Sprekend Nederland

‘Dat verklaar ik en beloof ik’, verklaren de nieuwe Nederlanders aan het begin van John Appels nieuwe film Sprekend Nederland (82 min.). Tijdens de naturalisatieceremonie wordt natuurlijk ook het Wilhelmus gezongen. Na afloop wil menigeen bovendien op de foto met de Nederlandse vlag. In al hun verscheidenheid zijn die mensen bij ons gaan horen. Of wij dat nu willen of niet. Maar wie zijn wij eigenlijk?

Deze veelkleurige film, die is opgebouwd rond openbare toespraken, geeft daarop geen eenduidig antwoord. Zijn we de boze mannen van Pegida die ‘we zijn niet bang voor de Islam’ zingen en één van hen hebben uitgedost als Mohammed, die rond paradeert met een afgehakt hoofd in zijn hand? Of juist het Amsterdamse moslimmeisje dat op een manifestatie voor diversiteit alle grote mensen voorhoudt om voortaan vooral te denken met hun hart?

John Appel zelf omschrijft Sprekend Nederland als een soort hedendaagse variant op Alleman, de legendarische film waarmee Bert Haanstra in 1963 het toenmalige Nederland portretteerde. Een wit land, dat de jaren vijftig nog definitief van zich af moest zien te schudden. Het land dat Appel ruim een halve eeuw later heeft aangetroffen heeft duidelijk meer kleur op de wangen gekregen. Van opwinding, boosheid of gewoon omdat de roots van de bijbehorende mensen buiten Nederland liggen.

De Amsterdamse filmer vindt ‘de Nederlander’ in alle soorten en maten. Bij allerlei verschillende openbare gelegenheden: de publieke doop van nieuwe christenen, het eerste kampioenschap van Feyenoord in bijna twintig jaar of een feestje voor succesvolle beleggers, waar saxofonist Hans Dulfer lustig staat te toeteren en een soort van rapper de legendarische straathit The Message  (‘don’t push me, cause I’m close to the edge’) vernachelt. Iedereen koestert zijn eigen biotoop en gebruikt zijn eigen taal.

Echte hoofdpersonen heeft Sprekend Nederland niet – of het moet de honderdjarige vrouw zijn, die op dezelfde dag is geboren als koning Willem-Alexander en net als een selecte groep andere 27 aprillers wordt uitgenodigd voor zijn verjaardagsfeestje. Je zou kunnen zeggen dat wij allen, gewone en toch bijzondere Nederlanders, centraal staan. Met deze film laat John Appel ons met andere ogen kijken naar het land, dat we al van binnen en van buiten dachten te kennen.

Het caleidoscopische karakter van Sprekend Nederland deed me denken aan de korte docu De Spelende Mens van Sanne Rovers, een ‘speel’-film over hobbyend Nederland, en Michiel van Erps meest recente documentaire Leve de Vrijwilliger!, waarin hij ons land portretteert aan de hand van de vele vrijwilligers en waarin onze koning zich ook al van zijn beste kant laat zien.

Rabot


De drie Rabottorens in Gent doen een beetje denken aan Pruitt-Igoe, het Amerikaanse flatgebouw in Saint Louis dat halverwege de jaren vijftig werd opgeleverd als een wonder van stedenbouwkundige vernieuwing en al in 1972 letterlijk is opgeblazen. In sneltreinvaart verworden tot een niet meer te redden getto (een tragedie die is vastgelegd in de documentaire The Pruitt-Igoe Myth: An Urban History). Ook in de Rabottorens wilde je ooit wonen. Ooit. Tegenwoordig leven er vooral mensen die weinig keuze hebben.

Het aftakelingsproces heeft zich in Gent over meerdere decennia voltrokken, maar inmiddels worden de flats in de volkse Rabotwijk toch echt stelselmatig ontmanteld. De verhuisdozen gaan er bij wijze van spreken van hand tot hand. De allerlaatste bewoners zitten er intussen hun tijd uit. Ze kunnen of willen geen kant op – of kunnen niet wachten totdat ze de deur van de met vunzige en discriminerende leuzen volgekalkte lift voor de allerlaatste keer achter zich dicht mogen trekken.

