Bellingcat – Truth In A Post-Truth World

Bellingcat

Als idealistische beelddetectives struinen de leden van het internationale collectief Bellingcat vrijwillig het internet af. Vanuit hun huiskamers in pak ‘m beet Leicester, Berlijn en Helsinki belanden de burgerjournalisten zo in alle uithoeken van het wereldwijde web, op zoek naar de waarheid en niets dan de waarheid. Met behulp van online foto’s, kaartjes en video’s en eigen onderzoek deduceerden ze bijvoorbeeld wat er precies is gebeurd met vlucht MH17. Daarmee lieten Bellingcat-oprichter Eliot Higgins en zijn getrouwen het officiële onderzoek, de reguliere journalistiek en ene Vladimir Poetin zijn hielen zien.

Een gemiddelde wereldburger krijgt per dag meer beelden te verwerken dan een mens in de middeleeuwen tijdens zijn hele leven. Die beelden verrijken ons leven, zorgen voor begrip van de wereld en leveren bewijsmateriaal van mogelijke misstanden, maar ze kunnen net zo gemakkelijk worden gebruikt om de waarheid te versluieren of zelfs te verminken. Dat is het speelveld van Bellingcat – Truth In A Post-Truth World (83 min.), een fascinerende film van Hans Pool over een groepje onverschrokken frontsoldaten in de voortdurende oorlog om de waarheid.

Waar leiders als Poetin, Kim Jong-Un en Trump stelselmatig het vertrouwen in de media proberen te ondermijnen, en daarmee wereldwijd democratieën verzwakken, zweren zij ouderwets bij de feiten. Daarvoor verlaten ze zich wel op nieuwerwetse middelen. Zo demonstreert de Nederlander Christiaan Triebert, die voor zijn werk al de European Press Prize won, bijvoorbeeld hoe hij ontdekte dat een verwoestende autobom in Irak, waarover nieuwsmedia in de hele wereld hadden bericht, in werkelijkheid volledig in scène was gezet. Een ontluisterende conclusie, die voor je ogen nog eens ondubbelzinnig wordt aangetoond.

Pool maakt het urgente werk van Bellingcat met indringende voorbeelden uit onder anderen Charlottesville en Raqqa uitstekend inzichtelijk en laat dit door media-onderzoeker Jay Rosen van de University Of New York, Alexa Koenig van het Center For Human Rights en Harvard-professor Claire Wardle bovendien in zijn maatschappelijke context plaatsen. Het resultaat is een belangrijke film over het politieke tijdsgewricht waarin we leven en hoe de waarheid daarin voortdurend onder druk staat en wellicht tóch kan overleven. Met mogelijk een voortrekkersrol voor Bellingcat, een organisatie die de mogelijkheden van deze tijd in elk geval ten volle benut.

I Was A Yazidi Slave


Nadat het leeuwendeel van de mannen van de Koerdische Jezidi-gemeenschap in Noord-Irak in 2014 (letterlijk) een kopje kleiner is gemaakt, besluit de nieuwe bezetter van de stad Sinjar, Islamitische Staat, zijn politiek van de verschroeide aarde ook toe te passen op de vrouwen. Die dienen natuurlijk sowieso maar één doel: het behagen van de mannen.

In I Was A Jazidi Slave (59 min.) reconstrueren enkele vrouwen die in handen vielen van de bebaarde barbaren hun ervaringen als sexslavin. Dat doen ze, eenmaal opgevangen in Duitsland, in een therapeutische context. Zodat ze straks een nieuw leven kunnen opbouwen in Europa. Tegelijkertijd kunnen met hun gedetailleerde getuigenissen de verantwoordelijke IS’ers misschien worden aangeklaagd bij het Internationaal Strafhof in Den Haag.

Deze journalistieke documentaire van David Evans laat behalve de vrouwen zelf ook diverse hulpverleners en mensenrechtenactivisten aan het woord. Zij geven ‘de zaak tegen IS’ gewicht en context, maar zorgen er tevens voor dat de docu, die ook nog is voorzien van een eikenhouten voice-over, erg praterig wordt en uiteindelijk meer aan het hoofd dan aan het hart appelleert. Terwijl Islamitische Staat toch echt onuitsprekelijke ellende heeft aangericht…

Het Is Gezien


‘Als God zich opnieuw in Levende Stof gevangen geeft, zal hij als ezel terugkeren, hoogstens in staat een paar lettergrepen te formuleren, miskend en verguisd en geranseld, maar ik zal hem begrijpen en meteen met hem naar bed gaan.’ Aldus schrijver Gerard Reve in zijn roman Nader Tot U. Het leverde hem een aanklacht vanwege godslastering op. Reve moest in de jaren zestig zelfs voor de rechter verschijnen.

