Teenage Wasteland

Netflix

De houding van Gary Grossman, de hoofdredacteur van de plaatselijke krant The Times Herald Record, is exemplarisch. Hooghartig wuift hij begin jaren negentig in een live-uitzending van MHS TV, een schoolproject van de Middletown High School, elke suggestie van de hand dat er sprake zou kunnen zijn van een milieuschandaal. Eerder hebben leerlingen, die onderzoek doen naar giftig afval op de lokale stortplaats, al tevergeefs een videotape met hun bevindingen afgeleverd bij zijn krant. En ook bij bestuurders van Middletown in de Amerikaanse staat New York vangen zij bot.

De jeugdige deelnemers aan het project onderzoeksjournalistiek, begeleid door de populaire docent Elektronische Media Fred ‘Hippiefred’ Isseks, laten zich echter niet afschrikken. Ze blijven hun tanden zetten in de ernstig vervuilde bodem en het vergiftige grondwater, die een serieus gevaar voor de volksgezondheid vormen in het Amerikaanse stadje. Ruim dertig jaar later blikken de jongeren van toen, die destijds de ‘Toxic Avengers’ werden genoemd, in de documentaire Teenage Wasteland (alternatieve titel: Middletown, 110 min.) terug op deze kwestie, die hun middelbare schoolperiode heeft gekleurd.

Het filmmakende duo Jesse Moss en Amanda McBaine, dat eerder samen de documentaires Boys State (2020), The Mission (2023) en Girls State (2024) maakte, laat hen voor deze reconstructie hun eigen reportages, studio-uitzendingen en de docu’s The Wallkill Dump en Garbage, Gangsters And Greed nog eens zien en brengt hen ook bij elkaar om die periode van jeugdig idealisme te herbeleven. Als middelbare schoolleerlingen werden zij de belichaming van het begrip ‘burgerlijke moed’. Hun begeleider Isseks had hen daarvoor een heel simpele instructie gegeven: doe alsof je in een functionerende democratie leeft.

Zo stuiten ze in deze stevige film, niets minder dan een reclamespot voor de journalistiek, op enkele onvergetelijke vuilnisbeltmedewerkers, een sympathiserende natuurpatholoog en een heuse anonieme bron, hun eigen ‘Deep Throat’. Terwijl de gedreven tieners door sommige bewoners van Middletown worden weggezet als notoire complotdenkers, zet de klokkenluider ‘Mr. B.’ hen op het spoor van een gezelschap dat zich als plaatselijke Sopranos onledig houdt met ‘waste management business’: het illegaal én lucratief dumpen van afval, waarbij lokale functionarissen nog wel eens een zakcentje toegestopt krijgen.

Want in deze wereld geldt: garbage is gold.

Kusama In Holland

Memphis Film / maandag 21 september, om 22.40 uur, op NPO2

Een protofeminist, een handenbindster, een bezienswaardigheid. Zo’n zestig jaar later roept het verblijf in Nederland van de Japanse kunstenares Yayoi Kusama, de onlangs op 97-jarige leeftijd overleden polka dot-koningin en Instagram-hype, nog altijd levendige beelden op. Via kunstenaars zoals Henk Peeters en Jan Schoonhoven vindt zij in de jaren zestig aansluiting bij de zogeheten Nul-beweging, een reactie op de Cobra-groep en de expressionistische schilderkunst. Ze maakt in die tijd bijvoorbeeld ‘infinity nets’, hele grote schilderijen met eindeloos herhaalde boogjes of puntjes.

Met haar excentriciteit, verzet tegen traditionele rolpatronen en seksueel geladen werk doet Kusama In Holland (53 min.) het nodige stof opwaaien. Bij de tentoonstelling ‘Facetten van de hedendaagse erotiek’ in de Haagse galerie Orez moet in 1965 zelfs de zedenpolitie eraan te pas komen. Preutse Nederlanders spreken schande van de in zilver of goud gespoten schoenen met fallussymbolen die zij daarvoor heeft gemaakt. Later begint ze ook naakt-happenings te organiseren en wordt haar werk alsmaar explicieter. Kusama schildert live stippen op blote mannenlijven – al is ze zelf, volgens de overlevering, wars van lichamelijk contact.