In deze grijsgrauwe documentaire portretteert Christina Vandekerckhove de bewoners van één van de woontorens. Een deprimerende kolos aan de Van Cleeflaan, tevens een gewilde plek voor Gentenaren die het leven moe zijn. Met compassie vereeuwigt de Belgische filmmaakster de treurnis in Rabot (95 min.). Ze vindt er memorabele hoofdpersonen, zoals een Ghanese vrouw met enorme stemmingswisselingen en haar beschonken ex-echtgenoot, enkele (voormalige) verslaafden die vooral uit de problemen moeten zien te blijven en een hoogbejaarde man die nog steeds minutieus al zijn uitgaven noteert.

Vandekerckhove vertelt hun verhalen niet lineair, maar laat snapshots uit hun levens zien en gebruikt die als bouwstenen voor een tragische vertelling, waarbinnen de (aanstaande) sloop van de flat het onvermijdelijke einde moet vormen. Er wordt gestaard, gevreten, lawaai gemaakt, gepaft, obsessief verzameld, gesproken met consumptie en – natuurlijk! – gezopen. In een armoedig decor, waar de verf afbladdert en het behang van de muren komt.

En dan zet één van de bewoners, een oudere alleenstaande man, om de eenzaamheid te verdrijven Love Me Tender van Elvis Presley op en fabriceert Vandekerkhove er een prachtig trieste sequentie van, die nog wel even nazindert. Na ruim anderhalf uur Rabot overheerst uiteindelijk een desolaat gevoel. Van armoe en verval. Van leven dat zijn glans verliest – of gewoon nooit heeft gehad.

Bewaren – Of Hoe Te Leven


‘Je ruimt het maar op als ik dood ben.’ De 92-jarige moeder van filmmaakster Digna Sinke zegt het terloops, als een onbelangrijk bijzinnetje. Ze lijkt de spullen die haar dochter aan haar voorlegt in de documentaire Bewaren – Of Hoe Te Leven (52 min.) vooral leuk te vinden. Die roepen allerlei herinneringen op, maar al te veel waarde hecht moeder er blijkbaar niet (meer) aan.

Hoe anders ligt dat voor Digna zelf. Zij bewaart alsof haar leven ervan afhangt. En misschien is dat ook wel zo. Met al haar spullen weet ze vast te houden aan haar verleden en het bestaan in het algemeen, zo beschrijft ze in de voice-overs waarmee deze denkfilm bij elkaar wordt gehouden. Is dat bewaren nog wel van deze tijd? Is zij zélf eigenlijk nog wel van deze tijd?

Sinke stelt prangende vragen, aan andere verzamelaars, aan non-verzamelaars en aan zichzelf. Dat is spitsroeden lopen. Soms slaat de vertelster een wel erg gedragen toon aan en dreigt Bewaren een tobberige film te worden, maar dan volgt er steevast een vlotte scène die de documentaire lucht geeft. Zo geraakt ze bijvoorbeeld in gesprek met enkele minimalisten, digitale nomaden waarvan alle bezittingen in één enkele tas passen – of rondzwerven, ergens in die ongrijpbare cloud.

Een jongen laat haar zijn tattoo zien: ‘live today’. Hij lacht erbij. ‘Wat vind je ervan?’ Sinke twijfelt even. ‘Ja, waarom niet?’ Stilte, twijfel misschien. ‘Wat kun je anders doen?’ De jongen moet weer lachen. ‘Morgen leven’, klinkt het monter. Waarna de filmmaakster haar eigen dilemma op tafel legt. ‘Ik dacht meer aan leven in het verleden.’

Zo raakt de film tevens aan thema’s als ouder worden, verlies dragen en uit de tijd raken. Blijven mensen, zoals Sinke dat zo fraai formuleert in deze voor een Gouden Kalf genomineerde film, ook in de toekomst geborgenheid vinden in dingen? Of gaat de ervaring van het hier en nu dat vasthouden aan materiële dingen straks volledig vervangen? En wat raken we daar dan mee kwijt?

