Billie Eilish: The World’s A Little Blurry

Apple TV+

Elke zichzelf respecterende 21e eeuwse popster krijgt z’n eigen documentaire. Letterlijk. Een ‘onthullende’ film over de mens achter de artiest, vaak gemaakt in opdracht van de hoofdpersoon zelf en/of diens vertegenwoordigers. Waarover dan de schijn van openhartigheid hangt, terwijl de productie uiteindelijk toch vooral een promotioneel karakter heeft. Het is een dilemma voor elke zichzelf respecterende documentaireveelvraat: wil je afnemer zijn – of zelfs doorgeefluik – van een slim opererende marketingafdeling? Tegelijkertijd kan ook zo’n ‘product’, soms onbedoeld, een zekere oprechtheid bevatten – of, net zo interessant, zijn eigen onoprechtheid verraden.

Is Billie Eilish: The World’s A Little Blurry (140 min.) ook zo’n film? Het is in elk geval géén aalglad portret van Billie’s opmars naar de wereldtop geworden. Al kan dat natuurlijk ook ‘part of the plan’ zijn, dacht de zichzelf respecterende docufreak er direct achteraan. Billie Eilish is immers een alternatieve popster met een zwaarmoedige inborst, zo nu en dan opspelende Gilles de la Tourette-tics en echt een eigen artistieke visie. Daarbij past geen gladgestreken productie. Deze lijvige documentaire van R.J. Cutler toont hoe ze met haar broer en muzikale partner Finneas O’Connell, die bekent dat hij niet aan Billie mag vertellen dat het zijn taak is om hits te schrijven, thuis werkt aan songs die inderdaad wereldhits zullen worden. Met dank aan de GoPro-camera die moeder Maggie ophing in de slaapkamer. Dat levert fascinerend materiaal op: de wisselwerking tussen broer en zus werkt wonderwel en zal later nog resulteren in de Bond-song No Time To Die, die gewoon even in de tourbus in elkaar wordt gezet.

De film ruimt verder opvallend veel tijd in voor haar concerten, met bijzondere aandacht voor de hartstochtelijk meezingende jeugdige fans die elke beweging die zij maakt vastleggen met hun smartphone. Terwijl Billie zelf tussendoor gewoon de dingen blijft doen die een tiener nu eenmaal doet – rijbewijs halen, liefdesverdriet hebben en net te lang in bed blijven liggen, óók als de Grammy-nominaties bekend worden gemaakt – komt ze tevens in aanraking met de entertainmentwereld. Lekker gênant is in dat verband de kennismaking met Katy Perry en haar verloofde, waarvan Billie pas later in de gaten krijgt dat het de acteur Orlando Bloom is. Hij omhelst en kust haar alsof ze al jaren zielsverwanten zijn. Het voorval demonstreert hoezeer zij, de misfit, nog altijd een buitenstaander is in de wereld die haar op stel en sprong heeft omarmd. Maar voor hoe lang nog?

Zoals elk zichzelf respecterend pubermeisje koesterde Billie ooit een totaal onbereikbare liefde. Als twaalfjarige was ze smoor op Justin Bieber. Nu blijkt dat hij ook helemaal weg is van haar. Of ze misschien met hem wil samenwerken? ‘Ik zou mijn hond voor hem doodmaken’, flapt ze er direct uit in één van de vele ontwapenende scènes van deze observerende film. Maar dat is toch ook wel doodeng. Een remix van haar hit Bad Guy dan maar. Billie, die echt gewoon zichzelf lijkt voor de camera, maakt van haar hart geen moordkuil: ‘Ik zou al blij zijn als hij een keer ‘poep’ zou roepen tijdens het nummer.’ En dan, het is eigenlijk al geen verrassing meer, arriveert inderdaad Biebers versie van Bad Guy.

