The One About Matthew Perry

Netflix

Het einde staat op voorhand al vast: deze miniserie kan alleen eindigen met de dood van Matthew Perry, het onderzoek naar de achtergronden daarvan en de geëmotioneerde reacties daarop van zijn zus Mia Perry Bowick, beste vrienden Roger Castillo en David Pressman en enkele ex-vriendinnen, kennissen en collega’s. Een onvervalst Hollywood-drama waarin de nobele held tóch ten onder gaat aan de verslavingen aan drank en drugs waartegen hij zijn hele leven zo heroïsch streed. Intussen heeft hij zich ook onbaatzuchtig ingezet voor lotgenoten.

Perry werd in de jaren negentig wereldberoemd als Chandler Bing, één van de zes hoofdpersonen van de Amerikaanse comedyserie Friends. ‘Ik heb vroeger gebeden: God, u mag alles met me doen, maar maak me alsjeblieft beroemd’, maakt hij er zelf, buiten beeld, een mooi verhaal van in The One About Matthew Perry (181 min.). ‘Ongeveer drie weken later kreeg ik Friends. Maar God vergat het andere deel niet.’ Na een ongeluk met een jetski op de set van de speelfilm Fools Rush In (1997) kreeg de acteur pillen voorgeschreven, die hem een euforisch gevoel bezorgden. Hij was direct verkocht en zou de rest van zijn leven blijven worstelen met middelengebruik.

Want wat de woelige jaren na het succes van Friends (1994-2004) ook brachten aan successen – het zelfgeschreven en autobiografische theaterstuk The End Of Longing en zijn memoires die de bestsellerlijsten bestormden, bijvoorbeeld – op de achtergrond speelde altijd die verslaving. Nuchtere periodes, pijnlijke terugvallen en afkickbehandelingen wisselden elkaar voortdurend af. Totdat Matthew Perry op 28 oktober 2023, op slechts 54-jarige leeftijd, thuis in een jacuzzi overleed aan een overdosis ketamine, een drama waarvoor enkele lieden uit zijn directe omgeving nog in de beklaagdenbank zouden belanden.

‘In alle goede verhalen zit komedie en tragedie’, zegt zijn veertien jaar jongere zus Mia. En dat wordt er ook van Perrys leven gemaakt in dit postume portret: een ‘goed’ verhaal. Over een man die uiteindelijk niet te redden was. Deze tragische geschiedenis wordt geïllustreerd met media-optredens en scènes uit zijn films en series. Vaak valt daar, met de ogen van nu, wel uit af te leiden hoe het toen met hem ging. Ook omdat ze nu worden ingekaderd door intimi, die de achterkant van die beelden kennen. Regisseur Mary Robertson heeft verder de verleiding weerstaan om van deze miniserie een sterrenparade te maken. De andere Friends ontbreken bijvoorbeeld.

Tegelijk blijft het wel de vraag of Perry’s familie en vrienden werkelijk het achterste van hun tong laten zien. De diepten van zijn verslaving worden wel aangeroerd, maar zeker niet uit en te na verkend. Net als de achtergronden daarvan. Veel verder dan een lastige jeugd, waarin hij al vroeg begon met drinken, reikt deze miniserie niet. Matthew blijft simpelweg de man met een ziekte, die hem uiteindelijk de baas is geworden. Een goeie kerel, die er feitelijk ook weinig aan kon doen. ‘Een onwaarschijnlijke superheld’ zelfs, volgens één van zijn vrienden. Zij geven hoog op over zijn verdiensten voor anderen met een verslaving en weigeren om al te kritische noten te kraken.

Van mensen die rouwen om een overleden vriend is dat best te begrijpen, bij een postuum portret mag de lat wel iets hoger liggen. The One About Matthew Perry blijft nu steken op het niveau van een nét iets te glad Hollywood-drama.

