Het Is Niet Te Geloven

ESPN

‘Het is niet te geloven, het is niet te geloven!’ Bij deze woorden, uitgesproken door voetbalcommentator Koert Westerman, ziet iedere PSV-supporter direct de bijbehorende beelden voor zich: de Braziliaanse ‘grande goleiro’ Huerelho Gomes maakt een vreugdedans op het veld en belandt in de armen van verdediger Carlos Salcido, coach Ronald Koeman neemt opgelucht felicitaties in ontvangst en de fans in het Philipsstadion gaan he-le-maal uit hun dak. Het is zondag 29 april 2007, de dag waarop de Eindhovense ploeg tegen alle verwachtingen in tóch landskampioen wordt.

Westerman baalt er eerst van dat hij op deze wedstrijd is afgestuurd, vertelt hij bij de start van de sportdocu Het Is Niet Te Geloven (45 min.), waarin de hoofdrolspelers tien jaar na dato terugblikken. ‘Het was een zonnige dag’, herinnert hij zich. ‘Maar ik had geen zonnig humeur. Het zou namelijk Ajax worden of AZ. Niet PSV. En ik werd naar PSV gestuurd, tegen Vitesse. Ja, daar zou het niet gaan gebeuren. Dat was onmogelijk.’ Want de gedoodverfde kampioen PSV is in de voorgaande maanden een enorme voorsprong kwijtgeraakt en heeft daarmee ogenschijnlijk alle kansen op de titel verspeeld.

Deze docu van Jeroen Toet over de ongelóóflijke remonte begint met een regen aan goals van Eindhovense makelij. PSV lijkt op een slof en een ouwe voetbalschoen kampioen te gaan worden. Gaandeweg dient het AZ van trainer Louis van Gaal zich echter aan als een geduchte concurrent en sluipt er gemakzucht in de Brabantse sterrenploeg, met steeds weer nieuw puntverlies. Het kwartje valt pas tijdens een 1-5 thuisnederlaag tegen het Ajax van Wesley Sneijder, Klaas-Jan Huntelaar, Jaap Stam, Johnny Heitinga en Edgar Davids: PSV zit diep in de shit. ‘Einde oefening’, moppert een oudere supporter somber.

Ronald Koeman houdt desondanks staande dat hij destijds nooit hij de grip op de ploeg is kwijtgeraakt. In de media verschijnen er niettemin allerlei verhalen over een gebrek aan chemie tussen hem en de spelersgroep, zijn eigen staf en voorzitter Frits Schuitema. Koemans positie hangt aan een zijden draadje, schrijven ze. En de voorzitter wil geen duidelijkheid geven over zijn toekomst. ‘En dat was ook zo’, bevestigt Schuitema, die nog altijd weigert om zoete broodjes te bakken. In die gespannen sfeer moeten Koeman en zijn ploeg zich voorbereiden op de allesbeslissende laatste competitieronde.

Behalve de wrijving tussen de geplaagde coach en de bestuurder die hem geen openlijke rugdekking wilde geven, blijft een kritische analyse van de kampioensploeg die bijna ten onder gaat achterwege in deze nostalgische terugblik. Er is wel alle ruimte voor de PSV-spelers Phillip Cocu, Heurelho Gomes en Ibrahim Afellay en teambegeleider Mart van den Heuvel om samen de legendarische wedstrijd nog eens terug te kijken. De focus blijft daarbij volledig op PSV. Ontwikkelingen op de andere velden komen steeds binnen via het Philipsstadion, waar het geloof in de landstitel alsmaar groter wordt.

Totdat dan eindelijk het verlossende eindsignaal klinkt, de champagne kan worden ontkurkt en aanvoerder Cocu de kampioensschaal omhoog mag houden. Zoals ook negen jaar later – na een al even krankzinnige ontknoping in 2016 – de platte kar kan worden uitgereden in Eindhoven. Net als dit seizoen, wéér negen jaar later, na een ontsnapping die ze zelfs in Hollywood niet hadden kunnen bedenken. Een beetje PSV-fan verlekkert zich nu al op 2034…

Over de bizarre ontknoping van de eredivisie in 2007 werd overigens ook een aflevering van Andere Tijden Sport gemaakt. En de uitzending van het radio 1-programma Langs De Lijn van die dag is eveneens een klassieker geworden.

Britain And The Blitz

Netflix

Als de Duitse aanvallen op het Verenigd Koninkrijk beginnen op 7 september 1940, komt Joan Wyndham op een feestje haar knappe buurman Rupert tegen. ‘Hij wou dat ik me door hem zou laten ontmaagden’, schrijft de achttienjarige Britse kunststudente in haar dagboek. Ze is niet geheel ongevoelig voor Ruperts charmes. Terwijl Hitlers Luftwaffe de volgende acht maanden lang bommen blijft droppen – de zogenaamde ‘Blitz’ – bloeit de romance tussen Joan en Rupert op. Totdat een eerste nacht onvermijdelijk is geworden.

De 21-jarige medewerkster van de Britse inlichtingendienst Edith Heap en haar vriend Denis Wissler, een gevechtspiloot van de Royal Air Force die continu strijd levert met de Duitsers, consumeren de liefde juist niet. Nadat hij haar ten huwelijk heeft gevraagd, gaan ze ieder naar hun eigen bed. Heel respectvol, vindt zij. Toch had Denis haar kunnen overhalen, realiseert Edith zich. ‘Want als je weet dat iemand misschien niet terug zal komen, wil je die kans niet missen. Je krijgt hem misschien nooit meer terug.’

In Britain And The Blitz (78 min.) probeert Ella Wright een cruciale periode in de Tweede Wereldoorlog een menselijk gezicht te geven met dagboekfragmenten van enkele direct betrokkenen. De vijfjarige Londenaar Eric Brady wordt bijvoorbeeld samen met zijn zus Kitty de stad uitgestuurd naar een veilige plek. Phil Piratin, een communistische activist, bezet met medestanders een luxehotel, om toegang te krijgen tot schuilkelders. En brandweerman Richard Holsgrove beschermt een stad die in vuur en vlam staat.

Wright omlijst hun off screen-getuigenissen met een weelderig geluidsdecor, dienende muziek en oorlogsbeelden die zijn gerestaureerd, ingekleurd en soms ook met elkaar gecombineerd. Zo worden de 85 jaar die sindsdien zijn verstreken overbrugd: Winston Churchill gaat weer voorop in de strijd, de Koninklijke familie bezoekt gebombardeerd gebied en, oorlog of geen oorlog, de bekerfinale van 1941 tussen Preston North End en Arsenal gaat voor 60.000 voetballiefhebbers in het Wembley-stadion gewoon door.

Want ook als de bommen vallen, laat deze geslaagde historische reconstructie zien, gaat het leven ‘gewoon’ verder.

Voetbalmiljonair Uit Oost

BNN

Het leven lijkt Mbark Boussoufa toe te lachen. Als voetballer van Anzhi Makhachkala is hij terechtgekomen in het elftal van coach Guus Hiddink, met wereldtoppers zoals Samuel Eto’o en Roberto Carlos. Niet slecht voor een Marokkaanse jongen die opgroeide in Amsterdam-Oost. Als klein jochie deed hij ooit van zich spreken: voor een wedstrijd van Ajax verbeterde ie het record hooghouden.

In de Russische deelrepubliek Dagestan, de thuisbasis van Anzhi, is het vanwege terreuraanslagen al enige tijd niet veilig. Boussoufa woont dus tweeduizend kilometer verderop, in de hoofdstad Moskou. Bovendien dreigt de clubeigenaar, miljardair Soelejman Kerimov, zich terug te trekken. Het is de vraag wat dit betekent voor de Marokkaanse international en zijn vaste hofhouding.

Thuis in Nederland kwakkelt Boussoufa’s vader Slima intussen met z’n gezondheid. Hij hoopt ook dat zijn eigen Voetbalmiljonair Uit Oost (80 min.), die furore maakte bij de Belgische topclub Anderlecht, eindelijk eens aan een gezin begint. Dat is de startpositie van deze ferme documentaire van Carin Goeijers uit 2015, waarin Mbark en de rest van de islamitische familie Boussoufa worden gevolgd.

De aanvallende middenvelder speelde aanvankelijk in de jeugdopleiding van Ajax met leeftijdsgenoten als Wesley Sneijder, Nigel de Jong en Hedwiges Maduro, maar zou uiteindelijk nooit actief zijn in de Nederlandse eredivisie. Na zijn carrière in België, waar ie tweemaal de Gouden Schoen voor beste speler won, belandde Boussoufa in 2011 in het verre Rusland, waar dan het grote geld is te verdienen.

Daarmee onderhoudt Mbark Boussoufa zowel zijn familie in Nederland als de vaste entourage waarmee hij zich in het buitenland omringt, waaronder zijn beste vriend Lorenzo (manager) en broer Moussi (personal assisant). Dat luxe leven lijkt nochtans een eenzaam bestaan, als de persoon om wie altijd alles draait. Zo gedraagt de voetballer zich soms overigens ook: als een man wiens wil wet is.