Ruim een halve eeuw na het geruchtmakende Ezelproces is het nauwelijks voor te stellen dat een Nederlandse schrijver vanwege zijn werk wordt vervolgd. Kunstenaars worden toch allang niet meer zo openlijk gecensureerd? De documentaire Het Is Gezien (54 min.) van regisseur Erik Lieshout en researcher Tom Rooduijn afficheert zich niettemin als ‘een pleidooi voor de vrijheid van kunst’ en spreekt met vaderlandse kunstenaars die in opspraak zijn geraakt door hun werk.

Om de heksenjacht op pedofielen aan de kaak te stellen meldde schrijver A.H.J. Dautzenberg zich enkele jaren geleden aan als lid van pedofielenvereniging Martijn. Het leverde hem talloze dreigbrieven en ontslag op. ’Er is geen vrij denken, constateert de Vlaamse schrijfster Kristien Hemmerechts over het gebrek aan steun, ook van haar literaire vrienden, dat zij ervoer na de commotie die ontstond rond haar boek over Marc Dutroux’ vrouw Michelle Martin. ‘Er is geen vrij spreken.’

‘Alles waar je niet over mag praten, daar moet je over praten’, stelt cabaretier Hans Teeuwen. ‘Probleem is om het grappig te krijgen.’ Hij maakte van dichtbij mee hoe vriend en ‘kamikazepiloot’ Theo van Gogh werd geslachtofferd voor zijn denkbeelden en zag naderhand hoe de aanslag op het satirische tijdschrift Charlie Hebdo collega-cabaretiers de mond snoerde. Dat mocht hem niet gebeuren.

In Het Is Gezien, in stemmig zwart-wit geschoten en op smaak gebracht met dramatisch getoonzette muziek, getuigen daarnaast advocaat Gerard Spong, schrijver Tom Lanoye, kunstenares Tinkebell en auteur Mano Bouzamour over de (on)vrijheid die zij ervaren binnen hun werk. Ze lezen tevens voor uit het virtuoze pleidooi dat Reve zelf hield voor de rechtbank. Getuige deze krachtige documentaire zijn ’s mans woorden ook in de 21e eeuw nog steeds actueel en relevant.

Liberation Day


Deze week moet de met veel bombarie aangekondigde top tussen de Amerikaanse president Trump en de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un plaatsvinden. Een mooie gelegenheid om deze vermakelijke documentaire over het bezoek van Laibach, een belangrijke inspiratiebron voor de spraakmakende tanzmetalband Rammmstein, als eerste westerse rockband aan Noord-Korea te vertonen, dacht de VPRO. Ook al kan die top alsnog met veel bombarie worden afgeblazen – zoals al eerder gebeurde. Met King Don en King Kim weet je het nooit.

De tournee van de doorgewinterde provocateurs uit Slovenië door de verknipte communistische heilstaat kon enkele jaren geleden in elk geval gewoon doorgaan. Blijkbaar hadden beide partijen daarbij genoeg te winnen. De keuze van Kim Jong-un om juist Laibach, een band die veelvuldig gebruik maakt van militaristische symboliek en nooit vies is van controverse, toegang te verlenen is opmerkelijk. Wilde Kim zichzelf nog eens ongegeneerd bewonderen in de spiegel? Of hield de band hem (ongemerkt) gewoon een lachspiegel voor?

‘All art is subject to political manipulation except that which speaks the language of the same manipulation’, stelt Laibach zelf in het leidmotief voor Liberation Day (58 min.). Regisseur Morten Traavik organiseerde al eerder culturele projecten in Noord-Korea, had tijdens de toer de leiding over de Laibach-delegatie en speelt nu de hoofdrol in zijn eigen film. Met straffe hand probeert hij de afstand tussen band en land te overbruggen; de culturele misverstanden, continu opspelende technische perikelen en op de achtergrond altijd aanwezige censuur.

