Trapped

DR Sales

‘What the fuck!’ roept duiker Nico van Heerden.

‘Wat is er?’ reageert zijn duikbegeleider. ‘Oh, je hebt er één gevonden, hè? In de doorgang of niet? Begrepen.’

Dan volgt echter een daverende verrassing. ‘Ik heb een levend iemand gevonden!’ meldt Nico verbouwereerd. ‘Fuck, dat is wel het laatste wat ik verwachtte’, antwoordt z’n begeleider. Even later komt die overlevende zowaar ook in beeld, via Nico’s camera. Het is een verbijsterend tafereel: Harrison Okene, de kok van de sleepboot Jascon 4, zit ontredderd voor de camera. In zijn onderbroek. Zijn boot is drie dagen eerder gekapseisd nabij Nigeria en ondersteboven in de Atlantische Oceaan terecht gekomen. De voltallige crew van twaalf bemanningsleden zou daarbij zijn verdronken. Dat was tenminste het uitgangspunt waarmee de duikerscrew aan het werk is gezet: berg de stoffelijke overschotten van de ramp op 26 mei 2013, zodat hun familieleden netjes afscheid van hen kunnen nemen.

Kijkers van de documentaire Trapped (79 min.), die dan zo’n 45 minuten onderweg is, hebben in de openingsscène direct kennisgemaakt met Harrison. Het is voor hen dus niet de vraag óf hij de scheepsramp heeft overleefd, maar hóe. Die vraag drijft deze enerverende film. Nadat hij de overlevende heeft geïntroduceerd stelt regisseur Lasse Spang Olsen het duikteam voor dat dik honderd kilometer verderop aan het werk was aan een pijplijn en van daaruit naar het wrak van de Jascon 4 is afgereisd voor wat een deprimerende missie leek te worden. Gezamenlijk reconstrueren zij nu de heroïsche reddingsactie. Die brengt een schier onmogelijke opdracht met zich mee: hoe krijgen ze de kok, die al 62 uur nabij de zeebodem bivakkeert en zich had opgemaakt voor een langzame en pijnlijke dood, weer heelhuids boven water?

Want in tegenstelling tot Nico en zijn collega-duikers heeft Harrison natuurlijk geen ‘umbilical, een soort navelstreng die zorgt voor warmte, licht en zuurstof en waarmee ook kan worden gecommuniceerd. Hij kan dus niet zomaar naar de oppervlakte worden gebracht. Dat zou hij niet overleven. Spang Olsen begeleidt de hachelijke onderneming om Harrison in veiligheid te brengen met een slimme combinatie van onderwaterreconstructies en authentieke beelden van de redding en de radiocommunicatie daarover. Trapped begeeft zich daarmee in hetzelfde water als Last Breath en The Rescue, films die met zowel de redders als de door hen geredden een heldenverhaal maken van een onwaarschijnlijke hulpactie op zee. Alsof het huzarenstukje voor het oog van de camera nogmaals wordt geleverd.

ABBA Silver ABBA Gold

NTR

Als schrijver of componist van popmuziek heb je maar een bepaalde tijd de oren en de geest van de jeugd, zou Björn Ulvaeus, volgens promotor/tourmanager Thomas Johansson, in de laatste fase van ABBA’s bestaan hebben gezegd. ‘Die tijd hadden we net gehad en we wisten dat we het niet moesten forceren.’ Agnetha, Björn, Benny en Anni-Frid gaan in 1983 dus ieder hun eigen weg, maar zullen nooit meer helemaal los van elkaar komen. Want hits als Dancing Queen, Take A Chance On Me en I Have A Dream blijken zowaar tóch tijdloos en veroveren steeds nieuwe generaties.

Sterker: in mei 2022 staat het viertal, dat eerder met Voyage (2021) al z’n eerste nieuwe langspeler in bijna veertig jaar heeft uitgebracht, ineens weer samen op het podium. Niet om op te treden, overigens, maar om de première van een nieuw ABBA-concept op te luisteren. In Londen is een speciale concertzaal verrezen, met een capaciteit van drieduizend bezoekers, waar hologrammen van jongere uitvoeringen van de vier groepsleden oude hits gaan vertolken met een live-band. Zo geeft ABBA zichzelf bijna letterlijk het eeuwige leven – en ook zoiets als eeuwige roem.

