The Choice 2020

PBS

Park Avenue, New York – Scranton, Pennsylvania

Lastpak – Stotteraar

Patser – Brave borst

Vastgoedman – Senator

Miljonair – Beroepspoliticus

Roy Cohn – John F. Kennedy

Art Of The Deal – Politieke deal(tje)s

Playboy – Familieman

Overspel – Auto-ongeluk

Central Park Five-laster – Plagiaatschandaal

Altijd ontkennen – Excuses aanbieden

Narcist – Mensenmens

Celebrity – Hoge heer

You’re fired – Folks, folks, folks

Provocateur – Mooiprater

Bullebak – Blunderaar

Trophy Wife – Dokter Jill

Grab ‘em by the pussy – Iets te intiem knuffelen

Lefgozer – Opa

Stem van het volk – lid van The Swamp

Richard Nixon  – Barack Obama

Roger Stone/Rudy Giuliani/Mary Trump – Val Biden/Valerie Jarrett/Jill Biden

COVID-ontkenner – Basement Biden

The Donald – Average Joe

Republikeinse president – Democratische vicepresident

Dat is The Choice 2020 (114 min.):

Trump versus Biden

Dinsdag 3 november 2020

Street Fight

PBS

Als Democratische presidentskandidaat lijkt Cory Booker het in de voorverkiezingen van 2020 te gaan afleggen tegen Joe Biden, Elizabeth Warren of Bernie Sanders. De documentaire Street Fight (81 min.) uit 2005 laat echter zien dat de Afro-Amerikaanse outsider nooit helemaal kan worden uitgevlakt.

In deze voor een Oscar genomineerde campagnedocu van Marshall Curry bindt gemeenteraadslid Booker de strijd om het burgemeesterschap van de Amerikaanse stad Newark in New Jersey aan met de gedoodverfde favoriet Sharpe James. Deze eveneens zwarte bulldog is al zestien jaar burgervader, heeft nog nooit een verkiezing verloren en haalt werkelijk alles uit de kast om bij zijn opponent een stok tussen de spaken te steken. Samen strijden ze om de zegen van de verpauperde stad.

De sympathie van de kijker, en maker Curry, ligt automatisch bij de uitdager Booker, die vanaf het begin van de campagne, als nauwelijks iemand in zijn kansen gelooft, wordt gevolgd met de camera. ‘Volgens een oude grap in Newark kan een ‘incumbent’ slechts op twee manieren zijn ambt verlaten: dood of veroordeeld’, stelt Curry die tevens als verteller van deze ‘fly on the wall’-documentaire fungeert. ‘Maar Cory denkt dat hij een andere manier heeft gevonden.’

De filmmaker wordt zelf al snel een personage in zijn eigen film. Team James beschouwt hem als onderdeel van ‘de vijand’ en begint hem ook als zodanig te behandelen. Hij is ‘de Cory Booker-man’. Als Curry niet stopt met filmen, dan nemen ze hem zijn camera af. Desnoods met geweld. Sharpe James’ eigen communicatieadviseur, stiekem gefilmd, kan er niet over uit. De man zal het nog druk krijgen: bij James liggen er nog de nodige lijken in de kast.

Street Fight wordt zo precies het gevecht waar liefhebbers van campagnefilms op hopen: een vuile tweekamp tussen een verfijnde jonge uitdager, op elitescholen klaargestoomd voor een publieke functie, en de gevreesde zwaargewicht, die eraan gewend is geraakt dat hij elke tegenstander kan slopen. Pas als de gong heeft geklonken wordt duidelijk wie de burgemeesterswoning mag betrekken. En wie er liggend op de grond, versuft en bloedend, achterblijft.

Het campagnegevecht tussen Booker en James uit 2002 kan tevens worden gezien als een microversie van de strijd om het hart van zwart Amerika (waarin ene Barack Obama zich dan nog moet gaan mengen). Of een doodgewoon, maar erg vermakelijk moddergevecht, waaruit ook de okselfrisse Cory Booker niet brandschoon lijkt te kunnen komen.