Grey Gardens


Zeker drie keer eerder ben ik aan deze film begonnen. In lijstjes met de beste documentaires aller tijden neemt Grey Gardens (94 min.) uit 1975 meestal een prominente plek in, maar eerlijk gezegd was het mij nog nooit gelukt om hem uit te kijken. Na zo’n drie kwartier haakte ik steevast af. Verveeld, geïrriteerd en he-le-maal suf geluld.

Want kletsen konden de hoogbejaarde Edith Bouvier Beale en haar licht hysterische, inmiddels 56-jarige inwonende dochter Little Edie, zo constateerde ik opnieuw tijdens mijn meest recente kijkpoging. Rebbelen, roddelen en kibbelen. Ze raakten nooit uitgepraat. En tussen de regels door vertelden ze heel veel over zichzelf, elkaar, de high society die hen had voortgebracht en alles waar ze verder toevallig aan moesten denken.

Hoewel de vrouwen vrijwel onafgebroken praatten (of zongen, dansten en performden), ligt het verteltempo van deze documentaire van de legendarische gebroeders Albert en David Maysles (en Ellen Hovde en Muffie Meyer) erg laag. Zoals ze in de jaren zeventig sowieso in slow motion leken te leven. Aan de meeste scènes, waarvan je je afvraagt waarom ze überhaupt in de film moesten, lijkt werkelijk geen einde te komen. Ik heb ditmaal zelfs even overwogen om hem op dubbele snelheid te bekijken via YouTube. Maar zo ga je natuurlijk niet om met belangwekkende kunst.

Even wat achtergrondinformatie dan maar: moeder en dochter waren familie van de fameuze Jackie Kennedy en konden het ooit breed laten hangen, maar die dagen lagen ten tijde van de filmopnames allang achter hen. Net als het huwelijk van amateurzangeres Edith met de vader van Little Edie. Tijdens het filmen, dat een bezoeking moeten zijn geweest voor de Maysles (die steeds in allerlei gesprekken werden betrokken door de twee dames), woonden de twee Edies met een hele roedel katten in het vervallen en vervuilde landhuis Grey Gardens in North Hampton, waar ze ieder moment konden worden uitgezet.

In deze film kun je dus zowel katten als aapjes kijken, concludeerde ik met de nodige zelfvoldoening terwijl ik nogmaals een greep deed in de zak met borrelnootjes. Deze paradijsvogels mochten in elk geval uitbundig met hun veren pronken. Zoals televisieprogramma’s als Showroom, Jambers en Man Bijt Hond later met veel succes een podium zouden bieden aan alle buitenbeentjes, betweters en dorpsgekken die van zich wilden doen spreken. En dus vroeg ik me af: biedt deze klassieke (het volgende woord spreek ik met gefronste wenkbrauwen uit:) ‘documentaire’ werkelijk meer dan zulke veletisieportretjes?

Ik moet het antwoord na de zoveelste kijkbeurt – zo voelde dat soms wéér – opnieuw schuldig blijven. Ik heb de film wel uitgekeken. Uitroepteken. Of beter: uitgezeten. En inmiddels zie ik in Grey Gardens óók een intrigerende karakterstudie van een excentrieke moeder en dochter, een tragikomische ode aan levens in verval en een vergeeld portret van een verloren wereld. Maar om nu te zeggen dat ik deze keer anderhalf uur aan de beeldbuis gekluisterd heb gezeten…

De speelfilmversie van Grey Gardens uit 2009, met in de hoofdrollen Jessica Lange en Drew Barrymore als respectievelijk Big en Little Edie heb ik tot dusver dus schielijk gemeden. En daarin zal voorlopig ook geen verandering komen. Een mens heeft zo zijn grenzen. Maar tot mijn schrik hoorde ik onlangs dat er met ‘lost footage’ nóg een documentaire over het illustere duo Beale is gemaakt, de prequel That Summer (met cameo’s van niemand minder dan Mick Jagger, Truman Capote en Andy Warhol). Dat was even schrikken. Ga ik er straks weer aan beginnen? Moet dat? Kan ik dat eigenlijk wel?