De kunstenares, die pas op latere leeftijd erkenning zal krijgen in eigen land en inmiddels geldt als één van de belangrijkste kunstenaars die Japan ooit heeft voortgebracht, wordt door de vrienden en kennissen uit haar Nederlandse periode in deze boeiende film van Sherman de Jesus zelfs gekenschetst als ‘geestesziek’. Ze blijft haar hallucinaties alleen de baas door ze te vertalen naar kunst. Obsessief, tot in het oneindige. De Jesus verbeeldt die binnenwereld met treffende geanimeerde sequenties van Cristina Garcia Martin, aangevuld met een voice-over die is geïnspireerd op originele teksten en citaten van Kusama en ingesproken door Kumi Sekimoto.

De rol van kunstenares Alicia Framis, die als onderdeel van haar werk onlangs is getrouwd met het AI-hologram Ailex, is minder evident. Of ‘t moet zijn dat zij, in navolging van Yayoi Kusama, eveneens een exponent is van een wereld, waarin kunstenaars ook zichzelf tot hun werk rekenen. Sterker: Kusama lijkt ook al in het Holland van de jaren zestig nauwelijks te kunnen worden onderscheiden van haar kunst. Ze heeft uiteindelijk bijna een eeuw kunnen bestaan – overleven, wellicht – bij de gratie ervan.

Un Hijo Propio

Netflix

‘Ik ontmoette haar vijf maanden geleden in het ziekenhuis’, verklaart Eleonor Alejandra ‘Ale’ Marín Mendoza na haar arrestatie aan de toegesnelde pers. ‘We raakten aan de praat… zij en ik. Ze was een alleenstaande moeder. Dit was haar tweede kind van een andere vader. En ze wilde de baby niet. Ze zei dat ze een abortus wilde of het kind wilde weggeven.’

En dat komt goed van pas. Alejandra en haar echtgenoot Arturo verlangen al enige tijd naar een kind, maar dat wil maar niet lukken. De Mexicaanse vrouw, toevalligerwijs ook werkzaam in een ziekenhuis, sluit een deal met deze Mayra: na de bevalling neemt ze in stilte haar baby over. Tot die tijd zal ze alleen geloofwaardig zwanger moeten zijn, ook voor Arturo. Hij weet van niets. Ale begint zich dus vol te vreten – en werkt zich zo, vanaf haar roze wolk, flink in de nesten.

Dat is de intrigerende startpositie van Un Hijo Propio (Internationale titel: A Child Of My Own, 96 min.), de nieuwe film van de Chileense maakster Maite Alberdi die in de afgelopen jaren danig van zich deed spreken met de documentaires The Grown-UpsThe Mole Agent en The Eternal Memory. Deze film oogt in eerste instantie, wanneer die gefingeerde zwangerschap nogal zoet wordt gereconstrueerd, als een typisch dik aangezet Latijns-Amerikaans drama.

Gaandeweg geven Ana Celeste en Armando Espitia, de acteurs die van Ale en Arturo een tragikomisch koppel hebben gemaakt, in deze ‘based on a true story’-productie echter steeds vaker ruimte aan de echte personen en krijgt de film een meer traditioneel documentair karakter. Dan laat Alberdi ook de werkelijkheid achter de geacteerde scènes zien en wordt duidelijk wat de gevolgen van Ales onbezonnen actie – of is het toch een slinks misdrijf? – zijn geweest.

Het uitgangspunt van Un Hijo Propio lijkt op een andere recente Netflix-documentaire over schijnzwangerschap. Terwijl Jessica Dimmock van Maternal Instinct een typische true crime-docu heeft gemaakt, heeft Alberdi duidelijk geen rechttoe rechtaan-benadering voor ogen. Met de gesuikerde eerste helft van de film, voor een enkeling wellicht een dealbreaker, presenteert ze Ales rozige versie van de gebeurtenissen, die in de tweede helft in perspectief wordt geplaatst.

