The Other F Word


Met dat ene F-woord hadden ze nooit al te veel moeite. Fuck the world. The Police. Of gewoon: You! Arrogante smoel opzetten, middelvinger erbij en klaar was kees. Dat andere F-woord kost de ouder wordende punkers in deze kostelijke documentaire aanmerkelijk meer kruim: father.

The Other F Word (99 min.) uit 2011 is een film die de groeipijnen in beeld brengt van eeuwige pubers, die ondanks zichzelf hebben gekozen voor het vaderschap. ‘You can do any fucked up thing you want to and say “I’m punk”’, zegt Fat Mike, de zanger van de Amerikaanse pretpunkband NOFX, over zijn jonge jaren. Nu maakt hij ‘s ochtends – in een badjas met zebraprint, dat wel – een ontbijt voor zijn dochtertje. Hij moet haar nog wel een keer uitleggen wat die twee SM-meesteressen op zijn linkerbovenarm betekenen.

Hoe zijn we van rebelleren tegen onze eigen ouders in Godsnaam zelf in de ouderrol terecht gekomen? vraagt Pennywise-zanger Jim Lindberg, de hoofdpersoon van deze film van Andrea Blaugrund Nevins, zich in een contemplatieve bui af. Na twintig jaar trouwe dienst overweegt hij om de band, en het bijbehorende bestaan ‘on the road’, te verlaten ten faveure van zijn gezin en een reguliere baan. Daarmee moet hij tevens afstand nemen van de gemeenschap waarin hij als misfit opgroeide en zijn oude strijdmakkers in de steek laten. Met een eventueel vertrek draait Lindberg ook hun punkrockdroom de nek om, zo realiseert hij zich.

Binnen de punkscene is het lastig volwassen worden, ook omdat een groot deel van de mensen om je heen dat ten enenmale weigert én omdat dit natuurlijk ook niet past bij het imago van een obstinate punker. Treffend is in dat verband een scène met Red Hot Chili Peppers-bassist Flea en zijn tienerdochter. Nadat ze samen een stukje op de piano hebben gespeeld, is het vader die zijn middelvinger meent te moeten opsteken naar de camera. Zijn dochter staat er, licht gegeneerd, bij te lachen. Hoe kun je je tegen zo’n ouder afzetten?

Als de relatie ouder-kind, en de rolverwarring die daarmee gepaard kan gaan bij deze mannen, ter sprake wordt gebracht, komt The Other F Word tot de kern: veel van de geportretteerde punkers onderhouden nog altijd een bijzondere moeizame relatie met hun eigen ouders. De boosheid daarover moest – en kwam – eruit via furieuze muziek. Als ze nu worden bevraagd over hun getroebleerde jeugd blijken onverwoestbare iconen als Flea, Rancid-brulboei Lars Frederiksen en Art Alexakis (Everclear) ineens heel kwetsbare jongetjes. Met felkleurd haar, ‘fuck authority’ T-shirts en een overdaad aan tatoeages, dat wel.

Over dat andere F-woord, Fuck, werd in 2005 trouwens ook al een documentaire gemaakt. Op het web is echter nauwelijks meer iets te vinden over het (als ik ’t me goed herinner) vermakelijke F*ck.

De Keuze Van Mijn Vader


Als dit stuk door Gordon zou zijn geschreven, volgden er nu eerst grappen over nummertje 39, sambal bij en witte lijst voordat de film zelf zou worden besproken (waarna het al snel weer over Gordon zou gaan). Die zal ik eenieder besparen. Deze documentaire is ook geen poging om het leven achter het doorgeefluikje van een Chinees restaurant in beeld te brengen. Die film, die ik zelf overigens nog niet heb gezien, maakte Yan Ting Yuen al in 2001. Ze won er zelfs bijna een Gouden Kalf mee.

