De Natuur Bestaat Niet

Moondocs

‘De eerste vraag is heel evident’, zegt de Vlaamse psychiater en relatietherapeut Dirk de Wachter tegen de mensen die bij hem op een rode leren bank, neergezet in een bosrijke omgeving, hebben plaatsgenomen. ‘Waar hebt ge de natuur leren kennen?’

De vraag is bedoeld als opmaat naar een gesprek over de verhouding tussen mens en natuur, die gaandeweg in een, jawel, relatiecrisis, is beland. Voordat hij in de documentaire De Natuur Bestaat Niet (58 min.) daarnaartoe wil, naar het moment waarop de relatie spaak is gelopen, wil De Wachter eerst de formatieve ervaringen van die omgang verkennen bij zijn vier gesprekspartners.

De tiener Jasmijn woont in een dorp en beschouwt de natuur als een vanzelfsprekendheid in haar leven. Monai, een Amerikaanse bloemiste die plantenworkshops geeft, houdt van de combinatie van groen en de stad. Akkerbouwer tegen wil en dank (en filosoof) Rinus runt zijn bedrijf tegenwoordig op een biologische manier. En jongeling Benjamin kreeg van jongs af aan liefde voor de natuur mee.

Deze Belgische klimaatactivist heeft echter ook de keerzijde van die liefde leren kennen. Enkele jaren geleden overleed zijn vijftienjarige vriendin Rosa bij overstromingen in de Ardennen. Samen belandden ze in het water. Een vloedgolf dreef haar toen uit zijn armen. Drie dagen later werd ze zeven kilometer verderop gevonden. Benjamin heeft er een diepe waterangst aan overgehouden.

Om de crisis tussen mens en natuur te bezweren zet documentairemaakster (en kunstcurator) Nathalie Faber in deze speelse, inventieve en tragikomische film de kunstenaar P.J. Roggeband in. Hij moet weer verbinding tot stand brengen en probeert De Wachters gesprekspartners met geinige verbeeldingsoefeningetjes te verleiden om weer dichter bij die vermaledijde natuur te geraken.

‘Komt het ooit goed?’ vraagt Raymonde de Kuyper, die dienst doet als verteller met een duidelijke presence, zich nochtans tegen het einde van de film af. ‘We kunnen ons aanpassen, meebewegen als een school vissen of een zwerm vogels. De spanning blijft…’ Want de natuur beschikt, hoe je ’t ook wendt of keert, over destructieve kracht, zo ervaart ook Dirk de Wachter aan den lijve.

Volgens de relatietherapeut, die zelf kampt met ernstige gezondheidsproblemen, is het dan zaak om het menselijke vernuft ten volle te benutten om er iets tegen te doen. Tegelijkertijd is het ook een kwestie van – deemoedig, rustig en bescheiden, zegt hij zalvend – aanvaarden van wat onveranderbaar is.

Stranded

Zeitgeist Films

Over sommige onderwerpen raken we nooit uitgesproken – of gefilmd. De Vliegramp in de Andes bijvoorbeeld, nu ruim een halve eeuw geleden. Een vliegtuig met aan boord een Uruguayaans rugbyteam en aanhang, op weg naar een toernooi in Chili, crasht in oktober 1972 op een bergtop. Het toestel wordt uiteengereten, diverse bemanningsleden en passagiers zijn op slag dood en de overlevenden moeten zich te midden van de bergen, sneeuw en ijzige kou zien te redden. Een deel van hen overleeft uiteindelijk maar liefst 72 dagen, onder meer door hun gestorven medepassagiers (deels) op te eten.

Dit ongelooflijke, afschuwwekkende en toch hoopvolle verhaal heeft inmiddels twee ijzersterke speelfilms opgeleverd: Alive (1993) en, ruim dertig jaar later, de Spaanse Oscar-kandidaat La Sociedad De La Nieve (2024). En behalve talloze tv-docu’s heeft de Andesvliegramp ook al geresulteerd in een gezaghebbende documentaire: Stranded (112 min.) uit 2007. Regisseur Gonzalo Arijon groeide op met enkele inzittenden van vlucht 571 van 13 oktober 1972 en wist alle overlevenden van de ramp en enkele familieleden zover te krijgen dat ze wilden meewerken aan zijn film. Samen keerden ze, soms vergezeld door hun inmiddels volwassen kinderen, terug naar de plek des onheils.

De stap om mensenvlees te gaan eten – waarbij de kwalificatie ‘kannibalisme’ toch echt misplaatst lijkt – krijgt daarbij vanzelfsprekend de nodige aandacht. ‘Als je de stap eenmaal hebt gezet en zogezegd aan de overkant bent beland, zie je dat er niets vreemds gebeurt’, vertelt Roberto Canessa, die als arts in opleiding een bijzondere verantwoordelijkheid voelde. ‘Natuurlijk, het was bizar, maar dit was een probleem dat we tenminste zelf konden oplossen.’ Contact met de buitenwereld was een andere zaak. Terwijl hun familie steeds hoop bleef koesteren, hadden de plaatselijke autoriteiten hen eigenlijk al opgegeven. Gewoon wachten op een reddingsactie zou hen dus fataal zijn geworden.

De zestien overlevenden waren volledig op zichzelf en elkaar aangewezen. Daar – in menselijkheid, solidariteit, moed en verbondenheid – zit de kern van hun ontzagwekkende verhaal en deze al even imposante film, die met de getuigenissen van de direct betrokkenen, gereconstrueerde scènes een bezoek aan die ijzige en verlaten gletsjer in de Andes hun ervaring op de grens van leven en dood in het midden van helemaal nergens heel behoorlijk weet te benaderen. Stranded komt tot een climax tijdens een emotioneel weerzien bij de Vallei van de Tranen, waar een gedenkplaats is ingericht voor de 29 slachtoffers van de vliegramp, die er met hun lijf voor zorgden dat de anderen konden leven.

‘Onze ouders leven verder in jullie’, zegt een zoon geëmotioneerd tegen de Andes-veteranen, terwijl ze met zijn allen gearmd in een kring gaan staan.

Warnow – Reis Naar Het Noorderlicht

Periscoop Film

Het is zo’n onbezonnen avontuur dat wel tot sterke verhalen moet leiden. Of het ook leuke verhalen zijn, valt alleen nog te bezien. Net zoals op voorhand ook niet zeker is dat iedereen ervan terugkeert. Want hoewel ze niet al te veel zeilervaring hebben, besluit een bont gezelschap van acht muzikale vrijbuiters in 2013 om met hun boot de Warnow naar het Noorderlicht te gaan zeilen. De tocht begint thuis in Schiedam en moet via Engeland en Schotland naar Noorwegen leiden. 

