Fase 8: Femicide

Posh Productions / BNNVARA

Met terugwerkende kracht zijn de voorgaande zeven fasen vaak duidelijk te herkennen. Een gewelddadig relatieverleden, fase 1. Twee: love bombing. En de derde: dwingende controle. Gaandeweg ontspoort de situatie steeds verder. Al snel zijn de incidenten niet meer op de vingers van één hand te tellen. De laatste fase, nummer acht, kondigt zich dan al min of meer aan: dodelijk geweld.

Aan de hand van vierhonderd gevallen van partnerdoding constateerde de Britse crimonoloog Jane Monckton-Smith dat femicide zich doorgaans in acht opeenvolgende fasen voltrekt. De Nederlandse slachtofferadvocaat Ine Avontuur neemt ze in de tweede aflevering van de vierdelige serie Fase 8: Femicide (170 min.) van Henk van der Aa en Jessica Villerius stapsgewijs door. Enkele geanonimiseerde vrouwen voegen daar hun eigen ervaringen aan toe, met een ex die wellicht in staat is tot vrouwenmoord.

Sinds 2014 worden er elk jaar ruim veertig vrouwen vermoord in Nederland, stelt Marieke Liem, hoogleraar Veiligheid en Interventies aan de Universiteit Leiden. Zij houdt al ruim tien jaar een femicide monitor bij. Ongeveer zestig procent van de slachtoffers, om en nabij de 25 vrouwen dus, wordt vermoord door hun huidige of ex-partner. Dat cijfer is niet onomstreden: soms lijkt het misschien alsof een vrouw zelf een einde aan haar leven heeft gemaakt, maar zijn er ook aanwijzingen dat er iets anders is gebeurd.

Layla, de zus van Laura van Zaal, is er bijvoorbeeld van overtuigd dat Laura begin 2024 is vermoord. De advocaat van de verdachte, haar ex-partner, brengt daar tijdens de rechtszaak tegenin dat dit ‘bevestigingsdenken’ is: zodra de term ‘femicide’ valt, kleurt die alle bevindingen rond een sterfgeval. Tegelijk is er die andere pijnlijke constatering: aan gevallen van femicide gaan volgens hoogleraar Marieke Liem doorgaans 33 tot 35 meldingen van huiselijk geweld vooraf. En toch is fase 8 onafwendbaar gebleken.

Voor Claudia is het bijvoorbeeld niet de vraag óf het ooit misgaat, zegt ze, maar wánneer haar ex toeslaat. Zij begint haar verhaal anoniem, maar besluit daarna om dit toch herkenbaar te doen. Wat heeft ze te verliezen? Behalve met slachtoffers en nabestaanden spreken Van der Aa en Villerius ook met rechtbankverslaggever Saskia Belleman, advocaat Richard Korver, forensisch psycholoog Madeleine Rijckmans, speciaal officier ‘femicide’ Berte van Heemst en Alfred Folkeringa, coördinator Zorg & Veiligheid bij de politie.

Ze laten ook enkele onherkenbaar gemaakte daders aan het woord. ‘Kijk, een man die z’n vrouw vermoordt, hij doet dat niet voor niks, hoor’, stelt Hannes, die is veroordeeld voor huiselijk geweld, bijvoorbeeld bijna vergoelijkend. ‘Daar zit echt iets achter.’ ‘Ruben’ zit al jaren in een TBS-kliniek. Hij heeft geen ex vermoord, maar een vrouw waarop hij zijn zinnen had gezet. ‘Dat wil ik hebben’, dacht hij toen ie haar zag. Zij wilde alleen geen relatie met hem. Terugdenkend aan zijn daad zegt Ruben letterlijk wat je met daders van vrouwenmoord associeert: als ik je niet mag hebben, dan mag niemand je hebben.

In de veelheid aan slachtofferverhalen en medewerking van enkele mannen zit ook de meerwaarde van deze interviewdocuserie, die is aangekleed met donkere shots en stemmige muziek. Femicide wordt zo in al z’n facetten behandeld, als het eindstation van een inktzwarte dynamiek. Het verhaal daarna, van hoe het leven verder gaat als je dochter, zus of moeder is vermoord, komt ook nog even aan de orde. Dit thema werd onlangs overigens ook behandeld in de indringende documentaire Blauwdruk, waarin vier vrouwen vertellen over de impact van de moord op hun moeder op hun eigen levens.