Pervert Park


Je zult er maar wonen; in een Amerikaans trailer park met maar liefst 120 zedendelinquenten. Of ernaast. De buren noemen het Pervert Park (53 min.), een plek voor mannen en vrouwen die hun straf hebben uitgezeten. Binnen het Florida Justice Transitions-project, een initiatief van een moeder van een veroordeelde ‘sex offender’ die maar geen woonplek kon vinden, proberen ze de laatste stap te zetten naar een plek in de reguliere maatschappij.

In de Verenigde Staten bevat het register van zedendelinquenten meer dan 800.000 namen. Zij moeten uit de buurt blijven van plekken waar regelmatig kinderen komen. Duizend voet om precies te zijn, zo’n driehonderd meter. Bovendien zijn er inmiddels applicaties zoals Offender Locator beschikbaar, waarmee iedere geïnteresseerde kan zien welke viezeriken er in zijn directe omgeving wonen. Met naam, adres en foto erbij.

Ze zien er volstrekt normaal uit, de hoofdpersonen van deze indringende film van het Scandinavische echtpaar Frida en Lasse Barkfors uit 2014. Niet als de seksuele roofdieren of kinderlokkers die je misschien zou verwachten. Neem bijvoorbeeld de trieste vrouw, die jarenlang werd misbruikt door haar vader. Ze vertelt hoe ze zich, onder druk van een man die haar uit de brand zou helpen, vergreep aan haar eigen achtjarige zoon en die kerel via zijn computer liet meekijken. Hartverscheurend huilend: ‘He was my baby.’

Stuk voor stuk nemen de ‘perverts’, in interviews en groepsgesprekken, verantwoordelijkheid voor hun misdrijven. Coming clean, letterlijk. De meesten gaan zichtbaar gebukt onder berouw. Anderen zijn onthutsend eerlijk over zichzelf. Mensen zoals ik moeten in de gaten gehouden worden, zegt een man die in Mexico een vijfjarig meisje verkrachtte zonder omhaal van woorden. ‘Niet om ons te straffen of vernederen, maar om ons te helpen niet opnieuw in de fout te gaan.’

De Barkforsen schorten hun eigen waardeoordelen intussen op en leggen de verhalen van hun hoofdpersonen sereen en met compassie vast. Beschadigde mensen die niets anders wisten of konden dan zelf ook beschadigen. Ze zijn zich bewust van het stigma dat er rond hun daden hangt en besluiten er desondanks rond voor uit te komen. Dat mag je gerust dapper noemen. Daders worden zo weer mens. Die een gigantische misstap hebben begaan, dat wel. Na het zien van Pervert Park wordt het echter vrijwel onmogelijk om heel gemakkelijk ‘castreer ze!’ te blijven roepen.

Explained

Netflix

Een wereld die steeds ingewikkelder wordt, heeft alsmaar meer behoefte aan uitleggers. Oftewel: explainers. De hoogleraar die voor de spreekwoordelijke boekenkast uitlegt hoe de wereld in elkaar zit, heeft daarbij allang gezelschap gekregen van nieuwerwetse vertellers en vertelvormen. Onder noemers als ‘vijf vragen over…’ of ‘alles wat je altijd al wilde weten over…’ kun je tegenwoordig in zowat elk medium explainers vinden. In Jip & Janneke-taal, natuurlijk.

Met een serie explainer-video’s onder de naam Explained speelt Netflix, samen met Vox, in op die ontwikkeling. In ruim een kwartier jaagt elke aflevering er een groot maatschappelijk thema doorheen, dat de waan van de dag ontstijgt en met een vlotte mixture van aansprekende (archief)beelden, graphics en boeiende sprekers in kaart wordt gebracht. In hoeverre is de mens bijvoorbeeld gemaakt voor een monogaam bestaan? vraagt de alom tegenwoordige voice-over in de aflevering Monogamy. En is de segregatie tussen wit en zwart in de Verenigde Staten werkelijk beëindigd? wil The Racial Wealth Gap weten.