Via de voetbalmiljonair in Dagestan brengt Goeijers tevens een familie in beeld, die tussen drie werelden leeft: Marokko, Nederland en Rusland. Rond een Marokkaanse pater familias die in Nederland geen geschikte partner kon vinden en toen in zijn geboortedorp de moeder van z’n kinderen strikte. En nu wil Slima ook voor zijn zoon Mbark op zoek. ‘Maar dat wilde hij niet. Hij zei: laat maar aan mama over.’

Het mag in elk geval geen ‘golddigger’ worden, meent broer Moussi, die ook ooit een carrière als betaald voetballer ambieerde en altijd in de schaduw van zijn oudere broer bleef spelen. Zo houdt deze documentaire steeds het midden tussen een gelaagd familieportret en een film over de besognes van een dik betaalde topvoetballer, die zijn geld mogelijk bij een andere club moet gaan verdienen.

KIJK HIER: Voetbalmiljonair Uit Oost

Zlatan’s Näsa

DR Sales

‘Waar is de neus?’, zingen de supporters van Malmö FF uitdagend. ‘Olé, olé. Waar is de neus?’ Eerst waren ze nog blij met het standbeeld van Zlatan Ibrahimovic bij het stadion van hun club. Daar zette hij immers zijn eerste schreden in het internationale topvoetbal. Toen Zlatan zich snel daarna inkocht bij Malmö’s grote concurrent Hammarby IF, sloeg die vreugde echter om in woede. Het beeld werd ontheiligd, gemolesteerd én ontdaan van z’n neus. En die is sindsdien spoorloos.

Ideaal uitgangspunt voor een true crime-documentaire, vinden Mathias Rosberg en de broers Nils en Olle Toftenow. Ze ritselen een budget bij de Zweedse publieke omroep en huren daarmee vervolgens een privédetective in, op voorwaarde dat ze hem direct vanaf zijn aankomst in Malmö mogen gaan filmen tijdens het onderzoek naar Zlatan’s Näsa (Internationale titel: Zlatan’s Nose, 83 min.). En deze Claes Ekman gaat meteen voortvarend van start. Hij zal dat varkentje wel eens even wassen, maar de zaak blijkt toch ingewikkelder dan gedacht.

En Claes blijkt op zijn beurt een toch wel heel opmerkelijk personage, misschien nog wel interessanter dan die hele neus. Hij spiegelt zich aan Hollywood-films, is verzot op Sherlock Holmes, James Bond en Hercule Poirot en houdt er geheel eigen methoden op na, zoals bijvoorbeeld het veelvuldig gebruik van een ‘spy cam’, die overigens ook hemzelf stiekem in beeld brengt. Hij huurt tevens Bogdan Kotenko in, een andere detective die bij de Oekraïense geheime dienst zou hebben gezeten en meester is in martial arts.

Gaandeweg ontdekken de broers Toftenow en Rosberg dat in dit geval de jacht niet alleen mooier is dan de vangst, maar dat de échte catch ditmaal zelfs de jager is: Claes dus. Een aaibare man die volledig opgaat in de rol die hij voor zichzelf heeft bedacht in dit detectiveverhaal en die deze ook uitspeelt in enkele kolderieke scènes. Uiteindelijk laat hij ook steeds meer van zichzelf zien. Hij neemt de filmmakers bijvoorbeeld mee naar zijn ouderlijk huis in Göteborg – zonder doorspoelend toilet – waarin hij nog altijd woont.

Zlatan’s Nose is dan een heel eind afgedreven van het oorspronkelijke idee en heeft zich ontwikkeld tot een tragikomisch portret van een zeer aandoenlijke paradijsvogel. Claes Ekman zou Claes Ekman echter niet zijn als hij niet tóch een weg terug zou vinden naar de neus van Ibrahimovic. Die is naar verluidt – en dat lag natuurlijk al voor de hand – in handen gevallen van Malmö-hooligans. Zouden zij bereid zijn om hem te ontmoeten? En zou Claes er dan in slagen om het kleinood terug te bezorgen bij de rechtmatige eigenaar?

De Surinaamse Voetbaldroom

BNNVARA

Als Dean Gorré in 2018 bondscoach wordt van Suriname, stelt het nationale voetbalelftal helemaal niets voor. ‘Natio’ staat 154e op de wereldranglijst. Voetbal is niet meer dan een amateursport in de voormalige Nederlandse kolonie, waar ook Gorré’s eigen wortels liggen. Tegelijkertijd constateert de oud-speler van onder andere Feyenoord, Ajax en Barnsley dat Oranje met ‘Suriprofs’ zoals Ruud Gullit, Frank Rijkaard en Clarence Seedorf jarenlang grote successen heeft gevierd. Bij zijn aantreden telt de voetbalwereld bovendien ruim 250 profs met Surinaamse roots, waaronder de Nederlandse internationals Virgil van Dijk en Georginio Wijnaldum.

Alle reden dus voor Gorré om werk te maken van ‘de paspoortsituatie’, een kwestie die politiek alleen zeer gevoelig ligt in Suriname. Hij wil bekende profs zoals Kelvin Leerdam, Warner Hahn en Diego Biseswar verleiden om zich aan te sluiten bij Natio. Ooit bevond hij zich zelf in een vergelijkbare positie. Als negentienjarige jongen sloeg Gorré de uitnodiging af om met het zogenaamde Kleurrijk Elftal enkele wedstrijden te spelen in Suriname. De spelers die wél gingen, waaronder zijn neef Lloyd Doesburg (Ajax), kwamen vervolgens om het leven bij een ongeluk op vliegveld Zanderij. Dat trauma drijft Gorré nog altijd voort om Suriname op de voetbalkaart te zetten.

Voorlopig moet de nieuwe bondscoach ‘t in De Surinaamse Voetbaldroom (72 min.) echter doen met goedwillende amateurs. Zij krijgen direct een spoedcursus profvoetbal van de nieuwe baas, die zich per sé wil plaatsen voor een eindtoernooi. ‘Suriname gaat naar de top van de wereld’, houdt hij zijn team voor. ‘En als je mee wilt naar de top, dan moet je je top gedragen.’ Een belangrijk deel van deze spelers zal overigens moeten afvloeien als het Gorré lukt om profs te strikken. Op weg naar die top telt immers alleen het resultaat. En dat is vooralsnog goed. De kwalificatie voor de CONCACAF Gold Cup van 2021, met louter plaatselijke jongens, verloopt voorspoedig.

Deze vlot lopende productie van Sander Coumou heeft dan nog een uitgesproken positieve insteek. Suriname schudt het ene na het andere Midden-Amerikaanse of Caribische land af, in stadions met doorgaans weinig publiek en sfeer. Gaandeweg dreigen Gorré’s pogingen om zijn team te professionaliseren, echter stuk te lopen op onvermogen bij de Surinaamse voetbalbond. Want die laat organisatorisch wel héél veel steken vallen. Daarmee verdwijnt langzamerhand ook het zorgeloze optimisme uit deze vertelling, die de gebeurtenissen puur vanuit het perspectief van Dean Gorré en z’n directe entourage belicht en verder geen wederhoor gaat halen bij bondsofficials.

In de zomer van 2021, als Corona ook in de Surinaamse voetbalwereld huishoudt, komt Gorré’s positie als bondscoach – en daarmee ook het ambitieuze project waaraan hij ruim twee jaar eerder is begonnen – steeds meer in gevaar. Wat er precies speelt blijft echter ongewis. Sindsdien zijn er alweer bijna vier jaar verstreken. Op het moment dat deze film wordt uitgebracht, bekommert een andere Suriprof, Stanley Menzo, zich inmiddels om de Surinaamse voetbaldroom. In zijn selectie bevinden zich de nodige Surinaamse Nederlanders, die voor het land van hun voorouders hebben gekozen. Met hen probeert Natio zich te plaatsen voor het wereldkampioenschap van 2026. Suriname heeft zich zojuist alvast voor de tweede keer gekwalificeerd voor de Gold Cup.

Trailer De Surinaamse Voetbaldroom

Schmeichel

SkyShowtime

Als je een foutje maakte, vertelt ploeggenoot Gary Neville, stond Peter Schmeichel tegen je te schreeuwen alsof je het handtasje van z’n oma had gestolen. Het is een act, houdt de Deense keeper van Manchester United zichzelf toen nog voor. Een manier om te overleven in de jungle die het internationale topvoetbal ook in de jaren negentig al was. Na verloop van tijd komt hij er echter niet meer los van. Na een tegenvaller is Schmeichel ook thuis niet te harden.

Je leert het leven met terugwerkende kracht begrijpen, heeft hij aan het begin van de tweedeIige docu Schmeichel (92 min.) van Owen Davies al geconstateerd, maar je moet altijd vooruit leven. Uiteindelijk haalt dat verleden je dan toch in. Die geschiedenis begint eigenlijk al in Polen, een land waarmee Peter Schmeichel geen enkele band heeft. Daar wordt echter zijn vader Antoni geboren. Diens vader, Peters opa, sterft direct bij het begin van de Tweede Wereldoorlog, tegen het einde ervan wordt bovendien ook zijn moeder afgevoerd naar de concentratiekampen.