Het plan is om er meteen ook een documentaire van te maken en die dan voor grof geld te verkopen. Zodat ze daar later weer een reis naar Mexico of de Caribische eilanden van kunnen betalen. De realiteit blijkt echter weerbarstiger – en stormachtiger – dan het romantische idee dat de Nederlandse alto’s er van tevoren van hadden. Ten noorden van het Britse kustplaatsje Whitby dreigen ze met hun boot eerst opgeslokt te worden door het woelige water en later te pletter te slaan op de rotsen.

En dan is Warnow – Reis Naar Het Noorderlicht (98 min.), de enerverende documentaire die Wim van der Aar heeft gemaakt van het door henzelf gefilmde beeldmateriaal, de audioquotes die hij uit interviews met enkele opvarenden van de Warnow heeft gehaald en de getuigenissen van mensen die ze op hun dollemanstocht tegenkwamen, nog niet eens halverwege. Tegen die tijd ligt allang de vraag op tafel of de Warnow überhaupt dat beoogde Noorderlicht zal bereiken.

Want hoewel de avonturiers zich maanden hebben voorbereid op de trip, worden ze onderweg toch overvallen door de verraderlijke Noordzee en het leven aan boord. Enkele opvarenden zien al snel scheel van de zeeziekte. En hun boot blijkt toch echt aan de kleine kant voor acht mensen en een hond. De groep dreigt daardoor uit elkaar te vallen en weet slechts met enkele onstuimige concerten op hun pleisterplaatsen de eenheid te bewaren. Voor zolang als het duurt.

Er is duidelijk onheil op komst. Het lijkt alleen de vraag of die zich aandient in de vorm van fatale frictie aan boord of een ongeluk op zee, al dan niet vergezeld van Lord Of The Flies-achtige taferelen. Want uit wie er aan het woord komen in deze documentaire volgt automatisch ook wie er niet aan het woord komen – en de vraag wat er met hen is gebeurd. Van der Aar werkt gestaag toe naar het moment waarop de kaarten worden verdeeld en tekent daarna op wat die voor eenieder in petto hebben.

Zijn film groeit desondanks uit tot een ongegeneerde ode aan het avontuur en zij die, zonder er verder al te diep over na te denken, bereid en in staat zijn om daarvoor alles achter zich te laten. Zonder de garantie dat ze het nog ooit terugzien – of dat zij nog ooit worden teruggezien. Op weg naar een stip op de horizon, die misschien altijd buiten bereik blijft. Omdat de reis nu eenmaal belangrijker is dan de bestemming.

Bodem In Beweging

Human

‘Gas terug’, roepen boze Groningers tijdens een demonstratie tegen de ‘gasverslaafde’ overheid en haar ‘gewillige dealers’, de NAM en ExxonMobil. ‘Genoeg = genoeg’, staat er op spandoeken. Als minister van Economische Zaken Eric Wiebes in 2018 eindelijk de gaskraan dichtdraait, levert dat echter weer zijn eigen problemen op. Want tegelijkertijd wordt ook de zogenaamde versterkingsoperatie teruggeschroefd. Dit betekent opnieuw onzekerheid voor Groningers die als gevolg van de aardgaswinning al jaren lijden onder aardbevingen en moeten leven in onveilige woningen.

Sommige bewoners van Overschild, een dorp dat is gebouwd op veengrond en dat volledig gesloopt en herbouwd zal gaan worden, hoeven bijvoorbeeld voorlopig niet meer op nieuwbouw te rekenen. Tegelijkertijd zien zij hoe andere dorpsbewoners al wel een nieuw huis kunnen betrekken. In Bodem In Beweging (53 min.) tekenen Saskia Jeulink en Kees Vlaanderen op hoe deze gebeurtenissen opnieuw een wissel trekken op de kleine gemeenschap die al zo lang in onzekerheid leeft en de overheid, en de daaraan gelieerde bedrijven, als zéér onbetrouwbare partners heeft leren kennen.

Ze zetten de ontwikkelingen in Overschild af tegen verklaringen van onder anderen de voormalige bewindslieden Wiebes en Henk Kamp, NAM-directeur Bart van de Leemput, Shell-topman Ben van Beurden en Albert Rodenboog, oud-burgemeester van Loppersum, tegenover de Parlementaire Enquêtecommissie Aardgaswinning Groningen. Daar kunnen ook gedupeerden hun zegje doen. ‘Als de overheid zo met ons omgaat, is er geen plek meer voor eerlijke mensen in Nederland’, zegt een man bijvoorbeeld tijdens een hoorzitting. Hij is al op zoek geweest naar een boom.

’s Mans wanhoop is tastbaar en niet te negeren, herkenbaar bovendien bij allerlei lot- en provinciegenoten en symboliseert de enorme afstand die is ontstaan tussen de Haagse werkelijkheid – waarin een term als leveringszekerheid toch vooral optimale aardgasexploitatie lijkt te moeten verhullen – en de Groningse realiteit – waarbij huizen, gezinnen en gemeenschappen letterlijk op hun grondvesten zijn gaan schudden. Daarmee is deze documentaire een aardige bijsluiter voor het ontluisterende rapport ‘Groningers Boven Gas’ dat de enquêtecommissie eind februari heeft gepresenteerd.

Een film die net als eerdere producties van Kees Vlaanderen (De Kleine Oorlog Van Boer Kok en Tegenwind – Het Verdriet Van De Veenkoloniën) de bijzondere moeizame relatie tussen overheid en burger weergeeft en het gebrek aan vertrouwen van gewone Nederlanders in behoorlijk bestuur dat daaruit is voortgevloeid.

The Fire Within: Requiem For Katia And Maurice Krafft

Titan Films

‘Zelfs als ik morgen zou sterven’, zegt de Franse vulkanoloog Maurice Krafft, ‘dan zou me dat eigenlijk niets kunnen schelen.’ Zijn echtgenote en samenwerkingspartner Katia staat er eigenlijk anders in. Zij vreest het gevaar van de Japanse Unzen-vulkaan, die enkele kilometers verderop met levensgevaarlijke erupties dreigt, en heeft haar zinnen gezet op een vertrek naar de Filipijnen waar de vulkaan Pinatubo ook elk moment tot uitbarsting kan komen.

Het meningsverschil leidt volgens filmmaker Werner Herzog, in één van zijn uit duizenden herkenbare voice-overs waarmee hij ook The Fire Within: Requiem For Katia And Maurice Krafft (84 min.) weer helemaal naar zich toetrekt, tot een soort relatiecrisis. De uitkomst moge bekend zijn: de onverschrokken Maurice krijgt zijn zin en sleurt zijn vrouw mee de dood in. Op 3 juni 1991 dooft definitief het vuur in het befaamde vulkanologenechtpaar.

