Cannon Arm And The Arcade Quest

Hij heeft een keer 49 uur lang gespeeld op één enkele munt. Normale mensen kunnen daarmee 3 a 4 minuten vooruit. Maar Kim Købke – herstel: Kim Cannon Arm – is geen normaal mens. Oké, hij mag dan inmiddels vier kinderen en één kleinkind hebben, nog steeds fan zijn van Iron Maiden en er een normale baan als laborant op nahouden, maar als Kim (leeftijd: onbekend) bij een speelautomaat plaatsneemt om de eighties-game Gyruss te gaan spelen komen er bovenmenselijke krachten in hem vrij. En enorme ambities, dat ook. Nu heeft hij zich bijvoorbeeld in zijn (langharige) kop gehaald dat hij honderd uur aan één stuk wil gaan spelen. Ga er maar aan staan!

En dat is precies wat Cannon Arm gaat doen voor een film met best wel een toepasselijke titel: Cannon Arm And The Arcade Quest (97 min.). Hij heeft overigens al drie keer geprobeerd om het Gyruss-record te breken. Tevergeefs dus. Gelukkig staan zijn vrienden van The Bip Bip Bar in Kopenhagen, een bonte verzameling gamenerds, hem terzijde. Behalve Thomas dan. Die heeft een tijdje geleden een einde aan zijn leven gemaakt. Op zijn grafsteen prijkt Pac-Man. Gelukkig voor Kim is Mads (Hedegaard) wél altijd in de buurt. En die heeft meteen deze héérlijke docu gemaakt. Waarvoor hij ook hoogstpersoonlijk de dolkomische voice-over heeft ingesproken. Alsof de film zelf al niet leuk genoeg was.

Dat is overigens net zo goed een portret van de goedmoedige Kanonarm – Kim dus – als van zijn vriendenkring geworden. Neem Carsten: hij analyseert het werk van Bach vanuit een geheel eigen optiek en speelt verder obsessief Donkey Kong. Totdat hij een zogenaamd ‘kill screen’ heeft bereikt. Of Dyst. Publiceerde al diverse dichtbundels, speelt met wisselend succes Puzzle Bobble en zou als hij een superheld was volgens eigen zeggen beslist Captain Obvious zijn. Hij is alleen geen superheld. En Svavar, die wel degelijk Europees kampioen Tetris is en bovendien helemaal in zijn element als hij mag bellen met de Amerikaanse Donkey Kong-legende Billy Mitchell (die zelf overigens de hoofdrol mocht spelen in de héérlijke documentaire The King Of Kong). Samen bereiden ze zich voor op Kims recordpoging.

Mads huppelt met veel humor langs de verschillende verhaallijntjes, maakt zo nu en dan een tijdsprongetje (hup!) en plamuurt de belevenissen van deze (buiten)gewone jongetjes in een volwassen lichaam tenslotte dicht met dikke klassieke muziek en eightiesklappers; van synthpop tot heavy metal (Iron Maiden, natuurlijk). Gaandeweg snijdt hij bovendien terloops, bijna zonder dat je het in de gaten hebt (bijna dan), ook enkele onderliggende thema’s aan. De voorliefde van de vrienden voor games, muziek en de grote vragen des levens en vooral de soms bijna mathematische manier waarop ze de wereld lijken te beschouwen verraden waar de film uiteindelijk ook naartoe wil. Behalve naar een nieuw wereldrecord Gyruss, bedoel ik. Zonder het expliciet uit te spreken, overigens. En daarbij speelt Kim natuurlijk een sleutelrol. Als dit doldwaze verhaal een superheld heeft, dan zou het Kim Købke zijn, gewoon een aardige vent. Herstel: Kim ‘Kanonarm’ Købke.

