The London Railway Murders

Videoland

De nacht is van ons, scanderen Londense vrouwen halverwege de jaren tachtig. De ‘Women Against Rape’ zijn de straat opgegaan om aandacht te vragen voor een serieverkrachter die nu al enkele jaren huishoudt in hun stad. Deze ‘Railway Rapist’ attaqueert zijn slachtoffers in de buurt van treinstations. Er worden inmiddels ruim twintig aanvallen aan hem toegeschreven. Al snel blijkt dezelfde man ook in verband te kunnen worden gebracht met de moorden op de jonge vrouw Alison Day en een vijftienjarig Nederlands meisje, Maartje Tamboezer.

De politie stuit op een verdachte, John Francis Duffy, die op basis van zijn kille ‘laserogen’ ook kan worden geïdentificeerd door slachtoffers. Hij wordt in 1988 daadwerkelijk veroordeeld. Tot een levenslange gevangenisstraf. Case closed, zo lijkt het. Tien jaar later wordt de Britse rechercheur Caroline Murphy echter geconfronteerd met een aantal verkrachtingszaken in Hampstead Heath, die toch wel heel erg aan Duffy doen denken. Zit hij nog steeds in de zwaarbewaakte Whitemoor-gevangenis? Of is er misschien een ‘copycat’ of handlanger actief geworden?

In de tweedelige true crime-docu The London Railway Murders (90 min.) ontleedt Naomi Pallas de twee reeksen misdrijven en bekijkt samen met de betrokken politiemensen en enkele deskundigen of die misschien gerelateerd zijn. Daarbij hebben ze in 1998 een nieuw bewijsmiddel tot hun beschikking: DNA. En Duffy zelf kan eveneens worden gebruikt als een belangrijke informatiebron. Óók in deze gedegen vertelling, die steeds op en neer springt tussen de oorspronkelijke verkrachtingen en moorden in de jaren tachtig en de heropening van het onderzoek daarnaar, ruim tien jaar later.

En dat behelst óók het opnieuw benaderen van slachtoffers van vreselijk seksueel geweld, voor wie ook de aangifte bij de politie en de argwaan waarmee ze toen zijn benaderd soms traumatiserend heeft gewerkt.

Ace Of Base: All That She Wants

SkyShowtime

In Zweden zit begin jaren negentig helemaal niemand op Ace Of Base te wachten en wordt de popgroep uit Göteborg geregeld afgezeken in de muziekpers. In het buitenland wordt het viertal – twee jongens, twee meisjes – juist onthaald als de nieuwe ABBA. Ulf, zijn vriend Jonas en diens zussen Jenny en Malin zullen in totaal vijftig miljoen platen verkopen en kneiterhits als All That She Wants, The Sign en Beautiful Life scoren.

Binnen de groep begint het echter al snel te broeien: nadat er keihard is gewerkt, zo hard dat ‘t ongezond wordt, trekken de songschrijvende jongens erop uit in hun privéjachten. De zingende zussen Berggren, die zijn ingezet als het uithangbord van Ace Of Base en dus voortdurend in de spotlights staan, hebben echter aanzienlijk minder verdiend. En dat begint steeds meer te steken. Zij willen ook liedjes gaan inbrengen.

Ruim dertig jaar later is meteen duidelijk dat de onderlinge verhoudingen nog altijd niet zijn hersteld. Ulf Ekberg heeft zijn voormalige partner in crime Jonas Berggren al enkele jaren niet meer gezien. Diens zus Jenny spreekt ie hooguit eenmaal per jaar. En Malin is helemaal uit beeld verdwenen. Ook in de driedelige serie Ace Of Base: All That She Wants (123 min.) zal de blonde frontvrouw schitteren door afwezigheid. Bijna dan.

Regisseur Jens von Reis moet zich voor zijn reconstructie van de Ace Of Base-tijd verlaten op Ulf Ekberg en Jenny Berggren, die later een solocarrière is begonnen. Hij stut hun herinneringen, verbeeld met (niet eerder vertoond) archiefmateriaal, met quotes van allerlei profi’s uit de muziekbusiness, waaronder tijdgenoot Wyclef Jean (Fugees) en de Joop van den Ende van de Amerikaanse popmuziek, platenhoncho Clive Davis.

Zo ontstaat een redelijk standaardverhaal over de opkomst en ondergang van een popgroep – ‘een schoolvoorbeeld van hoe je een band kapotmaakt’, aldus Ulf – dat nochtans enkele opvallende pijnpunten oplevert: ’s mans eigen dubieuze achtergrond, een mesaanval door een verwarde fan en een zangeres, Malin ‘Linn’ Berggren, die op eigen verzoek van het toneel verdwijnt – wat jarenlang slim wordt gemaskeerd.

