Don’t F**k With Cats: Hunting An Internet Killer

Netflix

Elke seriemoordenaar begint met het mishandelen van dieren. Los daarvan: je blijft met je poten van katten af, vindt Deanna Thompson (alias Baudi Moovan, op Facebook). En dus slaat de data-analiste uit Las Vegas direct aan als ze het filmpje ‘1 boy, 2 kittens’ spot. Een jongen stopt daarin twee poezen in een luchtdichte zak, die hij daarna vacuüm zuigt.

Als een soort dierenbeschermingsdependance van het online-onderzoekscollectief Bellingcat gaat ze met enkele andere computernerds uit haar speciale Facebook-groep, onder wie een geek met de schuilnaam John Green, op zoek naar de geheimzinnige dierenbeul, die steeds sadistische filmpjes en aanwijzingen over zijn eigen identiteit achterlaat.

Voor hun online-speurtocht – die zich laat bekijken als een handleiding voor bijdetijdse amateurdetectives of -journalisten – stuiten ze al snel op een clip uit Catch Me If You Can, een speelfilm met Leonardo DiCaprio over een meesteroplichter die zijn achtervolgers steeds te slim af probeert te zijn. Als dat geen uitdaging is…

Hun queeste zal hen in de driedelige serie Don’t F**k With Cats: Hunting An Internet Killer (186 min.) van Mark Lewis naar de engste uithoeken van het internet en de menselijke geest leiden, in het spoor van bizarre personages als Jamsey Cramsalot Inhisass en Luka Magnotta. En dan moeten ze het lugubere filmpje ‘1 lunatic, 1 ice pick’ nog ontdekken…

Zo ontvouwt zich een superieur verteld true crime-verhaal, waarin verontruste burgers vanachter hun computer een hypermoderne klopjacht naar een gewelddadige narcist opzetten. Een soort Catfish 3.0, de spannendste docuserie van het jaar én een ongemakkelijk exposé over het huidige tijdsgewricht, waarin privacy eigenlijk niet meer lijkt te bestaan.

The Oslo Killing

Sundance

Wie vermoordde in 1974 de moeder van Maria Nielsen Iranzo? In haar appartement te Oslo werd de zwangere Deense vrouw op schokkende wijze van het leven beroofd. Terwijl haar vierjarige dochtertje toekeek. Het is een ervaring die Maria vanzelfsprekend nooit achter zich heeft kunnen laten. 45 Jaar na dato start ze haar eigen cold case-onderzoek.

De typische true crime-serie The Oslo Killing (250 min.) belicht alle hoeken en gaten van de geruchtmakende zaak, zet daarbij natuurlijk de nodige dwaalsporen uit en plaatst nét voor het einde van elke aflevering ook steeds een lekkere cliffhanger. Vakwerk, zou je kunnen zeggen. Waarbij Maria, ondersteund door haar oom en neef, bovendien een geloofwaardige protagonist is, voor wie de moordzaak een kwestie van levensbelang is.

Het helpt ook dat deze zesdelige serie van Ingrid Wevang en Pia Lykke niet alleen oude feiten en onderzoekspistes lijkt op te warmen, maar echt probeert om met de hedendaagse technieken nieuw bewijsmateriaal te vinden en daarmee verbanden te leggen. Het blijft alleen wel verdomd lastig om licht te brengen in een zaak die al bijna een halve eeuw onopgelost is. Ook al was er de hele tijd wel degelijk een voor de hand liggende verdachte, die nog eens goed onder handen moest worden genomen.

Behalve op nieuw onderzoek en nieuwe getuigenissen richt deze stevige serie zich tevens op de gevolgen van de moord voor het leven van Maria, die opgroeide bij haar Spaanse vader Enrique (de echtgenoot, sowieso altijd een potentiële verdachte in moordmysteries). In haar pogingen om eindelijk klaarheid te brengen in de zaak van haar moeder stuit ze op onbekende feiten, al dan niet gewillige getuigen én de Noorse bureaucratie, die een bevredigende uitkomst ernstig bemoeilijkt.

Never Whistle Alone

VPRO

Hoe visualiseer je corruptie? Met een anoniem kantoorgebouw? Gezichtsloze mannen in pak, die een hand op je schouder leggen? Of toch dat glas waarin voor jou een exquise wijn wordt geschonken? Marco Ferrari ging voor zijn klokkenluidersdocu Never Whistle Alone (57 min.) op zoek naar symbolische beelden om de getuigenissen van zijn zeven hoofdpersonen kracht bij te zetten.

Ook voor het verbeelden van de rol van ‘whistleblower’ moest hij zijn hele trukendoos opentrekken: een verborgen microfoontje op een stropdas. Iemand die zichzelf, enigszins gestrest, op een openbaar toilet opneemt in de spiegel. En, ter introductie, mannen en vrouwen die het door hen verzamelde dossier nog eens rangschikken. Verloren aan hun bureau, met nét te veel hoofdruimte. Zodat ze eenzaam en kwetsbaar lijken.

Ferrari begeleidt het verhaal over de misstand die ze aan de kaak stelden, een proces dat zich steeds volgens een vast stramien lijkt te voltrekken, met dreigende muziek. De tegellichters spreken bovendien in de jij-vorm over zichzelf. Alsof ze afstand willen creëren tussen henzelf en hun actie. Óf de kijker bij hun verhaal willen betrekken. In de trant van: dit had jij kunnen zijn (als je het lef had gehad).

‘In je hoofd lopen alle mogelijkheden door elkaar’, vertelt klokkenluider Alessandro Ruffilli bijvoorbeeld. ‘Waarom hebben ze mij dat geld geboden? Heb ik ze op de één of andere manier op de gedachte gebracht dat ze zo hun zin konden krijgen?’ Hij vergelijkt zichzelf met een slachtoffer dat zich schuldig begint te voelen omdat hij is aangevallen, in elkaar geslagen of beroofd. ‘Begrijp je de absurditeit?’

