De Tramaanslag

KRO-NCRV

‘Om kwart voor elf stond de tram stil’, vat de Utrechtse burgemeester Jan van Zanen het drama vier dagen later samen tijdens een stille tocht door de stad. Niet alleen de tram staat stil op maandag 18 maart 2019. Heel het land lijkt stil te staan nadat een man bij de halte 24 Oktoberplein een tram is binnengestapt en daarna het vuur heeft geopend op enkele passagiers en voorbijgangers. De Tramaanslag (27 min.) zorgt voor zes gewonden en kost vier Nederlanders het leven.

Vijf jaar na dato reconstrueren Tijmen Beijes en Jeanneau van Beurden in deze korte docu de gebeurtenissen op die fatale dag. Centraal staan de getuigenissen van René, de vader van de negentienjarige Roos Verschuur die op tragische wijze om het leven komt in de tram, en Michael, de zoon van Willem Hoveling, die in zijn auto wordt neergeschoten. De 74-jarige eigenaar van een tankstation en garage in Loosdrecht sterft tien dagen later als gevolg van zijn verwondingen.

Voor hun nabestaanden is die 18e maart een absolute horrordag, waarbij ze eerst urenlang in onzekerheid verkeren en uiteindelijk verpletterend nieuws krijgen. ‘Er komt op een gegeven moment verpleging richting ons lopen, een man met een politieagent’, herinnert René Verschuur zich met trillende stem. Zijn hele lijf trilt mee. Inclusief z’n rechterarm, met een tatoeage van de naam Roos en de bijbehorende bloem erop. ‘Als dat dan naar je toe komt lopen, weet je al dat het mis is eigenlijk.’

Terwijl het noodlot hen ongenadig treft, heeft datzelfde lot ‘Paul’ gespaard – al is ook hij niet zonder schade vrijgekomen. Deze man, die niet herkenbaar in beeld wordt gebracht omdat hij niet steeds aan de traumatische gebeurtenissen herinnerd wil worden, heeft de aanslag als bij een wonder overleefd. Op het moment dat ‘de dader’, die verder niet bij naam wordt genoemd, hem wil neerschieten, weigert zijn wapen en kan Paul ontsnappen. Hij heeft er wel PTSS aan overgehouden.

De getuigenissen van deze drie betrokkenen worden aangevuld met de herinneringen van Peter Huting, die als journalist van RTV Utrecht snel ter plaatse was, en Mirjam de Jong, die verantwoordelijk was voor de organisatie van een Calamiteitenhospitaal. Gezamenlijk schetsen zij een traumatische dag, inmiddels alweer vijf jaar geleden, die zonder enige moeite opnieuw is op te roepen. De dag waarop de tram in Utrecht stil stond. Rond kwart voor elf.

Black Box Diaries

Dogwoof

Bij de persconferentie die ze belegt op 29 mei 2017 krijgt Shiori Ito de vraag waarom ze zich eigenlijk bekendmaakt. De meeste slachtoffers van verkrachting blijven liever anoniem. ‘Ik heb niets verkeerds gedaan’, antwoordt ze resoluut. ‘En als ik me nu niet uitspreek, bedacht ik me, zullen de wetten nooit veranderen. Daarom zit ik hier.’ Haar zaak moet nu eindelijk eens serieus worden genomen, vindt Shiori.

Twee jaar eerder belandde ze als jonge Japanse journaliste, na een sollicitatiegesprek in een restaurant, in dezelfde taxi als haar gerenommeerde vakbroeder Noriyuki Yamaguchi. Zij wilde afgezet worden op het station, herinnert de taxichauffeur zich. Yamaguchi stond er echter op dat ze hem zou vergezellen naar zijn hotel. Ito hield nog maar eens staande dat ze toch echt naar het station wilde.

Op beveiligingscamerabeelden van die fatale avond in het voorjaar van 2015 is te zien wat er daarna gebeurde. Hij trekt Shiori, met de nodige moeite, uit de auto en sleurt haar vervolgens mee het hotel in. Shiori Ito is daar verkracht, zegt ze. Yamaguchi ontkent echter in alle toonaarden. En wat de jonge vrouw ook probeert, de Japanse politie weigert om de beschuldiging serieus te onderzoeken.