Echt diep gaat Von Reis daar niet op in. Hij houdt zich vast aan zijn centrale verhaallijn: een groep die met enkele catchy niemendalletjes wereldhits scoort en dan langzaam desintegreert. Totdat elk nieuw album en elke nieuwe single niet meer dan een verplicht nummer zijn geworden. Zo koerst deze vlotte miniserie af op een lekker ongemakkelijke finale, waarin Ace Of Base nog een allerlaatste gouden plaat krijgt overhandigd.

Flight 149: Hostage Of War

SkyShowtime

Vlucht 149 van British Airways, vertrokken vanuit Heathrow Airport in Londen, zal op 2 augustus 1990 een uur halt houden in Koeweit City en daarna doorvliegen naar de Indiase stad Madras. Al snel merken de passagiers en crewleden van het Britse vliegtuig echter dat de luchthaven van Koeweit onder vuur wordt genomen. Niet gek: buurland Irak is net binnengevallen bij het oliestaatje. Ze zijn midden in een oorlogssituatie terechtgekomen, die bijna vraagt om ingrijpen door de Verenigde Staten en Groot-Brittannië.

Ruim dertig jaar later leeft bij de inzittenden van het toestel nog altijd de vraag waarom de Britse regering en luchtvaarmaatschappij niet hebben voorkomen dat een regulier passagiersvliegtuig midden in een invasie terechtkwam. In Flight 149: Hostage Of War (90 min.) volgt Jenny Ash de aanloop naar de rechtszaak die een aantal direct betrokkenen willen aanspannen om klaarheid in deze zaak te brengen. In gesprek met de juristen Jennifer Sayles en Jack Beeston blikken zij terug op de maanden waarin zij gegijzeld waren. Deze gesprekken – en het nogal nadrukkelijk geënsceneerde overleg op het betrokken advocatenkantoor McCue Jury & Partners – worden behalve met archiefbeelden van het schrikbewind van de Iraakse dictator Saddam Hoessein, diens brutale aanval op Koeweit en de gevolgen daarvan ook geïllustreerd met gereconstrueerde scènes.

Zo wordt een krasse voetnoot bij de aanloop naar de eerste Golfoorlog, die half januari 1991 onder de naam Desert Storm definitief zou losbarsten, aan de vergetelheid ontrukt. En dat roept nog altijd fundamentele vragen op: waarom boden de Britten de Iraakse agressor zo’n vierhonderd onschuldige burgers, waarmee Hoessein goede sier kon maken en die hij desgewenst ook kon inzetten als menselijk schild dan wel kannonnenvoer, op een presenteerblaadje aan? Was de regering van Margaret Thatcher er werkelijk niet van op de hoogte dat een Iraakse aanval op Koeweit aanstaande was? En wie waren dan de geheimzinnige mannen die anoniem meereisden op Vlucht 149 naar Koeweit City en die zich The Increment noemden? De bemanning, passagiers en hun familieleden willen dat de waarheid boven tafel komt.

En Jenny Ash zet hun zaak, over een traumatische periode die nog faltijd opspeelt in hun huidige levens, kracht bij met deze gedegen film.

A Deadly American Marriage

Netflix

Afhankelijk van welke lezing van de feiten prevaleert tijdens de rechtszaak is Jason Corbett een gewelddadige echtgenoot die alleen met een honkbalknuppel en baksteen was te stoppen of een onschuldige man die rücksichtslos van het leven en zijn kinderen werd beroofd door zijn tweede echtgenote en haar vader. Die feiten zijn ronduit gruwelijk. Op 2 augustus 2015 wordt de 39-jarige Ierse zakenman zo toegetakeld dat Alan Martin, een openbaar aanklager met dertig jaar ervaring, er nog van volschiet.

Wie daarvoor verantwoordelijk zijn lijdt geen twijfel: Molly Martens en haar vader, de gepensioneerde FBI agent Tom Martens. Zij houden in A Deadly American Marriage (102 min.) evenwel staande dat er sprake was van noodweer. Tegelijkertijd zijn Jasons zus Tracey en haar echtgenoot David ervan overtuigd dat zij Corbett doelbewust hebben afgeslacht, om de voogdij over diens kinderen Jack en Sarah te kunnen krijgen. En Jasons kinderen? Die dreigen een speelbal van de verschillende partijen te worden.