De twee laten een bijzonder aansprekend levensverhaal na, dat bovendien kan worden geïllustreerd met overweldigende beelden. En Herzog – de maniakale maker die eerder afdaalde in de grot van de vergeten dromen, afreisde naar het einde van de wereld en, via een tamelijk verknipte hoofpersoon, leefde te midden van grizzlyberen – lijkt de aangewezen man om dat aan de wereld toe te vertrouwen. Hij heeft alleen één bijzondere uitdaging die zelfs zijn krachten te boven lijkt te gaan.

In hetzelfde jaar dat Werner Herzog met zijn voluptueuze productie prijzen wint op filmfestivals in Los Angeles en Gijón, verschijnt namelijk ook Fire Of Love van regisseur Sara Dosa, een magische film die wordt binnengehaald als één van de belangrijkste documentaires van 2022. Over een vulkanologenechtpaar – uit de Franse Elzas, zegt Herzog er in zijn film direct bij – dat bereid is om ten onder te gaan aan z’n onmetelijke liefde voor de oerkracht van de aarde. Juist.

De Duitse filmmaker, die eerder in vulkanen dook met Into The Inferno, put voor een belangrijk deel uit dezelfde bron als Dosa – al is zijn insteek wezenlijk anders. Waar zijn Amerikaanse collega de beeldenpracht gebruikt om de Kraffts, met behulp van verteller Miranda July, te mythologiseren, gaat Werner Herzog ook op zoek naar de achterkant daarvan: hoe Maurice en Katia bijvoorbeeld gaandeweg hun wetenschappelijke ambities lieten varen ten faveure van een carrière als gewiekste filmmakers.

Zoals het echte profi’s betaamt, zetten ze de waarheid soms een beetje naar hun hand om de werkelijkheid nog nét een klein beetje mooier te maken. Herzog is er desondanks niet op uit om zijn protagonisten te ontmaskeren. Hij voorziet hun epische werk vooral van context en probeert hen zo beter te begrijpen. In zijn ogen waren de Kraffts meer dan twee durfals met een onmetelijke liefde voor vulkanen. Met hun pionierswerk probeerden ze tevens aandacht voor de gevaren ervan te genereren.

Hij presenteert hun ontzagwekkende beeldmateriaal, ook als dit niets met vulkanen van doen heeft, met veel achtergrondinformatie en soms wel erg bombastische klassieke muziek en bouwt daarmee een intrigerende vertelling. Als film delft Herzogs docu het onderspit ten opzichte van Fire Of Love, maar als vervolg of nadere uitwerking heeft The Fire Within beslist zijn waarde. En voor wie die andere docu onverhoopt heeft gemist, is ook dit portret van Katia en Maurice Krafft niets minder dan een belevenis.

The Volcano: Rescue From Whakaari

Netflix

The Volcano: Rescue From Whakaari (98 min.) begint als een klassieke rampenfilm. Nietsvermoedend maken allerlei verschillende personages zich op voor wat een normale dag lijkt te worden. Een groepje avontuurlijk ingestelde toeristen en hun begeleiders gaan op 9 december 2019 een bezoek brengen aan White Island in Nieuw-Zeeland en daar van dichtbij één van ‘s werelds actiefste vulkanen bekijken.

Als geoefende kijkers weten wij dan al wat er staat te gebeuren en – afgaande op wie er wel en niet in interviews aan het woord komen van de mensen die zijn te zien op beelden van die dag – is zelfs al in te schatten wie daarbij de dood zullen vinden. En dan lijkt het in deze degelijke documentaire van Rory Kennedy nog slechts een kwestie van tijd tot het monster, vermomd als toeristische trekpleister, zich begint te roeren.

Als de Whakaari-vulkaan plotseling tot uitbarsting komt en zwarte rook, as en stoom van zo’n tweehonderd graden Celsius begint af te geven, wordt het eiland acuut een rampgebied en krijgen de verschillende betrokkenen schijnbaar automatisch hun rol toebedeeld: held, slachtoffer, helper, omstander of familielid. Stuk voor stuk dragen ze sindsdien de sporen van deze natuurramp: op hun huid en/of op hun ziel.

Kennedy speelt op zeker en reconstrueert op basis van de getuigenissen en ter plaatse gemaakte beelden chronologisch de eruptie die uiteindelijk 22 mensen het levens kost en enorme schade veroorzaakt. Soms kunnen de overlevenden volgens eigen zeggen inmiddels ‘voorbij de vulkaan kijken’, andere dagen blijven verduiveld moeilijk. Brandwonden genezen nu eenmaal heel langzaam, laat staan de psychische schade en het gemis van dierbaren.

Paradise

IDFA

Het vuur kan niet worden gestopt. Hooguit vertraagd. Totdat de regen komt. Áls de regen komt. ‘Het ontwijkt ons en laat zich niet vangen’, heeft Vasya, één van de onverzettelijke inwoners van het Siberische dorp Shologon, al geconstateerd. ‘Daarom noemen we het “De Draak”. Alsof ‘t ons kan horen.’ Die draak kan hen inmiddels ook al bijna zien en ruiken.

Shologon ligt aan de rand van een zogenaamde ‘Controlezone’, een zeer afgelegen of dunbevolkt gebied waar de Russische overheid, volgens een tamelijk bizarre federale wet uit 2015, niet meer verplicht is om natuurbranden te bestrijden. Tenminste, als de kosten van het blussen de geschatte schade – de materiële, welteverstaan – lijken te gaan overstijgen.

Tijdens de hittegolf van de zomer van 2021 zijn de inwoners van het dorp op de taiga van Jakoetië in het Noord-Oosten van Siberië dus volledig op zichzelf aangewezen. Zeker als de speciaal ingevlogen ‘smoke jumper’ Pavel, een in bosbranden gespecialiseerde brandweerman, ook nog eens wordt teruggeroepen naar kantoor en ze ’t echt samen zullen moeten doen.

Regisseur Alexander Abaturov observeert in Paradise (89 min.), op het IDFA beloond met de Award voor beste cinematografie, van dichtbij hoe de mannen en vrouwen de alarmerende situatie het hoofd proberen te bieden. Ze moeten de draak die alles bedreigt wat hen lief is proberen in te dammen, afleiden of de kop afhakken en zijn daarbij volledig afhankelijk van elkaar.