Uit deze en andere producties over dit veelbesproken onderwerp blijkt steeds weer: er is geen profielschets voor dé dader. Aan iemands uiterlijk, achtergrond of cultuur valt niet af te lezen of hij wellicht in staat is om datgene te doen wat iedereen vreest en verafschuwt. Zijn gedrag, vervat in die acht tragische fasen, zou wel voorspellende waarde kunnen hebben.

Ever Change A Winning Team

PSV

‘Don’t worry’, zegt Earnest Stewart, directeur voetbalzaken van PSV, bij het begin van het tweeluik Ever Change A Winning Team (109 min.) tegen Ivan Perisic en zijn entourage over de camera die hen filmt. ‘It’s ours.’

Tijdens de transferzomer van 2025 laat de Eindhovense voetbalclub een cameraploeg, onder leiding van Job van der Zon, achter de schermen meekijken voor een documentaire voor het eigen platform, PSV Play. Daarbij blijft ‘t voor een buitenstaander natuurlijk altijd onduidelijk wat er vanwege het clubbelang op de montagetafel is gesneuveld. Er blijft echter genoeg aardigs over.

Zo krijgt Van der Zon toegang tot PSV’s directiekamer, waar Stewart, algemeen directeur Marcel Brands, financieel directeur Jaap van Baar en commercieel directeur Frans Janssen spijkers met koppen moeten slaan in een transferzomer, waarvan op voorhand al duidelijk is dat die hectisch zal worden. Het ‘winning team’, tweemaal achter elkaar kampioen geworden, heeft nieuwe impulsen nodig.

Zij moeten bijvoorbeeld voor de vacature van een centrale verdediger de keuze maken tussen het Spaanse talent Yarek Gasiorowski, waarmee op termijn zogezegd waarde kan worden gecreëerd, en de ervaren Japanner Ko Itakura. Die staat er ongetwijfeld meteen, maar daarop moeten ze dan wel flink afschrijven. De keuze valt op Yarek, Itakura zal enige tijd later bij directe concurrent Ajax tekenen.

Zulke besluiten worden niet in een vacuüm genomen. In de buitenwereld wordt door fans, kenners en transferspecialisten permanent gespeculeerd over wat er bij een club zoals PSV speelt en hoe dit moet worden geduid. Van der Zon maakt dit voelbaar met audiofragmenten uit voetbalpraatprogramma’s en PSV-podcasts. Daarin wordt de spijker even vaak op z’n kop als de plank helemaal misgeslagen.

Als de toonaangevende transferspotter Fabrizio Romano, die erg nauwe banden met bepaalde zaakwaarnemers lijkt te onderhouden, bijvoorbeeld meldt dat PSV een akkoord heeft bereikt met Napoli over de transfer van Noa Lang, ontkent Stewart dit ten stelligste tegenover PSV’s eigen persvoorlichter Nick Tol. ‘Ik stoor me d’r wel aan’, zegt de directeur voetbalzaken later, over alle geruchten en speculatie.

Ook rond aanvoerder Luuk de Jong, die niet wil bijtekenen en voor zichzelf traint, ontstaat veel ruis. ‘We zijn wel PSV’, moppert Frans Janssen, die niet door de spits gegijzeld wil worden, in de directiekamer. ‘Niet FC Luuk de Jong.’ Even later volgt een lekker ongemakkelijke ontmoeting tussen de zojuist aangetrokken nieuwe spits Alassane Pléa en diezelfde De Jong. Of die toch blijft? ‘Dat weet ik nog niet.’

Op het trainingskamp lezen enkele spelers online ook dat er een nieuwe aanvaller is aangetrokken. ‘Komt hij hierheen?’ vraagt Joey Veerman. ‘Hij is goed, hoor.’ Verder komen de huidige spelers van PSV nauwelijks in beeld. De actie speelt zich ditmaal op kantoor af, niet op het veld. Sportjournalist Sjoerd Mossou en presentatrice Maddy Janssen worden nog wel geïntroduceerd als, enigszins overbodige, duiders.

