Homegrown

Chris Quaglin / MetFilm Sales

‘And I’m proud to be an American’, zingen Chris Quaglin en twee van zijn Proud Boys-vrienden uit volle borst mee met Lee Greenwoods patriottische tranentrekker God Bless The USA, het lijflied van het Amerikaanse hartland. ‘Where at least I know I’m free.’

De drie zijn op 11 oktober 2020 op weg naar een Trump-rally en lijken ervan overtuigd dat hun voorman over enkele weken wordt herkozen als president. Chris, die over enkele maanden voor het eerst vader wordt, noemt zichzelf een ‘westerse chauvinist’. Hij is zelfs bereid om daar met zijn dronken kop een eed op af te leggen. ‘Ik ga me niet verontschuldigen voor het creëren van de moderne wereld!’ zegt hij ferm. In zijn ‘man cave’, thuis in New Jersey, heeft de elektricien een heel arsenaal aan volautomatische wapens klaarliggen om eventuele discussies daarover in zijn voordeel te beslissen.

Thad Cisneros, een andere hoofdpersoon van de documentaire Homegrown (109 min.), staat zich voor op zijn conservatieve en religieuze waarden. De voormalige militair, inmiddels actief binnen de radicaal-rechtse Proud Boys, ziet er nochtans geen been in om net voor de tumultueuze verkiezingen van 2020 samen met enkele anderen een medewerker van CNN met draaiende camera lastig te vallen en te intimideren. Ze hebben niet eens door dat het om presentator John King gaat, die wordt uitgemaakt voor leugenaar, communist en pedo. Het filmpje heeft de volgende dag al zo’n 50.000 views.

Documentairemaker Michael Premo valt zijn protagonisten intussen niet lastig met moeilijke vragen en beperkt zich tot observeren. Eerst in de aanloop naar de betwiste verkiezingen, die door Trumps Democratische opponent Joe Biden worden gewonnen. En daarna tijdens de Stop The Steal-campagne die de Republikein alsnog – goedschiks dan wel kwaadschiks – de winst moet brengen. Op weg naar 6 januari 2021, de dag waarop de Amerikaanse democratie, met Trumps impliciete goedkeuring, ongenadig zal worden aangevallen en met name Chris zich bepaald niet onbetuigd laat.

Boze Amerikanen zoals hij, die zich door niets of niemand laten weerhouden, zijn in de afgelopen jaren al vaker geportretteerd. In documentaires zoals ShadowlandThe Insurrectionist Next Door en Fight Like Hell hebben ze bijvoorbeeld ruim baan gekregen om hun ideeën over wat Amerika is en zou moeten zijn uiteen te zetten. Deze langgerekte en tamelijk onevenwichtige film is van hetzelfde laken een pak en toont vooral hoe ruw, bruut en eenvormig Trumps stoottroepen zijn. Het gaat vrijwel zonder uitzondering om mannen van het type ‘Weinig Weten, Veel Vinden & Hard Schreeuwen’.

Toen Homegrown in augustus jongstleden officieel in première ging, was ’t overigens nog niet duidelijk hoe de presidentsverkiezingen van 2024 zouden aflopen. Inmiddels is Donald Trump terug in het Witte Huis en hebben de rauwdouwers uit deze film dus alsnog hun zin gekregen: zeker vier nieuwe Make America Great Again-jaren. De vaderlandsliefde van Chris Quaglin, die slechts enkele weken na 6 januari 2021 een kind kreeg, heeft in de tussenliggende jaren een serieuze deuk opgelopen – al zou ook hij binnenkort zomaar weer eens luidkeels kunnen meezingen met die ene tranentrekker.

‘Where at least I know I’m free.’

Last Take: Rust And The Story Of Halyna

Disney+

De twee slachtoffers zijn met een traumahelikopter afgevoerd. ‘Het gaat goed met Joel’, zegt een man op de filmset van Rust. ‘En hoe gaat het met haar?’ vraagt Alec Baldwin. Het antwoord is ontmoedigend: ‘Niet zo goed.’

