’

Afghanistan lijkt weer volledig terug bij af.

De val van Kaboel is in de afgelopen jaren overigens al vaker onderwerp geweest van documentaireseries: Escape From Kabul (2022), Leaving Afghanistan (2022) en de Nederlandse serie Holland Gate – De Vlucht Uit Kabul (2026).

Poorten Van Europa

VPRO / Scenery

Grensmanagement én mensenrechten. Als de Nederlander Hans Leijtens in 2023 wordt benoemd tot uitvoerend directeur van het Europese grens- en kustwachtagentschap Frontex moet hij beide uitersten zien te verenigen: het samen met de kustwacht en grenspolitie van de individuele lidstaten bewaken van de Europese grenzen, zonder daarmee de mensenrechten te schenden van de migranten die het continent proberen te bereiken.

Het lijkt een onmogelijke balanceeract, die Frontex ook op veel kritiek is komen te staan, met name dat de organisatie ‘pushbacks’, het terugduwen van asielzoekers en migranten over de grens, heeft uitgevoerd of oogluikend heeft toegestaan. Aan Leijtens de taak om schoon schip te maken. Hij kiest daarbij onder andere voor ‘radicale transparantie’ en geeft Tomas Kaan, Els van Driel en Eefje Blankevoort voor deze vierdelige documentaireserie ogenschijnlijk ruimhartig toegang tot zijn organisatie.

Daarmee wordt deze ambitieuze productie een logisch vervolg op Shadow Game (2021), de documentaire over minderjarige vluchtelingen die door Europa zwerven op zoek naar een nieuw thuis, waarmee Van Driel en Blankevoort diverse (inter)nationale prijzen wonnen en die ook meerdere spin-offs opleverde. Poorten Van Europa (186 min.) verbindt de dagelijkse praktijk aan de grens, in safehouses, op zee en aan de kust met de werkelijkheid van het Frontex-hoofdkantoor in Warschau en het Europees Parlement.

De ervaringen van de vrijwilligers van Grupa Granica, die mensen helpen die door Poolse grenswachters dreigen te worden teruggeduwd naar Wit-Rusland, en de Noor Tommy Olsen, die met Aegean Boat Report rapporteert over incidenten op de Middellandse Zee tussen Turkije en Griekenland, staan regelmatig haaks op de boodschap die Leijtens en de betrokken Frontex-woordvoerders Reza Ahmari en Chris Borowski uitdragen. Zij worden soms met de nek aangekeken omdat ze voor de Europese grenswacht werken.

Bij de opleiding van nieuwe medewerkers vestigt Leijtens nadrukkelijk de aandacht op ethisch gedrag. Een fout mag, stelt hij. Maar wie doelbewust over de grens gaat, ligt eruit. ‘For sure.’ Tegelijk houdt de kritiek op zijn organisatie aan. Durft Leijtens wel een vuist te maken naar landen die het niet zo nauw nemen met de mensenrechten? vraagt Europarlementariër Tineke Strik (PRO) zich bijvoorbeeld af. Maakt hij zich zo niet medeplichtig aan de ogenschijnlijke straffeloosheid aan de Europese grenzen?

Incidenten genoeg. Van burgergrenscontroles in Nederland tot de intimiderende Libische kustwacht. Deze miniserie poogt het totale speelveld waarbinnen Frontex opereert – en op de huid wordt gezeten door kritische volgers zoals journalist Romy van Baarsen en de belangenorganisatie Refugees In Libya – in kaart te brengen. Zolang ze afhankelijk blijven van individuele landen, lijken Kaan, Van Driel en Blankevoort te betogen, is het de vraag of de Europese grenswacht niet een verloren wedstrijd speelt.

The Welcome Table

HBO Max

Aan een welkomsttafel op een dijk bij New Orleans, genaamd Bywater Levee, ontvangt documentairemaker Josh Fox (Gasland) de hoofdpersonen van zijn nieuwe film The Welcome Table (131 min.). Ze komen van heinde en verre, op de vlucht geslagen voor de gevolgen van klimaatverandering. ‘Hoe zijn we hier beland?’ vraagt hij zich halverwege af, in zijn deel van een duo voice-over met de Amerikaanse jazzzanger John Boutté, waarmee deze alarmistische documentaire wordt aangestuurd. ‘Kunnen we hier nog weg? En hoeveel erger gaat het nog worden?’

Fox verwelkomt zijn gasten aan die tafel met muziek, toepasselijke liederen gespeeld door een keur aan muzikanten, en dompelt zich vervolgens onder in de verhalen van deze klimaatvluchtelingen. Hij begint in eigen land bij Ali en haar jonge gezin. Zij woonden in Paradise, California, en zijn in 2018 gevlucht voor een verwoestende natuurbrand. De beelden staan op haar netvlies gebrand: terwijl er een propaantank ontploft, klinkt op de radio een bekende hit van The Bee Gees: stayin’ alive, stayin’ alive ah, ha, ha, ha, stayin’ alive. Terwijl ze hun auto vervolgens door het vuur sturen, kan Ali maar aan één ding denken: ‘Zo wil ik niet doodgaan.’

Daarna begeeft Fox zich naar Brazilië, waar hoosbuien in 2023 een modderstroom op gang hebben gebracht die een hele favela met de grond gelijk maakte en de bewoners, als ze al overleefden, dakloos achterliet. In de Mexicaanse stad Juárez treft Fox een jonge Colombiaanse vrouw, die op de vlucht is voor overstromingen in haar land. Ze is twee jongere zussen kwijtgeraakt bij de grens. Die zijn weggevoerd door de Amerikaanse autoriteiten. En in Italië ontmoet hij de Nigeriaanse bootvluchteling Chris Obehi, die de barre tocht over de Middellandse Zee heeft overleefd en nu carrière maakt als zanger. Non Siamo Pesce, zingt hij. We zijn geen vissen.

Josh Fox reist de halve wereld over. Naar de Maagdeneilanden, om de schade van orkanen op te nemen. Naar het kurkdroge Kenia, waar een heel dorp inmiddels afhankelijk is van één enkele waterput. Naar Peru, om te zien hoe oliewinning het Amazonegebied ernstig verontreinigt. En naar Australië, waar Aboriginals het slachtoffer worden van ‘klimaatgentrificatie’. Heel herkenbaar: in New Orleans, bij die dijk, gebeurde in 2015, na de Orkaan Katrina, precies hetzelfde. Die conclusie trekt de filmmaker steeds weer in deze erg ruim uitgevallen film: de mensen die het minst kunnen doen aan de klimaatverandering, worden er het hardst door geraakt.

Niet in het minst doordat de machthebbers steeds weer nieuwe blokkades voor hen opwerpen. Letterlijk. Met als duidelijkste voorbeeld de spreekwoordelijke muur van de Amerikaanse president Trump en de manier waarop hij ICE loslaat op migranten. Josh Fox schroomt daarbij niet om de vergelijking te trekken met Hitler en Mussolini. Hij probeert sowieso dwarsverbanden te leggen, met grote thema’s zoals migratie, kolonialisme en mensenrechten. En aan het eind dropt Fox nog een klein bommetje: al zijn hoofdpersonen zijn weliswaar uitgenodigd aan zijn tafel op die dijk, maar lang niet iedereen heeft daadwerkelijk een visum voor de Verenigde Staten gekregen.