Het aardige van de tv-docu ABBA Silver ABBA Gold (52 min.) van Chris Hunt is dat die de complete eerste halve eeuw van ABBA belicht – ook al heeft de groep feitelijk slechts zo’n tien jaar bestaan. Die succesperiode, van Songfestival-hit Waterloo tot afscheidssingle Thank You For The Music, wordt opnieuw opgeroepen met concertbeelden, videoclips en (archief)interviews met de vier groepsleden en ABBA-getrouwen zoals songschrijver Neil Sedaka, kostuumontwerper Owe Sandström, arrangeur Anders Eljas, geluidstechnicus Michael Tretow en regisseur Lasse Hallström.

Nadat begin jaren tachtig het fundament onder ABBA is weggevallen – doordat de twee huwelijken binnen de groep allebei zijn uitgelopen op een echtscheiding – krijgt de toch wat kitscherige pop en disco van de Zweedse hitfabriek ineens drama en diepgang, met als meest tastbare voorbeeld de geladen echtscheidingssong The Winner Takes It All. Daarna is ’t ieder voor zich, constateert verteller Tamsin Greig, die alle verhaallijntjes verbindt. Alhoewel… Bjorn en Benny blijven samen optrekken en scoren enorme hits met de musical Chess en de ABBA-musical en -films Mamma Mia.

Want alles wat met ABBA wordt geassocieerd schijnt, in weerwil van Björn Ulvaeus’ verwachting, maar niet uit de tijd te raken. Hoe dat komt? Het antwoord daarop ligt misschien in dat huisje op het Zweedse eiland Viggsö, waar ABBA’s eindeloze stroom hits, die zo’n tien jaar zal aanhouden, ooit op gang is gekomen. Daar, ver weg van de popbusiness, vindt het viertal begin jaren zeventig z’n eigen stem, die comfortabel langs de heersende trends links scheert en uiteindelijk zelf trendsettend wordt.

Crucified At 2 P.M.

DR Sales

‘Drink water’, luidt het bericht. ‘Er is iets mis met je maag.’ De Deense filmmaker Lasse Spang Olsen neemt de waarschuwing niet al te serieus. Het sms’je is afkomstig van een extreem-religieuze man die hij onlangs heeft gefilmd in de Filipijnen. Al 26 jaar laat die zich elk jaar kruisigen.

Ruim vier uur later ligt Spang Olsen volgens eigen zeggen in een ambulance. Want er blijkt wel degelijk iets mis met zijn maag. Eenmaal in het ziekenhuis krijgt hij te horen dat hij maar beter afscheid kan nemen van zijn geliefden. Het is niet zeker dat hij deze aandoening zal overleven. De voormalige stuntman is de wanhoop nabij: had hij nu maar een God om tegen te praten!

Eenmaal genezen besluit hij, de ongelovige Europeaan, om naar de Filipijnse provincie Pampanga te vertrekken om, net als veel plaatselijke bewoners, dat gesprek maar eens aan te gaan. Als zij iets willen van de Heer, moeten ze daar echter wel wat terug voor terugdoen. Kruisiging bijvoorbeeld. Want voor wat hoort wat. En dus zal ook Spang Olsen eraan moeten geloven in Crucified At 2 P.M. (45 min.).

Dat is de bizarre premisse voor deze surrealistische film. De hoofdpersoon en maker ervan begint, dertig dagen voor de heuglijke gebeurtenis, eerst met het lezen van de Bijbel. Daarna kan hij gedoopt worden, een doornenkroon kopen en de nagels inspecteren waarmee hij straks aan het kruis wordt gehamerd. Het blijken essentiële rituelen, voor een ronduit onwerkelijke onderneming.

Daarbij dringt zich de vraag op of dit gewoon de zoveelste stunt van een professionele ‘thrillseeker’ is of toch de oprechte zoektocht naar zingeving van een overtuigde atheïst? Alleen Spang Olsen kan het antwoord geven. Zeker is dat de filmmaker in hem zich nooit helemaal overgeeft aan de ervaring. Eenmaal in positie kan hij het bijvoorbeeld niet laten om een klassiek Monty Python-liedje te zingen.

Het ontbreekt er alleen nog aan dat hij en de andere gekruisigden vervolgens het bijbehorende deuntje beginnen te fluiten. En natuurlijk – tis tenslotte een film die na het ‘point of no return’ een heldere afronding moet krijgen, liefst in de vorm van een happy end – zet de hele ervaring hem aan het denken. Zou er dan toch, ook al is het dan misschien geen God, meer zijn tussen hemel en aarde?

Raising A School Shooter

Na zedendelinquenten (Pervert Park, 2014) en ouders die (mede)schuldig zijn aan de dood van hun kind (Death Of A Child, 2017) rondt het Deense echtpaar Frida en Lasse Barkfors z’n trilogie over sociale stigma’s af met alweer een hartbrekende film: Raising A School Shooter (69 min.).

