De Non En De Wegwerpkinderen

WNL / vrijdag 28 augustus, om 20.25 uur, op NPO2

Het imago van Truus Kuijpers heeft zich op min of meer dezelfde manier ontwikkeld als de beeldvorming rond interlandelijke adoptie. Eerst werd de Nederlandse non beschouwd als een weldoener, die arme kindertjes uit Chili een warm thuis bezorgde in haar eigen moederland. Later volgden de vragen over hoe ze dit eigenlijk had gedaan en wat daarvan de gevolgen waren. Inmiddels is ‘zuster Gertrudis’ al net zo omstreden als de adoptievorm, waarmee ze zich haar hele leven bezig heeft gehouden. ‘Ik wilde dus gewoon helpen’, beweert ze in een interview met Hart van Nederland uit 2022, tien dagen voordat ze op 89-jarige leeftijd zal overlijden. ‘Dat moet toch kunnen?’

In datzelfde interview zegt ze ook: ‘Ik heb nooit gewerkt voor ouders die een kind zoeken. Wij hadden kinderen die ouders zochten.’ Daarover is echter fundamentele twijfel ontstaan. Tanja Kok, die ook het Hart-interview met Kuijpers deed, zoekt het verder uit in de journalistieke documentaire De Non En De Wegwerpkinderen (66 min.), die is geregisseerd door Foeke de Koe. De term ‘wegwerpkinderen’ schijnt de adoptienon overigens zelf te hebben gebruikt. Direct betrokkenen stellen nu alleen dat sommige van die kinderen op oneigenlijke manieren zijn afgenomen van hun biologische moeders of zelfs zijn ontvoerd. Kuijpers zou op bestelling kinderen hebben geleverd.

Chili was in die tijd een kinderfabriek, stelt Marisol Rodriguez, een vertegenwoordigster van Hijos y Madres del Silencio, ‘de kinderen en moeders van de stilte’. Kok spreekt met hen en gaat ook poolshoogte nemen bij het voormalige kindertehuis Las Palmas in Santiago de Chile. In totaal hebben daar meer dan 800 kinderen gezeten, waarvan er ongeveer 200 naar Nederland zijn gekomen. De verhalen van deze inmiddels volwassen Chileense Nederlanders zijn buitengewoon schrijnend. Ze voelen zich bij de neus genomen door zuster Truus. In elk geval bij de adoptie zelf – en soms ook nog tijdens de lucratieve rootsreizen die zij eind jaren negentig begon te organiseren.

‘M’n zoon is van de vuilnisbelt teruggekomen’, zegt Orfelina, de moeder van Alejandro Quezada, als zij het volwassen kind dat ze in september 1979 op veertienjarige leeftijd ter wereld heeft gebracht een half leven later voor het eerst ontmoet. Hij was gestorven, hadden ze haar wijsgemaakt – omdat zíj hem te vaak had opgepakt. En daarna was ie simpelweg afgevoerd. In werkelijkheid is ‘dat dode kindje’ bij een stel in de Achterhoek beland. Eenmaal herenigd krijgen moeder en zoon van zuster Gertrudis nog geen half uur om opnieuw kennis te maken. Tot het eind probeert de adoptienon de regie te houden over haar levenswerk, dat in deze Spoorloos 2.0 definitief wordt ontheiligd.

Het tragische verhaal van Mirjam Hunze, één van de Chileense adoptiekinderen, is overigens ook al uit de doeken gedaan in de podcast De Gestolen Kinderen. Tanja Kok maakte voor Hart van Nederland bovendien al een podcast over Truus Kuijpers: De Adoptienon.

Bliksem

VPRO

‘Als onze families onze liefde zouden zien, zou dat wellicht iets doorbreken en zouden we meer verbonden kunnen zijn’, verwoordt Aiman Hassani, bij de start van Bliksem (59 min.), het gevoel waarmee hij deze persoonlijke film over z’n relatie met Tim inging. Want hoewel ze al ruim vijf jaar samen waren, hadden hun families elkaar nog nooit ontmoet. Tim en Aiman wilden graag delen hoe gelukkig zij samen waren. En toen bleek de ware Jacob er een verborgen leven op na te houden.

