Why We Hate

Haat valt af te leren. Is logisch. Beschermt ons. Wordt doelbewust ingezet. Kan besmettelijk zijn. Én maakt héél veel kapot.

Aan de hand van zes subthema’s en een daarbij behorende wetenschapper schetst de docuserie Why We Hate (264 min.), geregisseerd door Geeta Gandbir en Sam Pollard en geproduceerd door Steven Spielberg en Alex Gibney, de psychologische, genetische, sociologische, juridische, neurologische en biologische achtergronden van de menselijke behoefte om De Ander te wantrouwen, beschimpen of zelfs bestrijden. Dit levert interessante inzichten en dwarsverbanden op, die met soms schokkende beelden worden geïllustreerd.

Over tribalisme bijvoorbeeld, een fenomeen dat zowel zichtbaar is in de rivaliteit tussen voetbalclubs als de permanente stammenstrijd tussen de Democratische en Republikeinse partij in de Verenigde Staten en de steeds weer oplaaiende oorlog tussen Israël en de Palestijnen. Hopeloze kwesties ogenschijnlijk, waarbij ‘de psychologie van het slachtofferschap’ (ook al behoor je tot de bovenliggende partij) een dominante rol lijkt te spelen. Wetenschappelijke experimenten tonen echter aan dat die verhoudingen wel degelijk zijn te reframen – al leidt dat helaas niet per definitie ook tot betere verhoudingen.

Het blijft tevens pijnlijk hoe effectief propaganda kan zijn als middel om een andere bevolkingsgroep te dehumaniseren. De bijbehorende weerzinwekkende beelden – de Obama’s als apen, moslims als vleesgeworden bommen en Joden als afgezanten van de Duivel – mogen dan bekend zijn, het blijft nauwelijks te bevatten dat mensen bereid zijn om dit soort vuiligheid te produceren en consumeren. En de gevolgen daarvan zijn onmiskenbaar. In Rwanda werden de Tutsi’s in de jaren negentig bijvoorbeeld stelselmatig door kranten en radiostations van de Hutu-meerderheid uitgemaakt voor ‘kakkerlakken’. En wat doe je met zulke beesten? Juist: kapot maken.

Met verve slalomt de zesdelige serie Why We Hate verder langs de burgeroorlog in het voormalige Joegoslavië, Pol Pots Cambodja en het Hongarije van Viktor Orbán, zoomt in op het Internationaal Strafhof in Den Haag, de Charleston Church Shooting en de beruchte Milgram– en Stanford Prison- experimenten (en de rol van instructie daarbij) en introduceert haatzaaiers die tot inkeer zijn gekomen, zoals een voormalige neonazi, ex-extremistische moslim en oud-lid van de omstreden Westboro Baptist Church. Uit hun gezamenlijke relaas kan tóch hoop worden geput. Als voorbeelden daarvan focussen Gandbir en Pollard op hoe Zuid-Afrika Apartheid en Duitsland het Derde Rijk achter zich hebben gelaten.

Er is uiteindelijk ook geen alternatief voor het loslaten van de haat, zo wordt glashelder. Met het ontmenselijken van de ander, stelt mensenrechtenadvocaat Patricia Viseur Sellers bijvoorbeeld, doen we ook onze eigen humaniteit geweld aan.

Hungary 2018

IDFA

De leiders van de Europese Unie zitten volledig onder de plak bij George Soros.
In Zweden verven blondines hun haren bruin om migranten te plezieren. In dat land worden toevallig ook de meeste vrouwen verkracht.
Engelse kinderdagverblijven nodigen actief transseksuelen uit. En ouders daar laten kinderen van vier tot twaalf jaar zonder problemen een sekseoperatie ondergaan.

Welkom in het Europa van de Hongaarse regeringspartij Fidesz. Centrale thema: de instroom van vluchtelingen. Want: elke anderhalve vluchteling leidt tot zeker vijf nieuwe mensen in het land. Dus: laten we Hongarije een kalifaat worden of niet?

Die anti-migratieboodschap staat ook centraal tijdens de campagne van premier Viktor Orbán voor de parlementsverkiezingen van april 2018. Daarvoor trekken zijn partij-apparatsjiks het hele land door. In sfeerloze zaaltjes spreken ze een roomblank en volledig vergrijsd publiek toe, dat gedwee als klapvee fungeert. Alsof de jaren vijftig nooit zijn voorbij gegaan of alweer ras voor de deur staan.

‘Haat zal dit land vernietigen’, constateert voormalig premier en oppositieleider Ferenc Gyurcsáni, de hoofdpersoon van Hungary 2018 (82 min.). De observerende film van Eszter Hajdú volgt hem als hij het land, tegen beter weten in, probeert te winnen voor zijn linkse, pro-Europese ideeën. Van onvermoeibare campaigner wordt hij gaandeweg een zichtbaar oververmoeide politicus, die voor zijn medewerkers de hoop levend moet houden die hij zelf allang lijkt te hebben begraven.

Want Orbán en zijn Fidesz-partij zijn alomtegenwoordig in het hedendaagse Hongarije: bij verkiezingsbijeenkomsten, in de grotendeels door de regering gecontroleerde media en gewoon op straat, in de vorm van hatelijke leuzen, liedjes en posters. Subtiel is anders. Als een man bij een campagnerally bijvoorbeeld hardop uitspreekt dat Soros de 6.000.001ste had moeten zijn, een naargeestige verwijzing naar het aantal Holocaust-slachtoffers, is er niemand die hem tot de orde roept.

Het is al met al een angstaanjagend beeld dat uit deze film oprijst. Over een land dat nog altijd gewoon deel uitmaakt van de Europese Unie, waartegen het zich zo vaak afzet. De documentaire was in eigen land nog niet te zien, maar de reacties laten zich raden. Uit angst voor represailles hebben veel medewerkers hun naam niet op de aftiteling laten zetten. Hungary 2018 mag dan op zich geen héél bijzondere film zijn, het is wel héél bijzonder dat deze campagnedocumentaire überhaupt is gemaakt.

Oh ja, tot slot: Merkel, May en ook Rutte hebben geen kinderen. Volgens Fidesz-kopstukken betekent dit dat ze niet vooruit kunnen denken.