O.J.: Made In America

ABC

Het zou een kantelpunt in de moderne Amerikaanse historie zijn geweest, het moment waarop de Verenigde Staten definitief in de greep raakten van reality-televisie. Het was 12 juli 1994, ruim drie jaar na de geruchtmakende zaak rond de zwarte taxichauffeur Rodney King die voor de camera in elkaar was getrimd door enkele kordate cops van de Los Angeles Police Department. De stad barstte bijna uit elkaar van de raciale spanningen. En toen was er ineens voormalig footballster en all american hero O.J. Simpson.

Een zwart icoon dat werd verdacht van de moord op zijn witte vrouw (Nicole Brown) en een/haar nieuwe vriend (Ron Goldman, het slachtoffer dat in deze zaak nog wel eens over het hoofd werd gezien). Live op televisie was te zien hoe O.J. er eerst in zijn witte Ford Bronco vandoor ging en zich later overgaf. Er was zelfs een helikopter ingezet voor het live-verslag op televisie. De zaak had alles om een waar mediaspektakel te worden: een celebrity als verdachte, geen onomstotelijk bewijs van zijn schuld (toch?) én een bijrol voor een familie die we later nog veel beter zouden leren kennen: de Kardashians.

Begin 2016 werd de zaak tegen O.J. helemaal uitgewerkt in de puike dramaserie The People Vs. O.J. Simpson, met glansrollen voor John Travolta, Sarah Paulson en Cuba Gooding Jr. Documentairemaker Ezra Edelman moet vloekend voor de televisie hebben gezeten. Slechts enkele maanden later zou zijn vijfdelige documentaireserie O.J.: Made In America (474 min.) worden uitgebracht. Wat kon die nog toevoegen aan de gefictionaliseerde versie van de geruchtmakende moordzaak? Veel, heel veel, zo bleek. Een klein jaar later mocht Edelman een plaatsje op zijn schouw vrijmaken voor een Oscar.

Waar de dramaserie de zaak zelf centraal stelt en inzoomt op de larger than life-personages die daarin de hoofdrol claimden, zoals de gewiekste zwarte steradvocaat Johnny Cochran, plaatst de docuserie de rechtszaak rond O.J. Simpson in zijn historische en maatschappelijke context; hoe kon het gebeuren dat juist Simpson, een zwarte man die zich in de voorgaande jaren helemaal los had gemaakt van zijn eigen gemeenschap en was opgenomen in de vrijwel volledig witte high society van Hollywood, hét symbool werd van het verzet van de zwarte gemeenschap tegen haar achtergestelde positie?

Het vonnis in de zaak tegen O.J. Simpson zou voor tweespalt zorgen in Amerika; totale ontzetting versus uitzinnige vreugde. Waarbij de kwestie uiteindelijk louter verliezers kende. Nicole, Ron en hun nabestaanden natuurlijk, maar ook de hoofdpersoon zelf, die weer gewoon zwart in Amerika werd en zich ook als zodanig ging gedragen. In 2008 verdween hij achter slot en grendel vanwege een gewapende overval. Vorig jaar kwam O.J. wegens goed gedrag vervroegd vrij. Niet lang daarna was er alweer stennis.

Love Means Zero

Showtime

Zijn bekendste protégé, Andre Agassi, wilde niet meewerken aan deze film over de omstreden tenniscoach Nick Bollettieri. De manier waarop hij publiekelijk aan de kant werd gezet door zijn pseudovader, waarbij hij als tennisser opgroeide, ligt blijkbaar nog altijd erg gevoelig. Agassi’s grote rivaal in Bollettieri’s tennisacademie, Jim Courier, neemt in Love Means Zero (91 min.) wél plaats voor de camera van filmmaker Jason Kohn.

Nadat Bollettieri in 1989 tijdens het Roland Garros-toernooi in Parijs openlijk partij koos voor zijn lievelingetje Andre Agassi, vertrok Courier bij de succescoach. Hij weigerde nog langer tweede viool te spelen. Van tevoren sloeg hij nog wel even Agassi uit het toernooi. Het tekent de genadeloze survival of the fittest tussen Bollettieri’s spelers, die hij zelf maar al te graag aanmoedigde. De kampioen van nu kon morgen afgedankt worden voor een nieuwe kroonprins.

Waarom hij toch met zoveel mensen in conflict is gekomen, wil Kohn weten van de voormalige topcoach. ‘Nick kijkt nooit terug’, zegt de man zelf, inmiddels dik in de tachtig. Alsof hij het over compleet iemand anders heeft, een zelfverzonnen personage. Die ‘Nick’ meldt zich ook regelmatig in de interviews; een sterke verhalen en anekdotes opdissende patser, die weigert om aan echte introspectie te doen. Een man ook, die nog altijd zoveel ontzag inboezemt dat bepaalde oud-medewerkers en -tennissers elk woord wegen voordat ze het uitspreken.

Hoewel Bollettieri eigenlijk niet al te veel wil zeggen, vertelt de mental coach toch veel over zichzelf in dit psychologische portret, dat is opgebouwd rond zijn getroebleerde relatie met Agassi. Nadat ze tot hun eigen verdriet afscheid hebben genomen, blijven de twee elkaar tegenkomen op de tenniscourts. Inmiddels heeft de coach het ultieme verraad gepleegd en zich aan de zijde geschaard van Agassi’s nieuwe opponent Boris Becker, die wel opdraaft in deze overtuigende film. En uiteindelijk doet ook Andre Agassi toch nog van zich spreken…

Deutschland Ein Sommermärchen


Nog niet zo lang geleden was er niets leukers te bedenken: beelden van een terneergeslagen ‘Mannschaft’ die zojuist de deksel op de neus heeft gekregen. Toen de documentaire Deutschland Ein Sommermärchen (107 min.) werd uitgebracht in 2006, heeft menige Nederlandse voetballiefhebber vast nog likkebaardend gekeken naar de openingsscène: Duitse internationals in zak en as, na de nederlaag tegen Italië op het WK in eigen land.

