Stil Water

Bente en haar broer / EO / zondag 19 februari, 20.15 uur op NPO2

Ruim vijf jaar na Pilotenmasker (2017) keert documentairemaakster Simonka de Jong terug naar het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie in Utrecht, een omgeving die de vorige keer een diep ontroerende film heeft opgeleverd. Destijds volgde De Jong enkele kinderen met kanker, kleuters met ‘gemene celletjes’ in hun lichaam die noodgedwongen werden blootgesteld aan ingrijpende medische onderzoeken en behandelingen.

Stil Water (55 min.) is een soort vervolg, waarbij de focus ditmaal ligt op de directe verwanten van zo’n ziek kind: de ouders, broers en zussen. Twee jaar lang is de documentairemaakster met haar crew aangesloten bij drie Nederlandse gezinnen, die een welhaast onmenselijke uitdaging moeten aangaan en haar ondertussen toegang geven tot hun meest intieme en kwetsbare momenten. Te midden van de pijn en het verdriet vindt ze ook veerkracht, lol en – vooral – verbondenheid.

‘Ik weet nog dat ik die eerste vrijdag, toen we het net wisten, vroeg: wordt ze dan nog wel zes jaar?’ vertelt Annemieke Goudswaard, de moeder van Fien. ‘En dat ze toen zeiden: dat weten we niet!’ Vader Gijs vertelt hoe hij zijn dochter bij een ziekenhuisopname in zijn armen de trap afdroeg. ‘Toen vroeg ze: Het komt toch wel goed, pap? Toen dacht ik: volgens mij weet jij ook dat het niet goed komt.’ Hun andere kinderen willen het verdriet van hun ouders intussen liever niet zien.

Steven Voerknecht vertelt dat hij in eerste instantie ‘helemaal niks’ voelde toen hij hoorde dat zijn jongere broer Matthijs ernstig ziek was. In een gesprek met zijn andere broer Reinier en hun ouders constateren ze dat Matthijs door zijn aandoening emotioneel achterloopt. Soms is ie gewoon strontvervelend. Hoe kunnen ze daar het beste mee omgaan? Het zijn vragen die je als buitenstaander niet direct bedenkt, maar die in deze getroffen gezinnen aan de orde van de dag zijn.

Bij de familie Van Eersel uit Weesp is het de jongste van drie kinderen, de driejarige Bente, die ernstig ziek is. Ook als het meisje voor behandelingen in het ziekenhuis ligt komt papa een verhaaltje voorlezen. Via de mobiele telefoon speelt ze verstoppertje met haar oudere broers Jens en Tim. En als de kleine Bente geniet van het geladen Frozen-liedje Laat Het Los, een rechtstreekse verwijzing naar één van de ontroerendste scènes van Pilotenmasker, kijken haar ouders geraakt toe.

Stil Water belicht hoe de familieleden hun eigen weg proberen te vinden met en rond de ziekte van één van hen. Van therapeutische gesprekken, familie-opstellingen en het geloof tot een kindercoach, speltherapie en Inca-rituelen. Simonka de Jong omlijst hun ervaringen en emoties met gestileerde onderwater-sequenties, ondersteund door gefühlvolle muziek, waarmee de gevoelstoestand van de verschillende hoofdpersonen op een aangrijpende manier tot uitdrukking wordt gebracht.

Deze film wordt daardoor net zo’n stoot in de maag als Pilotenvanger. Tezamen vormen de documentaires een tweeluik dat de kwetsbaarheid van het (samen) leven héél tastbaar maakt en tegelijkertijd laat zien hoeveel incasseringsvermogen, creativiteit en warmte tijden van opperste nood kunnen losmaken.

Selvportrett

VPRO

Waarschijnlijk is zij zelf een extreme uiting van waar ze met haar fotografie op mikt: het tegenhouden van de tijd en vasthouden van het moment. Sinds haar tiende heeft Lene Marie Fossen anorexia nervosa. Daardoor is ze nooit in de puberteit terechtgekomen. Fossen heeft nooit borsten gekregen en is ook nog nooit ongesteld geweest. ‘Als je niet eet, zet je je emoties uit’, vertelt ze. ‘Je drijft gewoon voort. Ik ben meerdere malen bijna dood geweest. Het is eigenlijk een soort langzame zelfdoding.’

De Noorse fotografe, eind twintig inmiddels, beschrijft de aandoening als ‘een Nazi-regime in mijn eigen lichaam’, een kwaadaardige manifestatie van de angst om op te groeien. Daarbij speelt ook schaamte voortdurend op. Volgens Lene wordt anorexia nu eenmaal beschouwd als een ziekte voor verwende mensen. Terwijl iemand met kanker doorgaans wordt omgeven door medeleven, krijgt een anorexiapatiënt vooral te horen dat ie moet doorbijten en nodig weer eens moet gaan eten.