Knock Down The House

Netflix

We hebben een A, we hebben een O, we hebben een C… Ofwel: A.O.C.!

Als je als aanstormend Amerikaans politicus niet eens je achternaam of voornaam hoeft te gebruiken en alleen je initialen al volstaan, dan zou de wereld wel eens helemaal open kunnen liggen. Na FDR, JFK en LBJ is de linkerhelft van de Verenigde Staten op dit moment in elk geval flink in de ban van Alexandria Ocasio-Cortez, kortweg AOC.

Als geen ander vertegenwoordigt zij het Anti-Trumpdeel van de natie. Niet alleen door haar geslacht (vrouw, ik zou bijna zeggen: meisje), leeftijd (eind twintig) en achtergrond (Puerto Rico) overigens. Ook haar ‘GroenLinkse’ ideeën staan haaks op alles wat de huidige president vertegenwoordigt. Ze is wél net zo handig op de sociale media als haar Republikeinse Nemesis, die vooralsnog natuurlijk op geheel eigen wijze het land blijft domineren.

Een jaar geleden heette AOC nog gewoon Sandy. Een eenvoudige serveerster uit The Bronx, zo wil het verhaal, die tegen elke logica in besloot om in 2018 Joe Crowley, de onverslaanbare kandidaat voor het 14e district van New York, uit te dagen in de Democratische voorverkiezingen voor het Amerikaanse congres. Filmmaakster Rachel Lears volgde Ocasio-Cortez tijdens die campagne op de voet. Waarschijnlijk om haar dappere, maar onvermijdelijke nederlaag vast te leggen.

In Knock Down The House (87 min.) wordt AOC vergezeld door drie andere Democratische politica’s: Paula Jean Swearengin, een strijdbare mijnwerkersdochter uit West-Virginia, maakt zich sterk voor goeie banen en tegen milieuvervuiling. De Afro-Amerikaanse verpleegster, dominee en huismoeder Cori Bush werpt zich in de nasleep van de dood van Mike Brown, die in Ferguson door een politiekogel stierf, in Missouri op als een onvervalste Black Lives Matter-kandidaat. En Amy Vilela uit Nevada, een voormalige alleenstaande moeder met bijstandsuitkering, voelt zich door een persoonlijk drama geroepen om te vechten voor betere gezondheidszorg.

Gezamenlijk vormen ze in deze krachtige campagnefilm, naar verluidt de duurst verkochte docu aller tijden, de voorhoede van een anti-establishment beweging. Die meldt zich en masse bij de verkiezingen van 2018, als reactie op zowel Trumps beleid als het opportunisme van de eigen partij-elite. Helemaal spontaan gebeurt dat overigens niet. Achter de schermen werven ‘grass roots’-organisaties zoals Justice Democrats en Brand New Congress actief ‘gewone mensen’ voor een politiek ambt. Die zouden moeten zorgen voor een betere vertegenwoordiging van het veelkleurige Amerika dat zij kennen en waarderen.

De andere drie kandidaten hebben met AOC gemeen dat zij eveneens buitenstaanders zijn (of lijken), een echte uitdagerscampagne voeren en opvallend progressieve politiek voorstaan. Duidelijk is ook dat ze het ‘je ne sais quoi’ missen van Ocasio-Cortez, die eerder al actief was als medewerker van een belangengroepering en politiek activist en door Lears slim als ster van deze film wordt ingezet. Niet zomaar een serveerstertje zogezegd. In publieke optredens laat ze haar hooghartige tegenstander, een vleesgeworden bureaucraat die zich nauwelijks verwaardigt om campagne te voeren in zijn eigen district, bovendien alle hoeken van de kamer zien.