Baldwin lijkt in de openingsscène van Last Take: Rust And The Story Of Halyna (91 min.) nog nauwelijks te kunnen bevatten dat de ‘nepkogel’ die hij als acteur heeft gelost daadwerkelijk zijn collega’s heeft getroffen. ‘Waar is Halyna geraakt?’ vraagt hij door. ‘Het lijkt alsof het schot door haar rechteronderarm is gegaan’, antwoordt een collega. ‘Hij verliet haar lichaam bij haar linkerschouderblad, dus…’ Baldwin probeert te begrijpen wat hij hoort. ‘Hij is door haar lichaam gegaan? Levensbedreigend?’

Inmiddels weet de hele wereld het antwoord: Rusts 42-jarige Oekraïense cinematograaf Halyna Hutchins zou de verwondingen die ze op 21 oktober 2021 opliep bij de opnames van de western in Santa Fe, New Mexico, niet overleven. Regisseur Joel Souza, die eveneens werd getroffen door de kogel die door het lichaam van zijn cameravrouw was gegaan, overleefde het schot wel. De filmset werd na het incident door de plaatselijke politie direct uitgeroepen tot een plaats delict.

Hutchins’ echtgenoot Matthew vroeg de bevriende documentairemaakster Rachel Mason om een film aan zijn vrouw te wijden. Zij voelde zich echter genoodzaakt om eerst te belichten wat er op die filmset is gebeurd. Halyna’s camera-assistent blijkt een dag voor het schietincident te zijn vertrokken. Lane Luper beklaagde zich onder andere over de gebrekkige veiligheid. ‘Things are often played very fast and loose’, schreef hij aan de producers. Op 16 oktober waren  er al twee vuurwapens per ongeluk afgegaan.

Assistent-regisseur Dave Halls, verantwoordelijk voor veiligheid op de filmset, liet de zaak echter niet onderzoeken. Terwijl er alle reden was om het werk van de 24-jarige wapenmeester Hannah Gutierrez-Reed eens onder de loep te nemen. Ze mocht dan een dochter zijn van Thell Reed, die zowat elke filmcowboy ooit had leren schieten, maar ze was ook erg onervaren. Hannah werd bovendien slechts in deeltijd ingehuurd als wapenmeester en moest op andere dagen (slechter betaalde) productieklussen doen.

Met vrijwel alle direct betrokkenen, Baldwin en Gutierrez-Reed uitgezonderd, reconstrueert Mason nu het tragische incident op de filmset, dat vervolgens uitgroeit tot een trieste mediahype. De Trumps hebben bijvoorbeeld nog een appeltje met Alec Baldwin te schillen, sinds hij Donald persifleerde in Saturday Night Live. En dus maakt die de acteur moedwillig verdacht in interviews en begint Don Jr. doodgemoedereerd T-shirts met de tekst ‘Guns don’t kill people, Alec Baldwin kills people’ te verkopen.

Last Take nestelt zich zo tussen pak ‘m beet Hearts Of Darkness: A Filmmaker’s Apocalypse (over Francis Ford Coppola’s Apocalypse Now), Burden Of Dreams (over Werner Herzogs Fitzcarraldo) en Lost In La Mancha (over Terry Gilliams The Killing Of Don Quixote) in het rijtje van documentaireklassiekers over rampzalige filmshoots. Een aangrijpend document over een bijzonder tragisch incident dat diepe indruk heeft gemaakt op alle betrokkenen – niet in het minst door de onsmakelijke nasleep ervan.

En om het drama helemaal een wrang randje te geven: ook Rust zelf, inmiddels met goedkeuring van Halyna’s moeder Olga uitgebracht, gaat over een onopzettelijke schietpartij en de nasleep daarvan.

Cose Che Accadono Sulla Terra

IDFA

Dit lijkt in eerste instantie zowaar een échte Spaghettiwestern te worden. Met een cowboyhoed op, hun lasso in de aanslag en een geweer hangend aan hun schouder proberen Giulio De Donatis en zijn vrouw Francesca te paard hun kudde ‘rode koeien’ te beschermen. De Italiaanse veehouders laten hun vee vrij grazen op uitgestrekte, alsmaar drogere vlaktes in het Tolfa-gebergte. Ze hebben speciaal daarvoor een ras geïmporteerd uit de Verenigde Staten, de Beefmaster, dat goed gedijt in droogte en hitte.

