Lomax: The Songhunter

MM Filmprodukties

John en Alan Lomax hebben zo’n tienduizend veldopnames op hun naam gezet, schat Michael Taft van de Library Of Congress, terwijl hij door het gigantische archief van Amerika’s centrale bibliotheek loopt. Vader en zoon Lomax reisden in de eerste helft van de twintigste eeuw stad en land af, om in elke uithoek van de Verenigde Staten volksliedjes vast te leggen.

Toen pa John besloot om af te gaan bouwen, sloeg Alan Lomax (1915-2002) zijn vleugels uit naar het buitenland en ontwikkelde zich tot een toonaangevende folklorist en etnomusicoloog. Hij wilde de traditionele volksmuziek vastleggen, vóórdat die definitief door de gulzige massacultuur zou worden opgeslokt. Met zijn bandrecorder vereeuwigde Lomax een wereld, eigen en aards, die inmiddels zowat lijkt te zijn weggevaagd.

Als Rogier Kappers hem aan het begin van de 21e eeuw opzoekt in Florida, is Alan Lomax door een hersenbloeding niet meer in staat om hem echt te woord te staan. Met zijn kinderen, medewerkers en muzikanten zoals Pete en Peggy Seeger, Henrietta Yurchenco en Shirley Collins vangt de Nederlandse filmmaker in Lomax – The Songhunter (92 min.) niettemin het leven en werk van de gepassioneerde Texaanse collectioneur.

In een busje reist Kappers bovendien in het spoor van Alan Lomax naar landelijke gebieden in Schotland, Spanje en Italië. Hij grijpt daarbij terug op diens oorspronkelijke dagboekaantekeningen en gaat op zoek naar lokale mensen die ooit door Lomax met zijn recorder werden vastgelegd. Dit resulteert in prachtige scénes van oudere mensen die zichzelf of een dierbare voor het eerst terug horen. Alsof de geesten van een ver verleden tot hen spreken.

De Nederlandse liedjesjager heeft deze innemende roaddocu uit 2004 bovendien verrijkt met prachtig archiefmateriaal. Van illustere singer-songwriters zoals Woody Guthrie en Pete Seeger, maar vooral van gewone (werke)mensen, die hun dagelijks bestaan inkleurden, opluisterden of simpelweg draaglijk maakten met traditionele liederen: wasvrouwen, schaapsherders, spoorweglui, gevangenen, mijnwerkers en vissers.

Voor Lomax had zijn levensmissie, waaronder z’n eigen familieleven overigens flink had te lijden, een enorm maatschappelijk belang. Het ging hem, vertelt hij gepassioneerd in een archiefinterview uit de tijd dat hij zijn ideeën nog heel krachtig kon formuleren, om niets minder dan de vrijheid voor een cultuur om zich uit te kunnen drukken. Deze film van Rogier Kappers, bekroond met een Gouden Kalf, is een weldadige weerslag van die gedachte.

Horen – en zien – is geloven.

Welcome To Lynchland

c: Mel Yates

‘Wie heeft Laura Palmer vermoord?’ Voor een hele generatie televisiekijkers leek die vraag begin jaren negentig van levensbelang. Toen de onlangs overleden Amerikaanse regisseur David Lynch in 1990 de tv-serie Twin Peaks uitbracht, had hij al een opzienbarend Do It Yourself-debuut (Eraserhead, 1977), een genadeloze Hollywood-flop (‘zijn Waterloo’ Dune, 1984) en een absolute cultfilm (Blue Velvet, 1986) op zijn naam staan.

Op het filmfestival van Cannes was hij er in datzelfde jaar, 1990, bovendien vandoor gegaan met de prestigieuze Palme d’Or voor zijn omstreden film Wild At Heart. De wereld leek aan de voeten te liggen van de eigenzinnige filmmaker, die zijn heil echter buiten de gebaande paden van Hollywood, van logische verhalen met een kop en staart en min of meer navolgbare personages, besloot te gaan zoeken.

Die stap, terug naar zijn wortels als beeldend kunstenaar en experimenteel filmmaker, zet ook het tweede deel in gang van de documentaire Welcome To Lynchland (54 min.). Regisseur Stéphane Ghez heeft geprobeerd om zijn portret op te bouwen en vorm te geven als een typische Lynch-film. Die uiteindelijk wel een tamelijk conventionele opdracht heeft: het duiden van een essentiële cineast.

Dat gebeurt natuurlijk met cruciale fragmenten uit de bloemrijke filmografie van David Lynch (1946-2025) en gesprekken met kernfiguren uit zijn carrière, zoals de acteurs Kyle MacLachlanLaura Dern en Isabella Rossellini, de producers Mel Brooks en Dino de Laurentiis, zijn biografe Kristine McKenna, vaste editor Mary Sweeney én Lynch’s ex-vrouw, de kunstenares Peggy Reavey. Zijn privéleven blijft nochtans grotendeels buiten beeld.