De antwoorden op deze vragen laten zich raden, maar de bijbehorende uitlegvideo’s slagen er wel degelijk in om de historie van en actuele discussie rondom zo’n thema toegankelijk te maken voor de YouTube-generatie. In de explainer over genetische manipulatie komt bijvoorbeeld aan de orde wat de ethische implicaties kunnen zijn van allerlei medische ontdekkingen, die bedoeld zijn om het menselijk leiden te verzachten. ‘Is er echt geen plek meer voor ons op deze wereld?’, vraagt een man met het syndroom van Down zich bijvoorbeeld hardop af. Een vrouw, die zelf geen problemen heeft met haar dwerggroei, realiseert zich dat in de toekomst abortus op de loer ligt voor mensen zoals zij: ‘Ik moet accepteren dat niet-gehandicapte vrouwen mij zien als een ongeschikte foetus.’

Van de eerste vier afleveringen van Explained, die wekelijks zullen worden aangevuld met een nieuwe episode, valt de uitlegvideo over de historie van K-pop, de inwisselbare popmuziek die met de regelmaat van de klok wordt afgeleverd door de Zuid-Koreaanse lopende band, een beetje uit de toon. Deze explainer heeft een wel erg hoog hap-slik-weg gehalte en wordt nooit meer dan een gelikt geschiedenislesje over een muziekstroming die toch vooral een marketingsucces lijkt. De andere video’s slagen erin om in een heel kort tijdsbestek, tussen eten en afwas zogezegd, een maatschappelijk relevant thema bespreekbaar te maken.

Een Nieuwe Morgen

Human

Uit noodzaak geboren, maar toch. Je zou de ontwikkelingen in Tuindorp Oost kunnen beschouwen als een bescheiden experiment met de participatiesamenleving. Nadat het Utrechtse verzorgingshuis te maken kreeg met leegstand, opende het zijn deuren voor een veel jongere populatie: 41 woningzoekenden. Zouden zij hun plek vinden te midden van de hoogbejaarde bewoners?

Niet iedereen zit overigens te wachten op vers bloed, blijkt uit de gestileerde documentaire Een Nieuwe Morgen (53 min.) van Kim Brand. ‘Ach gut, dat oudje’, schmiert Ans Stockschen. ‘Dat oudje wil ook nog meedoen.’ Ans is sceptisch als haar wordt gevraagd of er echt contact zal ontstaan tussen de oorspronkelijke en de nieuwe bewoners. Ze heeft ook wel wat anders aan haar hoofd: haar doodzieke echtgenoot Wim. Ans wil het liefst met rust gelaten worden.

Judith Raupp, 105 jaar oud, ziet de komst van de jongeren wel zitten. Misschien kan zij surrogaat-oma worden voor hun kroost. Zo hoopt ze de eenzaamheid van haar laatste levensjaren een beetje te kunnen verdrijven. En de kwieke Arie Nagel, 91 jaar jong, zit na het overlijden van zijn vrouw ook wel verlegen om een praatje. Hij fleurt zichtbaar op bij (vrouwelijk) gezelschap en kan dan ook wel eens nét iets te lang blijven hangen.

Die omgang tussen nieuwe en oude bewoners gaat niet altijd vanzelf. In een training vraagt één van de jongeren aan een geriater of het normaal is dat de ouderen vooral over zichzelf praten. Niet veel later zit dezelfde jongen samen met Arie een ijsje te eten en vinden ze elkaar toch. ‘Fucking chill.’ Bij al die ontmoetingen voor de camera blijft het wel gissen naar de motieven van de nieuwe bewoners. Proberen ze gewoon goede buren te zijn of is het de verplichte tegenprestatie die hoort bij het betrekken van een woning in een ouderencomplex?

Een Nieuwe Morgen rapporteert zo over een actuele ontwikkeling die op diverse plekken in Nederland gaande is, zoals bijvoorbeeld hier is te lezen, en wordt opgefleurd door fraaie geluidscollages van Erik de Jong (alias Spinvis), die er ook een podcast aan wijdde. Hij geeft een geheel eigen draai aan interviewsegmenten van de nieuwe bewoners, waarmee hij spannende muzikale sequenties construeert. Die fungeren als weldadig voegmiddel voor deze overtuigende documentaire over samenleven in het hedendaagse Nederland.

