Klantreis

Newton Film / vanaf donderdag 23 april in de bioscoop

Aan het begin van de Klantreis Inburgering van de gemeente Breda hebben de Somalische zussen Fotoon en Khulud Alsomali, gevlucht vanuit Saudi-Arabië, en de Syrische familie Barakat geen idee van waar die trip hen zal brengen. Als nieuwkomers in Nederland zijn deze statushouders voor hun inburgering vrijwel volledig aangewezen op de gemeente. En de reis begint, min of meer dan, bij de Vogeltjesdans, een hilarische scène in een woonzorgcentrum. Iedereen doet mee. Dus zij ook.

Documentairemaker Ton van Zantvoort volgt van dichtbij hun Klantreis (85 min.) door regel(tjes)land Nederland, waarin ze bij de hand worden genomen door talloze professionals en soms waarschijnlijk toch het gevoel krijgen dat ze aan hun lot zijn overgelaten. Want onderweg worden de nieuwkomers werkelijk doodgegooid met ge- en verboden. Wat mag er wél en – vooral – wat niet. ‘Dat is heel belangrijk.’ Of, zoals een gevatte medewerker van de gemeente Breda ’t treffend uitdrukt: ‘Je wordt één groot excelbestand.’

Als ze een woning krijgen aangeboden, zorgt dit bij de jonge zussen Alsomali voor blijdschap. De familie Barakat wil het huis in eerste instantie echter weigeren. Te klein voor zo’n groot gezin. Erg veel keus hebben ze alleen niet. En daarmee lijkt de toon gezet voor het vervolg: Fotoon en Khulud gaan alles wat er op hun pad komt ogenschijnlijk vol goede moed aan, terwijl de blikken van de Syrische nieuwkomers met elke nieuwe brief en elk nieuw gesprek, gevoerd met behulp van een tolk of vertaalapp, alsmaar wanhopiger worden.

Van Zantvoort zet de twee casussen steeds tegenover elkaar. De Somalische zussen als voorbeeld van nieuwelingen die snel hun weg weten te vinden door het bureaucratische doolhof dat, vaak met de beste bedoelingen, rondom hen wordt opgetrokken. En hun Syrische lotgenoten die er hopeloos in verdwalen en vervolgens in conflict komen met de instanties en elkaar. Voor hen blijft die Nederlandse samenleving en de ‘kernwaarden’ die daarbinnen gelden een ver van hun bed-show. Alleen staat hun bed tegenwoordig wel degelijk in die show.

En die wordt gerund door casemanagers, klantregisseurs en budgetcoaches. Zij kunnen weliswaar zorgen voor inrichtingskrediet, buddy’s en een uitkering, maar bepalen ook de route van de klantreis, langs niveautoetsen, taallessen en allerlei andere hoepels om doorheen te springen. Het is een buitengewoon taai proces, dat in deze observerende film afwisselend op het gemoed en de lachspieren werkt. Tegelijkertijd stemt die lange weg ook tot nadenken: hoe reëel is ‘t dat nieuwkomers kunnen aarden in een wereld die hen soms volkomen vreemd lijkt?

Als Klantreis na een kleine anderhalf uur – en zo’n twee jaar inburgeren – wordt afgerond, is er echt wel wat bereikt, maar valt er ook nog héél veel te wensen. Het doorzettingsvermogen van Fotoon en Khulud heeft hen redelijk op koers gehouden voor het leven in vrijheid dat ze nastreven, maar de Barakats hebben nog een lange weg te gaan om volledig onderdeel te worden van Nederland en intussen, dat maakt deze film pijnlijk duidelijk, ook de familie bij elkaar te houden.

Alles Moet Beter

Submarine

Ze zijn in het geweer gekomen tegen het systeem. Drie Nederlandse twintigers die naar hun eigen overtuiging simpelweg geen andere keuze hebben. Gedwongen door hun geweten, gezonde verstand of wanhopige situatie.

PvdA-commissielid Ruben Schilt lekte geheime informatie over een mogelijke schikking tussen de gemeente Dordrecht en de chemiefabriek Chemours. Klimaatadviseur Sam Schwencke van de gemeente Den Haag gaf haar baan eraan en sloot zich aan bij Extinction Rebellion. En Rohan Mahtabsing probeert als kinderslachtoffer van de Toeslagenaffaire al jaren zijn recht te halen en uit de financiële problemen te komen.