Alle puzzelstukjes vallen dan in elkaar en tonen, aan de hand van een opmerkelijke casus, de immense druk waaronder sommige vrouwen staan om moeder te worden en nageslacht te produceren. De drang om een kind te krijgen kan er zelfs toe leiden dat ze er zelf in gaan geloven dat ze in verwachting zijn. Arturo wil intussen nog altijd een biologisch kind, een zoon natuurlijk. En zijn echtgenote, ‘sadder but wiser’, zal zich met deze blauwe droom moeten verzoenen.

Stemmen Van Naoorlogse Generaties 

Documentary Collective / Mokum

Driekwart eeuw nadat Indonesië onafhankelijk werd, is er in diverse Nederlandse documentaires volop aandacht voor Nederlands Indië. Indië Verloren… belicht bijvoorbeeld de (geo)politieke machinaties rond de vrijmaking van de voormalige kolonie, Als Ik Mijn Ogen Sluit vertelt de verhalen van de vrouwen en kinderen in de Jappenkampen en Kleinkinderen Van De Oost laat het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger herleven.

Van dat niveau is deze film zeker niet. In Stemmen Van Naoorlogse Generaties (81 min.) richten schrijfster Simone Berger en fotograaf/filmmaker Armando Ello zich op de psychische en emotionele wonden die de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog heeft geslagen. Angst en stress zijn, veelal onbewust, doorgegeven aan volgende generaties, die getekend worden door een koloniaal verleden en een oorlog waarvan ze zelf nooit deel hebben uitgemaakt.

Kampbewakers maakten het leven van de vader van schrijfster Dido Michielsen bijvoorbeeld onmogelijk met het dagelijkse dreigement dat zij zijn rechterhand zouden afhakken. Volgens haar at hij daardoor zijn hele leven alsof de Duivel hem op z’n hielen zat. Het maakte hem ook ‘een beetje sadistisch’. Als de kleine Dido naar zijn smaak te langzaam at, deed vader alsof hij de politie belde. Zodat zij in de veronderstelling was dat ze elk ogenblik kon worden opgehaald.

Berger en Ello geven verder de auteurs Adriaan van Dis, Marion Bloem, Reggie Baay en Sylvia Pessireron, die stuk voor stuk over hun Indische verleden publiceerden, ruimte voor hun persoonlijke verhaal. Ze laten performances van dichter/muzikant Robin Block, zangeres Esmay Usmany en danseres Cheroney Pelupessy zien. En ze spreken met therapeuten van de Trauma Company en laten een soort explainers over ‘de invloed van angst en stress op lichaam en brein’ zien.

Stuk voor stuk interessante elementen, die echter maar moeilijk een eenheid vormen. En daarbinnen moet dan ook nog ruimte worden gevonden voor het familieverhaal van de makers zelf en een interview met de Arnhemse burgemeester Ahmed Marcouch over het belang van herdenken. Het resultaat is een onevenwichtige film, waarin alle aspecten van dat beladen verleden naar hun plek zoeken.

Walk The Land

Stef Tijdink / Docmakers / Human

Twintig jaar geleden werden de Nederlandse filmmaker Peter Delpeut en cameraman Stef Tijdink, tijdens het maken van de film In Loving Memory (2001), verliefd op de Yorkshire Dales, ‘het mooiste landschap van de wereld’. Ze besluiten om opnieuw naar Noord-Engeland af te reizen, waar ze rond de eeuwwisseling de spoorlijn van Leeds naar Carlisle volgden. De tijd heeft ook hier niet stilgestaan – hoewel het soms wel zo lijkt.

