Leven Na De Dictatuur

TMD Media / NTR / zondag 14 en 21 december, om 16.25 uur, op NPO2

In 2014 stemde Thaeer Muhreez bij de presidentsverkiezingen nog op de Syrische leider Bashar al-Assad, een jaar later ontvluchtte hij zijn land en de oorlog die daar woedde. In de tweedelige docu Leven Na De Dictatuur (51 min.) kijkt hij terug op zijn eigen vluchtverhaal, dat hem tien jaar geleden naar Nederland heeft gebracht. Helemaal loskomen van de wereld die hem heeft voortgebracht is moeilijk gebleken. ‘Zonder dictator raak je verdwaald’, constateert Thaeer in de voice-over waarmee hij zijn persoonlijke relaas richting geeft. ‘Je voelt eenzaamheid die moeilijk te beschrijven is.’

Vluchten is ‘alsof je opnieuw bent geboren’, stelt zijn beste vriend en collega-filmmaker Jamil Makhoul zelfs. Thaeer heeft hem destijds overgehaald om uit Syrië te vertrekken. Samen legden ze hun reis naar Europa ook vast. In de herfst van 2015 kwamen de twee in Nederland aan, waar ze werden opgevangen in een tent. Al snel ontmoetten ze daar de filmmaker Robert van Tellingen, die vriendschap met de Syriërs sloot en bijvoorbeeld Sinterklaas met hen vierde. Later kwam er een ruis op de lijn tussen de Nederlander en Jamil, die ook z’n weerslag had op de relatie tussen de Syrische vrienden.

Tien jaar later kijkt Thaeer Muhreez met hen terug op deze periode en hoe hun leven in het ‘vrije’ westen sindsdien is verlopen. Robert en Jamil hebben geen contact meer – al wordt niet helemaal duidelijk wat er precies is gebeurd. Ook de gesprekken tussen Thaeer en zijn Syrische vriend daarover blijven tamelijk omfloerst. Duidelijk is dat hun achtergrond in een wereld waarin alles voor hen werd bepaald daarbij een belangrijke rol heeft gespeeld. Zo’n dictator bepaalt niet alleen ieders hele leven, maar kruipt ook onder de huid. Hij wordt ongemerkt onderdeel van wie iemand is of denkt te zijn.

‘Eigenlijk ben je eerst uit de oorlog gekomen’, zegt Robert tegen Thaeer, als zij tijdens een wandeling hun vriendschap bespreken. ‘En de afgelopen tien jaar is de oorlog uit jou gekomen.’ Dat proces van vasthouden wie je bent en tegelijk loskomen van wat je belemmert is tevens vervat in fraaie animaties van Studio Yoko. Terwijl hij veel dogma’s van zijn oude wereld, waarin achter zich heeft gelaten, maakt Thaeer Muhreez zich in deze bespiegelende film intussen zorgen over de roep om een sterke leider zoals Geert Wilders. Weten Nederlanders wel hoe ’t is als je niet hardop mag denken?

Big Time: De NBA-Droom Van Jesse Edwards

Nozem Films / Omroep Zwart

D’rop of d’ronder. Nog 98 dagen tot de NBA-draft van 2024. Dan selecteren de teams van de National Basketball Association in totaal zestig jonge spelers. Het Nederlandse talent Jesse Edwards stond enige tijd geleden nog op plek veertig op de voorlopige ranglijst, maar is daaruit, mede door een blessure, inmiddels weggevallen. Hij zal zich snel in de kijker moeten spelen. Anders is zijn kans, in elk geval voor dit jaar, verkeken.

Eva van Weeghel, Kim Smeekes en Eef Hilgers gebruiken die draft als richtpunt voor de sportdocu Big Time: De NBA-Droom Van Jesse Edwards (53 min.). Wanneer de lange Amsterdammer daar niet wordt geselecteerd, zou zijn Amerikaanse avontuur na vijf jaar universiteitsbasketbal wel eens abrupt kunnen eindigen. Als zijn team al snel faalt bij een cruciaal meetmoment, hangt Edwards’ toekomst dus aan een zijden draadje.