In de egodocu De Keuze Van Mijn Vader (54 min.) traceert Yuen het leven van haar ouders vóórdat ze vanuit China via Hongkong naar Nederland, Maastricht om precies te zijn, vertrokken om daar een restaurant te beginnen. Zelf werd ze in 1967 geboren in Hongkong, de voormalige Britse kolonie waar haar vader en moeder tegenwoordig weer wonen. Want Nederland werd nooit hun definitieve thuis.

Hun ‘Hollandse’ dochter vraagt zich intussen af waarom ze überhaupt ooit hiernaartoe zijn gekomen. Was het de dreiging van Mao’s culturele revolutie? Niet echt, als we haar vader Chak Man Yuen mogen geloven. Maar welke zwaarwegende redenen er dan wel ten grondslag lagen aan het besluit dat het lot van het gehele gezin veranderde wordt in deze film, die zich langzaam ontvouwt en waarbij emoties vaak onder de waterlijn blijven, ook niet helemaal duidelijk.

De maakster, die in de ogen van haar Chinese familie wel aanzien maar geen rooie rotcent verdient met haar creatieve werk, krijgt er maar geen vat op. ‘Mijn westerse blik brengt me nergens in hun wereld’, verzucht Yan Ting Yuen op driekwart van de film, als haar ernstig zieke vader haar stilaan definitief begint te ontglippen. Tot het bittere einde blijft hij de gesloten, plichtsgetrouwe man die hij altijd al was.

In die zin blijft hij dus ook voldoen aan het clichébeeld dat de Gordons van deze wereld hebben van Chinezen; ze leveren in stilte hun noeste arbeid, maar laten zich nooit in hun ziel kijken. Yan Tings neef Kueng, die het familierestaurant mocht overnemen en Chakt Man Yuen als zijn eigen vader beschouwt, verwoordt ‘t treffend  in een opvallend emotioneel interview: ‘Ik hou heel erg veel van hem, maar dat zou ik hem nooit ronduit zeggen.’ En zo houden ze elkaar in deze film, liefdevol, gevangen.

Motherland


Aan de naamkeuze zijn soms heuse brainstormsessies vooraf gegaan, de inrichting van de kinderkamer heeft waarschijnlijk tot menige echtelijke crisis geleid en het geboortekaartje moet getuigen van evenveel levenswijsheid als goede smaak. In Nederland kan het krijgen van een kind uitgroeien tot een zogenaamd ‘life changing event’, waarbij liefst niets aan het toeval wordt overgelaten.

Niet op de Filipijnen. Daar worden kinderen gewoon geboren. Punt. Amechtig kermend komen ze ter wereld, net als bij ons. Maar dat is dan ook vrijwel de enige gelijkenis. Het Dr. Jose Farella Memorial Hospital heeft geen goed geoutilleerde verloskamers, waarin privacy en comfort optimaal zijn gegarandeerd. Moeder en kind leren met elkaar leven op een enorme, zwaar overbevolkte kraamzaal. Het is zelfs maar de vraag of er voor iedereen een eigen bed is.

Aan geboorteplanning doen ze ook nauwelijks in de straatarme sloppenwijken van Manilla, zo blijkt uit deze trefzekere documentaire, die dit jaar op het Sundance Film Festival werd bekroond met de World Cinema Documentary Special Jury Award. Op de afdeling verloskunde worden dagelijks zo’n honderd kinderen geboren. En daar zijn ze op geen enkele manier op berekend. Net als de prille ouders overigens, die het ook maar lijkt te overkomen.

Motherland (94 min.) is desondanks geen sombere film. Regisseur Ramona S. Diaz heeft oog voor de humor binnen ‘De Baby Fabriek’ en laat ook de kameraadschap tussen de (veelal letterlijk) jonge moeders en vaders zien. Bijvoorbeeld als één van de vrouwen haar kind kwijt is en te midden van al die andere baby’s op zoek moet. Binnen deze opmerkelijke omgeving voltrekt zich intussen, met de regelmaat van de klok, het wonder van nieuw leven. Als de normaalste zaak van de wereld.