Op een gegeven moment wordt alles onzeker voor deze eenlingen, die zich hebben losgemaakt van hun werkomgeving. Behalve hun eigen morele kompas, dat uiteindelijk geen ruimte laat voor grijs gebied. Het blijft alleen verdomd lastig om koers te houden. Dat zorgt bovendien voor (gerechtvaardigde) paranoia, die deze zorgvuldig geconstrueerde (en soms bijna gekunstelde) film voortdrijft. Op naar de waarheid!

The Confession Killer

‘Ze vonden letsel aan de slaapkwab en aan de voorhoofdskwab’, vertelt journalist Nan Cuba over het hersenonderzoek dat was verricht bij Henry Lee Lucas. ‘Een slechtere combinatie kan bijna niet. De slaapkwab betekent geen zelfbeheersing, de voorhoofdskwab een gebrek aan medeleven, empathie. Als je die samenvoegt, dan heb je een seriemoordenaar.’

Lucas beweert dat hij in de jaren zeventig en tachtig ettelijke honderden moorden heeft gepleegd. Journalist Hugh Aynesworth, die eerder uitgebreid sprak met seriemoordenaar Ted Bundy (de hoofdpersoon van de Netflix-docuserie Conversations With A Killer), vertrouwt het echter niet. Probeert Lucas echt schoon schip te maken of geniet hij gewoon van alle aandacht die zijn bekentenissen genereren? En waarom slikken de Texas Rangers al zijn verhalen voor zoete koek?

Die vragen vormen het startpunt voor de vijfdelige docuserie The Confession Killer (240 min.), waarin Robert Kenner en Taki Oldham De Zaak Henry Lee Lucas nog eens onder de loep nemen. Ze kunnen daarbij een beroep doen op een enorme hoeveelheid beeldmateriaal. Het lijkt alsof zo’n beetje elk verhoor en elk bezoek aan een mogelijke plaats delict van de moordzuchtige (?) outsider werd vastgelegd door een cameraploeg.

Dat biedt een onwerkelijke aanblik. Alle belangrijke spelers, inclusief de betrokken agenten en advocaten, moeten zich er voortdurend bewust van zijn geweest dat hun handelingen zouden worden gedeeld met de wereld – al konden ze toen natuurlijk niet vermoeden dat true crime ooit zo’n populair documentaire-genre zou worden. Het is niet vreemd dat ze zich vervolgens ook zijn gaan gedragen als personages, die naar een hoofdrol hengelen in dit spannende misdaadverhaal.

De nadruk ligt in deze boeiende miniserie niet op de (vermeende) daden van de pathologische leugenaar Lucas of het leed dat hij, of toch een andere dader, heeft veroorzaakt (waarvoor in true crime sowieso niet altijd evenveel aandacht is). The Confession Killer focust zich vooral op ‘s mans controversiële bekentenissen. Heeft hij die moorden daadwerkelijk op zijn geweten? Of waren die bekentenissen vooral een alibi voor plaatselijke gezagsdragers om onopgeloste zaken te sluiten?

The John Dalli Mystery

VPRO

Afgelopen week maakte de premier van Malta bekend dat hij in januari aftreedt. Hij is de zoveelste lokale functionaris die in de nasleep van de moord op de onderzoeksjournaliste Daphne Caruana Galizia in 2017 het veld moet ruimen.

Galizia speelt ook een prominente rol in The John Dalli Mystery (59 min.) van Jesper Rønde. In deze documentaire onderzoekt het kekke journalistenduo Mads Brügger en Mikael Bertelsen de achtergronden van het corruptieschandaal rond de Maltese politicus John Dalli, die in 2012 moest aftreden als eurocommissaris.

Is Dalli het slachtoffer van een complot of smeedt hij deze complotten juist zelf? Die vraag drijft deze bijzonder vermakelijke film, waarin ook nog de nodige tegels worden gelicht. Gedegen onderzoeksjournalistiek dus, vermomd als absurd theater.

Het is een vorm die Mads Brügger dit jaar ook gebruikte in Cold Case Hammarskjöld, zijn overrompelende zoektocht naar wat er toch is gebeurd met Dag Hammarskjöld. De secretaris-generaal van de Verenigde Naties kwam in 1961 om bij een mysterieus vliegtuigongeluk.

The John Dalli Mystery kan met terugwerkende kracht worden beschouwd als een fijne voorstudie.

Who Killed Little Grégory?

Netflix

Als in het najaar van 1984 de vierjarige Grégory dood wordt aangetroffen in de Volonge-rivier weet iedereen in het Franse dorp Lépanges wie de moordenaar is: de kraai. De man of vrouw achter dit angstaanjagende pseudoniem valt de familie van Grégory Villemin, zijn ouders Jean-Marie en Christine in het bijzonder, immers al jaren lastig met venijnige, lasterlijke en bedreigende brieven en telefoontjes. Maar wie binnen of nét buiten de familie is deze kraai? vraagt de enerverende eerste episode van deze vijfdelige true crime-serie zich af. Hij/zij zal in elk geval een dramatische keten van gebeurtenissen in gang zetten.

In Who Killed Little Grégory? (297 min.) wordt de onopgeloste moordzaak 35 jaar na dato nog eens kritisch tegen het licht gehouden. Het is een bizar relaas, dat zo nu en dan doet denken aan de geruchtmakende zaak rond de verdwenen peuter Maddy McCann (die onlangs werd behandeld in de docureeks The Disappearance Of Madeleine McCann) en dat hier vooral uit de doeken wordt gedaan door omstanders: politieagenten, advocaten en journalisten. De echte hoofdrolspelers, de Villemins en aanverwanten, blijven zwijgen.