Hoewel PSV zich ook nu niet uitlaat over bedragen – salarissen, transfersommen, bonussen – geeft het tweeluik enig inzicht in de zwarte doos-periode van het voetbaljaar, een proces van aantrekken en afstoten dat onlangs ook al uitgebreid is belicht in de fijne podcast Mino’s Imperium, over de machtige spelersbegeleider Mino Raiola. PSV hakte overigens al eerder met dit bijltje in de miniserie Cody Gakpo – Psalm 20:4.

Ever Change A Winning Team wordt daarmee een extra large-variant op alle Deadline Day-docu’s, al dan niet van clubs zelf, en zoekt daarmee tevens het terrein op dat docuseries zoals Sunderland ‘Til I Die ook bestrijken. Waarbij op voorhand duidelijk is: wat PSV niet wil dat we zien, zien we ook niet.

Fiore Mio

Vedette Film

Behalve schrijver van bestsellers zoals De Acht Bergen (Le Otto Montagne), in 2022 verfilmd door Felix van Groeningen en Charlotte Vandermeersch, is Paolo Cognetti ook filmmaker. In de documentaire Fiore Mio (Engelse titel: A Flower of Mine, 79 min.) zoekt hij opnieuw de bergen op. Cognetti fungeert bovendien zelf als hoofdpersoon in deze heilzame roadmovie, waarvoor hij rondtrekt op de Alpentop Monte Rosa.

Samen met zijn hond Laki belandt hij uiteindelijk bij Rifugio Mezzalama, een bergherberg die ruim drieduizend meter boven zeeniveau ligt, vanwaar hij met de jonge uitbaatster langs imposante rotspartijen, helblauwe meren en besneeuwde bergtoppen wandelt en mijmert over de verschillende afslagen die het leven kan nemen, de ontzagwekkende wereld voor hun ogen en hoe die wordt bedreigd door klimaatverandering.

Daar is Cognetti’s reis in zekere zin ook begonnen: bij de droogte waarmee hij ook in zijn eigen huis in Estoul kampt. Vandaar trekken hij en zijn trouwe viervoeter door het bergmassief en gaan in gesprek met de mensen die ze onderweg ontmoeten: een oude jeugdvriend, een voormalige sjerpa uit Tibet en een berggids op leeftijd bijvoorbeeld. Gesprekken over oud hout, de herfstblues en – natuurlijk – zorgen over de aarde.

Marta Squinobal, die met haar familie de veganistische Orestes Hütte uitbaat en tegelijkertijd yogatrainingen verzorgt, is bijvoorbeeld ontzet over hoe de mens met zijn leefomgeving omgaat, maar gelooft tegelijk dat de wereld ’t wel overleeft. ‘Als de natuur uiteindelijk zegt: ‘ik heb er genoeg van’, dan neemt ze gewoon afscheid van ons of laat slechts een klein deel van ons in leven’, zegt ze. ‘En daarna gaat ze vrolijk verder.’

Cameraman Ruben Impens, die ook verantwoordelijk was voor de cinematografie van Le Otto Montagne, tekent Cognetti’s gesprekken sfeervol op, maar gaat zich natuurlijk vooral te buiten aan de natuurpracht van Monte Rosa. Het kalme en sfeervolle Fiore Mio wordt zo, letterlijk en figuurlijk, een film van fraaie vergezichten. En een pleidooi om de wereld, zoals die er al lang voor de komst van de mens was, een beetje in ere te houden.

Here I Go

Menuetto Film

Here I Go (53 min.), dacht Ruben toen hij in België op het perron stond, om de trein naar Frankrijk te nemen. De Vlaamse tiener was ‘gewoon blij’, herinnert hij zich. ‘Op naar Albezon.’

Afscheid nemen van zijn moeder was ‘makkelijk’, vertelt Ruben nog, als hij eenmaal op de plaats van bestemming, een afgelegen boerderij in de Cevennen, is gearriveerd. Bij een Belgisch gastgezin kan hij twee maanden terecht en mag ie z‘n handen uit de mouwen gaan steken. Toen hij vertrok heeft Ruben alleen wel zijn mobiele telefoon thuis moeten laten.