En op weg naar GAME OVER, bij voorkeur honderd uur lang, is het publiek zonder enige twijfel de grote winnaar. Zóveel spelvreugde (zeg maar gerust: joie de vivre. ‘Joie de vivre!’), zóveel denkvermogen en zóveel virtuositeit. En – bijna vergeten! – uithoudingsvermogen. Een beetje zoals bij dit stukje over Cannon Arm And The Arcade Quest nodig is (maar dat haal ik me vast maar in mijn weinig mathematisch aangelegde hoofd, ook wel ‘warhoofd’ genoemd). Zal ik de film tot slot nog een héérlijke ode aan mannenvriendschap noemen? Of nóg een keer de term ‘joie de vivre’ droppen?

‘Joie de vivre.’ Pure levensvreugde. Van het type Anvil: The Story Of Anvil, Bart En De Steen Die Terug Naar Huis Ging of We Are The Thousand, documentaires waarvan je (ik, tenminste) dagenlang met een kamerbrede glimlach rondloopt.

The Mole

Piraya Film / Wingman Media / VPRO

Wie is The Mole? Die vraag ligt voor de hand. Het antwoord ook: Ulrich Larsen, een onopvallende Deense huisvader. Hij begeeft zich als Scandinavische vertegenwoordiger van de Korea Friendship Association jarenlang in schimmige deals met de schurkenstaat Noord-Korea. Als westerse mol welteverstaan, in opdracht van en in samenspraak met regisseur Mads Brügger.

Sinds de Deense documentairemaker in 2009 een kritische film maakte over Kim Jong-Un’s onwezenlijke dictatuur, genaamd The Red Chapel, is hij daar zelf persona non grata. Na de release van die film wordt Brügger echter benaderd door Larsen, die hem alsnog de mogelijkheid biedt om de ware aard van het regime in Pyongyang te tonen.

Voor het zover is, zet de regisseur nog wel even enkele extra pionnen op het bord: Mr. James, een cokedealer in ruste die zich gaat voordoen als potentiële investeerder in Noord-Korea. En een voormalige geheimagente van MI5, Annie Machon, die zowel deze Mr. James als de mol na afloop grondig gaat debriefen. Zie daar de opzet voor de real life-spionagefilm The Mole (125 min.), waarin (waarschijnlijk) niemand is zoals hij/zij zich voordoet.

En net als in eerdere films als The John Dalli Mystery en Cold Case Hammarskjöld claimt Mads Brügger hoogstpersoonlijk de vertellersrol. In Engelstalige voice-overs met een moddervette Deense tongval, die welhaast net zo herkenbaar is als het Sauerkraut-Engels van zijn Duitse collega Werner Herzog. Trefzeker koerst Brügger door een internationaal schimmenspel, veelal vastgelegd met verborgen camera’s, dat zich voor een groot deel afspeelt op anonieme hotelkamers en in kale vergaderruimtes en dat soms zo grotesk lijkt dat het ongeloofwaardig wordt.

Hoe ze bijvoorbeeld het Oegandese eiland hebben gevonden om stiekem een wapenfabriek op te starten? ‘Google’, antwoordt Mr. James met een grote grijns op zijn gezicht. Mads Brügger heeft er achteraf wel spijt van dat hij de nepinvesteerder daarna naar China heeft laten vertrekken, waar zijn leven wellicht gevaar loopt. ‘Maar Mr. James is een man die van actie houdt en ik ben een filmmaker die van sensatie houdt. Dus is hij maar gegaan.’

Het is zulke onmiskenbare zelfspot, waarmee zijn serieuze onderzoeksjournalistiek een absurdistisch vernislaagje krijgt, die ook deze nieuwste ambitieuze onderneming van Mads Brügger kenmerkt. Daarmee reikt hij ditmaal niet zo enorm hoog als in bijvoorbeeld zijn onderzoek naar de dood van Verenigde Naties-topman Dag Hammarskjöld – ook doordat The Mole wel erg veel schimmige beelden van schimmige mannen op schimmige locaties bevat – maar laat hij opnieuw zien dat hij een geweldige neus heeft voor waar het stinkt.

Aan het eind resteert alleen nog steeds de vraag: wie is The Mole nu werkelijk? Wat heeft hij in al die jaren precies uitgevreten? En waarom ook alweer?

