Get Gotti

Netflix

Een mediagenieke maffiabaas. Dat is weer eens wat anders dan een bruut in een trainingspak of een stokoude capo die elke vorm van publiciteit mijdt. John Gotti, een gesoigneerde kerel in een strak pak, spreekt tot de verbeelding van pers en publiek en geniet zelf duidelijk ook van de aandacht.

‘The Real Godfather’ komt pas goed in beeld als zijn voorganger als baas der bazen van de New Yorkse Gambino-familie, ‘Big Paul’ Castellano, op 16 december 1985 samen met zijn onderbaas Thomas Bilotti dood wordt aangetroffen bij een steakrestaurant in Manhattan. Koelbloedig geliquideerd, met meer kogels dan absoluut noodzakelijk waren. De opdrachtgever ligt voor de hand: diezelfde John Gotti. De twee hebben namelijk een zakelijk meningsverschil. Castellano is mordicus tegen drugshandel, zijn opvolger ziet er wel brood in. Het geschil wordt opgelost zoals ‘made men’ dat nu eenmaal doen: met enkele professionele huurmoordenaars.

Voor politie en justitie in New York is het duidelijk wat hen te doen staat: Get Gotti (151 min.). Gemakkelijk gaat dat niet. De verschillende politiediensten concurreren soms liever met elkaar dan dat ze samenwerken. En getuigen tegen zo’n prominente maffioso willen nog wel eens, op het allerlaatste moment, van mening veranderen of problemen krijgen met hun geheugen. ‘I Forgotti’ kopt een New Yorkse tabloid bijvoorbeeld als de ooggetuige van een eerdere geweldsuitbarsting van John Gotti zich ineens niets meer kan herinneren van wat hij toch een hele tijd lang zelf heeft beweerd. Iedereen weet wat er is gebeurd, maar probeer dat maar eens te bewijzen.

En daarmee is deze driedelige serie van regisseur Sebastian Smith en de rest van het team dat eerder de miniserie Fear City: New York Vs. The Mafia (2020) afleverde, precies waar ie wil zijn: in de al zo vaak geromantiseerde wereld van de maffia. Waar The Godfather, Goodfellas en The Sopranos elkaar virtueel ontmoeten. Volgens de sterke verhalen van deze gangsters vinden sterren zoals Andy Warhol, David Bowie en Brooke Shields ’t ook maar wat leuk om bij hen rond te hangen. Intussen stellen rechtschapen politiemensen, FBI-medewerkers en leden van de speciale Organized Crime Taskforce (OCTF) alles in het werk om ‘De Deftige Don’ achter de tralies te krijgen.

Zij observeren wat de leden van de Gambino-familie uitvreten, zetten ratten (ofwel: informanten) in en luisteren Gotti en zijn zware jongens stiekem af, waardoor die onbedoeld belastend bewijs tegen zichzelf aanleveren. Dit kat- en muisspel wordt door insiders vanuit de georganiseerde misdaad en de wetshandhavers die op hen jagen met zichtbaar plezier nog eens opgehaald. Smith laat hen aan het woord vanuit halletjes, archiefruimtes, wegrestaurants, fabriekshallen en – natuurlijk – luxe auto’s. Zolang ‘t er maar schemerig is. Het blijft tenslotte true crime.

Deze gesmeerd lopende serie is verder afgewerkt met tamelijk schreeuwerige vormgeving en een smakelijke eightiessoundtrack en werkt gestaag toe naar het moment waarop  ‘De Teflon Don’ – nee, aan bijnamen geen gebrek in deze productie, waarin het gangsterleven weer eens ouderwets wordt verheerlijkt – toch voor de bijl lijkt te gaan. En dat is best aardig kijkvoer, voor de liefhebbers van maffiafilms, waarin de ‘good guys’ heel veel moeite moeten doen om de ‘bad guys’ te laten brommen voor hun daden.

The Matthew Shepard Story: An American Hate Crime

Discovery+

De voorbijganger die hem uiteindelijk aantrof op 7 oktober 1998, vastgebonden aan dat hek op een verlaten landweg in Laramie, Wyoming, dacht in eerste instantie dat hij een vogelverschrikker was. Een hert had Matthew Shepard de hele nacht gezelschap gehouden. Het rende weg toen hij werd ontdekt. De armen van de 21-jarige student waren op z’n rug gebonden. Matthew bleek ernstig mishandeld. Hij stond al achttien uur op zijn plek en was nog min of meer in leven.

Matt Shepard had er nooit een geheim van gemaakt dat hij homo was. Dat vergde moed en lef. Wyoming gold (en geldt) als een uitgesproken conservatieve staat. Tegelijk leek er in het Amerika van de jaren negentig wat meer leefruimte te komen voor jongeren zoals hij. Shepard was zich dus waarschijnlijk van geen kwaad bewust toen hij op een avond in de Fireside Lounge de losgeslagen jongelingen Russell Henderson en Aaron McKinney tegen het lijf liep. Wat er daarna gebeurde werd een ijkpunt in de Amerikaanse LHBTIQ+-historie.

Net als twintig jaar eerder de publieke moord op homo-activist Harvey Milk veroorzaakte Matthews tragische dood, slechts enkele maanden na de huiveringwekkende haatmoord op de jonge zwarte Amerikaan James Byrd, een storm van verontwaardiging. Óók doordat de radicale Westboro Baptist Church van Fred Phelps de gelegenheid misbruikte om z’n abjecte ‘God hates fags’-boodschap onder de aandacht te brengen. Phelps zei hardop wat een deel van conservatief Amerika dacht en alleen in eigen kring uitsprak.

Vijfentwintig jaar na dato roept The Matthew Shepard Story: An American Hate Crime (85 min.) het beruchte haatmisdrijf op met Matthews vrienden, journalisten, activisten en LHBTIQ+-prominenten zoals Rosie O’Donnell, zanger Adam Lambert en acteur Andrew Rannells (die tevens enkele brieven van Matthew Shepard voorleest). In de degelijke tweedelige documentaire zijn bovendien audio-interviews uit 2011 opgenomen met direct betrokkenen, waaronder Matts moeder Judy, vader Dennis, politiemensen en advocaten.

Zo worden het korte bestaan van de homoseksuele jongen en zijn dramatische laatste uren gereconstrueerd. Het tweeluik belicht tevens de mediahype die daarvan de logische consequentie was en het vervolg daarop via The Matthew Shepard And James Byrd, Jr., Hate Crimes Prevention Act van 2009. Inmiddels staan de verworvenheden van de LHBTIQ+-beweging echter weer onder druk, toont deze tweedelige film. Conservatieve krachten in Amerika ondernemen serieuze pogingen om de klok weer terug te draaien.

Het is niet moeilijk om te bedenken wat Matthew Shepard daarvan zou hebben gevonden.

Last Stop Larrimah

Netflix

Van de elf bewoners van Larrimah zijn er nog maar tien over. Sinds 16 december 2017 is Paddy Moriarty verdwenen. Niemand in het door God en al z’n onderdanen verlaten gehucht, in het uiterst dunbevolkte Northern Territory van Australië, weet waar de zeventigjarige Ierse drinkebroer is gebleven, maar erg rouwig lijken ze daar ook niet om. Menige dorpsbewoner kon Paddy’s bloed wel drinken, blijkt al snel in de verrukkelijke documentaire Last Stop Larrimah (117 min.), ‘an outback tale in 5 chapters’ van Thomas Tancred.