De redeloze haat tegenover ‘die Duitsers’, waarbij verwijzingen naar de oorlog en 1974 nooit van de lucht waren, behoort gelukkig tot het verleden. Die ommekeer werd ingezet met datzelfde positief ingestelde Duitse elftal van 2006, zo roept deze documentaire van Sönke Wortmann nog maar eens in herinnering. Onder de hoede van coach Jürgen Klinsmann is de luizenploeg van weleer omgevormd tot een team waar ook de rechtgeaarde voetballiefhebber van kan houden. Met succes bovendien, getuige de derde plaats op het wereldkampioenschap.

Na de gewonnen openingswedstrijd tegen Costa Rica laat de ware Klinsmann zich direct kennen. ‘Geil!’, blijft hij maar roepen tegen zijn vermoeide spelers. ‘Die pakken ze ons niet meer af.’ Die positieve insteek tekent de coach Klinsmann, die in deze film als een op Amerikaanse leest geschoeide motivator opereert. De tactische besprekingen laat hij veelal over assistent Joachim Löw, die als zijn opvolger in 2014 de wereldcup overigens wel naar Duitsland zou brengen. Gezamenlijk durven ze ook harde keuzes durven te maken: Jens Lehman onder de lat bijvoorbeeld, in plaats van de onvermijdelijke Oliver Kahn. De eeuwige rivalen spreken er eerlijk over.

Deze traditioneel opgezette documentaire lijkt soms bijna te mooi om waar te zijn. Als in: is dit werkelijk de ongepolijste achterkant van het Duitse elftal? Of waren al die brave borsten, die we zien tijdens het bowlen, groepsgewijs handtekeningen zetten of luieren op hun hotelkamers, zich maar al te bewust van de camera? Wortmann heeft in elk geval ongeëvenaarde toegang gekregen tot de ploeg en beschikt met Lukas Podolski bovendien over zijn eigen spion, die met een cameraatje zelfs doordringt tot de badruimte.

Als je het Duitse voetbal nog altijd associeert met professionele etters als Lothar Matthäus en Rudi Völler, dan kantelt Deutschland Ein Sommermärchen (dat zonder ondertiteling in zijn geheel op YouTube is te bekijken) dit beeld volledig. Sterker: als de gehele selectie, inclusief trainersstaf, in de bus luidkeels begint mee te galmen met de schlager Marmor, Stein Und Eisen Bricht, lijken ze even een doodgewoon voetbalelftal dat zojuist zijn wekelijkse partijtje heeft gewonnen en nu onderweg is naar de kantine.

Ultra’s Van Egypte

ultras-van-egypte_20390790

 

Stel: de harde kern van Feyenoord besluit om zijn eigen slogan (‘geen woorden maar daden’) in de praktijk te gaan brengen en gaat de straat op om de regering omver te werpen. Ongeloofwaardig, niet? Zoiets gebeurde er nochtans in 2011 in Egypte. En in de eerste dagen van de Arabische lente trok de plaatselijke variant op Feyenoord, Al-Zamalek uit Giza, zelfs op met de aanhang van de grote rivaal Al-Ahly uit Caïro.

De zogenaamde ultra’s claimden een sleutelrol in het verzet tegen de Egyptische dictator Mubarak op het Tahrirplein en vochten daar ook gedurig met de politie. Bij een uitwedstrijd van Al-Ahly bij Al-Masry uit Port Said zette de gevestigde orde twee jaar later de tegenaanval in. Gewapende supporters van de thuisploeg maakten 72 dodelijke slachtoffers onder de uitfans. Het was een vooropgezet plan, volgens enkele Al-Ahly-supporters in de documentaire Ultra’s Van Egypte (54 min.). Later zouden er nog tientallen fans van Al-Masry en Al-Zamalek sneuvelen bij rellen.

De belangrijkste bijzaak van de wereld werd gaandeweg meegezogen in een burgeroorlog. In deze interessante film reconstrueren Frederick Mansell en Laurens Samsom (die eerder Palestijnse voetballers portretteerden in de interactieve documentaire Team Gaza) met archiefbeelden, geanimeerde reconstructies en getuigenissen van (geanonimiseerde) betrokkenen de vijandelijkheden tussen de verschillende partijen. Voetbal verwordt daarbij tot bijzaak, in een gevecht op leven en dood. Waarbij aanvallen desondanks de beste verdediging blijft.

Die grimmigheid is terug te horen in de supportersgezangen. Geen ’Op Een Slof En Een Oude Voetbalschoen’ (Ajax) of ’Vooruit Nu Rood-Witten’ (PSV) in de stadions of op de pleinen van Egypte. ‘Alleen de dood kan de liefde stoppen’, klinkt ’t bijvoorbeeld gepassioneerd in het clublied van Al-Ahly. En dat gaat echt niet alleen over voetbal.

The Last Fight


Meteen na de massieve armschroef, waarmee ze het gevecht rigoureus beëindigt, volgt de knuffel. Van opponent, die moest worden vernietigd, is die ander ineens een soort vriendin geworden. Binnen luttele minuten, waarin (vrijwel) alles mag, hebben ze zoveel met elkaar meegemaakt – en elkaar aangedaan. En nu volgt de ontlading: het gevoel van broederschap (of liever: zusterschap).

Marloes Coenen neemt weinig tijd om het zoet van de overwinning te proeven. De volgende uitdager, ene Alexis Dufresne, klopt zich alweer op de borst. Die lusten de Nederlandse kooivechtster, haar betrokken vriend/trainer Roemer Trompert en Coenens sergeant-achtige coach Martijn de Koning rauw. Het is de paradox van vechtsporten: de potentiële hartsvriendin van straks is nu een bitch die he-le-maal kapot gemaakt moet worden.

De 34-jarige Nederlandse fighter kán niet verliezen, zo is de stellige overtuiging van haar begeleidingsteam. Dufresne is niet meer dan een hobbel op de weg naar The Last Fight (76 min.), waarbij Coenen de wereldtitel Mixed Martial Arts (MMA) in de wacht gaat slepen en haar lange carrière op glorieuze wijze zal beëindigen. Is het de hoogmoed, die voor de onvermijdelijke val komt? Voor vechters telt immers alleen het eerstvolgende gevecht.

