A Wilderness Of Error

FX

Het is een bloedbad dat nooit werd geclaimd door de beruchte Manson-familie. Slechts een half jaar na eerst de moordpartij op actrice Sharon Tate en haar gezelschap en een dag later de gewelddadige dood van het echtpaar Leno en Rosemary LaBianca vielen drie mannen en een vrouw op 17 februari 1970 de woning van arts Jeffrey MacDonald op Fort Bragg binnen. ‘Acid is great, kill all the pigs’, schreeuwden ze. MacDonalds zwangere vrouw Colette en zijn twee dochters Kimberley (5) en Kristen (2) vonden die avond de dood. Met bloed was het woord ‘pig’ op de muren gekalkt.

Uitgemaakte zaak, zou je zeggen: volgelingen van de gestoorde sekteleider Charles Manson, al dan niet daadwerkelijk door hem aangestuurd. Of was er toch iemand die er belang bij had dat de slachting zou worden toegeschreven aan een stel moordlustige blommenkinderen? De heer des huizes bijvoorbeeld. Een kapitein in het Amerikaanse leger, een Green Beret zelfs. MacDonald kwam er zelf met zeer lichte verwondingen vanaf en werd uiteindelijk buiten bewustzijn op de plaats delict aangetroffen, met een arm over het lijk van zijn echtgenote. Dat schokkende tafereel zet de vijfdelige serie A Wilderness Of Error (234 min.) in gang. Waanzinnige hippiehorror? Of toch, zoals het omstreden boek Fatal Vision van Joe McGinnis en de daarop gebaseerde tv-film in 1983 zonder terughoudendheid beweerden, een koelbloedig gecamoufleerd familiedrama?

‘Wat gebeurt er als het verhaal belangrijker wordt dan wat er echt is gebeurd?’ vraagt documentairemaker Errol Morris, die het boek schreef waarop deze miniserie van Marc Smerling is gebaseerd, zich hardop af. Hij maakte ooit de klassieke true crime-docu The Thin Blue Line (1988), waarmee een man die in de cel zat voor de moord op een politieagent werd vrijgepleit. Morris zou dat kunstje graag nog eens herhalen bij de MacDonald-moorden. Niet dat iedereen erop zit te wachten dat deze zaak (alweer) wordt heropend. ‘Elk jaar wil er weer iemand een touw om mijn benen gooien en me door de poel van bloed van onze familie sleuren’, zegt Colettes broer Bob. En geeft zich er dan toch maar weer aan over. Want net als zijn moeder Mildred en stiefvader Freddy Kassab kan hij wat er toentertijd met zijn zus is gebeurd niet laten rusten.

Achteraf bezien zou je kunnen zeggen dat zij van geboorte af aan al verdoemd was. Twee doodgeboren zusjes genaamd Colette waren haar voorgegaan. En ook nummer drie zou dus niet aan het noodlot ontsnappen. Het is maar één van de talloze naargeestige details in deze intrigerende whodunnit, waarin archiefbeelden en interviews met een aantal belangrijke spelers worden gepaard aan krachtige gedramatiseerde scènes (fraai gematcht ook met audio-opnamen van de rechtszaak), een sjieke soundtrack en enerverende verhaalwendingen. Alleen de twee voornaamste hoofdrolspelers ontbreken: dokter MacDonald die nog altijd stug blijft volhouden dat hij onschuldig is en het voormalige sixtiesmeisje Helena Stoeckley, dat destijds diverse bekentenissen heeft afgelegd en die ook weer net zo gemakkelijk heeft ingetrokken.

Daar staat tegenover dat Errol Morris, geïnterviewd via de interrotron die hij zelf ooit heeft bedacht, een soort sleutelrol krijgt toebedeeld in met name de slotaflevering van deze slimme serie, die twee volstrekt strijdige hypotheses over wat er een halve eeuw geleden op die fatale februarinacht is gebeurd met elkaar laat botsen. Waarbij het de vraag is of A Wilderness Of Errors voor de gevierde documentairemaker Morris een tweede Thin Blue Line wordt. Of toch eerder een variant op The Jinx, de zinderende true crime-serie over moordverdachte Robert Durst waarbij Marc Smerling als producer betrokken was? Smerling heeft nu een al even spraakmakende ontknoping voor ogen. Met Errol Morris, de man die zelf zoveel brisante portretten maakte, in de hoofdrol.

