A Year Of Hope

IDFA

Kun je ergens achter die wezenloze blik of in dat geharde lijf het kind terugvinden dat op straat verloren is gegaan? Enkele verweesde jongens uit een sloppenwijk van de Filipijnse hoofdstad Manilla worden uitgenodigd om een jaar lang in een rehabilitatiecentrum buiten de stad te verblijven, met als doel om daar een ánder leven op te bouwen. De documentaire A Year Of Hope (57 min) van Mikala Krogh observeert hoe ze zich los proberen te maken van hun bestaan aan de zelfkant.

Slapen op een stuk karton, stelen om te overleven en lijm snuiven teneinde de altijd aanwezige honger te verdrijven. Het was misschien een desolaat leven, maar kun je er ooit helemaal van loskomen? Zeker als je lijf en geest nog de sporen dragen van volledig ontspoorde seksualiteit. Victor, een gefingeerde naam, wordt er in het centrum bijvoorbeeld op aangesproken dat hij een andere jongen onzedelijk heeft betast. Als hij zijn excuses aanbiedt, mag hij onderdeel blijven van de groep. Kan Victor die stap zetten?

Die nieuwe, liefdevolle omgeving in het Stairway Centrum, waarbij er ineens ruimte is voor sport, spel en een bezoek aan het strand, brengt de tieners uit hun evenwicht. Met wisselend resultaat. Terwijl de één na lange tijd zijn glimlach hervindt, komt een ander juist klem te zitten in de wereld die zich voor hem opent. Zijn geest lijkt alleen gewend aan gesloten deuren. In de gevoelige film A Year Of Hope bereiden ze zich voor op hun terugkeer naar de grote boze buitenwereld, fier door de voordeur of stilletjes via de achteruitgang. Waarbij alle hoop die nu opflakkert een moment later zomaar de bodem kan worden ingeslagen.

A Dangerous Son

HBO

Ethan is tien, soms ronduit onhandelbaar en af en toe zelfs bijzonder agressief. Dat zorgt voor hachelijke situaties. Als hij op de snelweg bijvoorbeeld ineens woedend aan het haar van zijn moeder gaat hangen. Stacy weet de auto ternauwernood op de weg te houden. Haar zoon is geen rotjoch. Hij heeft een psychiatrische stoornis. Echte hulp blijft echter uit. Totdat het straks helemaal fout gaat. Moet ze daarop gaan zitten wachten?

De verwijten zijn dan gemakkelijk te voorspellen; het moet aan zijn opvoeding liggen. Zoals Nancy Lanza te horen kreeg. Haar zoon Adam schoot twintig kinderen en zes medewerkers dood op een basisschool in Newtown. En dus moest zij wel een hele slechte moeder zijn. Ze kon zich toen overigens niet meer verdedigen; ook Nancy werd geslachtofferd op die fatale veertiende december in 2012.

Voor Liza Long vormde de verpletterende school shooting op de Sandy Hook-basisschool de aanleiding om haar gevoelens te vervatten in een opiniestuk, dat direct viral ging: ‘I am Adam Lanza’s mother’. Ze schreef daarna het boek The Price Of Silence: A Mom’s Perspective On Mental Illness en fungeert nu als één van de duiders in de documentaire A Dangerous Son (85 min.), waarin enkele ouders en hun getormenteerde kinderen worden geportretteerd.

Deze schrijnende film van regisseur Liz Garbus, van wie over enkele weken een documentaireserie over de journalistieke strijd van The New York Times met president Trump (The Fourth Estate) wordt uitgezonden op NPO2, vraagt aandacht voor de gebrekkige ondersteuning van jongeren met een psychiatrische stoornis. In de afgelopen decennia is de zorg voor zulke kwetsbare mensen grondig uitgekleed. Niet alleen in Amerika overigens.

Garbus laat genadeloos zien wat dat in de praktijk betekent: kinderen die worden geteisterd door een autismespectrumstoornis, schizofrenie of een bipolaire stoornis, moeten er samen met hun steeds wanhopigere ouders op de een of andere manier voor zien te zorgen dat de situatie niet helemaal uit de hand loopt. Totdat ze eindelijk van die wachtlijst af mogen en (tijdelijk) kunnen worden opgevangen.

Gespannen en steeds moedelozer proberen de ouders zich staande te houden en zichzelf en hun kinderen (tegen zichzelf) te beschermen. A Dangerous Son maakt hun onmacht tastbaar en houdt meteen een pleidooi voor betere psychiatrische zorg. Of zoals Liza Long het kernachtig verwoordt: treatment before tragedy.