Op het Coachella-festival van 2019 komt het zowaar tot een ontmoeting. Billie durft haar held bijna niet aan te kijken en rent in eerste instantie zelfs van hem weg. En huilt tenslotte ongegeneerd in zijn armen. Het is de scène waarin de hele film samenkomt: hoe ze voor even met haar eigen idool en geestverwant versmelt. Terwijl de twee, natuurlijk, worden omringd door allerlei tieners die zich aan hen vergapen en het hele tafereel, natuurlijk, vastleggen. En dan moet Billie nog achttien worden en staat ook de uitreiking van die Grammy Awards nog op het programma, de apotheose van deze film, die direct en trefzeker het ongelooflijke zeventiende levensjaar van deze belangwekkende stem van Generatie Z vereeuwigt.

En dat is ongetwijfeld precies wat Billie – en haar complete entourage met haar – ook wil uitstralen. Zodat elke zichzelf respecterende documentairekenner zich na afloop achter zijn oren krabt. Tijdloos document over de opkomst van de Bob Dylan, Madonna of Radiohead van haar generatie? Of toch slim in de markt gezet product om Billies status als popster van het moment verder uit te bouwen? Ik – laat ik daar niet verder omheen draaien – ben weer geneigd te zeggen: allebei. Als Eilish erin slaagt om haar huidige succes te continueren, zou deze film niets minder dan de 21e eeuwse variant op Dont Look Back, Truth Or Dare of Meeting People Is Easy kunnen worden, waarin de formatieve jaren van een beeldbepalende act voor het nageslacht zijn vereeuwigd.

En anders is The World’s A Little Blurry op zijn minst een weldadige weerslag van hoe een getroebleerde tiener met haar diepste zielenroerselen zomaar ineens, voor even, de maat der dingen kon worden.

An Honest Liar

De beelden doen pijn aan de ogen: een enorme zaal, gevuld met verrukte, ontroerde en soms compleet hysterische mensen, in afwachting van niets minder dan verlossing. Die komt in de vorm van een aalgladde televisiedominee. In een oogwenk weet hij wat hen mankeert en ook wat hen weer kan redden. De oudere zwarte vrouw die naar hem toe is komen trippelen en buiten zinnen in zijn armen is gevallen krijgt door evangelist Peter Popoff ingefluisterd wat ze volgens hem heeft. En dan, zodat de hele zaal het kan horen: ‘God brandt ze nu weg. Daar gaan ze. Daar gaan ze, Jezus.’

Met veel theater, kabaal en de verplichte Hallelujahs worden allerlei mensen zo bij naam opgeroepen, naar voren gehaald en met behulp van niemand minder dan de Heer gered. Naderhand doet Popoff natuurlijk een beroep op hun bereidheid als gulle gever. Oud-goochelaar James Randi en zijn secondant ontdekken al snel hoe de gladjanus te werk gaat. ‘Een man die de doven geneest, heeft geen gehoorapparaat nodigt, zegt de voormalige meestergoochelaar spottend. En daarmee is het lot van de gebedsgenezer bezegeld. Randi schuift aan in de populaire talkshow van Johnny Carson. ‘Gods frequentie – ik wist niet dat ie een radio had, is 39.170 megahertz. En God is dus een vrouw en klinkt als de vrouw van Popoff.’

The Magical Randi beschouwt het als een ultiem verraad, zegt hij in de documentaire An Honest Liar (82 min.) van Tyler Measom en Justin Weinstein uit 2014: bij hoog en bij laag ontkennen dat je een soort goochelaar bent en vervolgens het publiek leegtrekken met ‘paranormale gaven’. En dus ontwikkelt de vleesgeworden scepticus, een mediagenieke en -geile halfbroer van Gandalf, zich tot de schrik van alles en iedereen die handelt in valse hoop: helderzienden, gebedsgenezers en paranormalen. ‘Als je verliefd ben, mag de hele wereld dat weten’, zegt Bill Nye (The Science Guy) daarover. ‘En James Randi is verliefd op de waarheid.’