Is de Ierse lastpost Paddy Moriarty verdwenen in de vleestaart van Fran, bijgenaamd ‘The Pie Lady’? Sinds Paddy heeft gezegd dat hij Frans taarten nog niet aan zijn hond zou voeren, kan zij hem niet meer luchten of zien. Of heeft zijn vriend Barry, ‘The Pub-lican’, misschien iets te verbergen? Het duurde 72 uur voordat de eigenaar van Larrimahs permanent geopende kroeg Paddy’s vermissing meldde. En de buik van zijn huisdier, een krokodil, lijkt ook wel erg goed gevuld. Of zijn toch Karl & Bobbie verantwoordelijk voor ‘s mans verdwijning? ‘The First Responders’ hebben regelmatig moeten uitrukken om brandjes te blussen die de dwarse pensionado leek te hebben gesticht.

Zo heeft elke inwoner van Larrimah zijn eigen grieven, niet alleen over Paddy overigens. Billy ‘Light Can’, waarbij net de helft van zijn tong is verwijderd vanwege een tumor, keurt zijn ex-vrouw Fran bijvoorbeeld nauwelijks een blik waardig. Intussen kijkt hij nog al eens te diep in de fles. Rouwdouwer Richard ‘The Bartender’ heeft dan weer een bloedhekel aan ‘The Newcomers’ Karen & Mark, die vuige roddels over hem zouden hebben verspreid. En nieuwkomer Owen – een voormalige bokser, echte ‘bushie’ en de tuinman van taartenbakster Fran – gaat het liefst iedereen uit de weg. Of is ’t toch tot een fatale confrontatie met Paddy gekomen over diens ‘fucking dog’ Kellie?

Larrimah, dat van oudsher dient als pleisterplaats voor mensen die het burgerbestaan willen ontvluchten, ligt niet zomaar in ‘the middle of nowhere’, stelt een typische Ozzie, maar in ‘the middle of everywhere’ – ook al hebben telefoons er doorgaans geen bereik. De politie van Mataranka, 75 kilometer verderop, heeft ‘t er intussen maar druk mee. Te midden van de kibbelende partijen, die onderdeel worden van een heuse mediahype, moet ook het eventuele misdrijf nog worden onderzocht. Last Stop Larrimah wordt echter nooit een routineuze whodunnit, de verdwijning van Paddy Moriarty is vooral een geschikte aanleiding om de lokale gemeenschap te portretteren.

In hun eigen (N)ergenshuizen houden de tien dorpsgenoten, de één nog kleurrijker dan de ander,  elkaar gevangen in een uiterst vermakelijke wurggreep van roddel en achterklap, die het weldadige decor vormt voor één van de beste true crime-docu’s van het jaar.

Who Killed Jill Dando?

Netflix

‘Maakt u zich wel eens zorgen over wat u ziet op Crimewatch?’ vraagt een jonge televisiekijkster aan Jill Dando. ‘Ja, maar de misdaden die we laten zien zijn zeer zeldzaam’, antwoordt de presentatrice van de Britse versie van Opsporing Verzocht. ‘Het is niet dat je op straat loopt en denkt dat jou hetzelfde zal gebeuren.’

Het fragment zit niet voor niets in de openingsscène van deze driedelige documentaireserie: op 26 april 1999 wordt Jill Dando zelf op klaarlichte dag doodgeschoten bij haar woning in Londen. Jennie Bond, haar directe collega bij de BBC, moet het nieuws brengen. Veel is er dan nog onduidelijk. En dat blijft zo: was het een criminele afrekening, een crime passionel, een oorlogsdaad of toch het werk van een gestoorde eenling? Uiteindelijk zet de politie een even vanzelfsprekende als pijnlijke stap: een oproep in het televisieprogramma Crimewatch.

In Who Killed Jill Dando? (138 min.) reconstrueert documentairemaker Marcus Plowright met familieleden, collega-journalisten, politiemensen en advocaten het rechercheonderzoek. Dat doorloopt de ene na de andere piste en streept die vervolgens ook stuk voor stuk weer weg. Totdat er, aan het einde van deel twee, eindelijk een serieuze verdachte in beeld komt en de zaak rond de vermoorde ‘girl next door’ in een stroomversnelling lijkt te komen. In de slotaflevering worden deze verdenkingen vervolgens helemaal uitgebeend en blijkt de werkelijkheid toch nét iets gecompliceerder dan het true crime-verhaal dat er vaak van wordt gemaakt.

Net als de dood van Lady Diana, twee jaar eerder, blijft de moord op ‘the golden girl of British television’ daardoor voortleven in het Britse collectieve geheugen. Deze slim geconstrueerde miniserie, aangekleed met de verplichte gedramatiseerde scènes en cliffhangers, slaagt erin om De Zaak Jill Dando in zijn volle omvang op te roepen, maar laat tevens zien dat een politieonderzoek lang niet zo eenvoudig is als een willekeurige aflevering van Derrick, Baantjer of CSI, waarin een koene rechercheur de dader uiteindelijk in zijn kraag grijpt, dwingt tot een bekentenis en daarna de celdeur achter hem dichtgooit.

Jill Dando wist dat natuurlijk allang. Ook toen ze dat meisje probeerde gerust te stellen, met woorden die haar ook na de dood zouden achtervolgen.

Las Cintas De Rosa Peral

Netflix

Volgens de verdediging van Rosa Peral is Albert López de dader. De advocaat van Albert wijst dan weer naar Rosa. En openbaar aanklager Félix Martín is ervan overtuigd dat de twee politiemensen van de Guárdia Urbana in Barcelona het samen hebben gedaan. Hij wil bovendien bewijzen dat het om moord met voorbedachte rade gaat, waarbij ook Rosa’s ex-echtgenoot Rubén nog zijdelings betrokken is geraakt.

Feit is dat Rosa’s huidige partner Pedro Rodriguez, tevens politieman, op 1 mei 2017 dood wordt aangetroffen in een uitgebrande auto. En dat Rosa en Albert stiekem eveneens een relatie hebben gehad is ook geen geheim meer. Toch houdt Rosa Peral, inmiddels veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf, staande dat ze onschuldig is. Een slachtoffer van de omstandigheden – of simpelweg van één of meerdere jaloerse mannen. De zaak steekt in elk geval heel anders in elkaar dan in al die scandaleuze artikelen in de Spaanse media is gesuggereerd.

Daarin is met name haar promiscuïteit hoog opgespeeld. Ze wordt ‘de zwarte weduwe‘ van de stadspolitie genoemd, een femme fatale die dwangmatig mannen verleidt en altijd meerdere potjes op het vuur heeft staan. Uitroepteken. Volgens haar advocaat heeft Rosa op een gegeven moment aan haar gevraagd: ‘Word ik veroordeeld vanwege het aantal bedpartners of vanwege de moord op Pedro?’ Vanuit haar cel probeert haar veelbesproken cliënt in Las Cintas De Rosa Peral (Engelse titel: Rosa Peral’s Tapes, 80 min.) nu het narratief bij te sturen.

Deze documentaire van Carles Vidal Novellas en Manuel Pérez Cáceres, die als bijsluiter voor een zesdelige dramaserie (El Cuerpa En Llamas / Burning Body) over dezelfde kwestie wordt uitgebracht, kan daarbij terugvallen op een registratie van de rechtszaak en laat tevens haar vader Francisco, de aanklagers en enkele journalisten aan het woord. Een eensluidend antwoord over wat er nu precies is gebeurd, wie daarvoor verantwoordelijk is en of de misogyne berichtgeving over Rosa de uitkomst van de rechtszaak heeft beïnvloed geven zij natuurlijk niet.

Zodat het speculeren over deze geruchtmakende driehoeksverhouding met fatale afloop ook na deze gelikte true crime-film gewoon kan blijven doorgaan. Dus: Rosa Peral, een in alle opzichten verdorven vrouw of toch het slachtoffer van een gewelddadige geliefde? Wie het weet, denk te weten of er zomaar een gooi naar doet, mag het zeggen.