Het echtpaar heeft alleen moeite om het hoofd boven water te houden. Hun bedrijf stoelt misschien wel te veel op een idee – voedsel produceren op een manier die goed is voor mens, dier en aarde – en te weinig op keiharde cijfers. Want er komt regelmatig te weinig binnen om alle rekeningen te kunnen betalen. Bovendien ambieert hun zoon Brando een carrière als professioneel rugbyer. Dochterlief Brianna etaleert intussen een oneindige nieuwsgierigheid naar de wereld. Het tintelfrisse kleine meisje vraagt haar moeder het hemd van het lijf over hun manier van leven.

‘We weten allemaal dat het draait om het verkopen van steaks’, zegt Giulio in Cose Che Accadono Sulla Terra (Engelse titel: Things That Happen On Earth, 83 min.), als de financiële nood hen begint op te breken. ‘Maar wij vinden het nu eenmaal belangrijk wat er gebeurt voordat die steak wordt gemaakt.’ Die bedrijfsvoering wordt alleen ernstig gehinderd door een bijzondere vijand: een roedel wolven die ‘t hebben voorzien op hun dieren. Op beelden van beveiligingscamera’s is te zien hoe de wolven hun prooien besluipen en zich daarna tegoed doen aan het vlees.

Brianna kan ‘t nauwelijks bevatten: ze hebben al twee van haar pony’s opgegeten! Samen met haar moeder Francesca maakt zij hun wereld, die door regisseur Michele Cinque is vervat in een combinatie van fraaie vergezichten en levendige close-ups, inzichtelijk voor zichzelf. Cinque gebruikt de ontwapenende gesprekjes tussen moeder en kind als structurerend element in een weldadige film, die maar op één manier kan eindigen: met de onverschrokken Italiaanse cowboy en z’n girl, die ondanks al hun besognes op hun ros de toekomst tegemoet rijden.

Waarna de kijker bijna automatisch een Ennio Morricone-deuntje neuriet.’

Sergio Leone: L’Italiano Che Invento L’America

SkyShowtime

Sergio Leone’s Dollar-trilogie vormde, volgens zijn collega (en adept) Quentin Tarantino, halverwege de jaren zestig een breuklijn tussen de klassieke Hollywood-films en het nieuwe Hollywood, waar eigenzinnige regisseurs zoals Francis Ford Coppola, Martin Scorsese en Robert Altman de macht grepen. Met A Fistful Of Dollars, For A Few Dollars More en The Good, The Bad And The Ugly creëerde de Italiaanse regisseur zijn eigen genre, de spaghettiwestern – en hielp hij meteen Clint Eastwood, zo ziet  die ‘t tenminste zelf, in het zadel als klassieke Hollywood-held.

Hoewel hij officieel maar zeven films op zijn naam heeft staan, geldt Sergio Leone (1929-1989) als één van de belangrijkste cineasten van de twintigste eeuw. Dat wordt ook zichtbaar in Sergio Leone: L’Italiano Che Invento L’America (103 min.), een groots opgezette documentaire van Francesco Zippel, waarin een hele stoet filmregisseurs een cameo krijgt toebedeeld: Steven Spielberg, Martin Scorsese, Hark Tsui, Frank Miller, Damien Chazelle, Darren Aronofsky en Giuseppe Tornatore (tevens de regisseur van Ennio, het gloedvolle portret van Leone’s componist Ennio Morricone).

En die laatste claimt natuurlijk ook de belangrijkste bijrol in deze docu. ‘Sergio werkte veel aan stilte’, vertelt Morricone, die de essentie probeert te vangen van hun innige samenwerking, in dit portret te zien in enkele fraaie archiefscènes van de twee grootmeesters bij de piano. ‘Van de acteurs, van de personages. Aan de stilte van het zien van een scène. Die stilte is echt en wordt weergegeven door muziek. De muziek op dat moment vertegenwoordigde zichzelf op zeer fundamentele wijze voor die scène, voor wat er eerder was gebeurd en voor wat er later zou gebeuren.’

Soms liet Leone Morricones soundtrack al horen tijdens de filmopnames zelf, als inspiratie voor de acteurs. En soms, zoals bij de legendarische openingsscène van Once Upon A Time In The West, werd die muziek in de montage ook weer rücksichtslos weggehaald, ten faveure van een verhaal dat met natuurlijk geluid kon worden verteld. Een brommende vlieg als tijdverdrijf voor wachtende huurmoordenaars bijvoorbeeld, die uiteindelijk in de loop van een revolver wordt gesmoord. Of de duivelse cadans van een krakende windmolen waarmee de spanning danig wordt opgevoerd.