My Undesirable Friends: Part II – Exile

Julia Loktev / Marminchilla LLC

Welgeteld twee dagen zitten er tussen My Undesirable Friends: Part I – Last Air In Moscow (2025), de vijfdelige serie waarin de Russisch-Amerikaanse filmmaakster Julia Loktev enkele jonge vrouwelijke journalisten volgt die door het Russische regime zijn bestempeld tot ‘buitenlandse agent’, en deze opvolger, My Undesirable Friends: Part II – Exile (354 min.), waarin Loktev de draad met hen oppakt. Na de Russische aanval op Oekraïne op 24 februari 2022 hebben ze binnen enkele uren hun spullen gepakt en zijn vervolgens halsoverkop het land uit gevlucht. Om in den vreemde direct hun werk weer op te pakken.

Behalve hun thuis zijn de ‘ongewenste vriendinnen’ Anna Nemzer, Olga Churakova, Alesya Marokhovskaya, Irina Dolinina, Sonya Groysman en Ksenia Mironova op die tragische 24e februari in eerste instantie ook hun identiteit kwijt, als de gezichten van het onafhankelijke Russische tv-station Dozhd (TV Rain) en andere kritische Russische media. Ze dwalen, los van elkaar, rond in landen als Turkije, Israël, Tsjechië, Georgië, Polen en Oekraïne. Ontheemd, met nauwelijks geld, geen (vaste) plek om te slapen en heimwee naar het land waarin ze zijn opgegroeid – en dat twintig jaar lang toekeek hoe er in hun midden een monster groeide.

‘Ik kan zo’n geweldig land toch niet overlaten aan Poetin? zegt Elena Kostyuchenko, die net van haar bronnen heeft vernomen dat het regime haar wil laten verdwijnen en die daarom afziet van een bezoek als oorlogsverslaggever aan de Oekraïense stad Marioepol. Ze is desondanks vast van plan om terug te keren naar huis. ‘Zeker omdat ik beslist meer van Rusland hou dan hij.’ Eerst wil de dappere jonge journaliste van de gelauwerde Russische krant Novaya Gazeta nog een boek (I Love Russia) over de verwording van haar moederland schrijven. Waarna dan wel eens een Russische gevangeniscel zou kunnen wachten.

Julia Loktev kiest intussen ook in deze tweede reeks voor een zo authentiek mogelijke weergave van de werkelijkheid. Fly on the wall, zonder reguliere interviews, toegevoegde muziek of een ingenieuze montage. Alleen enkele verduidelijkende teksten, feitelijke informatie in sobere witte letters op een zwarte achtergrond. Ze neemt ook de tijd voor haar scènes, die behalve inzicht in de politieke ontwikkelingen en journalistieke werkzaamheden van haar protagonisten ook de impact op hun gemoed, relaties, familie en vriendschappen blootleggen. Het feit dat Poetin hen tot ‘de vijfde colonne’ rekent, beïnvloedt elk aspect van hun leven.

De filmmaakster belicht in deze vijfdelige vervolgserie ook hoe het verder gaat met Ksenia’s vriend Ivan Safronov, een journalist die meer dan twintig jaar gevangenisstraf dreigt te krijgen, en enkele nieuwe hoofdpersonen. De Russische podcaster Peter Ruzavin en zijn Oekraïense echtgenote Nataliya Gumenyuk bijvoorbeeld. Elena Kostyuchenko’s geliefde Yana Kuchina, die aan den lijve heeft ondervonden hoezeer je met een lichamelijke beperking wordt gediscrimineerd in Rusland. En Valeria Ratnikova, één van Dozhds vaste presentatoren wanneer de zender in augustus 2022 weer wordt opgestart in Riga, de hoofdstad van Letland.