In de egodocu Black Box Diaries (102 min.) is te zien hoe Shiori Ito de zaak aanhangig probeert te maken. Ze begint stiekem geluidsopnames te maken van haar contacten met de politie en oogst een storm van kritiek als ze naar buiten treedt met haar verhaal. Ito tekent al haar ervaringen op in het boek Black Box en zet zo uiteindelijk Japans eigen variant op de #metoo-beweging in gang.

Parlementair journalist Noriyuki Yamaguchi staat dan op het punt om een biografie over de Japanse premier Shinzo Abe uit te brengen en beschikt als bureauchef in Washington van Tokyo Broadcasting System Television sowieso over uitstekende connecties. En z’n vrinden zijn bereid om ver te gaan om de zaak af te dekken. De kwestie wordt niettemin meermaals besproken in het Japanse parlement.

Deze persoonlijke film laat ook duidelijk zien wat die aanhoudende strijd Shiori Ito heeft gekost. Via vlogs deelt zij haar meest kwetsbare momenten tijdens een jarenlang, moedeloos makend gevecht om gerechtigheid, binnen een archaïsch rechtssysteem waarin seksueel geweld heel moeilijk valt aan te tonen en elke vrouw sowieso automatisch met een fikse achterstand begint.

Binnen zulke maatschappelijke verhouden is het niet vreemd dat slechts vier procent van de verkrachtingen daadwerkelijk wordt gemeld bij de Japanse politie. En deze gevallen blijven doorgaans ook nog eens onder de radar – of worden daaronder gehouden door de daders, hun ‘old boys network’ of een systeem dat mannen sowieso uit de wind probeert te houden.

Great Photo, Lovely Life

HBO Max

Als Amanda Mustards oma overlijdt, besluit de jonge fotojournaliste, die al een tijd in het buitenland woont, om terug te keren naar Harrisburg, Pennsylvania en eindelijk eens dat familieverhaal te gaan onderzoeken waarover al decennia zorgvuldig wordt gezwegen. Amanda’s grootvader, de chiropractor William Flickinger, zou zich in de jaren zeventig aan minderjarige meisjes hebben vergrepen.

‘Het was zo vreemd…’ begint deze opa Bill aan het begin van Great Photo, Lovely Life (107 min.), terwijl hij omzichtig zoekt naar de juiste woorden. ‘Maar het leek alsof sommige van die kleine meisjes zich gewoon aanboden. Dat klinkt misschien stom, maar ze wilden dingen leren, ze waren experimenteel… Voor mij was die verleiding te groot. En ik viel ervoor.’

En natuurlijk kon de pater familias ook bij zijn eigen vlees en bloed z’n handen niet thuishouden, blijkt al snel in deze pijnlijk persoonlijke film die Amanda maakte met Rachel Beth Anderson. Hoe kun je je verzoenen met zo’n man? Lukt dat überhaupt? En zijn vrouw Salesta, Amanda’s oma, moet er al die tijd van hebben geweten. Zij is haar echtgenoot echter tot aan het graf blijven verdedigen.

Ook hun dochter en Amanda’s moeder Debi, die op haar achttiende al in een slecht huwelijk was gevlucht, wist waartoe haar vader in staat was. En tóch vertrouwde ze haar eigen dochter, Amanda’s zus Angie, toe aan de zorgen van opa en oma toen haar relatie was stuk gelopen en ze met de handen in het haar zat. Van ellende begon Angie op een gegeven moment letterlijk haar haren uit te trekken.

Nee, het is geen fraai beeld dat Amanda Mustard van haar eigen verwanten schetst. Een christelijke familie, dat wel. Dus vergiffenis van alle zonden – nou ja, bijna dan – is het uitgangspunt. Terwijl ze haar grootvader rekenschap probeert te laten afleggen, blijft ze hem dus liefdevol benaderen. Of hij wel eens zijn excuses heeft aangeboden? wil Amanda weten. Hij: ‘Dat is er niet van gekomen.’

Dat wordt dus haar eigen missie: ze besluit brieven rond te sturen naar mogelijke slachtoffers van haar opa. Om excuses te maken en namens hem boete te doen. Zo stuit ze op Bonnie Dillard. Zij was vier jaar oud toen ze de chiropractor Bill Flickinger leerde kennen… Enfin, de rest laat zich raden. Uiteindelijk besluit Amanda haar grootvader een door Bonnie ingesproken boodschap te bezorgen.