Bijzondere aandacht besteedt regisseur Gilles Marchand aan de kwalijke rol van de Franse schandaalpers. Die heeft, geholpen door publiciteitsgeile overheidsfunctionarissen, allerlei roddels en insinuaties de wereld ingestuurd, waarmee de verhoudingen nog verder op scherp zijn gezet. Een familietragedie in de Vogezen werd zo een landelijk mediaspektakel van jewelste. Zelfs oprechte zoekers naar de waarheid zagen door de bomen het bos niet meer.

Deze miniserie ontleedt die hype vakkundig, maar heeft (logischerwijs) meer moeite om klaarheid in de zaak zelf te brengen en krijgt dat verhaal dan ook niet rond. De zoektocht naar de identiteit van ‘de kraai’, en de nefaste rol die deze heeft gespeeld in de familie Villemin, raakt in de latere afleveringen zelfs helemaal op de achtergrond, ten faveure van allerlei complicaties bij het onderzoek naar de moord op de kleine Grégory. Waardoor ook deze true crime-productie de belofte van zijn spannende start uiteindelijk niet volledig waarmaakt.

Rotjochies

Jahlano (l), Mitchel (m) & Mike (r) / VPRO

Met Alicia ging Maasja Ooms heel Nederland rond. Tweemaal zelfs. Eerst met de camera toen het verweesde meisje van de ene naar de andere opvangplek werd gestuurd, om te bekijken waar ze op haar plek zou zijn – of op zijn minst gehandhaafd kon worden. En daarna met de film zelf, die als een aanklacht tegen de Nederlandse jeugdzorg moest worden opgevat – of op zijn minst als een serieuze aansporing om het nu toch écht eens beter te gaan doen.

Voor opvolger Rotjochies (91 min.) is Ooms afgereisd naar het Franse platteland, waar de Nederlandse jeugdwerker Petra Knol enkele jongeren opvangt die thuis niet meer welkom zijn en die in den vreemde een allerlaatste kans krijgen om hun leven te beteren. Knol houdt er de wind onder en confronteert de jongeren indringend met hun eigen gedrag en de gevolgen daarvan. Die geladen gesprekken legt de filmmaakster, die zich blijkbaar bijna onzichtbaar wist te maken, van zéér nabij vast.

Niet dat de jongens zomaar het achterste van hun tong laten zien. Binnen hun nieuwe omgeving, waar de verleidingen van thuis zijn vervangen door kluswerk in en rondom het huis, proberen ze vooral de aandacht niet op zich te vestigen. Onderhuids broeit er echter van alles. Als ze buiten het zicht zijn van Petra, en ook Ooms en haar camera niet in de buurt zijn, kan de boel toch nog snel ontvlammen en vallen de ‘mannetjes’ terug op hun (vroegere) overlevingsstrategie: geweld en intimidatie.

En als ze daarmee worden geconfronteerd, is de reactie altijd hetzelfde: glashard ontkennen. Totdat het écht niet meer kan. En dan gewoon ruiterlijk toegeven. Alsof ook dat de normaalste zaak van de wereld is. Hoe dring je door het pantser van zulke beschadigde jongeren? Als gewonde dieren besluipen en beloeren ze elkaar – en zichzelf. Ondanks enkele pittige aanvaringen lijken de jongens in de Morvan in eerste instantie tot een soort wapenstilstand te kunnen komen. En dan verschijnt er een meisje op het toneel…

Maasja Ooms voorziet de ontspoorde jongeren slechts beperkt van context. Uit hun gedragingen en de gesprekken met begeleider Petra zijn zo nu en dan clous te destilleren, die een verklaring zouden kunnen vormen voor hun gedrag. De filmmaakster kadert dit verder niet in met interviews of verbindende teksten. Ze observeert slechts en laat de kijker z’n eigen conclusies trekken als de jongens gaandeweg, of ze dat nu willen of niet, toch steeds meer van zichzelf laten zien.

Waar haar vorige film Alicia de uiterst wrange weerslag was van een jarenlang proces, is Rotjochies eerder een momentopname. Een diepe duik in het leven van zogenaamde probleempubers, met een enigszins frustrerend open einde. Omdat het verhaal niet af is – als het al een verhaal is, met een duidelijke kop en staart. Als kijker wil je weten hoe het de jongens na het maken van de film is vergaan. Want het mogen dan kutmennekes zijn, op de één of andere manier kruipen ze tóch in je hart.

Sea Of Shadows

Wie is de El Chapo van de totoaba? vraagt de Mexicaanse televisiejournalist Carlos Loret de Mora zich met gevoel voor drama af. De totoaba, een vissoort die razend populair is in China en daar helende krachten wordt toegedicht, wordt ook wel ‘de cocaïne van de zee’ genoemd en is ten prooi gevallen aan Chinese smokkelaars en Mexicaanse drugskartels.

De netten die plaatselijke vissers in de zee van Cortez droppen om totoaba te vangen hebben bovendien een treurige bijvangst: dode vaquitas. Van deze Californische bruinvissen schijnen er nog maar zo’n dertig in ’s werelds wateren te leven. In Sea Of Shadows (103 min.) volgt regisseur Richard Ladkani een boot met vrijwilligers van Sea Shepherd die netten uit de zee verwijderen en de confrontatie aangaan met hun gewapende vijand.

Tegelijkertijd spannen ze zich in om zelf vaquitas te vangen, zodat die in een beschermde omgeving kunnen voortleven. Als ze daadwerkelijk zo’n zeldzaam (ontwapenend) schepsel onderscheppen, blijkt het echter nog bepaald geen sinecure om het dier in leven te houden. Dit resulteert in één van de aangrijpendste scènes van deze activistische film, een moderne variant op de Oscar-winnende documentaire The Cove uit 2009.