Als haar collega Alexey Korostolev zich onhandig uitdrukt in een live-uitzending, leidt dit tot consternatie op de redactie. Hij wordt direct uit zijn functie ontheven, zijn collega Ekaterina Kotrikadze en haar echtgenoot Tikhon Dzyadko mogen dit nieuws aan de buitenwereld uitleggen. Terwijl de discussie wordt voortgezet op de Dozhd-burelen, mengt eigenaresse Natasha Sindeeva zich via een emotionele video in het openbare debat. Het resulteert in een fascinerende kijk achter de schermen bij een journalistieke organisatie onder hoogspanning. Want tegelijkertijd werkt Valeria Ratnikova aan verhalen over oorlogsmisdaden in Boetsja en Poetins ‘useful idiots’ in Europa.

Alle commotie leidt tot een bijna absurd conflict met de Letse autoriteiten en opnieuw een overhaast vertrek voor Dozhd, naar Amsterdam ditmaal. De andere ‘buitenlandse agenten’ zijn tegen die tijd ook al over de westerse wereld verspreid geraakt. Nergens zijn ze echter veilig voor Poetins lange arm en het wapen dat hij sinds jaar en dag inzet: gif. Geduldig documenteert Julia Loktev hoe zijn regime zo huishoudt in haar vriendenkring, moedige jonge vrouwen die zich hebben geposteerd in de frontlinie van het vrije woord en die consequent weigeren om zich de mond te laten snoeren – ook al kunnen ze nergens blijven of zich écht thuis voelen.

Deze inmiddels tiendelige serie heeft zich ondertussen ontwikkeld tot een essentieel ooggetuigenverslag van wat het kost om vast te houden aan je onafhankelijkheid en op te staan tegen een autocratisch regime. Een verslag dat een verder vervolg verdient.

Conversations With A Killer: The Charles Manson Tapes

Netflix

Wat Charles Manson onderscheidt van Ted Bundy, John Wayne Gacy, Jeffrey Dahmer en The Son Of Sam – aan wie true crime-specialist Joe Berlinger eerder een Conversations With A Killer-docuserie wijdde – is dat hij zelf geen bloed aan zijn handen lijkt te hebben gehad. Althans, niet letterlijk. Manson liet anderen voor zich moorden en werd zo, als de man die de geest van de jaren zestig hoogstpersoonlijk de nek omdraaide, net zo berucht als échte seriemoordenaars.

De vraag is wel wat de driedelige serie Conversations With A Killer: The Charles Manson Tapes (172 min.) nog kan toevoegen aan de eindeloze stroom documentaires over de maniakale hippie-sekteleider. Die is in de afgelopen jaren nog eens verrijkt met een Errol Morris-productie die onderzoekt of de Manson-moorden het resultaat waren van een uit de hand gelopen CIA-project, Chaos: The Manson Murders (2025), en een persoonlijke film van een jonge vrouw die Mansons kleindochter blijkt te zijn, My Grandfather Charles Manson (2026).

Eerlijk gezegd: vrij weinig. Naast de verplichte rechercheurs, deskundigen en Manson-biografen laat Berlinger ook de Family-leden Dianne Lake, Catherine ‘Gypsy’ Share, Stephanie Schram en Bobby Beausoleil (die inbelt vanuit de gevangenis) leeglopen over hun periode als Manson-discipel. Samen lopen ze netjes ’s mans levenswandel, het ontstaan van zijn losgeslagen sixties-enclave en de aanloop naar en afwikkeling van de beruchte Tate/LaBianca moorden af. Hij ondersteunt hun herinneringen met nogal opzichtige reconstructies.

Alle bekende elementen uit het Manson-verhaal passeren weer de revue. Zijn gefnuikte muziekcarrière die om wraak vraagt. Zijn opdrachten aan volgelingen om ‘creepy crawls’, inbraken in willekeurige huizen waarbij zomaar wat spullen worden verzet, te ondernemen. En zijn tirades over een rassenoorlog en de vermeende aankondiging daarvan in het Beatles-nummer Helter Skelter. De geluidsopnames, waaraan deze franchise z’n naam en bestaansrecht ontleent, spelen bovendien slechts een beperkte rol en voegen ook weinig toe.