Zodat ze allebei kunnen helen. Tenminste, daarmee rechtvaardigt Amanda het tafereel tegenover opa Bill en zichzelf. De camera legt het meedogenloos vast: een broze oude man wordt geconfronteerd met hoe hij het leven van een ander – en velen met haar – heeft verwoest. Naderhand wil Amanda hem desondanks een knuffel geven. Bill verbaast zich er enigszins over: ‘Als je dat nog wil…’

In deze film wordt het tragische leven van de man, die nog altijd moeiteloos godsvruchtige woorden uit zijn mond laat rollen, verder gedocumenteerd met familiefilmpjes, die op de muren worden geprojecteerd en foto’s van kinderen, waarop de vermoedelijke slachtoffertjes met een stip over hun hoofd onherkenbaar zijn gemaakt. Want een man die op kinderen jaagt, vindt ze werkelijk overal.

Behalve dat hij zich ook heeft vergrepen aan zijn gezinsleden, heeft hij hen tevens medeplichtig gemaakt. Zij hielden hun mond, keken de andere kant op of raakten verwijderd van elkaar en krijgen de brokstukken nu nauwelijks meer aan elkaar gelijmd. Door hem, zo toont deze krachtige film, zijn ze een disfunctionele familie geworden, die ook zonder hem nog heel wat heeft uit te vechten.

Sheila Versus De Staat

Human

‘I fought the law’, verwoordde Sonny Curtis in de gelijknamige, klassieke rock & roll-single ooit een ultiem gevoel van strijdbaarheid en machteloosheid. ‘And the law won.’ Dat gevoel – van een overheid die zich aan jou niets gelegen laat liggen, waartegen ook niets valt uit te richten en die jij maar moet zien te verduren – is alomtegenwoordig geweest in het Toeslagenschandaal. Kwetsbare burgers zijn vermalen door een nietsontziende bureaucratie.

In de schrijnende documentaire Alleen Tegen De Staat (2021) gaf filmmaker Stijn Bouma vijf slachtoffers de gelegenheid om hun persoonlijke relaas te doen. Derya, Janet, Nazmiye, Badrya en Naoual belandden niet geheel toevallig op de radar van de belastingdienst. Bij hen leek Vrouwe Justitia toch echt haar blinddoek te hebben afgedaan. De vrouwen schetsten een Kafkaëske maalstroom van vernederingen: schulden, ontslag, voedselbank, depressie, kinderen uit huis geplaatst… Totdat er van hen en wie ze waren nauwelijks meer iets over was. Volledig ontmenselijkt.

Met Sheila Versus De Staat (59 min.) zoomt Bouma in op één enkele casus. Sheila Badal (44) oogt in eerste instantie sterk en strijdbaar. In de openingsscène rijdt ze met haar zevenjarige dochtertje Farah naar huis. Daar ziet ze een blauw busje staan. ‘Dat is een eng busje’, zegt ze tegen Farah. ‘Zit de belastingdienst erin?’ Ze doet het raampje van haar auto open. ‘Kom, we gaan kijken of ze erin zitten. Hee, Rutte!’ Eenmaal in huis maken ze samen een papiertje met ‘Belastingdienst’ erop. Sheila plakt ’t op de bus. ‘Zoveel jaar geleden stonden ze ook voor m’n deur. En nu staan ze weer voor m’n deur.’

Farah kijkt een beetje bedremmeld toe. Zij kent ook een andere moeder. Een kwetsbare vrouw. Een moedeloos slachtoffer. En de geslagen ouder van een doodgeboren kind. Sheila probeert haar dochter een fuck you-mentaliteit bij te brengen. Zelf wordt ze alleen steeds kwetsbaarder. Haar gezondheid is zorgwekkend. Bouma volgt Sheila en de haren van zeer dichtbij en vangt hen in heel intieme situaties. En als de voortekenen in zijn vertelling – een speelgoedschildpad op z’n rug en lekkende champagneglazen bijvoorbeeld – niet bedriegen, moet ‘t op termijn wel verkeerd met haar aflopen.

‘Weet je, dat het niet goed meer zit met mijn hart: prima’, zegt zijn hoofdpersoon cynisch tijdens een telefoongesprek met een medewerkster van de belastingdienst. ‘Maar ik wil wel met een lach in mijn kist kunnen gaan, met een gerust hart. Dat ik zoiets heb: het is geregeld voor mijn dochtertje.’ Het is de tragische tussenconclusie van een leven dat volledig ontregeld is geraakt – en van een film die dat invoelend registreert.