Surviving Jeffrey Epstein

Na Surviving R. Kelly, een docuserie over misbruik door de befaamde R&B-zanger die inmiddels twee seizoenen telt, is er nu Surviving Jeffrey Epstein (197 min.), een aanklacht in vier bedrijven tegen de Amerikaanse multimiljonair met een voorkeur voor steeds weer nieuwe en véél te jonge modellen. De man zou er een soepel draaiende machinerie op na hebben gehouden, met meisjes die eerst werden misbruikt en daarna tegen vindersloon ander vers vlees moesten leveren. Waarop Epstein dan weer zijn lusten kon botvieren. En niet alleen hij, natuurlijk. Een hele coterie van bekende kennissen, waarbij altijd weer de naam van de Britse prins Andrew valt, zou hebben meegeprofiteerd.

Jeffrey Epstein, die op 10 augustus 2019 stierf in een gevangeniscel (zelfdoding, of toch moord?), hoeft zich niet meer te verantwoorden en kan zichzelf ook niet meer verdedigen. In tegenstelling tot R. Kelly die al enige tijd een vuile oorlog voert tegen zijn beschuldigers. In deze nieuwe Epstein-serie, na Jeffrey Epstein: Filthy Rich (Netflix), wordt ook slechts beperkt een poging ondernomen om zijn kant van het verhaal over het voetlicht te brengen. Topadvocaat Alan Dershowitz, die ooit frontaal de aanval opende op Epsteins slachtoffers en zelf ook wordt beschuldigt van seksueel wangedrag, sputtert hier en daar wat tegen. Dat is het.

De ellende kon zich jarenlang volgens vertrouwd #metoo-patroon voltrekken. Het begon vaak met een massage (net als bij Harvey Weinstein, aan de schandpaal genageld in de documentaire Untouchable), ontwikkelde zich al snel tot opgedrongen seks en eindigde vervolgens in de gigantische doofpot, waarin ook talloze andere misbruikschandalen (Bill Cosby, Russell Simmons en Kevin Spacey bijvoorbeeld) jarenlang zijn verdwenen.

De navrante details blijven verbazen. Huisvriend Christopher Mason kreeg van Epsteins vriendin en facilitator Ghislaine Maxwell, een Britse socialite, bijvoorbeeld het verzoek om een lied te schrijven voor zijn veertigste verjaardag. Mason werd geacht om er specifieke details, zoals bijvoorbeeld ’24-hour erections’ en ‘school girl crushes’, in te verwerken, vertelt hij. De wrange aubade begint zo: ‘Poor Jeffrey Epstein is forty years of age / Life must be tough: his hair is already so grey / He sure looks older but it’s clear from his smile / The older he gets the more juvenile’. En dat was dan alleen het eerste couplet.

Het is duidelijk: iedereen in zijn directe omgeving, waarin bijvoorbeeld ook Donald Trump en Bill Clinton zich ophielden, wist er min of meer van en liet het gebeuren. En dat betekende niets minder dan een vrijbrief voor dit seksuele roofdier. Als je geen enkel moreel kompas hebt – zoals Epstein, volgens zijn voormalige leidinggevende bij de zakenbank Bear Stearns, over zichzelf beweerde – is er immers niets dat je belet om anderen genadeloos te exploiteren. En als het feestje bijna afgelopen is, knijp je er gewoon stiekem tussenuit.

Dan rest alleen nog een verklaring. Want zo’n mens word je toch niet zomaar? Die psychologische duiding blijft ook in Surviving Epstein achterwege. Omdat die wellicht niet (meer) is te geven. Deze serie van Ricki Stern en Anne Sundberg is, behalve een vernietigende analyse van het systeem met medeplichtigen en ronselaars dat Epstein rond zichzelf had opgetrokken, dan ook vooral een diepgaand portret geworden van zijn slachtoffers: beschadigde jonge meisjes, kwetsbaar genoeg om nogmaals beschadigd te worden, die inmiddels zijn uitgegroeid tot beschadigde volwassen vrouwen.