Het drama, dat pas onlangs definitief (?) is afgehandeld wordt in zekere zin al in november 2006 in gang gezet. Dan overlijdt Jasons eerste vrouw Mags, de biologische moeder van Jack en Sarah, plotseling na een astma-aanval. De rouwende weduwnaar uit Janesboro, in het Ierse graafschap Limerick, krijgt hulp van een Amerikaanse au pair, die niet alleen voor zijn kinderen begint te zorgen. Jason is als was in de handen van de veel jongere Molly, die hem tot een huwelijk en verhuizing naar de VS weet te verleiden.

Daar, in Meadowlands, North Carolina, zou de relatie al snel zijn verzuurd. Afhankelijk van wie er over die tijd vertelt ontwikkelde Jason Corbett een serieus woedeprobleem, dat voor zeer bedreigende situaties zorgde en blijkbaar alleen met uitzinnig geweld was te stoppen. Óf bleek zijn voormalige vrouw Molly toch een geslepen intrigante, die haar zinnen had gezet op Jasons kinderen en toen ze haar positie dreigde te verliezen haar toevlucht nam tot zéér oneigenlijke methoden. Met moord als tragisch eindstation.

Als buitenstaander word je in deze slim opgebouwde en uitgeserveerde true crime-docu van Jenny Popplewell en Jessica Burgess steeds heen en weer geslingerd tussen twee volstrekt tegengestelde versies van de werkelijkheid, waarbij één van de twee partijen de waarheid aan z’n zijde heeft en de andere er schaamteloos mee woekert. Maar welke dan: de Martensen of toch de Burgesses? En hoe slaagt de andere kant er dan in om tien jaar na dato nog altijd met een stalen gezicht keiharde leugens te verkondigen?

Die balanceeract werkt in A Deadly American Marriage wonderwel en dwingt de kijker om z’n eigen veronderstellingen en vooroordelen onder de loep te nemen – al is aan het einde ook wel duidelijk aan welke zijde de makers staan.

In Vogue: The 90s

Disney+

Het duurt welgeteld twintig seconden voordat ze in de zesdelige serie In Vogue: The 90s (281 min.) het beeld instapt: Anna Wintour, de almachtige hoofdredacteur van de Amerikaanse editie van het modetijdschrift Vogue. Zoals altijd is ze uit duizenden herkenbaar: zuinig gezicht, kolossale zonnebril, strakke boblijn en een elegante outfit. Met de ene vinger aan de pols bij de ‘Zeitgeist’ en de andere in de richting van waar het, sneller dan wie dan ook in de gaten heeft, straks gaat gebeuren.

Zij wikt en beschikt over wat er toe deed, doet en gaat doen. Anna’s wil is wet, al zeker veertig jaar. Zij maakte zich bijvoorbeeld eind jaren tachtig sterk voor de nieuwe popster Madonna op de cover, maar moest dan weer niets hebben van grunge in Vogue. Zij zag even later in John Galliano een beeldbepalende ontwerper die wel een steuntje in de rug kon gebruiken, maar kon in eerste instantie Alexander McQueens bloed wel drinken nadat hij haar bij één van zijn shows buiten had laten wachten. En zij bracht hoogstpersoonlijk The Met Gala naar een hoger plan, maar had wel even tijd nodig om met haar trendy magazine de uitbundige hiphopcultuur te omarmen.

Zo wandelt deze miniserie van Jane Preston langs allerlei onderwerpen die de mode-industrie in de jaren negentig in hun greep hielden. Van het tijdperk van de supermodellen, ‘heroin chic’ en de opkomst van Stella ‘de dochter van’ McCartney tot de moord op Gianni Versace, ‘ghetto fabulous’ en Liz Hurleys weinig verhullende jurk bij de première van de film Four Weddings And A Funeral. ‘I announced that ‘the body’ was back’, stelt Wintour over dat laatste, ‘and that we were moving into a different era of fashion.’ Die deelonderwerpen zijn doorgaans elders al eens behandeld – en soms ook grondiger – maar worden hier netjes op een rijtje gezet en in een groter kader geplaatst.

Behalve Wintour zelf, leden uit haar directe entourage en ontwerpers zoals Marc Jacobs, Jean Paul Gaultier, Tommy Hilfiger, Misa Hylton en Donna Karan doen daarbij natuurlijk ook talloze topmodellen hun zegje: Claudia Schiffer, Naomi Campbell, Kate Moss, Linda Evangelista, Tyra Banks en Jenny Shimizu bijvoorbeeld. En om de sterrenparade helemaal compleet te maken hebben ook Kim Kardashian, Gwyneth Paltrow, Sarah Jessica Parker, Victoria Beckham, Claire Danes,  Missy Elliott, Baz Luhrmann, Mary J. Blige, Nicole Kidman en Hillary Clinton plaatsgenomen voor de camera om kond te doen van hun ervaringen met Vogue – en nog eens met verve hun eigen publieke zelf te spelen.