No Accident

HBO Max

‘Jews will not replace us’, schreeuwt de meute die op 11 en 12 augustus 2017 door de Amerikaanse stad Charlottesville in Virginia trekt. Met brandende fakkels loopt een combinatie van neonazi’s, alt-righters en leden van de Ku Klux Klan provocerend door de straten. Het is een scharnierpunt in de recente Amerikaanse historie. Na de zogenaamde Unite The Right-rally, waarbij diverse tegendemonstranten gewond raken en één van hen, Heather Heyer, zelfs overlijdt als de extremist James Fields met zijn auto op hen inrijdt, bestaat de Amerikaanse president Donald Trump ‘t om te spreken over ‘very fine people on both sides’.

Negen tegendemonstranten, die zowel lichamelijke als emotionele schade hebben opgelopen in Charlottesville, laten ‘t er echter niet bij zitten. Namens hen starten de advocaten Roberta Kaplan en Karen Dunn in oktober 2017 een civiele rechtszaak tegen de organisatoren van de extreemrechtse rally, die uiteindelijk meer dan vijf jaar in beslag zal nemen. De verdachten zouden collectief raciaal geweld hebben uitgedragen en gepromoot. Gaandeweg blijken zij bovendien, al dan niet rechtstreeks, in contact te staan met mannen die in de navolgende jaren bloedbaden zullen aanrichten in de Tree Of Life-synagoge, de Walmart van El Paso en de Christchurch-moskee in Nieuw-Zeeland.

In No Accident (97 min.) volgt Kristi Jacobson het gedreven advocatenteam en hun cliënten. Zij willen de ‘white supremacists’ publiekelijk aan de kaak stellen en hen liefst ook nog een flinke poot uitdraaien, zodat ze voortaan niet meer de middelen hebben om haatcampagnes te financieren. Daarvoor moeten ze de dwarsverbanden onderzoeken tussen de verschillende extreemrechtse kopstukken en de communicatie tussen hen op het online-platform Discord, waar ze ongefilterd spreken over The Great Replacement (omvolking, in slecht Nederlands), het in scène zetten van gewelddadige confrontaties met Antifa en die dekselse Joden (die je overal de schuld van kan geven).

Vanwege Coronamaatregelen heeft Jacobson niet kunnen filmen tijdens de rechtszaak zelf. Ze gebruikt daarom animaties en audioreconstructies van de verschillende verklaringen. Het echte vuurwerk zit in de verhoren van de verdachten Richard Spencer (een gladjakker, die zich voordoet als het fatsoenlijke gezicht van de beweging en de term alt-right zou hebben gemunt), Christopher Cantwell (een vuilgebekte podcaster, die de Joodse advocaat Michael Bloch tijdens een verhit verhoor plotseling ‘you lying Jew piece of shit’ noemt) en de plaatselijke organisator Jason Kessler (die vooraf allerlei duistere voetsoldaten heeft opgeroepen ‘to fight this shit out’ in Charlottesville).

Het optreden van deze extremisten verraadt zelfvertrouwen. Dat ontlenen ze ongetwijfeld aan de achterban die ze inmiddels in hun eigen duistere uithoek van het internet hebben opgebouwd en de impliciete en expliciete steun die ze van populistische politici krijgen. Met de middelen die de rechtsstaat biedt proberen hun slachtoffers en ideologische tegenstanders hen nu een toontje lager te laten zingen. Deze gedegen film documenteert dat spannende proces vanuit het perspectief van de eisers, die daarbij hun eigen angsten aan de kant moeten zetten, ten faveure van het grotere ideaal. Het is alleen de vraag of ze deze diabolische geest nog terug de fles in kunnen krijgen.

Zolang hun politieke afgod Donald Trump, die zelfs door de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 nauwelijks electorale schade heeft opgelopen, populair blijft bij een aanzienlijk deel van de Amerikaanse bevolking, laten deze dubieuze kopstukken van extreemrechts zich echt niet zomaar verdrijven naar het verdomhoekje waar ze eigenlijk thuishoren.