Behalve een tijdsdocument waarin de opkomst van een enorm politiek talent wordt opgetekend – bedenk daarbij dat ook Kennedys carrière ooit begon met een campagnedocu – zit er in Knock Down The House tevens een klein en menselijk verhaal verscholen. Van een jonge vrouw, die ook de donkere kanten van het leven heeft leren kennen en nu simpelweg wil dat haar vader trots op haar is. Dit persoonlijke portret van A!-O!-C!, die zelf ook regelmatig verbaasd lijkt over haar eigen succes, is op natuurlijke wijze ingebed in een enerverend ooggetuigenverslag van de zoveelste poging om de Amerikaanse democratie te revitaliseren.

The War Room


Het is een klassiek geworden scène: de hevig geëmotioneerde campagneleider James Carville spreekt op verkiezingsdag zijn troepen toe. Of Bill Clinton daadwerkelijk president wordt, weet hij dan nog niet. ‘Ik was 33 toen ik voor het eerst naar Washington en New York ging’, stamelt Carville. ‘42 toen ik mijn eerste campagne won. En ik ben dankbaar voor jullie allemaal. Jullie hebben deel uitgemaakt van iets bijzonders in mijn leven.’ Zijn mond trekt, tranen dringen zich op. Niet alleen bij hem. ‘En ik zal nooit vergeten wat jullie hebben gedaan. Bedankt!’

De ‘ragin’ cajun’ Carville en zijn rechterhand, glamourboy George Stephanopoulos, zijn de absolute helden van deze ultieme politieke campagnefilm van de direct cinema-pionier D.A. Pennebaker en zijn partner Chris Hegedus. Hun baas Bill Clinton, die ze slim The Comeback Kid dubden, is hooguit een interessant bijpersonage. Als twee politieke generaals zetten Carville en Stephanopoulos de lijnen uit in The War Room (96 min.), zodat hun kandidaat in 1992 de Republikeinse president George Bush kan verslaan en straks zelf leider van de westerse wereld wordt.

Je zou deze presidentscampagne kunnen zien als het startpunt van de (verdere) verruwing van de Amerikaanse politiek, die uiteindelijk in het reality-tv presidentschap van Donald Trump heeft geresulteerd. Gebruikte gouverneur Clinton een condoom?, wil een journalist bijvoorbeeld weten tijdens de persconferentie van Gennifer Flowers, die claimt jarenlang een affaire te hebben gehad met de presidentskandidaat. Zo ongeveer tegelijkertijd lekt uit dat Bill Clinton in de Vietnam-jaren de dienstplicht zou hebben ontdoken.

Die verhalen zijn volgens James Carville, de vuilgebekte southerner die van zijn hart nooit een moordkuil maakt, allemaal ingestoken door de Republikeinse spin doctor Roger Ailes (die later Fox News zal oprichten en daarmee een jarenlange hetze gaat voeren tegen alles wat links of Democratisch is). Intussen onderhoudt de ‘straight talking’ Carville een relatie met Mary Matalin, de stekelige woordvoerdster van de door hem zo gehate Bush-campagne. Over twee geloven op één kussen gesproken.

Carville en Matalin zijn 25 jaar later nog altijd een koppel. Hun huwelijk heeft de presidentschappen van Clinton, Bush jr. en Obama overleefd. Deze klassieke campagnefilm, die met zijn ongeëvenaarde blik in de machinekamer van een presidentscampagne de standaard heeft gezet voor politieke documentaires, maakte van hen celebrities. Hetzelfde geldt voor de mediagenieke George Stephanopoulos. Hij is al jaren anchor van This Week, het zondagochtendprogramma van de Amerikaanse televisiezender ABC.

In 2008 maakten Hegedus en Pennebaker nog een soort terugblikdocumentaire, The Return Of The War Room, waarin alle hoofdpersonen worden bevraagd over de campagne van ‘92 en hun eigen rol daarin. Dat is geen heel bijzondere exercitie geworden. Op het web is er ook nauwelijks meer iets over te vinden.

