De Onbekende Bevrijders

Omroep Max

Eindelijk is het zover: de berging van de Vickers Wellington Ic T2990 KX-T bij het Noord-Hollandse Nieuwe Niedorp kan beginnen. De bommenwerper van de Britse Royal Air Force (RAF), op de terugweg na een missie in Bremen waarbij enkele fabrieken en een spoorwegterrein onschadelijk waren gemaakt, werd op 23 juni 1941 neergehaald door een Duitse jachtvlieger. Alleen piloot en gezagvoerder Vilém Bufka overleefde de crash. De andere vijf bemanningsleden, allen lid van een speciale Tsjechische eenheid van de RAF, kwamen om het leven.

Ruim tachtig later hopen de bergers deze mannen aan te treffen op de crashlocatie. In De Onbekende Bevrijders (51 min.) documenteert Gisèla Mallant niet alleen de vliegtuigberging en wat dit in de directe omgeving losmaakt. Met historici, familieleden, ooggetuigen en overlevenden uit het 311 Squadron zoomt ze ook in op  de missie van het vliegtuig en de levensverhalen van de crewleden. Na de annexatie van Tsjechoslowakije door Duitsland waren die hun land ontvlucht. Ze wilden eerst een eigen legioen vormen binnen het Franse leger, maar kwamen uiteindelijk bij de RAF terecht.

Zorgvuldig brengt deze gedegen documentaire, een vervolg op Mallants film Liever Dood Dan Vermist (2018), dit vergeten stukje Tweede Wereldoorlog weer onder de aandacht. Het verhaal van gedreven mannen die zich weigerden neer te leggen bij de hegemonie van het Derde Rijk en naar de andere kant van Europa reisden, om zich daar aan te sluiten bij de geallieerde strijdkrachten. In totaal zouden tijdens de oorlog zo’n 2500 Tsjechen in de Britse Royal Air Force dienen. Zij speelden een essentiële rol in de luchtoorlog met de Duitsers en uiteindelijk ook de bevrijding van Europa.

De vermiste vliegers van de Vickers Wellington Ic T2990 KX-T zouden die nooit meemaken. Ze sneuvelden al aan het begin van de oorlog. Ver weg van alles wat hen lief was, in een uithoek van de geschiedenis. Daar lagen ze sindsdien in of bij het neergestorte vliegtuig, hun anonieme graf. En daar waagt de Nederlandse Bergings- en identificatiedienst Koninklijke Luchtmacht (BIDKL) nu een ultieme poging om deze vergeten helden te vinden. Zodat ze daarna een allerlaatste reis naar huis kunnen maken, naar families waarbij ze nog altijd in de herinnering voortleven.

Real Madrid: Until The End

Apple TV+

De topspelers Cristiano Ronaldo, Sergio Ramos en Raphaël Varane zijn vertrokken. Coach Zinedine Zidane heeft de handdoek in de ring gehooid. En het befaamde stadion Santiago Benabéu staat in de steigers. Nee, slechter kan het niet gaan met Real Madrid, een voetbalclub die alleen het allerhoogste nastreeft en die na een vrijwel ongeëvenaarde succesperiode halverwege 2021 op een dood spoor lijkt te zijn aanbeland.

Een ideaal moment dus voor een ervaren coach, de kiene prijzenpakker Carlo Ancelotti, om in te stappen en het oude Madrid dood te verklaren, zodat een nieuw Real kan opstaan. Een ideale uitgangspositie ook voor een meeslepende docuserie over het seizoen 2021-2022 van de Spaanse topclub. Een beetje voetballiefhebber weet natuurlijk hoe dat gaat aflopen. Waarbij het meteen de vraag is of Real Madrid: Until The End (166 min.) er ook zou zijn gekomen als ‘De Koninklijke’ in eigen land was afgetroefd door FC Barcelona, met de staart tussen de benen vroegtijdig de Champions League had moeten verlaten en Ancelotti tijdens een hete herfst de zak zou hebben gekregen? Op z’n Sunderland ‘Til I Die’s, zogezegd.