Als Antoni zich tijdens de Koude Oorlog in Denemarken bij Peters moeder Inger besluit te voegen, wil Polen hem alleen laten gaan als hij in het westen gaat spioneren. Al die gebeurtenissen zetten zich in hem vast. Hij wordt een man met een aanzienlijke woede. En die wordt weer geprojecteerd op zijn enige zoon. Die moet, net als hijzelf, muzikant worden. Pianist.  Peter, getuige de bewaard gebleven familiefilmpjes zo’n typisch Scandinavisch joch met helblond haar, heeft alleen andere ambities: hij wil op doel, bij zijn favoriete club: Manchester United. 

En daar zal hij deel gaan uitmaken van het legendarische team van Sir Alex Ferguson – al dreigt een hoog opgelopen conflict in de kleedkamer daar nog voortijdig een einde aan te maken. Schmeichel biedt z’n excuses aan en redt zo het vege lijf. Geen idee hoe hij dat anders had moeten oplossen, bekent Ferguson nu. Samen met oud-teamgenoten Eric Cantona en Gary Neville blikt de manager terug op een zéér succesvolle periode met de Vikingachtige doelman. Die in 1999 wel héél ondoordacht – zelf vindt hij ‘t tegenwoordig een blunder – z’n afscheid bij ManU aankondigt.

Als de druk hem na enkele tropenjaren te veel dreigt te worden, kiest Peter Schmeichel, om maar controle te houden, de vlucht naar voren. 25 Jaar later lijkt de streber van weleer tot rust te zijn gekomen – al is ook glashelder dat dit niet vanzelf is gegaan. Zijn zus Margrethe, huidige vrouw Laura von Lindholm en kinderen Cecilie en Kasper Schmeichel (eveneens doelman van een Premier League-club en het Deense nationale elftal) kunnen ervan getuigen. De ‘natural born winner’ probeert het leven, getuige dit alleraardigste sportportret, tegenwoordig te nemen zoals ‘t komt.

En dan blijkt de appel in huize Schmeichel toch minder ver van de boom te zijn gevallen dan z’n vader Antoni, met wie hij zoveel heeft gestreden, altijd had gedacht.

Stasi FC

Sky

De hegemonie van Dynamo Dresden is Erich Mielke al enige tijd een doorn in het oog. De beruchte baas van de Stasi, de alomtegenwoordige inlichtingendienst van de Duitse Democratische Republiek (DDR), loopt in december 1978 hoogstpersoonlijk de kleedkamer van de grote concurrent binnen. Hij heeft een heldere boodschap: jullie hebben met Dresden je jaren aan de top van de Oberliga nu wel gehad, het is tijd voor een andere kampioen: de Berliner Dynamo FC (BFC), een echte Stasi-club.

Erich Mielke geldt als een cruciale figuur in Oost-Duitsland (1949-1990), de communistische heilstaat die na de Tweede Wereldoorlog is ontstaan.  De ene helft van de bevolking rapporteert er als informant aan zijn almachtige veiligheidsdienst over de andere helft – en andersom. Zoals ’t een man met enorme geldingsdrang betaamt, wil Mielke die totale dominantie – net als bijvoorbeeld Silvio BerlusconiPablo Escobar en Benjamin Netanyahu – ook uitdrukken via een succesvolle voetbalclub.

In de boeiende historische documentaire Stasi FC (87 min.) ontleden Daniel GordonArne Birkenstock en Zakaria Rahmani hoe sport in de DDR zo, in de laatste fase van de Koude Oorlog, schaamteloos wordt ingezet voor politieke doeleinden en macht intussen wordt gebruikt om sportieve successen te behalen. Terwijl Dynamo Berlin de kampioenschappen aaneenrijgt in de jaren tachtig – waarbij Mielkes team de scheidsrechters, zacht gezegd, niet tegen heeft – wordt de sportieve concurrentie doelbewust verzwakt.

Exemplarisch is het tragische relaas van Gerd Weber. De middenvelder van BFC’s grote concurrent Dynamo Dresden wordt in 1981 bij een uitwedstrijd in Enschede benaderd of hij samen met twee medespelers wil overlopen naar het westen. Ze bieden hen een contract aan in West-Duitsland, bij FC Köln. De mannen die hem proberen te verleiden tot een overstap blijken in werkelijkheid Stasi-medewerkers te zijn. Weber wordt opgepakt en bestempeld tot verrader. Hij is pas 25, maar zijn voetbalcarrière zit er al op.

Andere spelers die een poging wagen om achter het IJzeren Gordijn vandaan te komen, zoals de BFS-spelers Falko Götz en Dirk Schlegel, worden tot staatsvijand verklaard en op alle mogelijke manieren in verlegenheid gebracht. Het zijn tragische verhalen die eerder al hun weg hebben gevonden naar het boek The People’s Game van de Britse historicus Alan McDougall. Hij plaatst, net als oud-Stasi medewerker Harald Wittstock, alle persoonlijke verwikkelingen nog eens in hun maatschappelijke context.

Terwijl Dynamo Berlin ondertussen met elk volgend kampioenschap meer wordt gehaat, als sportieve representant van een gevreesde politiestaat, dreigt het Oostblok zelf, de alliantie van communistische landen waarvan de DDR deel uitmaakt, ook uit elkaar te vallen. En als de Muur in 1989 daadwerkelijk valt en Oost- en West-Duitsland na verloop van tijd weer worden herenigd, dringt bij al die voetballers pas echt door hoe lang de arm van de Stasi, die staat in een staat, eigenlijk was: tot diep in de kleedkamer.

Stasi FC toont zo wederom aan dat sport een perfecte arena vormt voor het vertellen van een groot maatschappelijk verhaal en de bijbehorende kleine menselijke verhalen.

Premier Passions

Peter Reid (l) en Nial Quinn (r) / BBC

Vóór de drie seizoenen van de veelgeprezen documentaireserie Sunderland ‘Til I Die (2018-2024), een meeslepend feuilleton over de voetbalclub die permanent in zwaar weer lijkt te zitten, was er in 1998 al Premier Passions (237 min.), een vijfdelige serie waarin de Britse club werd gevolgd tijdens het seizoen 1996-1997. En ook toen zat alles al tegen bij de trots van de arbeidersstad in Noordoost-Engeland, die in het voorgaande jaar nog was gepromoveerd naar de hoogste Engelse divisie, de Premier League.

De clubleiding heeft grootse ambities. Een nieuw stadion bijvoorbeeld: Roker Park wordt na dit seizoen ingeruild voor een nieuw hypermodern thuis. Daar gaat Sunderland zich meten met de allerbeste teams. Intussen moet manager Peter Reid, die zo’n beetje elke zin van zijn coaching lardeert met één of meerdere ‘fucks’, tijdens de eerste de beste wedstrijd in deze voetbalserie van John Alexander aanzien hoe zijn ‘jongens’ kansloos ten onder gaan tegen de ‘mannen’ van concurrent Watford.

Premier Passions is gemaakt volgens hetzelfde procedé als Sunderland ‘Til I Die zo’n twintig jaar later: de camera kijkt als een vlieg op de muur mee in het stadion, bij de trainingen en in de kleedkamer van het eerste elftal, hangt daarnaast rond op de burelen van de club en probeert ook de beleving van gewone supporters nog te vatten. Daarbij mag iedereen zijn zegje doen over de belangrijkste bijzaak van de wereld en de club waartegen eigenlijk geen enkele andere club in de hele wereld op kan.

Bij de start van deze vermakelijke docuserie, halverwege het seizoen, bivakkeert Sunderland nog comfortabel in de middenmoot. Daarna wordt de gang naar de onderste regionen van de League ingezet, begeleid door sacrale muziek en verteller Gina McKee, een actrice en Sunderland-fan die van het begin af aan al ziet aankomen dat het wel eens helemaal mis kan gaan met haar favoriete club. Want aankoop Nial Quinn is vrijwel direct geblesseerd geraakt. En nu staat er voorin niemand die een goal kan scoren.

Peter Reid weigert echter om de poeplap te trekken of een vervanger aan te trekken, die hij eigenlijk niet ziet zitten. En als hij dan wel iemand heeft gevonden om zijn elftal uit de brand te helpen, de Israëlische spits Ronen Harazi, komt die bij lange na niet door de medische keuring. De geplaagde coach begint gaandeweg steeds meer te lijken op Ajax-coach Jan Wouters in Ajax: Daar Hoorden Zij Engelen Zingen, Roel van Dalens docu over het tragische jubileumjaar 1999-2000 van de Amsterdamse voetbalclub.