Het zegt iets over de schaal van deze documentaireproductie – waarbij Wintour zelf natuurlijk een flinke vinger in de pap heeft gehad – en de bedoeling ervan: het vieren van American Vogue’s rol en positie in de hedendaagse modewereld. Want wat er ook gebeurt op de cover, catwalk of fotoset, het vindt altijd zijn weg naar het grote publiek via die dekselse Anna Wintour en haar tijdschrift. Als zij in beeld komt – en dat weet ze zelf maar al te goed – gebeurt er iets – en, denkt een buitenstaander er wellicht bij, buigt de rest ook wel erg deemoedig het hoofd en luistert. Waarbij niemand meer lijkt/durft te kijken naar de kleren van de Keizerin.

Zoals ook The Devil Wears Prada – het boek dat Wintours voormalige assistente Lauren Weisberger in 2003, drie jaar te laat dus voor deze serie, uitbracht en dat werd verfilmd met Meryl Streep als de ijzige hoofdredactrice van een modetijdschrift – natuurlijk geheel onvermeld blijft.

What Jennifer Did

Netflix

Je hoeft geen geoefende true crime-kijker te zijn om te kunnen bedenken in welke richting de Canadese politie gaat zoeken als het huis van de familie Pan in Markham, Ontario, op 8 november 2010 wordt overvallen. De daders vermoorden moeder Bich en laten vader Hann met een ernstige hoofdwond in coma achter, terwijl de dochter des huizes ongedeerd is gebleven. Kijk gewoon naar de titel en promofoto van deze docu: zij moet op de één of andere manier betrokken zijn bij wat er zich heeft afgespeeld, maar hoe dan en waarom?

Deze film van Jenny Popplewell (American Murder: The Family Next Door) begint bij het eerste verhoor van Jennifer Pan, als de agent van dienst er nog simpelweg van uitgaat dat de jonge Aziatische vrouw het slachtoffer is geworden van een huiveringwekkende misdaad, waarbij in elk geval haar moeder om het leven is gekomen. Tegelijkertijd zijn er audio-opnamen te horen van hoe zij in blinde paniek de meldkamer van 911 belt om de gewelddadige overval te melden. Gaandeweg ontspint zich daarna Pans levensverhaal.

Als kind van Vietnamese immigranten is Jennifer bijzonder streng opgevoed. Haar ouders moesten bijvoorbeeld niets hebben van het vriendje dat ze mee naar huis wilde nemen. Danny Wong was in verband gebracht met drugshandel en sowieso niet goed genoeg voor hun dochter. Zij hadden een serieuze academische carrière in gedachten voor Jennifer. Het was echter nog maar de vraag of hun dochter, tevens een zeer getalenteerde pianiste, zulke ambities kon en wilde waarmaken.

Stukje bij beetje onthult Popplewell met de betrokken rechercheurs, enkele bronnen uit Jennifers directe omgeving en de verhoren van Pan en ex-vriend Danny, opgeleverd met de verplichte verhaalwendingen en spannende geluidjes en muziekjes, het verhaal achter het verhaal van de gewelddadige overval op de Pans. Als alle lijken eenmaal uit de kast zijn gekomen – wees gerust: niet letterlijk – komt de hele zaak inderdaad neer op What Jennifer Did (87 min.).

Jenny Popplewells documentaire is overigens enigszins in opspraak geraakt vanwege foto’s van Jennifer die zouden zijn gemaakt/gemanipuleerd met Artificial Intelligence. Zónder dat dit erbij wordt vermeld.

De Jurk En Het Scheepswrak

NTR

Het lijkt zowaar een maagdelijk scheepswrak, dat nog nooit door andere duikers of jutters is bezocht. De leden van duikclub Texel kunnen hun ogen in 2014 nauwelijks geloven. Ze treffen het zogenaamde ‘Palmhoutwrak’ aan in de Waddenzee. Al snel vinden ze in het wrak een kist. ‘Een inbreker wil in de kluis kijken’, legt Hans Dijker uit. ‘En wij willen in de kist kijken. Dat is het schat zoeken, zeg maar.’ De Texelse duikers vinden er boeken, porselein, zilver én een puntgave jurk uit de zeventiende eeuw. En die gaat, net als al die andere spulletjes, gewoon mee naar huis. Bizar, vindt clublid Annet van Boven dit, als ze eraan terugdenkt. ‘Ik had ‘m aan kunnen doen!’