Last Call

HBO Max

De term ‘overkill’ vat het treffend samen. De slachtoffers van de onbekende moordenaar blijken begin jaren negentig niet zomaar gedood. Ze zijn afgeslacht, in stukken gezaagd en langs de kant van de weg gedumpt. Dat kan beslist niet los gezien worden van hun seksuele geaardheid. De killer die actief is in de omgeving van New York koestert duidelijk een diepgevoelde haat tegen homoseksuelen.

Daarmee is hij in zekere zin een product van zijn tijd en omgeving. Hoewel New York in die jaren een levendige gayscene heeft, wordt homoseksualiteit in de Verenigde Staten bepaald niet overal geaccepteerd. Homofobie is er aan de orde van de dag. Mannen zoals Thomas Mulcahy en Peter Anderson blijven dus noodgedwongen hun hele leven in de kast en leven ogenschijnlijk een braaf burgermansbestaan. Totdat ze in het uitgaansleven, waarschijnlijk nét voor sluitingstijd, de verkeerde persoon tegen het lijf lopen.

Via de zoektocht naar deze seriemoordenaar belicht de vierdelige serie Last Call (215 min.) van Anthony Caronna en Howard Gertler het onverdraagzame klimaat waarbinnen de LHBTIQ+-beweging, die ook al is geconfronteerd met de AIDS-epidemie, zich eind twintigste eeuw staande moet houden en de impact van de moorden op hun dagelijks leven. Strijdbare belangengroepen zoals het New York City Anti-Violence Project eisen serieuze actie tegen het gruwelijke geweld dat in hun gemeenschap wordt aangericht.

Want erg veel prioriteit lijkt de NYPD in eerste instantie niet te geven aan de ‘pick up crimes’ van de zogenaamde Last Call Killer. Het gaat tenslotte om homoseksuele mannen die zich willens en wetens, op zoek naar seks en vertier, in het gaycircuit hebben begeven. Die houding doet denken aan de attitude van de Rotterdamse politie als er begin jaren negentig enkele homoseksuele mannen worden vermoord in het Kralingse Bos (waarover onlangs ook de thematisch verwante serie De Regenboogmoorden is uitgebracht).

Last Call legt de nadruk op de slachtoffers, hun nabestaanden en de angst binnen de queer-gemeenschap en vermijdt al te nadrukkelijke ‘seriemoordenaarsporno’. Pas in de slotaflevering van deze indringende serie, die getuige recente geweldsincidenten tegen homo’s en transmensen nog altijd actueel is, komt er een verdachte in beeld. Naar zijn motief blijft het gissen. Zou het een vorm van ‘gay panic’, de blinde razernij die bepaalde mannen overvalt als een andere man avances maakt, kunnen zijn? Of toch zoiets elementairs als zelfhaat?

Se Busca Millonario

HBO Max

‘Ik ben vast de enige burgemeester van Spanje die een miljonair zoekt’, zegt Carlos Negreira, de voormalige burgervader van de Galicische gemeente A Coruña, tijdens een persconferentie in 2012. ‘Niet om geld te vragen, maar om geld te geven.’

Uiteindelijk melden zich bij de Spaanse gemeente meer dan tweehonderd (!) mensen die beweren dat zij het winnende lot van de Primitiva-loterij, goed voor maar liefst 4,7 miljoen euro, zijn kwijtgeraakt. Lot 4722337 blijkt te zijn aangetroffen in een kleine loterijwinkel aan de Plaza San Augustín. Die ligt in een totaal ander deel van de stad dan de Carrefour waar het felbegeerde lot even daarvoor is gekocht. Welke weg heeft het gouden ticket sindsdien afgelegd? En wie zijn daarbij betrokken geweest?

Noemí Redondo en Susana López Raña maken van Se Busca Millonario (Engelse titel: Wanted: Millionaire, 128 min.) een kek vormgegeven whodunnit. Met een fraai opgezette en uitgelichte maquette hebben zij het Spaanse stadje nagebouwd, waarbij de reclamanten als poppetjes worden ingezet in een ondoorzichtig spel om de grote prijs. Saillant detail daarbij: als niemand kan bewijzen dat het lot van hem/haar is, gaat het geld naar de eigenaar van de winkel waar het lot is gevonden. En laat dat nu net de broer van de verkoper zijn…

De complexiteit van deze zaak, die inmiddels ruim tien (!) jaar beloopt, wordt in deze driedelige ‘true crime’-serie verbeeld met een gestileerde studio-opstelling, waarbij acht stoelen in een kring zijn gezet. Daarop nemen de verschillende eisers plaats die beweren dat zij, écht, de rechtmatige eigenaar van het felbegeerde lot zijn. Of ze daarbij te goeder trouw handelen en werkelijk overtuigd zijn van de rechtmatigheid van hun eigen claim of gewoon een slaatje proberen te slaan uit de situatie is slechts met zeer veel moeite vast te stellen.

Duidelijk is in elk geval dat zij nauwelijks meer terug kunnen. In plaats van een gelukzalig gevoel van oneindige rijkdom heeft de zaak hen echter vooral stress en slapeloosheid bezorgd. Via deze ‘winnaars’ lopen Redondo en López Raña op z’n Agatha Christies allerlei verschillende scenario’s door, die steeds nét een ander licht op de kwestie werpen. Dat proces neemt, hoewel slim opgezet en enerverend gemonteerd, nogal wat tijd in beslag en komt uiteindelijk tot een ontknoping, die nog veel zaken open laat. 

Waarbij zich meteen ook een vervolgvraag aandient: zouden al deze potentiële miljonairs überhaupt een ander als echte eigenaar van het lot kunnen accepteren? Met het opgeven van het idee dat zij dat winnende lot (zouden kunnen) hebben, verliezen ze immers ook hun signatuurverhaal.

Captive Audience: A Real American Horror Story

Disney+

Over zijn jaren als Dennis Gregory Parnell laat hij zo min mogelijk los. Zeven jaar lang gaat Steven Stayner in Comptche, Californië door voor de zoon van Kenneth Parnell. Zijn vriendinnen, klasgenoten, leraren en eerste vriendinnetje, die in de driedelige docuserie Captive Audience: A Real American Horror Story (138 min.) stuk voor stuk aan het woord komen, weten niet dat hij in 1972 als zevenjarig jongetje door diezelfde Parnell is ontvoerd. Als Stayner op veertienjarige leeftijd eindelijk aan zijn kidnapper ontsnapt, en dan meteen ook een vijfjarig jongetje bevrijdt, wordt hij onthaald als een held en lijkt het leven hem toe te lachen.

Stevens jarenlange ontvoering vormt de basis voor de tweedelige tv-film I Know My First Name Is Steven. Die wordt eind mei 1989 op de Amerikaanse televisie uitgezonden en trekt bijna veertig miljoen toeschouwers. Steven zelf heeft een klein bijrolletje als politieagent in de film, die ook nog wordt genomineerd voor vier Emmy Awards. Zijn verhaal is wel een beetje bijgewerkt, zodat het geschikt is voor een groot publiek. Tijdens zijn research voor de productie heeft scenarioschrijver JP Miller met Steven en enkele familieleden gesproken. De weerslag daarvan, tientallen uren audio-opnames, vormt nu de onderlegger voor deze driedelige docuserie van Jessica Dimmock, waarin ook beraadslagingen tussen de verschillende leden van het productieteam zijn opgenomen.

