Turn Your Body To The Sun

Cinema Delicatessen

Een militair tribunaal legde Sandar Valiulin op 29 juni 1945 tien jaar werkstraf op in een heropvoedingskamp. De Tweede Wereldoorlog was nauwelijks zes weken voorbij. Van Hitlers hel werd hij veroordeeld tot Stalins socialistische ‘paradijs’. ‘Jullie worden naar de Goelag gebracht als landverraders’, leest zijn dochter Sana Valiulina, een schrijfster die al dertig jaar in Nederland woont, uit het vonnis voor aan haar zus Dinar. ‘Met jullie lafheid hebben jullie het Rode Leger beschaamd.’

Ruim 75 jaar later reizen de Russische zussen per trein hun vader achterna, naar de Goelag Archipel, van waaruit hij ooit begon te schrijven met hun moeder Tagira. Intussen ontleden ze het leven van de Tataarse jongen die in 1941 op negentienjarige leeftijd onder de wapenen werd geroepen. Sandar zou tijdens de oorlog in handen én aan de zijde van Hitler belanden. Een landverrader dus, volgens Stalin. En één van de weinige Russische krijgsgevangenen van de Duitsers die überhaupt overleefde.

Aan de hand van de bevindingen van Sandars dochters Sana en Dinar en zijn eigen  geschriften, ingelezen door Andrey Rudensky, dringt regisseur Aliona van der Horst in Turn Your Body To The Sun (93 min.) steeds dieper door in het leven van die ene getormenteerde Russische soldaat en de ontwrichtende wereld waarin hij halverwege de twintigste eeuw leefde. Ze heeft daarbij een uitgesproken troef: prachtig beeldmateriaal uit die tijd, dat ze echt ten volle uitbuit.

Van der Horst heeft de beelden ingekleurd (waarbij ze bovendien regelmatig inzoomt en veelvuldig gebruik maakt van slow-motion) en ondersteunt die met een zeer uitgesproken sounddesign, dat het materiaal een hypnotiserend karakter geeft. Zo overbrugt ze de driekwart eeuw die sindsdien zijn verstreken. De mannen van toen, die fel, glazig of beschadigd in de camera kijken, lijken simpelweg tot het hier en nu te behoren. Het zijn beelden van een verpletterende schoonheid.

Net als in haar vorige film Liefde Is Aardappelen (2017) belicht Aliona van der Horst, die een Russische moeder heeft en in Nederland opgroeide, zo via een klein familieverhaal een grotere geschiedenis. Uit de tijd dat Stalin de Sovjet-Unie in een ijzeren greep hield. Hoewel de man zelf al bijna zeventig jaar dood is, lijkt zijn erfenis nog altijd alomtegenwoordig. Stalins miljoenen slachtoffers bleven intussen veelal naamloos.

Gewone burgers zoals Sandar Valiulin belanden simpelweg in de kantlijn van de helden/wandaden van de grote leiders. ‘Mijn vader leefde bijna veertien jaar buiten het normale leven’, stelt Sana niet voor niets tegen het einde van deze poëtische film. Haar zwijgzame vader moest daarna getekend verder. Even daarvoor probeerde ze dat te omschrijven: ‘Zijn leven was…’. Ze zoekt naar het juiste woord in het Russisch en houdt het uiteindelijk bij een Nederlandse term: ‘onvervuld’.

State Funeral

Mokum

De ene na de andere delegatie komt eer betonen aan de overleden leider. Uit landen zoals Polen, de DDR en Hongarije, natuurlijk. En vertegenwoordigers van communistische partijen uit westerse landen. Ernstig kijkende mannen, en een enkele vrouw, die al even serieus de hand schudden van het officiële ontvangstcomité. De gestorven leidsman beziet de plichtplegingen vanaf foto’s en schilderijen. Hij oogt als een beminnelijke man, een wijze vader des vaderlands.

Even daarvoor is het volk, in elke uithoek van de Sovjet-Unie, tot in detail geïnformeerd over de verslechterende gezondheidstoestand van Jozef Vissarionovich Stalin (1878-1953) en zo voorbereid op diens dood. Taferelen van massale rouw gaan vervolgens vergezeld van een monotone stem die via een omroepsysteem het verzamelde volk toespreekt. ‘Onze vader is overleden’, klinkt het in de gezwollen taal die ook hedendaagse leiders als Kim Jong-un begeleidt en die, als je de zweep nooit hebt gevoeld die op de woorden kan volgen, onvermijdelijk op de lachspieren werkt. ‘Onze harten lopen over van verdriet. Hij zal nooit meer de hand van een kameraad schudden.’

Óf – zo weten alle rouwenden dondersgoed – een kameraad naar de Goelag sturen of in het kader van ‘De Grote Zuivering’ voorgoed laten verdwijnen. Ruim 27 miljoen landgenoten werden onder zijn bewind vermoord. Nog eens vijftien miljoen kameraden stierven de hongerdood. Aan de zwarte kant van Stalins regeerperiode wijdde regisseur Sergei Loznitsa enkele jaren geleden al de documentaire The Trial, waarin de schijnprocessen tegen vooraanstaande Russische wetenschappers worden ontleed, een huiveringwekkende voorbode van de zwartste jaren van zijn schrikbewind.