Voor de documentaire Walk The Land (56 min.) nemen ze, niet geheel toevallig, de omgekeerde weg. Ze starten in Carlisle en trekken van daaruit naar het zuiden. Wat in eerste instantie een reguliere trip nostalgia dreigt te worden – met typisch Engelse wandelaars en treinspotters, nostalgische muziek en Delpeut als bespiegelende verteller – krijgt gaandeweg een gelaagder karakter. Want die idyllische, typisch Engelse wereld heeft natuurlijk ook een schaduwzijde, die ze tijdens hun vorige trip nauwelijks hebben opgemerkt – of, al dan niet, bewust hebben genegeerd.

De literatuurhistoricus Corinne Fowler vergelijkt de Yorkshire Dales bijvoorbeeld met een ‘schuldig landschap’, de term waarmee de Nederlandse schrijver/kunstenaar Armando het landschap omschreef dat een loodzwaar verleden met zich meetorst. Het verbergt in haar ogen de achterkant van het grote Britse rijk, in het bijzonder de veelal gekleurde slachtoffers daarvan. Was Heathcliff, de achternaamloze (anti)held van Emily Brontë’s klassieke roman Wuthering Heights uit 1847, bijvoorbeeld wel een witte man? Of toch een slachtoffer van de destijds welig tierende slavenhandel?

Tijdens hun gesprekken met ‘andere’ inwoners van het Verenigd Koninkrijk stuiten Delpeut en Tijdink ook op de zwarte rapper/theatermaker Testament. ‘Dit is mijn land’, zegt hij. ‘Hier ben ik geboren, maar het is wel gebouwd op de rug van zwarte Afrikanen.’ Terwijl ze samen met Testament het prachtige uitzicht op zich laten inwerken, vraagt Delpeut zich af: ‘Van wie is een landschap? Waarom kwam die vraag niet eerder in ons op?’ Voor hem is dat Engeland alleen maar raadselachtiger geworden. Een wereld die echt meer vragen oproept dan ze beantwoordt.

Zoals het een echte reisfilm betaamt laat Walk The Land zijn publiek zo met andere ogen naar een prachtig, vaak allang bekend landschap kijken, terwijl de makers ervan een emotionele ontwikkeling doormaken. Zij gaan anders tegen zichzelf en hun verhouding tot de wereld aankijken.

We Are Fucked

‘Dames, zouden jullie het pand willen verlaten, alstjeblieft?’ zegt de beveiliger tegen de drie jonge vrouwen die halfnaakt in de etalage van de H&M-winkel zijn gaan staan. ‘Ik zit vastgeplakt met superlijm’, reageert Robin Bruisje gevat. ‘Sorry.’

H&M maakt zich volgens haar schuldig aan ‘grootschalige green washing’. De activiste van Extinction Rebellion eist dat de winkelketen z’n deuren sluit. Intussen is de politie ook gearriveerd. Die sommeert de demonstranten om het pand te verlaten. Even later worden ze zelfs aangehouden vanwege huisvredebreuk. Één kleine uitdaging nog: die handen moeten losgeweekt worden van de winkelruit.

Robin is één van de vele jongeren die zich zorgen maken over de toekomst van de aarde. ‘Je woont in een huis met alle mensen waar je van houdt’, legt ze uit. ‘En je ziet dat dit in brand wordt gestoken. En je staat ervoor en het enige wat je hebt is een gieter.’ Die onmacht zet ze om in dadendrang. Soms loopt ze met een megafoon door een drukke winkelstraat en houdt haar gehoor, of ze dat nu willen of niet, voor ‘dat het anders moet en anders kan’.

In de korte documentaire We Are Fucked (24 min.) worden nog twee jonge activisten geportretteerd. Armando van Vlastuin is met zijn studie technische bedrijfskunde gestopt om zich volledig te kunnen richten op Extinction Rebellion. Dat levert bepaald niet alleen lof op. En de zestienjarige Melih neemt, in navolging van klimaatactiviste Greta Thunberg, deel aan stakingen en activiteiten van Fridays For Future. Thuis kampt hij met een vader die klimaatontkenner is en een moeder die vindt dat hij gewoon vlees moet eten.