Bobby Kennedy For President

Netflix

Een dramatischer gegeven is, zeker achteraf bezien, nauwelijks voorstelbaar. 4 April 1968. De Democratische presidentskandidaat Robert Kennedy moet zijn gehoor tijdens een campagnebijeenkomst in Indianapolis vertellen dat enkele uren eerder de burgerrechtenleider Martin Luther King is vermoord. Het wordt zijn beste speech. Al improviserend weet Bobby enkele troostende woorden van de Griekse dichter Aeschylus te vinden, die een halve eeuw nog altijd nazinderen. Ook omdat de gedoodverfde Amerikaanse president zelf slechts twee maanden later, op de fatale woensdag 5 juni, eveneens ten prooi zal vallen aan een eenzame schutter. En als klap op de vuurpijl wordt de omstreden Republikein Richard Nixon, een aartsvijand van de Kennedys, president van de Verenigde Staten.

Vijftig jaar na dato belicht de documentaireserie Bobby Kennedy For President (246 min.) de derde zoon van de politieke dynastie die vader Joe Kennedy probeerde te stichten. De eerste, Joe Junior, had president moeten worden, maar sneuvelde in de Tweede Wereldoorlog. Nummer twee, John, werd daadwerkelijk president, maar stierf op 22 november 1963 bij een aanslag door de ultieme ‘lone gunman’ Lee Harvey Oswald (of was ook hij niet meer dan een zondebok voor een uitgebreide samenzwering, de verdenking die boven zo’n beetje alle politieke moorden van de sixties hangt?). Zoon vier tenslotte, Edward, vergooide zijn kansen op dat presidentschap met een geruchtmakend ongeluk, waarbij een onbekende vrouw de dood vond, en moest zich tevreden stellen met een heldenrol als linkse leeuw in de Amerikaanse senaat.

En Robert F. Kennedy, kortweg RFK, zou dus ook geen president worden. Regisseur Dawn Porter concentreert zich in deze serie volledig op diens politieke carrière en brengt zijn transformatie van rijkeluiszoontje, dat als jong strebertje begon bij de foute communistenjager Joe McCarthy en later minister van justitie werd onder zijn broer John, naar sociaal bewogen icoon van Links Amerika overtuigend in kaart. Bobby was vóór de armen en tégen Vietnam, zogezegd. Porter laat vooral het overvloedige archiefmateriaal spreken en lardeert dat met quotes van bronnen als burgerrechtenactivist John Lewis, zanger Harry Belafonte, vakbondsvrouw Dolores Huerta en een handvol persoonlijke medewerkers van Kennedy. Stuk voor stuk zijn ze de hoofdpersoon nog altijd goedgezind, waardoor dit portret soms de contouren van een hagiografie krijgt.

Intussen blijft de gewone Bobby (telg van een hyperambitieuze familie, broer van een vermoorde president en vader van maar liefst elf kinderen) grotendeels buiten beeld. Ook omdat er geen directe familieleden participeren in deze serie. In deel 1, dat eindigt met de uitvaart van JFK, schetst Porter de aanloop naar Kennedys loopbaan als zelfstandige politieke kandidaat, die in de navolgende twee afleveringen wordt uitgediept. Culminerend in zijn overwinningsspeech bij de voorverkiezingen in Californië, waarna hij onder vuur wordt genomen door een eenzaat met een geweer en op 42-jarige leeftijd al Bobbys dromen definitief vervliegen. De afsluitende episode richt zich tenslotte op het proces tegen RFK’s eenzame schutter Sirhan Sirhan, waarbij ook diens broer Munir aan het woord komt, en maakt de balans op van Kennedys veelbewogen leven, dat getuige deze doortimmerde serie nog altijd veel emoties losmaakt.

Een veel persoonlijker perspectief op Robert Kennedy en vooral zijn echtgenote is te zien in het aangrijpende Ethel uit 2012, een film van de jongste dochter van Bobby en Ethel, Rory Kennedy, die bijna een half jaar na zijn dood werd geboren.

De documentaire RFK Must Die: The Assassination Of Robert Kennedy uit 2007 richt zich op moordenaar Sirhan Sirhan en het mogelijke complot waarbij hij betrokken zou zijn geweest.