Alicia

VPRO

Ze gaat haar hondje van de hand doen via Marktplaats, vertelt Alicia’s moeder. Het is een keilief beestje hoor, maar het heeft een slechte start gemaakt en daar heeft zij het geduld niet voor. Alicia, na haar geboorte uit huis geplaatst, staat erbij. Het negenjarige meisje is een dagje thuis om haar verjaardag te vieren en gaat later weer gewoon terug naar het kindertehuis.

In de aangrijpende fly on the wall-documentaire Alicia (90 min.) volgt Maasja Ooms gedurende drie jaar het verweesde negenjarige kind dat op haar vijfde, na de dood van haar pleegvader bij wie ze enkele jaren heeft gewoond, in een kindertehuis is beland. In de Maashorst in het Brabantse Reek lijkt ze wel op haar plek. ‘Niemand vindt mij lief’, staat er niettemin te lezen in de rapportage van het tehuis. ‘Ik kan er net zo goed niet zijn.’

Gaandeweg gaat het steeds minder goed met de stevig puberende Alicia, die niet meer blijkt te handhaven in Reek en daarna een rondgang door de Nederlandse jeugdzorg moet maken. Intussen probeert ze de relatie met haar moeder, die ook weer haar eigen verhaal blijkt te hebben, in stand te houden. Als kijker zie je het met een kolossale steen in je maag aan. Zijn kwetsbare meisjes zoals Alicia dan nergens op hun plek?

Alicia is zo’n film die je heimelijk blijft achtervolgen en op onverwachte momenten plotseling toeslaat. Als je willekeurige tienermeisjes ziet, als je leest over het belang van hechting in de jongste jeugdjaren of als je, gewoon, heel gewoon, even naar je eigen kinderen kijkt.

Rio Ferdinand: Being Mum And Dad

BBC

Zoals het een (voormalige) topvoetballer betaamt, heeft hij van zijn naam een soort merk gemaakt. Rio Ferdinand, de onverstoorbare verdediger van Manchester United die 81 interlands speelde voor Engeland en met zijn club zes keer landskampioen werd en één keer de Champions League won. Het type man dat niet mag huilen, zou je zeggen.

In de rechttoe rechtaan documentaire Rio Ferdinand: Being Mum And Dad (56 min.) zien we de mens achter het voetbalicoon. Een bijna-veertiger, die verder probeert te gaan nadat zijn vrouw Rebecca in 2015 is bezweken aan de gruwelijke ziekte met de K. Ineens moet Ferdinand, in zijn eigen woorden, zowel mama als papa zijn voor z’n drie opgroeiende kinderen.

Het is ongelofelijk dapper zoals hij dat proces van rouwverwerking voor de camera aangaat. De gewezen topsporter laat zich in therapiesessies en gesprekken met lotgenoten van zijn kwetsbaarste kant zien. Getuige deze aangrijpende film wil Rio Ferdinand het type man zijn dat wel degelijk zijn emoties mag laten zien. Zelfs in het openbaar.

Afgelopen week maakte Ferdinand bekend dat die K-ziekte opnieuw een slachtoffer heeft gemaakt in zijn familie: Rio’s moeder Janice overleed op 58-jarige leeftijd.

Vegas Baby

Netflix

Maak een leuke video, zorg ervoor dat jij de meeste stemmen krijgt en win een gratis, gratisss, IVF-behandeling. Het idee waarmee Vegas Baby(77 min.) aan de man wordt gebracht – en ik ben in de vorige zin en de start van deze nieuwsbrief natuurlijk geen haar beter – doet de film eigenlijk geen recht.

Die wedstrijd, uitgeschreven door een privékliniek uit Las Vegas die onvervulde kinderwensen toch in vervulling probeert te laten gaan, is niet meer dan een startpunt om drie persoonlijke verhalen te vertellen. Van twee stellen en een alleenstaande vrouw die niets liever willen dan een kind.