Die verliefdheid brengt hem tevens op het spoor van de wereldberoemde Israëlische lepeltjesbuiger Uri Geller, die zal uitgroeien tot de draak die Randi koste wat het kost wil doden. Dat mondt uit in een machtig interessante tweestrijd, tussen ‘geloof’ en ‘wetenschap’. Het speelveld waarop de welbespraakte ‘ontgoochelaar’ glorieert, volgens bijvoorbeeld het goochelaarsduo Penn & Teller, Adam Savage (Mythbusters) en hardrocker Alice Cooper (voor wie Randi een onthoofdingsscène ensceneerde). Intussen houdt Randall James Zwinge thuis al tientallen jaren een ‘geheim’ verborgen, dat zijn eigen kwetsbaarheid laat zien en dit kostelijke portret van een persoonlijke ondergrond voorziet.

Capital In The Twenty-First Century

Thomas Piketty / Human

Staan we aan de vooravond van een terugkeer naar het ongebreidelde kapitalisme van de achttiende en negentiende eeuw, met een kleine aristocratie die leeft in weelde en het gewone volk dat omkomt van de honger? Deze zorg spreekt de Franse econoom Thomas Piketty nadrukkelijk uit bij de start van de boeiende documentaire Capital In The Twenty-First Century (102 min.), die is gebaseerd op zijn baanbrekende boek uit 2013. De eerste tekenen dienen zich volgens hem aan: groeiende ongelijkheid en, als een soort bliksemafleider daarvoor, toenemend nationalisme.

Samen met vooraanstaande collega-economen, psychologen, historici en politicologen licht Piketty vervolgens de ontwikkeling van het kapitalisme door, de talloze pogingen om dat bij te sturen en de recente opkomst van de ‘Greed is good’-mentaliteit, waardoor er weer een ouderwetse samenleving van Haves, een kleine elite, en Have-nots, de rest van de bevolking, dreigt te ontstaan. In politieke termen: één dollar, één stem. In plaats van wat je zou verwachten in een goed functionerende democratie: één mens, één stem.

De bijbehorende winnaarsattitude wordt ook direct verinnerlijkt, zo toont een fascinerend experiment met het bordspel Monopoly aan. Door het opgooien van een munt wordt steeds bepaald welke van twee spelers allerlei voordeeltjes krijgt toebedeeld. Die geluksvogels gaan zich vervolgens binnen enkele minuten ook als winnaar gedragen. Ze verplaatsen hun pion met meer geluid, graaien vaker in de chipszak en beginnen hun opponent te kleineren. Na afloop geloven ze dat ze puur op basis van hun kwaliteiten hebben gewonnen. Niet als gevolg van stom toeval.

Het is niet moeilijk om die mentaliteit te ontwaren in de hedendaagse samenleving. In zowel individuele personen als ondernemingen. Met deze uitstekend gedocumenteerde film van Justin Pemberton, die is geïllustreerd met nieuwsbeelden, televisiefragmenten en scènes uit speelfilmklassiekers zoals Pride And Prejudice, Les Misérables en The Grapes Of Wrath, bepleiten Piketty en zijn mededenkers dan ook een beter gereguleerde vorm van kapitalisme, waaraan echt iedereen zijn steentje bijdraagt, bijvoorbeeld via het betalen van belasting.

Enig optimisme is daarbij op zijn plaats, meent hij. De menselijke geschiedenis toont volgens Piketty aan dat we altijd streven naar een samenleving met harmonie en samenhang. Daarvoor moet dan alleen de huidige ongelijkheid nog wel even worden bestreden.

The Boy Band Con: The Lou Pearlman Story

YouTube

Hij was de zesde Backstreet Boy. Het extra bandlid achter de schermen van *NSYNC. Eigenlijk had Lou Pearlman wel echt in een boyband willen zitten. Daarvoor had hij echter niet het talent – en zeker niet het uiterlijk. De corpulente manager was in zijn jonge jaren eerder een schlemiel geweest dan een loverboy, maar mocht later graag in de directe omgeving verkeren van écht populaire jongens. Hij werd overigens ook schathemelrijk van hen.

In de vermakelijke documentaire The Boy Band Con: The Lou Pearlman Story (99 min.) verhalen de voormalige Backstreet Boys en *NSYNC-leden AJ McLean, Lance Bass, JC Chasez en Chris Kirkpatrick en voormalige bandmedewerkers, direct betrokkenen en familieleden, waaronder voormalig tieneridool Aaron Carter en de moeder van Justin Timberlake, over de man die hen eerst wereldberoemd maakte en vervolgens he-le-maal leegzoog.