Surviving The Death Committee

Nimafilm

De Iraanse gast wordt op 9 november 2019 op het vliegveld van Stockholm opgewacht door enkele landgenoten. Hamid Noury heeft er geen idee van dat hij bij aankomst zal worden gearresteerd. Hij is in de val gelokt door mannen die ooit gevangen zaten in de Iraanse Gohardasht-gevangenis, waar hij destijds de lakens uitdeelde. Noury wordt ervan beschuldigd dat hij ook heeft geparticipeerd in de massa-executie van politieke gevangenen in de zomer van 1988 en zal in Zweden voor de rechter worden gebracht.

Samen met de schrijver Iraj Mesdaghi, die tien jaar in de Gohardasht-gevangenis zat en daarna politiek asiel kreeg in Zweden, is regisseur Nima Sarvestani één van de drijvende krachten achter dit proces. Hij heeft met eigen ogen gezien welke schade het Iraanse regime heeft aangericht. Zijn jongere broer Rostam, die in juli 1982 was gearresteerd omdat hij een communist zou zijn, behoort ook tot de slachtoffers. Hij werd ‘slechts’ eenmaal geëxecuteerd, stelt Sarvestani scherp. Hun ouders sindsdien echter talloze keren.

Hun gast oogt in Surviving The Death Committee (85 min.) als een gedistingeerde heer. Niet als de verpersoonlijking van het kwaad. Sterker: als we Noury moeten geloven, had hij het beste voor met de gedetineerden. Hij stond hen als een hulpvaardige gastheer terzijde. ‘Ze vroegen me: mag ik eerst naar het toilet?’, vertelt hij bijvoorbeeld doodgemoedereerd tijdens de rechtszaak. ‘Ja, mijn lieveling, reageerde ik dan. Ik mag je graag. Ga maar naar het toilet.’ Noury laat geroutineerd een stilte vallen. ‘Daarna bracht ik hen dan naar hun cel.’

De getuigen à charge kunnen naderhand alleen lachen om deze ‘standup-comedy’. Iedereen heeft nu eenmaal recht op een eerlijk proces, stelt Göran Hjalmarson, die de slachtoffers en nabestaanden van de Iraanse ‘doodscommissie’ bijstaat. Ook onverbeterlijke schurken. ‘Hamid Noury krijgt zijn negentig dagen met twee advocaten aan zijn zijde’, constateert de Zweedse mensenrechtenadvocaat tegelijkertijd. ‘Mijn cliënten hadden drie minuten, zonder advocaat, voordat ze hoorden of ze werden geëxecuteerd.’

De ter dood gebrachten verdwenen daarna veelal in anonieme graven, hun families kregen dus nooit de gelegenheid om afscheid te nemen. Een half leven later getuigen ze daar nu over in een Zweedse rechtbank, tegenover een man die het bloedbad van 1988 en alle andere mensenrechtenschendingen door het Iraanse bewind glashard blijft ontkennen. Hun verhalen, die door Sarvestani worden afgewisseld met getuigenissen en bewijsmateriaal dat hij eerder verzamelde in hun geboorteland, vormen samen een verpletterende aanklacht.

Het kan niet anders of Hamid Noury wordt, als vertegenwoordiger van het verdorven Iraanse regime, tot een lange gevangenisstraf veroordeeld. Maar of hij die ooit zal uitzitten?

The Winning Generation

Bind Film

Nadat Shant Harutyunyan is veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf, doet zijn zeventienjarige zoon Shahen van zich spreken tijdens de voetbalwedstrijd van hun land Armenie tegen Portugal op 13 juni 2015 in Jerevan. Met een spandoek, met de tekst ‘Freedom for Shant Harutyunyan and all poitical prisoners in Armenia’ erop, bestormt hij het veld. Shahen wordt al snel overmeesterd door de politie. De strijd van zijn vader is inmiddels echter de zijne geworden: samen eisen ze een vrij en onafhankelijk Armenië, dat niet langer wordt geknecht door Rusland.

Hij staat daarmee in een familietraditie die nog een generatie verder teruggaat. Shahens grootvader, naar wie hij ook is vernoemd, werd na twee arrestaties zelfs de Sovjet-Unie uitgezet en leeft nu in de Verenigde Staten. Hij liet zijn megafoon achter voor zijn naamgenoot. Die behoort tot wat hij zelf The Winning Generation (102 min.) noemt, de generatie Armeniërs die de patstelling rond hun volk nu eindelijk eens gaat doorbreken. Vanuit de gevangenis voorziet zijn nurkse vader hem intussen van advies en zit hij Shahen soms ook flink op de huid.

Ruim tien jaar lang volgt filmmaker Marco De Stefanis de volwassenwording van Shahen Harutunyan en het ontluiken van zijn politieke talent, in tijden die het uiterste vragen van hem en zijn medestanders. Intussen moet hij zich ook losmaken van zijn opa en vader, mannen die alles opgaven voor hun strijd, inclusief de relatie met hun vrouw en kinderen, en die van vechten hun tweede natuur hebben gemaakt. Kan Shahen daarmee breken en meteen een uitweg vinden uit de uitzichtloze positie waarin Armenië zich al sinds mensenheugenis bevindt?

Van dichtbij tekent De Stefanis zijn ontwikkeling op in deze klassieke coming of age-docu. Terwijl de relatie met buurland Azerbeidzjan in het nabijgelegen Nagorno-Karanach onder ernstige spanning komt te staan, probeert de beminnelijke jongeling – met steun van en soms ook ondanks z’n hoekige vader – zijn eigen stem te vinden als politicus. De tijd zal uitwijzen of hij zich kan ontwikkelen tot een soort Armeense Obama of uiteindelijk toch in de geschiedenisboeken belandt als de vertegenwoordiger van opnieuw een verliezende generatie.

Gedwongen Geloften

BNNVARA

Het onzegbare is misschien nog wel uit te spreken, maar hoe breng je dit dan in beeld? Roxanne Herder en Eva Strating hebben voor Gedwongen Geloften (53 min.), hun documentaire over Nederlandse vrouwen die werden gedwongen om te trouwen en/of getrouwd te blijven, een creatieve oplossing gevonden: ze introduceren enkele jonge actrices die eerst via een koptelefoon het persoonlijke verhaal van een slachtoffer beluisteren en dit daarna zelf, vanuit een neutraal ingerichte kamer, uitspelen voor de camera.

Zo werd ‘Sarah’ door haar ouders verplicht om naar Somalië te gaan, om daar met een oom te trouwen. Die zou dan ook een Nederlands paspoort krijgen. ‘Nadia’ werd in Afghanistan voor 10.000 dollar verkocht. Haar paspoort werd afgepakt, de beoogde echtgenoot ontmoette ze pas op de huwelijksdag. En ‘Zainab’, die in Nederland een vriendje had gekregen, dreigde door haar familie naar Turkije te worden gebracht, zodat haar vader haar daar kon uithuwelijken. Bij een supermarkt in Bulgarije sloeg ze op de vlucht.