Net als die film over de Japanse jacht op dolfijnen wil de spannende actiedocu Sea Of Shadows, waarvan de afkorting niet voor niets S.O.S. is, behalve entertainen ook duidelijk een boodschap kwijt: de handel in exquise vis vertoont alle tekenen van georganiseerde misdaad, met de gewelddadige Mexicaan Oscar Parra als sinistere kartelleider, en moet dus heel dringend een halt worden toegeroepen. Uitroepteken.

Behind The Blood

IDFA

Gevangen tussen twee vuren. Van de MS-13 en Terceneros. Twee drugsbendes waarvoor geweld de gewoonste zaak van de wereld is. In San Pedro Sula, de moordhoofdstad van de wereld, bestaat het leven getuige de documentaire Behind The Blood (83 min.) vooral uit overleven. Het is niet vreemd dat Honduras één van de ‘shithole countries’ is, waarvoor de Amerikaanse president Trump zijn veelbesproken muur wil bouwen. Zelfs een plek in de vluchtelingenkaravaan is blijkbaar te verkiezen boven het dagelijks leven in steden als San Pedro Sula.

We moeten loskomen van het stigma dat wie hier komt sterft, meent pastor Daniel Pacheco. Als een soort burgemeester in oorlogstijd probeert hij met alle partijen ‘on speaking terms’ te blijven en hen liquidaties uit het hoofd te praten. Dat is echt een kwestie van spitsroeden lopen. Voor je het weet kom je zelf bij hen in het vizier. Letterlijk. Zijn ‘vriend’ Matathan, een gevreesde huurmoordenaar die zijn ambacht voor het eerst uitoefende op z’n twaalfde, twijfelt intussen of hij er toch niet eens mee moet stoppen.

De job geeft wel status, vertelt hij, onherkenbaar gemaakt, aan de Nederlandse documentairemaakster Loretta van der Horst. En het geld is natuurlijk goed. ‘Mijn favoriete deel is uitbetaald worden’, zegt hij doodgemoedereerd. ‘Vanaf het moment dat ze me bellen voor een klus tel ik de dagen af tot de dag van de missie, want dan word ik immers betaald.’ De gedachte aan wat hij dan allemaal voor zijn zoon en vrouw kan kopen, stemt Matathan nog altijd gelukkig. ‘Dus als ik die persoon heb gedood, ga ik met veel plezier mijn geld ophalen.’ En hij weet natuurlijk ook: de enige manier om een bende te verlaten is in een lijkzak.

‘Daar is het volgende lijk’, zegt televisiejournalist Orlin Castro even later tegen zijn collega’s als de telefoon gaat. En, inderdaad, het duurt niet lang of Castro staat met zijn microfoon en camera weer bij een gedumpt lichaam. Deze persoon blijkt met een machete te zijn afgemaakt. Echt onderzoek doen naar de ware toedracht van het misdrijf is er echter niet bij. Dan ben je je eigen leven niet zeker, weet de verslaggever. Het gevaar komt van alle kanten. Niet alleen van gekende criminelen. Welke rol spelen bijvoorbeeld het Hondurese leger en de politie?

Met zorg portretteert Van der Horst, die zelf wortels in Puerto Rico heeft, in Behind The Blood de grauwe onwereld die in het Midden-Amerikaanse land is ontstaan. En waarbij je onwillekeurig moet denken aan hoe ook de georganiseerde misdaad in Nederland zich steeds bruter manifesteert. Is dit, moord op bestelling en afgehakte ledematen als dagelijkse kost, ons voorland?

Carrousel

IDFA

Als blikken konden doden. Of gebaren. Of stopwoordjes. Tayfun, Delgano en Nabil stralen in alles uit: blijf van me af. Hun begeleiders in het Rotterdamse centrum Nieuwe Kans, die hen proberen aan te spreken op hun gedrag, noemen ze consequent ‘broer’ of ‘vriend’. Dat klinkt misschien amicaal, maar lijkt vooral bedoeld om hen op afstand te houden.

De jongens proberen hun problematische achtergrond kwijt te spelen en een nieuwe start te maken, maar dat gaat bepaald niet vanzelf – en zeker niet zonder conflicten. In Carrousel (68 min.) knettert het soms flink tussen de cliënten onderling en met hun begeleiders. Filmmaakster Marina Meijer vangt die confrontaties van héél dichtbij en toont ze zonder enige opsmuk.

In lange, enerverende close-up shots, alsof de jongeren gevangen zitten in zowel het frame als hun leven, laat Meijer zien hoe zij stelselmatig spanning opbouwen, die dan plotseling tot een ontlading kan komen. Het is een voortdurend gevecht, waarbij met name kunstdocent Toine Bakermans soms door hun pantser weet te breken. De man heeft zelf 21 jaar in de gevangenis gezeten (‘Als ik een scheet laat, ruiken ze hem op het hoofdbureau.’) en laat zich niet zomaar uit de tent lokken.

Dat betekent niet dat elke jongen ook is te redden – of zich wil, of kan, laten redden. Meijer maakt de werkelijkheid niet mooier dan-ie is. Gaandeweg laten de jongens wel steeds meer los over hoe ze zijn geworden tot wie ze nu zijn. En dat geeft te denken over hun toekomstperspectief. Zijn de Tayfuns, Delganos en Nabils van deze wereld daadwerkelijk in staat om zichzelf, net als hun docent Toine, opnieuw uit te vinden?

Deze geladen film is niet meer dan een tussenopname en kan dus geen eenduidig antwoord geven. Duidelijk is wel dat de getroebleerde jongeren nog een lange weg voor de boeg hebben, die onvermijdelijk met vallen en opstaan gepaard zal gaan. En dodelijke blikken, boze gebaren en geïrriteerde stopwoordjes.