Surviving Jeffrey Epstein is getuige hun gedetailleerde getuigenissen, die op den duur helaas een enigszins afstompend effect hebben, bepaald geen sinecure. In die beerput, waarin veel jonge meisjes kopje onder dreigden te gaan, is nu echter wel voldoende gedregd – en niet eerder zo grondig en compleet als in deze krachtige miniserie. De enige die de zaak nu nog verder kan brengen lijkt Epsteins handlanger Ghislaine Maxwell, die in juli 2020 werd gearresteerd en vooralsnog zwijgt als het graf. Dat kan niet zo blijven, zou je zeggen.

Ook al wenst de voormalige Amerikaanse president haar het allerbeste.

You Don’t Nomi

De critici waren het erover eens: Showgirls was zonder enige twijfel de slechtste film van 1995. Beloond met een recordaantal van zeven Razzies, de anti-Oscars die jaarlijks worden uitgereikt. Voor onder meer slechtste film, hoofdrolspeler én regisseur. De Nederlander Paul Verhoeven ging zijn Award hoogstpersoonlijk ophalen, als eerste filmmaker in de historie. Hij stak nog nét zijn middelvinger niet op naar alle haters.

25 jaar na de première is het gesprek over die omstreden film, blijkbaar toch niet zo’n waardeloze rolprent, nog altijd niet verstomd. In You Don’t Nomi (91 min.) laat Jeffrey McHale allerlei verschillende lezingen los op de film. Van filmcritici die Showgirls destijds helemaal neersabelden, anderen die er een moderne klassieker inzien, een dichter die eindeloos inspiratie vond in de film en hedendaagse drag queens en andere performers die nog altijd op de planken staan met de bijbehorende musical.

Zij claimen voor Showgirls een eigen plek in de (cult)filmhistorie en plaatsen de beoogde blockbuster ook overtuigend binnen het oeuvre van de provocateur ‘Verhooven’ (die zelf overigens niet aan het woord komt). Als logisch vervolg op zijn Nederlandse periode, via fragmenten van Turks Fruit, Spetters en De Vierde Man. En als culminatie van zijn jaren in Hollywood, het (omgekeerde) uitroepteken achter kaskrakers als Robocop, Total Recall en Basic Instinct. In Showgirls zijn bovendien allerlei motieven en stijlvormen te ontwaren, die ook in zijn vroegere films en later werk als Zwartboek en Elle zijn te herkennen.

Ook de morele kritiek op de film – misogynie en homofobie – klonk Verhoeven-volgers vertrouwd in de oren. Net als de beschuldiging dat hij eigenlijk niet van de vrouwen in zijn films houdt. In dat opzicht maakte hij met Showgirls zijn duidelijkste slachtoffer: actrice Elizabeth Berkley, het voormalige sterretje uit de sitcom Saved By The Bell. Na haar rol als stripper in Showgirls kwam ze nauwelijks meer aan de bak. Afgaande op deze intrigerende documentaire had Berkley kunnen weten wat ze zich op de hals haalde. In de film heet ze niet voor niets Nomi Malone. Nomi. Als in: Know me. No me. Of: No… Me.

‘Wie heeft ‘t bij het rechte eind over Showgirls?’, vraagt Adam Nayman, auteur van het boek It Doesn’t Suck: Showgirls, zich af in deze verplichte film over film, waarbij rechtgeaarde cinefielen hun vingers aflikken. ‘De mensen die het een verschrikkelijk slechte grap vinden? Of degenen die het beschouwen als een onbegrepen meesterwerk?’ Nayman geeft zelf antwoord: Showgirls is een ‘masterpiece of shit’. Waarvan acte.

De Sneijder-tapes

Jeffrey (l) en Wesley (r) Sneijder / NOS

Ooit zaten er drie Sneijdertjes in de jeugdopleiding van Ajax. Wie van de drie Utrechtse broers zou slagen, lag toen nog in de toekomst verscholen. De oudste, Jeffrey, redde het uiteindelijk niet, mede door blessures. De benjamin Rodney zou wél het betaald voetbal halen, maar niet de top. Dat bleek alleen weggelegd voor Wesley Sneijder, die het zelfs schopte tot recordinternational van Oranje. Hij – en niet Jeffrey of Rodney – is ook de hoofdpersoon van een door Kees Jansma geschreven biografie, genaamd Sneijder.