‘Heb je dat wel eens gedaan stiekem?’, vraagt Arnold van Bruggen, maker van de puike driedelige docuserie De Jurk En Het Scheepswrak (142 min.). ‘Nee’, reageert Annet direct. ‘Heel jammer.’ Ze zoekt even naar woorden. ‘Ik weet nog dat de jongens op een gegeven moment zeiden: doen hem eens an.’ Die kans laat ze echter toch maar lopen. Later realiseren de duikers zich pas hoe bijzonder dat is: een jurk die vierhonderd jaar onder water heeft gelegen. Directeur Corina Hordijk van het plaatselijke museum Kaap Skil weet meteen: dit is ónze Nachtwacht, één van de mooiste archeologische onderwatervondsten ter wereld.

De hele wereld duikt er inderdaad bovenop en begint ook meteen kritische vragen te stellen: mag je je zulk cultureel erfgoed bijvoorbeeld zomaar toe-eigenen? De eilanders vinden dat de vondst beslist bij Texel hoort, maar dat krijgen ze aan ‘overkanters’ bijna niet uitgelegd. Jenny Tiramani, directeur van de London School of Historical Dress, kan eerst bijvoorbeeld moeilijk geloven dat de jurk echt is, maar wil ‘m later toch maar al te graag onderzoeken. Zonder de Texelse amateurs waren alle vondsten uit het schip verloren gegaan, realiseert ze zich, maar tegelijkertijd is ze als wetenschapper ‘absoluut ontzet’ over de manier waarop ze naar boven zijn gebracht.

Daarmee tekent zich rond Het Palmhoutwrak en z’n lading een klassieke cultuurclash af, tussen archeologen, kunstkenners, historici en ambtenaren enerzijds en de Texelse vrijbuiters en hun pleitbezorgers anderzijds. Die scheiding der geesten loopt ook dwars door De Jurk En Het Scheepswrak en maakt de miniserie zo aantrekkelijk. Met vaste hand, oog voor detail en gevoel voor sfeer schetst Van Bruggen twee afzonderlijke werelden – allebei op hun eigen manier intrigerend en visueel aantrekkelijk, bevolkt bovendien door kleurrijke personages – die met elkaar moeten communiceren, ook al spreken ze verschillende talen en hangen ze ook andere waarden aan.

En als de jurk dan toch huiswaarts lijkt te komen – naar Texel dus, museum Kaap Skil – dringt de vraag zich op: kun je zo’n eeuwenoud kledingstuk eigenlijk wel exposeren, zonder het onherstelbare schade toe te brengen?

Eind 2025 verscheen er een vervolg op deze miniserie: De Redders Van Het Scheepswrak.

Talked To Death – The Dark Side Of Daytime Talk Shows

HBO

‘Ze is een liegende hoer die je zo een mes in je rug steekt’, zegt Stephanie over haar beste vriendin en huisgenoot in The Geraldo Rivera Show. Delora zit er gewoon naast, in een aflevering genaamd ‘Friendship Becomes A Battleship’. ‘Ze is naar bed geweest met de echtgenoot van mijn zus’, fulmineert Stephanie, ‘die trouwens ook de vader van mijn kind is.’ Uitroepteken. Delora hoort de verwijten ondertussen schaapachtig aan.

Senior producer Kevin McMahon bekijkt het gênante tafereel goedkeurend vanuit de regieruimte: dit is het spektakel dat ze willen bij Geraldo. Toch ontbreekt er nog iets aan het segment van de trashy talkshow. En de verantwoordelijke redacteur Alyx Sachs weet dat maar al te goed: de twee vriendinnen behoren nu op zijn minst te schreeuwen tegen elkaar. Ze belt met de studiovloer: ‘Moet ik even komen om dat voor elkaar te krijgen?’

Na het reclameblok, waarin Sachs Delora vermanend heeft toegesproken, komt de jonge vrouw die voor van alles is uitgemaakt een héél klein beetje los. Al moet Geraldo daar wel zelf aan te pas komen. De talkshowhost met de karakteristieke snor slaat een arm om Delora heen en geeft haar begripvol het woord. Echt veel komt er alleen niet uit. Sachs blijft ontevreden. Met twee duimen omlaag begeleidt ze vanuit de regieruimte het einde van de show.