Scouts Honor: The Secret Files Of The Boy Scouts Of America

Netflix

Natuurlijk, het gaat om andere mensen, herinneringen en voorbeelden, maar uiteindelijk komt het toch neer op hetzelfde thema, vergelijkbaar verdriet en een identieke doofpot. De documentaire Scouts Honor: The Secret Files Of The Boy Scouts Of America (95 min.) van Brian Knappenberger vertelt in wezen precies hetzelfde verhaal als Irene Taylors Leave No Trace, een geladen docu die onlangs werd uitgebracht via de streamer Disney+. En zoals ‘t een rechtgeaarde Amerikaanse productie betaamt, ligt de hele kwestie al in de eerste minuten op tafel. Zodat iedereen weet wat ie kan verwachten – en vooral doorkijkt.

Dat maakt het enorme aantal meldingen van seksueel geweld bij de Amerikaanse scouting overigens niet minder stuitend. In de jaren twintig en dertig werd er in de media al bericht over de zogenaamde ‘red flag list’ van de scouting en seksueel misbruik van kwetsbare jongetjes. Jeugdactiviteiten trekken nu eenmaal lieden met een ongezonde interesse in kinderen aan, stelt journalist Patrick Boyle, die de hand wist te leggen op de zogenaamde ‘perversion files’. Hij schreef ook een boek over de schokkende kwestie, die de officiële scoutingsorganisatie maar al te graag onder de pet hield.

‘Wil je de waarheid of wat me was opgedragen om te zeggen?’ vraagt oud-politieman Michael Johnson, die in 2010 hoofd jeugdbescherming van de Boy Scouts werd, aan het begin van deze film. Knappenberger is duidelijk: hij wil beide versies horen. En dus gaat de beerput helemaal open. Over seksfeesten, kinderporno en suïcide. Bij een organisatie, die er nog niet zo lang geleden ronduit homofobe ideeën op nahield. En over het toedekken van het misbruik, de wrange dwarsverbanden met de kerk en het ontmoedigen van slachtoffers om aangifte te doen.

Melden betekent toch naar de politie gaan? vraagt Brian Knappenberger voor de zekerheid aan Steve McGowan, juridisch adviseur van de Boy Scouts of America. ‘Voor een scout betekent het dat je naar een volwassene gaat’, antwoordt die. ‘Een ouder, een leider.’ En zo is het spoor dus jarenlang doodgelopen. Inmiddels staat de teller op 82.000 meldingen van seksueel misbruik. 82.000 ervaringsverhalen van voormalige scouts, die jarenlang verborgen zijn gebleven achter de verdedigingslinie die de scoutingorganisatie in zulke gevallen optrekt.

Zoals het indringende relaas van Mark Eaton. Hij werd op tienjarige leeftijd gemolesteerd door een begeleider, die vanwege incidenten bij andere scoutingafdelingen al op de lijst van ‘Ongeschikte Vrijwilligers’ was geplaatst. Daarna ging de man echter gewoon elders in de weer met scouts. ‘Ik wil een deel van het stigma wegnemen rond jongens die slachtoffer zijn’, vertelt Eaton over zijn beweegredenen om zich nu uit te spreken. ‘Er rust nog steeds een erg groot taboe op jongens die het slachtoffer zijn geweest van seksueel misbruik door een man.’

Die schaamte laten Eaton en zijn lotgenoten hier collectief achter zich. Voor de tweede keer, in relatief korte tijd. Tegelijkertijd zit er natuurlijk geen limiet aan het aankaarten van onrecht. Het is nooit genoeg. Totdat het, voorlopig althans, de wereld uit is geholpen.

Emergency NYC

Netflix

Met Emergency NYC borduren de makers van de bijzonder indringende ziekenhuisserie Lenox Hill (2020) verder op hetzelfde concept. En dan komt dus ook de oorspronkelijke bespreking goed van pas. Met enkele kleine aanpassingen (vetgedrukt) is die zomaar geschikt te maken voor deze vervolgserie:

’Joe is veertig, heeft twee kinderen, een vrouw en een grote familie’, stelt neurochirurg David Langer de patiënt voor aan zijn collega’s. De man heeft bij een ongeluk een kogel in zijn rug gekregen. ‘Hij komt oorspronkelijk uit Oekraïne. Zijn hele familie is Oekraïens. Het is best een trieste situatie, maar we gaan doen wat we kunnen.’ Na tien seconden stilte gaat het team aan de slag.