Abaturov begeeft zich in hun kielzog naar de poorten van de hel – inderdaad werkelijk adembenemend in beeld gebracht door cameraman Paul Guilhaume – waarvoor ze dan een overwinning op en uit het vuur proberen te slepen. Die kan nooit meer dan een voorlopig of tijdelijk karakter hebben. Zeker sinds de klimaatverandering ook de Poolgebieden bedreigt.

Hun strijd, met behulp van een bulldozer, hun eigen schouders en gecontroleerde branden, wordt begeleid door een oud sprookje, op fluistertoon voorgelezen door een plaatselijk meisje, over de onberekenbare wind die over een heilige berg blaast. Diezelfde wind bepaalt nu in welke richting De Draak ‘de vingers van het vuur’ uitstrekt en zorgt voor ingehouden spanning bij de dorpelingen. 

Diverse buurgemeenten van Shologon zijn al ten prooi gevallen aan de toorn van De Draak. Wanhoop niet, luidt nochtans het advies aan de dorpelingen. Geef niet op. En: We weten niet van welke kant de wind waait. Verzamel je kostbaarste spullen en zorg dat je op alles voorbereid bent. Blijf alert, zegt de spreker tot slot bemoedigend, maar raak niet in paniek.

Totdat de regen komt. Of toch de wind, het vuur en de rook.

Aftershock: Everest And The Nepal Earthquake

Netflix

Een dag eerder, op vrijdag 24 april 2015, is er in het klooster van het Himalaya-dorp Langtang nog een ‘ghewa’ gehouden, een boeddhistisch ritueel voor een overleden inwoner. ‘De hele gemeenschap was bijeen’, vertelt de dorpeling Jhangbu, die niet veel later zijn hele hebben en houwen kwijt zal raken. ‘We chantren mantra’s en dansten. We dansten tot de volgende middag. Dat was de laatste ghewa.’

Het zal zelfs de allerlaatste activiteit in het Nepalese dorp ooit worden. Want op zaterdag 25 april slaat het noodlot toe, in de vorm van de heftigste aardbeving in tachtig jaar. Die zorgt tevens voor een ongekende ravage, massale paniek en bijna negenduizend doden in Kathmandu en omgeving. En ook westerse klimmers op de Mount Everest worden er volledig door overvallen. Zij zien de dood letterlijk in de ogen als ze volledig afgesloten raken van de bewoonde wereld.

In de driedelige docuserie Aftershock: Everest And The Nepal Earthquake (149 min.) kijken stedelingen, dorpsbewoners, buitenlandse toeristen, sjerpa’s, professionele klimmers en hulpverleners terug op hoe ze na de ramp, beducht voor naschokken en verraderlijke lawines, zichzelf en anderen in veiligheid proberen te brengen. Regisseur Olly Lambert kan daarbij tevens terugvallen op foto’s en filmbeelden die zij voor, tijdens en na de beving hebben gemaakt.

Daarbij springt de miraculeuze redding van Pemba Tamang, een achttienjarige jongen die vijf dagen onder het puin heeft gelegen, natuurlijk in het oog. Dit is echter niet louter een verhaal van opoffering, mededogen en solidariteit. Nadat enkele Israëlische toeristen geld blijken te hebben meegenomen van een overleden inwoner van Langtang komen de verhoudingen met de plaatselijke bevolking bijvoorbeeld op scherp te staan. Die betichten hen van diefstal en het ontheiligen van de doden.

En ook de manier waarop andere westerse bergbeklimmers tijdens de reddingsacties een bevoorrechte positie proberen te claimen, stuit menigeen ter plaatse tegen de borst. Het pleit voor Lambert dat hij in deze gedegen reconstructie ook de lelijke kanten van de mens laat zien. Zodat Aftershock niet blijft steken op het niveau van een gladgestreken ode aan het menselijke uithoudings- en doorzettingsvermogen in barre tijden en de dodelijke slachtoffers die desondanks zijn gevallen.

Katrina Babies

HBO Max

De orkaan Katrina groeide in 2005 uit tot een toonbeeld van het falen van de Amerikaanse overheid, de regering Bush in het bijzonder, Toen de dijken rond New Orleans doorbraken en het woelige water de stad dreigde te overspoelen, waren de inwoners, met name de zwarte bewoners van de slechte wijken, volledig op zichzelf aangewezen. De storm zelf was een ramp, de nasleep werd dat al evenzeer. ‘George Bush doesn’t care about black people’, stelde de rapper Kanye West cynisch vast.

Regisseur Spike Lee tekende de tragedie, ontreddering en woede in 2006 genadeloos op in de epische docuserie When The Levees Broke: A Requiem In Four Acts, die niets minder dan een aanklacht tegen de liefdeloze behandeling van The Big Easy’s zwarte kinderen werd. Ruim vijftien jaar later blikt Edward Buckles Jr., die als twaalfjarige jongen de ramp in New Orleans zelf meemaakte, in Katrina Babies (81 min.) terug op de gebeurtenis die de wereld van hem en zijn familie en vrienden op z’n grondvesten deed schudden.

Hij besteedt vanzelfsprekend aandacht aan de orkaan zelf en de navolgende traumatische evacuatie, maar legt de nadruk op de periode ná de natuurramp, als (lang niet) iedereen terugkeert naar een stad die onherkenbaar is veranderd. De zwarte gemeenschap is zijn thuis kwijt, ook omdat ze door de autoriteiten doelbewust lijkt te worden versplinterd. Buckles illustreert de herinneringen van zijn vrienden met nieuwsbeelden van Katrina, privévideo’s en tot de verbeelding sprekende ‘mixed media’-animaties van Antoni Sendra. Voor deze kinderen van New Orleans is Katrina geen gebeurtenis uit het verleden, maar een integraal onderdeel van hun leven.

In Katrina Babies wordt collectief de schade opgemaakt. Zodat ze, zo benadrukt de filmmaker, nu eindelijk eens kunnen helen. Dit gaat gepaard met fraaie beelden, inkijkjes en ontboezemingen, maar leidt niet tot een heel coherente of meeslepende vertelling en levert ook geen baanbrekende inzichten op. De kracht van deze lappendeken van een film zit in de kleine dingen des levens, van gewone mensen die moeten delen met een levensveranderende gebeurtenis in hun jeugd.

Fire Of Love

The Searchers

Elke vulkaan heeft zijn eigen persoonlijkheid, meent Maurice Krafft. Samen met zijn echtgenote Katia reist hij van de ene naar de andere eruptie. De twee vulkanologen hebben zich afgewend van de mens, laven zich aan de oerkracht van de aarde en zijn bereid om hun eigen leven daarvoor in de waagschaal te stellen. Elke fout kan fataal zijn, zo beseffen ze allebei.

