638 Ways To Kill Castro

Channel 4

Op geen enkele levende man zijn zoveel aanslagen beraamd en gepleegd als op hem, betoogt de verteller van de documentaire 638 Ways To Kill Castro (74 min.) van Dollan Cannell uit 2006. Al ongeveer een halve eeuw proberen tegenstanders, de Amerikanen voorop, dan tevergeefs om Fidel Castro, de almachtige leider van Cuba, uit te schakelen. Maar hoe ze ‘t ook proberen – met een volautomatisch wapen bij klaarlichte dag, exploderende sigaren of gif in zijn schoenen (zodat zijn befaamde baard uitvalt) bijvoorbeeld – Fidel komt elke keer weer met de schrik, of gewoon helemaal zonder, vrij.

Hij zal zelfs deze veelal luchtig getoonzette film, waarin enkele samenzweerders en would be-moordenaars worden opgevoerd, nog tien jaar overleven. De man die in 2026 honderd jaar oud zou zijn geworden overlijdt pas op zijn negentigste, nu tien jaar geleden. Tot die tijd lijkt hij onsterfelijk, een man die een symbool is geworden: de vader des vaderlands of juist staatsvijand nummer 1 – afhankelijk van je gezichtspunt. Een larger than life-figuur ook, die de CIA, FBI, de Amerikaanse maffia en Cubaanse bannelingen – of een niet al te dodelijke combinatie daarvan – uitdaagt tot stoute plannen, die bijna slagen, vroegtijdig worden afgebroken of helemaal nooit ten uitvoer worden gebracht.

Waar zijn medestrijder Che Guevara in 1967 wél ten prooi valt aan een vijandelijke kogel – en vervolgens in de beeldvorming uitgroeit tot een icoon: de ultieme linkse revolutionair – is ‘The Beard’ zijn belagers steeds te slim af. De betrokkenheid van Amerikaanse inlichtingendiensten bij de talloze pogingen om hem, als buitenlands staatshoofd, te liquideren is dan allang geen (publiek) geheim meer. En sommige direct betrokkenen zijn ook maar wat trots op hun rol in soms huiveringwekkende attaques. Zij belichamen het uitgangspunt dat hun doel álle middelen rechtvaardigt – al is het misschien wel verstandig om directe betrokkenheid bij aanslagen zoveel mogelijk te verhullen.

Castro’s voormalige jeugdvriend Orlando Bosch wordt bijvoorbeeld gezien als één van de kwade geniën achter de bomaanslag op een Cubaans vliegtuig bij Barbados, waarbij in 1976 alle 73 passagiers de dood vinden. ‘In een oorlog is alles geoorloofd’, stelt Bosch, die ondertussen niet al te subtiel suggereert dat hij nog wel meer op zijn kerfstok heeft. Zijn kompaan Luis Posada Carriles, die inmiddels in een Amerikaanse gevangenis zit en die het verstandiger vindt om geen antwoord te geven op de vraag hoeveel aanslagen hij precies heeft gepleegd op Castro, vult aan: ‘Misschien ben ik niet degene om dit te zeggen, maar ik denk dat hij zich veiliger voelt zolang ik in de cel zit, denk je ook niet?’

‘We hoeven maar één keer succesvol te zijn’, constateert de geharde anti-Castro activist Enrique Encinosa met een stalen gezicht aan het einde van deze ontluisterende film. En hij wil dat ook nog best een keer herhalen. ‘We hoeven maar één keer succesvol te zijn.’ Uiteindelijk lijkt het er echter toch op dat Magere Hein zelf met de eer is gaan strijken. In de nacht van 25 november 2016 heeft Fidel Castro alsnog het tijdelijke voor het eeuwige verwisselend. De doodsoorzaak is nooit bekendgemaakt. Het kan dus ook niet volledig worden uitgesloten dat – laten we zeggen – aanslag 639 tóch succesvol is geweest.