Dimmock maakt bovendien veelvuldig gebruik van fragmenten uit de tv-film en vraagt de acteurs Corin Nemec en Todd Eric Andrews, die daarin respectievelijk Steven en zijn oudere broer Cary Stayner vertolken, om bepaalde gespreksfragmenten opnieuw in te spreken. Op die manier ontstaat een gelaagde vertelling, waarin de spanning zichtbaar wordt tussen het ‘ware verhaal’ en de film die daarop is gebaseerd. Daarmee wordt deze miniserie, die nóg een onrustbarende verhaallijn opdiept uit de diepste krochten van de Stayner-familie, meteen ook een soort commentaar op het true crime-genre in het algemeen: wat gebeurt er als Hollywood zich ontfermt over dramatische gebeurtenissen? En welke gevolgen heeft die interpretatie dan weer voor het échte echte leven?

Steven Stayners vrouw Jody, dochter Ashley, zoon Steven Jr., moeder Kay en zus Cory kunnen in elk geval vanuit de eerste hand vertellen hoe hun bestaan volledig is ontwricht door enkele familietrauma’s en de manier waarop Amerikaanse media daarmee aan de haal zijn gegaan. Die kwestie wordt in het intrigerende Captive Audience overtuigend uitgediept – al blijven er, zoals bijna onvermijdelijk in dit soort true crime-series, ook nog wel wat losse eindjes rondslingeren.

The Thief Collector

HBO

Routineus beginnen ze aan het leegruimen van de woning in het kleine Amerikaanse plaatsje Cliff. It’s all in a day’s job voor Dave Van Auker en zijn collega’s van Manzanita Ridge Antiques in Silver City, New Mexico. Ditmaal is alles echter anders. Op een augustusdag in 2017 treffen ze op de slaapkamer van het huis een schilderij aan, dat verdacht veel lijkt op Woman-Ochre, een belangwekkend werk van de befaamde Nederlands-Amerikaanse schilder Willem de Kooning.

Het schilderij is al ruim dertig jaar spoorloos. Op 29 november 1985, de dag na Thanksgiving, werd het door een man en een vrouw gestolen uit het University Of Arizona Museum of Art in Tucson. Toen was het ‘slechts’ drie á vier ton waard. Inmiddels wordt het op een slordige 160 miljoen dollar ingeschat. Ter plaatse, in Nowhereville, USA , hebben ze desondanks weinig op met het schilderij. Dat kan hun kleine broertje ook – of een bonobo, heb je die wel eens zien schilderen?

In de woning van de pensionado’s Jerry en Rita Alter worden tevens manuscripten aangetroffen van de man des huizes. In het korte verhaal The Thrill Seekers beschrijft Jerry bijvoorbeeld hoe de adrenalinejunkies ‘Georges’ en ‘Suzie’ een schilderij stelen. Ze beschouwen zichzelf als ‘masters of victimless crimes’. Moet dit worden opgevat als een bekentenis? Regisseur Allison Otto heeft hun lotgevallen in elk geval met acteurs en een vette knipoog verfilmd voor The Thief Collector (96 min.). 

Er zijn drie soorten kunstdieven volgens Bob Cauthorn, voormalig kunstmedewerker van The Arizona Daily Star. De types die simpelweg de gelegenheid aangrijpen, zij die er dik geld mee willen verdienen en lieden die puur en alleen voor zichzelf stelen. Die laatsten zijn volgens hem het gevaarlijkst. Zij verbergen het ontvreemde werk angstvallig voor de wereld. Behoren de Alters tot die categorie? Of hadden ze misschien een appeltje met De Kooning te schillen? En hebben ze wellicht nog meer op hun kerfstok?

Met familieleden, kennissen, medewerkers van de plaatselijke kringloopwinkel, vertegenwoordigers van het museum, kunstkenners en een agent van het FBI Art Crime Team ontleedt Otto in deze vermakelijke kunstcrime-docu het dubbelleven van Jerry en Rita Alter. Hebben ze al die tijd iedereen in het ootje genomen? Of doelbewust een mythe rond hun eigen levensverhaal gecreëerd? Maar als dat laatste waar is: hoe komen ze dan in Godsnaam aan Woman-Ochre?

Dating Death

Sky

Dat je jezelf op de gedachte betrapt: dit heb ik al eens eerder gezien. Beter bovendien. Al die pratende hoofden. Getuigen. Familieleden. Politiemannen. Openbaar aanklagers. Journalisten, natuurlijk. Mensen die van ‘hem’ bijna hun beroep hebben gemaakt. Streep ‘bijna’ gerust weg. En de slachtoffers. Willekeurige Amerikaanse vrouwen. Meisjes, beter gezegd. De slachtoffers van een, checks notes, seksueel roofdier. Seriemoordenaar, juist. De enkeling die het kan navertellen doet dat ook. Been there, denkt de geoefende true crime-kijker desondanks. Done that. Daartegen is geen gimmick bestand (zoals: ‘hij’ heeft ooit aan een bekende, lékker dubbelzinnige datingshow op de Amerikaanse televisie deelgenomen en wij hebben de beelden!).

En dat je dan pas bedenkt: this is real, mán! Niet de pennenvrucht van een verknipte geest, maar de dadendrang van een verknipte geest. Herstel: van een psychisch gestoorde man. Die best gewoon oogt – overigens ook niet súperaantrekkelijk, al wordt het verhaal daarvan natuurlijk wel een stuk smeuïger – maar het van binnen helemaal niet is. Geen larger than life-personage, maar een levensechte man. Écht echt, zeg maar. Rodney Alcala, oud-militair en fotograaf in Californië. Een man die zijn eigen macabere invulling gaf aan de vrije liefde die de tweede helft van de sixties in z’n greep kreeg. En die in de jaren zeventig onder een andere naam, John Berger, van geen ophouden wist. Zijn, jawel, ‘body count’ zou al gauw zijn opgelopen tot honderd. Of meer. Of, ja, minder. Niemand die het precies weet. Al is dat geen beletsel om er tóch over te speculeren.

Dating Death (123 min.) dus. Een driedelige docuserie van David Harvey. Tamelijk routineus gemaakt: veel sprekers, aangekleed met een hele smak archiefbeelden en dichtgesmeerd met tamelijk platte muziek. Weerzinwekkende misdaden van een psychopaat, tot in detail doorgelicht. De plaatsen delict. Het politieonderzoek. De rechtszaak. Een hervertelling van een, nou ja, smakelijk verhaal. Geen nieuwe inzichten verder. Gewoon één van de vele seriemoordenaars – te situeren tussen pak ‘m beet Ted Bundy en Richard Ramirez – die tussen de jaren zestig en tachtig nu eenmaal actief waren in Amerika. Alan R. Warren, auteur van het boek The Killing Game over Alcala, heeft daarvoor wel een verklaring: ‘Een groot deel van die generatie is opgevoed door ouders, vaders in het bijzonder, die terugkwamen van de oorlog. Zij waren doorgaans niet affectief naar hun kinderen.’

En zulke liefdeloos aan de wereld toevertrouwde jongeren werden dus, denkt de doorgewinterde true crimer even welwillend mee, losgelaten in een tijd waarin alles mocht en kon. Dat móest wel tot een hele generatie lustmoordenaars leiden. Het is, in een wereld waarin wij ons verlustigen aan misdaad, al even onvermijdelijk dat daarover een eindeloze stroom boeken, films, podcasts en documentaires op gang is komen. Die we gewoon kunnen gaan uitzitten – of links laten liggen. Omdat de ene n(auwelijks )iets toevoegt aan de andere. Behalve de kick van het griezelen. The horror, the horror! Zoiets. Zonder dat we, écht, iets wijzer worden. En dan gewoon nóg een rondje. In de afzichtelijke achtbaan van de dood. Waar ditmaal Rodney Acala, of het monster dat we van hem hebben gemaakt, aan de knoppen zit.