En dan op de valreep tekent Reid alsnog een gekende naam, voor de laatste allesbeslissende zeven wedstrijden van het seizoen. Het is niet Pierre van Hooijdonk, een naam die rondzingt bij de fans, of Heerenveen-aanvaller Jon Dahl Tomasson, die al eens op het sportcomplex is wezen kijken, maar financieel te hoog in de boom zit. Voor Sunderland staan er dan alleen nog zes punten-wedstrijden op het programma. Elke nederlaag kan fataal zijn. Waarna Reid er weer enkele ‘fucks’ tegenaan mag gooien.

Moet Sunderlands nieuwe stadion, waarvan de naam nog in de lucht hangt, straks in gebruik worden genomen in het Championship, de tweede Britse divisie?

Ruim twee jaar later verscheen er overigens nog een soort bonusaflevering, Premier Pressures (42 min.), aan de vooravond van Sunderlands terugkeer in de Premier League.

Graham Taylor: An Impossible Job

Channel 4

Het is een absolute hondenbaan, dat bondscoachschap van Engeland. Bijna net zo erg als door het leven moeten gaan als prinses van Wales, zegt een grapjas in de klassieke voetbaldocu Graham Taylor: An Impossible Job (77 min.). De verwachtingen zijn altijd veel te hoog gespannen en elke misstap wordt uitvergroot en eindeloos herkauwd. Totdat je, als onschuldige voetbaltrainer, ineens tot volksvijand nummer 1 bent verklaard.

In deze observerende film van Ken McGill wordt Graham Taylor, de geplaagde bondscoach van het Britse nationale elftal, gevolgd tijdens de kwalificatie voor het WK van 1994 in de Verenigde Staten. Sterspeler van het team is enfant terrible Paul Gascoigne. Die zit alleen niet lekker in zijn vel. ‘You’ve got good feet’, voegt medespeler Carlton Palmer hem, goedbedoeld, toe tijdens een training. ‘But you’ve got a fucked up knee, a fucked up brain and a fucked up belly.’

Intussen vallen de resultaten tegen. De Britse pers ruikt bloed. Je hebt journalisten die echt geïnteresseerd zijn in het spel, stelt Taylor daarover, en anderen die op zoek zijn naar verhalen. Zulke types vinden altijd wel een relletje. Taylor maakt ’t zichzelf ook niet altijd gemakkelijk. Hij haalt bijvoorbeeld de onverzettelijke linksback Stuart Pearce terug bij de ploeg en bombardeert hem tot aanvoerder. Dat moet de bondscoach alleen nog gaan vertellen tegen de huidige captain David Platt

McGills camera mag dan ook mee. Het resulteert in een aandoenlijk tafereel tussen speler en trainer.  De ongefilterde toegang die de coach geeft, zowel tijdens wedstrijden en trainingen als bij zijn andere activiteiten, is tegenwoordig ondenkbaar. De communicatieafdeling van de voetbalbond zou ongetwijfeld ‘final cut’ bedingen en de verhaallijn bewaken. Zodat ’t misschien lijkt alsof de maker ‘all access’ heeft gekregen, maar in werkelijkheid de officiële communicatielijn uitdraagt.

Graham ‘Do I Not Like That!’ Taylor zou er ook hoogstpersoonlijk voor hebben gezorgd dat McGills cameraploeg toegang krijgt tot de allesbeslissende wedstrijd tegen het Nederlands elftal van Bergkamp, Rijkaard en de Koemannen in Rotterdam. Tijdens de eerdere ontmoeting tussen de twee teams, die werd afgesloten met een 2-2 gelijkspel, was Oranje nog goed weggekomen. Jan Wouters ontsnapte aan een rode kaart nadat hij Paul Gascoigne bruut had geveld met z’n ellenboog. 

Op de persconferentie voor de wedstrijd op 13 oktober 1993 zoekt Taylor doelbewust de confrontatie met een inmiddels vijandige pers. Today-verslaggever Rob Shepherd is naar zijn smaak bijvoorbeeld veel te somber. ‘Ik hoop dat ik morgen kan glimlachen’, reageert de sportjournalist zuinig. ‘Werkelijk waar. Maar ik maak me ernstig zorgen.’ De Britse bondscoach ruikt nu ook z’n kans. ‘Maak je gerust druk, Rob’, sneert hij. ‘Maar laat de rest van ons met rust. Maak je lekker in je eentje zorgen.’

Tijdens de wedstrijd wordt echter al snel duidelijk dat de spanning ook Taylor niet onberoerd laat. Dit levert bijzonder treffende close-ups op: van een voetbaldier, met die alomtegenwoordige bril, dat is bevangen door stress en gedurig uit z’n vel springt. In een klassieke geworden scène vaart hij, na een onbestraft gebleven overtreding van de huidige Nederlandse bondscoach Ronald Koeman, uit tegen de wedstrijdofficial. ‘Ik weet dat jij niets kunt zeggen, maar uiteindelijk krijg ik de zak.’

De man mag de scheidsrechter nog van harte bedanken namens hem. Want Graham Taylor weet als geen ander: wanneer Engeland wordt uitgeschakeld, moet de kop van de bondscoach rollen. Hij heeft nog wel een gouden tip voor zijn opvolger: zorg ervoor dat je elftal niet verliest.

My Sister / My Agent

Flanders Tax Shelter / Watertower TV

Bij toeval is Mélissa Onana in een wereld beland die haar ooit volledig vreemd was. Via haar jongere halfbroer Amadou – dezelfde vader, andere moeder – maakte ze enkele jaren geleden kennis met de internationale voetbalwereld. Toen hij werd uitgenodigd voor een trainingsstage bij Hoffenheim, ging zij mee om hem te begeleiden. Hij verdiende een contract bij de Bundesliga-club, dat zij professioneel uitonderhandelde.

Inmiddels speelt Amadou Onana in de Britse Premier League en het Belgische nationale elftal en is Mélissa, als zwarte vrouw, uitgegroeid tot een professionele spelersmakelaar, die samen met haar compagnon Geoffrey Hoogland een portfolio van ruim dertig betaalde voetballers van veelal Afrikaanse origine beheert. Ze behoort inmiddels tot de gevestigde namen in een business die verder vooral uit witte mannen bestaat.

Met de voetbalacademie IFA probeert Mélissa Onana bovendien nieuwe talenten in haar moederland Senegal te scouten en op te leiden. Ze gelooft daarbij in een ferme aanpak. Geef ze de juiste wapens voor de oorlog, zegt ze over die talenten in My Sister / My Agent (72 min.). Iedereen die zich niet volledig geeft moet direct keihard aangepakt worden. Als ze ’t straks willen redden in Europa, zijn er nu eenmaal geen excuses. Nooit.

Zulke ‘tough love’ geeft ze overigens ook aan zichzelf. Want deze documentaire van Gilles Simonet toont tevens Onana’s kwetsbare kant. Ze kampt al haar halve leven met ernstige gezondheidsproblemen. Als kind was ze bang dat ze vanwege sikkelcelziekte de 35 nooit zou halen. Als Mélissa vertelt hoe ze onlangs toch haar vijfendertigste verjaardag heeft mogen vieren, moet ze voor de camera even een traantje wegslikken.

Terwijl ze haar eigen gezondheid voortdurend in acht moet nemen, ontfermt ze zich als een moederkloek over haar broer en cliënt Amadou, die tussen de wedstrijden en trainingen voldoende rust moet nemen, ook best eens mag ontspannen met het opnemen van een rapnummer en tegelijkertijd nog altijd moet afstuderen (waarvoor zijn zus speciale afspraken probeert te maken met de Belgische voetbalbond).

En dan roept de business weer: spelers die aan een nieuw contract of een andere club moeten worden geholpen. Ogenschijnlijk zonder moeite houdt Mélissa Onana, getuige dit boeiende inkijkje dat ze zelf mede-produceerde, zich staande in de voetbalwereld. Zoals ze ook probleemloos schijnt te kunnen schakelen tussen haar verschillende rollen naar Amadou. Want diens zus mag natuurlijk nooit zijn zaakwaarnemer in de weg zitten.

En die laatste moet aan het eind van het seizoen 2023-2024 aan de slag als de Belgische voetballer – alwéér, na korte verblijven bij Hoffenheim, Hamburger SV, Lille en Everton –een nieuwe stap in zijn carrière wil zetten. Het is alleen de vraag of Mélissa ook nu een goede deal weet uit te onderhandelen.

Home Game

Cinema Delicatessen

‘Lidija kan zich niet voorstellen dat haar wereld zou kunnen verdwijnen’, vertelt Lidija Zelovic in de persoonlijke documentaire Home Game (94 min), in de derde persoon, over haar vroegere zelf. ‘Dat oorlog ook haar kan overkomen. Dus zelfs als ze zelf de oorlog aankondigt, heeft ze dat niet door.’ 

‘In Bonn wordt de erkenning van Slovenië en Kroatië geëist’, leest een jonge Zelovic vervolgens, begin jaren negentig, voor in een Joegoslavische nieuwsuitzending. ‘De Kroatische president Franjo Tudjman heeft de bewegingsvrijheid beperkt van alle mannen tussen achttien en zestig jaar oud’, zegt ze in een ander journaal. Gevolgd door, in alweer een uitzending: ‘Rond één uur vannacht heeft er een schietpartij plaatsgevonden in Pakrac. Het mortiervuur duurde tot half acht in de ochtend. Tientallen gebouwen werden geraakt. De watertoevoer is afgesloten.’