Otto Baxter: Not A F***ing Horror Story

SkyShowtime

Een blauwe pijl wijst naar rechts. ‘Beautiful woman’ auditions, staat erbij. Binnen staat de Britse regisseur Otto Baxter te wachten op geschikte kandidaten voor zijn autobiografische horrorfilm. Ze moeten een scène spelen in een pub waarbij ze terugdeinzen voor een monsterbaby. ‘Wat bedoel je daarmee?’ vraagt Peter Beard, terwijl Otto een actrice begroet. Hij reageert direct: ‘Ze noemden me een monster. Blijf uit z’n buurt.’ Of meisjes dat in het echt ook doen? vraagt Beard. ‘Meestal wel.’ Otto kijkt er bedremmeld bij. Na enig doorvragen vertelt hij wat ze dan zeggen: ‘Ga weg, Downser!’

Als regisseur van The Puppet Asylum, een griezelversie van zijn eigen leven waaraan hij jaren heeft gewerkt, kan Otto Baxter zulke gevoelens nu een plek geven – al heeft hij zelf ook nog wel wat te leren over de omgang met het andere geslacht. Beard en zijn collega Bruce Fletcher begeleiden hem in dat proces en maken meteen een documentaire over hun vriend met het Syndroom van Down. De drie hebben elkaar ontmoet bij een eerdere productie, Otto: Love, Lust And Las Vegas (2009), waarin hij zijn eerste seksuele ervaring zou gaan beleven. ‘Fucking good!’, vindt Otto zelf.

Voor Otto Baxter: Not A F***ing Horror Story (84 min.) willen de documentairemakers, die zich inmiddels ook hebben opgeworpen als zijn officiële vertegenwoordigers, dat hij echt het achterste van zijn tong laat zien. Tussen de opnames voor de speelfilm door vragen ze Otto en zijn moeder Lucy het hemd van het lijf. Als alleenstaande vrouw heeft Lucy Baxter vier jongens met het Syndroom van Down geadopteerd. Ze is een echte moeder voor hen geworden. Want hoewel Otto zijn best doet om een relatie met haar te onderhouden, hij heeft nauwelijks contact met zijn biologische moeder Alex.

Via hun mediagenieke hoofdpersoon tonen Beard en Fletcher de achterkant van het leven met een verstandelijke beperking – al wordt hun docu nooit echt pijnlijk of ontluisterend. Niet in het minst doordat Otto zelf over meer dan genoeg humor en zelfspot beschikt om elke situatie direct te relativeren ‘Als ze je film hebben gezien en zien hoe goed je regisseert, wat hoop je dan dat ze denken?’ vraagt Peter Beard hem bijvoorbeeld tot slot. ‘Ik wil dat mensen zeggen: we kunnen hem inhuren als stripper.’ Waarna Otto en zijn vrienden elk eventueel ongemak smakelijk weglachen.

Met een gezonde dosis humor en zonder te zwaar op de hand te worden neemt deze documentaire Otto Baxter niettemin volstrekt serieus. Ook als filmmaker. En dus wordt Not A F***ing Horror Story natuurlijk afgesloten met de première van Otto Baxters debuutfilm. Hij heeft al een vervolg in zijn hoofd.

Finding Michael

Disney+

Is het meer dan een MacGuffin, een slim geïntroduceerd verhaalelement waarmee Hollywood-vertellingen wel vaker in gang worden gezet? De foto, in 2017 gemaakt op 8500 meter hoogte, waarop een lichaam op een besneeuwde bergwand is te ontwaren. Zou het werkelijk Spencer Matthews’ oudere broer Mike kunnen zijn, die in 1999 als jongste Brit de top van de Mount Everest bereikte en enkele uren daarna spoorloos verdween op de berg?

Spencer wil in elk geval op expeditie naar het Himalaya-gebergte, zodat hij zijn overleden broer eindelijk mee naar huis kan brengen. Dat wordt een heidens karwei. Finding Michael (100 min.) vereist dus een ervaren en uitgebalanceerd zoekteam van klimmers en sjerpa’s. Matthews roept de hulp in van de bekende Nepalese klimheld Nirmal Purja, die eerder de hoofdrol speelde in zijn eigen documentaire, 14 Peaks: Nothing Is Impossible.