Op naar de volgende uitzending. Een prikbord verraadt wat er op de planning staat bij The Geraldo Rivera Show: ‘My daughter dates criminals’, ‘Underaged, Oversexed, Out Of Control’ en ‘Raped and pregnant by grandpa’. Exemplarische onderwerpen voor zo’n typisch Amerikaanse trashtalkshow uit de jaren negentig. De essentie daarvan werd ooit treffend vervat in die ene collectieve oerkreet voor de host der hosts, Jerry Springer: Jerry, Jerry, Jerry!

In de documentaire Talked To Death – The Dark Side Of Daytime Talk Shows (57 min.) uit 1997 krabt Eames Yeates het dunne laagje vernis van de ranzige praatshows die destijds in de hele wereld bijzonder populair waren. Hoewel de grote kanonnen – Jerry Springer, Ricki Lake, Jenny Jones en Oprah Winfrey, die overigens geldt als een witte raaf binnen deze smoezelige business – ontbreken, wordt hun modus operandi glashelder.

Presentatoren als Geraldo Rivera, Phil Donahue en Maury Povich proberen nog de façade op te houden dat ze het beste voorhebben met hun gasten, maar de feiten vertellen toch echt een ander verhaal: gasten worden regelmatig onder valse voorwendselen de studio ingelokt, om daar publiekelijk te kijk te worden gezet. Met mogelijk desastreuze gevolgen, zoals een berucht geworden fragment uit The Jenny Jones Show genadeloos laat zien.

Zulke talkshows waren tegelijkertijd een weerslag van het hedendaagse Amerika en de aanjager van verdere verruwing, polarisatie en algehele debilisering binnen het publieke debat in de Verenigde Staten. Zou de opkomst van (The) Donald Trump, die zelf veelvuldig te gast was in de meest ranzige tv-programma’s, bijvoorbeeld mogelijk zijn geweest zonder de normvervaging die dagelijks op de Amerikaanse televisie was/is te zien?

Britney vs Spears

Netflix

Als het bij één beroemdheid logisch is dat documentairemakers met elkaar wedijveren om haar unieke verhaal te kunnen vertellen, dan is het bij de Amerikaanse zangeres Britney Spears. Tegelijkertijd is het bijzonder tragisch dat zij zelf, terwijl ze al enkele jaren met haar vader/curator Jamie in gevecht is om weer zeggenschap te krijgen over haar eigen leven, ook over dat verhaal weinig tot niets te zeggen heeft. Britney is van iedereen geworden. Van iedereen, behalve van zichzelf.

En dus is er na Framing Britney Spears, opvolger Controlling Britney Spears, The Battle For Britney, Toxic: Britney Spears’ Battle For Freedom en allerlei B-docu’s over dezelfde kwestie nu de ambitieuze Netflix-productie Britney vs Spears (94 min.). Documentairemaker Erin Lee Carr en Rolling Stone-journalist Jenny Eliscu, die de popster enkele keren interviewde, zijn er naar verluidt al tweeënhalf jaar geleden aan begonnen, ruim voordat de Britney-gekte van 2021 losbarstte.

Hun film verschijnt natuurlijk wel te midden van die commotie, als Spears bovendien serieuze pogingen onderneemt om af te komen van de ondertoezichtstelling waarmee ze al sinds 2008 heeft te kampen. De twee makers zijn ook niet helemaal neutraal aan hun project begonnen: Carr was als kind fan van Britney Spears en Eliscu heeft in het verleden meegewerkt aan een poging om de zangeres een verzoek te laten ondertekenen waarin ze om een nieuwe advocaat vroeg.

Het is duidelijk dat het tweetal serieuze twijfels heeft over waarom Britney Spears al jarenlang – een periode waarin ze gewoon albums maakt, blijft optreden en jurylid is in het tv-programma X Factor – onder curatele staat. Hun zoektocht naar bewijsmateriaal en documenten en de verzameling bronnen uit Spears’ directe omgeving die ze weten te verleiden om (desnoods anoniem) te getuigen maken nochtans een gedegen indruk en brengen opvallende kwesties aan het licht over de aanhoudende ondertoezichtstelling.

Britney vs Spears legt zich volledig toe op zulke onderzoeksjournalistiek en laat het verplichte carrière-overzicht, bespiegelingen over hoe de entertainmentindustrie z’n eigen sterren helemaal kan opvreten of een portret van de doldwaze #FreeBritney-beweging achterwege. Dit is de achterkant van het gevecht tussen Britney Spears en haar curatoren, waarvan haar eigen vader het gezicht is geworden. Die opponenten komen overigens niet aan het woord in deze krachtige film. Net als de zangeres zelf.

Natuurlijk, zou je bijna zeggen.