Zulke gedachten dus…

Trailer Dating Death

De Zaak-Rombley

KRO-NCRV

Het is een uit duizenden herkenbare openingsscène voor een true crime-productie: een gedetineerde man, gekleed in oranje gevangeniskleding, neemt plaats achter het veiligheidsglas en voor de camera. Hij beweert ten stelligste dat hij onschuldig is. En dat gaat de maker van deze productie, aan de andere kant van dat glas, dan onderzoeken. In de praktijk is die maker doorgaans overigens allang overtuigd geraakt van de onschuld van zijn hoofdpersoon. Hij gaat vooral op zoek naar ontlastend bewijsmateriaal of exploreert andere hypotheses over wat er mogelijk is gebeurd.

Die maker heet in dit geval Nick Felix. Zijn protagonist is Vernond Rombley. En die zit al bijna acht jaar (on)schuldig vast voor een overval met doodslag op Curaçao. Kortom: De Zaak-Rombley (114 min.), een driedelige serie die zich afspeelt op de Nederlandse Antillen. Van het team dat eerder in De Villamoord en De Pompmoord al mogelijke gerechtelijke dwalingen onderzocht. Deze serie heeft alleen geen centrale verteller en is ook wat exotischer, met veel aandacht voor de couleur locale en muziek. Het doel is nochtans hetzelfde: aantonen dat deze veroordeling op drijfzand is gebouwd. 

Behalve door vrienden en familieleden wordt Vernonds onschuld ook bepleit door professionals zoals psycholoog Lucio Ricardo, oud-politiechef Caribisch Nederland Jan Rooijakker, de bekende rechtspsycholoog Peter van Koppen en het Nederlandse advocatenechtpaar Carry en Geert-Jan Knoops (van het Innocence Project, de Nederlandse tak van het zogenaamde Innocence Network, waarbij mogelijke justitiële dwalingen opnieuw worden onderzocht). Aan een alternatieve theorie, over wie het dan wel zou(den) hebben gedaan, waagt Felix zich verder niet.

Het is overigens niet zo heel vreemd dat de plaatselijke politie na die gewelddadige overval op een Chinese minimarkt in Willemstad op 20 december 2014, waarbij de dertigjarige eigenaar Zufeng Li wordt doodgeschoten, is uitgekomen bij de destijds negentienjarige Rombley. In appjes naar meerdere meisjes heeft de jongen zelf de moord geclaimd. Bluf, zegt hij daarover nu, vanuit de gevangenis waar hij een straf van vijftien jaar uitzit. Rombley is ook nooit eerder in aanraking geweest met justitie. Hij deed zich destijds alleen graag voor als een coole gangster.

Met een combinatie van beveiligingscamera-materiaal en reconstructiebeelden, analyses van het politiedossier, WhatsApp-verkeer en getuigenverklaringen en sprekende animaties ontmantelt deze miniserie de zaak van de Antilliaanse justitie tegen Vernond Rombley en wordt die bovendien in z’n maatschappelijke context geplaatst. De Zaak-Rombley zit alleen wat ruim in z’n jasje. In de slotaflevering gebeurt in wezen niet zo heel veel meer, behalve dat de impact van de veroordeling op de inmiddels 27-jarige jongeling en zijn directe omgeving nog eens goed in de verf wordt gezet.

Later dit jaar komt Rombleys zaak opnieuw voor bij het Hof op Curaçao. Wordt dus vervolgd… In de rechtszaal en ongetwijfeld ook via nieuwe afleveringen van deze true crime-serie.

L’Affaire Fourniret: Dans La Tête De Monique Olivier

Netflix

Volgens de alomtegenwoordige true crime-doctrine heeft elke seriemoordenaar zijn eigen handelsmerk, dat hem op de één of andere onsmakelijke manier ook ‘sexy’ maakt. Jeffrey Dahmer kwam bijvoorbeeld te boek te staan als een kannibaal die zich letterlijk tegoed deed aan homoseksuele jongens van kleur. Ted Bundy maakte slachtoffers bij de vleet als ‘het type man waarmee je je zus zou laten trouwen’. En de ultieme horrorclown John Wayne Gacy joeg niet alleen kinderen de stuipen op het lijf.

Michel Fourniret, die aan het eind van de twintigste en begin van de eenentwintigste eeuw een spoor van vernieling en verdriet trok door zowel Frankrijk als België, vormde dan weer een angstaanjagend koppel met zijn echtgenote Monique. Zij zou direct betrokken zijn geweest bij gruwelijke ontvoeringen, verkrachtingen en moorden – ook al heeft ze zich naderhand consequent voorgesteld als hulpeloos en onderdanig. Is de vrouw van ‘het Monster van de Ardennen’ zelf ook een monster? Of toch een slachtoffer van deze Europese variant op de diabolische seriemoordenaar?

In L’Affaire Fourniret: Dans La Tête De Monique Olivier (Engelse titel: Monique Olivier: Accessory To Evil, 196 min.) belichten Christophe Astruc en Michelle Fines de huiveringwekkende misdaden van Michel Fourniret, een als mens vermomd roofdier dat in ongeveer dezelfde periode en omgeving actief was als de beruchte kinderverkrachter en -moordenaar Marc Dutroux. Daarbij besteden ze speciale aandacht aan de vrouw met wie hij tijdens een eerdere detentie, vanwege een waslijst aan seksuele delicten, begon te corresponderen en daarna een buitengewoon ongezonde relatie kreeg.

Michel Fourniret was geobsedeerd door maagdelijkheid en sprak vaak met minachting over de veelal zeer jonge meisjes die hij tot zijn slachtoffer maakte. Ze waren niet meer dan ‘membramen op benen’ die hij met zijn ‘regenboog’ wilde ‘doorboren’. En zij verleende hand- en spandiensten, veelal in aanwezigheid van hun eigen kleine kind. Was ook Olivier bang voor hem? vraagt deze vijfdelige serie die nabestaanden, rechercheurs, psychiaters en haar advocaat aan het woord laat. Of deelden de twee gewoon samen een perversie die genadeloos op jonge meisjes en vrouwen werd botgevierd?

Als we Monique Oliviers eigen woorden mogen geloven, was ook zij geen partij voor haar psychopathische echtgenoot. L’Affaire Fourniret biedt daarnaast echter allerlei aanknopingspunten om tot een totaal andere conclusie te komen. Als de gewetenloze killer tijdens een opgraving tegen onderzoeksrechter Francis Nachbar zegt dat het slachtoffer toen hij haar vermoordde ongeveer even oud was als diens dochter nu is, krimpt ook zijn vrouw ineen. Volgens Nachbar zegt ze dan: ‘Het is zo verdrietig. Maar snapt u in welke situatie ík zit?’ Huilend laat Olivier hem dan haar handboeien zien. 

Het zijn dergelijke details die van L’Affaire Fourniret – opgeleverd met de verplichte duistere reconstructies, tijdssprongen, dramatische accenten en cliffhangers – een unheimische kijkervaring maken. Een volwaardige seriemoordenaarsserie, zou je met een verwrongen blik ook kunnen zeggen. Over een man én vrouw – hoe haar gedrag uiteindelijk ook moet worden geduid – waarvan iedereen met (klein)dochters koude rillingen over z’n rug krijgt.

Murdaugh Murders: A Southern Scandal

Netflix

Een moord wordt soms meer dan eens gepleegd. Na de eigenlijke daad – bruut, onwerkelijk, schokkend – volgt steeds vaker de reconstructie ervan. In boeken, films en documentaires(eries) – liefst héél bruut, onwerkelijk, schokkend. En met een beetje geluk (voor de true crime-liefhebber die er maar geen genoeg van krijgt) en een beetje pech (voor de direct betrokkenen die vaak helemaal niet hebben gevraagd om al die aandacht, een kwestie die onlangs indringend werd aangeroerd in de documentaire Subject) wordt die moord zelfs meermaals opnieuw gepleegd.