OnsBelang

AVROTROS

In de aanloop naar gemeenteraadsverkiezingen weerklinkt steevast kritiek op de nationale media en politici, die lokale verkiezingen altijd weer laten overschaduwen door landelijke thema’s. Dit jaar is het niet anders. Het blijft ook verduiveld lastig: hoe maak je plaatselijke onderwerpen toegankelijk én interessant voor mensen uit andere delen van het land? De driedelige documentaireserie OnsBelang (105 min.) van Simone Timmer en Sander ‘t Sas, die afgelopen donderdag is gestart op NPO2, waagt een serieuze poging en slaagt wonderwel.

Dat heeft alles te maken met de insteek en vorm die de filmmakers kiezen. Ze richten zich volledig op vertegenwoordigers van lokale partijen, mensen die met hun poten in de politieke modder staan, en leggen daarbij voortdurend de verbinding tussen hun persoonlijke leven en de politieke thema’s waarmee zij zich bezighouden. Zo maakt boer Wim van der Zanden van BALANS Boxtel, die voor zijn inwonende dementerende vader moet zorgen, zich bijvoorbeeld druk om het geld dat zijn gemeente besteedt aan mantelzorg. Je voelt zijn persoonlijke motivatie en betrokkenheid bij het onderwerp.

Kees Dijkstra, de no-nonsense conciërge van een middelbare school, is voor het eerst kandidaat voor de gemeenteraad en hoopt dat hij als vertegenwoordiger van de plaatselijke partij LEF! de raadsvergaderingen in Emmen wat minder saai en ambtelijk kan maken. Voor oudgediende Martin Stoelinga, het prototype man met snor, zou het wel eens de laatste keer kunnen zijn dat hij campagne gaat voeren. De lijsttrekker van Onafhankelijk Delft heeft kanker. Kunnen die verkiezingsposters over dat het met hen wel snor zit dan nog wel? Toch blijven Stoelinga en zijn mederaadslid Jolanda Gaal onvermoeibaar opkomen voor de belangen van hun achterban. ‘Ze noemen ons ook wel eens gekscherend de Tegenpartij’, zeggen ze in het platte Haags waarvan ook menig Van Kooten en de Bie-typetje zich bediende. ‘Want wij zijn vaak tegen.’

Ook landelijke thema’s sijpelen natuurlijk door naar de uithoeken van Nederland. In Naaldwijk bestaat bijvoorbeeld nog een lokale afdeling van de Lijst Pim Fortuyn en die maakt zich druk om asielzoekers. Statushouders, in vaktaal. Dat klinkt misschien rechts, maar is volgens Dave van der Meer, lijsttrekker van LPF Westland, gewoon realistisch. ‘Je mag ook best eens voor je eigen mensen kiezen.’ Trots ontvangt de bloemenhandelaar Forum Voor Democratie-kopstuk Theo Hiddema. Bij de LPR in Roermond hebben ze hun eigen landelijk bekende celebrity: voormalig VVD-wethouder Jos van Rey. Hoewel die werd veroordeeld vanwege corruptie. blijft fractievoorzitter Dré Peters, volgens eigen zeggen een echte straatvechter, echter vierkant achter hem staan. Intussen verzuren en verharden de verhoudingen in het Roermondse gemeentehuis zienderogen.

Via lokale situaties en onderwerpen maakt OnsBelang zo de balans op in Politiek Nederland, een land waar anno 2018 betrokkenheid, goede bedoelingen en idealen nog altijd voortdurend de strijd aangaan met cliëntelisme, bureaucratie en opportunisme. En hoewel de serie zich vooral richt op politici van oppositiepartijen, die soms een behoorlijk hoog beste-stuurlui-aan-wal gehalte hebben, blijven Timmer en ’t Sas weg van ironie en effectbejag. Het chic ogende drieluik doet soms zelfs een beetje denken aan Schuldig, een documentaireserie die er eveneens in slaagde om belangrijke maatschappelijke thema’s terug te brengen tot menselijke proporties.