Behalve Nederlandse vrouwen van buitenlandse komaf, met een islamitische achtergrond, introduceren Herder en Strating ook ‘Deborah’, een vrouw die opgroeide in een zwaar gereformeerde omgeving. Toen haar huwelijk uitmondde in huiselijk en seksueel geweld, wilde zij zich daarvan losmaken. Als dochter van een dominee was een echtscheiding echter niet aan de orde. En hoewel haar echtgenoot later werd veroordeeld, was het toch Deborah die door haar gemeenschap als de dader werd aangemerkt.

Hun tragische verhalen worden in deze indringende film ingekaderd door de Pakistaans-Nederlandse mensenrechtenactiviste Shirin Musa, die de vrouwen op alle mogelijke manieren bijstaat en die zich met haar organisatie Femmes For Freedom sterk maakt voor hen. Ze ijvert bijvoorbeeld voor de zogeheten ‘dochterregeling’, zodat voormalige (kind)bruiden die hier zijn opgegroeid en tijdens een gedwongen verblijf in het buitenland hun nationaliteit en verblijfsrecht zijn kwijtgeraakt, weer kunnen terugkeren naar Nederland.

Musa kent de problematiek van binnenuit. Haar betrokkenheid is volgens eigen zeggen ontstaan ‘vanuit persoonlijke wanhoop en groot verdriet’. Zij weet dus hoe belangrijk ‘t is om een bondgenoot te vinden, liefst ook in de Nederlandse overheid, en om een stem te krijgen als je mensenrechten met voeten worden getreden.

Holland Gate – De Vlucht Uit Kabul

KRO-NCRV

Niemand had zien aankomen dat de Taliban de macht in Afghanistan in augustus 2021 zo snel zouden kunnen overnemen. Behalve iedereen die op de hoogte was van de situatie ter plaatse.

Voor de medewerkers van de Nederlandse ambassade in Kabul kwam dit volgens plaatsvervangend ambassadeur Ceel Roels in elk geval helemaal niet als een verrassing. Toch hield de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Sigrid Kaag, in de Tweede Kamer staande dat het tempo van de opmars van de Taliban de hele internationale gemeenschap had overvallen. Zij is ook de grote afwezige in het vierdelige docudrama Holland Gate – De Vlucht Uit Kabul (123 min.) over Nederlands vertrek uit Afghanistan, waarin haar ministerie flink onder vuur wordt genomen.

Er was nóg een opvallend meningsverschil: de ambassade wilde alle zestig lokale medewerkers evacueren, Den Haag slechts drie. Daarnaast is er het verhaal van het ambassadeteam, dat al was vertrokken toen de nood aan de man kwam op het vliegveld van Kabul en ‘burger’ Janno Cazemier, die hier z’n verhaal doet, verantwoordelijk maakte voor de evacuatie van tolken en andere Afghaanse ondersteuners van Nederland. Over wie, via de ‘leave no man behind’-regeling, wel en niet in aanmerking kwamen voor evacuatie, ontstond daarna ook nog politieke discussie.

Die keuze kon letterlijk van levensbelang worden, zo wordt nog eens bevestigd door het verhaal van de Afghaanse vriendinnen Aziza en Mursal, met behulp van acteurs gedramatiseerd, en een aantal plaatselijke medewerkers, die op hun onderduikadres in Afghanistan zijn geïnterviewd. Uit veiligheidsoverwegingen zijn zij stuk voor stuk, soms met behulp van AI, geanonimiseerd. Ze voelden zich aan hun lot overgelaten door de Nederlanders. En dat zorgt bijna vijf jaar later nog altijd voor schaamte bij een aantal direct betrokkenen in Nederland.

Via een gat in een hek konden ‘special forces’ op het vliegveld uiteindelijk de veilige plek creëren waaraan deze miniserie, naar een idee van Els van Driel en geregisseerd door Joey Boink en Annemieke Ruggenberg, zijn naam ontleent – al verwijst die titel ongetwijfeld ook naar Watergate en alle andere Gate-schandalen. Want de politici, diplomaten en experts in Holland Gate zijn duidelijk ook van mening dat Nederland z’n ‘ereschuld’ naar Afghaanse medewerkers niet heeft ingelost en de kastanjes bovendien uit het vuur heeft laten halen door vrijwilligers.

Het was een ‘clusterfuck’, aldus CDA-kamerlid Derk Boswijk, tegenwoordig staatssecretaris van het Ministerie van Defensie. Samen met partijgenoot en oud-minister Ank Bijleveld, het kritische kamerlid Salima Belhaj (D66) en voormalig staatssecretaris van Justitie en Veiligheid Ankie Broekers-Knol (VVD), die met de suggestie dat er mogelijk 100.000 Afghanen naar Nederland zouden komen nog flink olie op het vuur gooide, verzorgen zij de politieke terugblik op een affaire, waarbij letterlijk mensenlevens op het spel stonden.

Dit gaat consequenties hebben voor militaire missies in de toekomst, concludeert Boswijk aan het eind van deze ontluisterende ontleding van Holland Gate. ‘Wie wil er nog voor Nederland werken als je weet dat, als het fout gaat, je in de steek wordt gelaten?’

Silenced

Stranger Than Fiction Films

In The Six Billion Dollar Man, de definitieve film over WikiLeaks-voorman Julian Assange, claimt ze al één van de belangrijkste bijrollen als verteller en Assanges steun en toeverlaat in zijn jarenlange juridische gevecht. Nu is de Australische mensenrechtenadvocate Jennifer Robinson onbetwist de centrale figuur van de documentaire, Silenced (97 min.). Ook ditmaal blijft ze echter dienstbaar aan een groter thema: seksueel geweld tegen vrouwen – en dan in het bijzonder hoe vrouwen door (misbruik van) het rechtssysteem het zwijgen wordt opgelegd.

Filmmaker Selina Miles volgt Robinson als ze de Amerikaanse actrice Amber Heard bijstaat. Zij is in een geruchtmakende rechtszaak over (vermeend) huiselijk geweld verwikkeld geraakt met haar ex Johnny Depp. De bijbehorende mediastorm wordt gekenmerkt door een enorme Amber-haat, bijvoorbeeld vervat in wijd verspreide billboards met de tekst ‘Ditch the witch’. En die zou wel eens het gevolg kunnen zijn van een gerichte online-campagne om haar zwart te maken. Een schoolvoorbeeld van ‘victim blaming’, aldus Robinson en Heard zelf.

Vanuit deze aansprekende casus maakt Miles uitstapjes naar andere zaken, waarbij vrouwen juridisch in het nauw worden gedreven door mannen die ze hebben beschuldigd. In Mexico wordt journaliste Catalina Ruiz-Navarro van het online-magazine Volcánicas bijvoorbeeld aangeklaagd, omdat ze heeft gepubliceerd over #metoo-klachten tegen de Colombiaanse filmmaker Ciro Guerra. Ook politiek medewerker Brittany Higgins moet in Australië voor de rechter verschijnen nadat ze haar collega Bruce Lehrmann heeft beschuldigd van verkrachting.