In Selvportrett (58 min.), een bijzonder indringende film van Margreth Olin, Katja Høgseth en Espen Wallin, gaat ze de conformatie aan en legt zichzelf genadeloos vast, onder andere in een verlaten Grieks leprahospitaal waar ze halfnaakt poseert. Het resulteert in zeer confronterende foto’s, beelden die gewoon pijn doen. Tegelijkertijd zoekt ze met haar camera ook bij anderen, Syrische vluchtelingen bijvoorbeeld, naar wat het bestaan maakt, doet of aanricht in een willekeurig mensengezicht.

Als Fossen haar werk voorlegt aan de befaamde Noorse fotograaf Morten Krogvold, reageert die bijzonder enthousiast. Hij maakt zich sterk voor een expositie tijdens het Nordic Light Festival Of Photography in Kristiansund. Niet omdat ze ziek is, zegt hij er bij herhaling bij, maar omdat haar foto’s zo geweldig zijn. Lene Marie reageert beduusd op ‘s mans superlatieven. ‘Schaam je je?’ vraagt ze zelfs aan haar moeder als de tentoonstelling wordt geopend. ‘Nee, ik ben trots’, antwoordt die. ‘Je bent dapper.’

Toch wringt dat voortdurend in dit schrijnende (zelf)portret: Lene Marie wil gezien worden als fotografe, terwijl anderen via haar, inderdaad, bijzonder krachtige foto’s toch vooral een beschadigd mens zien. Bijna ongewild agendeert ze op zeer pregnante wijze de problematiek van eetstoornissen. De filmmakers vangen die dubbelheid in gestileerde beelden, begeleid door een sacrale soundtrack. Zo wordt de bijna Bijbelse dramatiek van haar werk en leven nog eens benadrukt.

Dit Selvportrett ligt daardoor echt zwaar op de maag – zo’n kijkervaring die bepaald niet alleen fijn is en die tóch verrijkend werkt – en zindert ook nog een hele tijd na.

De Zorgkoningin

KRO-NCRV

‘Ziekenhuis te koop’, staat er in de krant. Ondernemer Aysel Erbudak en haar financier Jan Schram besluiten toe te happen. Op 31 augustus 2006 komt het Amsterdamse Slotervaartziekenhuis, dat in acute geldnood verkeert, in particuliere handen. 320 bedden, 100 medisch specialisten en 1300 personeelsleden worden gered door – in de woorden van voice-over Marlijn Weerdenburg – ‘een mensenschuwe grondhandelaar met geld en een goedgebekte zakenvrouw met ambitie’.

Erbudak, die even daarvoor nog parkeerwacht is bij de zwarte markt in Beverwijk (al lijkt dat toch eerder een mooi verhaal dan een adequate beschrijving van haar positie), wordt directeur van het ziekenhuis. Ofwel: De Zorgkoningin (52 min.). En vaste patiënten zoals Stella Huygens en Inge Roele, die in deze journalistieke documentaire van Steven Schoppert als ervaringsdeskundige aan het woord komen, worden voortaan beschouwd als klant.

Zo moet de positie van het Slotervaartziekenhuis, dat al enige tijd dienst lijkt te doen als afvoerputje van de stad en financieel nauwelijks het hoofd boven water kan houden, worden gestabiliseerd. De zakenvrouw gaat inderdaad als een wervelwind van start, krijgt het ziekenhuis al snel winstgevend en werkt als een magneet voor de vaderlandse pers. Alleen: Erbudak blijkt ook een strafblad te hebben en maakt bovendien wel erg gemakkelijk vijanden.

Met de Turks-Nederlandse directeur zelf, voormalige medewerkers van het ziekenhuis, journalist Bas Soetenhorst (die samen met Jeroen Wester het boek De Kraak Van Het Slotervaartziekenhuis schreef), SP-kamerlid Renske Leijten en de toenmalige minister van Volksgezondheid Hans Hoogervorst (een groot voorstander van marktwerking in de zorg) blikt Schoppert terug op de zes turbulente jaren dat Erbudak de scepter zwaaide in het ziekenhuis.

Hij begeleidt hun herinneringen met nogal dik aangezette vamp-beelden van zijn hoofdpersoon en visualiseert de slangenkuil die het Slotervaart voor haar zou zijn geweest letterlijk met slangen die door het ziekenhuis glibberen, op zoek naar een prooi. Het ligt voor de hand wie daarvan uiteindelijk het slachtoffer zal zijn – al is Aysel Erbudak, zo blijkt ook weer uit deze boeiende vertelling, natuurlijk bepaald geen willoos slachtoffer.

H6

SaNoSi Productions

Op de gang van het overvolle Sixth People’s Hospital in Sjanghai heft een man luidkeels, nét naast de toonsoort, zoetgevooisde liederen aan. Hij zegt dat hij voor zijn dochter zingt, die even verderop ligt. Hua Mengzia heeft een ernstig ongeluk gehad en ligt met twee gebroken benen in een ziekenhuisbed. ‘Ik mis mijn moeder’, zegt het meisje tegen de verpleging. ‘Komt ze vandaag?’ Één ding heeft haar vader, die een onnatuurlijk soort optimisme uitstraalt, haar echter nog niet verteld: moeder is overleden bij datzelfde ongeluk.