Grizzly Man


Bij regisseur Werner Herzog dringt zich altijd de vraag op wie er nu eigenlijk het gekste is: de paradijsvogels en obsessievelingen die hij portretteert in zijn films? Of toch de bezeten filmmaker zelf, die steevast over ieders grenzen heengaat?

Zo portretteerde hij in de documentaire Little Dieter Needs To Fly, een verhaal dat Herzog later overigens ook als basis voor de speelfilm Rescue Dawn zou gebruiken, ooit een voormalige oorlogspiloot die jarenlang in een gevangenenkamp had gezeten. Hij had er een flinke tic aan overgehouden. Als Dieter Dengler een ruimte betrad of verliet, opende en sloot hij de deur voor de zekerheid nog een keer opnieuw (en opnieuw).

Dat dwangmatige gedrag was natuurlijk een prachtige metafoor voor het trauma dat Dengler in gevangenschap had opgelopen en de enorme behoefte aan vrijheid die hij sindsdien ervoer. Één klein probleempje: Herzog had die tic zelf verzonnen en zijn hoofdpersoon overtuigd/gedwongen om deze in zijn dagelijkse routine te incorporeren zolang de camera’s draaiden.

Welkom in de wereld van een filmmaker die altijd zijn eigen waarheid creëren. Voor objectieve feiten kun je beter je toevlucht nemen tot een willekeurig telefoonboek, zegt hij in de film Capturing Reality: The Art Of Documentary, een documentaire over het maken van documentaires. Daarvan moeten we het dus ook niet hebben in één van Herzogs aangrijpendste films, Grizzly Man ( 104 min.) uit 2005.

De berenman in kwestie, ene Timothy Treadwell, heeft zichzelf wijsgemaakt dat hij een soort huisvriend is geworden van een kleine groep grizzlyberen in Alaska. Voor zijn camera haalt hij, als een vlogger avant la lettre, ijzingwekkende toeren uit met levensgevaarlijke dieren waarbij een normaal mens uit de buurt zou blijven. De afloop laat zich dan ook raden – en is op een huiveringwekkende manier in deze film verwerkt.

Werner Herzog kreeg meer dan honderd uur beeldmateriaal van de berenknuffelaar (en zijn cameraschuwe vriendin Amie) in handen. Met dit found footage, dat hij paart aan interviews met mensen uit zijn directe omgeving, ontrafelt hij Timothy Treadwells tragische verhaal en onderneemt een meeslepende zoektocht door het op hol geslagen hoofd van de man die vanaf de uiterste rand van de samenleving hunkerde naar aandacht.

De Duitse filmmaker laat zich zelf natuurlijk ook niet onbetuigd. Met zoals altijd zwaar aangezette voiceovers met Duits accent, boordevolle uiterst diepe bespiegelingen over mens en leven, trekt Herzog Treadwells verhaal volledig naar zich toe. Het resultaat is een fascinerende film, die ook regelmatig voor jeuk op ongemakkelijke plekken zorgt en je mede daardoor lang bijblijft.

The Century Of The Self


Voor Adam Curtis zijn documentaires een soort hoorcolleges. Waarbij hij zelf als alwetende verteller niets minder dan ‘de wereld’ doceert. De documentairemaker als bevlogen leraar, aan wiens lippen we – of we nu willen of niet – blijven hangen.

Een controversiële leraar, dat wel. Met een geheel eigen kijk op de mens en zijn wereld en geschiedenis. Die hij ons met dwingende stem en (die verzin ik er nu even bij) priemende ogen oplegt. Hij ondersteunt zijn betoog bovendien met een overdonderende collage van (archief)beelden. Opdat wij nooit zullen vergeten.

Dat uitgangspunt heeft al een hele zwik intrigerende televisiedocumentaires opgeleverd, waarbij het nog een hele opgave is om te reproduceren waarover ze précies gaan. The Century Of The Self (234 min.), een essay in vier delen uit 2002, verbindt in elk geval de theorieën van Sigmund Freud over het onderbewuste met het gedachtengoed van zijn neef Edward Bernays, de aartsvader van de Public Relations en propaganda.