Op 20 april 1999 richtte Sue Klebolds zeventienjarige zoon Dylan samen met klasgenoot Eric Harris een bloedbad aan op de Columbine High School in Colorado. ‘Ze hadden de bedoeling om iedereen op school te doden en de school zelf te verwoesten’, zegt Sue. ‘En als ik ergens in dit proces iets van dankbaarheid kan voelen, dan is het over het feit dat dat is mislukt.’ Dylan en Eric doodden uiteindelijk twaalf studenten en een leraar. En meer dan twintig mensen raakten gewond voordat het dodelijke tweetal de hand aan zichzelf sloeg.

Andy, de vijftienjarige zoon van Jeff Williams, trok op 5 maart 2001 een spoor van vernieling door de Santa Fe High School in Californië. Hij liet twee doden, dertien gewonden en een ontredderde vader achter. Met al even snode plannen betrad Clarence Elliots zestienjarige zoon Nicholas op 16 december 1988 de Atlantic Shores Christian School in Virginia. Hij droeg drie brandbommen, een semiautomatisch pistool en tweehonderd kogels bij zich. Zo bezien bleef de schade beperkt: een dode en een gewonde leraar. En een jongen die voor de rest van zijn leven de gevangenis inging.

De daden van hun kinderen werden de ouders zwaar aangerekend. Natuurlijk. Want zo gaat dat: ook voor ogenschijnlijk irrationele daden zoeken we rationele redenen. De opvoeding, daaraan moest het dus wel liggen. En daarmee moesten zij, ouders die de ellende ook op geen enkele manier aan hadden zien komen, maar zien te dealen. Naast het rouwproces dat ze sowieso al doormaakten: ontkenning, teleurstelling, onbegrip, schuldgevoelens, woede en acceptatie.

Die komen in deze stemmige vertelling stuk voor stuk uitgebreid ter sprake en worden door Frida en Lasse Barkfors gepaard aan intieme beelden van het huidige bestaan van hun protagonisten, die nog altijd dagelijks het gewicht met zich meetorsen van de onbegrijpelijke daden van hun kind. Dat vraagt immens veel van een mens. Zoals Sue Klebold het naar haar zoon Dylan verwoordde tijdens diens uitvaart: help het me begrijpen! ‘En dat is inderdaad de missie van mijn leven geworden.’

Death Of A Child

finalcutforreal.dk

Schuld is een veel te mild woord. Rouw volstaat ook niet. Als ouder zou je het liefst je kop door een muur beuken, om hem vervolgens af te hakken. Overmand door een nauwelijks te bevatten falen, dat je je hele leven blijft achtervolgen.

Doug vergat ‘s ochtends zijn driejarige dochtertje Kristen af te leveren bij de kinderopvang. ‘s Middags ging hij haar daar ophalen met zijn vrouw Diana. Kristen bleek nog in zijn auto te liggen. Eerste hulp mocht niet meer baten.

Bishop werd nog geen half jaar oud. Zijn ouders dachten van elkaar dat ze hun zoontje naar het dagcentrum hadden gebracht. Thuis ging het ondertussen helemaal mis.

Ook Bryce zou z’n eerste verjaardag niet halen. Zijn moeder Lynn, in het dagelijks leven militair, kon hem niet meer redden. ‘Geen ouder wil weten hoe het is om je eigen kind te beademen.’ En toen moesten de officiële beschuldigingen nog komen.

In hun vorige film Pervert Park (2014) portretteerden Frida en Lasse Barkfors Amerikaanse zedendelinquenten. In Death Of A Child (79 min.) uit 2017 richten ze zich op een al even omstreden groep: ouders die ‘schuldig’ zijn aan de dood van hun eigen kind. Het resultaat is al net zo indringend. Terwijl hun hoofdpersonen zijn te zien in hun dagelijks leven, inclusief (dezelfde) partner en kinderen, doen ze hun verhaal. Volstrekt normale ouders die een ondraaglijke last met zich meetorsen.

Het Deense echtpaar Barkfors blijft zelf vrijwel volledig op de achtergrond en laat de diep persoonlijke getuigenissen zoveel mogelijk voor zichzelf spreken: over schaamte, depressie, huwelijksproblemen, laster, ouderschap, sociale uitsluiting én de vraag of ze hun kind ooit, in het hiernamaals, nog zullen ontmoeten. En of het dan niet boos op hen zal zijn. Niemand anders kan hen immers nog een verwijt maken dat ze zichzelf nooit hebben gemaakt. Behalve het kind dat alleen in hun gedachten voortleeft.