In 2012 trok Kees Jongkind naar Milaan, waar de spelmaker toentertijd de sterren van de hemel speelde voor Inter. Hij had een aardige verrassing voor Sneijder: beelden uit de tijd dat hij als negenjarige jongen in de Ajax-jeugd speelde en materiaal van tien jaar later, toen hij nadrukkelijk aan de deur klopte bij het eerste elftal. Ofwel: De Sneijder-tapes (47 min.), samengesteld uit nooit eerder vertoond ruw materiaal voor een film die Rimko Haanstra en Klaas Vos maakten over de jeugdopleiding van de Amsterdamse voetbalclub (die enkele jaren eerder zeer kritisch was geportretteerd in Roel van Dalens documentaire Ajax: Daar Hoorden Zij Engelen Zingen).

‘Er is een enkele speler uit de jeugd die misschien doorbreekt naar het eerste van Ajax’, zegt vader Barry Sneijder, die zich volledig wegcijferde voor de voetbalopleiding van zijn zoons, tijdens een interview uit 1993. ‘En die enige kun je natuurlijk zijn. Maar je kunt het ook niet zijn. En dat is wat ik ze dan ook wel vertel.’ Dat wordt door Jongkind geïllustreerd met een tamelijk pijnlijke scène uit het televisieprogramma Holland Sport, waarin Jeffrey Sneijder opdraaft als ‘de grote broer van’. Hij kwam uiteindelijk bij Elinkwijk terecht, in plaats van bij Real Madrid. Ooit, in een interview met Haanstra en Vos, zaten ze nog gebroederlijk naast elkaar, als guitige jochies die een droom deelden.

Daarin zit ook de meerwaarde van deze aandoenlijke tv-docu, die de ontwikkeling van de aankomende wereldster Wesley Sneijder en zijn respons daarop in beeld brengt, maar vooral ook laat zien voor hoe weinig talenten daadwerkelijk een topsportcarrière is weggelegd. Van zijn vroegere jeugdteam heeft bijvoorbeeld alleen Johnny Heitinga, volgens Sneijder destijds de absolute nummer één van het elftal, ook de wereldtop gehaald. De rest heeft al die jaren voor niets – of gewoon voor de lol – thuis tegen een bal in een netje staan trappen, zoals de hoofdpersoon als negenjarige voor de camera demonstreert aan zijn latere zelf. Die kijkt goedkeurend toe: zo is hij geworden wie hij nu is.

De Sneijder-tapes is hier te bekijken.

Jeffrey Epstein: Filthy Rich

Netflix

Je weet het wel.

Dat er mannen zijn die er een geheel eigen werkelijkheid op nahouden en denken dat ze overal mee wegkomen. Ook als het bewijsmateriaal tegen hen zich opstapelt en opstapelt en opstapelt, zoals de schrijnende vierdelige documentaireserie Jeffrey Epstein: Filthy Rich (224 min.) nog maar eens ten overvloede aantoont.

Die zich steevast omringen met gelijkgestemden, zoals Bill Clinton, Harvey Weinstein, de Britse prins Andrew en – natuurlijk – Donald Trump. Op plekken als het luxueuze Palm Beach in Florida, de sjieke New Yorkse Upper East Side en Epsteins eigen Maagdeneiland (!) Little St. James. Waar het grote geld regeert en werkelijk alles te koop is. Zelfs een kinderlichaam.

Die anderen rücksichtslos inzetten voor hun eigen gerief (‘een pyramidespel van misbruik’) en in één oogopslag juist die tienermeisjes eruit pikken die ze volledig naar hun hand kunnen zetten. ‘Ik was het ideale slachtoffer’, zegt één vrouw daar nu over. ‘Vóór Jeffrey Epstein was ik iemand anders’, stelt een ander over wat het misbruik met haar deed.

Die niet, nóóit, schromen om politieagenten, journalisten en advocaten die hen de voet dwars willen zetten rigoureus de mond te snoeren. Zoals menige spreker in deze serie van regisseur Lisa Bryant en de executive producers Joe Berlinger en James Patterson (medeauteur van het boek Filthy Rich: The Shocking True Story Of Jeffrey Epstein) aan den lijve heeft ervaren.