Onze Manier Van Leven

onzemanier

 

Had de documentaire Onze Manier Van Leven (90 min.), over de verkiezingscampagne van de omstreden politieke beweging DENK, niet wat kritische vragen kunnen gebruiken? vroeg ik me af tijdens het bekijken van de film, waarin maker Jack Janssen zich veelal beperkt tot de rol van vlieg op de muur. Had hij het onafscheidelijke DENK-duo Tunahan Kuzu en Selcuk Öztürk niet gewoon moeten belagen met vlijmscherpe vragen over de Armeense genocide, hun verhouding tot de Turkse president Erdogan en de manier waarop ze andere Turks-Nederlandse politici aan de schandpaal te nagelen?

Pas als Sylvana Simons, volgens Kuzu als ‘een dief in de nacht’, is vertrokken, meldt Janssen zich met zijn eerste en weinig kritische vragen en krijgt de DENK-leider vervolgens ook nog de kans om zijn eigen verhaal te doen en haar van ‘backstabbing’ te beschuldigen. Ook in het navolgende gesprek met diens kompaan Öztürk bijt de interviewer niet door, zodat DENKs frame dat Simons en haar campagneleider uit puur opportunisme zijn vertrokken de overhand blijft houden.

Het plotselinge vertrek van Simons zie je als kijker helemaal niet aankomen, alle interne strubbelingen zijn netjes buiten beeld gehouden. Net als in die andere Nederlandse campagnedocu Jessekrijgen de hoofdpersonen van Onze Manier Van Leven daarnaast wel erg veel ruimte voor window dressing en toneelstukjes voor de camera. Het is alsof ook Jack Janssen zelf dat tijdens het maken van de film door begon te krijgen. Gaandeweg, als de Tweede Kamer-verkiezingen in zicht komen, grijpt hij steeds vaker en scherper in en wint de film aan spanning.

Dat ook kritisch doorvragen (en door en door en door) niet zaligmakend hoeft te zijn, bewijst overigens één van de eerste scènes van deze onderhoudende documentaire als een net iets te scoringsbeluste Powned-journaliste Kuzu blijft achtervolgen met steeds weer dezelfde vraag. ‘Bent u het eens met de uitspraken van Erdogan dat Nederlanders fascisten en nazi’s zijn? Ja of nee?’ Waarna de DENK-leider zich comfortabel kan terugtrekken in zijn positie van onheus bejegende politicus, die hem en zijn partij later bij de verkiezingen geen windeieren zal leggen.

Toch zijn het juist zulke confrontaties waaraan deze film zijn meerwaarde ontleent. Janssen brengt het speelveld waarop DENK zich beweegt, van stekelige twistgesprekken met collega-politici en journalisten tot de verplichte bezoeken aan lokale afdelingen en buurthuizen, van heel dichtbij in kaart en dringt zo bezien wel degelijk door tot de kern van een nieuwe en omstreden politieke beweging en de multiculturele gemeenschap die daarachter schuilgaat.

Weiner


Zou Anthony Weiner zich nog schuldig hebben gevoeld na de verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten? Het waren immers e-mails die werden aangetroffen op zijn laptop, die ervoor zorgden dat het FBI-onderzoek naar Trumps Democratische tegenstander Hillary Clinton vlak voor de verkiezingen werd heropend. Weiner (spreek uit: wiener, oftewel: pik) zou Trump dus wel eens het presidentschap kunnen hebben bezorgd.

Er is overigens wel meer waarover het voormalige congreslid zich schuldig zou kunnen voelen. De documentaire Weiner (96 min.) uit 2016 volgt hem tijdens zijn tot mislukken gedoemde campagne voor het burgemeesterschap van New York. Dan heeft hij al een geruchtmakend sextingschandaal en vertrek met de – laten we zeggen – staart tussen de benen uit het Amerikaanse congres achter de rug.

