Descending The Mountain

Vanuit hun eigen perspectief willen ze allebei de menselijke geest openen met psychedelica. De één, psychiater en neurowetenschapper Franz Vollenweider, vertrekt daarbij vanuit de wetenschap. ‘Psychedelica tonen je de aard van je bewustzijn’, stelt hij. De ander, Zen-meester Vanja Palmers, gebruikt psychedelica vooral ‘om te onderzoeken wat het betekent om mens te zijn.’

Op Mount Rigi in Zwitserland vinden deze twee ogenschijnlijke tegenpolen, kinderen van de tegencultuur van de jaren zestig, elkaar in een wetenschappelijk meditatie-onderzoek dat wordt gesitueerd in Palmers’ Zen-centrum. Daarbij krijgt de ene helft van de deelnemers, stuk voor stuk bedreven beoefenaars van meditatie, psilocybine, de werkzame stof in paddenstoelen, toegediend en de andere helft een placebo. En dan is het afwachten wat er wanneer met wie gebeurt.

‘Het fascineerde me dat zij naar de hersenen kijken van de buitenkant’, stelt Palmers in Descending The Mountain (77 min.). ‘En wij onderzoeken de hersenen van binnenuit.’ Vollenweider en hij fungeren als hoofd en hart – al zijn de rollen niet zo strak verdeeld – van een experiment, dat psychedelica uit de illegale sfeer haalt, waarin ze sinds de start van ‘the war on drugs’ verzeild zijn geraakt, en ze bovendien losrukt van de medische context waarin ze soms nog wél worden gebruikt.

Binnen een positieve en veilige omgeving krijgen participanten de ruimte om daadwerkelijk hun geest te verruimen. Regisseur Maartje Nevejan probeert niet alleen de betekenis van die ervaring te vatten, maar ook de ervaring zelf te vereeuwigen. In een treffende scène laat één van de deelnemers bijvoorbeeld zijn gebruikelijke remmingen los en geeft zich ongegeneerd over aan extatisch gekreun. Van zijn gezicht spreekt even later evenveel verbazing als verrukking.

Behalve impressies van het onderzoek in het Zen-boeddhistische klooster op de berg probeert Nevejan met behulp van artificiële intelligentie, animaties en een zinnenprikkelende soundtrack ook om te visualiseren hoe het is om dieper te kijken, voorbij het intellectuele begrip te gaan en simpelweg te ervaren. Dit wordt bijvoorbeeld fraai verbeeld met schier eindeloze inzoomshots, waarin afbeeldingen steeds weer nieuwe tot de verbeelding sprekende betekenislagen prijsgeven.

Descending The Mountain wordt zo een mystieke, soms wat zoete kijkervaring, op het snijvlak van kunst, wetenschap en spiritualiteit, waarbij Palmers en Vollenweider als gids fungeren tijdens een innerlijke zoektocht naar het wezen van menszijn: ergens tussen diepere wijsheid en kinderlijke verwondering.

In Silico

Human

Over tien jaar wil hij het menselijk brein nagebouwd hebben. Hersenonderzoeker Henry Markram is ervan overtuigd dat hij een computermodel van de hersenen kan fabriceren. Hij wil dat bewerkstelligen via In Silico 52 min.), een digitale simulatie van de biologische werkelijkheid. Markram heeft een persoonlijke motivatie voor het ambitieuze experiment: zijn zoon Kal is gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis. Het is voor Henry en zijn echtgenote Kamila, zelf ook neurowetenschapper, lastig om hun kind te begrijpen en contact met hem te leggen.

De jonge documentairemaker Noah Hutton besluit in 2010 om het even grensverleggende als omstreden initiatief van Henry Markram in de volgende tien jaar te gaan volgen. ‘Hij is een fantastische broodnuchtere wetenschapper’, zegt zijn vakbroeder Christof Koch over Markram. ‘Maar hij heeft ook een publiciteitsgevoelige Messias-kant. Dan zegt hij totaal belachelijke dingen als: “We gaan het brein doorgronden. Dan worden dierproeven overbodig.” Over een eeuw zijn we misschien zover, maar nu nog lang niet.’