‘Ik wil steeds dichter bij de buik van de vulkaan komen’, stelt de waaghals Maurice, ogenschijnlijk zonder twijfel. ‘Dat wordt ooit mijn dood, maar daar kan ik me niet druk over maken.’ Zijn vrouw vult al even onverstoorbaar aan: ‘Het is niet dat ik doelbewust flirt met de dood. Maar op zo’n moment kan het me gewoon niets schelen. Een fascinatie met gevaar? Misschien.’

Fire Of Love (93 min.) is een overweldigende ode aan hun liefde, voor actieve vulkanen en elkaar. Die is weliswaar (bewust) kinderloos gebleven, maar heeft een ongelofelijke beeldenpracht opgeleverd. Regisseur Sara Dosa nut die in deze topdocu volledig uit. Van boos brommende en onheil ophoestende bergen tot kolkende, spuitende en attaquerende lava, magma en as.

De mens valt vrijwel weg tegen het ontzaglijke natuurgeweld, dat hier met veel gevoel voor kleur, detail en compositie is vereeuwigd. Een werkelijkheid die door zijn schaal en schoonheid soms bijna onwerkelijk oogt. Alsof die op de studioset van een sciencefictionfilm, met zorgvuldig gestylede acteurs, veel special effects en de nodige montagetrucs, is gecreëerd.

Vulkanen moeten vernietigen om te kunnen creëren, stelt kunstenaar, filmmaker en schrijver Miranda July die als verteller van deze film alle aspecten van de strijd, romance en poëzie van de Kraffts en hun professie verkent. Zij krijgt bovendien steun van een stemactrice, die Katia’s eigen geschriften heeft ingesproken en haar kant van het verhaal kracht bijzet.

Want – zoveel is vanaf de start duidelijk – het onafscheidelijke duo zelf spreekt alleen nog via wat het heeft nagelaten. Op 3 juni 1991 is tijdens een expeditie in Japan het doek voor hen gevallen. Hoewel ze in hun leven de ene na de andere kamikazeactie hebben uitgehaald, is Maurice er nooit in geslaagd om zijn grote droom te verwezenlijken: met een kano door een rivier van lava varen.

Fire Of Love is intussen een sprekend voorbeeld geworden van wat documentaires teweeg kunnen brengen: ze rukken je los van je eigen leven en transporteren je vervolgens, zonder oog voor tijd en plaats, naar een onbekende wereld. Daar kun je, al is ’t slechts voor een uur of anderhalf, een ander leven leven. In dit geval: als onderdeel van een verzengende liefde. Voor vulkanen en die ander.

Waarna je een héél klein beetje veranderd weer je eigen bestaan instapt.

In 2022 verscheen er zowaar nóg een documentaire over de Kraffts. Van Werner Herzog. En die is eveneens de moeite waard: The Fire Within: A Requiem For Katia And Maurice Krafft.

Invisible Demons

WW Entertainment

Wie betaalt de prijs voor vooruitgang? India geldt als de snelst groeiende economie van de wereld, maar al die bedrijvigheid zorgt tevens voor ontzaglijke (klimaat)problemen. Met name de grote steden dreigen, getuige Invisible Demons (70 min.), echt onleefbaar te worden. De documentaire van Rahul Jain, die in zijn debuutfilm Machines (2016) de werkomstandigheden in een Indiase textielfabriek aan de kaak stelde, is niets minder/meer dan een pamflet tegen de consumptiemaatschappij, waarbij een enkeling profiteert van de voorspoed en de grote massa gebukt gaat onder de bijwerkingen daarvan: enorme drukte, hitte en vervuiling om maar eens wat te noemen.

Jain zet zijn boodschap kracht bij met een beeldenbombardement vanuit één van de meest vervuilde steden van de wereld, zijn geboortestad Delhi, een plek waar recordtemperaturen worden gemeten, droogte en overstromingen elkaar afwisselen en een dikke laag smog alles en iedereen bedekt. Een metropool ook die inmiddels wordt omkranst door vier kolossale vuilbergen. ‘Als dit is wat vooruitgang inhoudt’, verzucht de filmmaker daarbij, in één van zijn tamelijk gratuite voice-overs. ‘Laten we ons dan voorstellen hoe een wereld zónder vooruitgang eruit ziet.’

Jain laat ook enkele stadsbewoners aan het woord, maar neemt zijn toevlucht vooral tot iconische beelden. Van koeien op een gigantische vuilstort. De Yamuna-rivier met een dikke laag giftig schuim erop. Of muggenspray die zich over de straten verspreidt. Én hij schuwt ook krachtige clichés niet, zoals haringen in een ton en een mierenhoop. Jain slaagt er zelfs in om de ‘onzichtbare demonen’, de stofdeeltjes waardoor menigeen kortademig is, in beeld te brengen. Hij omschrijft ze als ‘giftige pijlen die onze longen doorboren’ en toont meteen de nefaste gevolgen daarvan: een hoest die bijna niet meer weg wil.

En dat is meteen een krachtige metafoor voor de schaduwzijden van de (waarden)vrije economie, die Rahul Jain met Invisible Demons opnieuw wil aankaarten: gewone mensen kunnen zich met steeds meer moeite staande houden in de tredmolen die ze draaiende moeten zien te houden. Totdat zij, en hun wereld met hen, plotsklaps omvallen…

We Feed People

Disney+

‘Er zijn genoeg mensen in mijn team die veel beter zijn in het aansturen van een keuken dan ik’, zegt José Andrés, de oprichter van de hulporganisatie World Central Kitchen. ‘Ik ben vooral goed in het herkennen van kansen in situaties waarin anderen alleen nog chaos zien.’ In rampgebieden zoals Haïti, de Bahama’s en Puerto Rico staat hij soms letterlijk met zijn poten in de modder te koken. Totdat hij er, bijna letterlijk, bij neervalt.

Andrés, kind van Spaanse verpleegkundigen, maakte eerst naam als tv-kok, ondernemer en pleitbezorger van tapasrestaurants in de Verenigde Staten. En nu reist hij met zijn vaste team achter aardbevingen, tornado’s en andere rampen aan, om slachtoffers van voedsel te voorzien. Hij probeert zich daarbij volgens eigen zeggen niet op te stellen als de typische ‘white savior’, maar opereert vanuit de plaatselijke gebruiken.