Weinig omgevingen vormen een vruchtbaarder decor voor documentaires dan een ziekenhuis – of een traumahelikopter of ambulance. In elke kamer liggen de verhalen voor het oprapen. Van mensen die ziek, gewond of zwanger zijn en nodig geholpen moeten worden. Door artsen en verpleegkundigen die onder voortdurende hoogspanning werk van levensbelang doen. Waarbij de ‘uitslag’ op voorhand vaak nauwelijks is te voorspellen. Intussen moeten ze bovendien oog zien te houden voor de mens: de patiënt, hun collega’s én zichzelf. In zulke hachelijke omstandigheden laten mensen zien, of ze dat nu willen of niet, uit welk hout ze zijn gesneden.

Enter Emergency NYC (355 min.), een achtdelige serie waarin de filmmakers Ruthie Shatz en Adi Barash enkele New Yorkse artsen en verpleegkundigen volgen, ook in hun privéleven. Dat levert indringende verhalen op, zoals het tragische relaas van de zeventienjarige Josh die bij een schietpartij op een feestje meerder schotwonden oploopt. Terwijl hij vecht voor zijn leven, staat zijn moeder Leslie aan z’n bed. Traumachirurg Jose Prince en zijn collega’s gaan toch proberen om het probleem te verhelpen. Het wordt een aangrijpende tocht langs hoop en wanhoop, waarvan de eindbestemming bepaald niet vaststaat.

Te midden van de vaak dramatische ontwikkelingen rond hun patiënten krijgen de artsen en zorgverleners zelf ook het nodige te verstouwen. Zo treden er bij de vrijwel voltooide zwangerschap van verpleegster MacKenzie Labonte complicaties op en is het nog maar de vraag of Mirtha Macri, een arts van Spoedeisende Hulp die in Lenox Hill nog hoogzwanger was, het leven van enkele kwetsbare patiënten kan bijsturenDavid Langer zelf krijgt een ski-ongeluk en wordt gediagnosticeerd met een mogelijke dwarslaesie. Kunnen zijn collega John Boockvar en de andere gedreven neurochirurgen hem helpen of zelfs redden? En hoe is ‘t voor het ‘cocky’ hoofd van de afdeling om zijn lot nu in handen van anderen te leggen?

Shatz en Barash exploreren de persoonlijke drijfveren van de artsen en verpleegkundigen, zitten hen voortdurend dicht op de huid en dringen zo diep door in de parallelle wereld van het zorgsysteem, waar een medewerker die zich niet wil laten vaccineren bijvoorbeeld moet vertrekken, alle dagelijkse beslommeringen wegvallen en het echt op leven en dood aankomt. Ze laten daarbij alles zien, waarbij ook de operatiekamer niet wordt geschuwd. Dit resulteert in zéér expliciete, bloedige en persoonlijke scènes – op het ongemakkelijke af. Hoewel sommige passages daardoor het best met afgewend gezicht kunnen worden bekeken, laat deze serie vooral zien hoe de artsen en verpleegkundigen werkelijk alles in het werk stellen om hun patiënten optimaal bij te staan.

Ook Emergency NYC ontwikkelt zich zo tot een bijzonder indringend pleidooi voor menselijke gezondheidszorg, dat wederom diepe sporen achterlaat bij de kijker.

Ghislaine Maxwell: Filthy Rich

Netflix

‘Ghislaine maakte nooit deel uit van dit gedoe’, stelt een man die het zou kunnen weten bij de start van Ghislaine Maxwell: Filthy Rich (101 min.). ‘Ze was niet betrokken bij het werven van vrouwen.’ Uitroepteken. Het is alleen de vraag of Jeffrey Epstein, via een interviewfragment uit 2009, een geloofwaardige getuige à decharge kan zijn in deze kwestie. Hij is immers de spil van het immense seksueel misbruik-schandaal. En Ghislaine Maxwell geldt als zijn rechterhand en – sinds Epsteins (zelfverkozen?) dood in 2019 – als de enige die daarvoor nog ter verantwoording kan worden geroepen.