Regisseur Amanda Micheli zoomt zo in op het grote, veelal in stilte gedragen verdriet dat ongewenste kinderloosheid kan worden. Van een liefdesdaad, gericht op het doorgeven van het leven, verwordt het verwekken van een kind tot een zenuwslopend medisch traject, waarbij ook de doktoren zijn overgeleverd aan zoiets stoms als toeval.

In de kantlijn stipt Micheli in deze aangrijpende documentaire nog een bijkomend onrecht aan: behandelingen tegen onvruchtbaarheid worden niet of nauwelijks vergoed, zodat de diepte van iemands zakken uiteindelijk bepaalt hoeveel kans hij of zij werkelijk heeft op nageslacht.

Life, Animated


Hij publiceerde diverse boeken, schreef voor The New York Times, Esquire en The Wall Street Journal en won met dat werk een felbegeerde Pulitzer Prize. Ron Süskind bekommerde zich altijd om grote maatschappelijke thema’s, zoals de war on terror of de financiële crisis.

En toen was er in 2014 ineens dat ontroerende stuk in The New York Times over zijn autistische zoon Owen, dat inmiddels is uitgemond in een boek en documentaire met dezelfde titel: Life, Animated. Over hoe Owen leerde communiceren via Disney-films (en achter de veelgeprezen journalist ‘gewoon’ een liefdevolle vader bleek schuil te gaan).

Vergelijk ’t met sportjournalist Willem Vissers, die sinds enkele maanden warm en nuchter over zijn verstandelijk gehandicapte zoon Samuel schrijft in De Volkskrant. Het bijbehorende boek is al aangekondigd, wellicht volgt ook daarvan nog eens een documentaire.

Het aangrijpende, voor een Oscar genomineerde Life Animated (92 min.) van regisseur Roger Ross Williams documenteert de pogingen van Ron Süskind en zijn vrouw om contact te krijgen met hun kind, dat gaandeweg zijn eigen plek in de grote boze buitenwereld vindt.

De Jacht Op Mijn Vader


Schrijfster Karin Amatmoekrim schreef een boek over haar afwezige vader, de in Suriname wereldberoemde taekwando-grootmeester en womanizer Eric Lie, en besloot dat hoogstpersoonlijk aan hem te gaan voorlezen. Die eenvoudige scènes – vader en dochter tegenover elkaar, met het boek ertussen – vormen het hart van de documentaire De Jacht Op Mijn Vader (59 min.).

Via de schrijfster richt regisseur Gülsah Dogan (Liefdeswinter, IDFA-publieksprijswinnaar Naziha’s Lente & De OK-vrouw, een veelbesproken film over Halina Reijn) het vizier op de man, die vooral voor zichzelf leek te leven en een spoor van verlaten liefdes en kroost achterliet.

De motieven van Karin Amatmoekrim om het contact met haar vader te herstellen lijken tamelijk ambigu; wil ze een relatie opbouwen met de man of vooral een boek over hem schrijven? Als ze in een interview een keuze moet maken kiest ze onverwijld voor het laatste. In het in 2016 verschenen boek Tenzij De Vader bedankt ze de man die haar ooit plompverloren op de aarde zette ‘voor uw mooie verhaal’.

Die spanning (tussen man en dochter, maar ook tussen dochter en schrijfster) drijft deze broeierige jacht op een verloren vader naar een geladen climax.

The Origin Of Trouble

KRO-NCRV

In deze korte docu (29 min.) gaat Tessa Pope op zoek naar de redenen achter de scheiding van haar ouders. Dat levert een uiterst spannende film op.

En zoals het hoort in een onvervalste egodocumentaire leert Pope, die de The Origin Of Trouble maakte als afstudeerwerk voor de filmacademie, intussen haar ouders (vader Pope in het bijzonder) én zichzelf beter kennen.