Het kolossale ziekenhuis in de Chinese metropool vormt het decor voor de observerende documentaire H6 (114 min.), waarin de Chinees-Franse filmmaakster Ye Ye enkele patiënten en hun families volgt. Gao Ji Mei, een zachtaardige oudere man, wijkt bijvoorbeeld nauwelijks van de zijde van zijn ernstig zieke vrouw, die elk ogenblik haar laatste adem lijkt te kunnen uitblazen. Liefdevol bevochtigt hij steeds haar lippen. Intussen overweegt hij of hij hun appartement moet verkopen om de ziekenhuisrekeningen te kunnen voldoen.

Dat is een terugkerend patroon. In het ziekenhuis wordt ook het driejarige meisje Song Xueling verzorgd. Zij is nabij de fruitkraam van haar grootvader aangereden door een bus. De linkerhand van het kind moet behandeld worden, maar is het busbedrijf ook bereid om daarvoor te betalen? Als één van haar familieleden tijdens het verwisselen van het verband vraagt wat er gebeurt als de schroef die zojuist in Songs vinger is geplaatst eruit valt, antwoordt de arts doodleuk: dan kost het minder.

Zo blijkt geld steeds weer het voornaamste gespreksonderwerp in het ziekenhuis, ogenschijnlijk belangrijker dan de gezondheid van de patiënten. In het geval van Nie Shiwu wordt dat wel heel erg schrijnend. De arme boer is vrijwel geheel verlamd geraakt. Een operatie zou hem wellicht kunnen helpen, maar is tegelijkertijd ook risicovol. Wat nu als ze al die kosten maken en hij straks tóch bezwijkt? Kunnen ze dan niet beter nu de spreekwoordelijke stekker eruit trekken?

Ye Ye brengt zulke verwikkelingen zonder enige opsmuk in beeld. Ze permitteert zich alleen enkele muzikale intermezzo’s, die de bedrukte sfeer heel even verluchtigen. Zo introduceert ze met een straf muziekje bijvoorbeeld een spichtige man in FC Barcelona-tenue, die zich overgeeft aan allerlei koddige ren-, rek- en strekoefeningen. Daarna gaat de arts aan het werk: hij werpt een vluchtige blik op enkele röntgenfoto’s en zet daarna met het nodige kunst en vliegwerk breuken recht. Dat scheelt weer, juist, een operatie.

En dan is er nog die ene oudere man op krukken, die zich tergend langzaam door de stad en de film beweegt. Pas gaandeweg wordt in deze ontluisterende documentaire, een schotschrift tegen gezondheidszorg waarvoor direct moet worden afgerekend, duidelijk waarnaar hij op weg is…

76 Days

MTV

Doordat bijna alle mensen in beeld een astronautenpak dragen, of op zijn minst een mondkapje, is vrijwel niemand herkenbaar: de vrouw die schreeuwt om haar overleden vader. De lui die bijna met geweld een plek in het ziekenhuis proberen af te dwingen. En de oudere man die weigert om zijn paspoort te laten zien en niet kan geloven dat hij het Coronavirus heeft opgelopen.

Het is aangrijpend en treffend tegelijkertijd: dit virus maakt geen onderscheid. Elk van de elf miljoen inwoners van de Chinese stad Wuhan kan COVID-19 krijgen. En is dan aangewezen op de zorg in vier ziekenhuizen, die inmiddels volledig overvraagd zijn. Met artsen en verpleegkundigen die er het beste van proberen te maken. En het soms ook niet meer weten. Echt niet. Overvallen door een pandemie die het normale bestaan helemaal lamlegt.

De stortvloed aan steeds weer nieuwe patiënten dreigt hen in de eerste van de in totaal 76 Days (93 min.) dat de stad in lockdown was volledig te overspoelen. Intussen wordt er op de afdeling gynaecologie een keizersnede uitgevoerd, want het leven gaat zelfs in de meest stressvolle periodes gewoon door. De plastic bak met paspoorten en smartphones van overledenen raakt alleen voller en voller. Alles wordt netjes gedesinfecteerd, natuurlijk.

Gaandeweg beginnen de futuristische zorgfabrieken in deze observerende documentaire van Hao Wu, Weixi Chen en – hij weer! – Anonymous weer te ogen als reguliere ziekenhuizen, met patiënten die zowaar een gezicht blijken te hebben. En hoewel de medewerkers er nog altijd uitzien als zorgrobots, proberen ze wel degelijk humane zorg te verlenen in deze hachelijke tijden. Deze aangrijpende film is een eerbetoon aan de heldendaden die zij tijdens hun werk hebben verricht.

Als de lockdown zijn einde nadert en het eerste gevaar van het Coronavirus lijkt te zijn geweken, is er alleen nog die plastic bak. Daaraan is een loodzware taak verbonden: de persoonlijke bezittingen moeten worden overhandigd aan de nabestaanden van de slachtoffers van de allereerste COVID-19 golf.