Elke streamer/omroep heeft inmiddels zijn eigen documentaire over dit – kuch! – sexy onderwerp. Op Netflix is bijvoorbeeld al de miniserie Jeffrey Epstein: Filthy Rich van Lisa Bryant te vinden. Nu heeft Bryant met Maiken Baird deze opvolger/tegenhanger afgeleverd, die de onsmakelijke modus operandus, slachtofferprofielen en schimmige achtergronden van het malicieuze duo belicht, met ditmaal de nadruk op Epsteins facilitator Maxwell. En daarbij schuiven ook de vaste gezichten, die we inmiddels bijna Epstein-celebrities mogen noemen, weer aan: vriend (en schrijver) Christopher Mason, vriendin (en voormalig model) ‘lady’ Victoria Hervey en kennis (en biografe) Christina Oxenberg. Ook de mediagenieke advocaten van enkele slachtoffers (Sigrid McCawley, David Boies en Brad Edwards) claimen weer, soms met ogenschijnlijk speciaal voor de camera gevoerde gesprekjes, een prominente rol.

Op een verwrongen manier lijken zij een zeker genoegen te beleven aan en garen te spinnen bij het wederom opdiepen van alle schmutzige details – al zal schuldgevoel wellicht ook een rol spelen. Als gevolg van het steeds weer, met veel gevoel voor drama en suspense, opdissen van min of meer dezelfde herinneringen dreigen de slachtofferverklaringen, die vaak ook al eerder op camera zijn verteld, ondertussen aan kracht in te boeten. Alle betrokkenen worden uiteindelijk gereduceerd tot personages in dit moderne horrorverhaal, op maat gesneden voor de tabloids en een groot publiek. Behoudens een globale impressie van de rechtszaak tegen Ghislaine Maxwell en de steun die zij ontvangt van haar eigen familie, bijvoorbeeld via het optuigen van een speciale website, bevat deze verder kundig gemaakte documentaire echter nauwelijks nieuwe elementen, doorkijkjes of inzichten.

De affaire, die blijkbaar tot de diepste krochten van onze verbeelding blijft spreken, wordt alleen nóg verder uitgemolken.

Katrina Babies

HBO Max

De orkaan Katrina groeide in 2005 uit tot een toonbeeld van het falen van de Amerikaanse overheid, de regering Bush in het bijzonder, Toen de dijken rond New Orleans doorbraken en het woelige water de stad dreigde te overspoelen, waren de inwoners, met name de zwarte bewoners van de slechte wijken, volledig op zichzelf aangewezen. De storm zelf was een ramp, de nasleep werd dat al evenzeer. ‘George Bush doesn’t care about black people’, stelde de rapper Kanye West cynisch vast.

Regisseur Spike Lee tekende de tragedie, ontreddering en woede in 2006 genadeloos op in de epische docuserie When The Levees Broke: A Requiem In Four Acts, die niets minder dan een aanklacht tegen de liefdeloze behandeling van The Big Easy’s zwarte kinderen werd. Ruim vijftien jaar later blikt Edward Buckles Jr., die als twaalfjarige jongen de ramp in New Orleans zelf meemaakte, in Katrina Babies (81 min.) terug op de gebeurtenis die de wereld van hem en zijn familie en vrienden op z’n grondvesten deed schudden.

Hij besteedt vanzelfsprekend aandacht aan de orkaan zelf en de navolgende traumatische evacuatie, maar legt de nadruk op de periode ná de natuurramp, als (lang niet) iedereen terugkeert naar een stad die onherkenbaar is veranderd. De zwarte gemeenschap is zijn thuis kwijt, ook omdat ze door de autoriteiten doelbewust lijkt te worden versplinterd. Buckles illustreert de herinneringen van zijn vrienden met nieuwsbeelden van Katrina, privévideo’s en tot de verbeelding sprekende ‘mixed media’-animaties van Antoni Sendra. Voor deze kinderen van New Orleans is Katrina geen gebeurtenis uit het verleden, maar een integraal onderdeel van hun leven.

In Katrina Babies wordt collectief de schade opgemaakt. Zodat ze, zo benadrukt de filmmaker, nu eindelijk eens kunnen helen. Dit gaat gepaard met fraaie beelden, inkijkjes en ontboezemingen, maar leidt niet tot een heel coherente of meeslepende vertelling en levert ook geen baanbrekende inzichten op. De kracht van deze lappendeken van een film zit in de kleine dingen des levens, van gewone mensen die moeten delen met een levensveranderende gebeurtenis in hun jeugd.