En dan is die oorlog inderdaad begonnen. Joegoslavië, bijna dertig jaar bijeengehouden door de almachtige leider Josep Tito, spat uiteen. Ideeën over broederschap, eenheid en multiculturalisme sterven een pijnlijke dood. ‘De ander’ wordt voortaan beschouwd als een gevaar. Lidija Zelovic vlucht uiteindelijk van Sarajevo naar Nederland en bouwt daar als jonge vrouw een nieuw bestaan op. Haar familieleden volgen enkele jaren later. Samen met hen maakt ze in de egodocu My Own Private War (2015) de balans op van wat die oorlog in hun levens heeft aangericht.

Negen jaar later zijn er opnieuw belangrijke bijrollen voor Zelovic’s ouders Vojo en Vesna, haar broer Davor en zoon Sergej in Lidija’s nieuwe film over het leven dat ze nu al ruim dertig jaar leidt in Nederland, een land van rust, orde en harmonie. ‘Wat een ongelooflijk geluk dat ik hier terecht ben gekomen!’ constateert ze eerst nog, om later tot de conclusie te komen dat ze hier altijd ‘een vluchteling’ blijft. Intussen raakt ook dat gelijkmatige Nederland op drift. In het land dat van polderen z’n tweede natuur had gemaakt begint het te rommelen, donderen en bliksemen. 

Bij haar eigen familie, die aan den lijve heeft ondervonden hoe alsmaar oplopende polarisatie kan uitmonden in oorlog, komen de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh, de opkomst van Geert Wilders en het Toeslagenschandaal extra hard binnen. En Lidija heeft altijd een camera bij de hand om haar eigen bespiegelingen, de gesprekjes met haar opgroeiende zoon en de discussies binnen de familie vast te leggen. Zelf is ze er bepaald niet gerust op. ‘Hier gaat het niet escaleren’, herhaalt Lidija in een krachtige scène tegen zichzelf. ‘Hier gaat het niet escaleren.’

Home Game is behalve een zelfportret van een vrouw die de zwartgeblakerde ziel van haar moederland met zich meedraagt ook een film over twee werelden. Die zijn bij de Zelovicen volledig met elkaar versmolten geraakt. Terwijl ze gezamenlijk naar voetbalwedstrijden van Ajax kijken, discussiëren ze ongemeen fel over de Bosnische aanvaller Edin Džeko. Tijdens een trip naar haar geboorteland ontspant moeder Vesna zich met het Nederlandse televisieprogramma We Zijn Er Bijna. En Lidija’s broer Davor galmt thuis al z’n emoties eruit bij een levenslied van André Hazes.

Tegelijkertijd maakt deze film tastbaar hoe ze stuk voor stuk de herinnering aan het voormalige Joegoslavië met zich meedragen – en de waarschuwing die daarvan uitgaat. Welvaart en voorspoed mogen nooit vanzelfsprekend worden. ‘Mijn beste kinderen, als alles in je leven prachtig lijkt, doe dan een steen in je schoen’, zei Lidija’s grootmoeder, die zelf twee wereldoorlogen overleefde, vroeger tegen haar. ‘Zodat er iets is dat je dwarszit.’ Ze moesten er altijd en overal op voorbereid zijn dat het dak van de wereld met donderend geraas naar beneden zou kunnen komen.

Daarmee doet Home Game ook onvermijdelijk nadenken over Nederland. Kan het ook hier zo gaan? Dat de oorlog in feite al is aangekondigd, zonder dat iemand ‘t echt doorheeft?

#SeAcabó: Diario De Las Campeonas

Netflix

Achteraf bezien was de wereldtitel die het Spaanse vrouwenvoetbalteam in 2023 won geen logische conclusie van de voorgaande periode. De kus die bondsvoorzitter Luis Rubiales tijdens de medaille-uitreiking gaf aan speelster Jenni Hermoso was dat in feite wel. Daarmee zette Rubiales zijn eigen aftocht in gang en legde hij meteen de conflicten bloot die de kersverse wereldkampioen al jarenlang parten speelden.

#SeAcabó: Diario De Las Campeonas (95 min.) reconstrueert de hele affaire nog eens met vrijwel alle betrokken voetbalsters. Die begint enkele jaren eerder met algehele onvrede over bondscoach Jorge Vilda. Hij weet zich echter permanent gesteund door zijn vriend Rubiales. En dat noopt vijftien speelsters uiteindelijk tot het besluit om zich publiekelijk terug te trekken uit de nationale ploeg. Met het wereldkampioenschap in Australië en Nieuw-Zeeland keert een aantal van hen later echter terug op z’n schreden en stelt zich toch weer beschikbaar.

Het geheel gereviseerde voetbalteam wint vervolgens in de zomer van 2023 dus de wereldcup, maar daarmee is de interne onrust nog niet de kop ingedrukt. Er blijft frustratie over hoe de Spaanse voetbalbond is omgegaan met de klachten, niet in het minst bij de speelsters die het wereldkampioenschap noodgedwongen thuis vanaf de bank hebben moeten volgen. En de waardering voor ‘succescoach’ Vilda houdt ook nog altijd nog niet over. Het gevoel overheerst dat ze eerder ondanks dan dankzij hem kampioen zijn geworden.

‘De kus’ doet de emmer simpelweg overlopen – en wordt misschien ook wel gebruikt als stok om te slaan. Al heeft Luis Rubiales die ongetwijfeld meermaals zelf aangereikt. In deze gladde docu van Joanna Pardos zit bijvoorbeeld een potsierlijke peptalk, die hij voor de WK-kwartfinale tegen Zweden geeft. ‘Alèxia, wie is sterker?’ vraagt hij aan middenveldster Alèxia Putellas. ‘Wij.’ ‘Harder.’ ‘WIJ.’ ‘Aitana, wie is slimmer, wij of zij?’ Na enig aandringen antwoordt FC Barcelona-speelster Aitana Bonmatí: ‘WIJ.’ ‘En wie’, balt Rubiales zijn vuisten, ‘heeft er grotere eierstokken?’

En dan is er ook nog het fragment waarop hij uit pure vreugde bijna demonstratief in z’n kruis grijpt. Kus mijn kloten, lijkt hij te willen zeggen. Het zou interessant zijn geweest om te horen hoe Rubiales hier – en naar alle andere gebeurtenissen voor en na ‘de kus’, inclusief de navolgende mediacampagne – zelf naar kijkt. Zover komt ‘t niet. Dit lijkt ook niet in Pardos’ opzet te passen. Zij wil duidelijk het verhaal van de vrouwen vertellen. Luis Rubiales en Jorge Vilda hebben daarbinnen geen plek. Net als de verdeeldheid die er soms ook was tussen de speelsters.

#SeAcabó: Diario De Las Campeonas wordt daarmee een ondubbelzinnig pamflet tegen het machismo binnen de Spaanse voetbalwereld, dat weinig ruimte laat voor nuance.

Skywalkers: A Love Story

Netflix

‘Deze film bevat extreem gevaarlijke en illegale activiteiten’, waarschuwt Skywalkers: A Love Story (100 min.) bij aanvang. ‘Probeer ze niet na te doen.’

En dat, beste kijkvrinden, is een understatement. Uitroepteken. Angela Nikolau en Vanya Beerkus spelen in deze enerverende film van Jeff Zimbalist, die soms het best met een hand voor de ogen kan worden bekeken, gewoon opzichtig met hun leven. De twee ‘rooftoppers’ beklimmen, volstrekt illegaal, de hoogste gebouwen op aarde en vereeuwigen zichzelf daar in onvergetelijke poses. Als influencers van de buitencategorie, met ruim een miljoen volgers bovendien.

‘Ik had foto’s gezien van circusartiesten op daken’, vertelt Angela, de dochter van twee Russische circusartiesten. ‘Dus begon ik omhoog te kijken. Ik had het gevoel dat de daken me riepen om de hemel te raken, om deel uit te maken van die schoonheid en grootsheid.’ Angela wist: dit wordt mijn trapeze. En toen ze de Instagram-pagina van Vanya zag, ‘de vetste rooftopper van Rusland’, wist ze ook: dit wordt mijn partner.

Vanya deed ’t tenminste niet alleen voor de likes – al kreeg hij die natuurlijk wel veel. Méér dan de meeste andere skywalkers. ‘Ik dacht dat Vanya in mijn leven kwam om me te leren skywalken’, stelt de frêle luchtacrobate véél later in deze zeer effectieve klimfilm, nadat ze samen over zowel de hoogste pieken als door diepe dalen zijn gegaan. ‘Maar nu zie ik dat skywalken in mijn leven kwam om me te leren liefhebben.’