Deze documentaire van Victor Vroegindeweij registreert van heel dichtbij hoe Coenen en de haren voor elk gevecht in een tunnel proberen te stappen; met oogkleppen op, volledig gefocust op het einddoel. Kan Coenen zich echter nog steeds volledig overgeven aan de bikkelharde trainingen en kan haar lijf dat ook aan? Is ze nog bevattelijk voor de gestaalde, maar ook wat routineuze peptalk van haar coach (‘er is maar één manier en dat is winnen’)? En geloof ze écht volledig in zichzelf als ze haar opponent tijdens het verplichte neus-tegen-neus ritueel voor de wedstrijd diep in de ogen kijkt?

Coenens persoonlijke strijd wordt door Vroegindeweij meeslepend in beeld gebracht. De toevoeging van de Amerikaanse acteur Bruce Dern als verteller, die waarschijnlijk een blik in de ziel van de vechter moet geven, voelt alleen een beetje gekunsteld en leidt ook wat af van de hoofdpersoon zelf, die zich van haar kwetsbaarste kant laat zien. Haar laatste gevecht is in zicht, maar kan ze eigenlijk wel zonder vechten? En (hoe) gaat ze dat gevecht zelf eigenlijk overleven?

De Spelende Mens


De speelfilm van het jaar, luidt de slimme tagline van deze korte documentaire van Sanne Rovers, die onlangs de publieksprijs won op het Go Short International Film Festival. Die slogan moet je letterlijk nemen. Als in: spelen – zich met een spel vermaken, bezighouden (Van Dale). En daarin slaagt ook deze speelfilm (Van Dale: film waarin acteurs optreden) zelf.

De Spelende Mens (26 min.) dus. De optredende acteurs houden zich onledig met modelvliegtuigen, hoepelen en voetbal. Ze skateboarden, sjoelen en zwemmen als een zeemeermin. En ze doen in hun landrover mee aan de Warrior 4×4 Challenge, binden als woeste vikingen de strijd met elkaar aan als Larpers van Oneiros en raken zichzelf helemaal kwijt in ‘sjamanistische dansmeditaties’. ‘Voel je vrij om de structuur los te laten en het lichaam verder te laten doorsmelten’, voegt dansinstructeur Marold Emmelkamp die laatsten toe.

En zo laat Spelend Nederland zich in allerlei verschillende gedaanten kennen. Geïnspireerd, sociaal en fanatiek. Alsof je ze vanuit de bosjes, aan de zijlijn of gewoon vanaf een tribune bespiedt. Zonder commentaar worden al die spelers (iemand die een spel speelt, acteur, lid van een ploeg spelers, aldus Van Dale) hier gepresenteerd. Volledig opgeslokt door hun eigen activiteiten, hun momentjes van extase, concentratie en (zelf)overwinning vierend als het leven zelf. Gericht op zichzelf, maar ook op elkaar.

Hoe breng je al die ‘verhalen’ bij elkaar? Niet. Of beter: via beeld (het effectieve camerawerk van Diderik Evers en de virtuoze montage van Albert Markus) en geluid (het weelderige sounddesign van Jesse Koolhaas). De Spelende Mens, naar een idee van Lara Aerts, is een filmische ontdekkingsreis langs ogenschijnlijk zinloze activiteiten, die als succesvol sociaal smeermiddel werken. Geen lineair verteld verhaal. Geen journalistieke exercitie ook.

Spielerei (Van Dale: gespeel, spel(letje), beuzelarij, aardigheidje), zou je kunnen zeggen. Die ervoor zorgt dat je al die naamloze Nederlanders voor even, heel even, in je hart sluit. En je overgeeft aan het succesmomentje van jouw eigen particuliere spel en er een stukkie over schrijft. Dit stukkie.

A Perfect Game


Voor honkballers blijft Amerika het beloofde land. Met de Major League als stip op de horizon. De negentienjarige Misja Harcksen, één van de drie hoofdrolspelers van A Perfect Game (62 min.), heeft net zijn handtekening gezet onder een contract bij de Los Angeles Dodgers. De Nederlander is afkomstig van de Rotterdamse honkbalschool Unicorns en gaat spelen in de Rookie League, waar hij zich zal moeten bewijzen als pitcher. In zijn eerste maanden ziet hij om zich heen hoe de ene na de andere teamgenoot naar huis wordt gestuurd. Mag Harcksen wél blijven?

De elfjarige Tyriq Kemp, het nakomertje van een echte honkbalfamilie, fantaseert intussen bij Unicorns ook van een carrière in het land van de onbegrensde dromen. Voorlopig kan hij zich ontwikkelen in de schaduw van zijn vader en broer, die beiden tot het professionele honkbal zijn doorgedrongen. In deze observerende film van honkbalfanaat Robbert So Kiem Hwat, die zich focust op de esthetiek van het spel en gestileerde shots serveert op lekker lome muziek, verpersoonlijkt Tyriq het onbezonnen plezier van de sport, waarbij fouten niet direct fataal zijn.

Voor Phayson Antonia is honkbal letterlijk een kwestie van ‘hit or miss’. Hij heeft zijn zinnen op een oversteek naar de Verenigde Staten gezet. Totdat de getalenteerde Antilliaanse tiener oud genoeg is om zich te mogen presenteren aan Amerikaanse scouts, moet hij echter op het rechte pad zien te blijven. Antonia heeft al een strafblad. Bij een volgende misstap wordt hij zonder pardon buitengezet door de Unicorns en kan hij zijn Amerikaanse droom ook vaarwel zeggen. Slaagt hij erin om lang genoeg uit de problemen te blijven? De vraag stellen…

Jolene

BNNVARA

‘Alles wat je kan bedenken heb ie kapot geslagen’, zegt Jolene Niedick in de openingsscène van deze documentaire over haar leven. Ze staat bij haar auto die he-le-maal in elkaar is getrimd door haar ex-vriend. Hij heeft in de afgelopen drie maanden ook haar voordeur, wasmachine en eetkamertafel onder handen genomen. ‘Voor de rest gaat het wel prima’, constateert ze niettemin monter in plat-Amsterdams. Waarna een lekker accordeonmuziekje inzet en die film kan beginnen.