Weiner, een linkse stokebrand die zijn keel regelmatig stuk heeft geschreeuwd naar Republikeinse opponenten, bleek foto’s van zijn – sorry, ik kan het niet laten – wiener te hebben doorgestuurd naar andere vrouwen. Terwijl hij toch echt netjes was getrouwd met Huma Abedin, de bevallige rechterhand van Hillary Clinton en alleen daarom al een van de machtigste vrouwen van Amerika.

Welnu, die Weiner (als in: lul) bezint zich na een korte bezinningsperiode op een politieke comeback. Zijn campagne voor het burgemeesterschap begint met het soort publieke boetedoening dat je van Amerikaanse politici verwacht, waarna hij weer vol goede moed ten strijde strekt voor een betere Big Apple. Met Huma, zoals mag worden verwacht van de vrouw van een Amerikaanse politicus, als representatieve steun en toeverlaat aan zijn zijde.

En dan – je voelt ’m vast al aankomen – duurt het natuurlijk niet lang voordat er weer stront aan de knikker is. Josh Kriegman en Elyse Steinberg tekenen de afwisselend kolderieke, gênante en pijnlijke taferelen als een vlieg op de muur op. In een politieke documentaire in de allerbeste War Room-traditie, de legendarische film uit 1993 over de eerste presidentscampagne van Bill Clinton, wordt de politieke opportunist Weiner genadeloos afgeschminkt.

Kriegman werkte overigens een tijdje voor Anthony Weiner voordat hij aan deze cinema verité-documentaire over hem begon. Als die film niet zo vernietigend was uitgevallen, was daarover wellicht een Jesse-achtige discussie losgebarsten. Nu konden potentiële critici gewoon tevreden met de armen over elkaar toekijken hoe Weiner zich en plein publique in de politieke afgrond stortte – en Huma, en vervolgens ook Hillary, achter zich aan trok.

Jesse


Het is bon ton om nu te roepen dat Jesse (53 min.) tegenvalt, alle commotie niet waard was. Nadat eerst Jan en alleman een mening had over het wel of niet uitzenden van de documentaire, die is gemaakt door een filmmaker die enkele maanden werkte voor de campagne van GroenLinks (waarvan ikzelf ooit overigens – disclaimer! – een tijdje actief lid was) .

Die kritiek komt niet onverwacht. Na zoveel ophef kan de film alleen maar tegenvallen. Zoals Jesse zelf ook alleen maar van zijn voetstuk kan donderen als je je hem voorstelt als de Jessias. Nee, Joey Boink gaat er natuurlijk niet met gestrekt been in. Hij volgt en spreekt ‘zijn’ politieke leider gewoon tijdens een verkiezingscampagne die grotendeels crescendo verliep.

Jesse ontbeert dan ook de dramatische plotpoints en cliffhangers die grootse campagnefilms als The War Room, A Perfect Candidate en Weiner tot zo’n meeslepend kijkspel maken. Er is natuurlijk wel groot menselijk drama: het plotselinge overlijden van Klavers moeder, dat de politiek leider van GroenLinks verweesd achterlaat in zijn ouderlijk huis.

Joey Boinks film opent daarnaast wel degelijk de groenrode deur van de volledig rond Jesse gecentreerde campagne, waarbij politiek is verworden tot een spel om de macht en aandacht. Bij GroenLinks, maar ook bij andere partijen én de media, zoals bijvoorbeeld wordt geïllustreerd met een typisch ‘hit piece’ over Klaver in De Telegraaf, nét voor de verkiezingen.

‘Wat een kutvak heb ik toch eigenlijk’, verzucht Jesse in de kleedkamer voor het veelbesproken RTL-debat. Je weet dat hij ’t niet meent. In die zin zijn de boksjes die hij uitwisselt met zijn medewerkers na een geslaagd debat of televisie-optreden treffender; weer een overwinning behaald, zeggen ze daarmee tegen elkaar. Op naar de volgende.

Ook het contrast tussen Klavers privé- en publieke reactie op de uitslag van die verkiezingen is treffend. Zodra hij in eigen kring de eerste prognose van 16 zetels hoort, valt hem die zichtbaar tegen. Even later, als daar nog eens twee zetels vanaf zijn gegaan, opereert hij op de officiële verkiezingsbijeenkomst niettemin als voorzitter van de feestcommissie.