Die de daadkracht en charme hebben om andere mannen en vrouwen zover te krijgen dat ze hun eigen ethiek uitschakelen en het wangedrag, zowel actief als passief, blijven faciliteren. Zodat zij slachtoffers kunnen blijven maken. Vrijwel al die handlangers zwijgen overigens nog altijd, ook al hebben ze tegenwoordig niets anders te vrezen dan reputatieschade.

Die hun slachtoffers uiteindelijk, als ze al hun moed bij elkaar hebben geraapt, tóch niet het zwijgen kunnen opleggen. Filthy Rich, in 2022 gevolgd door een zusterfilm over Ghislaine Maxwell, is in essentie hun relaas. Hun afrekening met het verleden, ook met hun eigen, soms tamelijk dubieuze rol daarin. En een overtuigend exposé van een man en wereld met een totaal gebrek aan moraal.

Je wilt het alleen niet weten.

De #metoo-kwestie heeft in de afgelopen jaren echt zijn weg gevonden naar documentaires: na Untouchable, Leaving Neverland en Surviving R. Kelly is er nu bijvoorbeeld ook een filmische aanklacht tegen hiphop-producer Russell Simmons: On The Record.

Ghost Fleet

BNNVARA

Ze konden een baantje krijgen. Op een kippenboerderij, fabriek of varkenshouderij. En toen ging de deur op slot, kregen ze een nepnaam toebedeeld en belandden ze op een heus slavenschip. Voor zeven jaar, elf jaar of tot de dood erop volgde. Als de gezichtsloze arbeidskrachten van de Thaise visserij. Hun families in Cambodja, Burma of Myanmar dachten intussen dat ze dood waren. Zijzelf soms ook.

Activiste Patima Tungpuchayakul van het Labour Protection Network, in 2017 genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede, bekommert zich om deze moderne slaven. In de gestileerde documentaire Ghost Fleet (90 min.) van Shannon Service en Jeffrey Waldron vaart de gedreven Thaise de 4000 mijl naar Indonesië. Daar hoopt Tungpuchakaykul mannen te vinden, die uit hun gevangenschap zijn ontsnapt en zich nu, soms al jarenlang, verschansen voor de mensenhandelaars.

In hun getuigenissen beschrijven deze voormalige slaven talloze schendingen van basale mensenrechten. Tungpuchayakul wil hen herenigen met hun thuisfront, maar de mannen hebben in den vreemde soms een ander leven opgebouwd, zijn angstig geworden of kampen met schaamte. De ervaring heeft van hen andere mensen gemaakt, die bovendien volledig losgerukt zijn geraakt van hun natuurlijke leefomgeving. En dat allemaal voor een luizig baantje – waarvoor ook wij, zo maakt de fraaie slotscène helder, verantwoordelijkheid dragen.

The Radical Story Of Patty Hearst

CNN

Haar naam is bijna een synoniem voor het Stockholm-syndroom geworden. Patricia Hearst, de steenrijke erfgename van de befaamde Amerikaanse Hearst-familie, werd op 4 februari 1974 ontvoerd door het Symbionese Liberation Army (SLA). Dik twee maanden later pleegde ze, als de gedreven strijder ‘Tania’, samen met haar ontvoerders een overval op de Hibernia Bank in San Francisco. De kleindochter van mediamagnaat William Randolph Hearst, die ooit model stond voor de Orson Welles-film Citizen Kane, had zich volledig vereenzelvigd met de idealen en methoden van een radicale representant van de Amerikaanse tegencultuur, die ook terreurgroepen als The Black Liberation Army en The Weather Underground zou voortbrengen. Was ze gehersenspoeld of gewoon een ‘natuurtalent’?

In de zesdelige serie The Radical Story Of Patty Hearst (240 min.) belicht regisseur Pat Kondelis de opzienbarende wildemansrit van Hearst met de extreem-linkse splintergroep, die in een orgie van geweld zou uitmonden. De SLA-leden stond niets minder dan de revolutie voor ogen. Al bleef volgens auteur Jeffrey Toobin, die de ongeautoriseerde biografie American Heiress schreef waarop deze serie is gebaseerd, onduidelijk wat ze nu precies wilden en hoe ze dat dachten te bereiken. De organisatie schuwde geweldsmiddelen in elk geval niet. Vóór de ontvoering van hun toekomstige strijdmakker, die toen nog een rijkeluisleventje met haar aanstaande echtgenoot leidde, was de organisatie met de zevenkoppige cobra als logo al verantwoordelijk voor de moord op een in hun ogen repressief schoolhoofd, Marcus Foster.