Zoals bij de dubieuze sterfgevallen in en rond de familie Murdaugh uit de Amerikaanse staat South Carolina. Eerder verpakt in een documentaireserie als Low Country: The Murdaugh Dynasty (te zien op HBO Max), nu op Netflix te bekijken onder de noemer Murdaugh Murders: A Southern Scandal (142 min.). Daarvoor waren er ook al de boeken The Murdaugh Murders en Tangled Vines: Power, Privilege And The Murdaugh Family en – natuurlijk! – de Murdaugh Murders Podcast. Er is bovendien – ook al zo vanzelfsprekend – inmiddels een dramaserie aangekondigd.

Deze driedelige serie van Jenner Furst en Julia Willoughby Nason start bij het bootongeval op 23 februari 2019, waarbij de negentienjarige Mallory Beach overboord slaat en om het leven komt. Het ongeluk zou de schuld zijn geweest van Paul Murdaugh. De jongste telg van een nietsontziende klan van machers, waarvan overigens niemand aan het woord komt in deze productie, is na een feestje dronken achter het stuur van de boot gekropen en roekeloos gaan varen. Mallory’s tragische dood legt een bizarre aaneenschakeling van fatale ‘ongelukken’ en geweldserupties bloot.

Dat misdaadverhaal, waarin de Murdaughs de rol van alomtegenwoordige maffiafamilie van Hampton County krijgen toebedeeld, heeft een aanzienlijk ‘waar rook is, moet vuur zijn’-gehalte. Veel suggestie, weinig feiten. Veelal afkomstig bovendien van een vaste ‘cast’, die al op meerdere podia z’n zegje heeft kunnen doen. Daarmee doet deze miniserie precies wat in dit achtergrondartikel wordt beweerd over de ethische standaarden bij het maken van documentaires in het streamingtijdperk: dat een smeuïge versie van de werkelijkheid doorgaans wordt verkozen boven de waarheid.

Dat is wat onsmakelijk en in dit geval ook onnodig: de gebeurtenissen rond met name Alex Murdaugh roepen zoveel vragen op, die ook in deze productie overigens zeker niet allemaal worden beantwoord, dat een wat feitelijkere en evenwichtigere benadering nog altijd een enerverende serie had kunnen opleveren.

Het driedelige tweede seizoen (106 min.) van Murdaugh Murders: A Southern Scandal, geregisseerd door Julia Willoughby Nason en Michael Gasparro, gaat verder waar de eerste drie afleveringen ophielden: bij de rechtszaak tegen Alex Murdaugh, die wordt verdacht van de moord op zijn vrouw en zoon. Daarbij wordt het bewijsmateriaal nog eens grondig doorgelicht en zijn er nieuwe getuigenverklaringen van de huishoudster van de familie en de vermeende handlanger van Alex, zijn schimmige manusje van alles Curtis Eddie Smith.

Aan het einde lijken alle vragen nu wel zo’n beetje beantwoord – al is dat natuurlijk geen garantie dat er inderdaad geen derde seizoen komt.

De Pompmoord

KRO-NCRV

Er zou wel eens sprake kunnen zijn van een gerechtelijke dwaling: op basis van een twijfelachtige bekennende verklaring, te zien op de originele verhoortapes, zijn meerdere mannen jarenlang vastgezet. Paul Acda, de advocaat van één van hen, is overtuigd van hun onschuld. En ook enkele rechercheurs die destijds bij de zaak betrokken waren hebben inmiddels hun twijfels. Net als de makers van deze Nederlandse true crime-serie, die de hand hebben weten te leggen op de originele politieonderzoeken en zelf ook in de strafzaak zijn gedoken.

Nee, dit is niet seizoen 3 van Joost van Wijks De Villamoord, maar een nieuwe moordzaak, op min of meer dezelfde manier uitgeplozen. De moord op de 28-jarige pompbediende Micelle Mooij uit Zutphen. Zij werd op donderdagavond 24 oktober 1985 neergestoken bij een tankstation in het Gelderse dorp Warnsveld. Ofwel: De Pompmoord (125 min.). Dirk Mostert neemt ditmaal de regie voor zijn rekening, Joost van Wijk fungeert als coregisseur en Stefan Stasse zet de gebeurtenissen, naspeuringen en conclusies weer op een rijtje als verteller.

Pas in 2002, zeventien jaar na de moord op Micelle, rekent de politie na een anonieme tip vier verdachten in. In een dronken bui zouden ze in café Het Sluisje een overval op het nabijgelegen benzinestation hebben beraamd, die helemaal uit de hand is gelopen. Maar of dat werkelijk een geloofwaardige verklaring is voor wat er met de jonge vrouw is gebeurd? Met leden van het oorspronkelijke rechercheteam, direct betrokkenen, ooggetuigen, de dochter van de hoofdverdachte én de man die destijds een bekentenis heeft afgelegd licht Mostert het misdrijf door.

De sleutel lijkt opnieuw – net als bij De Villamoord en geruchtmakende justitiële dwalingen zoals de Puttense Moordzaak en de Schiedammer Parkmoord – te liggen bij de uiterst suggestieve en agressieve verhoren van kwetsbare verdachten. ‘Het gaat van het begin af aan fout en het blijft fout gaan’, zegt rechtspsycholoog Annelies Vredeveldt. ‘De verdachten lijken zich haast van geen kwaad bewust en proberen mee te gaan met wat de verhoorders willen.’ Totdat ze zichzelf en hun medeverdachten in een hoek van de kamer hebben geschilderd, waaruit ontsnappen onmogelijk is.

Net als De Villamoord richt dit gedegen onderzoek naar De Warnveldse Pompmoord, waaraan de bekende rechtspsycholoog Peter van Koppen eerder een boek wijdde, zich vooral op het ontmantelen van de officiële lezing van het misdrijf, niet zozeer op het portretteren van het slachtoffer of het formuleren van een hypothese over wat er dan wél is gebeurd. Dat is journalistiek gezien ook wel zo zuiver, maar kijkers die hopen op een Baantjer- of Agatha Christie-achtige ontknoping komen dus bedrogen uit. Die bewaren de makers wellicht, als er weer beweging in de zaak is gekomen, voor een eventueel vervolgseizoen.

Bureau Dupin

Videoland

Ze ogen als een Nederlandse variant op zo’n archetypisch specialistenteam dat zelfs de perfecte misdaad kan oplossen: Isis studeert bijvoorbeeld European Studies, Yil heeft een achtergrond in de IT. Wilma werkt voornamelijk vanaf de camping en de zelfverklaarde nerd Tanja komt zowaar uit Oss. En dat is wel zo handig, want daar is Marja Nijholt op 1 januari 2013 levenloos aangetroffen. Samen onderzoeken deze amateurspeurders de raadselachtige dood van de kwetsbare vrouw uit Enschedé, die is gevonden in een voortuin. Marja had een aanzienlijk aantal steekwonden.

De politie heeft nooit kunnen achterhalen wat er precies is gebeurd op die tragische oudjaarsnacht en wie daarvoor verantwoordelijk is en heeft de ‘cold case’ onlangs ingebracht bij een nieuw experiment met een onderzoekscollectief, dat louter uit gewone burgers bestaat: Bureau Dupin. Volgens professor data science, oud-politieman, filmmaker en initiatiefnemer Peter de Kock benutten ze ‘the wisdom of the crowd’, om met vertrouwelijk materiaal uit het dossier en openbare informatie alsnog klaarheid te brengen in de geruchtmakende moordzaak.