American Murder: The Family Next Door

Netflix

Ze had een droomleven. Knappe echtgenoot, twee bloedjes van kinderen en een baby’tje op komst. Trots deelde de Amerikaanse dertiger Shanann Watts alle wederwaardigheden van haar persoonlijk leven op de sociale media. Van elke kleine gebeurtenis werd een foto of vlog gemaakt. De hele kennissenkring werd zo op de hoogte gehouden van haar ideale bestaan.

Toen Shanann en haar peuterdochters Bella en Celeste op 13 augustus 2018 plotseling uit hun kast van een huis in Frederick, Colorado verdwenen, kwamen daar beelden van ‘cop cams’, beveiligingscamera’s, verhoren en een rechtszitting bij. Net als chats, voicemails en appverkeer met familie en vriendinnen. Zo kwam een geheel andere Shanann in beeld. En een totaal andere Chris.

Al dat materiaal heeft nu zijn weg gevonden naar de unheimische true crime-documentaire American Murder: The Family Next Door (84 min.), die vrijwel volledig bestaat uit ‘found footage’ uit het leven van de familie Watts. Regisseur Jenny Popplewell heeft alleen zeer effectieve muziek toegevoegd en de chronologie gemanipuleerd, zodat er een heel spannende vertelling is ontstaan.

Als kijker voel je je wel een beetje een voyeur bij zoveel bijeengebracht pseudo-geluk en de doffe ellende die daarachter vandaan komt. Zeker als je bedenkt dat de zaak rond de verdwijning van Shanann en haar twee meiden ook weer tot het nodige (sociale) media-gekrakeel heeft geleid. Daarmee is dit in- en intrieste verhaal tevens een naargeestige weerspiegeling van onze exhibitionistische tijd.

Trial By Media

Netflix

‘If it bleeds, it leads.’ Curtis Sliwa, de flamboyante New Yorker die eind jaren zeventig de militante burgerwacht The Guardian Angels oprichtte, heeft een eenvoudige verklaring voor de enorme ophef rond Bernhard Goetz. Net als Sliwa vond deze ‘Subway Vigilante‘ dat het hard nodig was dat de stad veiliger werd gemaakt.

En net als Paul Kersey, het Charles Bronson-personage uit de omstreden Death Wish-speelfilmreeks, besloot hij om het recht in eigen hand te nemen. De man, die enkele jaren daarvoor was overvallen, schoot vier zwarte jongens neer in de metro en groeide zo binnen de kortste keren uit tot het middelpunt van een enorme mediahype. Bernhard Goetz werd zowel gebombardeerd tot ‘poster boy’ voor de National Rifle Association als uitgemaakt voor schietgrage racist, die in koele bloede een stel ‘nikkers’ had afgemaakt.

Trial By Media (367 min.) belicht zes van dit soort spraakmakende true crime-verhalen en brengt ze met direct betrokkenen, aanklagers, advocaten, activisten en politici opnieuw in kaart. Van de tientallen politiekogels die werden afgevuurd op de ongewapende Afrikaanse immigrant Amadou Diallo (door Bruce Springsteen vereeuwigd in American Skin (41 Shots)) en de geruchtmakende groepsverkrachting in een bar (verfilmd met Jodie Foster onder de noemer The Accused) tot de jongen die, nadat hij in de tv-show Jenny Jones werd geconfronteerd met een liefdesverklaring van een andere man, maar één uitweg zag: zijn wapen.

Zulke dramatische gebeurtenissen worden vervat in gedegen reconstructies, met een stevige bronnenlijst en fraai archiefmateriaal. Die leveren verder geen spraakmakende nieuwe onthullingen op en resulteren ook niet in een soort metavisie op de rol van de pers in dit soort zaken (zoals bijvoorbeeld het Nederlandse televisieprogramma Medialogica steeds probeert te vinden). Trial By Media is vooral een hervertelling van spannende en schokkende verhalen die zich stuk voor stuk afspeelden onder het oog van een groot publiek, dat door verschillende partijen slim werd bespeeld en zo ook weer invloed had op de afwikkeling ervan.

Een erg smakelijk voorbeeld daarvan is de gang van zaken rond de strafzaak tegen de protserig rijke zorgondernemer Richard Scrushy (HealthSouth) uit Alabama. Hij wordt beschuldigd van grootschalige fraude en start vervolgens, om de gunst van het volk (weer) te winnen, een soort tweede carrière als tv-dominee. ’s Mans advocaten maken van zijn rechtszaak intussen een onvervalste ‘good ol’ boy-show’. Met smeuïge verhalen houden ze pers en publiek zoveel mogelijk uit de buurt van de feiten. En dat werkt: want een goed verhaal, zo luidt een andere boutade van en over de media, moet je niet dood checken.