Maar nee, na enkele smadelijke nederlagen, zowel in eigen land als in Europees verband, hervindt El Real zich natuurlijk en wordt deze driedelige serie van Jésus Marcos en Pablo Pasada een ‘himmelhoch jaugzend’ verslag van een on-ge-lo-fe-lijk succesverhaal. Waarbij de ‘comeback kids’ van Carlo Ancelotti menigmaal door het oog van de naald kruipen, zich steeds uit geslagen positie terugvechten en aan het eind dus die ‘Cup met de Grote Oren’ in de lucht mogen houden. En dat willen de topcoach, zijn spelers en voorzitter Florentino Pérez, onlangs nog in een heel andere rol te zien in de ontluisterende miniserie Super League: The War For Football, maar al te graag weten.

Deze serie staat natuurlijk bol van de enerverende wedstrijdbeelden, wordt (met een eindeloze stroom platitudes) ingekaderd door clubcoryfeeën zoals Raúl, Roberto Carlos en Mijatovic en de (blijkbaar) onvermijdelijke voetbalkenners en laat een erg uitleggerige verteller vervolgens alle nog rondslingerende verhaallijntjes aan elkaar verbinden. En dan is er ook nog gelegenheid om in te zoomen op individuele spelersverhalen: van aanvoerder Karim Benzema (die eindelijk niet meer in Ronaldo’s schaduw hoeft te staan), ‘Dreh & Angelpunkt’ Luka Modric (met prachtige beelden van hoe hij in de kleedkamer een grote overwinning viert) en de Braziliaanse vleugelspeler Vinicius Jr. (die eindelijk zijn belofte inlost).

Elke aflevering wordt ingeleid door alweer zo’n Koninklijk icoon (David Beckham), is gecentreerd rond een heroïsch Champions League-duel en lijkt uiteindelijk toch vooral bedoeld ter meerdere eer en glorie van de club, die natuurlijk – geen mens die daaraan twijfelt – véél groter is dan alle verzamelde individuen. De goede verstaander weet inmiddels meer dan genoeg: Real Madrid: Until The End is spekkie voor het bekkie, of toch écht een beetje te veel – laten we het zo maar formuleren – ‘Super League’ voor de gewone huis, tuin & keuken-supporter.

Prins Bernhard

Videoland

Het verhaal is te mooi om niet opnieuw te worden verteld.

Over de armlastige Duitse edelman die in 1937 ‘omhoog trouwde’ en een Nederlandse prins werd. Een onverzadigbare charmeur die er in de hele wereld liefjes – en kinderen – op nahield. De ritselaar die het z’n hele leven niet al te nauw nam met de regeltjes. Een man van de wereld met oog voor het goede leven en een gigantisch gat in zijn hand. De oorlogsheld die na de Lockheed-affaire geen uniform meer mocht dragen. Een fervente jager die het boegbeeld van het Wereld Natuur Fonds werd. En – niet te vergeten – de bon vivant die (op z’n minst een beetje) model zou hebben gestaan voor het personage James Bond.

Als één Nederlander zich leent voor zijn eigen documentaire, dan is het Prins Bernhard (132 min.). Zoals er ook al talloze biografieën en series zijn gewijd aan Bernhard van Lippe-Biesterfeld (1911-2004) en zijn echtgenote, koningin Juliana. De schrijvers daarvan – Annejet van der Zijl, Jolande Withuis, Gerard Aalders, Marc van der Linden en Jutta Chorus – leveren ook stuk voor stuk een bijdrage aan deze driedelige serie van Joost van Ginkel, die met oud-premier Dries van Agt, Bernards nooit erkende dochter Mildred Zijlstra en allerlei intimi sowieso sterk is bezet. Al schittert de Koninklijke familie zelf natuurlijk door afwezigheid.