State Funeral (135 min.) behandelt in een vergelijkbare opzet de vierdaagse plechtigheden rond het overlijden van de dictator in 1953. Met niet eerder vertoond beeldmateriaal reconstrueert Loznitsa minutieus de overdadige rouwrituelen van een land dat los moet komen van de man die de verpersoonlijking van het Sovjetsysteem is geworden en decennialang ieders leven heeft gedomineerd. Van hele volksstammen die blindelings in de grote leider zijn gaan geloven en nu in diepe rouw lijken te zijn verzonken – en anderen die dat voor de zekerheid ook na zijn dood blijven veinzen. Naamloze dienaren van de natie, een politiek idee of gewoon ‘de partij’.

Sergei Loznitsa maakt ook van deze film één lange, lange treurmars: in stijf zwart-wit of juist bloemrijke kleuren, inclusief natuurlijk sprekend communistisch rood. Oneindig gezeul met voluptueuze rouwkransen, begeleid door dramatische klassieke muziek. Door mannen met strakke gezichten en vrouwen die met een zakdoek hun tranen bedwingen. Oprecht dan wel zuiver ritueel verdriet. Het onderscheid is nauwelijks te maken. Net als de plechtigheden na Stalins dood trekt State Funeral zo traag en statig voorbij, een schier eindeloze herhaling van zetten. En net als zijn film over Stalins schijnprocessen is het vastleggen daarvan geschiedkundig van wezenlijk belang, maar vereist dit ook een erg lange adem bij de kijker.

Het Vermoorde Theater

EO

Kunst dient sociaal-realistisch te zijn, verklaart de Russische Bond van Schrijvers in 1935. En het Joodse Staatstheater Goset uit Moskou, dat zich in de eerste twintig jaar van haar bestaan onledig heeft gehouden met kolderieke, uitbundige en absurde voorstellingen, heeft zich maar aan te passen.

In Het Vermoorde Theater (57 min.) schildert regisseur Frans Weisz met veel zwier, affectie en grote gebaren de opkomst en ondergang van het Jiddische theatergezelschap in de communistische heilstaat Rusland, waarin uiteindelijk elke vorm van frivoliteit, en vrijheid, rigoureus de nek om wordt gedraaid door de almachtige leider Jozef Stalin.

Die naargeestige geschiedenis wordt door Weisz verpakt in een uiterst theatrale vorm. Met de acteur Vincent van der Valk als het fictieve personage Nathan, assistent van de kunstenaar Marc Chagall, die tot zijn vertrek uit Rusland decors ontwierp voor Goset. Vanuit de coulissen schetst, duidt en becommentarieert deze Nathan de verwikkelingen in het theater en participeert er soms zelf ook in.

De gekozen vorm is erg dominant en werkt soms op de zenuwen, maar sluit tegelijkertijd ook prima aan bij de inhoud; het dramatische relaas van theater dat systematisch van zijn ziel wordt ontdaan. Waarna het daadwerkelijk om zeep wordt geholpen. ‘Wat moet je met hoop als er geen theater meer is?’ vraagt Nathan zich, als het doek is gevallen, vertwijfeld af. ‘Wat komt er na dit verhaal?’

Het Vermoorde Theater is hier te bekijken.

The Trial

Als je hun eigen toelichting hoort, kan er geen twijfel bestaan over de schuld van de verdachten. Zij hebben zich schuldig gemaakt aan verraad van het proletariaat en het socialistische ideaal en geven dat nu ruiterlijk toe. Vanuit hun functies hebben de vooraanstaande wetenschappers en economen een poging gewaagd om het communistische regime omver te werpen.

In de rechtszaal luistert een enorm publiek ademloos toe hoe deze mannen zichzelf beschuldigen. Buiten roepen demonstranten ongegeneerd om de doodstraf. Het is 1930. Jozef Stalin is sinds twee jaar aan de macht in de Sovjet-Unie. Tegenstanders zullen in de komende jaren stelselmatig monddood worden gemaakt. Of gewoon dood.

En er zullen processen worden gevoerd. Showprocessen. Tegen iedereen die kan worden aangemerkt als criticaster van Stalins schrikbewind. In The Trial (128 min.) reconstrueert Sergei Loznitsa de eerste vertoning. Want dat was het: een opvoering. Waarbij een geheel verzonnen complot te berde wordt gebracht, op basis waarvan daadwerkelijk mensen worden veroordeeld.

Als de uitkomst niet zo naargeestig zou zijn – en het venijn zit in deze film echt in de staart – en de links met het heden niet zo voor de hand hadden gelegen – probeer maar eens níet te denken aan de schijnwereld die de huidige Russische leider Vladimir Poetin om zich heen optrekt – had het een geinig schouwspel kunnen zijn. Een dictatoriale komedie.

Loznitsa maakt het de kijker alleen niet gemakkelijk. Hij observeert slechts en laat de rechtszaak tot in detail zien. Elke getuigenis wordt, ogenschijnlijk, van begin tot eind in beeld gebracht. Zo is te zien hoe bureaucratisch de aanklagers te werk gingen en wordt het archaïsche taalgebruik daarbij (‘krachten van de oude bourgeoisie’) benadrukt.

Met een speeltijd van ruim twee uur is deze film echter een heel lange zit, die serieuze investering en doorzettingsvermogen van de kijker vereist. Als pijnlijk precieze geschiedschrijving is The Trial niets minder dan een voltreffer. Dat is echter niet per definitie hetzelfde als het engageren van je publiek met een meeslepend verhaal. Dat had ook moeiteloos in de helft van de speelduur gekund.