Welcome To The Family: The Murder Of Dan Markel

Disney+

Hij was naar verluidt een zeer strenge rechtendocent, maakte met zijn blog Prawlsblawg bepaald niet alleen vrienden en stond een New Yorkse rabbi bij in de geruchtmakende Prodfather-zaak. Als Daniel Markel op de ochtend van 18 juni 2014 koel wordt geliquideerd op de oprit van zijn eigen huis in een nette wijk van Tallahassee, een zaak die half Amerika in z’n greep krijgt, weet de politie van Noord-Florida nog niet in welke hoek ze de dader of diens opdrachtgever moet vinden.

Twaalf jaar later maakt de titel van deze vierdelige true crime-serie op voorhand al duidelijk waar volgens regisseur Sebastian Smith het echte verhaal zit: Welcome To The Family: The Murder Of Dan Markel (169 min.). Bij Markels schoonfamilie om precies te zijn, de Adelsons, een gefortuneerde familie uit Miami in Zuid-Florida. Ten tijde van zijn dood was Markel verwikkeld in een vechtscheiding met zijn ex-vrouw Wendi Adelson, die hun twee zoontjes wilde meenemen naar het zuiden van de staat.

Die strijd om de voogdij lijkt een aannemelijk motief en is mogelijk ook de aanzet geweest voor het opzetten van een huurmoord. Daarmee zou zo’n 15.000 dollar gemoeid zijn, volgens Wendi’s nieuwe (en al snel ook alweer ex-)vriend Jeff Lacasse. Die stelt ook: de Adelson-familie is ‘ongezond verstrengeld’. Wendi’s vader Harvey, moeder Donna en broer Charlie zouden een al even ongezonde diepgewortelde ‘Dan-haat’ hebben. Alleen oudste broer Robert, het zwarte schaap van de Adelsons, blijft daarbuiten.

Smith pluist alle intriges rond de moord op die gehate zwager/schoonzoon uit met de betrokken rechercheurs, getuigen, vrienden, kennissen en, jawel, een true crime-podcaster. Bij dat complot zouden zoveel verschillende personen betrokken zijn geraakt dat hij de onderlinge verhoudingen bovendien in beeld brengt met wassen poppetjes, zonder gezichtsuitdrukking, die samen een tamelijk verknipte familie-opstelling vormen en de rechtbankverklaringen, verhoorbeelden en telefoonopnames aanvullen.

Met een even ingenieuze als twijfelachtige undercoveroperatie proberen de FBI en de politie de moordzaak, die dan al jaren aansleept, uiteindelijk vlot te trekken. Uitgangspunt daarbij is dat niet alleen degenen die de trekker overhaalden hun straf moeten uitzitten. Ook hun vermoedelijke opdrachtgevers, Dan Markels ‘monsters-in-law’, mogen de dans niet ontspringen. Vooralsnog wanen die zich echter onaantastbaar en laten ze zich ook zeker niet zomaar in de val lokken of inrekenen.

De Adelsons vormen zo, ook voor de nét iets te gretig meelevende Amerikaanse true crime-gemeenschap en kijkers van deze adequate miniserie, een prettig doelwit. Net als bijvoorbeeld de Dursts en Murdaughs, steenrijke families die eveneens betrokken raakten bij spraakmakende misdrijven, representeren zij een kaste die overal mee lijkt weg te komen en nu maar eens hardhandig tot de orde moet worden geroepen.

Taxi To The Dark Side

THINKfilm

Hij is maar een gewone taxichauffeur. Toch behoort Dilawar blijkbaar tot ‘the worst of the worst’. Hij wordt op 1 december 2002 in elk geval door een Afghaanse krijgsheer overgedragen aan het Amerikaanse leger. Dilawar zou betrokken zijn geweest bij de voorbereidingen voor een raketaanval. Op 5 december leveren de militairen hem af bij de Bagram-gevangenis, een voormalige Sovjet-basis die wordt gebruikt door de Verenigde Staten. Binnen enkele dagen is hij dood.

Het overlijden van de Afghaanse taxichauffeur is door de patholoog van dienst officieel gekwalificeerd als ‘moord’, ontdekt de vanuit Kaboel opererende New York Times-journalist Carlotta Gall. Zij informeert Dilawars familie dat hij bovendien ernstig is mishandeld. De Amerikaanse bewaarders bleven hem net zo lang slaan en schoppen, totdat ze hoorden dat hij luidkeels om Allah riep. Als Dilawar alle ontberingen zou hebben overleefd, hadden zijn benen sowieso geamputeerd moeten worden. De zaak is in de welbekende doofpot gestopt.