Dat heeft volgens Curtis niet alleen geleid tot businessmodellen die de mens via zijn onderbewuste stelselmatig uitbuiten, maar ook tot een fnuikend maatschappijmodel waarbinnen de elite, een terugkerend thema in het omvangrijke oeuvre van de Britse regisseur, het volk nét iets te gemakkelijk onder de duim kan houden. Geloof ik.

Als documentaires tot (kritisch) nadenken moeten aanzetten, dan is Adam Curtis de ultieme documentairemaker. Geen brug is hem te ver; van de paralellen tussen het Amerikaanse neoconservatisme en moslimfundamentalisme (The Power Of Nightmares) tot de alternatieve realiteit die hedendaagse machthebbers creëren om controle te houden (zijn nieuwste film HyperNormalisation).

Op het YouTube-account van Adam Curtis zijn deze en nog een aantal andere films van hem te bekijken. Ter leering ende vermaeck.

Leve De Vrijwilliger


Achter het land van Zwarte Piet, #metoo en de dividendbelasting gaat – ik zou het soms zelf ook bijna vergeten – nog een geheel ander Nederland schuil: het land van gewone Nederlanders die gewoon, heel gewoon, goed proberen te doen. Michiel van Erp portretteert deze parallelle wereld in de constructieve documentaire Leve De Vrijwilliger! (53 min.).

Kun je bij het werk de vrijwilliger bedenken?, bedacht ik me, vanuit mijn rol als (zogenaamd) kritische kijker, bij het begin van de film. Waar vind je de idealisten, de zorgers en de mensen die zelf ook wel om een praatje verlegen zitten? Na tien minuten heb ik de vraag omgedraaid: waar vind je ze eigenlijk niet? Bij het geboortehotel, de amateurvoetbalclub, het ziekenhuis en de zwerfkattenopvang is er in elk geval geen gebrek aan optimistische handen-uit-de-mouwen types.

Van Erps karakteristieke voiceover leidt de kijker soepeltjes door die wirwar van mensen en klusjes. Daarbij ontbreekt de ironische ondertoon die zijn vroege werk vaak kenmerkte. Hij kiest ook niet voor een traditionele verteltrant, waarbij enkele hoofdpersonen gedurende de hele film worden gevolgd, maar vormt een mozaïek van allerlei losse, nauwelijks met elkaar verbonden elementen. Een risicovolle aanpak. Want krijgt de kijker op die manier voldoende houvast?

Leve De Vrijwilliger! houdt de aandacht echter moeiteloos vast. De onverkort positivistische toon van de film werkt bovendien echt aanstekelijk. En als koning Willem-Alexander op bezoek komt bij een tuinproject voor (verslaafde) daklozen in Apeldoorn raakte ik als verstokte Republikein zelfs even ontroerd. Zo gaat elke vorm van cynisme voor een ogenblik aan de kant bij/voor dit caleidoscopisch portret van een Nederland, waarin eigenlijk iedereen zich thuis kan en mag voelen.

Trappen

KRO-NCRV

Je zou bij deze film bijna een Simon Carmiggelt-achtige voice-over verzinnen: ‘Zie ze gaan, die dappere Amsterdammers. Het is hard werken op dat stalen ros. Stampen, manoeuvreren en versnellen. Strijdend om een plek. In een stad die nooit stil wil staan, maar soms noodgedwongen halt moet houden.’

Met heel veel goede wil zou je Trappen (46 min.) kunnen zien als een moderne variant op Bert Haanstra’s legendarische documentaire Alleman. De film van Wilko Bello, die eerder de stad doorkruiste op zijn skates voor Wheels Of Fortune, lijkt soms een uitgesponnen versie van Haanstra’s kijk op een overvol strand in het Nederland van begin jaren zestig.

De film is al acht minuten onderweg, en een tamelijk zwaar aangezette begin-voiceover en fietsbeelden in alle soorten en maten verder, als er voor het eerst iemand aan het woord komt: een deskundige die zich erover verbaast dat er fietsen worden weggesleept, terwijl in de officiële stalling nog volop ruimte blijkt te zijn (en even verderop een parkeergarage leeg staat te staan).