Spiegeldromen

De Familie

Ze durven groot te dromen. De een wil miljonair worden, een ander professioneel vuurwerkafsteker. Anderen zoeken het dichter bij huis: in een supermarkt, bij de plaatselijke bouwmarkt of in het boerenbedrijf. Tegelijkertijd kijken de jongeren letterlijk in de spiegel. En documentairemaakster Marjoleine Boonstra kijkt mee en stelt intussen oprecht geïnteresseerd vragen.

De jongeren die aan het woord komen in Spiegeldromen (50 min.) zijn afkomstig van het praktijkonderwijs. Het VMBO bleek vanwege allerlei verschillende redenen te hoog gegrepen voor hen. De afgelopen jaren hebben ze aan praktische vaardigheden en hun zelfvertrouwen gewerkt. Nu staan ze op het punt om de wijde wereld in te trekken. Zonder diploma, dat wel.

In deze film spreken ze heel openhartig over zichzelf en hun leven. Over hun fijnste vakantie of hun favoriete muziek, maar ook over hun leerproblemen, woedeaanvallen en depressies. Die gesprekken vormen het hart van deze interviewdocumentaire, waarin ook hun (soms te) betrokken docenten, enkele stagebegeleiders en een ouder aan het woord komen en tevens de praktijkgerichte lessen in beeld worden gebracht.

Iedereen loopt in zijn leven deuken en schrammen op, legt één van de leerkrachten uit tijdens een les. Ze laat haar leerlingen een papier verfrommelen en vervolgens weer gladstrijken. De kreukels blijf je altijd zien, wil ze maar zeggen, maar je kunt ze ook weer redelijk wegwerken. En dat lijkt precies wat ze binnen het praktijkonderwijs proberen te doen – en wat ook deze treffende documentaire lijkt te beogen. Als de aftiteling loopt, echoën de allerlaatste woorden nog na: geef ze een kans…

Living To The Max

Human

Hoeveel micromort staat er eigenlijk voor het schrijven van dit stukje? Één? Of toch gewoon nul? De wiskundige Ronald Howard bedacht de micromort als eenheid om mortaliteit aan te geven. Een micromort staat voor een kans van één op één miljoen dat je een activiteit met de dood bekoopt. Volgens de jongerendocu Living To The Max (48 min.) mogen we voor het lopen van een marathon 7 micromort rekenen, voor het roken van een pakje sigaretten 15 en voor het krijgen van een kind maar liefst 122.

Welkom in de wereld van de sensatiezoekers, waarin je wordt rondgeleid door maar liefst drie makers: Hansje van de BeekFrederick Mansell en Laurens Samsom. Zij zoeken enkele onvervalste daredevils op, bespreken de kick en verslavende werking van extreme sporten en leggen hen tevens een sensatietest voor, waarop ze op een tienpuntschaal opvallend hoog scoren: BMX-er Daniel Wedemeijer (9), freediver Jeanine Grasmeijer (7) en windsuit basejumper Jarno Cordia (9). Via vader Jos gooien ze bovendien een lijntje uit naar ’s lands bekendste thrill seeker, Max Verstappen. Hoe zou hij scoren?

Intussen vraagt het vlotte drietal zich af hoe het kan dat we, in een wereld waarin voortdurend voor gevaar wordt gewaarschuwd en waarin je je voor alle mogelijke risico’s kunt indekken, massaal filmpjes en foto’s liken van helden/dwazen die hun leven letterlijk in de waagschaal stellen voor een prestatie, truc of stunt met onnoemelijk veel micromorts? En in hoeverre spelen commerciële belangen nog een rol bij al die halsbrekende toeren? Met andere woorden: zorgen de sponsoren van allerlei spectaculaire evenementen voor extra druk om de menselijke grenzen nog eens verder op te rekken?

Van de Beek, Mansell en Samsom die zonder duidelijke rolverdeling opereren, afwisselend interviewen en camera of geluid doen en de boel lekker ruw hebben gemonteerd, zoeken duiding bij psychiater Damian Denys, schrijver Arjen van Veelen en neurowetenschapper Ruth van Holst, die deze vlotte en vermakelijke film van een serieuze onderlaag voorzien. ‘Voor wie de dood in de ogen kijkt’, stelt Denys bijvoorbeeld, ‘krijgt het leven meer betekenis.’

Na afloop heeft Risicomijder Boeijen, die het schrijven van dit stukje (nul micromorts) zowaar blijkt te hebben overleefd, overigens zelf ook de sensatietest nog gedaan. Met de uitslag kan moeiteloos de kick en verslavende werking van de kijkbuis voor mij worden verklaard.