Politiek als zorgvuldig georkestreerd schouwspel, waarin iedereen ontzettend rolvast blijkt (al zou CDA-lijsttrekker Sybrand Buma tijdens debatten vast net zo grappig willen zijn als backstage) en waarbij het gordijn slechts zelden helemaal wordt geopend. Toch laat GroenLinks’ politieke apparaat in deze alleraardigste campagnedocumentaire, voor een deel onbedoeld, wel degelijk in zijn machinekamer kijken.

Emmanuel Macron: Les Coulisses D’Une Victoire


In overwinningen zit geen drama. Daar heeft deze fly on the wall-documentaire over de verkiezingscampagne van de huidige Franse president Emmanuel Macron een heel klein beetje last van. Ook By The People: The Election Of Barack Obama ‘leed’ aan hetzelfde euvel.

Liever zien we de protagonist de ene na de andere vernedering ondergaan en nederlaag op nederlaag incasseren, zoals de Nederlandse politici Wouter Bos en Emile Roemer ooit voor de camera van onverbiddelijke documentairemakers gebeurde.

Sommige films bezegelden zelfs het lot van de betrokken politici. Zo is het bijvoorbeeld moeilijk voor te stellen dat het Amerikaanse congreslid Anthony Weiner ooit nog een politieke functie zal bekleden na de schrijnende en gênante campagnefilm die over hem werd gemaakt.

Emmanuel Macron: Les Coulisses D’Une Victoire is bijna het tegendeel van Weiner. Ogenschijnlijk moeiteloos, en met relativerende humor, neemt de politieke wonderboy alle hobbels op de weg naar het Franse presidentschap. Een zegetocht die nu voor het nageslacht is vastgelegd in een documentaire (90 min.), die weliswaar groot drama ontbeert, maar desondanks een boeiend kijkje geeft onder de motorkap van de geoliede Macron-machine.

Get Me Roger Stone


Sinds enkele dagen is op Netflix de documentaire Get Me Roger Stone (101 min.) te bekijken. Deze gloednieuwe film documenteert op uiterst soepele wijze de spraakmakende carrière van Trumps smoezelige rechterhand, Roger Stone. Stone knapt sinds jaar en dag smerige karweitjes op voor de huidige Amerikaanse president, zou hoogstpersoonlijk diens back channel naar Wikileaks zijn geweest en werd volgens eigen zeggen vorige week nog door de president geconsulteerd over het veelbesproken ontslag van FBI-directeur James Comey.

Om je een beeld te vormen: de flamboyante Roger Stone heeft op zijn rug een tattoo van ene Richard ‘Tricky Dick’ Nixon, de enige Amerikaanse president die ooit heeft moeten aftreden. Op Comeys ontslag reageerde hij vorige week met een triomfantelijk ‘You’re fired!’-tweetje, een verwijzing naar de vaste oneliner van zijn baas in diens succesprogramma The Apprentice (‘should have won an Emmy’, aldus the Donald zelf).

In Get Me Roger Stone van regisseur Morgan Pehme debiteert de  consultant met veel aplomb de ene na de andere politieke straatwijsheid, zogenaamde Stone Rules. Van ‘Het is beter om berucht te zijn dan helemaal niet beroemd’ tot ‘Politiek is showbusiness voor lelijke mensen’. Of, zijn meest (zelf)onthullende oneliner: ‘Haat is een sterkere motivator dan liefde.’

De politieke professional Stone belichaamt zo de verwording van de Republikeinse partij; van de keurige president Eisenhower via de corrupte Nixon naar de ultieme narcist Trump. Dat levert een bruisende film op, die niet alleen erg entertainend en grappig is, maar ook context en achtergrond verschaft bij het fenomeen Trump en de enge politieke wereld die daarachter schuilgaat. Boeiende, maar ook belangrijke documentaire dus.