Stilistisch is deze film nogal een ratjetoe. Er zijn de geijkte elementen voor elk sportportret: enerverende jeugd-, wedstrijd- en trainingsbeelden, achter de schermen-impressies en gesprekken met de hoofdpersoon en sleutelfiguren uit zijn directe omgeving, zoals zijn Nederlandse moeder, Amerikaanse vader en enthousiaste broers, enkele medespelers en zijn voormalige coach bij West-Virginia University, Bob Huggins.

Daarnaast bevat Big Time echter ook vox pops met Amerikaanse tieners, enkele gereconstrueerde scènes en een paar korte explainers over hoe het Amerikaanse basketbalsysteem werkt door de voormalige NBA-spelers Geert Hammink en Henk Norel en Edwards’ jeugdcoach in Nederland, journalist Arno Kantelberg. Hoewel alle elementen met smakelijke muziek bij elkaar zijn geklutst, is dat wat veel van het goede.

Intussen neemt het aantal dagen naar die allesbepalende NBA-draft zienderogen af – en loopt intussen de spanning op bij Jesse Edwards. Deze film brengt dat zenuwslopende proces van heel dichtbij in beeld en werkt toe naar het selectiemoment, dat hij thuis in Nederland, te midden van z’n complete familie en gevolgd door de camera’s van de Nederlandse sportzender ESPN, beleeft: d’rop of d‘ronder, nu!

Home Game

Cinema Delicatessen

‘Lidija kan zich niet voorstellen dat haar wereld zou kunnen verdwijnen’, vertelt Lidija Zelovic in de persoonlijke documentaire Home Game (94 min), in de derde persoon, over haar vroegere zelf. ‘Dat oorlog ook haar kan overkomen. Dus zelfs als ze zelf de oorlog aankondigt, heeft ze dat niet door.’ 

‘In Bonn wordt de erkenning van Slovenië en Kroatië geëist’, leest een jonge Zelovic vervolgens, begin jaren negentig, voor in een Joegoslavische nieuwsuitzending. ‘De Kroatische president Franjo Tudjman heeft de bewegingsvrijheid beperkt van alle mannen tussen achttien en zestig jaar oud’, zegt ze in een ander journaal. Gevolgd door, in alweer een uitzending: ‘Rond één uur vannacht heeft er een schietpartij plaatsgevonden in Pakrac. Het mortiervuur duurde tot half acht in de ochtend. Tientallen gebouwen werden geraakt. De watertoevoer is afgesloten.’

En dan is die oorlog inderdaad begonnen. Joegoslavië, bijna dertig jaar bijeengehouden door de almachtige leider Josep Tito, spat uiteen. Ideeën over broederschap, eenheid en multiculturalisme sterven een pijnlijke dood. ‘De ander’ wordt voortaan beschouwd als een gevaar. Lidija Zelovic vlucht uiteindelijk van Sarajevo naar Nederland en bouwt daar als jonge vrouw een nieuw bestaan op. Haar familieleden volgen enkele jaren later. Samen met hen maakt ze in de egodocu My Own Private War (2015) de balans op van wat die oorlog in hun levens heeft aangericht.

Negen jaar later zijn er opnieuw belangrijke bijrollen voor Zelovic’s ouders Vojo en Vesna, haar broer Davor en zoon Sergej in Lidija’s nieuwe film over het leven dat ze nu al ruim dertig jaar leidt in Nederland, een land van rust, orde en harmonie. ‘Wat een ongelooflijk geluk dat ik hier terecht ben gekomen!’ constateert ze eerst nog, om later tot de conclusie te komen dat ze hier altijd ‘een vluchteling’ blijft. Intussen raakt ook dat gelijkmatige Nederland op drift. In het land dat van polderen z’n tweede natuur had gemaakt begint het te rommelen, donderen en bliksemen. 