Regisseur Dikla Zeidler, die enkele jaren geleden in de korte documentaire De Kinderen Van Mokum, En Ik (2022)al verslag deed van haar zoektocht in de jongste Amsterdamse kraakgeneratie naar een nieuwe grote protestbeweging, probeert hun gevecht tegen een slinkse ‘massavergiftiger’, de fossiele industrie en het aloude ‘van het kastje naar de muur’-systeem in al z’n gedrevenheid, woede én opwinding op te tekenen.

Net als in die vorige film verlaat Zeidler zich daarbij ook op de muziek van deze nieuwe generatie activisten. Alles Moet Beter (55 min.) is niet voor niets vernoemd naar een strijdlied van de Amsterdamse punkband Hang Youth. Deze geheel bij de tijdse docu is doorsneden met vurige concertfragmenten van de Amsterdamse groep rond frontman Abel van Gijlswijk en uitgesproken zielsverwanten zoals Ploegendienst en Sophie Straat.

Zonder omhaal van woorden getuigen zij van hun (stijf)linkse idealen. ‘Er zijn mensen die geld heilig hebben gemaakt’, houdt Ruben Steens, alias YoungRubbi, een festivalpubliek bijvoorbeeld voor. ‘En wij moeten die shit ontheiligen, met muziek, met kunst, met dit wat we hier hebben. Hier kan geen ene politicus tegenop. Fuck them all!’ Waarna hij een muzikale tirade tegen genocide in Gaza lanceert, die erin gaat als koek.

Intussen betalen Zeidlers hoofdpersonen de tol voor hun activisme. Ruben dreigt te worden vervolgd, ‘veelpleger’ Sam moet voor de rechter verschijnen en Rohan wordt ingeschat als ‘zelfredzaam’ (en wordt in de praktijk dus aan z’n lot overgelaten). Deze urgente en energieke film toont hoe ze desondanks strijdbaar – en inherent optimistisch – blijven. Met het onwankelbare geloof dat het niet alleen beter móet, maar ook kán.

Pretpark Hennie

Captains / BNNVARA / woensdag 13 mei op NPO2

De deadline is helder: 23 maart 2025. Dan moet het attractiepark Rivoli in Rotterdam open. Na twaalf jaar stug doorgaan, flink aanmodderen en vechten tegen de bierkaai. Initiatiefnemer Hennie van der Most wordt op die dag 75 jaar. Het park is zijn laatste kunstje, zegt ie zelf in Pretpark Hennie (51 min.).

Van der Most is de verpersoonlijking van de ‘selfmade man’. De Overijsselse ondernemer heeft dyslexie, is twee keer blijven zitten op de lagere school en heeft de LTS niet afgemaakt. Lezen en schrijven kan Hennie niet of nauwelijks, maar hij heeft wel talloze succesvolle horecaondernemingen, zoals Preston Palace en Kernwasser Wunderland, uit de grond gestampt. Als weinig anderen heeft hij gevoel voor wat de gewone Nederlander leuk en lekker vindt. Kip Piri-piri bijvoorbeeld.

Bij Rivoli lijkt de man z’n mojo alleen kwijt. Het vertrouwen dat het attractiepark daadwerkelijk ooit z’n deuren open daalt zienderogen in Rotterdam. En ook de onverschrokken Hennie lijkt soms te twijfelen. Als filmmaker Max Ploeg het verhaal in 2024, zo’n half jaar voor zijn 75e verjaardag, oppikt voor deze tragikomische documentaire, hangt Van der Mosts droomproject, waarin hij al zo’n 45 miljoen eigen vermogen heeft gestoken, al enige tijd aan een zijden draadje.

Omdat de gemeente Rotterdam z’n erfpacht niet wil verlengen bijvoorbeeld. Dat moeten ze nu eindelijk eens doen, zegt Van der Most tegen een interviewer van Radio Rijnmond. Anders komt ie echt in de problemen. Hij wordt er helemaal tureluurs van. ‘Maar u heeft vast wel iemand in dienst die dat allemaal voor u uitpluist’, reageert zijn gesprekspartner. ‘Nou, de mensen die ik in dienst heb’, maakt Hennie van zijn hart opnieuw geen moordkuil, ‘die snappen er ook helemaal niets van.’