Terwijl Team Spencer in deze documentaire van Tom Beard op weg gaat naar de Aziatische bergtop, wordt tevens Mike’s laatste expeditie gereconstrueerd. Ergens onderweg moeten de twee paden elkaar kruisen, waarbij het nog maar de vraag is of Michael Matthews wel zo gemakkelijk kan worden geïdentificeerd als het inderdaad zover komt. Hij ligt er immers al twintig jaar, vlakbij de top waarmee hij zijn naam heeft gevestigd. 

Deze zoektocht, die met dronecamera’s fraai is vastgelegd, voelt enigszins gekunsteld. Alsof die, behalve uit persoonlijke noodzaak, ook wordt ondernomen omdat het gegarandeerd een enerverend beeldverhaal oplevert. Daarbij speelt eveneens een rol dat de hoofdpersoon Spencer Matthews, een bekende televisiepersoonlijkheid in het Verenigd Koninkrijk, regelmatig in een soort verslaggevers- of presentatorrol terechtkomt.

Hij kan uitstekend onder woorden brengen hoe het is om een broer te verliezen en wat het zou betekenen als hij diens lichaam nu definitief zou kunnen bergen, maar op de één of andere manier voelen de emoties die daarbij vrijkomen soms ook wat opgeprikt. Alsof ze geregisseerd zijn in plaats van geregistreerd. Daardoor wordt Finding Michael nooit de ‘tearjerker’ die het verhaal van de twee broers in wezen wel zou kunnen zijn.

The Year Earth Changed

Apple TV+

Als wij even pauze inlassen, constateert ‘s werelds bekendste bioloog David Attenborough, krijgt de aarde de gelegenheid om rustig adem te halen. Voor de natuurlijke habitat van de mensheid en de andere bewoners daarvan is het Coronavirus, en de bijbehorende lockdown, waarschijnlijk dus niets minder dan een zegen. Economische drukte heeft plaatsgemaakt voor weldadige stilte, wilde Afrikaanse dieren worden niet meer gevolgd door hordes toeristen en de lucht is zo schoon dat ze in de Indiase stad Jalandhar voor het eerst in dertig jaar Himalaya-bergtoppen kunnen zien.

Zo bezien was 2020, The Year Earth Changed (48 min.), zonder enige twijfel een hoopvol jaar. En laat het dan maar aan Attenborough en zijn machtige stem over om daar een heuse belevenis van te maken. Schildpadden, walvissen en dolfijnen beginnen weer te floreren. Bedreigde diersoorten als cheeta’s, zeepaardjes en berggorilla’s maken ineens kans om te overleven. En in de bebouwde kom van een behoorlijke stad, ergens in de wereld, kunnen zich doodgemoedereerd herten, nijlpaarden of pinguïns melden.

In een adembenemende scène eigent een luipaard zich bijvoorbeeld een verlaten safariresort in het Zuid-Afrikaanse Mpumalanga toe, tot ontsteltenis van de aanwezige cameraploeg. Het imposante roofdier begint daar zijn eigen ‘all you can eat’-feestje te vieren. Ook indrukwekkend: hoe een Indiase gemeenschap, om zijn eigen oogst te beschermen, rond de akkers speciale gewassen plant om een uitgebreide olifantenfamilie van eten te voorzien en nog eens glorieus in die opzet slaagt ook.

Op zulke momenten oogt deze vanzelfsprekend weer oogstrelende documentaire van Tom Beard bijna als een promotiefilm voor het Wereld Natuur Fonds. Met een stichtelijke boodschap bovendien: mens en dier kunnen wel degelijk coëxisteren. Toch valt uit deze natuurdocu ook een andere boodschap te destilleren: de aarde zou wellicht een stuk beter af zijn zonder de mens. Of in elk geval: zonder een groot deel van de mensheid. Zodat de natuurlijke balans kan worden hersteld.

Die boodschap zal Sir David Attenborough vermoedelijk alleen nooit in de mond nemen.