Bij haar eigen familie, die aan den lijve heeft ondervonden hoe alsmaar oplopende polarisatie kan uitmonden in oorlog, komen de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh, de opkomst van Geert Wilders en het Toeslagenschandaal extra hard binnen. En Lidija heeft altijd een camera bij de hand om haar eigen bespiegelingen, de gesprekjes met haar opgroeiende zoon en de discussies binnen de familie vast te leggen. Zelf is ze er bepaald niet gerust op. ‘Hier gaat het niet escaleren’, herhaalt Lidija in een krachtige scène tegen zichzelf. ‘Hier gaat het niet escaleren.’

Home Game is behalve een zelfportret van een vrouw die de zwartgeblakerde ziel van haar moederland met zich meedraagt ook een film over twee werelden. Die zijn bij de Zelovicen volledig met elkaar versmolten geraakt. Terwijl ze gezamenlijk naar voetbalwedstrijden van Ajax kijken, discussiëren ze ongemeen fel over de Bosnische aanvaller Edin Džeko. Tijdens een trip naar haar geboorteland ontspant moeder Vesna zich met het Nederlandse televisieprogramma We Zijn Er Bijna. En Lidija’s broer Davor galmt thuis al z’n emoties eruit bij een levenslied van André Hazes.

Tegelijkertijd maakt deze film tastbaar hoe ze stuk voor stuk de herinnering aan het voormalige Joegoslavië met zich meedragen – en de waarschuwing die daarvan uitgaat. Welvaart en voorspoed mogen nooit vanzelfsprekend worden. ‘Mijn beste kinderen, als alles in je leven prachtig lijkt, doe dan een steen in je schoen’, zei Lidija’s grootmoeder, die zelf twee wereldoorlogen overleefde, vroeger tegen haar. ‘Zodat er iets is dat je dwarszit.’ Ze moesten er altijd en overal op voorbereid zijn dat het dak van de wereld met donderend geraas naar beneden zou kunnen komen.

Daarmee doet Home Game ook onvermijdelijk nadenken over Nederland. Kan het ook hier zo gaan? Dat de oorlog in feite al is aangekondigd, zonder dat iemand ‘t echt doorheeft?

Wij & Zij

EO

‘Mensen praten over wij en zij’, constateert filmmaakster Klaartje Quirijns bij de start van deze film, terwijl op de achtergrond uitspraken van PVV-leider Geert Wilders klinken. ‘Waarom willen mensen bij een groep horen?’ vraagt ze zich af. ‘Waarom willen ze zich afscheiden van de ander?’ Ze gaat hiervoor te rade bij de Marokkaans-Nederlandse psychiater Zohra Acherrat. Quirijns sluit bijvoorbeeld aan bij een gesprek dat zij heeft met de Marokkaanse jongen Ayoub. Samen met z’n moeder vertelt de jongen, die niet herkenbaar in beeld wil, hoe hij vanaf de allereerste dag werd buitengesloten op school.

De situatie is exemplarisch voor het onderwerp dat Quirijns in Wij & Zij (50 min.) wil aankaarten: hoe groepsdenken kan leiden tot uitsluiting. Bij aanvang vraagt ze zich nog even af of zij, wit en geprivilegieerd, dit verhaal wel mag vertellen. Als die twijfel is weggenomen door haar gesprekspartner, kind van Marokkaanse gastarbeiders, vertrekken de twee naar het Rijksmuseum in Amsterdam. ‘Kunnen we iets van onszelf begrijpen door naar het verleden te kijken?’ werpt Klaartje Quirijns dan op. Zien zij, ondanks die verschillende achtergronden, hetzelfde in de kunstwerken?

Quirijns heeft dan al enkele lastig te volgen denkstappen gezet, die het doorgronden van deze film niet vergemakkelijken. Want waarom ze nu juist bij Zohra terecht is gekomen, wat hun gezamenlijke geschiedenis is en hoe een bezoek aan het museum, en later ook aan een door Acherrat uitgekozen dans- en muziekvoorstelling, precies bijdraagt aan het uitdiepen van het thema blijft enigszins ongewis. Die gedachtegang valt onderweg wel min of meer te bedenken, maar had explicieter benoemd mogen worden – ook om de urgentie van de gemaakte keuzes te kunnen communiceren.