Bij Laibachs met veel bravoure geëtaleerde wansmaak (of is het gewoon kunst?) krijgt ook een op de vrijheid van meningsuiting gestelde Nederlander soms de neiging om de culturele politie te laten uitrukken, maar als het dan daadwerkelijk gebeurt is het toch even schrikken. De band zelf lijkt zich er van tevoren al mee te hebben verzoend dat er water bij de wijn moet worden gedaan. Dit proces, waarbij de film zowel bij land als band achter de facade komt, is alleraardigst om te zien. Het levert Laibach, net als in Noord-Korea, beschaafd applaus op.

Ultra’s Van Egypte

ultras-van-egypte_20390790

 

Stel: de harde kern van Feyenoord besluit om zijn eigen slogan (‘geen woorden maar daden’) in de praktijk te gaan brengen en gaat de straat op om de regering omver te werpen. Ongeloofwaardig, niet? Zoiets gebeurde er nochtans in 2011 in Egypte. En in de eerste dagen van de Arabische lente trok de plaatselijke variant op Feyenoord, Al-Zamalek uit Giza, zelfs op met de aanhang van de grote rivaal Al-Ahly uit Caïro.

De zogenaamde ultra’s claimden een sleutelrol in het verzet tegen de Egyptische dictator Mubarak op het Tahrirplein en vochten daar ook gedurig met de politie. Bij een uitwedstrijd van Al-Ahly bij Al-Masry uit Port Said zette de gevestigde orde twee jaar later de tegenaanval in. Gewapende supporters van de thuisploeg maakten 72 dodelijke slachtoffers onder de uitfans. Het was een vooropgezet plan, volgens enkele Al-Ahly-supporters in de documentaire Ultra’s Van Egypte (54 min.). Later zouden er nog tientallen fans van Al-Masry en Al-Zamalek sneuvelen bij rellen.

De belangrijkste bijzaak van de wereld werd gaandeweg meegezogen in een burgeroorlog. In deze interessante film reconstrueren Frederick Mansell en Laurens Samsom (die eerder Palestijnse voetballers portretteerden in de interactieve documentaire Team Gaza) met archiefbeelden, geanimeerde reconstructies en getuigenissen van (geanonimiseerde) betrokkenen de vijandelijkheden tussen de verschillende partijen. Voetbal verwordt daarbij tot bijzaak, in een gevecht op leven en dood. Waarbij aanvallen desondanks de beste verdediging blijft.

Die grimmigheid is terug te horen in de supportersgezangen. Geen ’Op Een Slof En Een Oude Voetbalschoen’ (Ajax) of ’Vooruit Nu Rood-Witten’ (PSV) in de stadions of op de pleinen van Egypte. ‘Alleen de dood kan de liefde stoppen’, klinkt ’t bijvoorbeeld gepassioneerd in het clublied van Al-Ahly. En dat gaat echt niet alleen over voetbal.

I Am Not Your Negro


De Black Lives Matter-beweging vormt het tastbare bewijs dat het gedachtegoed van James Baldwin dertig jaar na zijn dood nog altijd actueel is. De documentaire I Am Not Your Negro (93 min.) is voor een deel gebaseerd op Remember This House, het boek dat de auteur/activist wilde schrijven over drie iconen van de burgerrechtenbeweging die hij persoonlijk had gekend.

Zoals Medgar Evers, Malcolm X en Martin Luther King – die alle drie vóór hun veertigste verjaardag werden kaltgestellt – nooit de verkiezing van Barack Obama tot Amerikaans president zouden meemaken, zo zou de Afro-Amerikaanse intellectueel Baldwin de vervolmaking van zijn eigen manuscript door regisseur Raoul Peck nooit aanschouwen.

De Haïtiaanse filmmaker heeft Baldwins machtige woorden over de verkrampte relatie van de Verenigde Staten met zijn zwarte burgers laten inspreken door acteur Samuel L. Jackson en op virtuoze wijze aangekleed met beelden. Hij maakt daarbij natuurlijk gebruik van interviews met en speeches van de eloquente schrijver zelf en archiefmateriaal van ijkpunten uit Amerika’s (inkt)zwarte historie, maar legt ook dwarsverbanden met de positie van Afro-Amerikanen in het hedendaagse Amerika.