‘Hij heette Roman Polanski omdat hij de Jood was die de Rooms-katholieke kerk bestuurde’, zegt Manson bijvoorbeeld met van sarcasme druipende stem, over de rouwende filmregisseur die na de moord op zijn hoogzwangere vrouw Sharon Tate en enkele van hun vrienden zelfs nog even verdacht werd gemaakt in de schandaalpers. ‘Hoeveel mensen stierven er vanwege die films? Rosemary’s Baby. Al die waanzin. Denk je dat Christus, als hij terugkwam, dat zou goedkeuren? En als hij het niet zou goedkeuren, zou hij dan worden afgewezen en verstoten?’

Voor iedereen die nooit genoeg krijgt van zulke diabolische gekte en die zich (opnieuw) wil verlustigen aan de infame Manson-moorden en de bizarre nasleep daarvan – een mediaspektakel van jewelste, binnen de rechtszaal met de publiciteitsgeile openbaar aanklager Vincent Bugliosi en daarbuiten met Mansons grondig gehersenspoelde harem – biedt deze true crime-miniserie een handzaam overzicht. Verder is ie tamelijk overbodig.

Speechless

Good Soup Productions

‘De antiracisten, de antifascisten, de antiseksisten, de anti-imperialisten en, natuurlijk, de antikapitalisten’, besluit professor Russell Rickford van Cornell University in New York zijn vlammende speech. ‘Ze blijven ons inspireren. Dus blijf je organiseren en blijf herrie trappen.’ Rickford heeft slechts acht dagen na de aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023 – en ruim vóór Israëls verwoestende respons in Gaza – flink van zich doen spreken. De aanval van Hamas is volgens hem ‘exhilarating’ en ‘energizing’.

Op dat moment, in het tweede deel van haar lijvige documentaire Speechless (176 min.), krijgt de zoektocht van Ric Esther Bienstock naar de aanhoudende frictie rond de vrijheid van meningsuiting op Amerikaanse universiteiten een persoonlijk karakter. De filmmaakster is zelf Joods en voelt zich aangesproken door Rickfords agressieve retoriek, nadat gewone Israëlische burgers het slachtoffer zijn geworden van een bloedige aanval. Enkele maanden later steekt de Amerikaanse veteraan Aaron Bushnell zichzelf in brand, om te protesteren tegen Israëls verpletterende optreden in Gaza.

Bienstocks zoektocht is al in 2017 begonnen op het Evergreen State College in Olympia, in de Amerikaanse staat Washington, waar de jaarlijkse ‘Day Of Absence’ voor witte medewerkers een verplichtend karakter heeft gekregen. Docent evolutionaire biologie Bret Weinstein laat zich echter niet zomaar wegsturen van de campus en zet zo een snel ontsporend debat in gang. Op pijnlijke beelden is te zien hoe militante studenten het schoolhoofd George Bridges ongenadig uitkafferen, fascist noemen en beschuldigen van ‘microagressie’ – omdat de man te veel met zijn handen zou praten.

Studenten van het York College in Pennsylvania gaan deze casus vervolgens bestuderen. Met hun docent Erec Smith constateren ze dat het conflict een typisch voorbeeld is van de botsing tussen klassiek links gedachtegoed en ‘Critical Social Justice’, een manier van kijken naar de wereld die ook wel ‘woke’ wordt genoemd. Onderwerpen worden door aanhangers daarvan benaderd vanuit het uitgangspunt van ‘onderdrukker versus onderdrukte’. Niet veel later wordt Smith een ‘white supremacist’ genoemd. Door een witte persoon. Om het helemaal ingewikkeld te maken: Erec Smith is zelf zwart.