De Schrijver, De Moordenaar En Zijn Vrouw

Ferdi E. (l) en Tim Krabbé (r) / BNNVARA

Het is één van de meest tot de verbeelding sprekende Nederlandse misdaden van de afgelopen vijftig jaar: de ontvoering van Gerrit Jan Heijn op 9 september 1987. Niet door een bende ordinaire criminelen, maar door een nette Nederlandse mijnheer. Ferdi E., een werkloze vliegtuigbouwkundige. Hij had Heijn vrijwel direct doodgeschoten, maar diens nabestaanden nog maandenlang in spanning gelaten en rücksichtslos afgeperst.

Schrijver Tim Krabbé, die eerder al een boek schreef over de school shooting in Columbine, is direct gefascineerd door het misdrijf. Zeker als de dader een man blijkt te zijn die meer op hem lijkt dan hem lief is. Hij besluit E. te gaan opzoeken in de gevangenis. ‘Ik was benieuwd naar het menselijke van een uniek exces’, zegt hij in deze televisiedocu tegen interviewer Twan Huys. ‘Een monster, roepen ze dan. Wat moet je daarmee? Natuurlijk is dat geen monster. Daarmee schuif je de verantwoordelijkheid af.’

Krabbé wilde koste wat het kost kunnen begrijpen hoe Ferdi E., ogenschijnlijk een doodgewone man, tot zijn daad was gekomen, vertelt hij in De Schrijver, De Moordenaar En Zijn Vrouw (74 min.). Hij komt in contact met de ontvoerder via diens echtgenote Els, met wie de auteur al snel flirterige brieven uitwisselt en zelfs een korte romance heeft. Uiteindelijk zal hij in de gevangenis 142 ontmoetingen hebben met Ferdi en een boek over de kwestie schrijven, Vrienden, dat dit najaar uitkomt.

Huys, die de moordenaar zelf ook regelmatig sprak, bevraagt Krabbé uitgebreid over de kwestie. Dat interview wordt geïllustreerd met oude nieuwsitems, televisie-interviews en de schokkende beelden van hoe E. minutieus zijn eigen gruweldaad reconstrueert voor de politie. Die opzet is meteen ook de beperking van deze docu: het wordt nooit meer dan een aangeklede getuigenverklaring, van iemand die dat bizarre misdrijf ook alleen uit de tweede hand kent.

Een teaser van deze documentaire is hier te zien.

Selfie

Pietro (l) en Alessandro (r)

Selfie (80 min.), de titel verraadt het al, is een zelfportret van enkele Napolitaanse tieners. Pietro en Alessandro. Gezworen vrienden. Gewone jongens. Die zich ophouden aan de goede kant van de wet. Wat in Napels, bakermat van de Camorra, niet altijd vanzelfsprekend is. Of heel gemakkelijk.

Regisseur Agostino Ferrente gaf Pietro en Alessandro (en enkele andere tieners, die beperkt in beeld komen) een telefoon om hun leven te filmen. Deze vlogdocu laat van binnenuit zien hoe het is om op te groeien in de arme wijk Viale Traiano. Op de achtergrond speelt de afhandeling van de dood van hun 16-jarige vriend Davide, die na een wilde achtervolging per scooter werd neergeschoten door een politieman.

Selfie biedt geen strak gestructureerde vertelling, maar een collage van meer en minder interessante filmpjes die gezamenlijk een aardig inkijkje geven in het leven van jongeren met een beperkt toekomstperspectief. Een bestaan als kapper en barman, daarop zou het wel eens kunnen uitdraaien voor Pietro en Alessandro. Dat klinkt weinig enerverend. En dat geldt ook een beetje voor deze film, die nochtans veel wordt geprezen door filmcritici.

Radio Silence

IDFA

Het ‘pax mafioso’ werd simpelweg hersteld, volgens filmmaakster Juliana Fanjul. Na ruim zeventig jaar aan de macht – een periode waarin Mexico was veranderd in een ‘perfecte dictatuur’ – werd de PRI in 2000 afgestraft door de kiezer. Twaalf jaar later won de oude autocratische partij echter opnieuw de verkiezingen. De okselfrisse Enrique Peña Nieto, zorgvuldig klaargestoomd in bevriende media, werd president.

Een belangrijke criticaster van de nieuwe leider, de populaire radiopresentatrice Carmen Aristegui, kreeg vrij snel daarna ontslag. In een poging om haar monddood te maken, aldus Fanjul in de grimmige documentaire Radio Silence (78 min.). Tevergeefs. Aristegui en enkele getrouwen, gadegeslagen door de filmmaakster, benutten haar verplichte radiostilte om een eigen internetplatform op te starten. Van daaruit hervat ze haar taak als controleur van de macht

Intussen lijkt Mexico definitief te verworden tot een narcostaat: aan bruggen verschijnen demonstratief opgehangen lijken, in Iguala verdwijnen 43 studenten en kritische journalisten bekopen hun werk regelmatig met de dood. ‘Hier stelen we, want daar staat toch geen straf op’, formuleert Fanjul het scherp in één van de vele voice-overs waarmee ze het verhaal van Aristegui en haar land begeleidt. ‘Je kunt beter zwijgen en medeplichtig zijn dan degene worden die zich uitspreekt.’

In die bedreigende atmosfeer, waarin het recht op vrijheid van meningsuiting een welhaast ondraaglijke plicht wordt, weigeren de protagonist en haar medewerkers om (zelf)censuur te accepteren. Juliana Fanjul volgt hen gedurende vier enerverende jaren, op weg naar de volgende verkiezingen. Ben je bereid om te sterven voor deze baan? vraagt ze. Het is een vraag die ze zichzelf vooral niet stellen.