Ze oogt als een vrouwelijke hooligan: uitdagende kop, trainingspak en opzichtige tatoeages. En dat beeld klopt ook: samen met die agressieve ex maakt ze deel uit van de harde kern van Ajax, de F-side. Daarnaast is Jolene (55 min.) barvrouw in een stripclub en als dertiger ook al moeder van twee tieners. Toen ze zelf werd geboren, was haar eigen moeder net afgekickt. Papa heeft ze nooit gekend. Ze had ooit wel een stiefvader: de voormalige junk, ervaringsdeskundige en gevallen tv-coach Keith Bakker.

Maar ook hij heeft haar in de steek gelaten. Zegt ze. Natúúrlijk. Voor Jolene is het leven één groot gevecht. Met de grote boze buitenwereld, destructieve mannen én zichzelf. Want in de mateloze stuiterbal met die kom-maar-op! blik in de ogen en een uitdagende skelettattoo op haar rechterhand zit – natuurlijk – een kwetsbare vrouw verstopt. Die het bovendien in haar hoofd heeft gehaald om te starten met een studie Toegepaste Psychologie aan de Hogeschool Amsterdam.

Gedurende drie jaar volgt fotografe Elza Jo Tratlehner Jolene voor wat haar allereerste documentaire zal worden. Van Reenens camerawerk blijft ruw, zit kort op de bal en is kordaat gemonteerd, maar dat past precies bij het rauwe karakter van haar bijzonder streetwise hoofdpersonage. Gaandeweg breekt ze bovendien door het schild van de vrouwelijke mannetjesputter en vindt ze het meisje dat de krijger Jolene al die jaren verborgen heeft gehouden. Tegen die tijd is ook de kijker allang ontwapend door deze messcherpe en uiteindelijk ook ontroerende film.

Ook Maria, als baby geadopteerd vanuit Brazilië, leeft snel en op het scherpst van de snede. Met drugs, foute vriendjes en alle bijbehorende bonje. Intussen blijft ze naarstig op zoek naar de liefde. Fotograaf Martijn van de Griendt volgde de onstuimige druktemaker met de Brabantse tongval jarenlang met zijn camera. Het meeslepende resultaat, Maria, I Need Your Lovin’, werd vorig jaar uitgezonden door de NPO en kan worden beschouwd als een soort zusterdocumentaire van Jolene.

Ajax: Daar Hoorden Zij Engelen Zingen


In het seizoen 1999-2000 maakte Ajax zich op om een geweldig eeuwfeest te vieren. Met een kampioenswaardige selectie, traditionele tenues met zwarte kousen én een heuse documentaire. Filmmaker Roel van Dalen kreeg toestemming om het seizoen dat natuurlijk moest worden bekroond met een kampioenschap van binnenuit vast te leggen. Het zou anders lopen. En dat kwam Ajax: Daar hoorden Zij Engelen Zingen (91 min.) natuurlijk alleen maar ten goede. Want zonder drama geen interessante film.

Het seizoen begint nog hoopvol. Hoofdtrainer Jan Wouters is bij de start van het seizoen vol vertrouwen, zeker als manager Danny Blind met de Griek Nikos Machlas op de valreep een absolute topspits binnen hengelt. Al snel komt de klad er echter in bij de zelfverklaarde Godenzonen en krijgt de piepjonge Cristian Chivu, die later furore zou maken als speler van AS Roma en Inter Milaan, een sleutelrol in het zwalkende elftal toebedeeld, een rol waarvoor hij helemaal niet klaar is.

Stap voor stap wordt het eerste elftal van Ajax afgeschminkt, totdat er alleen nog frustratie en wanhoop overblijft, verpersoonlijkt door de gewonde blik van de trainer. Terwijl de aanhang ‘Wouters, rot op’ scandeert, begint hij steeds meer op een bokser te lijken die nét een uppercut te veel heeft moeten incasseren. Als Wouters na alweer een desastreuze wedstrijd alleen, en begeleid door dramatische klassieke muziek van Ernst Reijseger, de spelonken van het stadion opzoekt, staat zijn lot eigenlijk al vast. Hij rookt een laatste sigaret.

Intussen kijkt Van Dalen ook mee in de jeugdopleiding van de Amsterdamse voetbalclub, waar piepjonge versies van latere topspelers als Gregory van der Wiel, Nordin Amrabat en Jeremain Lens zijn te herkennen. Dat levert memorabele scènes op, als de jongetjes rond wedstrijden en tijdens beoordelingsgesprekjes de Ajax-mores wordt bijgebracht. ‘Want wat zeg ik altijd?’ vraagt jeugdtrainer Robin Pronk bijvoorbeeld naar de bekende weg in de kleedkamer. ‘Bij Ajax zijn we…’ ‘Heel goed’, antwoordt één van de D1-spelertjes net iets te snel. ‘Nooit tevreden’, vult de rest van de elfjarige jongetjes braaf aan. Een groot deel van hen zal nooit het eerste elftal halen.

Dat geldt al helemaal voor de spelers die zich melden bij de voetbalschool in Ghana, waar een team van Ajax naar talenten speurt. ‘There is one important restriction’, declameert hoofdscout Jan Pruijn op autoritaire toon en in bloemkool-Engels. ‘We are not wasting time and sometimes money to look to players who are not in the right age.’ Even later voegen ze de daad bij het woord en worden spelers waarvan wordt vermoed dat ze jokken over hun leeftijd letterlijk aan de kant geduwd.

Velen zijn hen op dat gebied voorgegaan en ongetwijfeld zullen er nog veel meer volgen, zo hebben de afgelopen jaren wel aangetoond. Want Ajax mag dan de populairste club van het land zijn, die een diepgewortelde liefde bij zowel spelers en trainers als bestuurders en fans losmaakt. Het is ook een geliefde, waarvan je weet dat ie je vroeger of later, met veel bombarie waarschijnlijk, aan de kant zal zetten. In deze treurmars van een documentaire zit zulke tragiek, die de belangrijkste bijzaak van de wereld nu eenmaal kan losmaken, in zo’n beetje elke scène verscholen.