Waiting For The Sun


‘Ik ben geen goed mens’, zegt een Chinese man huilend tegen zijn drie tienerkinderen, nadat hij ze tips heeft gegeven voor de rest van hun leven. ‘Geen goede vader, geen goede burger.’ Hij verschanst zich beschaamd in zijn jas. ‘Dat ben je wel’, probeert één van zijn dochters nog, maar de zaak lijkt reddeloos verloren. Papa gaat naar de gevangenis en krijgt waarschijnlijk ook de doodstraf. Zijn kinderen vertrekken naar Sun Village in Beijing.

Dat is het hartverscheurende startpunt van Waiting For The Sun (55 min.), een documentaire van de Deense regisseur Kaspar Astrup Schröder over het weeshuis van juf Zhang, een oudere vrouw die ooit gevangenbewaarder was. Liefdevol vangt ze kinderen op van ouders, die in de gevangenis zijn beland. Kinderen die anders volledig aan hun lot zouden worden overgelaten en gestigmatiseerd.

Neem die ontwapenende drieling van nog maar acht. Moeder zit vast omdat ze hun gewelddadige vader heeft gedood. In de fleurige paviljoens van oma Zhang en haar trouwe steun en toeverlaat huismeester Su, een voormalige militair, hebben ze een nieuw thuis gevonden, waar ruimte is voor hun gevoelens, niet vreemd wordt opgekeken als ze worstelen met zichzelf of elkaar en ook hun veroordeelde mama welkom is.

‘Was ik maar een wees’, sombert één van de Sun Village-kinderen. ‘Wezen zijn beter af. Die hebben geen ouders. Die hebben geen vreselijke herinneringen.’ De tragiek van willekeurige kinderen die worden opgezadeld met de dramatische keuzes van volwassenen, verbeeld met brieven en tekeningen voor hun ouders, maakt van het kalme en verzorgde Waiting For The Sun een aangrijpende film.

Alicia

VPRO

Ze gaat haar hondje van de hand doen via Marktplaats, vertelt Alicia’s moeder. Het is een keilief beestje hoor, maar het heeft een slechte start gemaakt en daar heeft zij het geduld niet voor. Alicia, na haar geboorte uit huis geplaatst, staat erbij. Het negenjarige meisje is een dagje thuis om haar verjaardag te vieren en gaat later weer gewoon terug naar het kindertehuis.

In de aangrijpende fly on the wall-documentaire Alicia (90 min.) volgt Maasja Ooms gedurende drie jaar het verweesde negenjarige kind dat op haar vijfde, na de dood van haar pleegvader bij wie ze enkele jaren heeft gewoond, in een kindertehuis is beland. In de Maashorst in het Brabantse Reek lijkt ze wel op haar plek. ‘Niemand vindt mij lief’, staat er niettemin te lezen in de rapportage van het tehuis. ‘Ik kan er net zo goed niet zijn.’

Gaandeweg gaat het steeds minder goed met de stevig puberende Alicia, die niet meer blijkt te handhaven in Reek en daarna een rondgang door de Nederlandse jeugdzorg moet maken. Intussen probeert ze de relatie met haar moeder, die ook weer haar eigen verhaal blijkt te hebben, in stand te houden. Als kijker zie je het met een kolossale steen in je maag aan. Zijn kwetsbare meisjes zoals Alicia dan nergens op hun plek?

Alicia is zo’n film die je heimelijk blijft achtervolgen en op onverwachte momenten plotseling toeslaat. Als je willekeurige tienermeisjes ziet, als je leest over het belang van hechting in de jongste jeugdjaren of als je, gewoon, heel gewoon, even naar je eigen kinderen kijkt.

Independent Boy

VPRO

Hij had gewoon een schop onder zijn hol nodig. Metin Fennema, de hoofdpersoon van de documentaire Independent Boy (56 min.) die zijn vriend Vincent Boy Kars over hem maakte. Metin, een wat schlemielige jongen met snor, bloempotkapsel en een petje – een typetje bijna – moet nodig het huis uit en zou eindelijk ook eens wat met zijn muziek moeten doen.

Zijn moeder heeft daar weinig vertrouwen in, zo laat ze hem bij aanvang van de film weten. En dus neemt Kars voor een maand de regie over in het leven van zijn vriend. Morgen staat er een busje voor de deur, meldt hij de verbouwereerde Metin en zijn moeder. Hij gaat op zichzelf wonen. Wat de rest van het experiment gaat brengen, weet dan nog niemand.

In hoeverre is het leven maakbaar, vragen Kars en Fennema zich intussen af. En zou je dat eigenlijk moeten willen? Het zijn serieuze vragen die tijdens deze lekker wringende film, waarbij je je voortdurend afvraagt wat er spontaan is vastgelegd en wat er speciaal voor de camera is geënsceneerd, gaandeweg van een plausibel antwoord worden voorzien.