De film voelt daardoor uiterst actueel. Of volstrekt tijdloos – als je ‘m beschouwt als een universele vertelling over hoe meerderheden met minderheden omgaan. Peck belicht hoe beeldvorming daarin van oudsher een sleutelrol vervult. Waar Wit Amerika mocht opgroeien met helden als Johnny Weissmuller en John Wayne, kreeg Zwart Amerika rolmodellen voorgeschoteld als Oom Tom en de bloeddorstige inboorlingenstam die een blonde vamp offert aan King Kong.

I Am Not Your Negro, vorig jaar genomineerd voor een Oscar, ontrukt zo een moedige en vrijzinnige denker aan de vergetelheid en fungeert tevens als een vlijmscherp portret van Amerika, toen en nu, dat niet zozeer je hartspier beroert als wel de luiken van je brein wijd openzet. Een niet te onderschatten prestatie.

Golden Dawn Girls

VPRO

Volgens eigen zeggen zijn ze gewoon nationalistisch. Beslist geen neo-nazi’s. Ze zijn toch niet Duits? De Grieken hebben juist gevochten tegen Hitler!

Het is alsof ze de vragen van filmmaker Havard Bustnes niet (willen) begrijpen, de vrouwen van de extreem-rechtse partij Gouden Dageraad. Ze werpen elke vergelijking met het Derde Rijk ver van zich. Ze zijn sociaal-nationalist. Geen nationaal-socialist. Ook al heeft een van de partijprominenten toevallig een ‘Sieg Heil’-tatoeage laten zetten. Die vond hij gewoon mooi en heeft verder helemaal niets met Hitler te maken.

Waarom de vrouwen wilden meewerken aan de documentaire Golden Dawn Girls (92 min.)? Om te laten zien dat ze gewone, normale mensen zijn. Die hun kinderen de universele waarde van liefde leren én die hen, letterlijk, wapenen tegen invloeden van buitenaf, mensen met een ander ras of andere huidskleur bijvoorbeeld. Dat dan weer wel.

Via de vrouwen – waaronder Ourania, de dochter van partijleider Nikos Michaloliakos – probeert Bustnes door te dringen tot het zwarte hart van Gouden Dageraad, dat zichzelf beschouwt als ‘het verzet’ in een vuile oorlog tegen oprukkende buitenlanders. En als hun mannen achter slot en grendel (dreigen te) verdwijnen, treden zij zelf op de voorgrond, strevend naar een klinkende verkiezingsoverwinning.

Golden Dawn Girls had soms wat meer vaart kunnen gebruiken. Tegelijkertijd slaagt de film er glansrijk in om van binnenuit een even omstreden als relevante politieke beweging te portretteren, die doorgaans uit de buurt blijft van (kritische) media. Want inmiddels heeft zo’n beetje elk zichzelf respecterend Europees land zijn eigen Gouden Dageraad.

The Act Of Killing


Als je iemand een bijzonder ongemakkelijke filmavond wilt bezorgen, schotel hem dan zonder al te veel voorinformatie The Act Of Killing(2012) voor. Ik heb tweemaal een avond – en de bijbehorende nacht en dagen daarna – laten vergallen door de bikkelharde film van Joshua Oppenheimer en begin nooit meer aan een derde kijkbeurt. Terwijl ik dit intik, spuug ik tussen twee vingers door op de grond. Beloofd. Uit puur zelfbehoud overigens.

Tegelijkertijd zou ik iedereen die de film nog niet heeft gezien aanraden om er direct een paar uurtjes voor vrij te maken. The Act Of Killing, de zogenaamde director’s cut zelfs (159 min.). Zorg dan wel voor tissues, een emmertje en enkele hulplijnen, want een walgelijkere kijk op de wrede inborst van dé mens – nee, laten we het comfortabel houden – van sómmige mensen zul je niet snel meer krijgen.
Oppenheimer heeft voormalige Indonesische massamoordenaars, die het land halverwege de jaren zestig enthousiast zuiverden van communisten en andere onwelgevallige landgenoten, gevraagd of ze de hoofdrol willen spelen in een overdadig aangeklede speelfilm over hun eigen heldendaden. De inmiddels bejaarde mannen happen enthousiast toe en kruipen nog eenmaal in de rol van hun leven.