Ajax is meer dan een voetbalclub. Ajax is ook een soort idee, van superieur Nederlands voetbal dat de wereld verovert. Misschien verklaart dat waarom er over mijn favoriete club, PSV, geen serieuze documentaires zijn gemaakt en ik zo nog twee andere interessante films kan opnoemen over de directe concurrent: De Superjoden Van Ajax (over de, soms lastige, relatie tussen Ajax en Joden) en Mijn Bovenburen (over meneer Schoevaart, die al tachtig jaar lid is van Ajax en naar verluidt Sjaak Swart nog heeft leren voetballen).

Intussen wacht ik natuurlijk, tegen beter weten in, op dat diepgravende psychologische portret van Willy en René van de Kerkhof, een artistieke documentaire over de lange, lange weg van Wilfred Bouma (werktitel: Fredje Op Links) of een vlieg op de muur-film over mijn favoriete voetballer van dit moment, Joshua Brenet. Hoe manifesteert deze gemaakte linksback, die zojuist kampioen is geworden, zich volgend jaar aan zijn vertrouwde rechterflank?

The King Of Kong


Ken je Donkey Kong nog, de digitale aap die jou, een onooglijk mannetje, over vaten en vuurbollen laat springen zodat ‘t je niet lukt om het meisje te bevrijden dat hij gevangen houdt? The King Of Kong: A Fistful Of Quarters (82 min.), een documentaire over de klassieke computergame, start met een citaat van William Burroughs: ‘This is a war universe. War all the time. There may be other universes, but ours seems to be based on war and games.’ Vergezocht, niet?

Totdat je deze kostelijke klassieker van Seth Gordon uit 2007 ziet, waarin het werkelijk hard tegen hard gaat. De onbetwiste koning van het genre, gamer van de eeuw Billy Mitchell, krijgt te maken met een serieuze uitdager, een man die eigenlijk nooit ergens in uitblonk. Nadat deze Steve Wiebe werd ontslagen, vulde hij zijn dagen echter obsessief met Donkey Kong spelen en werd er, zeker naar de zin van de onbetwiste kampioen, nét iets te goed in. Als Wiebe besluit om Billy Mitchells wereldrecord aan te vallen, gaan de handschoenen uit.

Via de enerverende tweekamp tussen de good guy Steve Wiebe, met wie je je gemakkelijk kunt identificeren, en de flamboyante bad guy Billy Mitchell, die steeds weer blijft verbazen met bizarre acties, brengt Gordon een curieuze subcultuur in beeld, waarbinnen een kleine groep nerds elkaar tot grote hoogten opzweept; het verbeteren van een wereldrecord betekent al gauw zo’n 2,5 uur aan een stuk achter een ouderwetse speelkast zitten, met de hand vastgelijmd aan de joystick.

The King Of Kong, afgetopt met lekker cheesy jaren tachtig-hits zoals Eye Of The Tiger, is opgebouwd als een klassieke sportfilm, waarbij enkele matadoren het tegen elkaar opnemen en ‘t tot het eind spannend blijft wie er uiteindelijk met de hoofdprijs vandoor gaat. In de tussentijd worden de mores van de scene en de bijbehorende kinnesinne blootgelegd en valt er natuurlijk ook nog wat te lachen. Kortom: heerlijke film!

Het larger than life’-personage Billy Mitchell speelt ook een bijrol in Man Vs. Snake: The Long And Twisted Tale Of Nibbler, een documentaire die uit dezelfde mal komt als The King Of Kong. Ditmaal gaat het om het spel Nibbler, speelt de morsige Tim McVey (nee, niet die van Oklahoma City) de rol van uitdager en is er natuurlijk ook een veel te arrogante kampioen, Dwayne Richard.

En ook in Chasing Ghosts: Beyond The Arcade komen we Billy Mitchell tegen. Net als Walter Day, de man achter het toonaangevende videogamebedrijf Twin Galaxies die in de drie documentaires een belangrijke bijrol vertolkt. Tezamen vormen deze films een soort aparte gamedocu-franchise.

Ladies First

Netflix

Ga toch koken, mens! Ze roepen het nog nét niet letterlijk, de Indiase mannen die in de openingsscène van Ladies First (39 min.) aan het woord komen. In hun land doet minder dan één procent van de meisjes aan sport. Die horen gewoon voor het huis en de kinderen te zorgen. Boogschutter Deepika Kumari is de uitzondering die de regel bevestigt: een vrouwelijke topsporter, de nummer één van de wereld nota bene, die een Olympische medaille ambieert.

De Spelen van Londen in 2012 liepen uit op een enorme teleurstelling voor het meisje uit het straatarme Ratum in India, waar haar moeder in een ziekenhuis werkt en vader rondrijdt in een riksja. Rondkomen lukt desondanks nauwelijks. Alle hoop is gevestigd op Deepika. In 2016 hoopt zij, een aan zichzelf twijfelende topsporter die wel wat mentale coaching kan gebruiken, bij de Olympische Spelen van Rio de Janeiro wél – woordgrap-waarschuwing! – doel te treffen.

Dat is de uitgangspositie voor deze tamelijk vlakke film van Uraaz Bahl, met een verhaal dat je vooraf al bijna kunt uittekenen: gedroomd talent moet op de lange, lange weg naar de top het ene na de andere obstakel overwinnen, maar laat zich daardoor niet uit het veld slaan. Tegen het eind resteert dan slechts één vraag: slaagt ze er ook daadwerkelijk in om die top te bereiken?

First Team: Juventus

Netflix

Wiljan Vloet liet als algemeen directeur van Sparta ooit camera’s in de kleedkamer installeren. Ze zorgden voor tweespalt binnen de selectie van de Rotterdamse voetbalclub en werden al snel weer verwijderd. Net als Vloet zelf trouwens. Deze documentaireserie over de Italiaanse voetbalclub Juventus belooft een zelfde soort openhartigheid, maar coach Massimiliano Allegri hoeft voorlopig niet te vrezen voor zijn positie. First Team: Juventus (120 min.) is volstrekt ongevaarlijk.