Los daarvan neemt Wij & Zij wel erg veel tijd voor wat in wezen niet heel veel meer is dan een, smaakvol aangekleed, tweegesprek. Tussen twee vrouwen die tegelijkertijd uit hetzelfde land en heel verschillende werelden afkomstig zijn. Dat onderzoeken van elkaar, en daarmee ook van zichzelf, levert zowel interessante inzichten als gemeenplaatsen op en is uiteindelijk toch wat weinig om de aandacht voor de volle vijftig minuten vast te houden – ook al lijkt Quirijns’ startvraag in het hedendaagse Nederland urgenter dan ooit en doet die nadenken over onze toekomst, van wij én zij.

Take A Chance

Prime Video

‘Waarom heb je het uitgemaakt met mij?’ schrijft Gert van der Graaf in een nooit te verzenden brief aan zijn grote liefde. ‘Het ligt heel gevoelig, want het is nog niet over. Voor mij niet, tenminste.’ Ruim twintig jaar geleden is de vorkheftruckchauffeur uit Coevorden veroordeeld vanwege deze ‘liefde’, die door de rest van de wereld als ‘stalking’ wordt beschouwd. Dat is voor hem echter geen reden geweest om te stoppen met dat – voor buitenstaanders volledig verknipte – ‘houden van’, vertelt Van der Graaf aan psychiater Michiel Hengeveld bij wie hij in therapie is.

Gert van der Graaf spreekt vloeiend Zweeds. Anders had hij natuurlijk ook nooit kunnen communiceren met de vrouw die hij op zijn achtste voor het eerst zag tijdens het Eurovisie Songfestival van 1974. Hij kan een glimlach nog altijd nauwelijks onderdrukken als hij de beelden van Waterloo, voor de honderdduizendste keer, terugkijkt. ‘Na die avond was ik helemaal gek van ABBA.’ Toen het Zweedse kwartet in 1982 besloot om te stoppen, nadat eerder al de twee stelletjes binnen de groep uit elkaar waren gegaan, zag de Nederlandse fan zijn kans schoon: Agnetha Fältskog, de blonde van de twee zangeressen, zou de zijne worden.

‘Soms denk ik: als ik dit aan mensen vertel, denken ze waarschijnlijk dat ik lieg’, zegt hij in Take A Chance (86 min.). ‘Wij hielden van elkaar.’ In deze unheimische documentaire reconstrueert Maria Thulin met Gert van der Graaf zelf, oud-klasgenoten en zijn chef, alsmede een select gezelschap (pop)journalisten, gedragsdeskundigen en ABBA-kenners, waaronder de Nederlandse zangeres Tessa de Jong en ABBA-impersonator Geert Dekkers, vakkundig de ongelófelijke liefde tussen Agnetha en haar superfan. Die, als zij duidelijk aangeeft dat ze geen contact (meer) wil met hem, een hel wordt. Want geen liefde kan een verliefde man zoals hij nu eenmaal nooit accepteren.

Dat gevoel van een aanbeden beroemdheid als opgejaagd wild – of je nu Jodie FosterTiffany of Harry Sacksioni heet – is treffend vervat in deze film, die verder wél beelden maar helemaal géén muziek van ABBA bevat. Het roofdier in kwestie heeft ogenschijnlijk niet eens kwaad in de zin, maar leidt waarschijnlijk aan erotomanie, ofwel het Syndroom van Clérambault. De drie fasen die deze vermaarde Franse psychiater ooit beschreef zijn in elk geval duidelijk herkenbaar bij Van der Graaf: hoop, teleurstelling en rancune. Zolang hij zijn contactverbod niet schendt of anderszins de wet overtreedt, is daar alleen verdacht weinig tegen te doen.

Zodat fan zijn – en, zeker, fans hebben – een absolute bezoeking wordt.