In de gevangenissen die de Verenigde Staten, in het kader van hun militaire reactie op de terroristische aanslagen van 11 september 2001, hebben geopend in Afghanistan en Irak, zijn zeker honderd dodelijke slachtoffers gevallen, betoogt Alex Gibney in Taxi To The Dark Side (106 min.), de messcherpe documentaire waarvoor hij in 2007 een Oscar won. Dilawars dood is het logische gevolg van de keuze van de Amerikaanse president George W. Bush om het spel niet langer volgens de regels te spelen en de Conventies van Genève terzijde te schuiven.

De gewone soldaten, die van martelpraktijken worden beschuldigd, die zijn weggezet als ‘rotte appels’ en die hem nu te woord staan, zijn dus niet Gibneys voornaamste mikpunt in deze uitstekend gedocumenteerde film. Hij richt zich op de beslissers. Zij zijn moreel verantwoordelijk. Óók voor de ernstige misstanden in de Abu Ghraib-gevangenis in Irak en op Guantanamo Bay, de Amerikaanse gevangenis op Cuba waar kopstukken van Osama bin Ladens terreurorganisatie Al-Qaeda en andere PUCs (Persons under US Custody) worden vastgehouden.

Zij worden daar overvallen met kiezelharde muziek, bedreigd door agressieve honden, in stressposities geplaatst, gedwongen om zich uit te kleden, ongezond lang van hun slaap beroofd, seksueel vernederd… Vanuit de gedachte dat ze beschikken over wezenlijke informatie, waarmee de Amerikanen hun ‘war on terror’ kunnen winnen. Terwijl elke deskundige hen kan vertellen – en de gelegenheid in deze docu ook te baat neemt – dat gemartelde mensen vertellen wat ze denken dat de ander wil horen. De aldus verkregen informatie is volstrekt onbetrouwbaar.

Die dringt nochtans vrijwel ongefilterd door tot de hoogste regionen van de Amerikaanse overheid en beïnvloedt de beslissingen over leven en dood die daar worden genomen. Met oorlogsmisdaden, maakt Alex Gibney zonneklaar in dit pijnlijke schotschrift tegen marteling, als onvermijdelijk gevolg.

The Waste Land

Bantam Film

Ruim honderd jaar geleden schreef T.S. Eliot een gedicht dat wordt beschouwd als één van de belangrijkste literaire werken van de twintigste eeuw. In ruim vierhonderd verzen probeert de Amerikaans-Britse schrijver en filosoof – in de woorden van een leek, die bij voorbaat al tekortschieten – de uitzichtloosheid van het bestaan, de dood van een wereldbeeld en zijn eigen verwarring en wanhoop daarover uit te drukken. Met de verfilming van The Waste Land (105 min.) onderzoekt Chris Teerink welke betekenis het ondoorgrondelijke werk van Thomas Stearns Eliot (1888-1965) nog heeft in de 21e eeuw.

Terwijl hij schrijvers, sociologen, activisten, economen en filosofen, waaronder Qiu Xiaolong, Vandana Shiva en Ilja Leonard Pfeiffer, confronteert met het epische gedicht, dat even vaak houvast biedt als opperste verwarring schept, toont Teerink alle uithoeken van de wereld. Van typische grote stadstaferelen tot uitgestrekte woestijnvlaktes en zo’n beetje alle aardse verschijningsvormen daartussen. Hij maakt daarbij nauwelijks gebruik van bewegend beeld, maar verlaat zich op foto’s en stills. Die worden gestut met een weelderig geluidsdecor en zijn door Blaudzun van muziek voorzien. 

Intussen is iedereen in deze zoekende film op zichzelf aangewezen. ‘Zelfs het bestaan van The Waste Land als gedicht is voor mij al een uitgang uit de gevangenis van het dagelijks bestaan’, zegt de één met gevoel voor drama. ‘Je zit in een film’, stelt een ander, niet zonder humor, ‘vergeleken waarmee David Lynch maar een amateur lijkt.’ Waarop weer een andere spreker toegeeft dat hij zich er bijna voor geneert dat The Waste Land hem eigenlijk helemaal niet aanspreekt. Het geniale van T.S. Eliots gedicht, meent schrijver Carolyn Steel echter, is ‘dat het je iets zegt, zelfs als je het niet snapt.’