The John Dalli Mystery

VPRO

Afgelopen week maakte de premier van Malta bekend dat hij in januari aftreedt. Hij is de zoveelste lokale functionaris die in de nasleep van de moord op de onderzoeksjournaliste Daphne Caruana Galizia in 2017 het veld moet ruimen.

Galizia speelt ook een prominente rol in The John Dalli Mystery (59 min.) van Jesper Rønde. In deze documentaire onderzoekt het kekke journalistenduo Mads Brügger en Mikael Bertelsen de achtergronden van het corruptieschandaal rond de Maltese politicus John Dalli, die in 2012 moest aftreden als eurocommissaris.

Is Dalli het slachtoffer van een complot of smeedt hij deze complotten juist zelf? Die vraag drijft deze bijzonder vermakelijke film, waarin ook nog de nodige tegels worden gelicht. Gedegen onderzoeksjournalistiek dus, vermomd als absurd theater.

Het is een vorm die Mads Brügger dit jaar ook gebruikte in Cold Case Hammarskjöld, zijn overrompelende zoektocht naar wat er toch is gebeurd met Dag Hammarskjöld. De secretaris-generaal van de Verenigde Naties kwam in 1961 om bij een mysterieus vliegtuigongeluk.

The John Dalli Mystery kan met terugwerkende kracht worden beschouwd als een fijne voorstudie.

Cold Case Hammarskjöld

‘Om eerlijk te zijn ben ik nooit echt geïnteresseerd geweest in de nalatenschap van Dag Hammarskjöld’, bekent filmmaker Mads Brügger halverwege zijn film over de mysterieuze dood van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, bij een vliegtuigongeluk in 1961 in de voormalige Britse kolonie Noord-Rhodesië. ‘Omdat de meeste mensen nooit van hem hebben gehoord. En als je hem ziet komt hij over als een sullig personage uit een romantische komedie.’

Hij vervolgt: ‘Voor mij was Dag Hammarskjöld vooral een vrijbrief om alle dingen te doen die ik leuk vind: Belgische huurlingen opsporen, verhalen vertellen over volledig in wit geklede slechteriken, een schoppenaaskaart die wordt gevonden op plaatsen delict, geruchten over geheime Afrikaanse organisaties… Daarom ben ik op deze trein gesprongen, niet wetende waarheen die me zou leiden.’

Die bekentenis is Brügger ten voeten uit. Terwijl hij samen met onderzoeker Göran Björkdahl Hammarskjölds dood (was het moord? Een samenzwering misschien?) helemaal uitpluist, toont hij regelmatig zijn absurde gevoel voor humor. Als ze bijvoorbeeld met een metaaldetector op zoek willen gaan naar het wrak van Hammarskjölds neergestorte vliegtuig, legt hij alvast twee sigaren klaar. Voor het geval dat ze dat vliegtuigwrak nog zouden vinden ook.

Cold Case Hammarskjöld (127 min.) is sowieso een bijzondere film: een verdomd knap staaltje onderzoeksjournalistiek, op een speelse en avontuurlijke wijze vormgegeven. Zo kiest Brügger niet voor een reguliere voice-over om zijn vertelling te structureren, maar dicteert hij zijn verbindende teksten aan twee donkere secretaresses, die deze braaf uittypen. Waarom twee en niet één secretaresse? Dat weet de filmmaker zelf ook niet, bekent Brügger in een soort meta-voice-over waarin hij zijn eigen rol tijdens het maken van de documentaire belicht.

Gaandeweg komen Brügger en Björndahl in Zuid-Afrika een huiveringwekkend complot van witte nationalisten op het spoor, waarmee deze fascinerende documentaire tot een krachtige climax wordt gebracht. Waarbij Dag Hammarskjöld inderdaad niet meer dan een begin- en eindpunt is voor het ‘stranger than fiction’-verhaal dat Mads Brügger hier op onnavolgbare wijze vertelt.