De Dode Junk In Mij

EO / vanaf dinsdag 29 september bij 3LAB

‘Loop ik zo meteen mijn vader achterna en eindig ik ergens eenzaam en alleen in een flat in Birmingham? vraagt Joseph zich af. Of zou hij toch in staat zijn om z’n eigen pad te vinden? De filmmaker is bang ‘dat zijn destructieve genen ook in mij tikken als een tijdbom’. Zijn vader Richard Hammond overleed in 2019 overleden aan een overdosis heroïne. ‘Joe’ koestert de spullen die hij van hem heeft gekregen. Het boek De Vreemdeling van Albert Camus bijvoorbeeld, een camera en, ja, de film Trainspotting.

Hammond heeft al die jaren nauwelijks over zijn vader gesproken. Hoog tijd om de confrontatie aan te gaan met De Dode Junk In Mij (40 min.). En daarvoor heeft hij naar zijn eigen overtuiging het maken van deze documentaire nodig. Het spoor leidt naar Engeland, want Josephs moeder wil/kan niet meewerken. Die reis roept elementaire vragen op. Want wat weet hij nu écht over zijn vader? ’Er is niks wat ik zeker weet over deze man, behalve dat ie van voetbal hield.’ Aston Villa, om precies te zijn.

De ouder die altijd onbereikbaar leek komt onderweg steeds dichterbij via de verhalen die Richards moeder, broer en vrienden over hem opdiepen. En Joe vindt hem, inderdaad, ook in zichzelf. ‘Alles wat gezegd werd kon ik letterlijk aan mezelf linken’, rapporteert hij telefonisch aan een vriendin in Nederland. Dat is natuurlijk ook een enge gedachte: in hoeverre zou hij zelf dus kunnen eindigen zoals de man die hij nu, zeven jaar na diens dood, met alles wat ie heeft in het vizier probeert te krijgen?

Joseph Hammonds zoektocht vertoont overeenkomsten met Kelly Klingenbergs poging om haar vader terug te vinden in de egodocu Alleen Met Jenever (2021). Een verhaal dat tegelijk heel particulier en toch universeel is. Want zoekt niet iedereen in de levens van z’n ouders een voorspelling voor het eigen bestaan? Inherent aan zo’n zoektocht lijkt dan ook dat die nooit pasklare antwoorden oplevert, hooguit aanknopingspunten om twee levens te verbinden. Totdat ‘t, in elk geval in het eigen hoofd, wel zo’n beetje klopt.

De Buurtrechter

Mint Film

In de documentaire Vergeven Of Vergelden portretteerde Anneloor van Heemstra onlangs de Nederlandse strafrechtadvocaten Klaartje Freeke en Wikke Monster. Vanuit een eigen kantoor in Amsterdam probeerden zij invulling te geven aan hun ideaal van een rechtsgang waarin de mens centraal staat.

In de zusterfilm De Buurtrechter (55 min.) onderzoekt Van Heemstra datzelfde uitgangspunt nu bij de buurtrechtbank in de wijk Venserpolder in Amsterdam-Zuidoost. Rechters reizen daarvoor af naar de buurt zelf en behandelen daar incassozaken en kleine strafzaken. Zij gaan bijvoorbeeld met bewoners in gesprek over hun verslaving, de hennepzolder in hun huis of kleine geweldsincidenten en delen daarna eventueel een passende straf uit. Tegelijk kijken ze of er ook een oplossing is voor hun problematiek of bieden ze, in samenwerking met medewerkers van de buurtteams, hulp aan.

Zowel de verdachte en aanklager als de rechters nemen op gelijke hoogte plaats aan dezelfde tafel. De rechters vormen, ook in deze observerende film, het gezicht van de rechtspraak: geïnteresseerd, streng en empathisch. Menselijk. De buurtrechter is tevens onderdeel van een breder traject om recht toegankelijk te maken voor gewone burgers, de jeugd in het bijzonder. Zo krijgen buurtkinderen bijvoorbeeld stellingen voorgelegd. Daders moeten goed gestraft worden. Eens of oneens? Je moet wraak nemen als iemand één van je vrienden iets aandoet. Eens? En ze mogen zelf rechtbankje spelen.