In de vierdelige docuserie Bureau Dupin: De Nieuwjaarsmoord (160 min.) volgt en spreekt regisseur Feije Riemersma enkele kernleden van het burgercollectief, die het leven van Marja onder de loep nemen en bijvoorbeeld onderzoeken hoe en waarom zij vanuit Enschedé eerst naar een hotel in het Duitse Gronau is afgereisd en daarna in Oss terecht is gekomen. Voor een podcast hebben ze eerder al gesproken met sleutelfiguren uit Marja’s leven en laatste dagen. Die audio-interviews zijn nu ingepast in een typische true crime-productie, compleet met het verplichte prikbord, uiteenlopende onderzoekspistes die moeten worden ‘uitgelopen’ en cliffhangers.

Zowel de onopgeloste moord zelf – die volgens één van de uitgedachte scenario’s héél misschien ook nog een zelfdoding zou kunnen zijn – als het groepsportret van de fanatiekelingen die zich daarop hebben gestort spreekt beslist tot de verbeelding. Al voorvoel je als buitenstaander ook dat het voor een team van amateurdetectives erg lastig wordt om deze zaak op te lossen en tast je daarnaast een beetje in het luchtledige over welke informatie uit het oorspronkelijke politieonderzoek komt en wat Bureau Dupin daar nu precies aan heeft toegevoegd.

Daarbij wreekt zich een beetje dat er alleen direct betrokkenen aan het woord komen. Zij zijn (natuurlijk) enthousiast over het onderzoekscollectief dat, getuige bijvoorbeeld ook de toetsenborddetectives uit de docuserie Don’t F**k With Cats en de Nederlanders die in hun vrije tijd naar vermiste landgenoten speuren uit ZOEK!, helemaal in de tijdgeest lijkt te passen. Zeker aan het slot krijgt deze miniserie bijna een promotioneel karakter en volgt zelfs een ‘call to action’. Want het specialistenteam kan altijd extra menskracht gebruiken of ‘out of the box’-denkers die deze zaak – en de vele kouwe zaken die wellicht nog volgen – een nieuwe draai kunnen geven.

Tegelijkertijd zou menigeen door deze boeiende serie inderdaad wel eens de neiging kunnen krijgen om zich, met zijn of haar eigen specialisme, ook te melden als burgerdetective.

Crime Scene: The Texas Killing Fields

Netflix

Alle basisingrediënten voor een real life-whodunnit zijn aanwezig in Crime Scene: The Texas Killing Fields (147 min.):

* een huiveringwekkende serie onopgeloste moorden die begint in de jaren zeventig en doorloopt tot na de eeuwwisseling (waarbij de lijken worden gevonden op of rond Calder Road Field, aan de I-45 tussen Houston en Galveston, dat al snel The Texas Killing Fields wordt gedubd)

* een tot de verbeelding sprekende dader (‘een briljante, maar verdorven seriemoordenaar’, aldus Skip Hollandsworth, journalist van Texas Monthly Magazine)

* een amateuristisch politieonderzoek dat veel meer vragen oproept dan beantwoordt (‘Als je een misdaad wilt plegen doe het hier, want ze krijgen het met geen mogelijkheid opgelost.’)

* slachtoffers – waaronder enkele Jane Doe’s – die door de autoriteiten (veel te gemakkelijk) worden weggezet als ‘wegwerpkinderen’ of vrouwen van lager allooi

* plattegronden van plaatsen delict, overzichtskaartjes van de omgeving en unheimische compositietekeningen

* plotse verhaalwendingen, slimme tijdsprongen en onderzoekspistes die allang zijn doodgelopen (maar desondanks met liefde en plezier nog eens worden doorgelopen)

* geschokte nabestaanden, kritische deskundigen, een aansprekende getuige à charge, onverschrokken rechercheurs en FBI-agenten, en een bewezen true crime-crack (Kathryn Casey, de auteur van het boek Deliver Us, die vanuit een verduisterde ruimte deelt wat ze heeft ontdekt)

* en een getraumatiseerde ouder die de zaak maar niet wil of kan laten rusten (Laura Millers onvermoeibare vader Tim, die inmiddels zijn eigen zoekorganisatie runt, Texas EquuSearch).

Dit derde seizoen van Joe Berlingers Crime Scene-franchise – na miniseries over een verdwijning in het Cecil Hotel en de Times Square-moordenaar – zet netjes overal een vinkje. En in zekere zin presenteert de driedelige serie van regisseur Jessica Dimmock zelfs een eigen variatie op het inmiddels welbekende true crime-thema. 

Al laat dit onverlet dat er aan het eind van deze miniserie, als je alle ontwikkelingen nog eens de revue laat passeren, toch nog enkele losse eindjes rondslingeren. En dat is dan ook weer heel exemplarisch voor het genre.

Sins Of Our Mother

Netflix

De verhouding tussen Lori Vallow en haar vierde echtgenoot Charles wordt er zacht gezegd niet beter op als zij ervan overtuigd raakt dat hij een ‘duistere geest’ is geworden en een demon in zich verbergt. Van deze ‘Nick Schneider’ wil ze zich maar al te graag ontdoen. Niet veel later – op 11 juli 2019 in Chandler, Arizona om precies te zijn – beslecht Lori’s broer Alex met enkele kogels een ruzie met Charles. Noodweer, zegt hij. En zijn zus/Charles’ vrouw lijkt daar niet echt van op te kijken of wakker van te liggen.

Lori, de hoofdpersoon van de driedelige docuserie Sins Of Our Mother (139 min.), heeft dan al een turbulent leven achter de rug. De knappe blondine deed bijvoorbeeld mee aan de Miss Texas-verkiezing, draafde op in het welbekende tv-spelprogramma Wheel Of Fortune en raakte gaandeweg steeds dieper verwikkeld in haar eigen interpretatie van het geloof, dat ze als kind van de Mormoonse Fundamentalist Church of Jesus Christ of Latter-Day Saints (LDS) had meegekregen.

Aan de zijde van alweer een nieuwe liefde, de zelfverklaarde ziener Chad Daybell, begint Lori Vallow vervolgens steeds meer tekenen te vertonen van een bijzonder gevaarlijke vorm van godsdienstwaanzin, die zomaar enkele ‘zombies’ uit haar directe omgeving het leven zou kunnen kosten. En dan dient het einde der tijden zich ook nog aan, natuurlijk. Kortom: koren op de molen voor een true crime-crack zoals Skye Borgman, die eerder dit jaar ook al Girl In The Picture en I Just Killed My Dad afleverde.

Het is Lori’s oudste zoon Colby Ryan, ondersteund door enkele andere familieleden en kennissen, die voorgaat in deze afdaling in Lori Vallows eigen versie van de hel. Zijn jongere zus Tylee Ryan en broertje JJ Vallow zijn intussen ook nog vermist geraakt. Borgman serveert al die tragische verwikkelingen vet en vakkundig uit, totdat ze zijn gecondenseerd tot zo’n typisch ‘bizar verhaal’, waarvan de goegemeente lekker kan gruwen. Zoals dat gaat bij true crime, het ideale tijdverdrijf voor brave burgers zoals jij en ik.

Mind Over Murder

HBO Max

Ze gingen de geschiedenis in als ‘The Beatrice Six’, het verdorven zestal dat in 1985 Helen Wilson van haar eer en leven zou hebben beroofd in Beatrice, Nebraska. Maar waren ze ook werkelijk vergelijkbaar met pak ‘m beet The West Memphis Three, The Guildford Four of The Central Park Five? Die verdwenen stuk voor stuk voor hun (halve) leven achter de tralies voor een misdaad die ze niet hadden gepleegd.