Ric Esther Bienstock onderzoekt of de academische vrijheid door zulke ontwikkelingen in gevaar komt. Op diverse plekken verdiept ze zich in hoog oplopende discussies over de onderdrukkende of juist bevrijdende werking van taal, radicale vormen van antiracisme en cancelcultuur, alvorens ze in deel twee het terrein van (vermeende) transfobie betreedt. Ze spreekt met de wetenschappers Carole Hooven, evolutionair bioloog op Harvard, en Kathleen Stock, een filosofe verbonden aan Oxford, die ernstig onder vuur kwamen te liggen en nauwelijks steun van hun collega’s of werkgever ervoeren.

Het open klimaat op universiteiten wordt daarnaast ook onder vuur genomen, laat de filmmaakster zien, door conservatieve activisten zoals Christopher Rufo, Hij verzet zich demonstratief tegen het uitgangspunt van Diversity, Equity en Inclusion (DEI) en krijgt van Florida’s gouverneur Ron DeSantis de kans om de linkse universiteit New College te hervormen. De DEI-directeur wordt direct ontslagen, het genderstudie-programma afgesloten en genderneutrale toiletten verwijderd. Rufo maakt van zijn hart bovendien geen moordkuil, ook niet in deze film, en blijft bijvoorbeeld rustig ‘misgenderen’.

En dat is een terugkerend beeld in deze urgente film, die de ontsporing van het publieke debat pregnant in beeld brengt: aan de frontlinie van de cultuuroorlog is geen enkele ruimte meer voor begrip of nuance. ‘Suck my tranny dick’, schreeuwt de activistische student Libby Harrity bijvoorbeeld tegen Rufo. Waarop die dat provocerend ‘anatomisch incorrect’ noemt en meteen een zaak start tegen Libby, die bij het spugen op de grond zijn tenen zou hebben geraakt. Het schikkingsvoorstel dat uiteindelijk op tafel komt – leave and never come back – is voor de protesterende student een bijzonder bittere pil.

Enige koudwatervrees is in zo’n giftig klimaat best te begrijpen. Voor elke persoon die Ric Esther Bienstock bereid heeft gevonden om voor haar camera plaats te nemen, zijn er dus ook talloze anderen die deze gifbeker liever aan zich voorbij lieten gaan. Zelfcensuur is nu eenmaal een onvermijdelijk bijproduct van een zich vernauwend publiek debat.

Woodstock, 3 Days Of Peace & Music

Warner Bros

In 1969 bestaat er nog niet zoiets als een festivalseizoen, met een ruim van tevoren vastgelegde evenementenkalender. De organisatoren van Woodstock, het festival dat de geschiedenis zal ingaan als de hoogmis van het hippietijdperk, betreden nog grotendeels onontgonnen terrein. Hun geesteskind veroorzaakt gigantische verkeersopstoppingen, bezorgt de lokale middenstand zowel een topomzet als kopzorgen en levert gevaren op voor de volksgezondheid, in de vorm van slechte LSD.

Ruim 400.000 ‘freaks’, véél meer dan verwacht, strijken van 15 tot en met 18 augustus neer op een weiland van de melkveehouder Max Yasgur in de Amerikaanse staat New York voor Woodstock, 3 Days Of Peace & Music (224 min.). Deze klassieke festivalfilm van Michael Wadleigh, die Martin Scorsese naar verluidt geen ‘credit’ als coregisseur gunde, ruimt natuurlijk alle ruimte in voor de line-up waarvoor zij naar dit Boomertown avant la lettre zijn getrokken: Richie Havens, The Who, Joan Baez, Ten Years After, Crosby, Stills & Nash, Santana, Jefferson Airplane, Canned Heat, Janis Joplin, Sha-Na-Na en Sly & The Family Stone.

Het levert onvergetelijke concertimpressies op, veelal in zeer effectief split screen uitgeserveerd: Joe Cockers carrière-definiërende uitvoering van With A Little Help From My Friends bijvoorbeeld. De anti-Vietnamoorlog-meezinger The “Fish” Cheer/I-Feel-Like-I’m-Fixin’-To-Die Rag van Country Joe & The Fish (‘Whoopee, we’re all gonna die!’). Of Jimi Hendrixs feedbackversie van het Amerikaanse volkslied. Tussendoor toont Wadleigh het leven in deze ad hoc geformeerde hippiemaatschappij, waar joints van hand tot hand gaan, naakt wordt gezwommen en tijdens onweer spontaan een regendans en modderglijpartijen ontstaan.