Vrouwen zoals zij worden intussen publiekelijk met pek en veren overgoten. Pure misogynie. En bepaald geen toeval, aldus onderzoeksjournalist Alexi Mostrous van The Observer, maker van de podcast Who Trolled Amber?. Vijftig procent van de negatieve tweets over Heard is bijvoorbeeld afkomstig van verdachte bronnen. Een vuile oorlog die zich vervolgens heeft herhaald in de zaak waarin Blake Lively haar tegenspeler Justin Baldoni, bijgestaan door dezelfde public relations-deskundige als Johnny Depp, beschuldigde van wangedrag op de filmset van It Ends With Us.

Jennifer Robinson, die het thema van geweld tegen vrouwen ook kent vanuit haar eigen familie, brengt Amber Heard, Catalina Ruiz-Navarro en Brittany Higgins samen in deze film. Selina Miles maakt zo meteen de stand van zaken op in het dossier #metoo, een kleine tien jaar nadat dit werd opgestart met beschuldigingen aan het adres van filmproducent Harvey Weinstein. Alles overziend, met ook de geruchtmakende zaken rond de gebroeders Tate en het Franse misbruikslachtoffer Gisèle Pelicot in het achterhoofd, is het de vraag of er in die tijd werkelijk vooruitgang is geboekt.

Deze bewogen film, gebaseerd op het boek How Many More Women? dat Robinson schreeft met Keina Yoshida, schetst in elk geval geen rooskleurig beeld.

Robert Rauschenberg: Everything Is Art

ZDF / AVROTROS / maandag 2 maart, om 22.45 uur, op NPO2

Hij koopt in de jaren vijftig een opgezette angorageit voor 30 dollar, beschildert die met felle kleuren en plaatst er vervolgens een autoband omheen, als een soort zwemband. Geplaatst op een zorgvuldig vormgegeven plateau vormt het dier de ‘combine’ Monogram, een huwelijk van schilderij en sculptuur. Het is een typisch werk voor Robert Rauschenberg (1925-2008), één van de toonaangevende kunstenaars van de twintigste eeuw die regelmatig ‘found objects’ integreerde in zijn werk en die in zijn lange loopbaan alle mogelijke kunstvormen en -stijlen aftastte.

Volgens zijn zoon Christopher was zo’n kunstwerk als Monogram niet bedoeld als kritiek op de consumptiemaatschappij, maar simpelweg zijn manier om de wereld verder te ontdekken. Gedreven door een nooit te bevredigen nieuwsgierigheid. Rauschenberg vertelde volgens zijn zoon ooit dat hij medelijden had met mensen die een oude sok lelijk vinden. Want met zulke spullen krijgen ze dagelijks te maken. ‘Als mensen zich afvragen waarom ik zoveel lelijke spullen in mijn kunst verwerk’, zei hij volgens Christopher wel eens, ‘zeggen ze in wezen dat ze de wereld waarin ze leven lelijk vinden.’

Zijn vader wordt in Robert Rauschenberg: Everything Is Art (52 min.) geportretteerd als een man die altijd in beweging is gebleven en daardoor zóveel heeft geproduceerd dat zijn werk soms bijna als weinig exclusief wordt gezien. Zelf kon Rauschenberg daar overigens wel om grinniken. Alles beter dan de dood in de pot. Hij wilde laten zien dat kunst leeft en verbonden is met sociale en technologische ontwikkelingen, stelt de verteller van dit kunstportret van Susanne Brand. Kunstenaars waren voor hem een katalysator voor sociale verandering, mensenrechten en de vrijheid van expressie.

Rauschenberg wilde, kort gezegd, het leven (terug)brengen in de kunst, hield daarmee ook zichzelf in leven en wordt een kleine twintig jaar na zijn dood, zo blijkt in dit vitale portret, nog altijd in leven gehouden door liefhebbers en kenners die zijn omvangrijke en zeer diverse oeuvre in kaart proberen te brengen.

Trailer Robert Rauschenberg: Everything Is Art

Critical Incident: Death At The Border

HBO Max

‘Hij schopte naar agenten’, vertelt een grensbewaker tijdens de civiele rechtszaak. ‘Hij spartelde en sloeg wild om zich heen als een alligator. Zoals in de show The Crocodile Hunter. Net een krokodil die zijn prooi grijpt en doodt en daarna gaat rollen en draaien.’

Het was kortom bittere noodzaak, probeert de medewerker van de Amerikaanse Border Patrol duidelijk te maken, om Anastasio Hernández Rojas keihard aan te pakken. De 42-jarige Mexicaanse immigrant verbleef al ruim 25 jaar zonder papieren in de Verenigde Staten. Samen met zijn vrouw Maria Puga en hun vijf kinderen woonde Hernández in San Diego toen de grenspolitie hem op 28 mei 2010 toch weer probeerde uit te zetten. Volgens de officiële lezing dienden agenten hem op die dag een volstrekt noodzakelijke schok met een stroomstootwapen toe omdat hij zich met hand en tand tegen zijn aanhouding verzette. Met een fatale hartaanval tot gevolg.

En bij die officiële uitleg zou ‘t wellicht zijn gebleven als onderzoeksjournalist John Carlos Frey zich niet zou hebben vastgebeten in dit Critical Incident: Death At The Border (86 min.). Hij weet de hand te leggen op een video die het beeld van Hernández’s dood volledig op z’n kop zet. Diens vrouw Maria en haar advocaat Gene Iredale hebben dan al een civiele procedure aangespannen tegen Border Patrol. Het is de vraag waar die op uitloopt, want tot dan toe is er nog nooit een agent van de grenspolitie veroordeeld vanwege dodelijk geweld tegen immigranten. Critici stellen dat zij in feite ‘volledige straffeloosheid’ hebben.

Documentairemaker Rick Rowley gebruikt de casus van Anastasio Hernández om de beladen historie van de Amerikaanse grensbewaking te onderzoeken. Hij sluit daarvoor aan bij Frey, die op zijn beurt wordt bijgestaan door de mensenrechtenadvocaat Roxanna Altholz en oud-agent Jenn Budd. Samen stuiten zij op een geheime Border Patrol-eenheid, het Critical Incident Team. Dit CIT zou al decennia worden afgestuurd op ‘kritieke incidenten’, om daar de schade te beperken, direct betrokkenen te instrueren en bewijs te verdonkeremanen.

Geen reguliere Interne Zaken-afdeling dus, maar een soort doofpotclub. Tenminste, als hun informatie klopt… Frey en co trekken jarenlang elk spoor na, om dit verhaal over een staat binnen de staat, zogezegd om diezelfde staat te beschermen, rond te krijgen. Als ze daarin slagen – het antwoord volgt in de apotheose van deze interessante zoektocht naar de waarheid en gerechtigheid – komt er wellicht ook weer beweging in de zaak rond de dubieuze dood van Anastasio Hernández Rojas, die de gemoederen ruim tien jaar later nog altijd verhit.