Tim stamt uit een gehucht in de Achterhoek, Aiman groeide op in een Marokkaanse familie uit de omgeving van Utrecht. Ze zeiden ‘u’ tegen elkaar – teder! – en waren heel lang elkaars veilige plek. Ook nadat alles op losse groeven is komen te staan, blijft Hassani zijn leven documenteren. Om greep te krijgen op die nieuwe realiteit en zichzelf onder controle te houden. Alsof hij in de spiegel naar zichzelf blijft turen en elk afzonderlijk element van z’n eigen verlies wil optekenen.

Hassani filmt bijvoorbeeld hoe hij een filmpje terugkijkt dat hij ooit samen met Tim maakte tijdens het koken. En dat krijgt de kijker van Bliksem dan weer te zien. Meermaals. Zoals die ook wordt meegenomen naar de sportschool, waar Aiman een nieuwe routine vindt – en een nieuwe versie van zichzelf, met een wasbord. Hij gaat ook nog naar de kapper. Het lijken afscheidsrituelen, van een jonge man die op drift is geraakt/gebracht. Losgeraakt, ook van zijn familie.

‘Niemand heeft je afgewezen omdat je anders bent’, zegt zijn ernstig zieke vader, in wat misschien wel hun laatste gesprek wordt. ‘Wij houden van jou omdat je Aiman bent. Jij bent onze zoon.’ Die boodschap moet nog even doordringen bij de filmmaker in deze even particuliere als universele registratie van de ontmanteling van het ene leven, om aan het volgende te kunnen beginnen.

My Generation

EO

Gaan we rocken? roept een man naar de bus senioren. Zij reageren enthousiast: jeeeeuuuh! Het gezelschap is onderweg naar de Zwarte Cross in Lichtenvoorde, waar een hopelijk volle festivaltent wacht op het ouderenkoor uit Haarlemmermeer. Net voor aankomst zingen ze nog even mee met de plaatselijke klassieker Oerend Hard van Normaal.

My Generation (54 min.) afficheert zich als een rockkoor, waarbij iedereen welkom is. Zangtalent is mooi meegenomen, maar zeker geen voorwaarde. Onder leiding van dirigent Boris studeren de senioren enthousiast bekende pop- en rockklassiekers in van pak ‘m beet The Rolling Stones (Ruby Tuesday), Bob Marley (One Love) en – natuurlijk – The Beatles (Here Comes The Sun).

Dit doet natuurlijk denken aan de opzet van Young @ Heart, Stephen Walkers documentaire over een Amerikaans ouderenkoor met een al even opmerkelijk repertoire – al begaf dat gezelschap zich met covers van lekker dwarse acts als Talking Heads, Sonic Youth en The Ramones zelfs nog véél verder van de mainstream. De oudjes werden er hip mee. Toen die term allang niet meer in zwang was.

My Generation opereert conventioneler en moet het vooral van lol, gezelligheid en enthousiasme hebben. Tijdens de voorbereidingen op het muziek- en crossfestival in de Achterhoek, die als rode draad voor deze film fungeren, volgt documentairemaakster Anne-Marieke Graafmans enkele leden tijdens activiteiten van het koor en in hun dagelijks leven.

Zij kampen met de dingen waarmee mensen op leeftijd nu eenmaal kampen: eenzaamheid, verlies en de zin van het bestaan. Dat klinkt al een stuk heftiger dan het in deze wat vlakke docu wordt. Echt drama blijft achterwege. Binnen de groep is er hooguit wat wrijving over het ontwerp voor het officiële ‘tourshirt’ en of de dames tijdens het Zwarte Cross-optreden een giletje gaan dragen of niet.

Wat rest is een vlot groepsportret van een stelletje enthousiastelingen dat zich opmaakt voor een plek in het middelpunt van de belangstelling – als toch wel een soort gimmick – bij een festival dat populairder dan ooit lijkt bij de jeugd van tegenwoordig.