Zo krijgt hij de lachers regelmatig (on)bedoeld op zijn hand. Ploeg speelt dat ook uit in z’n film. Als de no nonsense-ondernemer een nieuw concept bedenkt rond de frikadel speciaal bijvoorbeeld. Of als hij zijn hoofd en voeten thuis laat masseren door twee identiek geklede oosterse assistentes, Parichat en Chayanin, die hem in de huishouding ondersteunen. Van der Most is echter (en wordt ook in dit aandoenlijke portret) zeker geen lachertje.

Zijn vasthoudendheid, doorzettingsvermogen en creativiteit spreken beslist tot de verbeelding en maken van de horecatycoon een onweerstaanbaar personage. Een geboren optimist, die soms groter denkt dan goed voor hem is. Een man ook met een hart voor, zoals hij dat zelf zegt, ‘mensen met een smetje’. Zelfs als alles tegenzit, kan hij nog troost halen uit een vaas met een roos erin op z’n kantoor, waar hij zo nu en dan met pen en tipp-ex de plattegrond van zijn park aanpast.

Max Ploeg portretteert hem te midden van zijn getrouwen, op een missie die tot mislukken gedoemd lijkt. Een idee waarin Hennie van der Most alles heeft gestopt wat ie heeft. Als het mislukt, gaat hij volgens eigen zeggen ‘naar de kloten’. Deze film documenteert dat moeizame proces met zwierige muziek, milde humor en enkele lekker creatieve bokkensprongen en koerst zo af op een enigszins onbevredigend en tegelijkertijd ook wel passend einde.

Opgroeien Met Tegenwind

BNNVARA

Armoede is ook in Nederland slechts één echtscheiding, ziekte, onhandige keuze of gevalletje van pure pech weg. Ruim 100.000 kinderen worden erdoor geraakt, betoogt Opgroeien Met Tegenwind (194 min.). En dat is lang niet altijd duidelijk voor de buitenwereld. De gevolgen – dagen zonder (warme) maaltijd, geen geld voor kleding, hobby’s of vakantie of permanente geldstress bijvoorbeeld – worden doorgaans zoveel mogelijk afgeschermd.

Met deze vierdelige serie brengen Thomas Blom en Cathelijn Felet in beeld hoe leven op of onder de armoedegrens kinderen en hun ouders op alle mogelijke manieren raakt. Zij vertrekken daarbij doorgaans vanuit de vrijwilligers, professionals en ervaringsdeskundigen die zich om deze gezinnen bekommeren. Mensen zoals Sylvia, een alleenstaande moeder met zeven kinderen uit Heerlen. Gemeentes en instanties moeten zich volgens haar kapot schamen. ‘Iets gaat er mis.’

Sylvia is de drijvende kracht achter een burgerinitiatief om armlastige stadsgenoten bij te staan. De hele dag door komen er medestanders voedsel en andere spullen bij haar thuis langsbrengen. Daarvan maakt Sylvia pakketten, die vervolgens door Heerlenaren met een krappe beurs worden opgehaald. Ze werkt intensief samen met chefkok Arend, die met een groep vrijwilligers wekelijks gezonde maaltijden bereidt. Daarbij zijn ze wel afhankelijk van giften en donaties. En die staan onder druk.

Sinds haar scheiding zit ook Ferah in de financiële problemen. De Rotterdamse vrouw doet er alles aan om die achter zich te laten. Volgens haar elfjarige zoon Semi werkt ze véél te hard. Soms wordt hij door haar zelfs gewekt vanaf haar werk in de bejaardenzorg, waar ze regelmatig een extra nachtdienst draait. Een cadeautje voor zijn verjaardag of gewoon eens op vakantie in de zomer zit er desondanks meestal niet in. Samen met een gezinsondersteuner zoekt zijn moeder nu een weg uit de problemen.