De documentairemaker serveert alle smeuïge anekdotes, scherpe observaties en ferme conclusies in hoog tempo uit in hapklare hoofdstukjes en stut die met heerlijk archiefmateriaal, illustratieve scènes en tekeningen uit de aan Bernhard gewijde strip Agent Orange. Van Ginkels toon is over het algemeen kritisch, maar hij heeft ook oog voor ‘s mans charmes en verdiensten. Met een wel erg frivole soundtrack – waarin het ene op het andere voor de hand liggende hitje volgt, liefst met een héél toepasselijke tekst – maakt hij het larger than life van zijn hoofdpersonage bovendien toegankelijk voor een groot publiek.

Al die input over een eeuwige kwajongen, netjes op een rijtje gezet en ingekaderd, resulteert weliswaar niet in nieuwe inzichten over de man die in zijn eigen avonturenroman leefde, maar brengt hem, een kleine twintig jaar na zijn dood op 93-jarige leeftijd, wel weer helder in het vizier. Als de belichaming van prinsheerlijk leven – en het mooie verhaal dat nodig weer eens verteld moest worden.

De Koninklijke Republiek

Amstelfilm

Slechts 26 musici hebben er in de 135 jaar dat Het Koninklijke Concertgebouworkest nu bestaat deel uitgemaakt van de pauken- en slagwerkgroep. En nu gaat één van de vijf leden van dit eliteteam, eerste paukenist Nick Woud, na een dienstverband van twintig jaar met pensioen. Kan het hechte collectief, dat volgens de vermaarde dirigent Bernard Haitink ‘een eigen republiek binnen het orkest’ vormt, een waardige vervanger vinden?

Terwijl het afscheid van hun ervaren collega steeds dichterbij komt portretteert regisseur Carmen Cobos de individuele leden, camaraderie en liefde voor muziek van De Koninklijke Republiek (85 min.). Uit dit broederschap – dat in de toekomst wellicht, wie weet, een zusje zal gaan toelaten – weerklinkt een uitgesproken ‘niemand is groter dan de club’-gevoel, dat raakt, vertedert en tot de verbeelding spreekt.

Ook, of júist, voor wie nooit uitgebreid heeft gedelibreerd over de dienende positie van de pauken- en slagwerksectie binnen een symfonieorkest, bij wie niet direct een lampje gaat branden als de naam Mariss Jansons (befaamde Letse dirigent, ruim tien jaar chef-dirigent bij het Concertgebouworkest) weer eens valt en die zelfs niet à la minute melodieën begint te neuriën bij afkortingen zoals Tsjaikovski Four of Mahler Five.

Met zowel oog voor de mens en groep als oor voor de muziek en de specifieke rol daarbinnen van de pauken en het slagwerk dringt Cobos door tot dit kleine en boeiende universum en zet enkele musici die doorgaans op de achtergrond blijven eens vol in het licht. Zoals bijvoorbeeld de jonge paukenist Tomo uit Japan, die niet eens zo lang geleden nog een selfie maakte met wijlen Bernard Haitink en inmiddels is doorgedrongen tot diens republiek.

‘Als wij iemand nieuw in de groep krijgen, dan weet je dat hij goed pauken kan spelen’, zegt slagwerker Herman Rieken. Daarnaast is er echter de persoonlijke connectie. Die speelt tijdens de audities voor een nieuw lid alleen geen enkele rol. Het moet volgens zijn collega Mark Braafhart iemand worden ‘met een bepaald gevoel, een bepaalde empathie en een bepaalde intelligentie voor wat we hier doen, wat we hier hebben en wat we hier delen.’

Want samen gaan ze weliswaar de taal van de muziek spreken, maar gaan ze vooral ook een werkruimte, instrumentarium en leven delen. En dat zal uiteindelijk bepalen of de republiek van het slagwerk, ook met een nieuwe collega in de gelederen, in zijn huidige hoedanigheid kan blijven voortbestaan.