Waar de gemiddelde kijker – hopelijk – een stel voormalige criminelen met een nauwelijks ontwikkeld moreel besef ziet, die tegenwoordig zowaar een soort macabere fanbasis lijken te hebben, menen ze zelf dat die film hen eindelijk die welverdiende roem zal brengen. De camera biedt hen tevens de mogelijkheid om hun vakkennis over te dragen, want hoe kun je nu eigenlijk het beste prikkeldraad om iemands nek wikkelen en waar moet je die dan aantrekken? Wacht, ze demonstreren het wel even.

The Act Of Killing is zo’n film die je nooit meer vergeet – al zou je eigenlijk niets liever willen. Oppenheimer filmde tegelijkertijd overigens ook het aangrijpende The Look Of Silence (2014), een documentaire met een conventionelere opzet, waarin de kant van de slachtoffers van de Indonesische genocide wordt belicht. Ook die film klapt er genadeloos in. Beide documentaires werden genomineerd voor een Oscar en sleepten diverse prijzen in de wacht.

Joshua Oppenheimer is na het filmen van zijn indrukwekkende tweeluik uit Indonesië vertrokken en zal daar ook niet snel terugkeren. ‘Ik kan Indonesië waarschijnlijk zonder problemen in’, vertelde hij halverwege 2015 in een interview met The New York Times. ‘Ik weet alleen niet zeker of ik het land ook weer levend kan verlaten.’

General Idi Amin Dada: A Self Portrait


Donald Trump heeft er inmiddels een goed gebruik van gemaakt om z’n kabinetsleden op te dragen om hem in het openbaar op te vrijen (waarbij vicepresident Mike Pence zich intussen heeft laten kennen als de ultieme ‘right hand man’). Zou Trump dat hebben afgekeken van een andere megalomane leider, die in de jaren zeventig voortdurend opzichtig naar liefde en aandacht hunkerde? Enter Idi Amin.

De Oegandese dictator gebruikt de camera van regisseur Barbet Schroeder in de documentaire General Idi Amin Dada: A Self-Portrait (90 min.) uit 1974 welbewust om zijn eigen positie te bestendigen. In een legendarische scène veegt hij bijvoorbeeld zijn ministers de mantel uit en laat hen de meest banale bevelen (‘you must teach the people to love their leader’) opschrijven als ware het diepere levenswijsheden.

Niet veel later wordt een van hen aangetroffen in de Nijl. Zover had het overigens niet hoeven te komen. Voor hetzelfde geld was hij ‘gewoon’ opgegeten door krokodillen, een veel beproefde methode van Amin om politieke tegenstanders – of gewoon lastige mensen, mensen die hem ooit tegenspraken of mensen die hem even vreemd aankeken – uit de weg te ruimen.

‘De Slachter van Afrika’ is ook niet vies van een provocerende uitspraak. Of hij werkelijk ooit heeft gezegd dat Hitler tijdens de oorlog te weinig Joden heeft gedood?, wil Barbet Schroeder weten. Idi Amin begint onbedaarlijk te lachen. ‘Waarom vraag je me naar Hitler? Hitlers probleem is dat hij nu verleden tijd is.’ Waarna hij doodgemoedereerd een U-bocht maakt naar een wazig betoog over toekomstige generaties van zijn land.

De voormalige Oegandese opperbaas maakt een opgeruimde, bijna jolige indruk in deze boeiende, maar voor hedendaagse ogen soms ook wat trage film. Altijd in voor een gebbetje. Met een warm woord voor de vele wilde dieren in Oeganda: olifanten, leeuwen, nijlpaarden en die ene logge, valse beer, genaamd Idi. En: moeiteloos luchtige deuntjes uit zijn mouw schuddend. Op zijn accordeon componeerde hij zelfs hoogstpersoonlijk de soundtrack voor dit bepaald niet altijd vleiende portret.