Blom en Felet concentreren zich volledig op zulke ervaringsverhalen. Van gewone Nederlanders die uit de armoede of schulden proberen te komen en anderen met een groot hart die hen ondersteunen. Zij bieden dagelijkse hulp, maken hen wegwijs in wetten en regelingen en bieden tevens morele steun. Want armoede gaat ook tussen de oren zitten en wordt soms van generatie op generatie doorgegeven. Zeker als de directe omgeving in min of meer hetzelfde schuitje zit.

Deze gedegen miniserie, waarin verteller Lizzy Diercks al die verschillende mensen, situaties en plekken bij elkaar brengt, kijkt ook naar hoe de overheid Nederlanders in armoede beter zou kunnen ondersteunen. In Zwolle proberen de verantwoordelijke wethouder en medewerkers, zoals ervaringsdeskundige Karin, bijvoorbeeld minder vanuit de ‘systeemwereld’ van de gemeente te werken en meer te kijken naar wat inwoners echt nodig hebben. En dit lijkt te werken.

Dat is ook het punt dat Opgroeien Met Tegenwind lijkt te willen maken: waar het traditionele overheidsbeleid tekort schiet of soms zelfs averechts werkt, met de Toeslagenaffaire als tragisch dieptepunt, snellen gewone burgers toe. Zij kennen armoede vaak vanuit eigen ervaring, weten waar de schoen wringt en steken gewoon de handen uit de mouwen voor de mensen om hen heen – in het bijzonder hun kinderen. Want die zouden de toekomst moeten hebben.

Ik Was Een Kind

Doxy / EO

‘Wat heb ik van die man gehouden!’ constateert Anneloes van ‘t Licht aan het einde van Geertjan Lassches indringende film Ik Was Een Kind (76 min.). Het is een bijzonder wrange conclusie. Diezelfde man – haar eigen vader, inmiddels overleden – heeft haar ook gesloopt.

Als zestienjarig meisje deed Anneloes aangifte tegen hem, een bekende SGP-politicus. Vanwege seksueel misbruik. Incest. Nu, 25 jaar later, overziet ze de schade die dat heeft veroorzaakt in haar leven. De manier waarop ze na die aangifte, ook tegen haar broer, werd behandeld vond ze nog erger dan het misbruik zelf. Ze werden bovendien niet veroordeeld – ook niet in hoger beroep. Het bewijs zou onrechtmatig zijn verkregen.

Voor deze documentaire heeft Anneloes brieven rondgestuurd, in de Gereformeerde gemeenschap waarbinnen ze opgroeide. De brief aan haar moeder heeft ze persoonlijk bezorgd. Slechts een enkeling – een broer van vader, een nicht, een gezinsverzorgster – blijkt bereid om met haar in gesprek te gaan. Net als tal van hulpverleners, die ze in die heftige periode en het van tragiek doortrokken leven daarna, op haar pad vond. 

Van ‘t Licht nodigt hen uit, om de maalstroom van gebeurtenissen die haar hebben getekend door te nemen, om er samen vat op te krijgen. Lassches camera is daarbij permanent gericht op de hoofdpersoon, die centraal in beeld zit. De anderen zijn niet meer dan passanten in haar schrijnende relaas. ‘Ik moet dit doen’, houdt ze zichzelf voor in dagboekfragmenten die de ontmoetingen inkaderen. ‘Voor mezelf, voor m’n kinderen.’

Met deze documentaire wil Anneloes zichzelf laten zien, ‘met alles wat er in mij zit’. Woede bijvoorbeeld. Over de ‘victim blaming’, verhalen over ‘seksueel wervend gedrag’. ‘Dat jullie ‘t in het verborgene willen houden, ergens snap ik het zelfs nog’, zegt ze boos tegen de camera. ‘Maar stóp met mij de schuld geven. Ík heb niet mezelf misbruikt.’ Ze laat een stilte vallen. ‘En ma, u weet, u wéét, dat ik de waarheid spreek. U wéét het.’

Ik Was Een Kind is echter niet zozeer een keiharde afrekening met haar familie als wel een poging om te begrijpen wat er is gebeurd, waarom haar dierbaren hebben gehandeld zoals ze deden en wat dit nu voor haar betekent. De film markeert wel het afscheid van een waardensysteem en de bijbehorende zwijgcultuur, waarvan Anneloes niet langer deel uit wil en kan maken – ook al zit dit, of ze nu wil of niet, diep in haar verankerd.