De zeventienjarige jongen is met een zwaar gemoed afgereisd naar Zuid-Frankrijk. Wat hem precies dwarszit, openbaart zich pas helemaal aan het einde van deze kalme observerende film van Jaan Stevens. Duidelijk is dat z’n ouders gescheiden zijn, dat Ruben slecht overweg kan met z’n zussen en dat hij al een behoorlijke tijd niet naar school gaat.

In de natuur van Albezon wordt de jongen aan het werk gezet. Hij helpt mee bij klusjes in en om het huis, gaat dieren voeren, planten en onkruid wieden en neemt zo nu en dan een verkwikkende duik in de nabijgelegen rivier. Intussen proberen zijn gastouders Sam en Emmy en hun kinderen hem, vaak tevergeefs, aan de praat te krijgen over wat hem dwarszit.

Stukje bij beetje geeft Ruben toch een deel van zijn geheimen prijs tijdens alle praktische bezigheden in die idyllische, fraai vereeuwigde omgeving – al doet hij tegelijkertijd ook z’n best om niet het achterste van zijn tong te laten zien. De tiener communiceert veelal zonder woorden en vraagt van anderen of ze een beetje tussen de regels door willen lezen.

Intussen vangt Jaan Stevens in deze serene coming of age-docu hoe zijn aanvankelijk tamelijk stuurse hoofdpersoon, via subtiele (non-)verbale communicatie met z’n omgeving, gaandeweg ontspant. Dat gaat niet gepaard met een klassieke catharsis, waarna alle problemen ineens zijn opgelost, maar met het langzaam openen van wat eerder potdicht zat.

Zodat Ruben daarna zijn leven weer kan vervolgen.

Denzel Washington – An American Model

Arte

Wat hebben Malcolm X en Rubin ‘Hurricane’ Carter en Steve Biko met elkaar gemeen? In ons collectieve geheugen zouden de controversiële burgerrechtenleider, de onterecht veroordeelde bokser en de Zuid-Afrikaanse anti-Apartheidsstrijder wel eens één en hetzelfde gezicht kunnen hebben: dat van Denzel Washington, de Amerikaanse acteur die de zwarte iconen omturnde tot onvergetelijke filmpersonages.

In het tv-portret Denzel Washington – An American Model (52 min.) loopt Sonia Dauger, aan de hand van oude interviews en klassieke scènes uit zijn omvangrijke filmografie, netjes de carrière van de Afro-Amerikaanse filmster door. Ze belicht die vanuit een duidelijke invalshoek: zijn positie als zwarte acteur in een witte industrie. Op het eerste gezicht heeft Washington ‘t aardig voor elkaar. Hij groeit eerst uit tot een ideaal rolmodel voor de zwarte gemeenschap en kan later zelfs de oversteek maken naar witte rollen. Herstel: naar rollen waarbij huidskleur er helemaal niet toe doet en die dus voorheen standaard naar een witte acteur gingen.

Ook in zulke rollen, vertelt de Nederlandse verteller van dienst Andrew Makkinga (die wel heel veel tekst krijgt van Dauger), wordt de acteur evenwel met beperkingen geconfronteerd. Want een zwarte man die, ook al is ‘t alleen op het witte doek, een relatie krijgt met een witte vrouw? Nee, dat blijft een brug te ver. Wat in het scenario voor een speelfilm nog wordt beschreven als een liefdesrelatie, kat Denzel Washington dus hoogstpersoonlijk, puur uit voorzorg, om tot een onschuldige vriendschap. En als hij daarnaar wordt gevraagd in interviews, speelt Washington, een rasacteur tenslotte, de vermoorde onschuld.

Hij weet als geen ander hoe nauw ‘t luistert voor zwarte mannen in Amerika. Voor je ‘t weet word je alsnog aangezien voor zo’n boos, seksbelust of gevaarlijk exemplaar, waarbij iedere weldenkende witte Amerikaan uit de buurt blijft. En Washington wil, net als Sidney Poitier in 1963, nog altijd eens een Oscar voor beste hoofdrol winnen. In 2002 is ‘t dan eindelijk zover: hij krijgt een Academy Award voor zijn vertolking van een zwarte schurk, die in de film Training Day voor de zekerheid nog wel gewelddadig aan zijn einde wordt gebracht. Want anders…

Het betekent meteen de ommekeer voor de karakteracteur, die de brave rollen waarmee hij altijd werd geassocieerd regelmatig begint in te ruilen voor gelaagdere personages. Zo verdiept en verbreedt Denzel Washington zijn eigen oeuvre en kan hij meteen als bruggenhoofd fungeren naar een nieuwe generatie Afro-Amerikaanse acteurs, die hem vanzelfsprekend op handen draagt.