Behalve acteurs die in Leone-films een sleutelrol speelden, zoals Clint Eastwood, Robert de Niro en Jennifer Connelly, komen ook zijn zoon Andrea en dochters Raffaella en Francesca aan het woord. Over de film waaraan hun vader meer dan tien jaar lang tevergeefs trok bijvoorbeeld, Once Upon A Time In America (1984). Die zat al die tijd tot in detail in zijn hoofd. Shot voor shot, scène na scène. Toen hij hem ein-de-lijk had afgerond, besloot de filmmaatschappij de lijvige meesterwerk echter, zonder zijn instemming, te hermonteren. Het zou uiteindelijk de nagel aan zijn doodskist worden.

Hoewel de gepassioneerde cineast daarna nog werkte aan een productie over het beleg van Leningrad, zou er nooit meer een Sergio Leone-film komen. Ook deze ferme biopic komt dan, tamelijk abrupt, tot een einde. Een film over de kunstvorm film, met de mensen die ertoe doen over een filmmaker die er (nog steeds) toe doet.

Soul Boys Of The Western World

Natuurlijk, dit is zo’n typische banddocu. Die chronologisch uiteenzet hoe de som uiteindelijk – pas na een slordige 24 minuten – meer werd dan de delen. Waarin de grote successen van de helden (True, Gold en natuurlijk Through The Barricades) vanzelfsprekend uitbundig worden gevierd. En die niet geheel toevallig werd uitgebracht toen hun groep, Spandau Ballet, na ruim twintig jaar een onverwachte comeback had gemaakt.

Soul Boys Of The Western World (110 min.) is niettemin een joyeuze viering van hoe de ‘working-class lads’ uit Noord-Londen, na diverse valse starts, ergens in de jaren tachtig de synthesizer ontdekten, zich precies het juiste imago aanmaten en een eigentijdse en poppy draai gaven aan hun voorliefde voor soul. Ze werden er even héél succesvol mee: echte popsterren, de vervulling van al hun jongensdromen. En toen begonnen de steeds verder opgeblazen ego’s, gepersonifieerd door zanger Tony Hadley en songschrijver Gary Kemp, ongenadig te botsen. Vanwege een ordinaire centenkwestie kwamen de bandleden zelfs tegenover elkaar te staan bij de rechter.

Regisseur George Hencken serveert dat al duizenden malen vertelde verhaal over de opkomst, ondergang en wederopstanding van een popgroep aanstekelijk uit, laat het off screen becommentariëren door de individuele bandleden en heeft daarnaast genoeg oog voor de maatschappelijke context in het toenmalige Verenigd Koninkrijk, straf geleid door ‘iron lady’ Margaret Thatcher, om er nét iets meer van te maken dan alleen een routineuze vertelling over een dertien-in-een-dozijn bandje. Ook als je weinig hebt met hun muziek – understatement – en zelfs wel een beetje moet grinniken om hun uitbundige kapsels, zorgvuldige gestylede kostuums en nét iets te kleine speedo’s – bekentenis – houdt deze film je bijna twee uur bij de les.

Slechts enkele jaren na het uitbrengen van deze popdocu uit 2014 was er overigens tóch weer herrie in de tent bij Spandau Ballet. Sindsdien moeten de overjarige glamourboys het doen zonder frontman Tony Hadley. Totdat ook die in zijn portemonnee weer de dringende noodzaak begint te voelen om zich en plein publique te verzoenen met zijn jeugdvrienden. En de camera’s wellicht kunnen gaan draaien voor Soul Boys Of The Western World – The Sequel.

Western Arabs

‘Met deze film hoopte ik mijn vader beter te leren kennen’, stelt de Deens-Palestijnse filmmaker Omar Shargawi halverwege Western Arabs (77 min.). ‘Dichter bij hem te komen. Hem te raken in zijn ziel.’ Even daarvoor lijkt de explosieve relatie met zijn vader Munir, waarin het al gedurig heeft gerommeld en geknetterd, echter definitief op de klippen te zijn gelopen. ‘Je hebt nooit iets om ons gegeven’, voegde Omar hem via de telefoon toe. Waarna zijn ‘Babba’ had geantwoord: ‘Je moet me maar gewoon vergeten.’ En de hoorn op de haak had gesmeten.