Normaal – Ik Kom Altied Weer Terug – Ja Dat Was… Høken! 40 Jaar Normaal

VPRO

Mensen zoals hij – of beter: de mensen die hij tot zijn natuurlijke achterban mag rekenen – doen de laatste tijd duchtig van zich spreken. Bennie Jolink, voorman van de Nederlandse rockgroep Normaal, was echter nooit een reguliere boer. En dus zat dat ene zinnetje in de single De Boer Is Troef (‘De EEG trapt ons weer terug’) uit 1983 hem altijd dwars. ‘Hoe krijg je het uit je pen?’ toonde de Achterhoeker zich deze week, veertig jaar later, zelfkritisch tijdens een interview met het Algemeen Dagblad. ‘Al die mensen die tegenwoordig Europa afwijzen – de boeren van Farmers Defence Force, Wilders en die idioot van Baudet voorop – zouden de globe er eens bij moeten pakken. Denk je nou dat het kleine Nederland het alleen redt in deze wereld?’

Iedereen die zijn ongegeneerde lofzang op de boer aanhoort bij de start van Normaal – Ik Kom Altied Weer Terug (80 min.), de documentaire die Frank van den Engel in 2001 maakte over de helden van het platteland, wordt alleen toch even op het verkeerde been gezet. Bennie Jolink oogt dan als een aan rock & roll verslingerd bastaardkind van Boer Koekoek en Caroline van der Plas. Even later in deze wat onevenwichtige, afwisselend uitzinnig rockende en melancholieke film – uitgebracht in de slipstream van Zij Gelooft In Mij, John Appels baanbrekende portret van André Hazes uit 1999 – werkt de rouwdouwer in alle rust aan een portretschilderij. Want ook dat is Jolink, een in Amsterdam opgeleide beeldend kunstenaar, een onverbeterlijke hardkop, een overtuigde eenzaat en een vermakelijke brompot. Een man van middelbare leeftijd bovendien die het optreden met zijn band fysiek nauwelijks meer trekt. Na de met bier, zweet en boer’nrock doordrenkte Normaal-shows is hij volledig buiten adem en moet hij echt weer opgelapt worden.

Ja Dat Was… Høken! 40 Jaar Normaal (85 min.), constateert Jolink in 2015, als de groep z’n afscheid aankondigt. De film van Frank Wiering begint met een uitvoering van de Normaal-klassieker Vrouw Haverkamp, opgebouwd rond enkele tekstregels die tegenwoordig vast niet meer door de beugel zouden kunnen: ‘Vrouw Haverkamp / Wa he-j toch grote tieten / Hoe we’die da? / Ik heb ze zelf in d’handen gehad’. In deze deurdonderdocu passeert nog wel meer de revue wat met de ogen van nu tamelijk lomp en macho overkomt. Met zichtbaar plezier verhaalt Bennie Jolink bijvoorbeeld over een bezoek aan het televisieprogramma Toppop, dat voor heel wat ophef en schade zorgt en ‘de kannibalen uit de Achterhoek’ definitief bombardeert tot superboeren. In die hoedanigheid zullen ze vier roerige decennia volmaken, die volledig in het teken staan van dat ondefinieerbare en toch uit duizenden herkenbare begrip ‘høken’. ‘Alles wat woest, onbenullig en lekker is’, aldus Jolink zelf. ‘Zolang het maar niks met seks of geweld te maken heeft.’

Als geen ander heeft hij, laat ook deze lekkere bandjesdocu weer zien, in de voorbije halve eeuw de ziel van het Nederlandse platteland weten te vertolken en raken. Ofwel, in vakjargon: ‘Wat de lul is voor de hoeren, is Normaal voor de boeren.’ Als één man dus het verschil tussen platteland en stad kan duiden, dan is hij het. Dat zit hem volgens Bennie Jolink in één enkel woord: assertiviteit. ‘De randstedeling, zeg ik altijd, adoreert assertief gedrag’, doceert hij in Ja Dat Was… Høken!. ‘Een normaal mens, een plattelander, vindt assertiviteit onbeschoft, egoïstisch, brutaal en opschepperig.’ En die heeft afgelopen week, na de enorme verkiezingsoverwinning van de BoerBurgerBeweging, nu eens onbekommerd zijn eigen feestje mogen vieren. Daarbij klonk, en dat zal geen verbazing wekken, ook Normaals allergrootste hit: Oerend Hard.