Een scriptschrijver had ’t niet beter kunnen verwoorden. En vermoedelijk zijn die woorden, simpel en toch ‘diep’, inderdaad afkomstig van een schrijfprofessional. Die een tekst in twee delen – en in het Engels – heeft afgeleverd, waarmee de twee hoofdpersonen hun eigen levens ‘on the edge’ kleur (vuurrood) en richting (omhoog) kunnen geven. Doorspekt met oneliners zoals: ‘ons volledige potentieel ligt aan de andere kant van de angst’.

En dat is dan weer meteen een perfect leidmotief, geleend van Angela’s circusouders overigens, voor deze duivelse mixture van Romeo & Juliet, Man On Wire en een ouderwetse ‘heist movie’. Terwijl Angela en Vanya samen naar het dak van de wereld beginnen te klimmen, om daar voor het oog van diezelfde wereld te gloriëren, ontvlamt er, natuurlijk, ook een epische liefde tussen hen, die verkend, bevochten en geconsumeerd moet worden.

Met de beelden die het tweetal zelf van hun queeste heeft gemaakt kan Jeff Zimbalist dat adembenemende avontuur heel aardig reconstrueren, om vervolgens toe te werken naar hun pièce de résistance: het bedwingen van Merdeka 118, een wolkenkrabber van bijna 700 meter hoogte in Maleisië. ‘Totale waanzin’ constateert Angela vooraf. En ze heeft dan nog geen weet van de beveiligers, verlammende angst en relatiecrisis die op hen wachten.

‘Vlak voor een klim is fysiek vermogen minder belangrijk dan innerlijk geloof’, gooit Vanya er, nét voor de ultieme beproeving, nog maar een volumineuze volzin tegenaan. ‘We moeten onze angsten uitschakelen en vertrouwen op elkaar.’ Tijdens de finale van het wereldkampioenschap voetbal van 2022 in Qatar, als de ogen van de wereld gericht zijn op het gevecht tussen Messi’s Argentinië en het Frankrijk van Mbappé, willen ze stiekem hun slag slaan.

En Zimbalist sluit met Go-Pro’s, nachtkijkers en drone-camera’s aan bij deze onmogelijke onderneming, die weer elke verbeelding tart en op zijn minst voor een onbestemd gevoel in de maag zorgt – of gewoon het omdraaien ervan. Zodat de ‘thrillseekers’ hun zelfverkozen doel kunnen verwezenlijken, dat onwezenlijke piekmoment van alle kanten vastleggen en ondertussen, dat ook, hun sponsoren tevreden stellen. Vanya heeft er nog een krasse oneliner bij. ‘We vertrokken met niets. Behalve een droom.’

Life Is Not A Competition, But I’m Winning

First Hand Films

De geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars, maar wat betekent dit dan voor degenen waarvan ‘t nooit de bedoeling was dat ze überhaupt zouden deelnemen aan het spel? Met deze vraag begint regisseur Julia Fuhr Mann Life Is Not A Competition, But I’m Winning (79 min.), een hybride van docu en drama over sporters die niet aan de eisen kunnen of willen voldoen die aan Olympische atleten worden gesteld. Want die horen natuurlijk wit, mannelijk en hetero te zijn.

Een collectief van queeratleten begeeft zich naar het Olympisch stadion van Athene om vergeten helden zoals Lina Radke, Stella Walsh en Wilma Rudolph eer te bewijzen – het fictiedeel van deze film. Zeker het verhaal van Walsh is stuitend: als de Olympische kampioene op 69-jarige leeftijd sterft na een gewapende overval, wordt bij de autopsie niet alleen de doodsoorzaak vastgesteld. Tegelijkertijd wordt naar buiten gebracht dat de hardloopster intersekse was. Via zulke pijnlijke verhalen wordt de discriminatie belicht, waarmee vrouwelijke, zwarte en/of LHBTOQ+-sporters krijgen te maken.

Met als dieptepunt de zogenaamde Femininity Certificates, waarvoor atleten moesten aantonen dat ze daadwerkelijk vrouwelijk waren. Dat gebeurde eerst met een controle van hun vrouwelijke geslachtsdelen, daarna via een chromosomentest en tegenwoordig met een check van het testosterongehalte in hun bloed. Als die te hoog is, wordt de sporter uit competitie genomen, zoals bijvoorbeeld de Zuid-Afrikaanse 800 meter-loopster Caster Semenya overkwam. Zulke tests komen overigens pas in beeld bij uitzonderlijke prestaties of sportsters met een toch wel erg mannelijk voorkomen.

Daarnaast belicht Julia Fuhr Mann in deze gestileerde, enigszins bedachte film de persoonlijke verhalen van de transvrouw Amanda Reiter (een Duitse marathonloopster, die na een gewonnen wedstrijd toch werd afgescheept met een zilveren medaille), de voormalige Amerikaanse profvoetbalster Caitlin Fisher (die zich tijdens haar carrière steeds vrouwelijker moest voordoen dan ze zich eigenlijk voelde) en de Oegandese middellange afstandsloopster Annet Negesa (die nooit meer helemaal de oude werd na een verplichte, medisch helemaal niet-noodzakelijke chirurgische ingreep).

Negesa had overigens ook een hoofdrol in de thematisch verwante, welhaast nóg schrijnendere documentaire Category: Woman. Die is traditioneler van opzet, biedt tevens ruimte aan een weerwoord vanuit de sportwereld (beschermen van ‘eerlijke competitie tussen sporters’) en komt daardoor zeker zo hard binnen – al is het ook bij Life Is Not A Competition, But I’m Winning niet moeilijk om mee te voelen met de betrokken sporters en de gewone, kwetsbare mensen die daarachter schuilgaan.

Black And White Stripes: The Juventus Story

Cargo

De Agnelli’s, die fortuin hebben gemaakt met Fiat-auto’s, houden er sinds 1923 nog een familiebedrijf op na: Juventus. De voetbalclub uit Turijn wordt nu al zo’n honderd jaar doorgegeven van de ene op de andere generatie. Spelers als Alessandro Del Piero, Pavel Nedved, Gianluigi Buffon, Andrea Pirlo en Giorgio Chiellini en de succescoaches Giovanni Trapattoni, Marcello Lippi en Fabio Capello zijn uiteindelijk niet meer dan voetnoten in hun familieverhaal.

En dat is precies het probleem van Black And White Stripes: The Juventus Story (107 min.), een film die van voetbal nooit meer maakt dan de belangrijkste bijzaak van de wereld. Het speeltje van een puissant rijke familie die de aanvallen op hun status van andere alfamannetjes, van Silvio Berlusconi’s AC Milan en het Inter Milan van oliebaron Massimo Moratti bijvoorbeeld, probeert af te slaan. De als verteller ingehuurde Amerikaanse acteur F. Murray Abraham praat de eindeloze rij successen van ‘Juve’, voor de vorm ook eens afgewisseld met een enkele deceptie, geroutineerd aan elkaar. ‘De titel afpakken van Inter in de laatste minuut?’ constateert hij bij de apotheose van alweer een seizoen. ‘Adembenemend.’ Het is dat ie ‘t erbij zegt. Want de dramatiek van de onverwachte wending is volledig verloren gegaan, gesmoord in een overdaad aan clichématige en overbodige woorden.

Deze ode aan ‘De Oude Dame’ van Marco en Mauro La Villa start in 1982, als Juventus een tweede gouden ster, de beloning voor twintig landskampioenschappen, aan z’n iconische zwart-wit gestreepte shirt wil toevoegen. In de beslissende wedstrijd komt de verantwoordelijkheid daarvoor op de schouders te liggen van Liam Brady. De Ierse spelmaker, die net te horen heeft gekregen dat hij wordt vervangen door de Franse wereldster Michel Platini, gaat de penalty nemen die voor Juve’s twintigste ‘scudetto’ moet zorgen. Hij scoort. Euforie. Vrijwel tegelijkertijd stelt een nieuwe generatie van de Agnelli-clan zich echter alweer ten doel om eerder een derde gouden ster te krijgen dan Inter en AC Milan hun tweede. Waarna de strijd om het Italiaanse kampioenschap elk jaar nog eens dunnetjes wordt overgedaan. Met nieuwe helden, een andere coach en om de zoveel tijd de volgende Agnelli.

Dat dertigste kampioenschap is ook het richtpunt voor deze eikenhouten sportfilm uit 2016, die wel erg vaak op foto’s moet teruggrijpen omdat bewegende (wedstrijd)beelden blijkbaar niet konden of mochten worden gebruikt. Onderweg krijgt de Agnelli-dynastie nog met een onverwachte hindernis te maken. In 2006 wordt de clubleiding beschuldigd van matchfixing. Juventus moet twee landstitels weer inleveren en wordt teruggezet naar de Serie B. Het zal uiteindelijk niet meer dan een hobbel op de weg naar (nog meer) succes blijken, die in Black And White Stripes, met behulp van een flink aantal topspelers en een Agnelli hier en daar, tamelijk plichtmatig wordt afgelopen. Intussen dreigt de belangrijkste bijzaak van de wereld een tamelijk bloedeloos tijdverdrijf te worden.