Wij Praten Niet

Halal

Ze zitten vast, in elk geval in hun hoofd, in een wereld, waarin ze vaak niet meer waren dan een lichaam. Dat kon worden ingezet, gebruikt, misbruikt. Al vanaf (te) jonge leeftijd speelt seks een dominante rol in het leven van Dunya (18), Adil (16), Amy (15) en Delilah (15), met desastreuze gevolgen voor hoe ze kijken naar het leven, jongens/mannen én zichzelf. Hoe kunnen ze zich losmaken van die wereld, waardoor ze uiteindelijk zullen worden vermorzeld?

Deze vier jeugdige slachtoffers van seksueel geweld, onherkenbaar in beeld gebracht, doen in Wij Praten Niet (70 min.) onverbloemd hun verhaal tegenover een therapeut. De gezichten van de verschillende hulpverleners fungeren daarbij als spiegel voor de ontboezemingen van de tieners. Meestal reageren zij empathisch en professioneel, een enkele keer schemert er ook iets van hun eigen gedachten of gevoelens door in hun respons.

De ervaringen van hun geanonimiseerde cliënten vormen onmiskenbaar het hart van deze schurende film. Verhalen die zijn doortrokken van schaamte, spijt en stoerheid. Over seks voor een slaapplek, héél onveilige klanten en groepsverkrachting van gedrogeerde meisjes bijvoorbeeld. De jongeren maken daarbij van hun hart bepaald geen moordkuil. Intussen klinkt ook door hoe weinig waarde ze in dat verband aan zichzelf lijken te hechten.

Regisseur Marjolein Busstra omlijst deze gesprekken met symbolische sequenties, zoals een dans op straat waarin alle opgekropte emotie eruit komt, een vervaarlijk ogende hond als ultieme vertrouweling of een hand met een ijshoorntje dat geleidelijk aan helemaal wordt overvoerd met softijs. Zo verbeeldt ze de unheimische atmosfeer die oprijst uit de tienerverhalen, maar lijkt ze ook de copingstrategieën van de beschadigde tieners te willen veruiterlijken.

Uiteindelijk zit de essentie van Wij Praten Niet desondanks in de woorden. ‘Ik zou het wegduwen’, zegt Dunya bijvoorbeeld, heel treffend, over hoe het zou zijn als ze voor de verandering eens liefde, oprechte genegenheid, zou krijgen. ‘Ik zou het afstoten. Ik hou er niet van. Ik wil het niet in mijn leven. Oprotten!’

Noodweer, Ik Ben Niet Begonnen

KRO-NCRV

Vier heel uiteenlopende verhalen. Een man in het holst van de nacht in zijn eigen café. Een buitenlandse student in het huis van een vreemde kerel. Een vrouw achter het stuur van haar auto. En een politieagent tijdens de controle van een zwaarbeladen busje. Daar, op een moment dat ze het helemaal niet zagen aankomen, werden zij eerst slachtoffer en daarna dader. Door de acties van een ander en hun eigen impulsieve reactie daarop, vanuit het reptielenbrein.

Zet dat ‘dader’ overigens maar meteen tussen aanhalingstekens. Althans, zo voelen de hoofdpersonen van de verzorgde tv-docu Noodweer, Ik Ben Niet Begonnen (55 min.) het zelf. Ze konden niet anders. Gedwongen door een inbreker, verkrachter, overvaller of agressor. Regisseur Hans Pool brengt hen terug naar de ‘plaats delict’ en laat hen daar het moment herbeleven waarop zij voor eigen rechter speelden en dat hun leven voorgoed veranderde.

Ze zijn stuk voor stuk niet ongeschonden uit de strijd gekomen. Vrijgesproken of niet. Met of zonder wroeging. In stilte lijdend of publiekelijk aan de schandpaal genageld. Zoals bijvoorbeeld de onherkenbaar gefilmde Germaine C. die in 2005 een tasjesdief doelbewust zou hebben doodgereden. Terwijl voor haar slachtoffer, een negentienjarige jongen met een aanzienlijk strafblad, een stille tocht werd georganiseerd, pendelde zij uit angst voor wraak en de media jarenlang van het ene naar het andere onderduikadres.

Hoewel het gaat om heel verschillende zaken overheerst bij alle slachtoffers/daders, die hier zonder weerwoord hun verhaal kunnen doen, een diepgeworteld gevoel van onrechtvaardigheid. Dat ene fatale ogenblik blijkt bovendien een enorme impact op hun verdere leven te hebben gehad. Want zij mogen dan niet zijn begonnen, deze zaak eindigt toch echt bij hen.