Las Cintas De Rosa Peral

Netflix

Volgens de verdediging van Rosa Peral is Albert López de dader. De advocaat van Albert wijst dan weer naar Rosa. En openbaar aanklager Félix Martín is ervan overtuigd dat de twee politiemensen van de Guárdia Urbana in Barcelona het samen hebben gedaan. Hij wil bovendien bewijzen dat het om moord met voorbedachte rade gaat, waarbij ook Rosa’s ex-echtgenoot Rubén nog zijdelings betrokken is geraakt.

Feit is dat Rosa’s huidige partner Pedro Rodriguez, tevens politieman, op 1 mei 2017 dood wordt aangetroffen in een uitgebrande auto. En dat Rosa en Albert stiekem eveneens een relatie hebben gehad is ook geen geheim meer. Toch houdt Rosa Peral, inmiddels veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf, staande dat ze onschuldig is. Een slachtoffer van de omstandigheden – of simpelweg van één of meerdere jaloerse mannen. De zaak steekt in elk geval heel anders in elkaar dan in al die scandaleuze artikelen in de Spaanse media is gesuggereerd.

Daarin is met name haar promiscuïteit hoog opgespeeld. Ze wordt ‘de zwarte weduwe‘ van de stadspolitie genoemd, een femme fatale die dwangmatig mannen verleidt en altijd meerdere potjes op het vuur heeft staan. Uitroepteken. Volgens haar advocaat heeft Rosa op een gegeven moment aan haar gevraagd: ‘Word ik veroordeeld vanwege het aantal bedpartners of vanwege de moord op Pedro?’ Vanuit haar cel probeert haar veelbesproken cliënt in Las Cintas De Rosa Peral (Engelse titel: Rosa Peral’s Tapes, 80 min.) nu het narratief bij te sturen.

Deze documentaire van Carles Vidal Novellas en Manuel Pérez Cáceres, die als bijsluiter voor een zesdelige dramaserie (El Cuerpa En Llamas / Burning Body) over dezelfde kwestie wordt uitgebracht, kan daarbij terugvallen op een registratie van de rechtszaak en laat tevens haar vader Francisco, de aanklagers en enkele journalisten aan het woord. Een eensluidend antwoord over wat er nu precies is gebeurd, wie daarvoor verantwoordelijk is en of de misogyne berichtgeving over Rosa de uitkomst van de rechtszaak heeft beïnvloed geven zij natuurlijk niet.

Zodat het speculeren over deze geruchtmakende driehoeksverhouding met fatale afloop ook na deze gelikte true crime-film gewoon kan blijven doorgaan. Dus: Rosa Peral, een in alle opzichten verdorven vrouw of toch het slachtoffer van een gewelddadige geliefde? Wie het weet, denk te weten of er zomaar een gooi naar doet, mag het zeggen.

Ruben Oppenheimer – Gevangen In Een Tekening

NTR

Zijn eigen moeder wil best participeren in deze documentaire van Carin Goeijers, maar liever niet herkenbaar in beeld. Zij is zich maar al te bewust van de risico’s die haar zoon neemt. Ruben Oppenheimer zoekt met zijn messcherpe politieke cartoons voor onder meer het AD en NRC nadrukkelijk het maatschappelijke debat op, schopt daarbij ongenadig tegen heilige huisjes aan en voelt ook niet de behoefte om politiek correct over te komen.

Daaraan zit een stevige prijs, getuige het urgente portret Ruben Oppenheimer – Gevangen In Een Tekening (55 min.). De cartoonist heeft zelf het gevoel dat hij steeds minder vanzelfsprekend zijn werk kan doen en verkopen. ‘De bagger die ik ervoor terugkrijg draag ik alleen’, zegt hij somber. Verwensingen en bedreigingen zijn bijna aan de orde van de dag. Goeijers vangt de impact daarvan door haatteksten letterlijk op zijn gezicht te projecteren.