Één ding is dan allang duidelijk: alleen iemand die iets heeft te verbergen zou in de Hernández’s laatste seconden het gedrag van een agressieve alligator kunnen zien.

The Six Billion Dollar Man

Charlotte Street Films

Regisseur Eugene Jarecki hamert ‘t er bij de start van The Six Billion Dollar Man (129 min.) nog even in: vóórdat Julian Assange een hacker, een verkrachter en een spion werd (genoemd), was hij de man die in 2010 met WikiLeaks de beruchte Collateral Murder-video publiceerde. Schokkend beeldmateriaal waarmee ondubbelzinnig werd aangetoond dat Amerikaanse militairen zich in Irak schuldig maakten aan oorlogsmisdaden.

Want daar ligt de oorsprong van al wat Assange daarna overkwam: een beschuldiging van seksueel misbruik in Zweden, een jarenlang verblijf als verstekeling op de Ecuadoriaanse ambassade te Londen en daarna nog een tragische periode van eenzame opsluiting in de Engelse gevangenis Belmarsh. Een rechtsgang – lees: martelgang – die in totaal toch al gauw veertien jaar in beslag heeft genomen.

Dat proces is natuurlijk al op diverse momenten en vanuit verschillende gezichtspunten opgetekend in gewaardeerde documentaires zoals We Steal Secrets: The Story Of WikiLeaks (2013), Ithaka: A Fight To Free Julian Assange (2021) en A Dangerous Boy (2024). Niet eerder werd dit verhaal echter zo compleet, goed gedocumenteerd en meeslepend gepresenteerd als in deze essentiële film van Eugene Jarecki.

Jarecki (The Trials Of Henry Kissinger, The House I Live In en The King) moest zijn film volgens eigen zeggen in Duitsland maken, omdat in het huidige Amerika niemand z’n vingers eraan wilde én wil branden. Niet vreemd: Julian Assange wordt, zéér overtuigend, geportretteerd als het slachtoffer van een buitengewoon geraffineerde Amerikaanse lastercampagne, die in feite neerkomt op ‘een slow-motion publieke executie’.

De documentairemaker kan daarvoor terugvallen op een ware sterrencast, met Edward Snowden, Sigurdur ‘Siggi The Hacker’ Thordarson, Naomi Klein, Yanis Varoufakis en Chelsea Manning. Zelfs Vivienne Westwood en, jawel, Pamela Anderson, die Assange opzochten tijdens zijn ballingschap, sluiten nog even aan. Alleen de man zelf ontbreekt. Hij wordt vertegenwoordigd door zijn vrouw Stella Moris en advocate Jennifer Robinson.

De onkreukbare Robinson, Assanges trouwste metgezel in een episch juridisch gevecht, fungeert tevens als verteller. Zij scheidt, vanuit het perspectief van haar cliënt, het kaf van het koren in een tragische zaak die uiteindelijk uitmondt in koehandel tussen de leiders van Ecuador en de Verenigde Staten, Moreno en Trump. Voor een slordige zes miljard dollar wordt de banneling van de hand gedaan – en in een Britse cel gesmeten.

The Six Billion Dollar Man belicht de zaak in z’n volle omvang. Rond een man die – of je nu sympathie voor hem hebt of niet; alsof dat er eigenlijk toe doet – stelselmatig kapot is gemaakt. Een kwaadaardig geval van ‘kill the messenger’, waarvan iedereen die belang hecht aan het vrije woord ernstige buikpijn zou moeten krijgen. Julian Assange bekent uiteindelijk wel schuld: ‘I plead guilty to journalism’, zegt de Man van Zes Biljoen cynisch.

My Undesirable Friends: Part I – Last Air In Moscow

Marminchilla

‘Hallo, buitenlandse agent’, grappen de medewerkers van de onafhankelijke Russische nieuwszender Dozhd, ofwel TV Rain, naar elkaar – hoewel het lachen hen eigenlijk allang is vergaan. Het Poetin-regime heeft Dozhd en andere journalistieke organisaties, opiniemakers en mensenrechtenactivisten in het najaar van 2021 tot buitenlandse agenten bestempeld. Zij zijn ook verplicht om zichzelf als zodanig kenbaar te maken. Elke uitzending van TV Rain wordt dus voorafgegaan door een officiële staatsboodschap: dit nieuws en deze mensen zijn niet te vertrouwen.

Presentatrice Anna Nemzer, één van de hoofdpersonen van My Undesirable Friends: Part I – Last Air In Moscow (322 min.), probeert zich dan nog met galgenhumor staande te houden. ‘Dit is echt Mordor’, zegt de journaliste scherp als ze in Moskou om zich heen kijkt, naar de totalitaire staat die in de afgelopen twintig jaar om hen heen is ontstaan. Dan wordt er bij haar werkgever nog dapper geprotesteerd tegen de overheidsmaatregelen, bijvoorbeeld tijdens een vurige marathonuitzending. Al snel draaien de machthebbers de duimschroeven nog verder aan. Elke vrijdag worden er nieuwe Russen tot buitenlandse agent bestempeld. Totdat elke vorm van (pers)vrijheid vakkundig is gesmoord.

Deze vijfdelige serie van de Russisch-Amerikaanse filmmaakster Julia Loktev, een goede vriendin van Nemzer, begint eigenlijk waar F@ck This World (2021), een documentaire over Dozhd-boegbeeld Natasha Sindeeva, ooit ophield. Loktev volgt Sindeeva’s navolgers: jonge vrouwelijke journalisten zoals Olga ChurakovaAlesya MarokhovskayaIra DolininaSonya GroysmanElena Kostyuchenko en Ksenia Mironova, de verloofde van journalist Ivan Safronov die al meer dan een jaar in voorarrest zit vanwege vermeend landverraad. In de aanloop naar de Russische inval in Oekraïne blijven zij moedig, en soms ook met de moed der wanhoop, berichten over de gebeurtenissen in hun land.

Het beest mag in elk geval niet bij zijn naam genoemd worden: de oorlog is in Poetins newspeak niet meer dan een ‘speciale militaire operatie’. In de uitzendingen van TV Rain, waarmee Loktev haar groepsportret doorsnijdt, is het dus voortdurend spitsroeden lopen. Wél de feiten benoemen, maar níet opzichtig de ruimte geven aan verzet tegen het Russische regime. Intussen neemt de dreiging ook voor hen persoonlijk toe. Kunnen ze nog wel zomaar de deur opendoen? Of in hun eigen huis vrijuit spreken? Als Poetin-criticasters bereiken ze bovendien ogenschijnlijk helemaal niets. Toch gaan ze onversaagd door. Zodat, zoals ze tegen elkaar zeggen, zwart zwart blijft en wit wit.

Tegelijk moet ieder voor zichzelf afwegen of ie het land wil verlaten. ‘Ook in nazi-Duitsland wachtten mensen af’, zegt Anna. ‘In de hoop dat alles toch nog goed zou komen.’ Intussen gaat het gewone leven verder. Tussen uitvoerige discussies aan de keukentafel, op de werkvloer of onderweg door worden er dus ook spelletjes gedaan, huisdieren uitgelaten en Harry Potter-weetjes uitgewisseld. Loktev neemt de tijd om ook deze momenten te laten zien. Haar miniserie wordt daarmee wel een lange zit. Die wint echter aan kracht en urgentie als de aanval op Oekraïne, die menigeen toch nog verrast en raakt tot op het bod, wordt ingezet. ‘Ik heb geen land meer’, zegt Anna dan.