Sunless Shadows

IDFA

‘Hierbinnen is het geweldig’, zegt een jonge Iraanse vrouw. ‘Buiten is het stomvervelend.’ Zij heeft echter pech: haar straf zit er inmiddels op. Ze mag hooguit nog eens op bezoek komen in de jeugdgevangenis, waar haar vriendinnen nog altijd hun straf uitzitten en gezellig een spelletje Hints doen of elkaar met een waterslang natspuiten.

Het lijkt de omgekeerde wereld in Sunless Shadows (73 min.). In de gevangenis kunnen de jeugdige moslima’s oprecht van hun leven genieten, terwijl de buitenwereld hen voortdurend allerlei beperkingen oplegt. Dat leefklimaat heeft hen ook gebracht tot de wanhoopsdaad waardoor ze ooit in de cel zijn verdwenen: moord op een man. Hun echtgenoot, zwager of vader. Vaak in samenwerking met een zus of moeder. Die laatsten zitten er vaak veel minder florissant bij: ze verblijven in een normale gevangenis, wachtend tot de doodstraf wordt voltrokken.

Documentairemaker Mehrdad Oskouei gaat met de jonge vrouwen in gesprek en geeft hen tevens de kans om een videoboodschap in te spreken. Voor hun familieleden, medeplichtigen óf het slachtoffer. ‘Ik dwong mezelf om met jou te trouwen, ook al was ik nog maar twaalf jaar oud’, zegt een vrouw bijvoorbeeld tegen Hossein, de echtgenoot die ze doodde. ‘Ik geef toe dat ik in eerste instantie niet van je hield. Ik wilde gewoon ontsnappen aan de hel die mijn ouders ‘thuis’ noemden.’ Even later, mismoedig: ‘Helaas bleek jij niet degene die ik nodig had.’

In alle verhalen klinkt de benarde positie van Iraanse vrouwen door. Het is opmerkelijk hoe open ze daarover spreken met ‘oom Mehrdad’. Hij legt tevens vast hoe de meisjes elkaar in een gefingeerd groepsgesprek het vuur aan de schenen leggen: in hoeverre hebben ze hun positie aan zichzelf te danken en zijn ze eigenlijk wel solidair met elkaar? Intussen wordt het wel degelijk voorstelbaar dat deze jonge vrouwen eigenlijk niet eens zo ongelukkig zijn met het feit dat ze ‘de beste jaren van hun leven’ achter slot en grendel doorbrengen.

Dienders

BNNVARA

De politie wil je beste vriend zijn, maar wordt tegelijkertijd door sommige Nederlanders gezien als hun ergste vijand. Binnen dat spanningsveld kan de gewone agent maar al te gemakkelijk een soort kop van Jut worden. De zesdelige documentaireserie Dienders (270 min.) volgt acht jonge politieagenten die desondanks met grote verwachtingen starten aan de Politieacademie in Rotterdam.

De filmmakers Daniël Aiss en Veerle Neger hebben hun casting voor deze serie dik op orde: de lichting nieuwelingen die ze volgen is divers samengesteld en bevat verschillende karakters, waarvan je benieuwd bent óf – en hoe dan – ze het gaan redden. Van een wat bleue jonge vrouw die uit haar comfort zone wil komen en een Turkse jongen met grote idealen en ambities tot een onvervalste Law & Order-kerel en een fanatieke Feyenoord-supporter die in het vervolg zijn vrienden zorgvuldiger moet gaan kiezen.

Aiss en Neger kijken mee als de jonge politieagenten tijdens hun opleiding gesprekstechnieken oefenen, op een buitengewoon onprettige manier kennismaken met traangas of hun dienstwapen mogen uitproberen. Ze zijn ook van de partij als de aspirant-agenten voor het eerst in hun nieuwe werkkloffie de straat op mogen in Rotterdam, dat via een continue stroom binnenkomende portofoonberichten tot een behoorlijk dreigende plek wordt gemaakt. Het is op zijn minst een werkterrein dat niet bij iedereen even goed past. En dit leidt soms weer tot onderlinge frictie.

De lotgevallen van de dienders worden doorsneden met privébeelden en zitinterviews. Een voice-over met helikopterview – de stoplap van veel docuseries – blijft daarbij achterwege. Dat is wel zo prettig. De nadruk ligt daardoor nadrukkelijk op de persoonlijke uitdagingen van de nieuwelingen. Nadat er vanuit een flat is geschoten met een kruisboog mag één van hen bijvoorbeeld mee om het ding in beslag te nemen. Als zijn collega’s, ondanks protesten van de bewoner, besluiten om de woning te betreden, begint hij steeds meer op een konijn in de koplampen te lijken.

De jongen realiseert zich dat hij nog een lange weg heeft te gaan voordat hij zich echt politieagent mag noemen. Die pet past ons nu eenmaal écht niet allemaal. Bij sommige agenten in opleiding vraag je je op basis van deze sterke serie, waarvan ik tot dusver alleen de eerste twee afleveringen heb gezien, zelfs af hoe ze zich straks op straat staande kunnen houden. Of: wat ze gaan doen als dat uiteindelijk niet helemaal vanzelf lukt.

Shooting The Mafia

Geen mens slaagde er overtuigender in om de gruwelen van La Cosa Nostra te vereeuwigen dan de inmiddels 84-jarige fotografe Letizia Battaglia. Met gevaar voor eigen leven maakte ze een indrukwekkende collectie zwart-wit foto’s, waar het bloed bijkans van afdruipt. Onontkoombare weerslagen van de decennia dat de Siciliaanse maffia onder leiding van illustere ‘mannen van eer’ als Luciano Liggio, Toto ‘Het Beest’ Riina en Bernardo Provenzano haar geboortegrond terroriseerde.