Die worsteling met het verleden, haar familie en zichzelf is pijnlijk om te zien. Een lijdensweg, een afspiegeling van de weg die ze daadwerkelijk heeft moeten afleggen, die in het hier en nu, voor de camera, nog eens wordt opgeroepen, om die dan, als ‘t enigszins kan, definitief achter zich te laten. Zodat de vrouw, die gedwongen door de omstandigheden altijd kind moest blijven, nu eindelijk in het heden kan gaan leven.

Een Oekraïens Dorp In Vlaardingen

Studio New West / BNNVARA

Terugkeer blijft het uitgangspunt voor de 200.000 Oekraïense vluchtelingen in Nederland. Toch start de gemeente Vlaardingen begin 2023 met de bouw van een tijdelijke wijk voor duizend Oekraïners. Hun nieuwe woonomgeving voor de komende drie jaar krijgt de naam Mrija: Oekraïens voor droom.

‘Dit moet slagen, mensen’, zegt burgemeester Bert Wijbenga. ‘We kunnen dit niet niet laten slagen.’ Daarvoor zijn de belangen veel te groot. En daarom geeft Wijbenga documentairemaker Jack Westerlaken ook een kijkje in de keuken bij het bouwproject waarbij nogal wat hoekjes worden afgesneden: wellicht zorgt het filmen nog voor wat extra druk om er met z’n allen écht de schouders onder te zetten.

Met dat project onderscheidt Een Oekraïens Dorp In Vlaardingen (59 min.) zich meteen van andere docu’s over Oekraïense vluchtelingen in Nederland, zoals Alles Goed van Peter en Petra Lataster. Want deze film gaat, meer dan over mensen die in den vreemde een nieuw bestaan opbouwen, toch vooral over Nederland Regelland en vertoont in dat opzicht ook overeenkomsten met de docuserie Droomdorp, over de moeizame verwezenlijking van een ‘dorpslandgoed’ in Almere.

De gemeente Vlaardingen heeft te kampen met een overheid die in de afgelopen jaren, volgens wethouder Ivana Somers-Gardenier, ‘alle kanten op zwabbert’. De ‘beschermvrouwe van Oekraïners in Vlaardingen’ is echter niet van plan om zomaar over zich heen te laten lopen. ‘Want deze gemeenteraad slaapt ‘s nachts, hè?, en niet op de dag’, houdt ze in onvervalst Vlaardingse tongval de andere deelnemers aan een moeizaam overleg voor. ‘Dat kan het rijk wel denken. Maar, nee!’

Intussen wordt er in Vlaardingen zelf gemord over dat bijzondere woonproject. Reguliere woningzoekenden moeten namelijk gewoon op hun beurt wachten. En wie betaalt dat eigenlijk, zo’n wijk voor Oekraïners? zingt ’t rond in Vlaardingen en deze film. Wij dus, het gewone volk. En integreren die lui nog wel, als je ze daar allemaal bij elkaar zet? Terug naar eigen land gaan ze sowieso niet. Voorlopig wordt er daar nog gewoon gevochten. En als hun kinderen hier eenmaal hun plekje hebben gevonden…

Vlaardingen lijkt, kortom, wel Nederland in het klein. Ook in hoe het project wordt aangepakt. Terwijl op het ene moment de deuren van basisschool De Vriendschap opengaan en staatssecretaris Eric van der Burg de wijk officieel komt openen, worden de besprekingen over een exitstrategie voor Mrija alweer opgestart. Want in 2026 moet datzelfde Oekraïense dorp worden ontmanteld. Misschien dat Vlaardingse woningzoekenden er dan nog hun voordeel mee kunnen doen.

‘Als we dit kunnen doen voor vluchtelingen, dan moet je dit ook kunnen doen voor je eigen inwoners’, concludeert wethouder Somers-Gardenier in deze treffende weerslag van het Vlaardingse bouwproject, dat zowel Neerlands goede wil als de bijbehorende regeldrift representeert. ‘Je kan dus gewoon zo’n woonwijk bouwen. Héél snel. Dan zijn we toch met z’n allen gek dat we dat niet doen?’