‘Dood aan het fascistische insect dat het volk misbruikt’, stond er pontificaal in de eerste verklaring die de Symbionese Liberation Army na de ontvoering naar de Hearst-familie stuurde. Patty’s vader Randy moest die voorlezen tijdens een persconferentie. Er zouden nog veel boodschappen volgen, waarvan een groot deel ingesproken door ‘Tania’ zelf. Het waren ‘crazy ass communiques’ volgens voormalig SLA-kaderlid Bill Harris, één van de belangrijkste bronnen van Toobins boek en deze serie. Hij praat erover alsof die hele ontvoering niet meer dan een onschuldige jeugdzonde was. En het Symbionese Liberation Army een soort hippiebende van Robin Hood. Soms klinkt er zelfs trots in zijn woorden door, bijvoorbeeld als de afgedwongen voedseldonaties aan arme Amerikanen ter sprake komen. Serieuze zelfreflectie lijkt in elk geval te ontbreken bij de voormalige extremist.

Hearsts voormalige verloofde Steven Weed noemt de SLA-leden daarentegen zonder omhaal van woorden ‘compleet gestoord’. Patty zelf, die binnenkort 65 wordt en al enige tijd oma is, ontbreekt helaas in de serie. Zij had volgens een officiële verklaring ‘geen interesse om deze gewelddadige en pijnlijke periode uit haar leven opnieuw te beleven’ en stelt zelfs dat Toobins boek haar verkrachting en marteling heeft geromantiseerd. Ze is in de serie alleen aanwezig via oude audio-interviews en archiefmateriaal. Als psychologisch portret van een jonge vrouw in zeer uitzonderlijke omstandigheden komt The Radical Story Of Patty Hearst daardoor niet uit de verf. De hoofdpersoon, die zich binnen luttele maanden ontwikkelt van rijkeluisdochter tot de gestaalde guerrillastrijder ‘Tania’, blijft een enigma.

Als historische reconstructie heeft de documentaireserie, die wordt bevolkt door diverse direct betrokkenen, de gehele affaire minutieus doorneemt en is aangekleed met gedramatiseerde scènes en een overdaad aan fraai archiefmateriaal, zeker zijn waarde. Tegelijkertijd voelt de serie minder urgent dan vergelijkbare historische producties als The Clinton Affair en Enemies: The President, Justice & The FBI, waarin duidelijke parallellen met het heden worden getrokken.

The Celluloid Closet

Sinds jaar en dag vormen Hollywood-films een nauwgezette afspiegeling van de Amerikaanse normen en waarden. Als er in de begindagen van de cinema, in de eerste helft van de twintigste eeuw, dus al een homoseksueel was te zien, dan ging het om de traditionele ‘sissy’, een even verwijfd als aseksueel type waaraan eigenlijk niemand zich een buil kon vallen. Zoals de homo in een televisiesoap als Goede Tijden Slechte Tijden jaren later bijvoorbeeld nog altijd viel te herkennen aan zijn roze trui.

In puriteins Amerika was in elk geval geen ruimte voor films over een ‘gay’ van vlees en bloed. Zeker nadat in de jaren dertig de zogenaamde Hays Code werd ingesteld, die zelfcensuur in Hollywood afdwong. Vanaf dat moment waren filmmakers genoodzaakt om homoseksualiteit zeer omzichtig te benaderen. Als er al een homoseksueel of lesbienne werd opgevoerd, dan ging het vrijwel altijd om een vampier of seriemoordenaar. Of de onverlaat stierf een tragische dood. Over de moraal van het verhaal mocht in elk geval geen misverstand ontstaan.

Sommige filmmakers gingen echter veel subtieler te werk. De documentaire The Celluloid Closet (101 min.) van Rob Epstein en Jeffrey Friedman uit 1995, gebaseerd op het gelijknamige boek van Vito Russo, bekijkt de Hollywood-historie met een ‘gaydar’: hoe werd homoseksualiteit in speelfilms geportretteerd? Welk effect had dat op mannen en vrouwen die (stiekem) homoseksueel waren en de samenleving in het algemeen? En, nog spannender, bevatten klassieke films misschien ook verhulde homoseksuele rollen en relaties tussen mannen of vrouwen?