Dat somt Trappen wel aardig op: veel clipachtige sequenties van fietsdrukte, inclusief de bijbehorende stress, asociale acties en (bijna) ongelukken. Hier en daar aangevuld met duiding door mobiliteitsexperts. Maar of dat voldoende is voor een aansprekende documentaire (die ook interessant is voor mensen van buiten de hoofdstad)?

Carmiggelt zou er waarschijnlijk wel raad mee hebben geweten: ‘De fiets, het handzame bakbeest van de gewone mensch. Langzaam maar zeker verdrijft hij de auto uit zijn natuurlijke biotoop. De fiets, hij laat zich nooit klein krijgen. In weer en wind doet hij zelfs vermetele pogingen om ook die doldrieste scooter aan de kant te zetten.’ Of zoiets…

56 Up


Het was, bot gezegd, letterlijk een kwestie van tijd voordat de eerste van de veertien hoofdpersonen van de legendarische Up-serie zou komen te overlijden. Sinds 1964 maakten ze elke zeven jaar de balans op voor de camera van Michael Apted, die vanaf de allereerste editie bij de documentaireserie betrokken is. Intussen zijn ze net in de zestig en komt dus ook het einde van hun opvallend openbaar geleefde levens nabij.

In 2013 stierf de eerste Up-hoofdpersoon, Lynn Johnson. Een jaar eerder, bij de achtste aflevering 56 Up (137 min.) was de bonte verzameling Britten, geselecteerd uit zowel de working als upper class, nog volledig intact – al is een enkeling onderweg afgehaakt. Het onderliggende thema van deze editie was beeldvorming; in hoeverre herkenden de hoofdpersonen zich in het beeld dat van hen was vastgelegd in het collectieve geheugen?

Hoewel ze zelf regelmatig twijfelen over hun deelname aan de serie, die je ook gerust kun zien als een voorloper van reality-televisie, denk ik niet dat de kunstvorm documentaire, met al z’n beperkingen, ooit dichter bij het echte leven kan komen dan in de Up-serie. Het is alsof je als kijker opgroeit en meeleeft met aansprekende menschen van vleesch en bloed zoals volksjongen Tony, bijstandsoma Jackie en de neuroticus Neil (wier levens door mij nu zelfs tot een enkel woord zijn teruggebracht).

In 2019, nog maar twee jaartjes wachten dus, zal ongetwijfeld 63 Up verschijnen. Michael Apted, die ook allerlei televisieseries en speelfilms (zoals de James Bond-film The World Is Not Enough) regisseerde, is dan 78. Hij is echter vast van plan om tot zijn eigen dood door te gaan met zijn levenswerk, ‘de langstlopende serie op televisie’. Laten we in dat kader onze ‘fingers crossed’ houden en hem intussen een dikke ‘thumbs up’ geven.

To Stay Alive


Is lijden noodzakelijk om de poëzie in jezelf te ontdekken? Ik vat de basisgedachte achter de gestileerde documentaire To Stay Alive (60 min.) maar even op zijn Jan Boerenfluitjes samen (al blijf ik ergens het gevoel houden dat ik niet tot de kern van de film ben doorgedrongen).

Regisseur Erik Lieshout heeft gepoogd het manifest Overleven – een handleiding van de Franse schrijver Michel Houellebecq te verbeelden. Als verteller kiest hij voor Iggy Pop, zanger van de legendarische band The Stooges. Hij wordt omringd met enkele gevoelige misfits die zich staande proberen te houden in de grote boze buitenwereld.

De documentaire is poëtisch, maar ook heel erg geconstrueerd. Ik mis ruimte voor spontaniteit, de mogelijkheid dat er iets onverwachts zou kunnen gebeuren dat de hele vertelling doet kantelen. Bovendien oogt de archetypische rockgod Iggy Pop buiten zijn gebruikelijke setting soms bijna als een goedkope poseur, compleet met Frank Underwood-achtige onderonsjes met de kijker.

Hoewel To Stay Alive toewerkt naar een krachtige apotheose, waarin Pop en Houellebecq worden samengebracht, is het een documentaire die even vaak intrigeert als irriteert. Een film waar je ook niet altijd vat op krijgt. En dat vinden de makers, zo vermoed ik, vast geen al te groot probleem.