Het geïsoleerde bestaan dat Ruben Oppenheimer noodgedwongen leidt wordt door de filmmaakster nog eens benadrukt met een combinatie van observatiebeelden – vaak van bovenaf gemaakt, zodat hij extra kwetsbaar lijkt. De suggestie is dat haar hoofdpersoon en zijn hond Lulu permanent in de gaten worden gehouden. Deze ‘beveiligingscamerabeelden’ maken het bedreigende klimaat voelbaar, waarbinnen de cartoonist zijn ambt, het samplen van beelden, moet uitoefenen. 

Als rode draad fungeert een spraakmakende cartoon uit 2017, waarin Oppenheimer suggereerde dat de Turkse president Erdogan twitter ‘neemt’. Die tekening veroorzaakte een storm van verontwaardiging. Slechts één Turkse Nederlander – Burak, die zich inmiddels zijn vriend mag noemen – heeft ’t in het openbaar voor hem opgenomen. Niet veel later is die een tijdje vastgehouden in Turkije, vanwege het steunen van iemand die de president beledigt.

In zo’n vijandig klimaat past geen naïviteit, vindt Oppenheimer. Slechts een week voor zijn dood, constateert hij bitter, meende Theo van Gogh nog: ik ben de nar, niemand doet mij wat. Inmiddels weten we wel beter. En dus stapt de voorvechter van het vrije woord naar de rechter om maatregelen af te dwingen tegen een vrouw die hem in het openbaar heeft bedreigd. Het is de climax van een film die inzichtelijk maakt hoezeer satire en de persvrijheid onder druk staan.

Slechts een enkeling haalt het in zijn hoofd om te tekenen wat hij wil.

Wieder Gut

EO

Bij de Auschwitz-herdenking van 2020, 75 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, bood minister-president Mark Rutte excuses aan voor het handelen van de Nederlandse overheid tijdens de oorlog. Het Duitse staatshoofd Richard von Weizsäcker benoemde 35 jaar eerder, tijdens een veelgeprezen rede op 8 mei 1985, al nadrukkelijk de schuld van zijn land.

Hebben onze Oosterburen daarmee een voorsprong genomen als het gaat om het erkennen van hun eigen rol in de Holocaust? vragen de Nederlander Ruben Gischler en zijn Duitse buurman Tobias Müller zich af. In een rode eend trekken ze er vanuit Amsterdam samen op uit om te bekijken hoe (verschillend) de twee landen de Tweede Wereldoorlog en de Jodenvervolging herdenken en een plek geven in de educatie van een nieuwe generatie landgenoten.

Ze gaan in Wieder Gut (55 min.) bijvoorbeeld in gesprek met de Duitse kunstenaar Gunter Demnig die in heel Duitsland ‘Stolpersteine’ voor vermoorde Joden aanlegt en ontmoeten verder deelnemers aan een brievenproject van het Etty Hillesum Lyceum, waarbij Holocaust-overlevenden en jongeren, vaak met een niet-westerse achtergrond, gaan schrijven met elkaar. Ook spreken Gischler en Müller in Nederland met de vermaarde architect Daniel Libeskind.

Wat ziet hij als hij kijkt naar de Nederlandse en de Duitse aanpak? vragen ze hem. ‘Wat me opvalt is dat de Duitsers al vroeg besloten hebben dat het land niet verder kon zonder de erkenning en het bespreken van de gevolgen van genocide’, zegt de man die met het Namenmonument heel wat drempels moest nemen in Amsterdam. ‘Andere landen, zoals Oostenrijk, verstoppen het ergens in hun achterhoofd. De waarheid is de dochter van de tijd. Uiteindelijk blijft niets verborgen.’

De trip van Ruben Gischler en Tobias Müller eindigt uiteindelijk op de plek die een belangrijk symbool is geworden voor het Nederlandse aandeel in de Holocaust, Kamp Westerbork. Daar komt het bezoek van oorlogsoverlever Tswi Herschel en een groep zeer geïnteresseerde Duitse scholieren van het Max Windmüller Gymnasium, vernoemd naar een Joodse verzetsstrijder, tot een emotionele ontlading. Uit die oorlog kan en moet nog volop lering worden getrokken.