Want deze serie, die voorlopig uit drie afleveringen van ongeveer veertig minuten bestaat en aan het eind van het seizoen wordt afgerond, gaat ongeveer op dezelfde manier om met de werkelijkheid als al die bestsellende voetbalbiografieën die niets minder dan ‘de waarheid’ beloven. Met sterke verhalen, smeuïge details uit de kleedkamer en een enkele, slim uitgevente bekentenis proberen die de schijn van volledige openhartigheid te creëren. Terwijl de hoofdpersonen hun echte zielenroerselen vaak gewoon voor zich kunnen houden.

Dit (zelf)portret van de Turijnse topclub, die al zes keer achter elkaar Italiaans kampioen is geworden, doet min of meer hetzelfde: beelden van tactische besprekingen, sponsorverplichtingen en de spelers thuis suggereren dat de makers de binnenkant van ‘De Oude Dame’ kunnen laten zien. In werkelijkheid blijven ze volledig aan de oppervlakte steken en wordt First Team: Juventus nooit meer dan een gelikte terugblik op de eerste helft van het lopende voetbalseizoen, compleet met de verplichte strakke plaatjes, kekke muziekjes en stuitende voetbalclichés. Een luxe variant op wat we in Nederland Club TV noemen, die alleen voor verstokte Juve-fans is te verteren.

Living To The Max

Human

Hoeveel micromort staat er eigenlijk voor het schrijven van dit stukje? Één? Of toch gewoon nul? De wiskundige Ronald Howard bedacht de micromort als eenheid om mortaliteit aan te geven. Een micromort staat voor een kans van één op één miljoen dat je een activiteit met de dood bekoopt. Volgens de jongerendocu Living To The Max (48 min.) mogen we voor het lopen van een marathon 7 micromort rekenen, voor het roken van een pakje sigaretten 15 en voor het krijgen van een kind maar liefst 122.

Welkom in de wereld van de sensatiezoekers, waarin je wordt rondgeleid door maar liefst drie makers: Hansje van de BeekFrederick Mansell en Laurens Samsom. Zij zoeken enkele onvervalste daredevils op, bespreken de kick en verslavende werking van extreme sporten en leggen hen tevens een sensatietest voor, waarop ze op een tienpuntschaal opvallend hoog scoren: BMX-er Daniel Wedemeijer (9), freediver Jeanine Grasmeijer (7) en windsuit basejumper Jarno Cordia (9). Via vader Jos gooien ze bovendien een lijntje uit naar ’s lands bekendste thrill seeker, Max Verstappen. Hoe zou hij scoren?

Intussen vraagt het vlotte drietal zich af hoe het kan dat we, in een wereld waarin voortdurend voor gevaar wordt gewaarschuwd en waarin je je voor alle mogelijke risico’s kunt indekken, massaal filmpjes en foto’s liken van helden/dwazen die hun leven letterlijk in de waagschaal stellen voor een prestatie, truc of stunt met onnoemelijk veel micromorts? En in hoeverre spelen commerciële belangen nog een rol bij al die halsbrekende toeren? Met andere woorden: zorgen de sponsoren van allerlei spectaculaire evenementen voor extra druk om de menselijke grenzen nog eens verder op te rekken?

Van de Beek, Mansell en Samsom die zonder duidelijke rolverdeling opereren, afwisselend interviewen en camera of geluid doen en de boel lekker ruw hebben gemonteerd, zoeken duiding bij psychiater Damian Denys, schrijver Arjen van Veelen en neurowetenschapper Ruth van Holst, die deze vlotte en vermakelijke film van een serieuze onderlaag voorzien. ‘Voor wie de dood in de ogen kijkt’, stelt Denys bijvoorbeeld, ‘krijgt het leven meer betekenis.’

Na afloop heeft Risicomijder Boeijen, die het schrijven van dit stukje (nul micromorts) zowaar blijkt te hebben overleefd, overigens zelf ook de sensatietest nog gedaan. Met de uitslag kan moeiteloos de kick en verslavende werking van de kijkbuis voor mij worden verklaard.

Magnus


Is het eigenlijk een zegen of een vloek als je van jongs af aan voorbestemd lijkt voor grote dingen? Kun je als ‘wonderkind’ de torenhoge verwachtingen ooit helemaal waarmaken? En wat moet je daar dan voor laten? Het zijn vragen die deze kinderen zich vroeger of later altijd stellen. Of ze nu virtuoos viool spelen, dansen alsof hun leven ervan afhangt óf –  zoals bij de Noorse bolleboos Magnus Carlsen – net zoveel zetten vooruit kunnen denken als een schier onfeilbare schaakcomputer.

De huidige nummer een op de wereldranglijst is nog altijd slechts 27 jaar oud. Sinds zijn dertiende is hij schaakgrootmeester. De enerverende documentaire Magnus (75 min.) van Benjamin Ree volgt hem, via familiefilmpjes en oude televisiereportages, vanaf zijn jongste jeugdjaren als vader Carlsen ontdekt dat zijn zoontje een fotografisch geheugen heeft en moeiteloos allerlei scenario’s op het bord kan uitdenken (nee: gewoon voor zich ziet in zijn geestesoog). Gezamenlijk zetten ze de tocht naar de absolute top in, die diverse memorabele momenten oplevert.

Zoals die ene keer als Magnus in 2004 tegenover de toenmalige nummer één van de wereld, Garry Kasparov, mag plaatsnemen. Terwijl zijn ouders en zusjes toekijken vanaf de tribune houdt Carlsen ogenschijnlijk moeiteloos stand. Kasparov wrijft intussen gedurig door zijn gezicht en schudt zo nu en dan mismoedig het hoofd. De beste schaker van zijn tijd sleept ternauwernood een remise uit het vuur tegen het 13-jarig broekie, de nummer 786 van de wereld.

Naderhand gaat het hele gezin Carlsen gewoon een hapje eten bij het bekendste fastfood-restaurant van de wereld. Zoals gewone families doen. Maar Magnus Carlsen is dan allang geen gewone tiener meer. Hij wordt gebombardeerd tot ‘de Mozart van het schaakspel’ en als idool in de dop gelanceerd op televisie en in de bladen. Intussen wil de introverte Noor het liefst gewoon pingpongen of volleyballen met vrienden. Weet hij, te midden van de mediastorm die rondom hem opsteekt, het hoofd koel te houden voor zijn tweekamp met de Indiase wereldkampioen Anand, die hij zijn titel wil ontfutselen?