Zo bezien heeft de vriendschap tussen James Dean en zijn beste vriend in de klassieker Rebel Without A Cause (1959) bijvoorbeeld beslist een homoseksueel karakter. Om over Ben-Hur uit 1959 nog maar te zwijgen. De vete tussen de hoofdpersoon en zijn voormalige boezemvriend Messala, die tot een climax komt tijdens de legendarische paardenwagen-scène, heeft onmiskenbaar een romantische oorsprong. Scenarioschrijver Gore Vidal kan er decennia later nog steeds om grinniken: hoofdrolspeler Charlton Heston, een onvervalste macho, had eens moeten weten.

Verteller Lili Tomlin leidt de kijker aan de hand van talloze filmfragmenten door de Amerikaanse cinema van de twintigste eeuw, waarin Hollywood soms opzichtig blijft worstelen met LBGT-rollen. Want als die er daadwerkelijk komen, leidt dit weer tot andere dilemma’s: koudwatervrees bij heteroseksuele acteurs die een homo moeten spelen, het veelvuldig gebruikte scheldwoord ‘faggot’ en de constatering dat vrijende vrouwen veel gemakkelijker worden geaccepteerd – erotisch gevonden, zelfs – dan liefhebbende mannen.

Toch is elke stap vooruit die Hollywood zet er één die telt voor een bevolkingsgroep die wil emanciperen. ’Elke minderheid kijkt hoopvol naar films’, concludeert scenarioschrijver Arthur Laurents in deze intrigerende documentaire. ‘Ze hopen dat ze te zien krijgen wat ze willen zien. Daarom ziet niemand echt dezelfde film.’

De documentaire Scotty And The Secret History Of Hollywood vormt een aardige aanvulling op The Celluloid Closet. Deze vermakelijke film vertelt het levensverhaal van een voormalige marinier, die na de Tweede Wereldoorlog een florerende escortservice opzette voor Hollywood-sterren die hun hele leven en carrière lang in de kast zouden blijven.

End Game

Netflix

Je rent niet weg van lijden. Dat is volgens één van de artsen de kern van het Zen Hospice-project. Op z’n negentiende heeft deze B.J. Miller zelf bij een ongeluk zijn twee benen en linkeronderarm verloren. Nu bekommert hij zich, samen met enkele zeer betrokken collega’s en vrijwilligers, om mensen die in de eindfase van hun leven zijn aanbeland. Zij kúnnen ook helemaal niet weglopen voor hun lijden.

In het Medisch Centrum van de Universiteit van San Francisco krijgen ze palliatieve zorg en worden hen tegelijkertijd onmogelijke beslissingen voorgelegd: hoe en waar moet het leven eindigen en – ook – waarom eigenlijk? In het aangrijpende End Game (40 min.), een korte registrerende documentaire van Rob Epstein en Jeffrey Friedman, worden enkele doodzieke mensen en hun directe omgeving gevolgd terwijl ze zich voorbereiden op het definitieve afscheid van het leven.

De filmmakers concentreren zich daarbij in het bijzonder op de 45-jarige Mitra, een van oorsprong Iraanse vrouw met een achtjarige zoon. Ze ondergaat zichtbaar helse pijnen en is regelmatig helemaal van de wereld. Haar artsen en verwanten proberen intussen een soort lijn in het zand te trekken: wanneer is het lijden echt ondraaglijk geworden en welke stappen zetten we dan? Wat zou Mitra zélf willen? Hoewel ze een enorm verdriet delen, hebben haar familieleden daarbij elk hun eigen afwegingen.

Hoe breng én houd je zulke volledig ontwrichte mensen, in de donkerste dagen van hun bestaan, bij elkaar? Die vraagt dringt zich steeds nadrukkelijker op als het einde in deze kleine menselijke film naderbij komt. ‘Gezonde mensen denken over hoe ze willen sterven’, merkt arts Steve Pantilat daarover met een milde glimlach op tijdens een werkoverleg met zijn collega’s. ‘En zieke mensen over hoe ze willen leven.’