Dat lijkt meteen een passend uitgangspunt voor deze associatieve fotodocu, die Eliots poëzie verbindt met uiteenlopende actuele onderwerpen in ‘het barre land’, zoals pak ‘m beet de klimaatproblematiek, het basisinkomen (‘de politiek van het paradijs’, aldus econoom Guy Standing) en de oorlog in Oekraïne. The Waste Land is dus geen poging om Eliots pièce de résistance te doorgronden of verklaren, maar een serieuze krachtsinspanning om het werk in al zijn complexiteit in de hedendaagse wereld te plaatsen en te verrijken. Waarmee Eliots woordenvloed dan z’n eigen dynamiek aangaat.

Trees And Other Entanglements

HBO Max

Hoe begin je een film over bomen? Met een citaat van de Bengaalse dichter en wijsgeer Rabindranath Tagore bijvoorbeeld: ‘The woodcutter’s axe begged for it’s handle from the tree. The tree gave it.’ Met daarna beelden van een bos, in de omgeving van Portland, begeleid door het geluid van tsjilpende vogeltjes. En dan introduceer je jezelf, filmmaker Irene Taylor. Deze boom leeft al langer, vertel je vervolgens aan je zoon, dan iedereen die jij kent en hun grootouders.

Maar hoe leg je daarna uit waarom die documentaire over bomen zo nodig moest worden gemaakt? Een voice-over misschien? ‘Bomen spreken de waarheid’, begint die. ‘En ze vertellen verhalen. Over een man die een zaadje plant in een donkere periode, een jongen die verstopt is in het bos, een andere jongen die verliefd wordt en een vrouw die bomen onsterfelijk maakt.’ Je vat het nog even samen: ‘Wij bewegen door de tijd, maar bomen staan stil.’

En dan kan Trees And Other Entanglements (109 min.), jouw associatieve tocht langs deze en andere personages en hun bomen, wel zo’n beetje beginnen. Over de verhouding tussen mens en natuur. Richard Furuzawa vertelt z’n zoon Matthew bijvoorbeeld over zijn eigen vader, die als Japanse Amerikaan tijdens de Tweede Wereldoorlog naar een interneringskamp werd gestuurd. Daar plantte hij een zaadje, dat de basis vormde voor een weldadige bonsaiboom.

De hoogbejaarde George Weyerhaeuser, die een houtkapbedrijf runde dat al zeker vier generaties in de familie zit, werd als negenjarige jongen ontvoerd en verstopt in, juist, een bos. Ryan Neil ging in Japan in de leer bij een echte bonsaimeester en kwam uiteindelijk van een koude kermis thuis, maar is de kunstvorm toch altijd trouw gebleven. En de fotografe Beth Moon maakt overal in de wereld portretten van bomen, die nogal eens ten dode opgeschreven blijken te zijn.

Het is een bont gezelschap dat voor jou vanuit allerlei verschillende gezichtspunten de relatie tussen mens en boom kan optekenen. En soms krijgt zo’n persoonlijk verhaal ineens een heel ruw randje, zoals bij de zwarte schrijfster Carolyn Finney. Haar ouders beheerden bijna vijftig jaar een landgoed van vijf hectare. Nadat ze waren vertrokken, werd het gebied tot erfgoed uitgeroepen. Alleen met de kersenboom die Carolyns vader aan haar moeder had gegeven liep ’t niet goed af.

En dat is dan weer de link met je eigen vader. De man die jarenlang als een enorme eik boven jou uittorende, waarover je eerder de persoonlijke films Hear And Now en Moonlight Sonata hebt gemaakt, begint nu door dementie het contact met zijn wortels te verliezen. De man kan ieder moment worden geveld. Waar wordt gehakt, moet echter dringend worden herbouwd. Dat vindt tenminste bomenplanter Dirk Brinkman die al bijna een miljoen bomen op z’n naam heeft staan.

Zo ongeveer, maar toch heel anders, meandert Trees And Other Entanglement langs allerlei bewegende mensen, stilstaande bomen en adembenemende vergezichten, in een film die gaandeweg, bijna tot je eigen verbazing, menig hart verovert.