Één van de drijvende krachten achter de buurtrechter is projectleider Maria Leijten. In de reguliere rechtbank, waar ze zo’n dertig jaar heeft meegedraaid, voelde zij zich op een gegeven moment een soort ‘productiemedewerker strafrecht’. Samen met collega’s is zij nu onderdeel van een alternatief, waarin het daadwerkelijk tot een ontmoeting komt met de mensen waarover zij recht spreken. Binnen die context is het logisch dat ze oog hebben voor de persoonlijke verhalen van de buurtbewoners en zorg besteden aan hun uitleg bij het vonnis. Leijten vat het samen in een eenvoudig motto: ‘justice cares’.

Anneloor van Heemstra laat plaatselijke kinderen ook nog voorlezen uit de toepasselijke roman De Vreemdeling van Albert Camus. Dat blijft alleen wel een buitenbeentje in deze interessante film die via de verwikkelingen in Venserpolder vragen oproept over onze rechtspraak: wat verwachten we bijvoorbeeld van de mensen die recht over ons spreken? Hoe komen zij tot de beste uitspraken? En wat is ervoor nodig om met behulp van het recht tot een beter werkende samenleving te komen?

Patti Smith: Electric Poet

Arte

Na een concert met Bruce Springsteen & The E Street Band voelde gitarist Steven van Zandt onlangs de behoefte om met een tweet een recensent te corrigeren: nee, Bruce speelde geen cover van Patti Smith, het was zijn eigen compositie!

Vreemd is het overigens niet dat Because The Night door menigeen vooral wordt geassocieerd met de zangeres, dichter en kunstenares uit New York. Zij eigende zich het prijsnummer volledig toe en maakte er een absolute wereldhit van, haar enige overigens. Smith zelf werd intussen in het collectieve geheugen opgeslagen als een performer die floreerde op het braakliggende terrein tussen poëzie en rock & roll. Ze stond daarbij op de schouders van giganten als Arthur Rimbaud, Brian Jones, James Dean, Albert Camus en Bob Dylan en werd volgens eigen zeggen regelmatig verrast door de kracht van haar eigen verbeelding.

Als outsider had ze haar plek gevonden in het illustere Chelsea Hotel, een bastion van de tegencultuur waar je in de lobby zomaar bohémiens als Janis Joplin, William Burroughs of Allen Ginsberg tegen het lijf kon lopen. En even verderop huisde Andy Warhol’s The Factory, waar The Velvet Underground kind aan huis was. Gedragen door de eerste punkgolf van halverwege de jaren zeventig, waarbinnen ze helemaal op haar plek was, werd Smith zelf ook een icoon van die scene: oorspronkelijk, eigenzinnig en androgyn. Gaat het te ver om haar ‘non-binair avant la lettre’ te dubben? Feit is dat ze speelde met de traditionele man- en vrouwrollen.

Het gedegen portret Patti Smith: Electric Poet (53 min.) van Anne Cutaia en Sophie Peyrard richt zich vooral op het decennium waarin de geboren performer zich openbaarde aan de wereld. Zoals wel vaker wordt de periode daarna, waarin ze ook nog eens bijna tien jaar uit het publieke leven verdween om zich samen met haar echtgenoot Fred ‘Sonic’ Smith (oud-gitarist van The MC5) te wijden aan haar gezinsleven, bijna behandeld als een soort epiloog. Alsof dat latere leven simpelweg kan worden gereduceerd tot de comeback, na Freds vroegtijdige overlijden in 1994, en de blijvende artistieke waardering die haar sindsdien, ook als fotograaf, ten deel is gevallen.

‘Ik ben nooit normaal geweest’, stelt ze zelf, na een leven lang liefdevol laveren tussen punk en poëzie. ‘Maar ik ben een normale excentriekeling.’