Via drie gedreven jongeren portretteert regisseur Eef Hilgers zo een nieuwe generatie aardbewoners die, met een ferme combinatie van ouderwets engagement en hedendaagse middelen, de wereld wil veranderen. Achter al dat idealisme gaat oprechte zorg schuil. Over een wereld die wel eens ten onder zou kunnen gaan. Noem het klimaatdepressie of ecorexia. Het is de tol die zij moeten betalen voor het gedrag van eerdere generaties.

Het Voorval: Armando En De Mythe

Amstel Film

Was hij het zelf, de vijftienjarige jongen die in de Tweede Wereldoorlog een Duitse militair doodstak in de bossen bij Amersfoort? Het is een vraag die deze hele film over Armando (1929-2018) drijft. Het voorval, speciaal in het door hemzelf beschreven ‘schuldige landschap’ verfilmd voor deze documentaire, heeft tevens een prominente plek gekregen in het oeuvre van de Nederlandse schrijver/schilder, maar de man zelf wil er eigenlijk niet al te diep op ingaan. Of juist wel?

De hoogbejaarde kunstenaar positioneert zichzelf in Het Voorval: Armando En De Mythe (64 min.) direct als een tegendraadse hoofdpersoon en gesprekspartner. ‘Weet je wat mij een beetje tegenvalt van jullie?’, vraagt hij bij de start van de documentaire aan de filmmakers Sjors Swierstra en Roelof Jan Minneboo. ‘Dat jullie niet meteen gezegd hebben: wat een prachtige schilderijen heb je staan daar.’ Hij bemoeit zich ook met hun werk. Ze kunnen bijvoorbeeld beter niet filmen als hij zegt dat hij zijn werk nu ter plekke laat drogen. ‘Je moet niet merken dat ik het voor het publiek doe.’

‘Nou, kom maar op met die vragen’, klinkt het even later enigszins provocerend. Of: ‘Ik geloof dat je nu iets te ingewikkeld doet.’ En: ‘Laat je niets wijsmaken.’ Zo cultiveert Armando zijn eigen imago van dwarse prijsvechter. Met een minder milde blik zou je hem met gemak ook voor een poseur kunnen verslijten. Hij portretteert zichzelf bijvoorbeeld als een gevoelsarme persoon. ‘Je werk is toch wel gevoelig?’, werpt Roelof Jan Minneboo tegen. ‘Kennelijk. Maar ik weet van niks. Ik maak het. En ik denk er ook niet bij na waarom.’ ‘Kunsthistorici zeggen dat je werk een verwerking van de Tweede Wereldoorlog is’, pareert Minneboo. Armando: ‘Die weten meer dan ik.’

‘Zijn er specifieke tragedies?’ houdt de interviewer aan. ‘Ja, maar die zijn te persoonlijk. Dat gaat niemand wat aan.’ Hij staart voor zich uit en laat een ongemakkelijke stilte vallen. ‘Dat was de laatste vraag.’ Hij bekrachtigt het nog eens, met opgeheven vinger: ‘Dat was de laatste vraag.’ Maar daarmee is het onderwerp natuurlijk nog lang niet afgesloten in dit lekker schurende portret, dat en passant fraai in beeld brengt hoe de film zelf wordt gemaakt en bovendien helemaal voldoet aan wat de kunstenaar zelf zoekt in zijn werk: het moet knarsen, spanning hebben.

Gaandeweg begint Armando steeds meer te ogen als een overjarige bokser wiens klappen niet meer altijd aankomen. De verdediging waarmee hij zichzelf en het verhaal dat hem hoe dan ook vormt probeert te beschermen, verliest zienderogen zijn ondoordringbare karakter. En dan resteert een breekbare man in de allerlaatste fase van zijn leven, die overeind probeert te blijven als de gong al heeft geklonken. Het is een (ont)mytholisering die het fenomeen Armando siert.