Akwasi

Videoland

Die ene omstreden uitspraak tijdens de Black Lives Matter-demonstratie van 1 juni 2020 vormt het startpunt voor de documentaire Akwasi (51 min.): ‘Op het moment dat ik in november een Zwarte Piet zie, ik trap hoogstpersoonlijk op z’n gezicht.’ De ‘slip of the tongue’ gaat in de maanden daarna een eigen leven leiden en zet allerlei ontwikkelingen in gang, waardoor de welbespraakte rapper indringend wordt geconfronteerd met de wereld om hem heen én zichzelf.

Johan Derksen, Geert Wilders en talloze anonieme onverlaten gaan helemaal los op Akwasi Ansah, die wordt weggezet als de archetypische ‘angry black man’. Al snel volgen er concrete bedreigingen. ‘Ik denk dat heel veel witte mensen zwarte mensen accepteren, tolereren, zolang je aan het beeld dat zij van je hebben voldoet’, zegt zijn vriend Mitchell Esajas. Hij legt uit: ‘Je mag protesteren, maar wel vreedzaam. Je mag iets zeggen over racisme, maar wel wanneer wij dat acceptabel vinden, dus niet tijdens de Sinterklaasperiode. Doe het maar daarbuiten.’

Deze documentaire van Remco Garcia laat met persoonlijke vlogs en intieme beelden vanuit de familiekring zien welke impact de commotie en dreigementen hebben op Akwasi, zijn vrouw Ahisha Ansah en hun kinderen, bijvoorbeeld als er een poederbrief wordt bezorgd of een stel boosaardige zwarte pieten voor de deur staat. Medestanders zoals schrijver Adriaan van Dis, rapper Bizzey, documentairemaker Sunny Bergman en rapper/zanger Typhoon geven daarbij duiding en context.

Iets meer tegengeluid of kritische vragen over Akwasi’s eigen rol in de controverses zouden daarbij welkom zijn geweest, al is het duidelijk niet Garcia’s bedoeling om z’n hoofdpersoon het vuur aan de schenen te leggen. Deze film wil zijn kant van het verhaal laten zien en werkt uiteindelijk toe naar het moment waarop Akwasi, in het najaar van 2020, betrokken raakt bij de ledenwerfactie van Omroep Zwart, dat een nieuw, kleurrijk geluid wil toevoegen aan het vaderlandse omroepbestel.

Daarmee lijkt het verhaal van deze uitgesproken stem van het hedendaagse Nederland overigens nog lang niet afgerond. Deze film is vooral een tussenopname, de weerslag van een formatieve periode uit zijn bestaan als opinieleider.

Het Gedoogdrama

Kathleen Ferrier / BNNVARA

De politieke spanning van het moment culmineert in dat ene moment op het CDA-congres van 2 oktober 2010: als partijprominent Camiel Eurlings salueert naar politiek leider Maxime Verhagen, die het CDA een minderheidskabinet met de VVD, met gedoogsteun van de PVV, wil binnenloodsen. ‘Maxime, jij hebt hier uit je hart gesproken’ houdt Eurlings, die zich maar al te bewust lijkt van de camera, een emotioneel betoog. ‘Je bent een Christen-Democraat in hart en nieren. Jij zult onze idealen nooit verloochenen!’ Verhagen neemt de loftuitingen met een stralende glimlach en trotse vuist in ontvangst en verlaat het congres als beoogd vicepremier van het omstreden kabinet.

Het onvergetelijke tafereel ontbreekt natuurlijk niet in Het Gedoogdrama: Regeren Met Populistisch Rechts (55 min.), een journalistieke reconstructie van de totstandkoming en korte regeerperiode van Rutte I, en is net als andere archiefbeelden geprojecteerd op meubels van Sociëteit De Witte in Den Haag. Op die statige plek, vlakbij Het Binnenhof, gaat interviewer Frénk van der Linden in gesprek met politieke insiders uit die turbulente tijd. De absolute hoofdrolspelers Mark Rutte (VVD), Maxime Verhagen (CDA) en Geert Wilders (PVV) weigerden overigens mee te werken aan deze tv-film, die werd geregisseerd door Piet de Blaauw. En ook de bekendste CDA-dissident tijdens de formatie, Ab Klink, laat verstek gaan.