99

Prime Video

Drie wedstrijden in tien dagen. Alles of niets. De ‘treble’ of een gigantisch feest van de gemiste kansen. Manchester United kan in mei 99 (168 min.) geschiedenis schrijven. Het kampioenschap, de FA Cup én de Champions League binnenhalen. Of sterven in schoonheid.

Aan het begin van het seizoen ’98-’99 wordt er nog openlijk getwijfeld aan Uniteds manager Alex Ferguson, zijn omstreden sterspeler David Beckham en de nieuwe aankoop, de Nederlandse centrale verdediger Jaap Stam. Het voorgaande seizoen is United genadeloos afgetroefd door Arsène Wengers Arsenal, met de Nederlanders Bergkamp en Overmars in de gelederen. Vlak voor het seizoen heeft Ferguson zelfs nog zijn ontslag ingediend, blijkt nu, 25 jaar later. ‘Dat gesprek had ik niet graag met hem gevoerd’, reageert rechtsback Gary Neville. ‘Dat hoor ik vandaag voor het eerst.’

In deze driedelige serie van het productieteam achter Beckham, geregisseerd door Sampson Collins, zijn eigenlijk alle direct betrokkenen van de partij: van topspelers zoals David Beckham, Ryan Giggs, Paul Scholes, Peter Schmeichel, Andy Cole, Dwight Yorke en Jaap Stam tot coach Ferguson, zijn assistent Steve McClaren en de Nederlandse reservekeeper Raimond van der Gouw. Alleen aanvoerder Roy Keane schittert door afwezigheid. Zijn voormalige teamgenoten spreken over het algemeen niet met meel in de mond en delen de geheimen die doorgaans in de kleedkamer blijven.

Geen enkele chemie tussen de spitsen Cole en Sheringham bijvoorbeeld. De vormcrisis van sterkeeper Peter Schmeichel. Een vechtpartij in de kleedkamer. Het plotselinge vertrek van assistent-trainer Brian Kidd, die als het cement tussen de verschillende stenen wordt beschouwd. Een in de pers breed uitgemeten slippertje van twee spelers. In eerste instantie wijst niets op een superseizoen, waarin ManU geschiedenis gaat schrijven. Zulke verhaallijnen vormen zich natuurlijk ook pas achteraf, als de prijzen zijn verdeeld en ‘gewone’ topspelers blijken te zijn uitgegroeid tot tijdloze helden.

Al wordt de kern van Alex Fergusons ploeg natuurlijk nog altijd gevormd door The Class Of ’92, spelers uit eigen jeugd die zijn klaargestoomd om op absoluut topniveau te presteren. Hun inspanningen komen tot een ongelofelijke climax tijdens de Champions League-finale tegen Bayern München. Voor aanvang staat de Britse topclub nog op achterstand: de middenvelders Roy Keane en Paul Scholes zijn geschorst. Na afloop staat er een bijna Duits uitroepteken achter. De 93 enerverende minuten daartussen vormen de logische apotheose van deze gesmeerd lopende sportserie.

The Final: Attack On Wembley

Netflix

Football’s coming home. Op zondag 11 juli 2021 mag Engeland voor het eerst sinds het gewonnen wereldkampioenschap van 1966 in eigen land weer aantreden in de finale van een belangrijk voetbaltoernooi. Ook nu speelt het Engelse elftal een thuiswedstrijd. Tegen het altijd gevaarlijke Italië. En tegen zichzelf. Beter: tegen z’n eigen aanhang.

Deze film begint twaalf uur vóór die finale, op de dag dat het voetbal, vrij naar de slogan van het toernooi, eindelijk thuis moet komen. In The Final: Attack On Wembley (82 min.) reconstrueren Rob Miller en Kwabena Oppong met Engelse supporters, een in Groot-Brittannië woonachtige Italiaanse fan en allerlei professionals (de stadiondirecteur, een steward, enkele sportjournalisten, een vertegenwoordiger van de voetbalbond en een paar lokale wetshandhavers) wat er daarna gebeurt.

In de uren voor het beginsignaal van de wedstrijd loopt de feestvreugde in de directe omgeving van het stadion al snel uit op baldadigheid, roekeloos gedrag en vandalisme. Beveiligingscamera’s, filmcrews en mobiele telefoons leggen genadeloos vast hoe de Engelse fans zich steeds opzichtiger beginnen te misdragen. Wat begint met zuipen, snuiven en feesten mondt onvermijdelijk uit in rellen. En dan lopen er op dat chaotische slagveld ook nog allerlei fans zonder toegangskaartje rond.

De jonge stoere Engeland-aanhanger Dan heeft bijvoorbeeld ook geen ticket, maar het is voor hem onbestaanbaar dat hij de finale aan zich voorbij moet laten gaan. ‘Ik dacht alleen maar: deze wedstrijd ga ik niet missen!’ Vanwege Coronamaatregelen mogen niet alle plaatsen in het stadion bezet zijn. Dat is bijna een uitnodiging voor fans zonder kaartje. ‘Doorbraak!’ klinkt het even later in de controlekamer van het stadion, als een menigte door de toegangspoorten breekt.

Ook Dan loopt daarna, volgens eigen zeggen bewust nonchalant, het stadion binnen. Waarna de wedstrijd gewoon begint – niet alleen de Tour wacht op niemand – en Engeland op jacht gaat naar zijn eerste internationale titel in 55 jaar. Intussen oogt Wembley’s omgeving als de frontlinie in een totaal zinloze oorlog waarbij, wonder boven wonder, slechts negentien agenten gewond zijn geraakt en ook maar 86 ‘supporters’ blijken te zijn gearresteerd. De ravage die zij achterlaten is echter immens.

Deze nauwgezette reconstructie, die enigszins doet denken aan Fatboy Slim – Right Here, Right Now over een gratis strandconcert van de Britse deejay, maakt glashelder dat het veel slechter had kunnen aflopen toen het voetbal – hooligan-style! – thuiskwam.

O Ninho: Futebol E Tragédia

Netflix

Zowel de ouders als hun kinderen zijn de koning te rijk. De jongens zijn geselecteerd door de jeugdopleiding van de Braziliaanse voetbalclub Flamengo. Een carrière als topspeler, waarvan de hele familie zou kunnen meeprofiteren, is weer een stapje dichterbij gekomen. Vooralsnog bivakkeren de talenten echter op Het Gierennest, het trainingscomplex van de volksclub uit Rio de Janeiro, waar ze worden ondergebracht in een slaapcontainer. En die blijkt niet brandveilig.

Op 8 februari 2019 ontstaat er, na enige dagen hevige regenval, kortsluiting in een airco in de container, waar de veelbelovende tieners (14-17 jaar) slapen in hun stapelbedden. ‘Toekomst onderbroken – tien eeuwige kampioenen sterven op trainingscomplex’, kopt een Braziliaanse krant naderhand. ‘Het grootste verdriet ter wereld’, staat elders te lezen. Marcos Marinho, de zaakwaarnemer van één van de gestorven jeugdspelers, Victor Isaias, kan er nog altijd niet over uit. Hij voelt zich schuldig. ‘Ik had de jongen uit z’n huis gehaald om een droom te verwezenlijken’, vertelt hij geëmotioneerd. ‘En bracht hem terug in een kist.’

In de driedelige serie O Ninho: Futebol E Tragédia (114 min.) reconstrueert Pedro Asbeg de ramp met twee voetballers die de brand overleefden, de ouders van enkele gestorven jeugdspelers, een beveiliger van de club, advocaten die bij de zaak betrokken raakten en journalisten die zich daarin vastbeten. Want de brand staat niet op zichzelf. Uit interne mails blijkt dat de club – hier vertegenwoordigd door oud-speler Zico en voormalig trainer Vanderlei Luxemburgo, die met de kwestie zelf niets van doen hebben – er allang op is gewezen dat de container gevaarlijk zou kunnen zijn. Met die kennis is echter nooit iets gedaan.

Al snel staan de nabestaanden van de spelers en hun belangenbehartigers recht tegenover de club Flamengo die opnieuw weigert om z’n verantwoordelijkheid te nemen – op een manier die enigszins doet denken aan De Zaak Nouri bij Ajax. Gedeeld verdriet maakt plaats voor nét iets te zakelijke onderhandelingen. Deze gedegen miniserie, waarvoor de fatale brand nog eens is gereconstrueerd, brengt haarfijn in beeld hoe het rouwproces van ouders, die afscheid hebben moeten nemen van zowel hun kind als hun gezamenlijke droom, daardoor volledig wordt ontregeld. Hun verdriet laat zich niet zomaar afkopen, maar is wel relatief gemakkelijk te verergeren.

Lastpak: Noa Lang

Prime Video

In zekere zin komt deze docuserie als mosterd na de maaltijd. Want als er nu één ding is verbeterd bij Noa Lang sinds hij bij PSV speelt, dan is het zijn imago. Daar is deze serie niet voor nodig.