My Undesirable Friends: Part I – Last Air In Moscow ontwikkelt zich zo tot een wezenlijk ooggetuigenverslag vanuit het andere Rusland, gemaakt op een scharnierpunt in de moderne historie.

My Undesirable Friends:Part II – Exile is overigens al aangekondigd.

Justice For Sale

IF Productions

Volgens de Congolese vrouw Sifa Mbala is ze op 13 mei 2008 verkracht. Het politierapport spreekt echter van een dag eerder, 12 mei. En het slachtoffer van dit seksuele geweld blijkt zich nóg een dag eerder, op 11 mei 2008, al bij het ziekenhuis te hebben gemeld. Pro deo-advocaat Claudine Tsongo kan ‘t nauwelijks geloven: ondanks deze overduidelijke ongerijmdheden is haar cliënt, de militair Masamba Masamba, bij een verkrachtingstribunaal tot tien jaar gevangenisstraf veroordeeld. ‘Wat was het bewijs?’, vraagt ze zich af. ‘Ik zie ‘t niet.’

Tsongo is bij de zaak betrokken geraakt via de Nederlandse documentairemakers Ilse en Femke van Velzen. Zij maakten al twee films over seksueel geweld in Congo: Fighting The Silence (2007) en Weapon Of War (2009). Zij registreerden in dat kader ook de berechting van Masamba en vonden de gang van zaken daarbij toch wel héél opmerkelijk. ‘Ik ken haar lichaam niet’, hield de verdachte militair toen staande. ‘Ik zou niet weten hoe wij seks hadden kunnen hebben. Als zij beweert dat ik haar heb verkracht, laat haar dan met bewijs komen. Ik heb haar helemaal niet verkracht.’

In de observerende documentaire Justice For Sale (82 min.) uit 2011, het derde deel van hun Congo-trilogie, alterneren de tweelingzussen Van Velzen voortdurend tussen de oorspronkelijke rechtszaak tegen Masamba, die soms Kafkaëske vormen aanneemt, en de pogingen van de kordate mensenrechtenadvocate Claudine om de waarheid boven tafel te krijgen. Zij spreekt niet alleen met haar cliënt, diens echtgenote en zijn advocaat, maar reist ook naar het slachtoffer, haar advocaat en de man die verantwoordelijk lijkt te zijn voor de aangifte tegen Masamba, Sifa’s echtgenoot.

Gaandeweg ontstaat bij Tsongo de overtuiging dat Masamba méér is dan de zoveelste man die ontkent dat hij de grenzen van een vrouw heeft overschreden en die zich erop beroept dat er geen bewijs is. Hij zou inderdaad wel eens onschuldig kunnen zijn. Wellicht zit de reden voor deze beschuldiging in een meningsverschil met kapitein Mbala over een verdwenen telefoon. En omdat Congo, na een verpletterende burgeroorlog waarin seks stelselmatig als wapen is ingezet, schoon schip wil maken, lijkt een man die wordt beschuldigd van verkrachting bij voorbaat al veroordeeld.

Daarmee heeft Justice For Sale een wezenlijk andere insteek dan de twee eerste Congo-films van Ilse en Femke van Velzen. In Fighting The Silence en Weapon Of War tonen ze de enorme schade die seksueel geweld kan aanrichten in een samenleving, terwijl deze derde documentaire juist laat zien hoe de reactie daarop ook weer kan doorslaan. Als slachtoffers en hun advocaten op alle mogelijke manieren worden bijgestaan door lokale en internationale hulporganisaties, die ook de rechters op hun hand hebben, komt de onafhankelijkheid van de rechtspraak in het geding.

Deze film heeft er in elk geval voor gezorgd dat de zaak tegen Masamba nog een vervolg heeft gekregen.

Mediha

Periscoop Film

Sinds ze is teruggekeerd van haar ontvoering door Islamitische Staat (IS), kan Mediha (90 min.) niet meer altijd de juiste woorden vinden. De familie van het Jezidi-tienermeisje vindt het sowieso beter als zij zwijgt over wat ze tijdens haar gevangenschap heeft meegemaakt. Ze moet ’t maar proberen te vergeten.

De Jezidi’s uit de Noord-Irakese stad Sinjar vormen een christelijke minderheid in het overwegend islamitische land en worden al eeuwenlang vervolgd. Als IS in 2014 een kalifaat sticht in Irak en Syrië, worden Mediha Alhamad en haar drie broertjes ontvoerd. Ghazwan en Adnan zijn inmiddels ook gered en leven met haar en hun oom Omar in een vluchtelingenkamp. Naar Mediha’s jongste broertje Barzan wordt nog druk gezocht door Kinyat, een mensenrechtenorganisatie die is opgericht door Bahzad Farhan.

Van hun ouders Ibrahim en Afaf ontbreekt vooralsnog ook elk spoor. Mediha’s vader leeft waarschijnlijk niet meer. Oudere Jezidi-mannen zijn vaak direct gedood door Islamitische Staat en daarna gedumpt in massagraven, terwijl de jongens werden klaargestoomd als kindsoldaat – of zelfmoordterrorist, zoals haar broertjes hebben ervaren. En van de meisjes en vrouwen werden seksslaven gemaakt, zoals Mediha zelf  – en waarschijnlijk ook haar moeder Afaf – aan den lijve heeft ondervonden.

Bahzad laat in deze film van Hassan Oswald een kast met ordners zien. Elke map bevat de vermiste en vermoorde inwoners van één enkel dorp. Er waren bijvoorbeeld slavenmarkten, zowel online als echt, waarop vrouwen en kinderen werden verkocht. ‘IS-leden gebruikten dit handelssysteem voor Mediha en haar broers’, vertelt Bahzad, terwijl hij door een map met foto’s van, soms nog altijd vermiste, slachtoffers bladert. In totaal worden zo’n drieduizend Jezidi’s vermist. En reddingsacties zijn even gecompliceerd als duur.

Geruchten over wat er met Mediha’s broertje en moeder is gebeurd zijn er te over. Barzan zou onder een andere naam in Turkije kunnen leven. En Afaf kon wel eens in het gevangenenkamp Al Hol in Syrië verblijven, waar IS-strijders nog altijd Jezidi-vrouwen gevangen houden. Intussen moet Mediha, die het dagelijks leven filmt dat ze met Ghazwan en Adnan leidt, op de één of andere manier in het reine komen met de trauma’s – en bijbehorende schaamte – die ze bij Islamitische Staat heeft opgelopen.