Born Strong


Nee, ze sjouwen niet meer met Alkmaarse kazen, hoeven geen locomotief vooruit te trekken en slalommen ook niet met melkbussen tussen pylonnen door, zoals gewezen televisiehelden als Ted van der Parre, Siem Wulfse en Gerard Du Prie tijdens deze Polygoon-achtige editie van De Sterkste Man Van Nederland. Om De Sterkste Man Van De Wereld te worden moet je je tegenwoordig bewijzen op onderdelen als de squat, bankdrukken en de deadlift.

Born Strong (86 min.) duikt in de wereld achter de zogenaamde Arnold Strongman Classic, een wedstrijd die is vernoemd naar de voormalige Mister Olympia, Hollywood-acteur en gouverneur van Californië, Arnold Schwarzenegger. Arnie komt zelf ook uitgebreid aan het woord in deze degelijke docu, die zich echter vooral concentreert op vier deelnemers, waaronder de IJslander Hafthor Bjornsson, een beul van een vent die in de televisieserie Game Of Thrones de rol van ‘De Berg’ vertolkt.

‘Ik ben bereid om te sterven om de Sterkste Man Van De Wereld te worden’, bekent één van de andere deelnemers, de Brit Eddie ‘The Beast’ Hall. Er moet een leegte worden gevuld, zo geeft hij grif toe. Dat is ooit begonnen met zijn oudere broers, die hij steeds probeerde te overtroeven, en houdt nooit meer op. Als Hall hiermee moet stoppen, stapt hij vast direct over op een andere sport. Tot afgrijzen van zijn vrouw Alexandra.

Het alfamannetje Hall weegt inmiddels 180 kilo. Nog eens tien jaar op dit gewicht zal hij waarschijnlijk niet overleven. En die combinatie van (vr)eten en trainen levert ook praktische problemen op. ‘Hij kan zijn eigen sokken niet aantrekken’, stelt Alexandra. Seks is ook anders geworden, beweert Eddie op zijn beurt. Want zij kan haar benen niet meer om zijn lichaam krijgen. Zijn vrouw lacht er wat schaapachtig bij.

Het zijn dergelijke menselijke inkijkjes in het bestaan als ‘strongman’ die deze documentaire van Gary Cohen en Ross Hockrow een meerwaarde geven ten opzichte van de gemiddelde dertien-in-een-dozijn sportfilm. De krachtmeting zelf, waarbij ook de andere hoofdpersonen van deze documentaire, de ‘sterkste man aller tijden’ Zydrunas ‘Big Z’ Savickas en zijn Amerikaanse uitdager Brian Shaw, meedingen naar de titel, is uiteindelijk van ondergeschikt belang. Al wil je na bijna anderhalf uur ook wel weten wie van die kolossen nu écht de allersterkste is.

Time Trial

IDFA

In het Ronde van Vlaanderen-museum te Oudenaarde kun je virtueel De Oude Kwaremont beklimmen en je intussen meten met de groten der wieleraarde. Op zijn best lukt het om even, heel even, aan te klampen. Voordat de man met de hamer de definitieve genadeklap geeft. De overweldigende documentaire Time Trial (82 min.) biedt een gelijksoortige ervaring; als kijker word je onderdeel van het peloton.

Dit betekent overigens niet dat je per definitie ook tot de groten der wieleraarde behoort. Het gros van de beroepsrenners rijdt vooral als pelotonvulling mee en hoopt tegen beter weten in op meer. Dat geldt ook voor de Schot David Millar, die in de nadagen van zijn carrière is aanbeland. Ooit, voor zijn schorsing vanwege dopingsgebruik, reed hij de pannen van het dak. Maar die glorieuze dagen liggen al lang en breed achter hem.

Dat is de context voor deze zinnenprikkelende film van Finlay Pretsell. Millar levert een bijna wanhopige strijd tegen zichzelf, de rest van het peloton én de (biologische) klok, die zijn bestaan als wielrenner stelselmatig begint te ondermijnen. Met de Nederlander Thomas Dekker, ook een voormalige dopingzondaar, als ploeggenoot aan zijn zijde spreekt Millar al zijn reserves aan zodat hij nog eenmaal de Tour de France mag rijden.

Om de kijker in het getergde lijf van de hoofdpersoon te persen en vanuit diens perspectief de koers te laten beleven, trekt Pretsell filmisch alles uit de kast; van spectaculaire cameravoering, waaronder een kleine go pro-camera op Millars gezicht tijdens een tijdrit en adembenemende point of view-beelden van een bergbeklimming, tot een zorgvuldig samengesteld geluidspalet, waarin de dwarse soundtrack van de Amerikaanse deejay en producer Dan Deacon echt het ritme en tempo van de koers vindt.

Time Trial probeert niet zozeer een lineair verhaal te vertellen, maar dwingt je tot een emotionele ontdekkingsreis door de wielersport, waarin je van kopman vrijwel ongemerkt kunt verworden tot knecht – een woord dat buiten de wielrennerij niet voor niets behoorlijk in onbruik is geraakt – of zelfs drager van de Rode Lantaarn. Gelouterd, en helemaal leeg getrokken, bereik je in de slipstream van Millar de eindstreep. En dan begint het gewone leven weer…

Forbidden Games: The Justin Fashanu Story


‘Ik ga niet spelen of me omkleden in de buurt van…’, zegt de Britse voetbalinternational John Fashanu (Wimbledon) zonder te verblikken of verblozen tijdens een televisie-interview uit 1990. Hij heeft het over zijn oudere broer Justin, die zojuist als eerste voetbalprof uit de kast is gekomen. Justin en John groeiden samen op, als de donkere kinderen van een blank pleeggezin.

Justin Fashanu, de hoofdpersoon van Forbidden Games (80 min.), was allereerst een getalenteerde voetballer. In 1980 scoorde hij het doelpunt van het jaar in Engeland, een jaar later werd hij de eerste zwarte speler waarvoor een miljoen pond werd betaald. Bij Nottingham Forest wilde het echter niet lukken met de Engelse jeugdinternational. Hij moest al snel weg. Volgens oud-medespeler Frank Clark omdat manager Brian Clough, zelf onlangs ook de hoofdpersoon van een documentaire, had gehoord dat Fashanu regelmatig het plaatselijke gaycircuit bezocht.