‘Ik kan met trots zeggen dat de inwoners van dit land trots kunnen zijn op deze kinderen’, laat de plaatselijke korpschef zowaar monter optekenen. En hoewel sommige omwonenden in Bethel, New York, wel degelijk mopperen, gaat het er doorgaans best beschaafd aan toe in Woodstock. ‘Dokter Jack Maitland, alstublieft, neem al uw hechtmaterialen mee, want u bent hier nodig’, meldt de festivalomroeper bijvoorbeeld. ‘U moet een bevalling doen.’ Luttele minuten later volgt een nieuwe oproep: ‘City McGee, kom onmiddellijk naar de rechterachterkant van het podium. Ik heb begrepen dat je vrouw aan het bevallen is. Gefeliciteerd.’

Het ultieme sixties-festival, een ongegeneerde viering van de tegencultuur, blijkt vaak een kwestie van improviseren. Geen draaiboek te bekennen. Er is te weinig water, nooit genoeg eten en nauwelijks een plek om te ontlasten. En toch blijven de ‘blommenkinderen’, waarvan er ook nog een paar aan het woord komen, alles van de positieve kant bekijken. Woodstock is en blijft daardoor te allen tijde ‘groovy’ – en daarmee ook een ongekend tijdsdocument. Van een periode waarin vrede en (vrije) liefde de wereld leken te gaan veroveren – totdat de ‘squares’, en hun onvermijdelijke ‘pigs’, hem toch weer in hun macht kregen.

My Undesirable Friends: Part I – Last Air In Moscow

Marminchilla

‘Hallo, buitenlandse agent’, grappen de medewerkers van de onafhankelijke Russische nieuwszender Dozhd, ofwel TV Rain, naar elkaar – hoewel het lachen hen eigenlijk allang is vergaan. Het Poetin-regime heeft Dozhd en andere journalistieke organisaties, opiniemakers en mensenrechtenactivisten in het najaar van 2021 tot buitenlandse agenten bestempeld. Zij zijn ook verplicht om zichzelf als zodanig kenbaar te maken. Elke uitzending van TV Rain wordt dus voorafgegaan door een officiële staatsboodschap: dit nieuws en deze mensen zijn niet te vertrouwen.

Presentatrice Anna Nemzer, één van de hoofdpersonen van My Undesirable Friends: Part I – Last Air In Moscow (322 min.), probeert zich dan nog met galgenhumor staande te houden. ‘Dit is echt Mordor’, zegt de journaliste scherp als ze in Moskou om zich heen kijkt, naar de totalitaire staat die in de afgelopen twintig jaar om hen heen is ontstaan. Dan wordt er bij haar werkgever nog dapper geprotesteerd tegen de overheidsmaatregelen, bijvoorbeeld tijdens een vurige marathonuitzending. Al snel draaien de machthebbers de duimschroeven nog verder aan. Elke vrijdag worden er nieuwe Russen tot buitenlandse agent bestempeld. Totdat elke vorm van (pers)vrijheid vakkundig is gesmoord.

Deze vijfdelige serie van de Russisch-Amerikaanse filmmaakster Julia Loktev, een goede vriendin van Nemzer, begint eigenlijk waar F@ck This World (2021), een documentaire over Dozhd-boegbeeld Natasha Sindeeva, ooit ophield. Loktev volgt Sindeeva’s navolgers: jonge vrouwelijke journalisten zoals Olga Churakova, Alesya Marokhovskaya, Irina Dolinina, Sonya Groysman, Elena Kostyuchenko en Ksenia Mironova, de verloofde van journalist Ivan Safronov die al meer dan een jaar in voorarrest zit vanwege vermeend landverraad. In de aanloop naar de Russische inval in Oekraïne blijven zij moedig, en soms ook met de moed der wanhoop, berichten over de gebeurtenissen in hun land.