Verdwenen Stad

Periscoop Film

Na het epische De Bezette Stad, waarin Steve McQueen allerlei plekken in het hedendaagse Amsterdam toont en ondertussen verteller Carice van Houten gedetailleerd laat opdreunen wat er zich daar in de inktzwarte periode 1940-1945 heeft voltrokken, is er nu opnieuw een documentaire over de oorlogsjaren van de hoofdstad. In Verdwenen Stad (91 min.) concentreert filmmaker en schrijver Willy Lindwer zich op de rol van de Amsterdamse tram bij de Jodenvervolging.

Samen met schrijver Guus Luijters rijdt Lindwer in een oude tram door de stad. Al pratende plaatsen ze alle gebeurtenissen in hun historische context. Ze komen bijvoorbeeld langs Anne Franks Achterhuis. Tijdens hun laatste route van de gevangenis naar het station, waar de fatale trein vertrok, heeft de familie Frank daarvan waarschijnlijk nog een glimp kunnen opvangen, constateert Lindwer. ‘Ja, dat is waar’, beaamt Luijters. ‘Dat heb ik me nooit gerealiseerd. Ze kwamen langs hun eigen onderduikadres. Sodeju!’

Verder geeft Willy Lindwer, zelf een bevrijdingskind, de inmiddels hoogbejaarde overlevenden van de Jodenvervolging uitgebreid het woord. Vanaf de schuldige plekken in de hoofdstad, vanwaar de deportatie op gang werd gebracht, delen zij hun herinneringen aan de jaren die hen en de hunnen volledig hebben ontworteld en meteen ook de stad van z’n ziel hebben beroofd. Het zijn overbekende verhalen, die binnenkort echter niet meer uit de eerste hand kunnen worden opgetekend.

Van de ongeveer 77.000 Joden werden er 63.000 gedeporteerd. De Amsterdamse tram speelde daarbij een bijzonder dubieuze rol. Bijna 50.000 afgevoerde Joden werden met de tram afgeleverd op een tussenstation, dat hen naar de vernietigingskampen zou brengen. In het boek Verdwenen Stad, dat Lindwer en Luijters samen met deze film uitbrengen, zijn facturen te vinden die de gemeentetram aan de bezetter stuurde. Zo wordt het gehele deportatietraject inzichtelijk gemaakt.

Het vervoer van de familie Franks zal na de oorlog overigens nog een naargeestig staartje krijgen als het gemeentelijk vervoerbedrijf de nog onbetaalde factuur alsnog betaald wil krijgen. Het is een treffend slot voor deze degelijke, met een wel erg smartelijke soundtrack aangeklede WOII-docu: de Jodenvervolging kon ook plaatsvinden doordat gewone Nederlanders en de organisaties waartoe zij behoorden te weinig stokken tussen de spaken staken van de nazi-vernietigingsmachine.

Se Busca Millonario

HBO Max

‘Ik ben vast de enige burgemeester van Spanje die een miljonair zoekt’, zegt Carlos Negreira, de voormalige burgervader van de Galicische gemeente A Coruña, tijdens een persconferentie in 2012. ‘Niet om geld te vragen, maar om geld te geven.’

Uiteindelijk melden zich bij de Spaanse gemeente meer dan tweehonderd (!) mensen die beweren dat zij het winnende lot van de Primitiva-loterij, goed voor maar liefst 4,7 miljoen euro, zijn kwijtgeraakt. Lot 4722337 blijkt te zijn aangetroffen in een kleine loterijwinkel aan de Plaza San Augustín. Die ligt in een totaal ander deel van de stad dan de Carrefour waar het felbegeerde lot even daarvoor is gekocht. Welke weg heeft het gouden ticket sindsdien afgelegd? En wie zijn daarbij betrokken geweest?

