Stop Filming Us

Doxy

Is het een goed idee om een koekje te geven aan plaatselijke kinderen? vraagt de Nederlandse regisseur Joris Postema aan de plaatselijke medewerkers van de filmcrew met wie hij filmt in de Congolese stad Goma. Maakt hij zich daarmee misschien schuldig aan koloniaal gedrag? Postema kijkt een beetje beteuterd als de mannen hem inderdaad uitgebreid de les lezen. Die zag hij toch niet helemaal aankomen.

In Stop Filming Us (95 min.) probeert Joris Postema voorbij het beeld te komen dat buitenstaanders doorgaans hebben van de situatie in de Democratische Republiek Congo en dat door westerse filmmakers driftig wordt bevestigd: een desolaat land waar sinds jaar en dag oorlog wordt gevoerd. Alles wordt geframed vanuit dat uitgangspunt, ook door de talloze hulporganisaties die actief zijn in het gebied (en waarvoor Postema  tien jaar geleden een film maakte over ‘de ergste plek op aarde’).

Maar hoe kijkt de lokale bevolking naar diezelfde leefomgeving? En kun je als westerse filmmaker ooit los komen van je eigen rol en positie en daar enigszins vat op krijgen? Postema probeert dit andere perspectief te vangen via enkele plaatselijke filmers en fotografen. Hij doet via hen ook aan zelfonderzoek, maar krijgt daarbij regelmatig te horen dat hij beter kan inpakken en zijn geld aan een lokale regisseur kan geven. Maar zou die het leven in Goma dan wél eerlijk (kunnen) laten zien?

In het intrigerende Stop Filming Us gaat Postema, vanuit zijn eigen bevoorrechte en bevooroordeelde positie, zo op zoek naar ongemakkelijke waarheden. De film wordt gekenmerkt door een meta-benadering, waarbij de maker inzichtelijk maakt hoe de documentaire wordt geproduceerd, welke dilemma’s hij daarbij tegenkomt en – vooral – welke vragen hij daarbij stelt (of welke vragen er aan hem worden gesteld).

En voor wie is de film nu eigenlijk een eye opener: voor de westerse kijker, die nodig een ander perspectief voorgeschoteld dient te krijgen? Of toch voor de lokale bevolking die al even nodig gedekoloniseerd moet worden?

Vrienten & Vrienten In Basmannen

Doxy

Henny ontvangt zijn zoon. Xander heeft een nieuwe bas meegebracht. Vader speelt het kenmerkende basloopje van Doris Day en constateert: ‘Ik mis bas.’ Hij probeert nog een stukje. Pesterig: ‘Nou, dan ga ik even een bas pakken.’ Even later, als Henny zijn eigen instrument bespeelt: ‘Hoor je hem? Dit is bas.’ Nu is het de beurt aan Xander om te stangen. ‘Dat is toch totaal over de top’, zegt hij tegen zijn vader. ‘Jij doet alsof het daarom gaat.’ Henny legt het nog één keer uit: ‘B.A.S.’ Hij laat een stilte vallen: ‘Bas.’

Ze lijken lijnrecht tegenover elkaar te staan, vader en zoon Vrienten. Kort door de bocht: Henny is van het gevoel, Xander van de techniek. Wat hen bindt is dat ene snaarinstrument. Vader werd er met Doe Maar een Nederlandse wereldster mee, zoon speelt de exemplarische dienende rol bij Jett Rebel. Want dat kleeft er aan de door hen zo geliefde basgitaar: hij wordt bespeeld door waterdragers, kleurloze types die nu eenmaal niets anders kunnen. Zoals je alleen keeper wordt als je niet kunt voetballen, gelden bassisten als mislukte gitaristen.

De delicieuze documentaire Vrienten & Vrienten In: Basmannen (54 min.), waarin Henny en Xander collega-bassisten zoals Rinus Gerritsen (Golden Earring; men neme bijvoorbeeld de signatuur-baslijn van Radar Love), Herman Deinum (Cuby And The Blizzards), Michel van Schie (Trijntje Oosterhuis), Glen Gaddum Jr. (Anouk), Gino Cochise (Sarah-Jane) en Hein Offermans (Guus Meeuwis) en zijn dochter Jasja (India Askin) bezoeken en met hen spreken over het vak, bewijst het tegendeel. Dit zijn rasmuzikanten. Als kinderen in een zéér exclusieve snoepwinkel bewonderen ze elkaars instrumenten. Soms mogen ze het zelfs vasthouden en eventjes bespelen.

Hoewel ze zich wel eens verliezen in name dropping en vakjargon is de liefde en trots (t-shirt: ‘like most musicians you’re following the bass player’) waarmee deze bassisten van verschillende muziekgeneraties over hun stiel vertellen onweerstaanbaar. Net als de blikken die ze in deze film van Joris Postema uitwisselen tijdens het samen spelen – of de irritatie als dat niet helemaal lekker loopt. Vakmanschap is meesterschap, vat Henny Vrienten, die de afgelopen jaren al in diverse fijne muziekdocumentaires floreerde, het gloedvol samen. Geschraagd door pure liefde voor het vak.

Deze muziekfilm, die thematisch een vervolg lijkt op de documentaire Gitaarjongens van Erik de Bruyn uit 2013, heeft in de wisselwerking tussen vader en zoon Vrienten een sterke troef. Xander had vroeger last van een soort Jordi Cruijff-complex, waardoor hij zich aanvankelijk puur op gitaar richtte. Niet vreemd: zijn vader geldt als één van Neerlands toonaangevende bassisten. Tot overmaat van ramp schreef hij ook nog eens de enorme hit Pa. De puber Xander speelde een bij voorbaat verloren wedstrijd. ‘Kap nou eens met die dad-issues en pak die bas aan’, beet een vriend hem uiteindelijk toe. En zo geschiedde.

Nu kan zoon zich als bassist moeiteloos meten met vader. Al zijn de verschillen gebleven. Als Xander aan Henny een jazzimprovisatie van een bassist en drummer laat luisteren, vraagt die na enige bedenktijd: ‘zouden ze elkaar horen?’ Ook voor zijn zoon heeft pa Vrienten nog wel wat vaderlijk advies: Xander moet gewoon de ‘noodzakelijke basnoten’ spelen, in plaats van ‘snarenfietsen’. En zo steggelen deze gezworen Basmannen vrolijk verder. Met elkaar, hun instrument (de b.a.s.) én de kijker, die onbedaarlijk zit te smullen.

De Erfenis


27 Jaar na zijn dood is het werk van Ed van der Elsken nog altijd springlevend. Dit voorjaar was er bijvoorbeeld een overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum te Amsterdam, genaamd De Verliefde Camera, die was gewijd aan zijn werk als fotograaf en cineast.

De Erfenis (72 min.) richt zich op het privéleven dat Van der Elsken zelf ook zo vaak gebruikte in zijn werk. De hoofdpersoon van deze indringende documentaire is zijn beschadigde zoon. Daan, die als jongeling behoorlijk ontspoorde, is inmiddels in de vijftig en blijft stelselmatig vastlopen in het leven.

Ironisch genoeg gaat hij nu wederom voor het oog van de camera, ditmaal van zijn goede vriend Joris Postema, op zoek naar zijn jeugd met die beroemde vader en de rol die deze decennia later nog altijd speelt in zijn getormenteerde bestaan.

Wilde Ed echt alleen zijn vader zijn als hij wist dat de camera draaide? Of was en is er meer aan de hand in het leven van zijn zoon Daan van der Elsken? Deze fascinerende film probeert een antwoord te formuleren.