Het beest mag in elk geval niet bij zijn naam genoemd worden: de oorlog is in Poetins newspeak niet meer dan een ‘speciale militaire operatie’. In de uitzendingen van TV Rain, waarmee Loktev haar groepsportret doorsnijdt, is het dus voortdurend spitsroeden lopen. Wél de feiten benoemen, maar níet opzichtig de ruimte geven aan verzet tegen het Russische regime. Intussen neemt de dreiging ook voor hen persoonlijk toe. Kunnen ze nog wel zomaar de deur opendoen? Of in hun eigen huis vrijuit spreken? Als Poetin-criticasters bereiken ze bovendien ogenschijnlijk helemaal niets. Toch gaan ze onversaagd door. Zodat, zoals ze tegen elkaar zeggen, zwart zwart blijft en wit wit.

Tegelijk moet ieder voor zichzelf afwegen of ie het land wil verlaten. ‘Ook in nazi-Duitsland wachtten mensen af’, zegt Anna. ‘In de hoop dat alles toch nog goed zou komen.’ Intussen gaat het gewone leven verder. Tussen uitvoerige discussies aan de keukentafel, op de werkvloer of onderweg door worden er dus ook spelletjes gedaan, huisdieren uitgelaten en Harry Potter-weetjes uitgewisseld. Loktev neemt de tijd om ook deze momenten te laten zien. Haar miniserie wordt daarmee wel een lange zit. Die wint echter aan kracht en urgentie als de aanval op Oekraïne, die menigeen toch nog verrast en raakt tot op het bod, wordt ingezet. ‘Ik heb geen land meer’, zegt Anna dan.

My Undesirable Friends: Part I – Last Air In Moscow ontwikkelt zich zo tot een wezenlijk ooggetuigenverslag vanuit het andere Rusland, gemaakt op een scharnierpunt in de moderne historie.

In het najaar van 2026 is My Undesirable Friends: Part II – Exile uitgebracht.

Yoràn Vroom – Master Of Drums

Zeppers

Je hoeft niet over een kennersoog te beschikken om te zien dat er ‘iets’ gebeurt als dat kleine kereltje, hooguit een jaar of drie, twee stokjes heeft bemachtigd. Fanatiek begint Yorán Vroom ermee op de rand van een fauteuil te trommelen. Met de kennis van nu zeg je: hij heeft zíjn lotsbestemming dan al gevonden. Een aandoenlijke kleuter uit de Amsterdamse Rivierenbuurt, vereeuwigd in talloze aandoenlijke familievideo’s. Zo’n dertig jaar later geldt Vroom als een topdrummer en -slagwerker. Hij treedt in de hele wereld op met zijn eigen Group Of Friends en geeft les op het conservatorium.

Yoràn drumde eerst links, vertelt zijn moeder Esther in de documentaire Yoràn Vroom – Master Of Drums (58 min.), omdat hij ‘t zichzelf via de spiegel leerde. In de navolgende jaren bouwde hij met allerlei spullen langzaam zijn eigen drumstelletje. Eddy Veldman, sinds jaar en dag drumleraar in de Bijlmer, kon zijn ogen nauwelijks geloven: dit vijfjarige jochie kon al roffelen! Yoràn zou negen jaar bij zijn mentor blijven hangen en heeft hem nog altijd graag aan z’n zijde. ‘Ik bewonder die gozer’, bekent Veldman trots. ‘Je hoort het Afrikaans, je hoort het Surinaams, je hoort alles gewoon… En ook fijn werk, hè? Die man speelt zo secuur!’