Noemí Redondo en Susana López Raña maken van Se Busca Millonario (Engelse titel: Wanted: Millionaire, 128 min.) een kek vormgegeven whodunnit. Met een fraai opgezette en uitgelichte maquette hebben zij het Spaanse stadje nagebouwd, waarbij de reclamanten als poppetjes worden ingezet in een ondoorzichtig spel om de grote prijs. Saillant detail daarbij: als niemand kan bewijzen dat het lot van hem/haar is, gaat het geld naar de eigenaar van de winkel waar het lot is gevonden. En laat dat nu net de broer van de verkoper zijn…

De complexiteit van deze zaak, die inmiddels ruim tien (!) jaar beloopt, wordt in deze driedelige ‘true crime’-serie verbeeld met een gestileerde studio-opstelling, waarbij acht stoelen in een kring zijn gezet. Daarop nemen de verschillende eisers plaats die beweren dat zij, écht, de rechtmatige eigenaar van het felbegeerde lot zijn. Of ze daarbij te goeder trouw handelen en werkelijk overtuigd zijn van de rechtmatigheid van hun eigen claim of gewoon een slaatje proberen te slaan uit de situatie is slechts met zeer veel moeite vast te stellen.

Duidelijk is in elk geval dat zij nauwelijks meer terug kunnen. In plaats van een gelukzalig gevoel van oneindige rijkdom heeft de zaak hen echter vooral stress en slapeloosheid bezorgd. Via deze ‘winnaars’ lopen Redondo en López Raña op z’n Agatha Christies allerlei verschillende scenario’s door, die steeds nét een ander licht op de kwestie werpen. Dat proces neemt, hoewel slim opgezet en enerverend gemonteerd, nogal wat tijd in beslag en komt uiteindelijk tot een ontknoping, die nog veel zaken open laat. 

Waarbij zich meteen ook een vervolgvraag aandient: zouden al deze potentiële miljonairs überhaupt een ander als echte eigenaar van het lot kunnen accepteren? Met het opgeven van het idee dat zij dat winnende lot (zouden kunnen) hebben, verliezen ze immers ook hun signatuurverhaal.

Meneer Pastoor

EO

Meneer Pastoor (55 min.) staat voor zijn afscheid. En zijn jonge vervangers. Stefan Musanai en Charles Leta, staan ook al klaar. Ze zijn vanuit Indonesië naar het Zuid-Limburgse Schimmert gekomen, want in Nederland is de aanwas van nieuwe priesters al enige tijd erg beperkt. ‘Vroeger gingen ze van hier daarheen’, constateert één van de parochianen nuchter. ‘En nu komen zij hierheen.’

Als omgekeerde missionarissen worden de twee dertigers uit de voormalige Nederlandse kolonie geacht om hier ons eigen geloof, het katholicisme, weer te verbreiden. Eerst moeten ze echter wegwijs worden gemaakt in Nederland, te beginnen met de taal. Het blijkt bijvoorbeeld bepaald niet gemakkelijk om ‘Gij zult tot stof wederkeren’ te zeggen. Of de onvervalste tongbreker ‘kerstsnuisterijen’.

Het is aandoenlijk om te zien hoe gewone leden van de Limburgse kerkgemeente in deze fijne kleine film van Gabrielle Provaas proberen om de nieuwkomers te ondersteunen bij hun inburgering. Intussen vindt pastoor John van Oss, inmiddels al even in de tachtig, het moeilijk om afstand te nemen en doen van zijn ambt. Moet hij ‘de jongens’, zijn nieuwe confraters, nu werkelijk op een sterfgeval afsturen?

Het Coronavirus zal uiteindelijk als vliegwiel fungeren voor de overdracht. Tijdens de lockdown blijft de kerk noodgedwongen leeg en moeten er alternatieven worden bedacht om het ‘contact met de klant’ te onderhouden. Daarmee komen er kansen voor de twee Indonesiërs. Intussen telt de oude pastoor zijn zegeningen, waaronder zijn vaste steun en toeverlaat Maria. Zij heeft 38 jaar met hem gediend.

Dit proces wordt door Provaas tamelijk idyllisch weergegeven, met fraaie observerende scènes en een bitterzoete soundtrack. Dat werkt wel. Als pastoor John van Oss bijvoorbeeld zijn 84e verjaardag viert en Charles zijn gitaar erbij pakt om met de andere aanwezigen in Limburgs dialect het lied Geniet Van Het Leven aan te heffen, levert dat een ontroerende scène op, waaruit onmiskenbaar gemeenschapszin spreekt.

En ook de zelfspot waarmee pastoor Van Oss zelf afscheid neemt, draagt bij aan dit warme portret van een man die de missie van zijn leven moet achterlaten en z’n opvolgers die op eigen wijze in zijn voetsporen treden.