Terwijl zijn protegés via de rechter los proberen te komen van het wurgcontract dat Pearlman hen ooit liet tekenen, donderen er nog wat andere lijken uit de kast bij de man die ze ooit als een vaderfiguur beschouwden. Hij blijkt een lange historie te hebben van dubieuze deals die teruggaat tot zijn jeugd in Queens, New York, waar hij zijn eerste kapitaal zou hebben vergaard met een krantenwijk en bijbehorende donutservice.

Althans, dat was het verhaal dat Lou zelf daarover ophing. De werkelijkheid is een stuk prozaïscher – al worden sommige claims tegen ‘Big Poppa’, bijvoorbeeld dat zijn vaderrol een onmiskenbaar seksuele ondertoon had, ook niet héél overtuigend onderbouwd. The Boy Band Con is eerst en vooral het verhaal van een notoire flessentrekker, die zonder aanziens des persoons slachtoffers maakt en uiteindelijk helemaal verstrikt raakt in zijn eigen leugens, dat door regisseur Aaron Kunkel vakkundig wordt uitgeserveerd.

In de zomer van 2024 werd door Netflix nog een Lou Pearlman-docu uitgebracht: Dirty Pop: The Boy Band Scam.

Forbidden Games: The Justin Fashanu Story


‘Ik ga niet spelen of me omkleden in de buurt van…’, zegt de Britse voetbalinternational John Fashanu (Wimbledon) zonder te verblikken of verblozen tijdens een televisie-interview uit 1990. Hij heeft het over zijn oudere broer Justin, die zojuist als eerste voetbalprof uit de kast is gekomen. Justin en John groeiden samen op, als de donkere kinderen van een blank pleeggezin.

Justin Fashanu, de hoofdpersoon van Forbidden Games (80 min.), was allereerst een getalenteerde voetballer. In 1980 scoorde hij het doelpunt van het jaar in Engeland, een jaar later werd hij de eerste zwarte speler waarvoor een miljoen pond werd betaald. Bij Nottingham Forest wilde het echter niet lukken met de Engelse jeugdinternational. Hij moest al snel weg. Volgens oud-medespeler Frank Clark omdat manager Brian Clough, zelf onlangs ook de hoofdpersoon van een documentaire, had gehoord dat Fashanu regelmatig het plaatselijke gaycircuit bezocht.

In de navolgende jaren zwierf de ooit zo veelbelovende aanvaller van B-club naar C-vereniging, terwijl hij ondertussen van het ene in het andere schandaal belandde; van een affaire met een Brits parlementslid tot roddels over seks met minderjarige schandknapen. Fashanu, de ontheemde zwarte jongen die vanwege zijn talent ooit liefdevol was opgenomen door de voetballerij, werd gaandeweg een outcast in diezelfde wereld.

Het is een dramatisch en gelaagd verhaal, waarbij de gecompliceerde hoofdpersoon echt niet alleen slachtoffer van zijn situatie is. Met vaste hand portretteren de filmmakers Adam Darke en John Carey de met tragiek omgeven Justin Fashanu in deze boeiende documentaire, die het niveau van de gemiddelde sportfilm met gemak ontstijgt.

Homoseksualiteit en voetbal, het blijkt een dikke twintig jaar later nog altijd een ongemakkelijk huwelijk. Deze week was er bijvoorbeeld ophef rond oud-international Ruben Schaken, die in zijn biografie memoreerde dat hij bij Feyenoord met twee homo’s zou hebben gevoetbald en daarbij ook nadrukkelijk vermeldde dat hij zich daarvan distantieerde.

Persoonlijke noot: in 2005 maakte ik voor Omroep Brabant een portret van zaalvoetbalinternational en -oud-prof John de Bever, tegenwoordig actief als levensliedzanger, die zich toen openlijk uitsprak over zijn homoseksualiteit. Voor zover ik weet is hij de bekendste Nederlandse voetballer die uit de kast is.