Documentairemaker John Appel neemt de tijd om zijn bedachtzame hoofdpersoon ook in die hoedanigheid te laten zien: helemaal opgaand in zijn eigen muziek, bijvoorbeeld tijdens een optreden met zijn Group Of Friends op North Sea Jazz, een festival dat hij als peuter voor het eerst bezocht, of tijdens een reis met zijn muzikale vrienden naar Senegal, waar hij als jochie les kreeg van meesterdrummer Famoutou Konaté. Vrooms eigen composities zijn een weerslag van de Afro-diaspora – via de slavenschepen werden ook de cultuur en muziek van Afrikanen over de wereld verspreid – en de muzikale reis die hij zelf heeft afgelegd.

In deze film geeft Vroom, een alleenstaande vader die zelf zijn vader nauwelijks heeft gekend, stukje bij beetje ook meer over zichzelf prijs – al blijft het parool van dit warmbloedige portret uiteindelijk tóch: let the music do the talking. Want die taal verstaat vrijwel iedereen – en kan een Amsterdams jongetje blijkbaar al helemaal in de vingers hebben.

Join Or Die

Abramorama

Waarom slaagt de ene democratie wel en faalt de andere jammerlijk? Heeft het te maken met welvaart? Met technologische ontwikkeling? Of toch met opleidingsniveau? Nee, ontdekte de Amerikaanse politicoloog Robert Putnam. De succesfactor is gemeenschapszin. Om er een officiële term op te plakken: het sociale kapitaal van een samenleving. Halverwege de jaren negentig stelde Putnam in de Verenigde Staten een aanzienlijke afname daarvan vast. Een maatschappelijke crisis was onvermijdelijk.

Met het opiniestuk Bowling Alone: America’s Declining Social Capital gooide hij de knuppel in het hoenderhok. Herkenbaar, reageerde de één. Gezwets, vond een ander. Vijf jaar wetenschappelijk onderzoek later verscheen het boek Bowling Alone: The Collapse And Revival Of American Community (2000), waarmee Robert Putnam zijn stelling over de correlatie tussen burgerlijke betrokkenheid en een effectieve democratie en het belang van burgerbewegingen verder onderbouwde.

In Join Or Die (90 min.) nemen ‘s mans oud-student Pete Davis en diens zus Rebecca samen met Putnam en gelijkgestemde wetenschappers zijn voornaamste bevindingen nog eens door: er is een schrijnend tekort aan clubs, verenigingen, genootschappen, netwerken en broederschappen. Of beter: te weinig Amerikanen – lees: westerse burgers, Nederlanders, wij! – zijn actief lid van een club. Solidariteit is daardoor gaandeweg vervangen door individualisme.

‘We kijken nu naar Friends, in plaats van dat we vrienden hebben’, verpakt Putnam dit ogenschijnlijk nogal voor de hand liggende idee in een pakkende oneliner. En die ontwikkeling heeft bijvoorbeeld desastreuze gevolgen voor de criminaliteitscijfers, schoolprestaties en levensverwachting van Amerikanen – en Democratische kopstukken zoals Hillary Clinton en Pete Buttigieg vallen hem daarin bij. Het is geen fijne boodschap om te verkondigen, zeker voor een rasoptimist zoals Robert Putnam.

En dus is de Amerikaanse wetenschapper tevens op zoek gegaan naar de oorzaken voor dit sociale verval. Ook die bevindingen hebben natuurlijk hun plek gekregen in deze fijne film, die toegankelijk en op tempo wordt gehouden met een vlotte voice-over en is opgeleukt met kleurrijke animaties. Putnam ziet bijvoorbeeld parallellen met hoe de Verenigde Staten de donkere ‘Gilded Age’ achter zich wisten te laten. Daaruit volgt ook automatisch wat er nu kan worden gedaan. Herstel: wat wíj eraan kunnen doen.

Putnams boodschap is uiteindelijk bedrieglijk simpel: ga bowlen. Niet voor Columbine natuurlijk, maar samen. Of bedenk iets anders, zolang ’t maar met anderen is. Word, kortom, een joiner. Want anders gaan we met z’n allen naar de haaien.