PVV-kamerlid Hero Brinkman, VVD-minister Ivo Opstelten en -staatssecretaris Fred Teeven, CDA-voorzitter en staatssecretaris Henk Bleker, CDA-minister voor Immigratie en Asiel Gerd Leers, PvdA-leider Job Cohen en het kritische CDA-kamerlid Kathleen Ferrier zijn nochtans prima in staat om vanuit verschillende perspectieven de achterkant van de politieke gebeurtenissen te schetsen. Waarbij er en passant nog een saillant nieuwtje boven tafel komt over oud-premier Ruud Lubbers, die vanwege zijn rol als informateur kan worden beschouwd als geestelijk vader van de omstreden samenwerking.

Het Gedoogdrama wordt zo een interessante terugblik op een woelige periode uit de recente politieke historie, die tevens de start betekende van het premierschap van Mark Rutte dat tot de dag van vandaag voortduurt, het CDA in een diepe crisis zou storten en de PVV, de partij die de ongemakkelijke gelegenheidscoalitie uiteindelijk opblies, tot nader order zou veroordelen tot de oppositie. En hoewel Wilders en de zijnen weer hoog staan in de peilen, is het de vraag of daar na de komende verkiezingen verandering in gaat komen. Voor een meerderheidskabinet zijn vermoedelijk (in elk geval) dezelfde drie partijen nodig. Het lijkt niet waarschijnlijk dat die opnieuw samen een avontuur – laat staan in zo’n vermaledijde gedoogconstructie – willen aangaan.

God’s Address

KEG2010002G

(Geert van Kesteren)

 

God in Jeruzalem heeft het er maar druk mee. Via briefjes die zijn gemaild of verzonden naar de Westelijke Muur, volgens de overlevering het centrum van de wereld waar direct contact tussen mens en God mogelijk is, krijgt hij talloze brieven: ‘Heer, bescherm mij en mijn familie en het bedrijf.’ ‘Heer, help me om de vrouw te zijn die ik wil zijn.’ En natuurlijk: ‘Heer, ik heb gezondigd.’

Mensen van allerlei slag wenden zich tot het opperwezen van hun keuze in God’s Address (54 min.), een filmische ontdekkingsreis door gelovig Jeruzalem, de Israëlische stad waar het jodendom, de islam en het christendom samen (moeten) leven. Drie geloven op één kussen, daar slaapt zéker de Duivel tussen. Want natuurlijk beschouwt iedere stroming zijn eigen eigen God ook als De Enige Ware.

De onverzoenlijke houding van sommige stadsbewoners wordt in deze beklemmende film verpersoonlijkt door twee ijzeren Heinige vrouwen uit Oost-Jeruzalem, een joodse en islamitische fundamentalist. Van vreedzame coëxistentie lijken zij nog nooit te hebben gehoord. Aangevuurd door hun extremistische politieke leiders zoeken ze voortdurend de confrontatie.

De filmmakers Noa Ben-Shalom en Geert van Kesteren laten daarnaast met grootse, meeslepende beelden zien hoe intens en massaal religie wordt beleefd in de bakermat van het Jodendom en het christendom, die tegenwoordig door zowel Israël als de Palestijnen wordt opgeëist. Geloven lijkt behalve een persoonlijke aangelegenheid vooral ook een collectief gebeuren, waarbij de verschillende religies zichzelf in vervoering brengen en daarnaast met elkaar in botsing komen.

De joodse archeoloog en historicus Israel Finkelstein, christelijke filoloog en theoloog Thomas Römer en Palestijnse politicoloog Mohammed Dajani Daoudi voorzien de soms bijna middeleeuwse taferelen in deze documentaire van (hun eigen) context en plaatsen deze binnen de lange historie van de heilige stad Jeruzalem, die al van oudsher heeft te kampen met religieuze spanningen.

God heeft het er maar druk mee.