Voor We Feed People (90 min.) volgt filmmaker Ron Howard, die na Hollywood-blockbusters zoals Cocoon, Apollo 13 en The Da Vinci Code in de laatste jaren steeds vaker kiest voor documentaireprojecten (The Beatles: Eight Days A Week, Pavarotti en Rebuilding Paradise), José Andrés naar enkele rampgebieden. Hij legt de hectiek ter plaatse vast en observeert hoe de temperamentvolle chef dan floreert.

Met ‘s mans vrouw en kinderen, medewerkers en andere hulpverleners loopt Howard tussendoor ook het leven en de loopbaan van de Spaanse chefkok door. Het resultaat is een uiterst kundig gemaakte documentaire, over een gepassioneerde mensenman, het ‘leger van keukens’ waarmee hij overal te hulp schiet en de loffelijke missie die hij op die manier, ook via interviews, media-optredens en vlogs, onvermoeibaar blijft uitdragen. 

We Feed People is tegelijkertijd een enigszins brave film – het lot dat menige goeden doelen-docu treft – die er uiteindelijk bepaald geen last van heeft dat diezelfde José Andrés ook nog wel eens knorrig kan worden als het tegenzit of de neuzen niet dezelfde kant op lijken te staan.

I Am So Sorry

Mokum

Kernenergie lijkt terug van nooit helemaal weggeweest. In de essayistische documentaire I Am So Sorry (96 min.) maakt de Chinese filmer Zhao Liang een verstilde rondgang langs de plekken en mensen die de sporen dragen van deze ‘schone’ vorm van energie. Hij komt als vanzelf terecht in de Oekraïense stad Tsjernobyl, in de toenmalige Sovjet-Unie, waar in 1986 een reactor van de plaatselijke kerncentrale explodeerde. Het is nog steeds de grootste kernramp ooit.

De omgeving is tegenwoordig grotendeels verlaten. Een enkeling is er echter blijven wonen of zelfs teruggekeerd. ‘Het is net als leven in een goelag’, zegt de oudere eenzaat Ivan Sevenyuk. ‘Dit is het Tsjernobyl-concentratiekamp.’ Maria Shovkuta, een verweerde vrouw met een hoofddoek, zit volgens eigen zeggen vooral op de dood te wachten. ‘Ik leef al zo’n dertig jaar alleen’, vertelt ze. ‘Ik ben het gewend om tegen mezelf te praten.’ In dezelfde omgeving woont ook Ina Chaliadzinskaya met haar zwaar gehandicapte dochtertje Lizaveta. Hun dorp zou eerst geëvacueerd worden, maar daarvoor ontbrak uiteindelijk toch het geld.

Nabij de kerncentrale van het Japanse Fukushima, waar in 2011 door een tsunami het ernstigste nucleaire ongeluk sinds Tsjernobyl plaatsvond, stuit de filmmaker op een ouder echtpaar in een tijdelijke woning. In de afgelopen zeven jaar hebben ze acht keer moeten verhuizen. Kalm – zeg maar gerust: traag – documenteert Liang zo de menselijke gevolgen die het gebruik van kernenergie kan hebben. Hij belandt verder onder andere bij protesten in Japan en Duitsland, in ondergrondse Finse tunnels waar voor de komende duizend jaar radioactief afval wordt opgeslagen en bij de ontmanteling van een Duitse fabriek.

Het is een ronduit unheimische trip langs verwoeste of verlaten werelden, waar Zhao Liang als een soort geest – in sommige geënsceneerde scènes bijna letterlijk, in de vorm van een gemaskerde figuur – doorheen waart. Op zoek naar leven, beducht voor stralingsgevaar. ‘Je zei dat dit de schoonste en veiligste vorm van energie was’, constateert hij bijvoorbeeld, bij beelden van de enorme controlekamer van een kerncentrale, in één van de voice-overs waarmee hij de verschillende elementen van de film verbindt. ‘Dat onze toekomst uit één en al geluk zou bestaan.’ De werkelijkheid is, zo laat de filmmaker met gevoel voor de esthetiek van het desolate zien, een stuk weerbarstiger.

Greta Thunberg: A Year To Change The World

Greta Thunberg heeft haar schoolcarrière weer een jaar op pauze gezet. Niet om te backpacken in Azië, Zuid-Amerika of Australië, maar om overal haar boodschap over de zorgwekkende toestand van de aarde kracht bij te zetten. Te beginnen in oktober 2019, bij een groots opgezette klimaatdemonstratie tegen de gevolgen van oliewinning in Canada.

Een maand eerder heeft ze tijdens een klimaattop in New York de leiders van die wereld nog van onder uit de zak gegeven. ‘Hoe durven jullie?’ voegde ze hen woedend toe tijdens een speech, die haar definitief tot ‘s werelds bekendste klimaatactivist zou maken. Het bizarre tafereel – van een tiener die haar woede ongegeneerd botviert op de machtigste mannen op aarde – vormde tevens de krachtige climax van het meeslepende portret I Am Greta (2020).

Wij zijn als de keizer zonder kleren, doceert de Zweedse tiener nog maar eens bij de start van Greta Thunberg: A Year To Change The World (173 min.). En alleen een kind durft daarover de waarheid te zeggen. In deze driedelige BBC-serie wordt de activiste gevolgd tijdens haar jaar vrijaf, waarin het Coronavirus (als aankondiging van nóg ingrijpendere ontwrichting?) de aarde in zijn greep zal krijgen en ook Greta zelf te pakken neemt.

Samen met vader Svante, die zijn dochter gaandeweg los zal moeten laten, bezoekt ze niet alleen conferenties en demonstraties, maar ook de plekken waar klimaatverandering nu al voor problemen zorgt. Het Californische stadje Paradise bijvoorbeeld, dat ten prooi viel aan natuurbranden. Lapland, waar de plaatselijke Sami-bevolking merkt dat hun rendieren steeds moeilijker kunnen overleven. Of de Poolse regio Silezië, waar de laatste mijnwerkers bang zijn dat ze hun baan kwijtraken.

Dat reizen gebeurt overigens consequent zonder vliegtuig. Want idealen beleid je nu eenmaal niet alleen met je mond. Als Greta in november 2019 met een zeilboot de Atlantische Oceaan wil oversteken, beleeft Svante ‘de meest stressvolle dag van mijn leven’. Voor hun reis van de Amerikaanse oostkust naar Madrid zullen ze opnieuw enkele weken op zee moeten verblijven, in een tijd van het jaar waarin die woest tekeer kan gaan.

De persoonlijke wederwaardigheden van Thunbergs reis en het publieke leven waarvoor ze, ondanks zichzelf, heeft gekozen, staan in deze serie echter nadrukkelijk in dienst van het educatieve karakter van haar missie. Greta’s tocht, die ook ontmoetingen met geestverwant David Attenborough en allerlei deskundigen omvat, is doorsneden met quotes van wetenschappers die de door haar geschetste klimaatcrisis van een feitelijke fundering voorzien.