Over en uit, zo oogde het. Dit zou nooit meer goed komen. Misschien leken vader en zoon, ondanks de generatiekloof die hen verscheurde en de verschillende werelden waarin ze opgroeiden, stiekem wel te veel op elkaar. Tegelijkertijd: dit is een film. En we moeten nog zo’n drie kwartier. Omar en Babba, één van de eerste Palestijnen die vanuit Gaza naar Denemarken vluchtte, zullen elkaar in deze broeierige egodocu op de één of andere manier moeten vinden. Koste wat het kost. Intussen vraagt Omar zich af hoe hij de relatie met zijn eigen dochter Amina wél gezond kan houden.

Wees gerust, dit is geen Hollywood-film. Verre van dat, zelfs. Over deze vader-zoon relatie wordt geen suikerlaagje gestrooid. Zelfs niet aan het eind, als Omar inmiddels al twaalf jaar in de familiekring filmt. Het beeld is rudimentair, de toon bikkelhard. De verhouding ouder-kind wordt tot aan de kern afgepeld met hoog oplopende ruzies, slepende conflicten en een enkel moment van wederzijds begrip. Wat rest zijn twee uiterst temperamentvolle mannen, die gevangen zitten tussen twee culturen, erdoor vermorzeld worden bijna. En hun woede koelen op elkaar – en daardoor op zichzelf.

Western Arabs is geen prettige kijkervaring. En dat was vast ook de bedoeling. De explosieve relatie tussen de vluchteling Munir en zijn zoon, die met typische tweede generatie-problematiek kampt, is vervat in een grimmige, zelfs wat exhibitionistische film, die van binnenuit optekent hoe een familie kan imploderen door een nog altijd verder etterend verleden.

Sergio Leone: Portrait Of An “Outlaw”

Hij is de filmhistorie ingegaan als de man die vanuit Europa de typisch Amerikaanse western opnieuw definieerde; van een clean cut-genre waarin eenzame helden met een witte cowboyhoed afrekenden met snoodaards met zwarte hoofddeksels maakte Sergio Leone een vuile en schemerige wereld waarin geen good guys of moraal bestaan en kogels en galgen(humor) de wet voorschrijven, vervat in klassiekers als The Good, The Bad And The Ugly en Once Upon A Time In The West. Intussen maakte de Italiaanse regisseur van de B-acteur Clint Eastwood een echte Hollywood-ster en lanceerde hij de carrière van één de grootste filmcomponisten aller tijden, Ennio Morricone.

Leone maakte echter ook een essentiële maffiafilm: het (in eerste instantie) onbegrepen meesterwerk Once Upon A Time In America, dat zich kan meten met de ultieme klassieker binnen het genre, de Godfather-trilogie. Het kost hem jaaaren om de epische film van de grond te krijgen, getuige het traditionele televisieportet Sergio Leone: Portrait Of An “Outlaw” (52 min.) van Jean-Francois Giré, waarin de acteurs Clint Eastwood en Claudia Cardinale, filmhistoricus Noël Simsolo en vriend en collega-regisseur Luca Verdone hun licht over de filmer laten schijnen. Want Hollywood vereenzelvigt Leone inmiddels volledig met westerns. En als hij het machtige maffia-epos, dat aanvoelt als een typisch Italiaanse filmopera, uiteindelijk tóch van de grond krijgt, zetten zijn eigen producenten hem alsnog de voet dwars.

De speelfilm wordt volledig verminkt uitgebracht en vervolgens afgemaakt door critici. De virtuoze regisseur, met een geheel eigen visuele stijl (waaronder die kenmerkende extreme close-ups van ogen) zal eraan ten onder gaan, gevloerd door een industrie die met zijn tengels maar niet van zijn kunst kan afblijven. ‘Mijn naam is Sergio Leone’, zegt hij zelf met de nodige zelfspot in dit onderhoudende portret. ‘En ik regisseer films die altijd te lang zijn en daarom worden ingekort.’ Pas als Leone zijn originele flash back-structuur herstelt, mag Once Upon A Time In America alsnog op lof rekenen. De verwikkelingen rond de film zijn hem echter zozeer aan het hart gegaan dat dit bezwijkt. Hij is pas zestig en laat louter klassieke films achter.

De documentaire Sergio Leone: L’Italiano Che L’Invento America is groter opgezet en geslaagder portret van de legendarische Italiaanse filmmaker.