Als er een gebedsoproep klinkt, stopt Mediha bijvoorbeeld onmiddellijk met praten en sluit haar oren af.  Naderhand is ze zichtbaar ontdaan. Ze vraagt zich ook af of ze de IS-man die haar heeft vastgehouden moet aanklagen. Tegelijkertijd spelen haar broertjes lachend, ogenschijnlijk zonder er verder bij na te denken, een onthoofding na. Zo geven ze, elk op hun eigen manier, het verleden een plek in hun huidige bestaan. En daarmee kunnen ze pas écht verder als duidelijk is hoe ‘t de andere gezinsleden is vergaan. 

Hun zoektocht, ondersteund door gedreven helpers als Bahzad Farhan, is zowel spannend als aangrijpend, roept z’n eigen pijnlijke dilemma’s op en illustreert nog maar eens welk leed de Jezidi-gemeenschap vanaf 2014 is toegebracht door de groep barbaren die onder de noemer IS ongenadig huis heeft gehouden in Irak en Syrië. Die kwestie is weliswaar eerder belicht – in verwante films zoals SabayaDaughters Of The Sun en On Her Shoulders bijvoorbeeld – maar verdient aanhoudende aandacht.

Want hoewel Islamitische Staat al in 2019 uit z’n eigen kalifaat is verdreven, duren de pijn en het verdriet van hun schrikbewind voort.

The Last Of The Sea Women

Apple TV+

De Zuid-Koreaanse haenyeo-cultuur, van generatie op generatie doorgegeven en officieel erkend door Unesco, staat onder druk. Ooit waren er zo’n dertigduizend ‘haenyeo’ actief in de Oost-Chinese Zee bij het vulkanische eiland Jeju. Nu zijn er nog maar vierduizend van zulke vrouwelijke duikers over. En die blijken vrijwel allemaal boven de zestig. Als ‘beschermers van de zee’ gaan zij, zonder zuurstoffles, soms wel bijna twee minuten onder water, op zoek naar zee-egels, schelpen en zee-ananas. Echt vrouwenwerk, aldus de 72-jarige Soon Deok Yang. ‘Mannen kunnen dit helemaal niet aan.’

Gezond is alleen anders, stelt historica Soon-E Kim, die gespecialiseerd is in de haenyeo-cultuur, in de fraaie documentaire The Last Of The Sea Women (87 min.) van regisseur Sue Kim. Hoe dieper de vrouwen duiken, hoe hoger de waterdruk wordt. Alsof je elke dag een paar honderd keer ergens keihard tegenaan beukt met je hoofd. ‘Als ze een dode haenyeo aantreffen op zee’, vertelt zij, ‘zit haar net vreemd genoeg altijd vol met Haliotis-slakken en ander voedsel uit de zee.’ Een ziektekostenverzekering kunnen haenyeos alleen niet krijgen. Daarvoor is het beroep te gevaarlijk.

Niet vreemd dus dat jonge Koreaanse vrouwen bepaald niet staan te springen om het water in te duiken. Zeker omdat het aanbod daar, als gevolg van vervuiling en oplopende temperaturen, ook zienderogen verschraalt. Ruim 250 kilometer verderop, op het eiland Geoje, proberen twee jonge vrouwen het tij te keren met TikTok-filmpjes. Al dansend willen ze de aloude cultuur nieuw leven inblazen. En dan blijkt dat het nabijgelegen Japan van plan is om nucleair afval van de kernreactor in Fukushima te gaan dumpen in de Oost-Chinese Zee. Tot afgrijzen van de haenyeo.

The Last Of The Sea Women brengt hun (verdwijnende) wereld prachtig in beeld. De oudere vrouwen in hun oranje-zwarte wetsuits steken bijzonder mooi af tegen het blauw van de zee. Sue Kim heeft bovendien de beschikking over sfeervolle archiefbeelden en gaat zelf helemaal los bij een sjamanistisch ‘gut’-ritueel, op temperatuur gebracht met expressieve Koreaanse muziek, waarbij de haenyeo de hulp van goden en geesten inroepen om de Japanse plannen te dwarsbomen. Om het zekere voor het onzekere te nemen sturen ze Soon Deok Yang bovendien naar de Verenigde Naties in Genève.

Want wie wil er uit de zee eten als die straks grondig vervuild is geraakt? En welke toekomst hebben de haenyeo en hun roeping dan nog?

Beyond Utopia

Madman

Op de grens tussen Noord- en Zuid-Korea liggen naar schatting twee miljoen landmijnen. Gewone Noord-Koreanen die willen ontvluchten aan Kim Jong-uns communistische heilstaat, volgens een mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties alleen te vergelijken met Nazi-Duitsland, doen dat dus meestal via de grens met China. Daar worden ze dan opgewacht door militairen, die het regime medailles en extra vakantie in het vooruitzicht heeft gesteld als ze een overloper neerschieten. En als vluchtelingen de overtocht tóch overleven, wacht hen nog een zeer gevaarlijke reis, begeleid door mensensmokkelaars voor wie ze vooral handelswaar zijn, op weg naar de vrijheid. 

In Beyond Utopia (115 min.) volgt Madeleine Gavin pastor Seungeun Kim van de Caleb Mission Church in Zuid-Korea. Als lid van de zogenaamde ‘Underground Railroad’ staat hij, met gevaar voor eigen lijf en leden, al jarenlang Noord-Koreanen op de vlucht bij. Hij bekommert zich nu om de familie Roh, die met drie generaties op de vlucht is geslagen. Het wordt een barre tocht, die moet eindigen bij hun familielid Hyukchang in Seoul. Zover is het echter nog lang niet. Intussen probeert Soyeon Lee, een gevluchte Noord-Koreaanse vrouw, ook haar zeventienjarige zoon Cheong over te halen naar Zuid-Korea. Ze heeft hem al tien jaar niet gezien en verkeert permanent in onzekerheid over hoe het met de jongen gaat en of hij aan de wurggreep van de dictatuur kan ontsnappen.

Al het beeldmateriaal in deze spannende documentaire is gemaakt door de vluchtelingen zelf, hun ondergrondse netwerk en de filmmakers. Géén reconstructies dus. Gavin heeft alleen details versluierd, die betrokkenen of hun verwanten in gevaar kunnen brengen, en enkele cruciale scènes uit het verleden laten animeren. Zo komt een onvervalste surveillancestaat in beeld, waar je zomaar naar de goelag of een concentratiekamp kunt worden gestuurd – en het is maar de vraag of je daarvan ooit kunt of mag terugkeren. Soyeon moest haar eerste ontsnappingspoging bijvoorbeeld bekopen met twee jaar in een strafkamp. Daarna mocht ze haar leven als menselijke robot vervolgen, in een land dat door de machthebbers zorgvuldig wordt afgeschermd van de wereld.

Want de Noord-Koreaanse bevolking moest eens weten hoe ’t er daar, bij de barbaarse aartsvijand Amerika bijvoorbeeld, aan toegaat…. Onafhankelijke pers is er echter niet. Vrij toegankelijk internet evenmin. Of gewoon zomaar een werkende mobiele telefoon. Om het volk onder de knoet te houden neemt Kim Jong-un (1984-), net als zijn vader Kim Jong-il (1942-2011) en grootvader Kim Il-sung (1912-1994), bovendien stelselmatig z’n toevlucht tot marteling, gedwongen abortussen en publieke executies. In de kantlijn besteedt deze indrukwekkende film ook aandacht aan die zwartgeblakerde historie van het Aziatische land. En via de gevluchte inwoners wordt zichtbaar wat het inmiddels ruim 75-jarige bewind heeft aangericht in de psyche van dit volk.