Suzan & Freek: Tussen Jou En Mij

Netflix

Je weet natuurlijk nooit wat je níet ziet in een documentaire. Wat niet mocht worden gefilmd, in de montage is gesneuveld of op verzoek van de hoofdpersonen, of hun vertegenwoordigers, alsnog is weggehaald. Dit geldt in het bijzonder voor portretten van relatief nieuwe popartiesten. Een documentaire heeft dan vooral een promotioneel karakter, om de status en het imago van de jonge helden te bestendigen. Het is de vraag welke ruimte een maker dan nog heeft om verhaallijnen af te tasten die niet in het gewenste frame passen.

Suzan & Freek: Tussen Jou En Mij (84 min.) valt ongetwijfeld in deze categorie. Net als de eveneens door Netflix omarmde film Snelle: Zonder Jas Naar Buiten (2021). Toch geeft deze documentaire wel een aardig beeld van hoe ‘t is om Suzan & Freek te zijn, vooral voor Suzan Stortelder en Freek Rikkerink. ‘Jij zegt heel vaak: ik vind het heel leuk om Suzan van Suzan & Freek te zijn’, vertelt Freek aan het begin van deze film van Laura Veenema, terwijl hij met zijn arm om Suzan op het strand van Santa Barbara zit. ‘En ik vind het leuk om Freek van Suzan & Freek te zijn.’

Daarmee zetten ze de toon voor een documentaire die prima aansluit bij z’n onderwerp: toegankelijk en tikkeltje braaf, maar ook niet onsympathiek. Samen met hun familie en vrienden, platenbaas, producer en muzikale collega’s Snelle en Miss Montreal schetst het onafscheidelijke tweetal uit de Achterhoek – dat dus, zo wil de volkswijsheid nu eenmaal, wel lekker nuchter moet zijn – de weg die hen via covers, Corona en dat allereerste eigen nummer (Als Het Avond Is) naar de top in eigen land heeft gebracht en hoe ’t is om daar nu, toch alweer een jaar of vier, te vertoeven.

Het schuurt slechts zelden in dit dubbelportret. Of ’t moet de publieke aandacht zijn. Zeker Suzan wil vooral op haar muziek beoordeeld worden. In de media doen ze daarom alleen dingen die met muziek te maken hebben, zegt ze in een film waarin ze thuis, bij familie en op vakantie is te zien. Ook dan trekt ze soms de grens. ‘Heel even de camera uit’, zegt ze bijvoorbeeld als ze met Freek in een busje zit te wachten voor een show. Die trekt de zijdeur dicht. ‘Even met z’n tweeën zijn’, zucht Suzan. ‘Heerlijk’, vindt hij. Waarna zij gapend, voor de camera, haar hoofd op zijn schouder legt.

Het is een treffend beeld, exemplarisch voor de positie waarin het duo zichzelf heeft gemanoeuvreerd. Die brengt hits en uitverkochte zalen met zich mee, maar zorgt ook voor ongewenste aandacht van bijvoorbeeld de roddelmedia en opdringerige fans. Dat is een kwestie van spitsroeden lopen tussen benaderbaar blijven als Suzan & Freek en toch iets voor jezelf houden als Suzan Stortelder en Freek Rikkerink. Zeker als je van ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’ min of meer je imago hebt gemaakt.

In de zomer van 2026 is, na een bijzonder heftig jaar, Suzan & Freek: We Vieren Het Leven uitgebracht. Het duo wordt daarin gevolgd in de aanloop naar tien concerten in het Gelredome te Arnhem.