En dan gooit de Coronacrisis ook bij haar roet in het eten, moet Greta Thunberg zich in deze gedegen serie bezinnen op haar ideaal en hoe dat het beste kan worden verwezenlijkt en staat er tenslotte ook weer een nieuw schooljaar voor de deur.

Rebuilding Paradise

National Geopgraphic

‘Het is 11.38 uur in de ochtend in het paradijs en zo ziet dat eruit’, zegt een radio-omroeper op 8 november 2018, terwijl een natuurbrand Paradise overspoelt. Het Californische stadje – want dat bedoelde de man natuurlijk – is veranderd in een levende hel. Beter: het vuur is springlevend en verspreidt zich als een dolle. En mens en dier moeten in leven zien te blijven. Een enorm gebied brandt binnen een dikke week vol-le-dig af. Daarbij vallen 85 doden. De ramp is nauwelijks te overzien. Zelfs president Trump komt even poolshoogte in – hij zegt het echt – ‘Pleasure’. 

Paradise’s voormalige burgemeester Woody Culleton, volgens eigen zeggen tevens jarenlang de plaatselijke ‘town drunk’, probeert naderhand de schade op te maken. Van het hele stadje is niets meer over. Van de huizen, openbare gebouwen en directe omgeving. In hoeverre is ook de lokale gemeenschap nu ten dode opgeschreven? Dat is tevens de vraag die Rebuilding Paradise (88 min.) drijft. Kan iedereen terugkeren en dat verloren leven weer opbouwen? En willen ze dat überhaupt? ‘Heb jij nog iets te zeggen over Paradise?’ vraagt een vrouw bijvoorbeeld aan haar dochtertje. ‘Fire’, zegt de kleuter direct. ‘Fire!’

Regisseur Ron Howard, die in de afgelopen jaren steeds meer toelegt op documentaires in plaats van Hollywood-blockbusters, volgt enkele inwoners van Paradise, zoals de plaatselijke politieagent, schoolconciërge en psycholoog, in het jaar na de verpletterende natuurbrand. Hoe ze hun eigen levens weer bij elkaar rapen, beginnen met de wederopbouw van de stad en daarbij ook – natuurlijk, zou je bijna zeggen – de strijd moeten aangaan met de instanties. In dit geval: een energiebedrijf, dat verantwoordelijk zou zijn geweest voor het ontstaan van de brand. Los van de hogere temperaturen en aanhoudende droogte, welteverstaan.

‘We lost our home’, zegt een vrouw tijdens een lokale festiviteit. ‘But we’re coming back.’ Terwijl inwoners zoals zij niet kunnen wachten op de vergunning om te herbouwen, overwegen anderen juist een definitief vertrek. Weg van de plek en de herinnering. Howard doorsnijdt de ontwikkelingen binnen de gemeenschap met huiveringwekkende amateurfilmpjes van het allesverzengende vuur. Die flashbacks illustreren nog maar eens de bewonderenswaardige veerkracht van de mens, die (blijkbaar) steeds weer de moed en kracht weet te verzamelen om door te gaan. Hoe en waar dan ook. Zelfs in Pleasure. Of: het Paradijs.

David Attenborough: A Life On Our Planet

Keith Scholey / Silverback Films / Piece Of Magic

Als iemand liefde voor de aarde verpersoonlijkt, dan is het David Attenborough. De Britse bioloog en televisiemaker mag vanwege zijn vele natuurdocumentaires en -boeken tegenwoordig zelfs ‘sir’ voor zijn naam zetten. Hij is inmiddels dik in de negentig en nog even bevlogen als altijd. ‘Dit is mijn getuigenverklaring en mijn visie voor de toekomst’, zegt de geboren verteller bij aanvang van David Attenborough: A Life On Our Planet (83 min.).

Deze film kan worden beschouwd als de aanbiedingsbrief bij zijn nalatenschap, gericht aan de wereld waarvan hij binnen afzienbare tijd toch afscheid zal moeten nemen. Het is een ontdekkingsreis door zijn eigen leven, de ontwikkeling van de aarde en de impact van de mens daarop, elementen die samenkomen in ‘s mans grenzeloze liefde voor mens, plant en dier en zijn zorgen over hun toekomst. Er zijn geen restricties, concludeert hij droef. ‘We kunnen blijven consumeren. Totdat de aarde op is.’

In zekere zin is deze documentaire van Alastair Fothergill, Jonnie Hughes en Keith Scholey herkenbaar als een typische Attenborough-productie: de imposante beelden van de aarde als habitat voor al wat leeft en de uit duizenden herkenbare stem waarmee hij die op weergaloze wijze toegankelijk maakt voor een groot publiek hebben nog niets aan kracht ingeboet. De toonzetting is alleen somberder. Hier spreekt een man die alles wat hem lief is door zijn handen ziet glippen.

‘De wereld is echt niet meer zo wild als ie ooit was’, lamenteert hij over de biodiversiteit die hij zijn hele leven lang heeft bezongen en die nu rücksichtslos dreigt te worden vertrapt. ‘Dat hebben we vernietigd.’ Attenborough zou echter Attenborough niet zijn als hij geen uitweg zag uit de misère. Deze persoonlijke getuigenis wordt afgesloten met een plan de campagne voor een behouden toekomst. ‘Als wij voor de natuur zorgen’, klinkt het vol vertrouwen, ‘zal de natuur voor ons zorgen.’

Once The Dust Settles

VPRO

Het slagveld of rampgebied van nu is de toeristische attractie van straks. Wat gebeurt er als het stof is neergedaald? vraagt documentairemaker John Appel zich af. (Hoe) kun je je bestaan weer oppakken nadat de storm is uitgeraasd of de laatste kogel is afgevuurd en jouw leven, blijkbaar, nog niet is beëindigd?

Appel onderzocht eerder de rol van het toeval bij calamiteiten in zijn film Wrong Time Wrong Place uit 2012, waarvoor hij mensen portretteerde die betrokken raakten bij de massamoord van Anders Breivik op het Noorse eiland Utoya. In Once The Dust Settles (87 min.) bezoekt hij drie voormalige rampplekken en onderzoekt wat de situatie en mensen daar met elkaar gemeen hebben: Amatrice (getroffen door een verwoestende aardbeving), Tsjernobyl (van de kernreactorontploffing) en Aleppo (strijdtoneel van de Syrische burgeroorlog).