Het wordt Hutton in eerste instantie niet in dank afgenomen door Team Markram dat hij critici zoals Koch ook aan het woord laat. Dat zorgt er echter wel voor dat ‘s mans gecompliceerde onderzoeksgebied, en de inhoudelijke discussies die daarbinnen worden uitgevochten, helder in kaart wordt gebracht. Bovendien geeft dat voortdurende twistgesprek over wat we wel/niet (kunnen) ontdekken over de werking van de hersenen zijn film een lekker kartelrandje. Niet in het minst doordat zijn protagonist in eigen kring eveneens met weerstand krijgt te maken.

Uiteindelijk komt in de fijne breinbreker In Silico dan ook de vraag op tafel in hoeverre Henry Markrams levensproject ooit meer is geweest dan een droom en of die stip op de horizon, de belofte dat er over tien jaar een computersimulatie van het brein zou zijn ontwikkeld, vooral was bedoeld om aandacht – en daarmee geld – te trekken. Markram is zijn geloof in de missie in elk geval nooit verloren. ‘De voltooiing van deze reis, door ons of de generaties na ons’, beweert hij nog altijd met een stalen gezicht, ‘zal belangrijker zijn dan de maanlanding.’

Protocol Van Mijn Vader

EO

Een man jogt alleen door de Nederlandse polder. Hij sleept een beetje met een been, maar zijn ademhaling klinkt regelmatig en hij houdt behoorlijk tempo. Intussen horen we een telefoontje naar 112. Een vrouw zegt: ‘Mijn man wordt net wakker en hij praat heel onduidelijk. Ik kan hem niet verstaan.’ De medewerker van 112 besluit om met spoed een ambulance te sturen. Intussen gaat de joggende man steeds langzamer lopen. In slow-motion. De camera zoomt op hem in, op zijn hoofd in het bijzonder.

De openingsscène van Protocol Van Mijn Vader (53 min.) is spannend en filmisch. Daarna volgt een wat overcomplete voice-over van maakster Melliena Beckmann, die erg veel van het navolgende verhaal prijsgeeft. De hardlopende man is haar vader, die enkele jaren geleden een zogenaamde ‘wake-up stroke’, een herseninfarct tijdens zijn slaap, heeft gehad. Vader Beckman was eigenlijk ten dode opgeschreven, maar werd voor de poorten van de hel weggesleept door dokter Bonte, de dienstdoende neuroloog van het ziekenhuis.

Jan Bonte is een karakteristiek heerschap. Als Beckmann hem anderhalf jaar later volgt tijdens een dagje als freelancer in het ziekenhuis, draagt hij onder zijn openhangende witte jas een T-shirt met de tekst ‘I’m pretty confident my last words will be “well shit, that didn’t work”’ erop. Een arts kortom, die de gebaande paden durft te verlaten en zo nodig zijn eigen plan trekt. ‘No guts, no glory’, zoals hij dat zelf noemt, Maar als hij de protocollen doorbreekt, zoals in het geval van Beckmanns vader, kan hij natuurlijk ook tegenover zijn directe collega’s komen te staan.

Samen met haar familie en de rebelse arts (ander shirt: ’skilled enough to become a doctor, crazy enough to love it’) reconstrueert Melliena Beckmann de gebeurtenissen na het herseninfarct van haar vader en de gevolgen daarvan. Lukt het hem om zijn leven weer op te pakken? En hoe is dat voor zijn echtgenote? Beckmann, die haar ouders netjes met u aanspreekt, brengt het herstelproces met een combinatie van privéfilmpjes en documentairemateriaal treffend in beeld. Het eindresultaat is wel wat onevenwichtig: een ‘kleine’ egodocu, die tevens wat halfslachtig een ‘grote’ ethische kwestie probeert aan te snijden.

Hersenleed

EO

Een sterke maag is geen overbodige luxe voor het bekijken van de Nederlandse documentaire Hersenleed, waarin twee hersenchirurgen van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam en drie van hun patiënten worden gevolgd. Tijdens de intensieve behandelingen worden er namelijk letterlijk hersens blootgelegd en tumoren weggesneden.

Toch focust deze film van Jan Louter zich vooral op het menselijke proces dat zowel de doctoren als hun patiënten in de aanloop naar, tijdens en na die onvermijdelijke hersenoperatie doormaken. Dat proces wordt sereen vastgelegd, met een rustige cameravoering en veel aandacht voor detail. Zodat de impact van die operaties, voor alle betrokkenen, volledig tot de kijker doordringt.

Hersenleed (81 min.) laat ook zien wat er op het spel staat; één verkeerd sneetje en de wereld ziet er voor alle betrokkenen ineens compleet anders uit.