The Fourth Estate


‘Wow, what a story!’ Hoofdredacteur Dean Baquet staart op de redactievloer van The New York Times voor zich uit. Hij kan het nog altijd niet geloven. Op het televisiescherm is de inauguratie van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten te zien. ‘What a fucking story.’ Enkele seconden later heeft Baquet zichzelf herpakt: ‘Okay, let’s go!’

Die no-nonsense woorden vormen het startsein voor één van de spannendste en succesvolste jaren in de historie van ‘The Failing New York Times (aldus diezelfde Trump) én de vierdelige documentaireserie die Liz Garbus daarover maakte. The Fourth Estate zet de deuren van de redactieruimte wijd open. In deel 1 The First 100 Days (87 min.) coveren redacteuren en verslaggevers bijvoorbeeld de benoeming van een nieuwe rechter in het Hooggerechtshof, de MeToo-beschuldigingen tegen Fox News-boegbeeld Bill O’Reilly en – natuurlijk – het veelbesproken Rusland-onderzoek.

The New York Times (slogan: the truth is more important now than ever) moet door concurrentie van Facebook en Google intussen continu zijn verdienmodel aanpassen en is bovendien in een voortdurende concurrentieslag verwikkeld met The Washington Post (slogan: democracy dies in darkness). De twee kranten richten zich met hernieuwde kracht op hun journalistieke kerntaak: het controleren van de macht. Intussen blijft de nieuwe president hen, bedoeld en onbedoeld, van nieuwsverhalen voorzien en bombardeert hij de Amerikaanse pers en passant tot ‘the enemy of the people’.

De serie belicht enkele van die vijanden in het bijzonder. Levende voorbeelden van journalistiek als een full life-job die nooit, werkelijk nooit, ophoudt. Behalve voor hoofdredacteur Baquet en Washington-chef Elisabeth Bumiller geldt dat bijvoorbeeld ook voor Maggie Haberman, de correspondent voor het Witte Huis. Ze volgt Trump al sinds jaar en dag, maar had net als de rest van Amerika niet verwacht dat hij president zou worden. Na de campagne zou ze weer meer thuis zijn, had ze haar kinderen beloofd. Nu maakt ze permanent overuren en zit ze tussen de opnames voor de podcast The Daily door met thuis te facetimen.

Enige tijd later, als pogingen van de Republikeinen om de zorgwet Obamacare te ontmantelen zijn gestrand, krijgt ze op de redactie telefoon van de president zelf. Hij probeert de publicitaire schade te beperken, maar blijft amicaal en relaxt. Het ligt, natuurlijk, aan de Democraten. Na het ontspannen belletje moet Haberman, die ook vaak de gebeten (bloed)hond is bij Trump, linea recta door naar de studio van CNN om duiding te geven. ‘Ik ben zo moe’, verzucht ze in de taxi terug. ‘Maar ik weet ook niet hoe ik moet stoppen.’

Zulke kleine menselijke scènes houden dit grootse verhaal over de staat van de Amerikaanse democratie, en de rol van de journalistiek daarin, in balans. Het geheel wordt op smaak en temperatuur gebracht door de meeslepende muziek van Trent Reznor (Nine Inch Nails) en Atticus Ross. Zij gaven eerder de epische serie The Vietnam War een flinke boost en zorgen nu voor een voortdurend gevoel van urgentie in The Fourth Estate. De traditionele journalistiek doet er (weer) toe, zo wil de serie maar zeggen. Ook al wordt die door Trump en de zijnen regelmatig afgedaan als ‘fake news’.

Al die belletjes, het gezoek, de interviews, dat eindeloze overleg en het gesleutel op de vierkante millimeter aan woorden en zinnen mondt uiteindelijk uit in een symbolische actie: het demonstratief klikken op de blauwe Publish-knop. Waarmee al dat monnikenwerk met een dramatisch gebaar richting krant, website en sociale media, en daarmee de rest van de wereld, wordt ingestuurd. Zo bezien is The Fourth Estate niets minder dan een ode aan vrije media.

Als een soort epiloog verscheen onlangs The Family Business: Trump And Taxes (23 min.) van Jenny Carchman, waarin is te zien hoe drie journalisten van The Times in het financiële verleden van Donald Trump en zijn vader Fred duiken. Op die manier ontkrachten ze de door Trump zelf in het leven geroepen mythe dat hij zijn bedrijf startte met een lening van ‘slechts’ 1 miljoen dollar bij zijn vader, een lening die hij bovendien met een flinke rente moest terugbetalen.