In Shooting The Mafia (93 min.) portretteert Kim Longinotto de vrouw achter de onverschrokken fotografe, die nog altijd getraumatiseerd is door de ellende die de plaatselijke georganiseerde misdaad over haar gemeenschap heeft uitgestort. Met als absoluut dieptepunt de moorden op de onderzoeksrechters Giovanni Falcone en Paolo Borsellino, begin jaren negentig, die elke vorm van hoop op een maffiavrij Italië de bodem insloegen. ‘Je kunt nooit meer helemaal gelukkig worden als je die horror doorstaan hebt’, zegt ze er zelf over.

Longinotto belicht daarnaast ook het turbulente persoonlijk leven van haar ferme protagoniste, die met de spreekwoordelijke filtersigaret tussen de vingers van de ene naar de andere (jongere) minnaar paradeerde. Dat rusteloze bestaan, van een iconische en uiteindelijk onbereikbare schoonheid, verbeeldt de filmmaakster met stijlvolle zwart-wit fragmenten uit Italiaanse speelfilms, die met weemoedig stemmende klassieke muziek zijn verfraaid. De optelsom is ook in dit geval meer dan de som der delen: een mooie en aangrijpende film. Over een symbool van menselijk verzet tegen een volledig onmenselijk systeem.

The Devil Next Door

Netflix

Voor menige Israëliër was eind jaren tachtig een proces eigenlijk overbodig. John Demjanjuk, een voormalige medewerker van de Ford-fabriek in Cleveland, moest wel de beul zijn die in het nazi-vernietigingskamp Treblinka eigenhandig tienduizenden Joden had vermoord. Daarover kon – en mocht – geen discussie zijn. ‘Ik was er honderd procent van overtuigd dat Demjanjuk niet Iwan de Verschrikkelijke was’, zegt zijn flamboyante Israëlische advocaat Yoram Sheftel. ‘En ik was er honderd procent van overtuigd dat hij schuldig bevonden en ter dood veroordeeld zou worden.’

Sheftel is één van de blikvangers van de puike vijfdelige documentaireserie The Devil Next Door (222 min.) van Yossi Bloch en Daniel Sivan. ‘Ik heb van elke seconde genoten’, stelt de onvoorstelbaar pedante advocaat zelfs over de geruchtmakende rechtszaak tegen de vermeende oorlogsmisdadiger. En, inderdaad, het ‘showproces’ is nog niet afgerond of Sheftel heeft al een boek in de winkel liggen. Ruim dertig jaar na dato spugen zijn voormalige opponenten nog altijd op de man die duidelijk garen heeft gesponnen bij de kwestie John Demjanjuk, die in de Joodse gemeenschap zo ontzettend veel emotie losmaakte.

Vrijspraak zou een ongelooflijke klap in het gezicht zijn van de mensen die hem zeggen te herkennen als Iwan de Verschrikkelijke, de man die hele families uitmoordde en henzelf voor het leven tekende. Maar hoe betrouwbaar zijn ooggetuigen eigenlijk? Zeker als ze zwaar getraumatiseerd zijn en er sinds de gruwelijke daden bovendien meer dan veertig jaar is verstreken? Zulke godsonmogelijke dilemma’s maken van The Devil Next Door, waarin zowel Demjanjuks kleinzoon, schoonzoon en advocaten als de toenmalige aanklagers en rechters participeren, een fascinerende, aangrijpende en nog altijd actuele serie.

Where’s My Roy Cohn?

Altimeter Films

Where’s My Roy Cohn? (98 min.), schijnt Donald Trump nog wel eens te roepen als er een smerig klusje opgeknapt moet worden. Roy Cohn (1927-1986) was de spreekwoordelijke bullebak, die letterlijk over lijken ging om zijn cliënt te dienen. Een soort ‘Moszkowicz from hell’, met verdacht weinig respect voor de wet. En een man die intussen consequent aan ‘the wrong side of history’ belandde.

Bij het proces dat leidde tot de ter dood veroordeling van de Amerikaanse communisten Julius en Ethel Rosenberg, bijvoorbeeld. Of als rechterhand van senator Joe McCarthy, die een heksenjacht op vermeende communisten ontkende, het zogenaamde McCarthyisme. In een consigliererol voor de New Yorkse maffia ook. Én als een soort peetvader voor de jonge Donald Trump, die Cohns parool ‘als ze jou slaan, sla ze dan tien keer zo hard terug’ sindsdien volledig heeft verinnerlijkt.

Matt Tyrnauer portretteert het larger than life-personage Cohn met familieleden, geliefden, collega’s, journalisten en ‘dirty trickster’ Roger Stone, die de kneepjes van het vak kreeg bijgebracht door de diabolische Cohn en in de afgelopen jaren zelf als klusjesman voor Donald Trump fungeerde. Zij strooien met spraakmakende verhalen en smeuïge anekdotes, die door Tyrnauer met de nodige zwier aan fraai archiefmateriaal zijn geknoopt en met bombastische muziek worden opgediend.

Where’s My Roy Cohn? stevent uiteindelijk af op een tragische climax als de (niet al te) stiekeme homoseksueel ten prooi valt aan de meest gevreesde ziekte van zijn tijd. In dat kader zal hij na zijn dood nog worden vereeuwigd in het vermaarde theaterstuk Angels In America. Dit boeiende portret toont bovendien aan hoe invloedrijk de rücksichtslose Cohn is geweest. Ruim dertig jaar na zijn dood werpt hij nog altijd een schaduw over het hedendaagse Amerika, waar zijn voormalige protegé het zowaar tot president geschopt heeft.

In Bully. Coward. Victim. The Story Of Roy Cohn schetst documentairemaker Ivy Meeropol vanuit een persoonlijk uitgangspunt een portret van de gevreesde advocaat, die er mede voor zorgde dat haar grootouders ter dood werden veroordeeld vanwege landverraad.