In de navolgende jaren zwierf de ooit zo veelbelovende aanvaller van B-club naar C-vereniging, terwijl hij ondertussen van het ene in het andere schandaal belandde; van een affaire met een Brits parlementslid tot roddels over seks met minderjarige schandknapen. Fashanu, de ontheemde zwarte jongen die vanwege zijn talent ooit liefdevol was opgenomen door de voetballerij, werd gaandeweg een outcast in diezelfde wereld.

Het is een dramatisch en gelaagd verhaal, waarbij de gecompliceerde hoofdpersoon echt niet alleen slachtoffer van zijn situatie is. Met vaste hand portretteren de filmmakers Adam Darke en John Carey de met tragiek omgeven Justin Fashanu in deze boeiende documentaire, die het niveau van de gemiddelde sportfilm met gemak ontstijgt.

Homoseksualiteit en voetbal, het blijkt een dikke twintig jaar later nog altijd een ongemakkelijk huwelijk. Deze week was er bijvoorbeeld ophef rond oud-international Ruben Schaken, die in zijn biografie memoreerde dat hij bij Feyenoord met twee homo’s zou hebben gevoetbald en daarbij ook nadrukkelijk vermeldde dat hij zich daarvan distantieerde.

Persoonlijke noot: in 2005 maakte ik voor Omroep Brabant een portret van zaalvoetbalinternational en -oud-prof John de Bever, tegenwoordig actief als levensliedzanger, die zich toen openlijk uitsprak over zijn homoseksualiteit. Voor zover ik weet is hij de bekendste Nederlandse voetballer die uit de kast is.

Solo, De Wet Van de Favela

VPRO

Wat zijn de gevolgen als je als filmmaker voor God speelt? En ben je dan ook verantwoordelijk voor die gevolgen? Het zijn vragen die Jos de Putter zichzelf stelt in de film Solo, Out Of A Dream (55 min.) uit 2015. Hij zoekt daarin de Braziliaanse voetballer Leonardo op, die mede door zijn toedoen in Europa is beland.

Twintig jaar eerder filmde De Putter Leonardo, toen een eerzuchtig en heetgebakerd joch van elf uit een sloppenwijk van Rio de Janeiro, voor het eerst. Samen met zijn vriendje Anselmo droomde Leo, die opgroeide zónder vader en mét een ingewikkelde moeder, van een bestaan als profvoetballer – en daarmee van een ontsnapping uit het bikkelharde leven in de favela.

De documentaire Solo, De Wet Van De Favela (52 min.) uit 1994 effende het pad voor Leonardo naar Europa. Hij groeide als voetballer op bij Feyenoord en speelde tijdens zijn turbulente carrière ook nog voor Ajax, Red Bull Salzburg en Ferencvaros. Anselmo, zo was destijds al wel duidelijk, zou veroordeeld blijven tot ballen op een plaatselijk trapveldje en overleven in de Braziliaanse ‘urban jungle’.

De vraag wie van de twee uiteindelijk het beste terecht is gekomen lijkt op voorhand eenvoudig te beantwoorden. Het leven laat zich echter niet zo gemakkelijk in simpele conclusies vervatten, zo realiseert Jos de Putterzich met de wijsheid van nu. Is Leonardo, wiens voetbalcarrière na een kortstondig verblijf bij FC Eindhoven onlangs met een nachtkaars lijkt te zijn uitgegaan, werkelijk beter geworden van zijn avonturen in het verre Europa?

Ice Guardians

Netflix
Zou het Nederlands elftal misschien behoefte hebben aan een enforcer? In z’n hoogtijdagen had Oranje steevast doorgewinterde ijzervreters als Johan Neeskens, Jan Wouters en Edgar Davids in de gelederen. Zij beschermden de echte sterspelers en traden direct op als de tegenstander in hun ogen te ver dreigde te gaan.

In het ijshockey, waar een lekker stick- of vuistgevecht gewoon een verplicht onderdeel van de wedstrijd lijkt, is die rol zo ongeveer geformaliseerd: de enforcer. Een man die alleen het ijs op komt als er een robbertje moet worden gevochten en die als een soort bodyguard de sterspeler van zijn eigen team beschermt of uit de wind houdt. Geen Wayne Gretzky zogezegd, zonder een Dave Semenko.

De eikenhouten sportdocumentaire Ice Guardians (108 min) concentreert zich op deze vigilantes, die op commando ‘het recht’ in eigen hand nemen en daarmee volgens auteur en gedragsdeskundige Howard Bloom gewoon een normale teamrol oppakken. Onderzoek van de universiteit van Chicago zou hebben uitgewezen dat in de evolutie van elke groep – of het nu gaat om een jeugdbende of een managementteam – al snel vaste rollen ontstaan: een leider, een clown, een nerd én een luitenant, ofwel de enforcer.

Soms draaft regisseur Brett Harvey wat door met de mythevorming rond de enforcers, die hier bijna worden geportretteerd als moderne equivalenten op de cowboy met de witte hoed die met zijn Colt 45 slechteriken tot de orde roept (of gewoon kalt stellt). Ice Guardians slaagt er echter wel degelijk in om het beeld te nuanceren van de domme kracht die bij het minste of geringste een beuk uitdeelt en besteedt daarnaast ook aandacht aan de valkuilen en gevaren van de job.

In tijden waarin het Nederlands elftal naar een bedenkelijk niveau is weggezakt, weerklinkt ook in het voetbal de roep om dit soort mannen van stavast die, nadat ze natuurlijk uit volle borst hebben meegezongen met het Wilhelmus, bereid zijn om alles, werkelijk alles, te geven en te riskeren voor het team.

Waar Ice Guardians alle kanten van het enforcersambacht belicht, concentreert Alex Gibney zich in de ijshockeydocu The Last Gladiators op legendarische ambachtslieden zoals Chris ‘Knuckles’ Nilan, Donald Brashear en Marty McSorley.