Het experiment is dan allang zijn spannende beginfase voorbij, waardoor ook filmmaker Vincent Boy Kars zelf – hoe kan het ook anders? – met de billen bloot moet.

Flogstavralet

Fateh Shams

Zijn ze ’t ooit op advies van een psychiater gaan doen? Of is het een soort naargeestig eerbetoon aan iemand die ooit rond die tijd van de flat afsprong? Niemand weet het zeker. Feit is dat de studenten van de Flogsta-campus in het Zweedse Uppsala elke avond om tien uur hun raam, balkon of dak opzoeken en vervolgens de longen uit hun lijf schreeuwen.

The Flogsta Scream, juist. Een fenomeen dat zich blijkbaar inmiddels heeft verspreid naar andere Zweedse studentensteden. In Flogstavrålet(18 min.), een korte gestileerde documentaire uit 2013 waar een collega me onlangs op tipte, zoomt regisseur Johan Palmgren in op het ‘studentenghetto’.

Hij maakt van Flogsta een duistere, ronduit unheimische plek, waar de politie wordt ingeschakeld als er eten uit de koelkast is gestolen, een onbekende man de lift ingaat met een soort Darth Vader-masker op en in de lege eetzaal een verweesde jongen luidkeels zit te zingen. En in deze flat zijn het niet de jongeren die voor geluidsoverlast zorgen, maar speelt een jazzorkest van oude van dagen zo hard dat niemand een oog dicht doet.

Zou de hele bedoening in scène zijn gezet? Dat gevoel bekroop mij heel even. Zeker toen om klokslag tien uur alle buitenbeentjes, die in Flogstavrålet met grove pennenstreken worden geportretteerd, zich inderdaad opmaakten voor een gezamenlijke oerschreeuw, die voor een gevoel van opluchting en verbondenheid moet zorgen.

En toch, of misschien wel juist daarom, blijft deze sluwe en absurdistische film je bij.

Rocknrollertjes


In 2011 maakte Carin Goeijers een documentaire over Dewolff, een jeugdig Limburgs trio dat vol overtuiging de psychedelische rock van de sixties en seventies nieuw leven inblies. Als een piepjonge erfgenaam van bands als Led Zeppelin, Cream en The Allman Brothers.

Zes jaar later zitten de gebroeders Van de Poel (zang/gitaar en drums) en Robin Piso (Hammondorgel) in de studio voor langspeler numero zeven en is er zowaar een Limburgse nazaat van Dewolff met zijn eigen film: Morganas Illusion, vastgelegd in de fraaie korte jeugddocu Rocknrollertjes (25 min.).

De tieners Sia, Bas en Vince vormen een hechte drie-eenheid. Totdat zanger en gitarist Sia langzaam maar zeker afglijdt in een depressie en Bas en Vince hun bandje (tijdelijk?) in de pauzestand moeten zetten. Reikhalzend kijken ze in deze fijne film van Daan Bol, die op het IDFA van 2016 werd uitgeroepen tot beste kinderdocumentaire, uit naar het eerstvolgende optreden van Morganas Illusion.

Hold Me Tight, Let Me Go


Twee weken geleden zorgde de Nederlandse documentaire Ik Ben Geen Probleemkind, Ik Ben Een Uitdaging van Rolf Orthel voor emotionele kijkersreacties. Met vallen en opstaan probeerden de jongeren van een gesloten jeugdinrichting in deze film hun leven weer op de rails te krijgen. Ook de compassie en betrokkenheid van hun begeleiders sprongen daarbij in het oog.

Ik moest automatisch denken aan Hold Me Tight, Let Me Go (102 min.), een bijzonder indringende film van Kim Longinotto. Deze Britse documentairemaakster heeft inmiddels een uitgebreid oeuvre opgebouwd van veelal observerende documentaires, waarin ze als de spreekwoordelijke fly on the wall een ontwikkeling of proces probeert vast te leggen.

Longinotto is echt van de menselijke maat en heeft daarbij in het bijzonder oog voor de positie van vrouwen. In haar laatste film Dreamcatcher portretteert ze bijvoorbeeld een voormalige prostituee die haar voormalige vakgenoten uit de penarie probeert te krijgen.

Hold Me Tight, Let Me Go (2007) is één van haar indrukwekkendste films. Longinotto volgt enkele zwaar beschadigde kinderen van de Mulberry Bush school, die in hun oorspronkelijke schoolomgeving niet meer waren te handhaven. Met eindeloos geduld proberen de begeleiders deze schoppende, bijtende en spugende Probleemgevallen (nee: Uitdagingen) weer binnenboord te krijgen.