The Hydra

De beeldspraak is bijzonder treffend: de georganiseerde misdaad als een hydra, een veelkoppige gifslang. Zodra er een kop wordt afgehakt, steekt er elders een nieuwe de kop op. Alleen vuur kan ervoor zorgen dat het monster wordt gedood, aldus Volodymyr Tymoshenko, een voormalige KGB-officier en werknemer van de Oekraïense veiligheidsdienst. Hij bedoelt: als de vraag naar harddrugs, XTC en (meth)amfetamine, in de rest van de wereld opdroogt. Anders is de wildgroei van The Hydra (73 min.) op geen enkele manier te stoppen.

Deze slicke documentaire van Ram Devineni reconstrueert met medewerkers van veiligheidsdiensten en hun informanten hoe begin jaren negentig, na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, in Oekraïne een crimineel netwerk ontstond rond de massaproductie van en grootschalige handel in synthetische drugs. Dit drugskartel vertakte zich al snel naar de rest van Europa. Alle reden dus om een grootschalige operatie op touw te zetten, teneinde die hydra de nekken om te draaien.

Het verhaal van die campagne, onderkoeld verteld zoals alleen typische Oostblokkers dat kunnen, wordt door Devineni met de nodige zwier en humor uit de doeken gedaan. Tarantino-achtige scènes met acteurs, een lekker aanstekelijke synthesizersoundtrack en de nodige wisecracks leuken de boel behoorlijk op. ‘Hee, aan de linkerkant zit je plaksnor los’, grapt Tymoshenko bijvoorbeeld tegen één van zijn contacten uit de tijd dat hij de onderwereld een kopje kleiner probeerde te maken.

De twee mannen ogen tegenwoordig als oude kameraden, die met veel plezier herinneringen ophalen. Écht spannend wordt The Hydra daardoor nooit. Al maken de oude kameraden van de toenmalige operatie wel een vermakelijk schouwspel. En uiteindelijk leidt het spoor naar – hoe kan het ook anders – ons eigen Nederland, waar vertegenwoordigers van de hydra in labs het eindproduct fabriceren en de distributie daarvan naar de rest van Europa in gang zetten. Ruim 25 jaar na dato laat die impuls zich nog altijd niet zomaar… de kop indrukken.

Murder In The Bayou

Ze gingen om met ‘the wrong crowd’, zeggen hun nabestaanden. Ze leefden een ‘high-risk lifestyle’, werpt de plaatselijke politiechef Ricky Edwards tegen. En dat komt hem op flinke kritiek te staan. Alsof de vrouwen, die verslaafd waren aan crack en hun lichaam verkochten, er zelf om hebben gevraagd om te worden vermoord en gedumpt in een plaatselijke ‘swamp’.

Acht prostituees werden er tussen 2005 en 2009 gedood in Jennings County, Louisiana. Ze staan inmiddels bekend als The Jeff Davis 8. En wie verantwoordelijk was voor hun tragische lot, is ruim tien jaar na dato nog altijd ongewis. Murder In The Bayou (269 min.), gebaseerd op het gelijknamige boek van onderzoeksjournalist Ethan Brown, zet opnieuw het mes in de lang slepende kwestie, die als inspiratie zou hebben gediend voor het eerste seizoen van de thrillerserie True Detective.

Het is in elk geval geen seriemoordenaar, volgens de ziedende moeder van slachtoffer Brittney Gary. Ze blijft het maar herhalen in deze vijfdelige documentaireserie van Matthew Galkin. Er. Is. Geen. Seriemoordenaar. En zeker geen ‘seriedumper’, ook al zo’n term waarmee de politiechef, die net als enkele andere sleutelfiguren schittert door afwezigheid in deze serie, de plaatselijke bevolking tegen zich in het harnas heeft gejaagd. Zou hij die term ook hebben gebruikt als de vrouwen niet afkomstig waren van de verkeerde kant van het spoor?

Behalve Ethan Brown en journalist Scott Lewis van de plaatselijke krant The Jennings Daily News, die als extern deskundigen enige klaarheid in de kwestie proberen te brengen, wordt deze serie vooral bevolkt door zogenaamde ‘deplorables’: verlopen mannen en vrouwen met de spreekwoordelijke vuile bek, een troebele oogopslag en die nietsontziende zucht om het complete bestaan te verdoven. Gezamenlijk vormen ze bovendien een potentiële goudmijn voor elke tandarts.

Onder hen zijn ook twee mogelijke verdachten: de schmutzige lokale dealer/pooier Frankie Richard en zijn nicht Hannah Conner. Hebben zij die acht moorden op hun geweten? Werden ze daarna door plaatselijke agenten uit de wind gehouden (of zijn die zelfs betrokken bij het mysterie van de gedode vrouwen)? En welke rol speelde het luizige motel The Boudreaux Inn, waar volgens direct betrokkenen heel wat werd ‘afgepartyd’ (maar het leven desondanks bepaald geen feest was)?

Zoals het een echte true crime-serie betaamt, duwt Murder In The Bayou een dossierkast met mogelijke scenario’s omver. Die worden door Galkin vervolgens met suggestieve beelden, dreigende muziek en de nodige cliffhangers smakelijk uitgeserveerd. Zo ontstaat een duistere, onheilszwangere wereld, waaruit steeds weer nieuwe verhalen kunnen worden opgediept die het daglicht eigenlijk niet kunnen velen.

Hoe die losse incidenten zich precies tot elkaar zouden verhouden en welke overkoepelende theorie daar dan uit voortvloeit, blijft tot het einde van deze beklemmende miniserie ongewis. En ook dan zijn er nog altijd meer vragen gesteld dan beantwoord. Een even onvermijdelijke als onbevredigende slotsom, die een vervolg, al dan niet in documentairevorm, onontkoombaar maakt.