Of waren de zes toch gewoon schuldig aan de gewelddadige moord op de 68-jarige weduwe in haar eigen appartement? Voormalig politieman Burt Searcey, de man die de zaak destijds rondmaakte, kent ruim 35 jaar na dato in elk geval geen twijfel: de bekennende verklaringen die hij bij de afzonderlijke verdachten lospeuterde correspondeerden niet voor niets met het bewijsmateriaal op de plaats delict.

Toch is vanaf de allereerste scène van de fascinerende true crime-serie Mind Over Murder (331 min.) ook duidelijk dat er twijfel is over de ware toedracht van de geruchtmakende overval, verkrachting en moord. Hoe waarheidsgetrouw waren de verklaringen die de zes verdachten en enkele getuigen destijds hebben afgelegd? En matchte wat deze kwetsbare mensen zeiden eigenlijk wel met de situatie ter plaatse?

Zowel Searcey, die tijdens verhoren niet alleen vragen stelt maar soms ook de antwoorden lijkt te souffleren, als de kleinkinderen van Helen Wilson blijven evenwel overtuigd van de schuld van The Beatrice Six in deze zesdelige serie van Nanfu Wang, die via het schokkende misdrijf kijkt naar ‘smalltown America’ en in het bijzonder naar hoe er wordt omgegaan met mensen die aan de verkeerde kant van het spoor zijn geboren.

De filmmaakster speelt de verwikkelingen rond The Beatrice Six intussen slim uit met verhaalwendingen en cliffhangers, voorziet de vertelling van de verplichte duistere reconstructiescènes en een kiene soundtrack en voegt daar nog een verhaallijn aan toe, die gaandeweg steeds meer naar de voorgrond komt: een theateruitvoering met lokale acteurs, waarin de zaak nog eens binnenstebuiten wordt gekeerd.

Dat is al eerder gedaan – sterker: het vormt de basis voor Kitty Greens verbluffende documentaire Casting JonBenét (2017) – maar werkt wel: de gemeenschap wordt zo gedwongen om de moordzaak opnieuw te bezien en de verschillende perspectieven daarbinnen tot zich te nemen. Burt Searcey zit daar overigens helemaal niet op te wachten, blijkt uit een ontluisterende scène. Schuldig is en blijft in zijn ogen schuldig.

Die attitude, ook zichtbaar in de vijandschap van een deel van de gemeenschap tegenover de theatervoorstelling, loopt als een rode draad door deze spannende, gelaagde en aangrijpende serie, die uiteindelijk tot een climax komt tijdens de geladen uitvoering van het Beatrice Six-stuk. En daarna worden zowel de zes vermeende daders van de moord op Helen Wilson als haar nabestaanden én Searcey recht gedaan. 

Mind Over Murder wordt daarmee tot nader order de beste true crime-productie van het jaar, een serie die de kijker niet alleen stimuleert om amateurdetective te spelen, maar ook dwingt om zijn eigen vooroordelen en assumpties kritisch tegen het licht te houden.

The Capote Tapes

Piece Of Magic

Hoewel Truman Capote (1924-1984) zo’n beetje de belichaming van de ons-kent-ons sfeer binnen de New Yorkse high society was, liep hij er soms ook in vast. Sterker: voor zijn beste werk, de true crime-klassieker In Cold Blood (1966), maakte de befaamde schrijver zich los van de incrowd en vertrok naar Kansas, waar hij zich jarenlang vastbeet in de geruchtmakende moord op de Clutter-familie. Tot het bittere eind, dat hij zelf voor zijn boek probeerde te bespoedigen.

Eenmaal thuis, maakt de gedegen documentaire The Capote Tapes (95 min.) van Ebs Burnough nog maar eens duidelijk, was het een heel eind gedaan met zijn schrijverschap, dat met Breakfast At Tiffany’s in elk geval nog één andere klassieker had opgeleverd. Capote, één van de eerste Amerikanen die openlijk homoseksueel was, zou volledig verzuipen in de celebrity-cultuur die hijzelf mede in gang had gezet. Hij werd meer talkshowgast dan schrijver, zegt auteur Jay McInerney.

Jarenlang zou Truman Capote werken aan een boek genaamd Answered Prayers. ‘Ik noem het mijn postume roman’, vertelde hij toentertijd in de talkshow van Dick Cavett. ‘Óf ik ga ‘m zelf doden. Óf hij doodt mij.’ Het boek zou nooit worden uitgebracht. Enkele gepubliceerde hoofdstukken, met allerlei roddel en achterklap over nauwelijks geanonimiseerde beroemdheden, zouden van hem zowat een persona non grata maken in eigen kring.

Burnough brengt ‘s mans opkomst en ondergang in beeld met fraai archiefmateriaal en laat dat inkaderen door Capote’s adoptiedochter Kate Harrington, enkele intimi en bevriende schrijvers. Hij completeert dit met nooit eerder gepubliceerde audio-opnamen van interviews die de literaire journalist George Plimpton deed met tijdgenoten als actrice Lauren Bacall, schrijver Norman Mailer en opiniemaker William Buckley Jr.

Zo reanimeert deze film vooral het larger than life-personage Truman Capote – méér dan de schrijver Truman Capote – en het tijdsgewricht waarin de cultus rond beroemdheid en beroemdheden op gang kwam. Een maatschappelijk fenomeen waarvan we nog altijd ontzettend veel last/plezier hebben.

Clinton Young: About Time

KRO-NCRV

Als een vrouwelijke Peter R. de Vries heeft Jessica Villerius zich in de afgelopen jaren vastgebeten in de zaak van Clinton Young. De Amerikaanse dertiger zit sinds 2001 in een Texaanse dodencel vanwege een dubbele moord, die hij zegt niet te hebben gepleegd. In Youngs medeverdachte David Paige meent de Nederlandse documentairemaakster intussen de werkelijke dader te hebben gevonden. Ze heeft hem enige tijd geleden zelfs aan een soort verhoor onderworpen, waarin het tot een bekentenis lijkt te zijn gekomen.

Clinton Young: About Time (49 min.) is na Code Rood: De Doodstraf (2014) en Deal Met De Dood (2017) de derde televisiedocu die de Nederlandse maakster wijdt aan de zaak van de ter dood veroordeelde Amerikaan. Mede door de inspanningen van Villerius en twee jonge advocaten, Renate Bouwmeester en Merel Pontier, die eveneens in de ban zijn geraakt van de omstreden moordzaak, is er in de afgelopen tijd zowaar beweging gekomen in de kwestie van de Texaan, die volgens hen dus al jaren onschuldig in de gevangenis zit.

De drie Nederlandse vrouwen spelen ook de hoofdrol in deze film. Als Youngs zaak een onverwachte positieve wending krijgt en hij in vrijheid een nieuw proces mag afwachten, vertrekt Villerius onmiddellijk naar de Verenigde Staten, om zich daar samen met Bouwmeester en Pontier over hun protegé te ontfermen. Die heeft bijna twintig jaar achter de tralies doorgebracht en moet nu weer zijn weg zien te vinden binnen de hedendaagse maatschappij, in de wetenschap dat zijn nieuwe proces opnieuw tot een veroordeling zou kunnen leiden.

Hoewel deze derde Clinton Young-docu behalve die vrijlating niet al te veel toevoegt aan z’n twee voorgangers, is het voor vaste volgers van Villerius’ speurwerk ongetwijfeld een bevredigende afsluiter (?). Een viering ook van het Nederlandse netwerk dat rond de Amerikaanse gedetineerde is ontstaan en waarbinnen Jessica Villerius zelf een centrale positie inneemt.