De aanvaller die bij zijn terugkeer naar de Nederlandse Eredivisie in de zomer van 2023 nog een ‘milde TBS-patiënt’ werd genoemd, is sindsdien al getypeerd als iemand met een ‘grote bek, klein hartje’, nadat hij uitgebreid de tijd nam voor enkele fans met een verstandelijke beperking, en door zijn huidige trainer Peter Bosz zelfs bestempeld als leider, een potentiële aanvoerder. En dan ligt alsnog Lastpak: Noa Lang (150 min.) op de digitale deurmat en rakelt allerlei oude controverses op. Bovendien is Lang al enige tijd geblesseerd en nog enkele maanden uit de roulatie.

De vierdelige serie van Bart van den Aardweg start aan het begin van het seizoen 2022-2023 als Noa Lang na twee succesvolle seizoenen bij de Belgische topclub Club Brugge ondanks een enkelblessure geselecteerd hoopt te worden voor het wereldkampioenschap in Qatar, een toernooi dat in deze productie wordt teruggebracht tot de kwartfinale van het Nederlands elftal tegen Argentinië. Vanuit Nederland zien zijn zwangere vriendin Blossom, moeder Manon en een groep fanatiek meelevende vrienden hoe hun held zijn allereerste speelminuten maakt en vervolgens wordt uitgeschakeld.

Eenmaal terug in Europa gaat het bij Club Brugge allengs slechter en slechter, komt de geboorte van zijn eerste kind steeds dichterbij en begint Lang zich af te vragen waar hij zijn carrière wil vervolgen. Tegelijkertijd blikt Van den Aardweg samen met de hoofdpersoon, diens ‘tough love’-vader Jeffrey en zijn voormalige trainers Leen Boer (Feyenoord), Erik ten Hag (Ajax) en Alfred Schreuder (Club Brugge) terug op Langs roerige loopbaan, die natuurlijk wordt geïllustreerd met fraaie voetbalbeelden van de buitengewoon getalenteerde blonde krullenbol die gaandeweg uitgroeit tot een lefgozer pur sang.

Daarbij passeren de bekende verhalen de revue: dat zijn vader in de gevangenis zat toen hij nog maar een jongetje was, dat hij als speler van de jeugdopleiding van Feyenoord geen geheim maakte van zijn liefde voor Ajax en dat hij als jong broekie bij Ajax, voor de camera, zijn trainer Erik ten Hag en aanvoerder Dusan Tadic brutaal weerwoord gaf. Mensen op straat in België herkennen hem als ‘dat vervelende mannetje van de tv’, stelt Noa Lang zelf, die een onbegrensd zelfvertrouwen lijkt te hebben en, zo geeft ie grif toe, inderdaad het bloed onder iemands nagels vandaan kan halen.

Die Noa Lang doet zich ook in deze miniserie gelden. Op de parkeerplaats van zijn auto ligt een lege kartonnen doos met piepschuim. Hij weigert hem op te ruimen en parkeert steeds gewoon zijn auto overheen. Totdat hij er toch aan moet geloven. Lang bekvecht ook ongegeneerd voor de camera met Blossom en rijdt terwijl hij wordt gefilmd bovendien nog even zijn auto in de kreukels, nadat hij eerder al een rijverbod heeft gekregen in België. ‘Dit is zo lomp!’ zegt hij dan, enigszins ongemakkelijk kijkend. En maakt er daarna maar het beste van: ‘Het staat wel op camera. Dat is altijd lachen.’

In Lastpak doen ook de internationals Memphis Depay, Denzel Dumfries en Jurriën Timber hun zegje over hun collega met altijd, ook als het niet uitkomt, dat hart op de tong – al laat hij tegelijk zelden écht het achterste daarvan zien. Het blijft bij een enkele persoonlijke ontboezeming, bijvoorbeeld als hij net vader is geworden. ‘Ik denk dat ik oprecht pas echt gelukkig kan zijn als alles voorbij is en ik terugkijk op mijn carrière, echt trots kan zijn op wat ik heb bereikt en ik dan mijn rust heb’, zegt hij met z’n pasgeboren kind in zijn armen. ‘Maar tot die tijd heb ik geen reden om gelukkig te zijn.’

Ook hij, de ogenschijnlijk zo onverschillige handenbinder, worstelt soms met alle druk van die dekselse voetballerij. Dat wordt bijvoorbeeld zichtbaar tijdens zijn persoonlijke gesprekken met prestatiecoach Joost Leenders over de aanhoudende malheur bij Club Brugge. Of de ellenlange transferonderhandelingen tussen Club en PSV, waarvan hij volgens eigen zeggen ‘helemaal parra’ wordt. Dan laat Noa Lang even het schild zakken, dat hem in zijn loopbaan net zo vaak heeft gediend als dwarsgezeten, en wordt de man achter de voetballer zichtbaar, het joch achter de branieschopper.

Een typisch kind van een adorerende moeder en een vader die zijn gevoelens nauwelijks kan laten zien, zou je als buitenstaander op basis van deze aardige miniserie zeggen. Minder aaibaar dan de jongen die zoveel lof kreeg toegezwaaid omdat hij op de foto ging met fans met een beperking, maar ook minder onhandelbaar dan de al dan niet milde TBS-patiënt waarvoor hij regelmatig is versleten. Een lastpak, zoveel is zeker, die toevallig héél goed kan voetballen.

Sunderland ‘Til I Die – Season 3

Netflix

Nieuwe eigenaar, nieuwe dromen. ‘Ze willen Haaland, Mbappé en Jude Bellingham’, zegt een medewerker van de voetbalclub Sunderland lachend tegen Kyril Louis-Dreyfus. ‘Dus trek je portemonnee maar.’ De zieltogende arbeidersclub uit het Noordoosten van Engeland, inmiddels goed voor twee (televisie)seizoenen voetballeed, bivakkeert alweer enige tijd op het derde niveau en is nu overgenomen door de 23-jarige telg van een rijke Franse familie, die jarenlang aan het roer heeft gestaan bij Olympique Marseille.

Dat is vragen om ellende, precies waar de kijker van Sunderland ‘Til I Die – Season 3 (127 min.), geregisseerd door Benjamin Riad, inmiddels op hoopt. En de eerste de beste wedstrijd, wanneer Sunderland AFC in januari 2022 als nummer twee van League One aantreedt tegen laagvlieger Bolton Wanderers, is het alweer raak. Bij het eindsignaal staat er 6-0 op het bord voor Bolton. ‘Sunderland krijgt klop overal waar ze komen’, zingen fans van de tegenpartij treiterend. Het is de grootste nederlaag voor The Black Cats in acht jaar. De dag erop wordt (dus) trainer Lee Johnson de laan uitgestuurd.

Zijn opvolger laat even – en enkele verliespartijen – op zich wachten. Fans en media roepen om de Ierse voetballegende en tv-persoonlijkheid Roy Keane, die trouwens ook niet slecht zou zijn geweest voor deze Netflix-serie. Want die heeft inmiddels z’n eigen dynamiek gekregen. Nieuwe spelers, trainers en supporters weten door seizoen 1 en 2 hoe ’t eraan toe kan gaan in het binnenste van de volksclub uit de Engelse industriestad. Dat geldt ook voor de man die uiteindelijk wel langs de lijn belandt: Alex Neil. Hij moet het team naar het Championship leiden. Ofwel: nieuwe coach, nieuwe dromen.

Dat is alleen, zo bleek al eerder, geen garantie voor succes bij ‘the sleeping giant’. ‘We slapen al best lang, hè?’ stelt een supporter nuchter vast. We liggen in coma, bevestigt één van zijn vrienden. Die nadruk op de beleving van de volkssport voetbal, meer dan op de goals en spectaculaire acties, is wat ook dit laatste seizoen van de Sunderland-serie uiteindelijk boeiender maakt dan All Or Nothing-serie over topclubs zoals Manchester City, Arsenal en Tottenham Hotspur. De hoofdpersonen staan in Sunderland eerder langs de lijn dan in het veld – al zoomt Riad tussendoor ook even in op enkele (modale) spelers. De menselijke maat blijft te allen tijde leidend. Ook als de club zicht krijgt op een beslissingswedstrijd in het Londense Wembley-stadion om promotie naar het Championship af te dwingen. Nieuwe league, nieuwe dromen?

Seizoenkaarthouder Ian Wake heeft alleen weinig positieve associaties met de heilige voetbalgrond. Sinds Sunderland daar in 1973 de FA Cup won ‘a life of misery was inflicted on us when it came to going to Wembley to watch Sunderland’, zegt Wake zonder een spoor van ironie. Gewone mannen en vrouwen zoals hij, de levenslange supporter die een thuis heeft gevonden bij de club, vormen het warme hart van deze voetbalserie, die uiteindelijk op dezelfde plek eindigt als waar ie, zeventien afleveringen eerder, ooit begon: in St. Mary’s Church, waar pater Marc Lyden-Smith tijdens een emotionele afscheidsbijeenkomst nog maar eens het belang van voetbal benadrukt.