Eenmaal uit de grijpgrage armen van Kim Jong-un en zijn trawanten, blijven de gevluchte Noord-Koreanen hun geboorteland, ogenschijnlijk oprecht, portretteren als een soort paradijs op aarde. Totdat ze echt, zeker, werkelijk waar!, Beyond Utopia zijn. Dan kunnen ze eindelijk, ook naar zichzelf, de werkelijkheid erkennen in deze belangwekkende documentaire, die een ronduit akelige wereld schetst, waaruit zowel fysiek als mentaal nauwelijks valt te ontsnappen.

Be My Voice

Nahid Persson (l) & Masih Alinejad (r) / Real Reel

Ze is de eerste vrouw in haar dorp die van school is gestuurd, grapt Masih Alinejad. De eerste die zwanger werd vóór het huwelijk, besloot om te scheiden, naar de gevangenis moest, een baan kreeg als politiek verslaggever en daar vervolgens ook weer buiten werd geschopt. Zo bezien was de Iraanse journaliste en mensenrechtenactiviste altijd al voorbestemd om het gezicht te worden van de vrouwen in haar land, die zich nu verzetten tegen de verplichting om een hoofddoek te dragen.

Inmiddels verblijft Alinejad alweer ruim tien jaar in de Verenigde Staten. Daar wordt ze opgezocht door de Zweedse filmmaakster Nahid Persson, eveneens van Iraanse afkomst, die een portret wil maken van deze invloedrijke voorvechtster van vrouwenrechten. Voor haar miljoenen volgers op sociale media fungeert zij als spreekbuis en megafoon. Terwijl de twee vrouwen in den verre een zusterschap opbouwen, moeten ze toezien hoe het regime in Iran steeds gewelddadiger optreedt.

Be My Voice (83 min.) toont niet alleen hoe Alinejad voortdurend in contact staat met criticasters van het bewind en moedige vrouwen die zich verzetten tegen de ‘genderapartheid’ in hun land, met filmpjes waarin ze demonstratief hun hijab afwerpen, maar laat ook zien hoe het icoon in ballingschap wordt gelééfd door de gebeurtenissen in Iran. Het ene moment danst ze in de regen, dan weer huilt ze ontroostbaar. ‘Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt’, op het ongezonde af.

Aan de hand van de bijzonder energieke en hypersensitieve activiste, die via haar directe familie in Iran onder druk wordt gezet door het regime, en haar even kalme als vastberaden echtgenoot Kambiz Foroohar belicht Persson het conflict dat zich nu al ruim veertig jaar, sinds de Iraanse revolutie van 1979 waarbij conservatieve geestelijken de macht grepen, opbouwt in haar land en binnen afzienbare tijd ongetwijfeld tot een gewelddadige climax gaat komen.

Of het democratische en seculiere Iran waarop Masih Alinejad haar hoop heeft gevestigd er op korte termijn komt? Vanzelf zal het in elk geval niet gaan, zoveel maakt deze bijzonder actuele film wel duidelijk. Het regime stelt alles in het werk, getuige ook de epiloog van Be My Voice, om tegenstanders tijdelijk kalt te stellen of zelfs definitief uit te schakelen.

Nasrin

Movies That Matter/ Francois Guillot / AFP

De politieke situatie in Iran domineert Nasrin Sotoudehs leven volledig. Het ene moment moet ze een vrouw bijstaan die zojuist te horen heeft gekregen dat haar zoon, waarschijnlijk onschuldig, ter dood is gebracht en die vervolgens helemaal buiten zinnen raakt. Op een ander moment gaat de mensenrechtenactiviste dan weer het gesprek aan met de vader van twee jongens die een willekeurige man hebben vermoord, omdat die toevallig de verkeerde godsdienst aanhing. En ze leidt ook net zo goed een demonstratie voor de vrijheid van meningsuiting, die in haar land natuurlijk bepaald niet vanzelfsprekend is.

Deze documentaire van Jeff Kaufman mag dan een wat eikenhouten pak aangemeten hebben gekregen – met een tamelijk brave voice-over van Olivia Colman (de actrice die ook koningin Elizabeth vertolkt in de serie The Crown), voorgelezen brieven van de hoofdpersoon en een hele stoet zitinterviews met mensen die haar bewonderen – maar het relaas dat eronder schuilgaat, van een vrouw die haar eigen leven gedurig in de waagschaal stelt voor haar idealen, spreekt wel degelijk tot de verbeelding. In hachelijke omstandigheden moet Nasrin Sotoudeh het hoofd koel houden, terwijl ze thuis gewoon een liefhebbende vrouw en moeder probeert te blijven.

Nasrin (91 min.), terzijde gestaan door haar loyale echtgenoot Reza, is zo’n idealist die daadwerkelijk het verschil wil en kan maken voor bevolkingsgroepen die in het hedendaagse Iran danig in de verdrukking zitten. Dat vereist juridische handigheid, doorzettingsvermogen én enorme moed, want zelf heeft ze inmiddels ook de binnenkant van de gevangenis leren kennen en de kans dat ze opnieuw wordt opgepakt, en dat vervolgens de sleutel wordt weggegooid, is levensgroot. Deze degelijke docu, gefilmd door cameraploegen die voor hun eigen veiligheid het beste anoniem kunnen blijven, zet de schijnwerper op deze dappere vrijheidsstrijder, die moet werken en (over)leven in een samenleving die van restricties aan elkaar hangt.

Defending Brother No. 2

VPRO

Broeder nummer een, de beruchte Pol Pot, heeft zich nooit hoeven te verantwoorden voor zijn daden als leider van de Cambodjaanse Rode Khmer. De nummer twee van het schrikbewind, dat halverwege de jaren zeventig twee miljoen landgenoten slachtofferde voor een communistisch ideaal, moet wél voor een VN-tribunaal verschijnen.

De Nederlandse advocaten Michiel Pestman en Victor Koppe worden ingevlogen om de inmiddels hoogbejaarde Nuon Chea te verdedigen. Het moet de zaak van hun leven worden, een moderne variant op de Nazi-processen in Neurenberg. In een land dat nog altijd opzichtig worstelt met zijn verleden.

Niet veel later keert Pestman alweer gedesillusioneerd huiswaarts. Koppe wil van geen wijken weten. Hij besluit zelfs definitief naar Cambodja te vertrekken. Kalm maar vastberaden volgt regisseur Jorien van Nes in Defending Brother No. Two (90 min.) gedurende enkele jaren zijn pogingen om de (vermeende) oorlogsmisdadiger ter zijde te staan.

Tijdens het groots opgezette proces tegen Chea, waarin de hele verdorven historie van het Rode Khmer-tijdperk nog eens minutieus wordt doorlopen, hangt intussen voortdurend de vraag boven de markt of Cambodja eigenlijk wel klaar is voor een eerlijke blik in de spiegel.