Toch is deze stemmige film geen eindeloos tranendal geworden. Na afloop overheerst vooral het gevoel dat ook na het grootst denkbare verdriet het leven gewoon verdergaat. Het vergt dan alleen wel ongelooflijk veel moed en doorzettingsvermogen om het weer ten volle aan te gaan.

Nachts Sinds Alle Katzen Grau

Waar heb ik naar zitten kijken? vroeg ik me na ruim achttien minuten af. Naar Christian, dat in elk geval. Een excentrieke man van middelbare leeftijd en zijn katten Marmelade en Katyuscha. Als de korte documentaire Nachts Sind Alle Katzen Grau (18 min.) enkele minuten onderweg is, gaat hij met hen op weg naar de eigenaresse van de kater Hector. Terwijl Christian stilzwijgend een kopje koffie drinkt met haar, vermaakt Hector zich met Marmelade.

Niet zonder resultaat. Eenmaal thuis is Christian de hele godganse dag met zijn zwangere kat in de weer. ‘Ik hou van je, Marmelade’, fluistert hij haar ‘s nachts toe in deze observerende documentaire (Engelse titel: All Cats Are Grey In The Dark). ‘Jij bent mijn complete hart.’ Contact met andere mensen heeft hij verder niet. Alleen Alexa, een Duitstalige variant op Apples spraakassistent Siri, staat hem te woord. ‘Hoeveel babies kunnen katten krijgen? vraagt hij haar. ‘Dat weet ik helaas niet.‘

Als zijn kat ein-de-lijk gaat jongen, is Christian een soort emotioneel wrak geworden. Een man die in zijn onderbroek op de badrand zit en huilend, op van de zenuwen, een shaggie rookt. Waarom? Joost mag het weten. Of beter: Lasse Linder, de maker van deze tragikomische korte film, die uit louter stilstaande shots bestaat en naar een climax wordt gebracht met orgiastische dan wel bombastische klassieke muziek. Lasse zal het weten.

Pervert Park


Je zult er maar wonen; in een Amerikaans trailer park met maar liefst 120 zedendelinquenten. Of ernaast. De buren noemen het Pervert Park (53 min.), een plek voor mannen en vrouwen die hun straf hebben uitgezeten. Binnen het Florida Justice Transitions-project, een initiatief van een moeder van een veroordeelde ‘sex offender’ die maar geen woonplek kon vinden, proberen ze de laatste stap te zetten naar een plek in de reguliere maatschappij.

In de Verenigde Staten bevat het register van zedendelinquenten meer dan 800.000 namen. Zij moeten uit de buurt blijven van plekken waar regelmatig kinderen komen. Duizend voet om precies te zijn, zo’n driehonderd meter. Bovendien zijn er inmiddels applicaties zoals Offender Locator beschikbaar, waarmee iedere geïnteresseerde kan zien welke viezeriken er in zijn directe omgeving wonen. Met naam, adres en foto erbij.

Ze zien er volstrekt normaal uit, de hoofdpersonen van deze indringende film van het Scandinavische echtpaar Frida en Lasse Barkfors uit 2014. Niet als de seksuele roofdieren of kinderlokkers die je misschien zou verwachten. Neem bijvoorbeeld de trieste vrouw, die jarenlang werd misbruikt door haar vader. Ze vertelt hoe ze zich, onder druk van een man die haar uit de brand zou helpen, vergreep aan haar eigen achtjarige zoon en die kerel via zijn computer liet meekijken. Hartverscheurend huilend: ‘He was my baby.’

Stuk voor stuk nemen de ‘perverts’, in interviews en groepsgesprekken, verantwoordelijkheid voor hun misdrijven. Coming clean, letterlijk. De meesten gaan zichtbaar gebukt onder berouw. Anderen zijn onthutsend eerlijk over zichzelf. Mensen zoals ik moeten in de gaten gehouden worden, zegt een man die in Mexico een vijfjarig meisje verkrachtte zonder omhaal van woorden. ‘Niet om ons te straffen of vernederen, maar om ons te helpen niet opnieuw in de fout te gaan.’

De Barkforsen schorten hun eigen waardeoordelen intussen op en leggen de verhalen van hun hoofdpersonen sereen en met compassie vast. Beschadigde mensen die niets anders wisten of konden dan zelf ook beschadigen. Ze zijn zich bewust van het stigma dat er rond hun daden hangt en besluiten er desondanks rond voor uit te komen. Dat mag je gerust dapper noemen. Daders worden zo weer mens. Die een gigantische misstap hebben begaan, dat wel. Na het zien van Pervert Park wordt het echter vrijwel onmogelijk om heel gemakkelijk ‘castreer ze!’ te blijven roepen.