Appel presenteert zijn bevindingen als losse blokken. Het zijn eigenlijk drie films in één, met elk hun eigen hoofdpersonen. Een Italiaanse pastor die zijn thuis is kwijtgeraakt, de operator van unit 4 van de beruchte Russische kernreactor die ooit een zwijgcontract moest ondertekenen van de KGB en een Syrische hoteleigenaar en reisgids die jarenlang hun werk niet konden uitoefenen en hun stiel nu weer proberen op te pakken. Terwijl ze hun weg vinden in een nieuwe werkelijkheid, proberen ze zich tevens te verzoenen met hun ervaringen uit het verleden.

Once The Dust Settles is een verzorgde, bespiegelende en soms ook wat trage documentaire geworden over menselijke veerkracht. Vanuit de gedachte dat op de puinhopen van toen nu iets nieuws kan ontstaan. Hopelijk iets beters…

Hoog Water: De Watersnood Van 1995

BNNVARA

In januari 1995, nu 25 jaar geleden, dreigde er een enorme watersnoodramp te ontstaan in Nederland. Het leidde tot de grootste naoorlogse evacuatie: 250.000 mensen moesten huis en haard verlaten om het wassende water te ontlopen. Die bange dagen worden opnieuw opgeroepen in Hoog Water: De Watersnood Van 1995 (200 min.). Qua opzet en speelduur kan deze vierdelige miniserie van Martin Maat en Hans Hermans bijna wedijveren met When The Levees Broke, Spike Lee’s vierdelige documentaire-epos over hoe orkaan Katrina in 2005 een ongelooflijke chaos veroorzaakte in de Amerikaanse stad New Orleans. De uitkomst is echter – typisch Nederlands, zou je bijna zeggen – minder dramatisch.

Niet dat de dreigende overstroming zonder gevolgen bleef: huwelijken ging eraan kapot, wethouders moesten ervan aftreden en kinderen werden noodgedwongen elders geboren. Op dat kleine menselijke niveau zit ook de kracht van Hoog Water: de paniek van het moment bij gewone mensen, het onbegrip dat er nog altijd geen deugdelijke dijken blijken te zijn aangelegd en de boosheid op ‘de hoge heren in Den Haag’, die het zelf natuurlijk wél droog houden – een sentiment dat op de hedendaagse Groningse woede over de gevolgen van de aardgaswinning lijkt.

Het overvloedige archiefmateriaal, waaronder bijzonder fraaie amateurbeelden, krijgt alle ruimte en wordt ingekaderd door direct betrokkenen, die het hoogwater van 1995 nog glashelder op hun netvlies hebben staan. Behalve over de bijna-ramp zelf verhalen zij ook over gemeenschapszin en saamhorigheid. Hoog Water heeft alleen wel erg veel vlees op de botten en vertelt, in elk geval in de eerste twee afleveringen over Zuid-Limburg en het Land van Maas en Waal, steeds min of meer hetzelfde verhaal: van het moeten verlaten van je thuis, de angst dat je daarmee alles kwijtraakt en later de opluchting dat een echte ramp tóch kon worden voorkomen.

De complete serie Hoog Water is hier te bekijken.

In The Absence

Een kapitein verlaat als allerlaatste het zinkende schip. Dat geldt evenwel niet voor de man die de lakens uitdeelt op de Zuid-Koreaanse veerboot Sewol. Als hij op de ochtend van 16 april 2014 de boot verlaat, bevindt meer dan de helft van zijn ruim 450 passagiers zich nog gewoon aan boord. Blijf zitten waar je zit, hebben ze te horen gekregen. En die boodschap zal het leeuwendeel van hen fataal worden.

De scheepsramp wordt in de korte documentaire In The Absence (28 min.) van YI Seung-Jun gereconstrueerd met een combinatie van nieuwsbeelden, het audioverkeer van/tussen de scheepscrew, de kustwacht en het gezag aan wal, beeldmateriaal van beveiligingscamera’s en filmpjes en SMS’jes naar het thuisfront van de passagiers, waaronder een klas van ruim driehonderd studenten.

Terwijl de Sewol steeds verder overhelt naar het water – een angstaanjagend beeld – duurt het ongelofelijk lang voordat de ernst daarvan doordringt tot de plaatselijke autoriteiten, die vooral bezig lijken te zijn met hun eigen bureaucratie en beeldvorming. Zo voltrekt zich en plein publique een ramp, die nog jaren zal na-ijlen en niet zonder politieke consequenties kan blijven.

De hele tragedie van deze beklemmende film is vervat in die ene ongemakkelijke scène: van de kapitein die door reddingswerkers van het gekapseisde schip wordt geholpen en zichzelf zo in veiligheid brengt. 

Fire In Paradise

Netflix

De kinderen waren geëvacueerd. Ze zaten al in de bus. Hun onderwijzeres Mary Ludwig stapte ook maar in. Ze was doodsbang. Om hen heen rukte het vuur gekmakend snel op. Het Californische stadje Paradise dreigde volledig te worden verzwolgen door de vlammen. En toen kwam de bus met schoolkinderen vast te zitten in het verkeer. Voor hun ogen ging de McDonald’s in rook op. Hoe konden zij deze hel overleven?

In de korte documentaire Fire In Paradise (40 min.) van Drea Cooper en Zackary Canepari reconstrueren bewoners van Paradise, politieagenten, brandweerlieden en hulpverleners de zogenaamde Camp Fire, de dodelijkste natuurbrand ooit in Californië. die op 8 november 2018 een complete gemeenschap in lichterlaaie zette. Het concept voor de film is simpel: de hoofdpersonen kijken recht in de camera en zien nog eenmaal hun angst in de ogen.

‘We baden dat we zouden sterven door het inhaleren van rook’, bekent Mary Ludwig. Intussen moest ze zich groot houden voor ‘haar’ kinderen. Fire In Paradise legt zo de onmogelijke dilemma’s bloot, waarmee gewone mensen door de brand worden geconfronteerd. De 911-telefoniste die zich realiseert dat de vuurgrens steeds dichter bij haar eigen huis komt. Een vrouw, die alleen een deken en gebeden heeft om haar kinderen te beschermen. En de brandweercommandant die uiteindelijk voor zijn eigen veiligheid moet kiezen.

Hun beklemmende verhalen worden ondersteund door amateurfilmpjes en foto’s van de ontzaglijke natuurramp die zich voor hun ogen voltrekt. De ravage in Paradise is naderhand immens. Behalve verdriet is er ook vertwijfeling: met de huidige droogte kan er elke dag een nieuw vuur uitbreken. Die constatering geeft deze treffende film extra gewicht.