Als je niet beter zou weten – en de berg lijken, zo’n 300.000, die hij na zijn gedwongen retraite achterliet even probeert te vergeten – zou je hem bijna verslijten voor een Afrikaanse variant op de onomstreden leider van De Tegenpartij, waarbij alles altijd net iets rottiger uit zijn mond komt dan hij het eigenlijk bedoelt. Een gevoel dat je ook bij Trump kan bekruipen. Totdat je nog eens goed kijkt…

Dead Donkeys Fear No Hyenas

IDFA

Kan een land waar nog altijd mensen de hongerdood sterven tegelijkertijd voedsel exporteren naar het buitenland? Filmmaker Joakim Demmer ziet het voor zijn ogen gebeuren in Addis Abeba, de hoofdstad van Ethiopïe. Als je iedereen in het Afrikaanse land te vriend wilt houden, zijn dat echter geen vragen die je stelt, zo ondervindt de plaatselijke journalist Argaw al snel aan den lijve.

De Ethiopische regering heeft intussen de rode loper uitgelegd voor buitenlandse investerdeerders, constateert  Demmer in de verontrustende documentaire Dead Donkeys Fear No Hyenas (58 min.). Zij zien dat er goed geld is te verdienen en slaan dus onmiddellijk toe. ‘Ze vroegen een beruchte Amerikaanse bankovervaller ooit waarom hij banken overviel’, stelt vermogensbeheerder Paul McMahon droog. ‘Omdat daar het geld te halen is.’

Buitenlandse investeerders zoals Saudi Star zijn in het bijzonder geïnteresseerd in landbouwgrond. En als de plaatselijke boeren daarvoor moeten wijken, dan is dat maar zo. Je verzint er gewoon een mooi verhaal omheen (schoon water, gezondheidszorg en voedselhulp) en bedenkt er een lekkere term bij waarom ze moeten verhuizen: villagization. Voordat ze goed en wel door hebben wat er aan de hand is, zijn ze afgevoerd naar een vluchtelingenkamp.

En zo worden de verhoudingen steeds verder op scherp gezet in deze krachtige documentaire, waarin ook ‘do gooders’ aan het woord komen die het tij proberen te keren. Dead Donkeys Fear No Hyenas borduurt thematisch voort op de klassieke documentaire Darwin’s Nightmare, waarmee Hubert Sauper in 2004 op schrijnende wijze aantoonde hoe westerse belangen werkelijk alle facetten van het leven in een Afrikaanse land kunnen schaden. Deze film laat zien dat die thematiek bijna vijftien jaar later nog steeds actueel is.

Nobody Speak: Trials Of The Free Press

Netflix

Een sextape van all star wrestling-held Hulk Hogan. Die kostte de Amerikaanse website Gawker uiteindelijk de kop. Want na het publiceren van die smoezelige beelden spande de Hulkster een rechtszaak aan en werden Gawker en enkele betrokken journalisten veroordeeld tot het betalen van de lieve som van 140 miljoen dollar.

Dat is het kleine verhaal van de fascinerende documentaire Nobody Speak (95 min.): sleazy website werkt zichzelf in de nesten met onsmakelijke click bait. Maar, zoals de ondertitel van Brian Knappenbergers film (‘Trials Of The Free Press’) al verraadt, is er ook een groter verhaal.

Want achter Hogan, die eigenlijk Terry Bollea heet en Hulk beschouwt als een personage (waarachter hij zich soms lekker kan verschuilen), gaat ene Peter Thiel schuil. Een Amerikaanse entrepeneur uit Silicon Valley, die medeoprichter was van Paypal, als een van de eersten investeerde in Facebook én Hulk Hogans rechtszaak financierde.

De gefortuneerde Thiel is een van die mensen (nee: mannen) die er geen been in zien om hun geld te gebruiken om onwelgevallige media de mond te snoeren. Zoals zijn favoriete politicus Donald Trump de pers al tot ‘vijand van het volk’ verklaarde.

Deze pamflettistische film brengt die gevaarlijke ontwikkeling glashelder in kaart. Gawker, dat journalistieke scoops paarde aan sleazy berichtjes, blijft alleen een wat ongemakkelijk voertuig. Alsof je Gordon, die ooit onder vuur lag vanwege Chinezengrapjes, gebruikt om de maatschappelijke rol van humor te onderstrepen.

 

Wat Nobody Speak echter glashelder maakt, is dat het principe uiteindelijk de spelers overstijgt en dat Gawker, Hogan en Thiel slechts pionnen zijn in een veel groter spel, waarbij het draait om niets minder dan de vrijheid van meningsuiting.