In de tweede helft van deze – sorry! – publieke Lynching geeft Ghez wel ruim baan aan enkele, enigszins overbodige, Franse filmkenners die precies weten hoe het oeuvre van David Lynch, met al z’n sinistere signalen, dubbele bodems en duivelse easter eggs, moet worden geduid en welke betekenis dit dan heeft in het culturele landschap van de afgelopen vijftig jaar. Dat had wel wat minder gekund.

Welcome To Lynchland heeft desondanks meer dan genoeg te bieden voor liefhebbers van de man die als geen ander de nachtmerries van Hollywoods droomfabriek kon verbeelden.

JFK: One Day In America

Disney+ / National Geographic

Straks is er alleen nog de Zapruder-film, de gruwelijke weerslag van de moord op president John F. Kennedy op 22 november 1963. Luttele seconden beeldmateriaal, geschoten door de amateurfilmer Abraham Zapruder, dat sindsdien door Jan en alleman kapot is geanalyseerd en onderdeel is geworden van talloze complottheorieën. Kan uit die schokkende filmframes worden afgeleid dat Lee Harvey Oswald, die twee dagen later werd geliquideerd door de maffiose nachtclubeigenaar Jack Ruby, toch had geopereerd als een ‘lone shooter’? Of volgt daaruit juist dat er sprake moet zijn geweest van een samenzwering, mét of zelfs zónder betrokkenheid van Oswald?

Zestig jaar na dato zijn er nog maar weinig mensen die er daadwerkelijk bij waren, op de dag dat er zeker drie schoten klonken op Dealey Plaza in Dallas, Texas. In JFK: One Day In America (132 min.) komen enkele van deze laatste ooggetuigen aan het woord. De geheimagenten Clint Hill en Paul Landis bijvoorbeeld, belast met de beveiliging van de president en zijn echtgenote Jackie. Zij zouden de rest van hun leven last houden van schuldgevoelens. Of Buell Frazier, een collega van Lee Harvey Oswald bij het Texas School Book Depository, van waaruit hij ook zou hebben geschoten. Hij had Oswald die dag nog een lift gegeven. Frazier zou nooit meer dezelfde worden. De jongen die ‘s ochtends van huis vertrok is nooit meer thuisgekomen, vertelt hij. In plaats daarvan meldde zich een man die nog vrijwel dagelijks in gedachten terug in de tijd reist naar vrijdag 22 november.

In deze driedelige serie van Ella Wright schetsen diverse direct betrokkenen de achterkant van gebeurtenissen die allang tot de geschiedenisboeken zijn doorgedrongen: Gayle en Bill Newman (echtelieden uit Dallas, die na de aanslag hun kinderen met hun eigen lijf beschermden), Sid Davis (correspondent uit Washington, getuige van het inzweren van Kennedy’s opvolger Lyndon Johnson), John Brewer (eigenaar van de schoenenwinkel, waar Lee Harvey Oswald werd gearresteerd), Bill Mercer (lokale nieuwspresentator, die Oswald vertelde dat hij werd verdacht van de moord op de president), Rusty Robbins (politieagent te Dallas en een bekende van Oswald-killer Jack Ruby), Peggy Simpson (een journaliste, die erbij was toen diezelfde Ruby JFK’s vermeende moordenaar doodschoot op het politiebureau) en Ruth Paine (een vriendin van Oswalds Russische vrouw Marina).

Behalve deze laatste overlevenden van het weekend waarin Amerika zogezegd zijn onschuld verloor, beschikt deze miniserie over nóg een uitgesproken troef: niet eerder vertoonde – en voor het eerst ingekleurde – beelden van de gebeurtenissen voor en na de aanslag. Zeker die inkleuring heeft gebeurtenissen, die eigenlijk allang tot het grijze of zwart-witte verleden behoren, ineens weer de tegenwoordige tijd ingetrokken. In combinatie met een indringende soundtrack wordt die moord op John F. Kennedy plotseling weer actueel en urgent. Dat is de voornaamste winst van deze straffe historische serie, die zich verder niet bezondigt aan de eindeloze speculaties en uitzinnige complottheorieën waarin de Zapruder-film zo’n essentiële rol is gaan spelen.

Mission Joy – Finding Happiness In Troubled Times

Tribeca Film

Zo zie je ze zelden: (morele) leiders die in het openbaar knuffelen, flauwe grapjes maken en gieren van het lachen. Tussen de Zuid-Afrikaanse aartsbisschop Desmond Tutu (1931-2021), één van de meest prominente opponenten van het Apartheidsregime, en de Dalai Lama (1935-), de verbannen (spiritueel) leider van Tibet, was er duidelijk chemie. Als de twee ontvangers van de Nobelprijs voor de Vrede samen waren, gedroegen ze zich volgens Tutu’s dochter Mpho Tutu van Firth als achtjarige kwajongens.

Hoewel er enorme verschillen waren tussen de twee mannen – christen-boeddhist, arm geboren-lid van een prominente familie – was er vanaf hun kennismaking in 1990 een klik tussen de twee iconen. Ze werden vrienden – als dat kan met iemand die je maar een handvol keren in levende lijve hebt ontmoet. In de lente van 2015 namen de twee vijf dagen de tijd voor een ontmoeting in het Indiase domicilie van de Dalai Lama in Dharamsala, die in z’n geheel werd gefilmd. Hun vertrouwelingen Doug Abrams en Thupten Jimpa Langri fungeerden daarbij als moderator.

Het thema? Vreugde in tijden van tegenspoed. Want daarmee hadden ze allebei ervaring genoeg. En ze schreven er samen ook al een boek over: Het Boek Van Vreugde. De documentaire Mission Joy – Finding Happiness In Troubled Times (88 min.) van Louie Psihoyos en Peggy Callahan wordt dan ook een onverhuld pleidooi voor positiviteit, voor het vinden van het licht in de duisternis. Omdenken, zo je wilt. Een treffend voorbeeld daarvan is de Zuid-Afrikaanse Waarheidscommissie- en Verzoeningscommissie. Na het einde van het Apartheidsregime volgde, mede op initiatief van aartsbisschop Tutu, geen Neurenberg-achtig tribunaal, maar een poging tot boetedoening en vergeving.

De levensverhalen van ‘Arch’ en ‘Zijne Heiligheid’ zijn in deze documentaire voor een deel geanimeerd. En hun levensfilosofie wordt ondersteund door enkele wetenschappers, die het belang van positiviteit voor de (geestelijke) gezondheid hebben aangetoond. Vanzelfsprekend is Mission Joy een film geworden, waarin werkelijk geen onvertogen woord valt. Menigeen zal daarvan houden – al moet je er ook wel weer tegen kunnen.

Showbiz Kids

Evan Rachel Wood, Cameron Boyce, Henry Thomas & Wil Wheaton / HBO

Van Drew Barrymore en River Phoenix tot Britney Spears en Lindsay Lohan. Er zijn legio voorbeelden van kindersterren die op latere leeftijd in de problemen komen. Ze kunnen de weelde van het succes niet dragen, worden als jongvolwassene al beschouwd als oud nieuws of raken verstrikt in dat eeuwige dilemma: vinden al die mensen míj leuk of kicken ze gewoon op mijn bekendheid? Toch zijn er altijd weer kinderen – en niet te vergeten: hun ouders – die naar Hollywood verkassen om daar, voor eventjes dan, eeuwige roem te verwerven.

Marc Slater en zijn moeder Melanie zijn bijvoorbeeld vanuit Orlando in Florida gekomen om te auditeren voor een rol in de pilot van een serie. De ouders van het guitige joch hebben al hun spaargeld moeten aanspreken om de reis te betalen en een acteercoach in te huren. Zonder enige garantie op succes. Demi Singleton heeft al een voet tussen de deur gekregen in de entertainmentindustrie. Ze speelde maandenlang in de musicals School Of Rock en The Lion King. Maar kan ze het zich nu ook permitteren om een zomer vrijaf te nemen? vragen Demi en haar moeder zich af.

Regisseur Alex Winter, die zelf als jongeling actief was op Broadway, paart de lotgevallen van de twee aspirant-publieksfavorieten in de interessante documentaire Showbiz Kids (94 min.) aan de ervaringen van gewezen kindersterren zoals Evan Rachel Wood (Thirteen), Henry Thomas (E.T.), Mila Jovovich (Return To The Blue Lagoon), Wil Wheaton (Stand By Me), Todd Bridges (Diff’rent Strokes), Mara Wilson (Mrs. Doubtfire) en de onlangs op twintigjarige leeftijd aan een epilepsie-aanval overleden Cameron Boyce (Jesse). Hun verhalen over plotselinge roem en de keerzijde daarvan worden geïllustreerd met fragmenten uit de films en televisieprogramma’s waarin ze ooit schitterden.

Een aardige trouvaille is ook één van de allereerste kindersterren, Baby Peggy. Diana Serra Cary is de grens van honderd jaar inmiddels gepasseerd en kan vanuit eigen ervaring bevestigen dat de kansen en uitdagingen van hedendaagse sterretjes eigenlijk al zo oud zijn als pak ‘m beet Shirley Temple. Waarbij alle actoren rondom de Hollywood-ster in spe – de ouders, managers, filmbonzen, fans én kritische recensenten – wel eens uit het oog verliezen dat ze toch echt met een tere kinderziel hebben te maken.